Mbo en studiefinanciering
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-12-06–2026-06-09) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we het hier allemaal met elkaar eens zijn dat het mbo onmisbaar is voor onze samenleving. Ik durf er in ieder geval op te gokken dat iedereen dat in de eigen inbreng vandaag ook zal benoemen. Ook in het coalitieakkoord van dit kabinet staan mooie woorden over het mbo. Er wordt zelfs gesproken over "de motor van de economie". Voorzitter. Maar wie vindt dat mbo'ers onmisbaar zijn bij het oplossen van de uitdagingen waar we als samenleving mee worden geconfronteerd, moet op een gegeven moment ook de daad bij het woord voegen. De afgelopen tweeënhalf jaar dat ik met dit dossier bezig ben, vond ik het daar nog wat aan ontbreken. Ik zie dus ook uit naar dit eerste debat over mbo met deze nieuwe minister. Mijn eerste vraag aan haar is dan ook: wat zijn de ambities? Voorzitter. Een van de beloftes die in het regeerakkoord staat, is dat studeren in het mbo gelijkstaat aan studeren in het hbo of wo. Ik vroeg me af: hoe concretiseert de minister deze belofte en op welke termijn gaat ook de overheid het goede voorbeeld geven? Worden financiële ongelijkheden in regelingen voor mbo-, hbo- en wo-studenten rechtgetrokken? Ik schrik er namelijk van als de Onderwijsraad een rapport stuurt met de titel Armoede en onderwijs. Er zijn te veel financiële drempels die jongeren ervan weerhouden om een mbo-opleiding te volgen of zorgen voor studievertraging. Dat blijkt ook uit de JOB-monitor die gisteren gepresenteerd is. Zo geeft 20% van de studenten aan dat zij moeilijk kunnen rondkomen tijdens de opleiding en vallen de schoolkosten voor 45% van de studenten hoger uit dan zij van tevoren hadden verwacht. Dat zijn geen mooie cijfers en het mag duidelijk zijn dat zowel de kosten- als de inkomstenkant voor het volgen van een mbo-opleiding snel moeten worden aangepakt. Wat zijn de plannen hiervoor van dit kabinet? Minister Moes heeft een aantal denkrichtingen uiteengezet voor het gelijktrekken van de studiefinanciering voor alle studenten. Misschien is het goed als deze minister zou kunnen aangeven welke richting zij wil inslaan. Wij bepleiten natuurlijk de variant waarin iedereen in gelijke mate wordt bedeeld met studiefinanciering. Want ja, hoe kun je anders spreken over gelijke behandeling van mbo-studenten? Ik snap natuurlijk dat het om grote bedragen gaat. Maar ja, wat in het regeerakkoord wordt beloofd, moet natuurlijk wel worden waargemaakt. Dan over de kosten waar mbo-studenten mee te maken hebben. Ik schrik er altijd weer van hoe duur extra leermiddelen zijn. We hebben het dan niet alleen over studieboeken of een laptop, maar ook over vakspecifieke gereedschappen, veiligheidsmiddelen, werkkleding et cetera. Je kunt soms terugvallen op het mbo-studentenfonds of een terugkoopregeling, maar nog steeds horen we geluiden dat mbo-studenten spullen moeten kopen die ze helemaal niet gebruiken tijdens de opleiding. Met het besef dat de komende jaren een enorme vraag naar mbo'ers ontstaat, moet de aantrekkelijkheid van mbo-opleidingen nu worden vergroot. Vindt de minister niet ook dat, met het oog op de kansengelijkheid, het maximaal benutten van ieders talent en de economische uitdagingen, mbo-leermiddelen gratis of in ieder geval betaalbaarder moeten worden gemaakt? Dat helpt namelijk ook nog eens om die financiële positie van studenten te verbeteren. Graag een reactie van de minister. Tot slot over de financiële positie van mbo-studenten: zou de minister misschien een update kunnen geven over de voortgang rondom de wettelijke stagevergoeding? Voorzitter. Dan had ik nog een vraag over de financiële positie van mbo-instellingen. We zijn namelijk bezig met de herziening van de bekostigingssystematiek. Wanneer verwacht de minister met de voorkeursvariant naar de Kamer te gaan? Op welk moment kan de Kamer daar eventueel ook nog op bijsturen? Voorzitter. Ik rond af. Iedereen zal vandaag weer om het hardst roepen dat het mbo de ruggengraat vormt van deze economie en onze samenleving. Daar ben ik het hartgrondig mee eens, want op het mbo leer je de vaardigheden die Nederland draaiende houden. Sinds 2023 hebben we de werkagenda en het Stagepact. Wij zien ontzettend veel enthousiasme om het mbo te versterken, bij docenten en studenten, maar ook bij de MBO Raad en JOBmbo. Het is aan ons in Den Haag om hen actief te ondersteunen in hun missie. Laten we ervoor zorgen dat nog deze kabinetsperiode bijvoorbeeld het onderscheid tussen mbo-, hbo- en wo-studenten zo veel mogelijk wordt weggewerkt. Ik hoop dat de nieuwe minister hier een bondgenoot in is. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik zie het als volgt voor me. Mijn eigen reflectie hierop is dat mbo-studenten vaak uitgebreidere kosten maken voor leermiddelen dan hbo- en wo-studenten, die, even oneerbiedig gezegd, vaak alleen boeken hoeven aan te schaffen. Heel veel mbo-studenten lopen hiertegenaan, ook omdat niet iedereen ouders heeft die daaraan kunnen bijdragen. Ik vind dat dat geen drempel mag zijn om een mbo-opleiding te volgen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Volgens mij is het niet wenselijk dat de toegankelijkheid van een mbo-opleiding afhangt van welke instelling welke regeling heeft. Het lijkt mij goed als wij daar vanuit Den Haag een gemeenschappelijke regeling voor voorstellen, die gewoon voor alle mbo-studenten geldt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Een van de dingen die ook in het reageerakkoord staat, is dat mbo-studenten gelijke toegang moeten hebben tot bijvoorbeeld studentenkroegen, verenigingen et cetera. Nu hoor ik de VVD zeggen: het is goed als mbo-, hbo- en wo-studenten elkaar tegenkomen. Maar ik heb ook gezien dat de VVD fel tegenstander was van het afschaffen van het hospiteerbeleid van studentenwoningen. Dat was juist bedoeld om ervoor te zorgen dat daar ook mbo-studenten terechtkunnen. Hoe kijkt de heer De Beer naar deze discrepantie?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Het afschaffen van het hospiteren is voor de VVD dus geen probleem meer?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik vind het gewoon een beetje een vreemd antwoord. Of je vindt dat mbo-studenten gelijke toegang moeten krijgen tot allerlei voorzieningen of je vindt dat niet. Ik vind het een beetje vreemd om te zeggen dat het genoeg is als dat alleen in de opleidingsstructuur gebeurt. Ik zou toch hopen dat de VVD hier een beetje kleur bekent.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik ben het heel erg eens met de eindconstatering van de heer De Beer dat we alle opleidingsniveaus gelijk moeten waarderen. Ik vroeg me af welke consequentie dat wat de VVD betreft heeft voor de studiefinanciering voor mbo-, hbo- en wo-studenten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ja hoor, voor nu wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik schrik hier eigenlijk bijna gewoon een beetje van, want ik had niet zo heel lang geleden een debat met mevrouw Van der Plas waarin ik vroeg: hoe zou u vinden als we diplomadiscriminatie in de wet zouden zetten? Toen zei mevrouw Van der Plas: daar moeten we even naar kijken. Daarvoor had ik een debat met haar partijgenoot, toevallig de vorige minister van Onderwijs, en die zei: "Nee, laten we het niet in de wet zetten. De samenleving moet het zelf oplossen." Dus is BBB tot inkeer gekomen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik vind dat op zich heel fijn om te horen en voortschrijdend inzicht mag ook, maar kan ik dan nu wel concluderen dat de BBB voorstander of medestander is van zo'n wet tegen diplomadiscriminatie?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik was even mijn handen in onschuld, want ik was niet betrokken bij welke onderwijsbezuiniging dan ook. Ik hoop daarom dat mevrouw Biekman mij een ander antwoord kan geven. Ik hoor haar zeggen: je moet toegang hebben tot het studentenleven, cultuur en sport. Maar dat moet je ook kunnen betalen. En nogmaals, 22% van de mbo-studenten komt niet goed rond. 45% heeft te maken met tegenvallende schoolkosten. Hoe gaan we er dan voor zorgen dat zij meer te besteden krijgen, zodat ze die leermiddelen en dat studentenleven ook kunnen betalen? Ik ben het daarover verder overigens geheel eens met mevrouw Biekman.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ja, ik ga er gewoon op antwoorden, want ik loop er niet voor weg. Ik vind het wel jammer, want mevrouw Biekman zit in een coalitiepartij. Mijn vraag is dus juist wat mevrouw Biekman daaraan gaat doen. In ons verkiezingsprogramma, dat wij hebben laten doorberekenen, kunt u zien dat wij andere keuzes maken dan deze coalitie. Wij vragen namelijk meer geld van grote bedrijven en mensen met veel vermogen. Wij willen de verhoging van de basisbeurs voor alle studenten, het gelijktrekken van de studiefinanciering en de stagevergoeding daarmee betalen. Volgens mij heb ik mijn dekking dus op orde. Mijn vraag aan D66 is wat zij daaraan gaat doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik ga niet nog een keer antwoord geven op een wedervraag, maar ik heb nog wel een andere vraag aan D66. D66 heeft ervoor gekozen om alle uitwonende studenten, dus mbo-, hbo- én wo-studenten, €42 per maand extra te geven. Het overgrote deel van de mbo-studenten woont thuis. Daar had D66 ook een andere keuze in kunnen maken. Ik ben daar wel benieuwd naar. Dat is namelijk geld dat van de Onderwijsbegroting af is gekomen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Met alle respect, de gemiddelde mbo-student kán helemaal niet uit huis. Die krijgt geen stagevergoeding. Die krijgt minder studiefinanciering. Als die student een bbl-traject volgt, dan krijgt die het minimumloon. Daarvan kun je tegenwoordig helaas niet meer een studentenkamer betalen. Die €42 extra voor uitwonende studenten gaat dus vooral naar hbo- en wo-studenten. Nogmaals, wij gunnen hun dat. Aan GroenLinks-PvdA ligt het dus niet. Wij hadden in ons verkiezingsprogramma een verhoging van de basisbeurs voor alle studenten staan, maar ook het gelijktrekken van de studiefinanciering. D66 schetst hier een onmogelijke situatie, waarin er zogenaamd nooit geld uit de OCW-begroting naar het gelijktrekken van de studiefinanciering zou kunnen gaan. Maar D66 heeft er wél voor gekozen om €42 per maand aan uitwonende studenten te geven. Dat zijn vooral hbo- en wo-studenten. Dat zijn de feiten waar we hier mee te maken hebben. D66 is een coalitiepartij. Ik zou dus heel graag horen hoe D66 dit probleem, dat D66 uitgebreid constateert en waarmee D66 het uitgebreid eens is, dan zou willen oplossen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik wil hier iets over zeggen. Ik vind het niet erg dat mevrouw Biekman of andere Kamerleden mij een wedervraag stellen, maar ik vind het een beetje jammer dat daardoor mijn interrupties op zijn. Daar zit ik een beetje mee, want ik heb al die wedervragen wel geprobeerd te beantwoorden. Daar wilde ik een punt van orde over maken.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Raijer. Dan geef ik het woord aan u, voor uw inbreng namens de fractie van de PVV.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Van der Plas.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Raijer, was u het een einde van uw betoog?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dan draag ik het voorzitterschap over aan mevrouw Raijer.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Het volgende vind ik een beetje lastig. Ik hoor best wel welwillendheid in de beantwoording van de minister, maar ik hoor haar ook zeggen: we moeten ervoor zorgen dat we niet meerdere kabinetsperiodes door blijven praten over die gelijke studiefinanciering zonder dat er iets geregeld wordt. Volgens mij is dat precies wat we aan het doen zijn. Ik ben nog niet zo heel lang Kamerlid, maar dit is inmiddels de vierde minister van OCW met wie ik deze discussie voer en die, samengevat, zegt: ik wil het heel graag, maar nu gaat het niet lukken. Ik word al helemaal verdrietig als ik de minister hoor zeggen: het gaat deze kabinetsperiode niet lukken. Ik vind dat toch wel een groot probleem. Ik vind het jammer dat de minister of haar partij niet aan de onderhandelingstafel heeft geregeld dat dit rechtgetrokken wordt. Hoe ziet de minister dit nu verder voor zich?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik vind het toch een onbevredigend antwoord. Het voorstel voor de OCW-begroting komt van de minister en de minister is in charge. Natuurlijk moet zij een meerderheid in de Kamer zien te halen, maar laten we niet doen alsof ons dit allemaal maar overkomt en we er niks meer aan kunnen veranderen, want dat kunnen we volgens mij wel. Ik vind het kwalijk, juist voor al die mensen die op tribune zitten of die thuis misschien in spanning zitten mee te kijken, dat we nu voor de vierde keer op rij met de minister de discussie hebben dat we het voor ons uit schuiven. Het is inderdaad moeilijk om een politieke keuze te maken, maar durf eens te kiezen voor het mbo!
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor de beantwoording. Ik denk dat we een goed eerste debat hebben gevoerd over het mbo. Wat ik lastig vind, is dat het heel erg lijkt op de debatten die we met de vorige ministers over het mbo hebben gevoerd. Dat komt ook, zo zeg ik even tegen mijn collega's, omdat we maar één keer per halfjaar een debat over het mbo voeren. Daar moeten we, denk ik, sowieso wat aan doen. Ik ben toch wel benieuwd wat nu de ambities zijn van de minister, want daar heeft ze nog niks over gezegd. Ik ben ook benieuwd waarmee ze concreet naar de Kamer denkt te komen en wanneer ze dat denkt te gaan doen. Ik hoop toch dat de minister wel in charge blijft over haar eigen begroting. Daar houd ik het bij. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Goed dat mevrouw Van der Plas een tweeminutendebat heeft aangevraagd. Ik had een kruisje op mijn hand gezet zodat ik het niet zou vergeten, maar dat is me toch gelukt! Dus dank daarvoor. Dan mijn vraag aan de heer De Beer. In de eerste termijn hadden wij een debatje over het gelijktrekken van de studiefinanciering. Hij zei toen dat hij daarop zou terugkomen na de beantwoording van de minister. Ik vraag mij af hoe hij daarnaar kijkt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA): Ik snap dat we niet te veel willen interrumperen in de tweede termijn, maar ik vroeg wat de VVD ervan vindt. Ik krijg nu een samenvatting van wat de minister heeft verteld, maar dat heb ik net gehoord.
Bron, video en gesprek →