Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–202731 409Zee- en binnenvaartNr. 512 MOTIE VAN HET LID VELLINGA-BEEMSTERBOERVoorgesteld 8 oktober 2026 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de transportverplichtingen uit de herziene Richtlijnhernieuwbare energie (RED III) sinds 2026 zijn geïmplementeerd, nadat deTweede Kamer het wetsvoorstel met een ruime meerderheid heeftaangenomen;overwegende dat de producenten, leveranciers en afnemers hebbengeïnvesteerd in hernieuwbare brandstoffen en dat de brandstoftransitie-verplichting het voornaamste instrument is dat investeringszekerheidbiedt;overwegende dat Nederland minder afhankelijk moet worden van fossielebrandstoffen, nu de brandstofprijzen door conflicten ver van huis steedsopnieuw oplopen, en dat de brandstoftransitieverplichting daarvoor eenvan de belangrijkste prikkels is;overwegende dat de brandstoftransitieverplichting beperkt invloed heeftop de verplaatsing van bunkervolumes in de zee- en binnenvaart en datdit dus geen reden is om de lat te verlagen;verzoekt de regering toe te zeggen om geen wijzigingen aan te brengen inde oplopende niveaus voor de brandstoftransitieverplichting, zoals diereeds zijn vastgelegd in het Besluit energie vervoer,en gaat over tot de orde van de dag.Vellinga-Beemsterboer kst-31409-512ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 31 409, nr. 512
Bron, video en gesprek →0debatten
59bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·