Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 662Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutlueren Mathlouti over de aanpak van PTSS bijgeüniformeerde beroepen29 517Veiligheidsregio’sNr. 5 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 1 april 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de initiatiefnemers over de Initiatiefnota vande leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bijgeüniformeerde beroepen (Kamerstuk 36 662); Verzamelbrief brandweer,crisisbeheersing en meldkamers (Kamerstuk 29 517, nr. 273).De vragen en opmerkingen zijn op 23 januari 2026 aan de initiatiefnemersvoorgelegd. Bij brief van 1 april 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Meijer kst-36662-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 51 Inhoudsopgaveblz.1.Inleiding22.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en Reactie vande initiatiefnemers22.1 Vragen en opmerkingen vanuit de VVD-fractie enReactie van de initiatiefnemers22.2 Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie enReactie van de initiatiefnemers42.3 Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie enReactie van de initiatiefnemers52.4 Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie enReactie van de initiatiefnemers7 1. Inleiding De initiatiefnemers hebben met veel waardering en belangstellingkennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid en bedanken de leden van de fracties van VVD, CDA, BBB enSGP voor hun vragen en opmerkingen. De initiatiefnemers constaterendat de fracties de urgentie onderkennen van de problematiek van PTSSals beroepsziekte bij geüniformeerden. De initiatiefnemers zullen hiernazo zorgvuldig mogelijk reageren op de gestelde vragen en opmerkingen.2. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en Reactie van deinitiatiefnemers 2.1 Vragen en opmerkingen vanuit de VVD-fractie en Reactie van deinitiatiefnemers De leden van de VVD-fractie hebben met veel belangstelling, waarderingen interesse kennisgenomen van de initiatiefnota van de leden Straatman,Mutluer en Van der Werf over de aanpak van posttraumatische stress-stoornis (hierna: PTSS) bij geüniformeerde beroepen (hierna: de initia-tiefnota) en onderschrijven het belang van goede PTSS-zorg voorgeüniformeerde beroepen. Deze leden hebben nog enkele vragen over demaatregelen die worden voorgesteld in de initiatiefnota.De leden van de VVD-fractie lezen dat de initiatiefnemers van harte pleitenvoor een landelijk loket dat onafhankelijk is ingericht en buiten de eigenorganisaties staat, zodat de drempel om hulp te vragen lager wordt. Deaan het woord zijnde leden vragen de initiatiefnemers hoe zij voor zichzien hoe geborgd kan worden dat zo’n landelijk loket over de juisteexpertise over de verschillende geüniformeerde beroepen beschikt en datbinnen het landelijk loket alle verschillende geüniformeerde beroepenvertegenwoordigd zijn.De initiatiefnemers danken de leden van de VVD-fractie voor de uitge-sproken waardering en interesse in de initiatiefnota. De initiatiefnemersbeogen met het op te richten loket bestaande expertise landelijk tebundelen en toegankelijk te maken, zodat één centraal punt ontstaat waarexpertise rondom PTSS bij geüniformeerden wordt gebundeld. Borgingvan expertise vindt plaats door expliciet aan te sluiten bij bestaandegespecialiseerde instellingen en zorgnetwerken binnen hoog-risico-beroepen. Daarmee blijft maatwerk per geüniformeerd beroep behouden.De initiatiefnemers noemen het Nederlands Veteraneninstituut alsvoorbeeld van een 24/7 bereikbaar loket waarin expertise, begeleiding engespecialiseerde zorg landelijk, met oog voor maatwerk, wordt georgani-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 52 seerd. Het Nederlands Veteraneninstituut zou die centrale rol, wat betreftinitiatiefnemers, ook breder kunnen vervullen.De toegevoegde waarde van het samenbrengen van vertegenwoordigersvan verschillende geüniformeerde beroepen in één centraal loket ligt inhet benutten van al aanwezige sectorale kennis en ervaring. Het loket isgeen inhoudelijke vervanger van bestaande zorgstructuren, maar eencentrale toegangspoort die expertise samenbrengt. Daarmee ontstaatruimte voor onderlinge kennisdeling tussen (in ieder geval) politie,defensie, brandweer, ambulance en boa’s, juist omdat de traumatischebelasting in deze beroepen wezenlijke overeenkomsten vertoont. Deborging zit dus niet in het creëren van een nieuwe medische structuur,maar in het organiseren van bestaande deskundigheid in één landelijksamenhangende voorziening.De leden van de VVD-fractie lezen voorts in de kabinetsreactie op deinitiatiefnota dat Defensie, de Dienst Justitiële Inrichtingen, Douane enPolitie al langer samenwerken aan vraagstukken op het gebied van humanresources in een samenwerkingsverband. Zij vragen de initiatiefnemershoe dit soort samenwerkingen kunnen voort blijven bestaan en waarmogelijk worden versterkt met de oprichting van een landelijk loket.Het voorgestelde landelijk loket is bedoeld als aanvulling op bestaandesamenwerkingsverbanden. De initiatiefnemers beogen geen herstructu-rering van bestaande HR-overleggen of interdepartementale samenwer-kingen. Integendeel: het loket kan deze samenwerkingen versterkendoordat expertise over beroepsgerelateerde traumaklachten centraalwordt gebundeld en breder beschikbaar komt.Bestaande HR-samenwerkingsverbanden kunnen hun rol dus behouden inbeleidsontwikkeling, personeelsbeleid en inzetbaarheid. Het landelijk loketvoegt daaraan een onafhankelijke en gespecialiseerde toegang totondersteuning toe. Daarmee ontstaat een versterkende wisselwerking:beleidsmatige samenwerking blijft bestaan, terwijl inhoudelijke expertiselandelijk toegankelijk wordt georganiseerd. Daarmee kan het loketbijdragen aan verdere kennisuitwisseling en een meer uniforme aanpakvan beroepsgerelateerde PTSS, zonder bestaande samenwerkingsstruc-turen te doorkruisen.De initiatiefnemers merken ten overvloede op dat in de initiatiefnota nuten noodzaak van een landelijk PTSS-meldpunt, met bijbehorendezorgafspraken en erkenning als beroepsziekte, is uitgewerkt voormedewerkers van de politie, defensie, boa’s, brandweer en ambulanceper-soneel. Er zijn echter meer personen die in het algemeen belang eengeüniformeerd beroep uitoefenen en die hoog risico lopen op PTSS,waaronder medewerkers van de douane en de dienst justitiële inrich-tingen. De initiatiefnemers roepen de betrokken bewindspersonen daaromook op te onderzoeken of, en zo ja welke, andere beroepsgronden, ookaangesloten zouden moeten worden op het landelijk PTSS-meldpunt.’De leden van de VVD-fractie onderschrijven dat de drempel omproblemen binnen de eigen organisatie aan te kaarten hoog is, indienbijvoorbeeld het risico bestaat dat men direct het dienstwapen in moetleveren en geen werk meer kan uitvoeren. Tegelijkertijd benadrukken dezeleden het belang van nauwe samenwerking en informatie-uitwisselingmet de werkgever wanneer er risico ontstaat op het niet langer naarbehoren kunnen uitoefenen van de functie. Hoe willen initiatiefnemersdeze informatie-uitwisseling met een landelijk loket borgen zonderafbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van het loket?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 53 De initiatiefnemers maken bewust onderscheid tussen drie rollen: hetlandelijk loket, de zorgprofessional en de werkgever. Het landelijk loketfungeert als onafhankelijke toegangspoort voor signalering enbegeleiding, en staat dus ook bewust buiten de eigen organisatie zodatmedewerkers zich veilig voelen om klachten te bespreken zonder dat ditdirecte gevolgen heeft. Het loket beoordeelt geen inzetbaarheid, neemtgeen besluiten over bewapening of rechtspositie en treedt niet inarbeidsrechtelijke verhoudingen. De beoordeling van inzetbaarheid enveiligheid blijft plaatsvinden binnen de bestaande structuren, waaronder:•de lijnverantwoordelijkheid van de werkgever;•de rol van de leidinggevende;•de bedrijfsarts en arbodienst;•de bestaande sectorale regelingen rond beroepsziekte, verzuim enre-integratie.Wanneer er signalen zijn dat inzetbaarheid mogelijk in het geding is, looptdit via de reguliere bedrijfsgezondheidskundige route en niet via het loket.Het loket is geen meldpunt richting de werkgever, maar een laagdrem-pelige voorziening voor advies, hulp en ondersteuning.Juist doordat medewerkers eerder en vertrouwelijk ondersteuning kunnenzoeken, kan problematiek tijdig worden gesignaleerd en, indien nodig,binnen de bestaande werkgevers- en zorgstructuren worden opgepakt.Daarmee blijven de verantwoordelijkheden van werkgever en zorgprofes-sionals volledig intact, terwijl de onafhankelijkheid van het loketbehouden blijft.2.2 Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie en Reactie van deinitiatiefnemers De leden van de CDA-fractie hebben met grote interesse kennisgenomenvan de initiatiefnota, alsmede van de daarbij behorende stukken. Zijdanken de initiatiefnemers hiervoor. Deze leden hebben er nog enkelevragen over.De leden van de CDA-fractie constateren dat voor de brandweer inmiddelsstappen zijn gezet richting een landelijke erkenning van PTSS alsberoepsziekte, maar dat de uitvoering primair bij de veiligheidsregio’sblijft liggen. Deze leden vragen de initiatiefnemers hoe wordt geborgd datdeze regeling in de praktijk leidt tot gelijke toegang tot zorg en onder-steuning, ongeacht regio.De initiatiefnemers benadrukken dat het een positieve ontwikkeling is datbij de brandweer stappen worden gezet richting landelijke erkenning.Inmiddels zijn ook via amendement Mutluer/van Nispen de financiëlemiddelen om dit uit te voeren georganiseerd.1 Maar verbetering ismogelijk en noodzakelijk. Met onderhavige initiatiefnota beogen deinitiatiefnemers dit te verbeteren, door het wegnemen van regionaleverschillen in erkenning en ondersteuning met het oprichten van eenlandelijk PTSS-loket. Waar uitvoering nu per veiligheidsregio kanverschillen, beoogt dit landelijk loket gelijke toegang tot expertise enondersteuning te organiseren ongeacht de regio waar de werknemerwerkzaam is. De bedoeling van deze nota is het landelijk organiseren vantoegang tot deskundigheid en begeleiding.De recent tot stand gekomen regeling voor brandweerlieden binnenveiligheidsregio’s laat ook verschillen zien, bijvoorbeeld in financiëlecompensatie, met regelingen bij andere hoog-risico beroepen. Een1Amendement van de leden Mutluer en Van Nispen, 36 725 VI, nr. 16, 30 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 54 landelijke coördinatie vanuit een landelijk loket biedt ook ruimte omsectorale regelingen, met ruimte voor maatwerk, op elkaar af te stemmen,zodat geen ongerechtvaardigde verschillen tussen sectoren ontstaan.De initiatiefnemers stellen dat borging van gelijke toegang niet alleen ligtin erkenning als beroepsziekte, maar dus ook in een uniforme, landelijkgeorganiseerde structuur naar voorbeeld van het Nederlands Veteranenin-stituut. Daarmee wordt aldus beoogd dat medewerkers, ongeacht regio,toegang hebben tot vergelijkbare ondersteuning en expertise, dieondersteuning en expertise binnen sectoren kan worden gedeeld, en waarnodig laagdrempelig op elkaar kan worden afgestemd.De leden van de CDA-fractie constateren dat de initiatiefnota inzet op eenlandelijk, onafhankelijk PTSS-loket voor geüniformeerde beroepen enherkennen daarbij de wens om voort te bouwen op bestaande kennis enstructuren. Zij vragen of de initiatiefnemers ook van mening zijn dat hetaansluiten bij bestaande voorzieningen, zoals het Nederlands Veteranen-instituut, kan bijdragen aan een snellere en uitvoerbare realisatie van dedoelstellingen uit deze initiatiefnota.De initiatiefnemers zijn dit met de leden van de CDA-fractie eens. Hetbenutten van reeds bestaande infrastructuur, expertise en zorgnetwerkenvoorkomt dat nieuwe structuren vanaf nul moeten worden opgebouwd.Dit komt ten goede aan de kwaliteit van de begeleiding, hulp en onder-steuning. Ook kan op die manier gefaseerd worden toegewerkt naar eenbredere landelijke voorziening, waarbij bestaande expertise als fundamentdient. Aansluiting kan gevonden worden bij bestaande voorzieningenzoals het Nederlands Veteraneninstituut.2.3 Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie en Reactie van deinitiatiefnemers De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de initiatiefnota.Geüniformeerde professionals, zoals militairen, politieagenten, buiten-gewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s), brandweerlieden enambulancemedewerkers, worden in hun werk geregeld blootgesteld aanheftige en traumatische gebeurtenissen. Daardoor lopen zij een verhoogdrisico op het ontwikkelen van PTSS. De initiatiefnemers constateren dat dehulp en ondersteuning voor deze groepen versnipperd, ongelijk en vaakonvoldoende is. PTSS wordt niet overal erkend als beroepsziekte en dekwaliteit van nazorg verschilt sterk per sector en per werkgever.De leden van de BBB-fractie constateren dat bij Defensie PTSS wettelijk iserkend en er een goed ontwikkeld zorgstelsel bestaat, onder meer via hetNederlands Veteraneninstituut en het 24/7 Veteranenloket. De politie kentsinds 2013 ook erkenning van PTSS als beroepsziekte, maar de zorg issinds 2023 weer intern georganiseerd, wat de laagdrempeligheid enonafhankelijkheid onder druk zet. Boa’s hebben te maken met een zeergefragmenteerde werkgeversstructuur (ruim 1.100 werkgevers), geenlandelijke erkenning van PTSS en grote verschillen in nazorg. Brandweer-lieden zijn afhankelijk van de veiligheidsregio waarin zij werken; PTSS isniet landelijk erkend en nazorg en preventie zijn niet uniform. Voorambulancemedewerkers bestaan wel opvangstructuren zoals Bedrijfs-opvang Teams, maar de kwaliteit verschilt sterk per regio en slechtsenkele regio’s zijn aangesloten bij het Steunpunt Ambulance.De leden van de BBB-fractie lezen dat de initiatiefnemers benadrukken datPTSS zich soms pas jaren later openbaart, waardoor mensen dieinmiddels geen dienstverband meer hebben, vaak tussen wal en schipvallen. Ook ontbreekt het in opleidingen aan structurele aandacht voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 55 mentale weerbaarheid en het herkennen van PTSS-signalen. De huidigeversnippering leidt tot ongelijkheid, vertraagde hulp en onnodigepsychische en maatschappelijke schade. Ook stellen de initiatiefnemersdat PTSS als beroepsziekte voor alle geüniformeerde beroepen landelijkerkend moet worden, zodat iedereen toegang heeft tot dezelfde rechten,voorzieningen en ondersteuning, ongeacht werkgever of regio. Daarnaastmoet onderzocht worden of andere beroepen met hoge traumarisico’s,zoals binnen Douane, kustwacht, Koninklijke Nederlandse ReddingMaatschappij of reddingsbrigades, eveneens baat zouden hebben bijaansluiting op het landelijke loket.De leden van de BBB-fractie onderschrijven, evenals de initiatiefnemers,het belang van een eenduidig en gelijkwaardig systeem voor allepersonen die binnen een geüniformeerd beroep PTSS hebben opgelopen.Het uitgangspunt dat erkenning, zorg en nazorg niet afhankelijk zoudenmogen zijn van werkgever, regio of sector, achten zij van groot belang.Deze leden vragen echter hoe de initiatiefnemers onderscheid willenmaken tussen alle beroepen die wel of geen aanspraak maken opPTSS-zorg. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de initiatiefnota inbelangrijke mate oproept tot nader onderzoek naar de wijze waarop eenlandelijk systeem vormgegeven kan worden. Gelet op het ontbreken vanconcrete uitwerking op het gebied van uitvoering, verantwoordelijkhedenen financiële consequenties, achten deze leden het op dit moment nietpassend om de initiatiefnota te steunen als richtinggevend voorstel. Eensysteem zoals wordt voorgesteld in de initiatiefnota gaat miljarden kostenen hier wordt in de nota geen dekking voor gegeven. Zodra er meerduidelijkheid ontstaat over de inrichting van het systeem, de betrokkenpartijen en de financiële gevolgen, zullen deze leden hun standpuntnogmaals bezien.De initiatiefnemers danken de leden van de BBB-fractie voor de analyseen delen deze in belangrijke mate ook. Toch willen de initiatiefnemersbenadrukken dat de initiatiefnota zich richt op geüniformeerde beroependie structureel beroepsmatig worden blootgesteld aan traumatischesituaties. De afbakening is daarmee gekoppeld aan de aard van depublieke taak en de structurele blootstelling aan potentieel traumatischegebeurtenissen. Erkenning als beroepsziekte betreft immers een arbeids-rechtelijke en rechtspositionele kwestie die per sector wettelijk ofcao-matig moet worden geregeld. De initiatiefnemers noemen nadruk-kelijk defensie, politie, brandweer, ambulancepersoneel en boa’s enstellen voor te onderzoeken of uitbreiding naar vergelijkbare beroeps-groepen, zoals douane of kustwacht, passend is. De reikwijdte is daarmeegekoppeld aan de aard van het beroep.Uitbreiding naar andere risicobe-roepen kan plaatsvinden na evaluatie en op basis van een degelijkeonderbouwing. Hiermee wordt willekeur voorkomen en blijft het systeembeheersbaar.De initiatiefnota is richtinggevend en ziet primair op organisatorischebundeling van de al bestaande expertise en structuren, niet op hetopzetten van een volledig nieuw zorgstelsel. De initiatiefnemers hebbendaarom in tegenstelling tot de leden van de BBB-fractie geen reden omaan te nemen dat dit miljarden zou gaan kosten. De initiatiefnemers willendaarnaast wijzen op de maatschappelijke kosten van het ontbreken vaneen uniforme aanpak, zoals langdurig verzuim en hogere zorgkosten. Totslot erkennen de initiatiefnemers dat nadere uitwerking nodig is tenaanzien van financiering. Juist daarom bepleiten zij een gefaseerdeinvoering, waarbij eerst een landelijk coördinatie- en expertisecentrumwordt ingericht, gevolgd door evaluatie en eventuele uitbreiding.Met deze nadere toelichting beogen de initiatiefnemers te verduidelijkendat het voorstel niet neerkomt op een onbegrensd of financieel ongedektTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 56 systeem, maar op een zorgvuldig afgebakende en stapsgewijzeversterking van de zorg en nazorg voor geüniformeerde professionals metPTSS.2.4 Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie en Reactie van deinitiatiefnemers De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de initiatiefnota. Deze leden waarderen de inzet van de initiatief-nemers om aandacht te vragen voor de mentale gezondheid vanprofessionals die in het kader van openbare orde, veiligheid en hulpver-lening dagelijks geconfronteerd worden met traumatische gebeurte-nissen. Zij maken gaarne gebruik van de mogelijkheid om enkele vragente stellen.De leden van de SGP-fractie lezen dat volgens de initiatiefnemers dehuidige aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen onvoldoendesamenhang en gelijke behandeling biedt. Deze leden vragen de initiatief-nemers om concreet uiteen te zetten welke lacunes er zijn in de bestaandezorg-, preventie- en nazorgstructuren voor PTSS bij geüniformeerden enhoe deze lacunes zijn vastgesteld. Zij vragen tevens welke definitie vanPTSS de initiatiefnemers hanteren binnen hun nota en of deze in lijn ismet de meest recente medische en epidemiologische richtlijnen, omzowel onder- als overdiagnose te vermijden.De initiatiefnemers danken de leden van de SGP-fractie voor de uitge-sproken waardering. Volgens de initiatiefnemers ligt de lacune niet in hetontbreken van zorgstructuren, maar in de versnippering en ongelijketoegang tot die structuren en de erkenning en ondersteuning bij PTSS alsberoepsziekte. Verschillen tussen sectoren en regio’s leiden totongelijkheid, zeker omdat het voor sommige beroepen zelfs uitmaakt inwelke regio de werknemer werkzaam is als het gaat om de erkenning vanPTSS als beroepsziekte en welke steun wordt geboden. Dat is volgens deinitiatiefnemers zeer onwenselijk.De initiatiefnemers constateren wel lacunes in de sectorale aanpak vanpreventie en nazorg. Het landelijk loket kan hierin een spilfunctievervullen. Daar waar binnen sectoren of regio’s een succesvolle preventie-aanpak wordt uitgerold, kan die kennis en expertise binnen een landelijkestructuur eenvoudig worden gedeeld met andere sectoren en/of regio’s,hetgeen de preventie-aanpak breed versterkt. Daarnaast geldt dat hetlandelijk loket wat initiatiefnemers betreft nadrukkelijk ook beschikbaarmoet komen voor professionals die niet langer bij de betreffendegeüniformeerde werkgever werken waar de professional de PTSS heeftopgelopen. De lacune in nazorgregelingen voor deze groep professionalsvraagt ook coördinatie en afstemming. Die kan gericht via een landelijkloket worden georganiseerd.In de initiatiefnota wordt door de initiatiefnemers geen nieuwe medischedefinitie van PTSS geïntroduceerd en wordt niet voorgesteld omdiagnostische criteria te wijzigen. Er wordt, zo benadrukken de initiatief-nemers, aangesloten bij bestaande medische richtlijnen en sectoraleerkenning. Door deze te bundelen kan op een meer efficiënte en professi-onele manier hulp en ondersteuning geboden worden aan geünifor-meerden die te maken krijgen met PTSS als beroepsziekte.De leden van de SGP-fractie lezen dat de voorgestelde maatregelen ondermeer een landelijke structuur voor erkenning, betere preventie enconsistente nazorg voor PTSS bij geüniformeerden beogen. Deze ledenvragen welk juridisch kader en welke juridische consequenties deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 57 initiatiefnemers zien bij de wens om tot landelijke erkenning en regie tekomen, met name ten aanzien van bestaande arbeids-, sociale zekerheids-en verzekeringskaders. Zij vragen in hoeverre de voorgestelde landelijkestructuur rekening houdt met verschillen tussen sectoren (bijvoorbeeldpolitie, brandweer, Defensie, ambulancediensten) en hoe wordtvoorkomen dat één standaard onvoldoende maatwerk biedt.In de initiatiefnota constateren de initiatiefnemers dat erkenning van PTSSals beroepsziekte en de bijbehorende regelingen per sector verschillen,met name tussen defensie en politie enerzijds en brandweer, ambulanceen boa’s anderzijds. De voorgestelde landelijke structuur in de vorm vaneen PTSS-loket is primair gericht op het verkleinen van deze verschillendoor expertise, signalering, ondersteuning en nazorg landelijk tebundelen. Dat wil niet zeggen dat geen ruimte meer bestaat voormaatwerk. Het landelijk loket biedt echter ruimte om sectorale afwijkingenaf te stemmen, zodat geen ongerechtvaardigde verschillen meer bestaanin de ondersteuning van PTSS.De initiatiefnemers benadrukken dat de initiatiefnota aldus geen voorstelbevat tot wijziging van arbeidsrechtelijke, sociale zekerheids- of verzeke-ringskaders. Werkgevers blijven verantwoordelijk voor rechtspositioneleen arbeidsrechtelijke consequenties. Met een landelijk en eenduidig loketkan betere hulp en ondersteuning geboden worden als een geünifor-meerde te maken heeft met PTSS als gevolg van hun werk. Ten aanzienvan verschillen tussen sectoren erkennen de initiatiefnemers dat politie,defensie, brandweer en ambulance in verschillende organisatorische enjuridische kaders opereren. De voorgestelde landelijke structuur is daaromniet bedoeld als één uniforme rechtspositionele standaard, maar als eencentrale voorziening waar expertise en kennis worden gebundeld, metruimte om aan te sluiten bij de bestaande sectorale kaders en zorglijnen.Daarmee wordt beoogd landelijke samenhang te versterken, zonder hetnoodzakelijke maatwerk binnen sectoren te doorkruisen.De leden van de SGP-fractie hebben enkele vragen met betrekking tot debeslispunten die in de initiatiefnota worden opgesomd. Zij vragen deinitiatiefnemers te verduidelijken wat precies wordt verstaan onderlandelijke erkenning en regie. Zo vragen zij of hiermee wordt beoogd datPTSS als beroepsziekte formeel wordt erkend en, zo ja, binnen welkewettelijke kaders. Voorts vragen deze leden welke juridische conse-quenties voorzien worden voor werkgevers, werknemers en het socialeze-kerheidsstelsel. Zij vragen de initiatiefnemers hoe een dergelijkeerkenning zich verhoudt tot bestaande regelingen zoals de recentefinanciële inzet voor een PTSS-regeling bij bepaalde groepen geünifor-meerden.In de initiatiefnota verstaan de initiatiefnemers onder landelijke erkenningen regie dat PTSS bij geüniformeerde beroepen op uniforme wijze wordterkend en dat expertise, signalering, ondersteuning en nazorg landelijkworden gebundeld. De initiatiefnemers constateren dat PTSS bij defensieen politie al langere tijd als beroepsziekte is erkend, terwijl dit bij andereberoepsgroepen, zoals brandweer en boa’s, niet landelijk uniform isgeregeld. Met landelijke erkenning wordt beoogd deze verschillen teverkleinen.De initiatiefnota bevat geen concreet wetsvoorstel en wijzigt geenbestaande arbeids- of socialezekerheidswetgeving. De initiatiefnemersdoen geen voorstel tot aanpassing van specifieke wettelijke kaders, maarpleiten voor een meer uniforme ondersteuning binnen het bestaandestelsel. De verantwoordelijkheid voor rechtspositionele en arbeidsrechte-lijke consequenties blijft bij de afzonderlijke werkgevers en binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 58 geldende sectorale kaders. De voorgestelde landelijke structuur beoogtdus ook geen afbreuk te doen aan bestaande regelingen, zoals recentefinanciële inzet voor PTSS-regelingen binnen specifieke sectoren, maarjuist bij te dragen aan een meer uniforme en samenhangende aanpakvoor hulp en ondersteuning.De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers om concretespecificatie van de voorgestelde preventieve maatregelen en screenings-instrumenten. Zij vragen daarbij in het bijzonder in te gaan op de wijzewaarin wordt voorkomen dat screening kan leiden tot stigmatisering ofongewenste gevolgen voor de inzetbaarheid van medewerkers. Zij vragende initiatiefnemers hoe de relatie wordt gelegd tussen vroege signaleringen bestaande verantwoordelijkheden van leidinggevenden, bedrijfsartsenen arbodiensten.De initiatiefnemers verstaan onder preventie onder meer het versterkenvan mentale weerbaarheid en het verbeteren van vroegsignalering binnenopleidingen en organisaties van geüniformeerde beroepen. De initiatief-nemers pleiten voor gelijke aandacht voor mentale weerbaarheid ensignalering van PTSS binnen de verschillende beroepsgroepen, maarwerken geen afzonderlijke screeningsinstrumenten of verplichte testmo-menten uit. De initiatiefnota bevat dan ook geen voorstel voor nieuwemedische screeningssystematiek. De initiatiefnemers beogen metvroegsignalering vooral het verlagen van de drempel tot het tijdigbespreekbaar maken van klachten en het bundelen van expertise via eenlandelijk loket. Daarmee is het doel niet om inzetbaarheid vooraf teselecteren of te beperken, maar om eerder ondersteuning te bieden enescalatie te voorkomen. Wel vragen de initiatiefnemers aandacht voor hetbelang van kennis en onderwijs over PTSS in de beroepsopleidingen vande geüniformeerde beroepen, zoals bij de Politieacademie.Ten aanzien van het risico op stigmatisering geldt dat de initiatiefnemersmet het voorstel voor een landelijk meldpunt juist het tegenovergesteldewillen bewerkstellen. Een onafhankelijke en laagdrempelige structuurdraagt, wat de initiatiefnemers betreft, bij aan normalisering en tijdigeondersteuning, zonder directe organisatorische consequenties. Deinitiatiefnota introduceert geen verplicht screeningsregime dat inzet-baarheid voorafgaand zou kunnen beïnvloeden.Voor de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het loket en de werkgeververwijzen de initiatiefnemers naar het antwoord op de vraag over hetjuridisch kader die is gesteld door de leden van de VVD-fractie.Werkgevers en arbodiensten behouden hun huidige verantwoordelijk-heden.De leden van de SGP-fractie vragen hoe de voorgestelde zorg- ennazorgpaden zich onderscheiden van het bestaande aanbod binnen degeestelijke gezondheidszorg en specialistische zorgstructuren voorgeüniformeerden. Zij vragen welke garanties gegeven kunnen worden datde voorgestelde behandeltrajecten empirisch onderbouwd en effectiefzijn.Zoals toegelicht bij de beantwoording op de vraag over de definitie vanPTSS, introduceert de initiatiefnota geen nieuwe behandelstandaarden.De voorgestelde structuur ziet op organisatorische versterking vantoegang en samenhang, niet op het ontwikkelen van nieuwe behandelme-thoden. Bestaande gespecialiseerde zorgstructuren blijven daaromongewijzigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 59 De initiatiefnemers constateren dat gespecialiseerde zorg en expertisevoor geüniformeerde beroepen reeds aanwezig zijn, maar dat dezeversnipperd en niet voor alle beroepsgroepen gelijk toegankelijk zijn. Hetvoorstel richt zich daarom op het bundelen van expertise, signalering,ondersteuning en doorgeleiding via een landelijk loket, waarbij gebruikwordt gemaakt van bestaande zorglijnen en netwerken.De leden van de SGP-fractie vragen hoe aandacht wordt besteed aanre-integratie en participatie in werk en samenleving, naast medischebehandeling. Voorts vragen zij de initiatiefnemers of onderzocht is ofbestaande regelingen kunnen worden verbeterd zonder nieuwe wettelijkeverplichtingen.Ondersteuning bij PTSS houdt volgens de initiatiefnemers niet op bij debehandeling, maar ziet ook op begeleiding, herstel en terugkeer naarwerk. De initiatiefnemers constateren dat nazorg en begeleiding nu persector en regio verschillend zijn georganiseerd. Zo bestaan er bij defensieen politie meer uitgewerkte landelijke structuren, terwijl bij andereberoepsgroepen ondersteuning afhankelijk kan zijn van de regio ofwerkgever.Re-integratie blijft volgens de initiatiefnemers een werkgeversverantwoor-delijkheid binnen de bestaande wettelijke kaders. Het landelijk loketbeoogt gelijke toegang tot ondersteuning bij herstel en terugkeer naarwerk te bevorderen. Daarbij is wel een rol weggelegd voor het landelijkmeldpunt om kennis over nazorgregelingen tussen en binnen sectoren tedelen, en waar mogelijk, op elkaar af te stemmen. Voor de juridischekaders verwijzen de initiatiefnemers de leden van de SGP-fractie naar heteerdere antwoord over de verantwoordelijkheidsverdeling.De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers inzicht te geven inde beoogde monitoringssystematiek, inclusief welke gegevens wordenverzameld en hoe privacy wordt gewaarborgd. Zij vragen hierbij in tegaan op de hiervoor te hanteren indicatoren voor effectiviteit en kwaliteitvan de maatregelen. Zij vragen de initiatiefnemers ook hoe de uitkomstenvan monitoring en evaluatie periodiek worden teruggekoppeld aan deKamer voor mogelijke bijstelling.De initiatiefnota bevat geen uitgewerkte monitoringssystematiek ofnieuwe registratiesystemen. Eventuele gegevensverwerking zal plaats-vinden binnen bestaande wettelijke privacykaders. Voor zover beper-kingen in gegevensuitwisseling een goede samenwerking van allepartners binnen het landelijk meldpunt in de weg zouden zitten, moetendaarvoor maatwerk afspraken worden gemaakt. Nadere uitwerking vanmonitoring en rapportage maakt onderdeel uit van verdere concretisering.De terugkoppeling aan de Tweede Kamer kan via de reguliere verantwoor-dingscyclus plaatsvinden.De leden van de SGP-fractie vragen de initiatiefnemers om een financieeloverzicht van de voorgestelde beslispunten, uitgesplitst naar preventie,organisatie en zorgcomponenten, en te verduidelijken hoe deze kostengedekt kunnen worden binnen bestaande begrotingskaders. Zij verzoekende initiatiefnemers aan te geven hoe de rol van het Rijk zich verhoudt totdie van werkgevers en sectorale instanties bij de financiering en imple-mentatie van de voorgestelde maatregelen.De initiatiefnemers hebben geen financieel kader opgenomen dat isuitgesplitst naar preventie, organisatie en zorgcomponenten. De voorge-stelde maatregelen zien namelijk primair op het bundelen van bestaandeexpertise, het versterken van samenhang en het beter benutten van alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 510 aanwezige zorglijnen en structuren. Het voorstel is dat de huidigewerkgevers zich inzetten om dit PTSS-instituut operationeel te maken. Hetuitgangspunt is dat niet vanaf nul een nieuw zorgstelsel wordtopgebouwd, maar dat bestaande voorzieningen worden verbonden enwaar nodig uitgebreid. In die zin beogen de initiatiefnemers geen nieuwfinancieringsstelsel te introduceren.Het bundelen van de hulp en ondersteuning voor werknemers die temaken krijgen met PTSS als beroepsziekte, kan leiden tot het snellersignaleren van mentale klachten en snellere hulp. Dit kan bijdragen aanhet hulptraject en kan terugkeer naar werk bevorderen. Uiteindelijk kan ditdus ook kostenbesparend zijn, omdat bij een vroegere signalering ergerkan worden voorkomen, bijvoorbeeld permanente uitval. De maatschap-pelijke kosten van het ontbreken van een uniforme aanpak, zoalslangdurig verzuim en hoge zorgkosten, zijn nu hoger dan wanneer dejuiste hulp op tijd beschikbaar is. Werkgevers blijven daarnaast verant-woordelijk voor sectorale uitvoering. Het Rijk heeft een rol bij hetbevorderen van landelijke samenhang, regie en kennisdeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 662, nr. 511
Bron, video en gesprek →0debatten
1.203bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: JA21 (2021-03-31–heden) · Groep Eerdmans-van Schijndel (2006-09-25–2006-11-29) · LPF (2002-05-23–2006-09-24) ·