Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden670Vragen van het lid Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid over het bericht dat 1 op de 6 Nederlanders stressvol werkheeft, vooral in de zorg en het onderwijs (ingezonden 11 november 2025).Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid),mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(ontvangen 15 december 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar2025–2026, nr. 574.Vraag 1Wat is uw reactie op het bericht dat 1 op de 6 Nederlanders stressvol werkheeft, vooral in de zorg en het onderwijs?1Antwoord 1Ik vind het zorgelijk dat 1 op de 6 Nederlanders aangeeft een stressvolle baante hebben. In Nederland moet iedereen gezond en veilig kunnen werken. Daarhoort bij dat werk niet structureel te veel stress mag opleveren. Ik vind hetdaarom belangrijk dat ongezonde werkdruk wordt teruggedrongen.De ervaren werkdruk en werkstress verschillen sterk per individu en context.De aard van het werken in de zorg en het onderwijs brengt met zich mee dathet werk stressvol kan zijn. Belangrijk is dat er ook energiebronnen zijn waarmedewerkers energie uit halen. Ondanks de ervaren werkdruk is 87% van demedewerkers in zorg en welzijn van mening inhoudelijk leuk werk te hebbenen 85% geeft aan het werk als zinvol te ervaren2. Ook in het onderwijs zienwe dat ondanks de ervaren werkdruk maar liefst 95% van de leraren metplezier op school werkt3. Werkdruk en werkplezier moeten dus met elkaar inbalans zijn, ongeacht de sector waar een werknemer zich in bevindt. Als dewerkdruk te hoog wordt is het belangrijk om ook in te zetten op de energie-bronnen zodat deze in balans blijven.1NOS, 10 november 2025, «1 op 6 Nederlanders heeft stressvol werk, vooral in zorg enonderwijs» (https://nos.nl/artikel/2589911-1-op-6-nederlanders-heeft-stressvol-werk-vooral-in-zorg-en-onderwijs).2CBS (2025), AZW: uitkomsten werknemersenquête, 2e kwartaal 2025, CBS: Heerlen3OECD (2025), Results from TALIS 2024: The State of Teaching, TALIS, OECD Publishing, Paris,https://doi.org/10.1787/90df6235-en. ah-tk-20252026-670ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Vraag 2Wat is uw verklaring voor het feit dat de beroepen waarbij werknemers veelstress ervaren met name in de publieke sector te vinden zijn? Deelt u deanalyse dat dit te maken heeft met de onderwaardering van de publiekesector door de kabinetten van de afgelopen decennia? Zo ja, wat gaat u doenom deze onderwaardering te stoppen? Zo nee, waarom niet?Antwoord 2Uit onderzoek door TNO en CBS blijkt dat vooral een combinatie van hogekwantitatieve taakeisen en lage autonomie bepalend is voor het stressvollekarakter van werk. Met autonomie wordt bedoeld het zelf kunnen bepalenhoe, waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd. In sectoren als hetonderwijs en de zorg is er ten opzichte van andere sectoren naar zijn aardvaker sprake van lage autonomie. Onder andere omdat er vaak in vasteroosters gewerkt wordt waar beperkte inspraak op mogelijk is en dewerkzaamheden moeten worden verricht op de zorg- of onderwijslocatie. Bijeen deel van de zorgactiviteiten is verder sprake van (door de beroepsgroepof organisatie) vastgestelde protocollen of richtlijnen. Dit maakt dat functiesin sectoren als het onderwijs en de zorg vaker hoog zullen scoren opstressvol werk dan in andere sectoren. Ik deel de analyse dan ook niet dat ditte maken heeft met eventuele onderwaardering van de publieke sector.Vraag 3Deelt u de zorg dat de personeelstekorten in deze cruciale sectoren groterdreigen te worden als gevolg van de stress die werknemers ervaren? Zo ja,welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?Antwoord 3Werkdruk en stress zijn factoren die bij kunnen dragen aan verzuim enverloop. Uit het Uitstroomonderzoek van Regioplus4 volgt echter dat dit nietde meest genoemde redenen van verloop in de sector zorg en welzijn zijn.Hoewel 40% van de medewerkers in zorg en welzijn de werkdruk in hetalgemeen als te hoog ervaart, lijkt dit percentage de afgelopen jaren eerderiets af te nemen dan toe te nemen. Ook in het funderend onderwijs isonderzoek gedaan naar werkdruk. Op hoofdlijnen toont dit een positief beeld:Nederlandse leraren en schoolleiders zijn overwegend positief over hunberoep, werkomgeving en salaris. Maar liefst 95% van de leraren geeft aanmet plezier in het onderwijs te werken. Werktevredenheid is en blijft debelangrijkste reden voor leraren om in het onderwijs te blijven5. Daaromoverwegen in vergelijking met andere landen relatief weinig Nederlandseleraren om het onderwijs te verlaten.Niettemin delen de Minister van VWS en de Staatssecretaris van OCW uwzorgen over de werkdruk in respectievelijk de zorg en het onderwijs. Daaromondersteunt de Minister van VWS werkgevers bij hun beleid om medewer-kers in zorg en welzijn gezond aan het werk te houden. Dit doet hij doorondersteuning van het «Preventieplan arbeidsmarkt zorg en welzijn». Dit iseen initiatief van partijen uit de sector zelf om verzuim en ongewenst verloopterug te dringen. Het preventieplan biedt een handelingsperspectief voor desector en individuele zorg- en welzijnsinstellingen om dit structureel aan tepakken. Belangrijke aspecten zijn goed leiderschap op alle niveaus in deorganisatie en het betrekken van de medewerkers bij besluiten. Daarnaastheeft het aanpakken van het personeelstekort in de zorg grote prioriteit voorde Minister van VWS. Met afspraken in het Aanvullend Zorg en Welzijnsak-koord en Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg wordt stevig ingezet op verminde-ring van de zorgvraag. Met beleid rondom het terugdringen van de adminis-tratietijd en de inzet van technologie wordt de vraag naar arbeid beïnvloed enmet het vergroten van vakmanschap en werkplezier wordt ingezet op behoud.Daarnaast zet het AZWA een beweging in van zorg naar gezondheid door teinvesteren in het sociaal domein. Dat alles zal bijdragen aan het verlagen vande werkdruk.4RegioPlus (2025), Resultaten landelijk uitstroomonderzoek 20245OECD (2025), Results from TALIS 2024: The State of Teaching, TALIS, OECD Publishing, Paris,https://doi.org/10.1787/90df6235-en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Om de werkdruk in het onderwijs te verlagen investeert OCW sinds 2019 inhet primair onderwijs (po) en sinds 2022 in het voortgezet onderwijs (vo) inwerkdrukverlichting. Zoals in de ontwerpbegroting 2026 vermeld gaat hetvoor het po in 2026 € 545 miljoen en voor het vo in 2026 om € 354 miljoen.In het po gaan schoolteams jaarlijks met elkaar in gesprek over de bestedingvan de middelen om de werkdruk te verlagen. In het vo wordt € 150 miljoenook zo besteed. De resterende € 150 miljoen wordt besteed aan eenindividueel component waarbij de werknemer zelf maatregelen uit magkiezen. De daadwerkelijke werkdrukvermindering vindt op scholen plaats, ingesprekken met het personeel en door afspraken tussen werkgever enwerknemer. Bij een effectieve werkdrukaanpak heeft iedereen een rol:ministerie, inspectie, besturen, scholen en schoolleiders.Vraag 4Wat gaat u doen om de werkstress voor de beroepen waarbij deze het hoogstis af te laten nemen?Antwoord 4Werkgevers zijn verplicht hun werknemers te beschermen tegen werkstress.Daartoe moet de werkgever in de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E)arbeidsrisico’s, waaronder werkdruk, in kaart brengen en daarvoor passendemaatregelen treffen.Met mijn beleid ondersteun ik werkgevers en werknemers bij het aanpakkenvan ongezonde werkstress. Dit doe ik door het bieden van praktischehulpmiddelen aan werknemers én door werkgevers te ondersteunen bij hetnemen van preventieve maatregelen, zoals door een aanpak van werkstressen burn-outklachten in het mkb. In de voortgangsbrief over de BredeMaatschappelijke Samenwerking van 24 april 2025 licht ik mijn inzetuitgebreid toe.6Het is aan werkgevers om te zorgen voor een gezond en veilig werkklimaatmet zo min mogelijk werkstress. De Minister van VWS ondersteunt werkge-vers in zorg en welzijn onder andere met het «Preventieplan arbeidsmarktzorg en welzijn». De Staatssecretaris van OCW doet dit door middel van dewerkdrukmiddelen voor het onderwijs. Zie hiervoor ook het antwoord opvraag 1 en 3.Vraag 5Vindt u het ook opvallend dat de werknemers die de meeste stress ervarenniet degenen met de hoogste inkomens zijn, maar juist vaak degenen meteen lager of middeninkomen? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?Zo nee, waarom niet?Antwoord 5Op mijn verzoek heeft TNO een verdiepende analyse7 gemaakt om te kijkenof er een verband is tussen stressvol werk en het inkomen van werknemers.Hieruit is op te maken dat het aandeel werknemers met stressvol werk hogeris in de laag- en middeninkomensgroep dan de hoge inkomensgroep. Zoals ikin mijn antwoord op vraag 2 aangeef, komt dit door andere factoren in hetwerk zoals lage autonomie. Uit deze analyse blijkt ook dat het aandeelwerknemers met stressvol werk in de zorg evenredig is verdeeld over deinkomensgroepen. In het onderwijs hebben werknemers met een relatieflager inkomen, zoals onderwijsondersteunend personeel, ten opzichte van hetmidden- en hoge inkomen, zoals het onderwijzend personeel, minderwerkstress.Het is aan werkgevers om hun werknemers te beschermen tegen ongezondewerkstress en om maatregelen te nemen.Vraag 6Bent u het ermee eens dat deze werknemers naast minder stress ook eenbetere beloning voor hun zware werk verdienen? Zo ja, welke stappen gaat udaarvoor zetten?6Kamerbrief over Brede Maatschappelijke Samenwerking burn-out (BMS)7Notitie TNO stressvol werk en inkomenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Antwoord 6Arbeidsvoorwaarden, waaronder beloningen, ziet het kabinet primair als eenzaak van werkgevers, werknemers en hun vertegenwoordigers. Het Ministerievan OCW en het Ministerie van VWS zijn geen werkgever voor respectievelijkonderwijs en zorg en welzijn en daarom geen partij aan de cao-tafel. Zijmogen zich er op grond van internationale verdragen ook niet meebemoeien. Wel stellen de Ministers van VWS en OCW jaarlijks de overheids-bijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (ova) beschikbaar om concurrerendeloongroei mogelijk te maken. Daarnaast is er sinds 2021 stapsgewijsstructureel € 919 miljoen vrijgemaakt voor het verbeteren van de salarissenin het primair onderwijs. Op deze manier is de vergoeding van onderwijsper-soneel in het primair onderwijs in lijn gebracht met die van het voortgezetonderwijs.Verder bepaalt het kabinet een ondergrens aan beloningen in de vorm vanhet wettelijk minimumloon. Dit minimumloon is in 2023 en 2024 verhoogd enstijgt via indexatie mee met de ontwikkeling van cao-lonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4
Bron, video en gesprek →32debatten
1.208bijdragen
10interrupties
150.703woorden in uitspraken