KamerkringInloggen
Joost Eerdmans

Officieel Kamerprofiel

Joost Eerdmans

JA21 →
0debatten
1.201bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: JA21 (2021-03-31–heden) · Groep Eerdmans-van Schijndel (2006-09-25–2006-11-29) · LPF (2002-05-23–2006-09-24) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
17 apr 2026 · Kamerstuk

2026D18608INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGDe vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd over de documentaire «Streaming Hell».De voorzitter van de commissie,EerdmansAdjunct-griffier van de commissie,Meijer nds-tk-2026D186081 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties1.Vragen en opmerkingen vanuit de D66-fractie2.Vragen en opmerkingen vanuit de GroenLinks-PvdA-fractie3.Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie4.Vragen en opmerkingen vanuit de JA21-fractie5.Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie6.Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie7.Vragen en opmerkingen vanuit de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en50PLUS-fractiesII.Reactie van de Minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties 1. Vragen en opmerkingen vanuit de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de documentaire «Streaming hell», waarin seksueel misbruik vanFilipijnse kinderen via livestreams centraal staat, bekeken door een groepNederlandse mannen (hierna: de documentaire). Deze leden maken zichernstige zorgen over de toename van online seksueel misbruik en de wijzewaarop digitale technologieën en het internet nieuwe vormen vanseksueel misbruik faciliteren. Deze leden verzoeken de Minister uiteen tezetten welke concrete maatregelen momenteel worden genomen om dezegroeiende vorm van online seksueel misbruik tegen te gaan. Welkeopsporingsbevoegdheden en instrumenten staan de politie en hetOpenbaar Ministerie (OM) ter beschikking bij de aanpak van misbruik vialivestreams? In hoeverre acht de Minister deze middelen toereikend, medegelet op de ontwikkelingen op dit terrein?De leden van de D66-fractie spreken bijzondere waardering uit voorvoortvarende en effectieve samenwerking en informatie-uitwisseling dieplaatsvindt tussen Nederlandse en Filipijnse instanties. Tegelijkertijd zijndeze leden zich ervan bewust dat dergelijk online seksueel misbruik zichmogelijk niet beperkt tot de Filipijnen en in méér landen plaatsvindt. Dezeleden vragen de Minister toe te lichten op welke wijze internationalesamenwerking met andere landen op dit moment is vormgegeven. Wordtactief ingezet op het versterken of opzetten van samenwerkingsrelatiesmet landen waar vergelijkbare problematiek speelt?De leden van de D66-fractie signaleren de grote druk waaronder zedenre-chercheurs opereren. Zij constateren dat de werkzaamheden niet alleenintensief, maar ook psychisch zwaar zijn en dat al geruime tijd sprake isvan een personeelstekort. Deze leden verzoeken de Minister aan te gevenwelke maatregelen de afgelopen jaren zijn genomen om de zedenre-cherche te ondersteunen, zowel op mankracht als op voorzieningen terondersteuning van de mentale gezondheid en nazorg van zedenrecher-cheurs.De leden van de D66-fractie merken op dat in de documentaire wordtaangegeven dat strafrechtelijke vervolging van Nederlandse mannen diedeelnemen aan dergelijke livestreams complex kan zijn, onder meeromdat zij zich niet fysiek op de plaats van het misbruik bevinden en opafstand instructies geven. Deze leden vragen de Minister dan ook tereflecteren op de huidige mogelijkheden tot vervolging van deelname aandeze livestreams en vragen hem toe te lichten of de huidige wet- en2 regelgeving voldoende is ingebed op nieuwe grensoverschrijdendevormen van online seksueel misbruik.De leden van de D66-fractie delen de mening dat online organisaties,techbedrijven en financiële instellingen ook een verantwoordelijkheiddragen in het tegengaan van online seksueel misbruik. Deze leden vragende Minister dan ook in te gaan op de mogelijkheden om deze bedrijvenaan te spreken op hun verantwoordelijkheid wanneer hun dienstenworden gebruikt voor dergelijke praktijken. Acht de Minister het huidigetoezicht en handhaving ten aanzien van deze actoren toereikend? Welkeaanvullende maatregelen zijn volgens de Minister mogelijk?2. Vragen en opmerkingen vanuit de GroenLinks-PvdA-fractie De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de documentairebekeken. Zij zijn diep verontrust over de bevindingen van de rapportage-makers en uiten hun waardering voor de reddingswerkers. Over deaanpak van internationaal online seksueel kindermisbruik hebben zijvragen aan de Minister.Ten eerste vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie welk specifiekbeleid het kabinet nu voert om online seksueel kindermisbruik vialivestreaming te bestrijden. Welke acties voert het kabinet uit en welkeorganisaties financiert of ondersteunt het kabinet die slachtoffers helpen,misdrijven voorkomen en daders oppakken? Deze leden vragen deMinister te beschrijven hoe groot het Team Bestrijding Kinderporno enKindersekstoerisme (TBKK) van de politie momenteel is, en toe te lichtenof er genoeg capaciteit is om tijdig en effectief op alle meldingen vanonline seksueel kindermisbruik te reageren. Volgens deze leden moet dezedenpolitie en het specialistische team volledig zijn uitgerust om elkemelding tijdig en effectief op te pakken. Indien dit niet het geval is, vragendeze leden om inzichtelijk te maken welke aanvullende middelen en/ofcapaciteit nodig is zodat dit wél het geval is. Kan de Minister eveneens bijhulporganisaties, zoals Offlimits en de Nationaal Rapporteur Mensen-handel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, een actueel advies opvragenover wat er nodig is om deze vorm van misbruik effectief aan te pakken?Ten tweede vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hoe goed deMinister de Nederlandse daders in beeld heeft. Volgens onderzoek uit2025 van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshand-having heeft naar schatting 2,3 procent van de Nederlandse mannen zichooit schuldig gemaakt aan het kijken van livestreams van online kinder-misbruik.1 Hoe duidt de Minister dit hoge aantal? Kan hij een actueleinschatting geven van het aantal Nederlandse daders van online seksueelkindermisbruik? In hoeverre is er een verband tussen daders van onlinetransnationaal seksueel kindermisbruik en offline transnationaal seksueelkindermisbruik? Deze leden vragen naar een uiteenzetting van bewezeneffectieve maatregelen om daders zowel te voorkomen als op te sporenen arresteren. Zij vragen de Minister om dit te onderbouwen met actuelewetenschappelijke inzichten. Voert de Minister al deze bewezen effectievemaatregelen al uit?Ten derde vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hoe deMinister samenwerkt met Filipijnse instanties om online seksueelkindermisbruik te voorkomen. In de documentaire beschrijft de Filipijnseadvocate Praise Ladringan dat online seksueel kindermisbruik veelvoorkomt in de Filipijnen wegens de goede staat van de digitale infra-1NSCR, 2025, Risicotaxatie bij plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik(rapport-risicotaxatie-plegers-transnationaal-seksueel-kindermisbruik.pdf).3 structuur, de beheersing van de Engelse taal onder de bevolking, de grotearmoedeproblematiek en de vrije toegang tot betalingsdiensten. Onder-schrijft het kabinet deze analyse? Welke andere landen zijn er waar relatiefveel online seksueel kindermisbruik wordt gepleegd? Deze leden vrageneen overzicht van de maatregelen die het kabinet neemt richting deFilipijnse instanties en de overheid met betrekking tot het bestrijden vanonline seksueel kindermisbruik. In welke mate krijgen Nederlandseautoriteiten en de politie toegang tot instanties in de Filipijnen, en wordter naar mening van de Minister voortvarend samengewerkt om dezeproblematiek te bestrijden? Zo nee, welke aanvullende inzet is er nodigom actie af te dwingen van Filipijnse instanties en de overheid? Deelt deMinister de mening van deze leden dat een goede informatiepositie vancruciaal belang is voor het tegengaan van transnationaal seksueelkindermisbruik, ook als het om online misbruik gaat? Zo ja, hoe werkt dieinformatiedeling met landen zoals de Filipijnen waar de kindermisbruikplaatsvindt? Welke afspraken gelden daarvoor en hoe werken die in depraktijk? Zo nee, waarom niet? Kunnen Liaison Officers in dergelijkelanden van toegevoegde waarde zijn bij de opsporing van verdachten inNederland of bij de informatiedeling? Zo ja, op welke wijze? Zo nee,waarom niet? Hoeveel Liaison Officers heeft Nederland met het oog ophet tegengaan van kindermisbruik in andere landen gestationeerd? Achtde Minister het mogelijk om met andere landen in de EU samen te werkenom een netwerk van Liaison Officers in te richten?Ten vierde erkennen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat in hetgeval van online transnationaal seksueel kindermisbruik, er vaak sprake isvan daderschap door de ouders van de slachtoffers. Deze leden vragendan ook op welke manier de Minister rekening houdt met de nazorg vande slachtoffers. Heeft het kabinet in beeld of slachtoffers daadwerkelijkgoede begeleiding en psychische hulp ontvangen? Financiert het kabinetorganisaties die zich hiervoor inspannen, en zo ja, welke zijn dat en welkemiddelen stelt het kabinet ter beschikking voor hen? Er leven zorgen bijdeze leden dat slachtoffers, die in erbarmelijke omstandighedenopgroeien en blijvend letsel of trauma oplopen, een hogere kans lopenom zelf later dader te worden van soortgelijke vormen van kindermis-bruik. Is hier sprake van en op welke wijze werkt het kabinet samen metinternationale en Filipijnse instanties om dit voorkomen?Ten vijfde hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen overde toegang van veroordeelde mannen naar landen als de Filipijnen. Dezeleden stellen dat, als deze mannen veroordeeld zijn voor seksueelkindermisbruik, maatregelen genomen moeten worden om toegang totlanden met een groot risico op sekstoerisme te ontzeggen. Zij vragen deMinister hoe vaak dergelijke maatregelen genomen worden, zoals hetafpakken van een paspoort of het opleggen van een reisverbod. Welkemogelijkheden zijn er, zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk ofanderszins, om dergelijke beperkingen op te leggen? Gebeurt dit al, en zoja, hoe vaak worden deze bevoegdheden ingezet? Kunnen dit soortbeperkingen om toegang tot bijvoorbeeld de Filipijnen te ontzeggen ookworden opgelegd bij (zware) vermoedens van seksueel kindermisbruik enzo ja, hoe wordt dit ingezet om misbruik effectief te voorkomen?Tot slot horen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de oproep voortechbedrijven en financiële instellingen om hun verantwoordelijkheid tenemen. Deze leden erkennen dat online misdaad vraagt om nieuwevormen van opsporing en handhaving, die op een effectieve manierdaders aanpakken en slachtoffers helpen. Echter benadrukken deze ledenook dat technisch ingrijpen op de online platforms waar misbruik opplaatsvindt een juridisch mijnenveld is, en dat dit stuit op fundamentelebezwaren met betrekking tot de bescherming van privacy, cyberveiligheid4 en online kinderrechten. Zie ook de adviezen van Offlimits,2 de AlgemeneInlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)3 en de breed aangenomenKamermotie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32 317, nr. 981). Deze ledenverzoeken de Minister daarom om uiteen te zetten welke aanvullendeacties of verplichtingen, die géén inbreuk maken op de end-to-endversleuteling van online platforms, de aanpak kunnen versterken. Welkeacties verwacht de Minister van deze techplatforms en de financiëleinstellingen die het betaalverkeer faciliteren? Op welke wijze heeft deMinister al contact met deze bedrijven over het bestrijden van onlinekindermisbruik? Kan de Minister actueel advies inwinnen van de Autoriteitonline Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) en explicietverzoeken welke juridische of technische middelen hen zouden helpen omeffectiever op te treden tegen online seksueel kindermisbruik en de onlineplatforms die het faciliteren? Hoe denkt de Minister in dit verband over hetgebruikmaken van de Hash Check Service waarmee bestaande onlinebeelden van seksueel kindermisbruik kunnen worden geïdentificeerd enverwijderd? Zijn er überhaupt betrouwbare technieken die bij livestreamssnel livebeelden van seksueel kindermisbruik kunnen identificeren zonderdat die de cyberveiligheid en privacy aantasten? Zo ja, welke techniekenzijn dat en worden die ook gebruikt?3. Vragen en opmerkingen vanuit de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben met veel verontwaardiging en zorgenkennisgenomen van de documentaire over de groeiende misdaad rondomFilipijnse kinderen die via livestreams worden misbruikt. Dat dezemisdaad op zo’n grote schaal plaatsvindt waarbij zoveel Nederlandsemannen betrokken zijn, vinden deze leden schokkend. Zij zijn van meningdat hiertegen daadkrachtig en streng moet worden opgetreden in hetbelang van de Filipijnse kinderen. Allereerst willen deze leden aan deMinister vragen of hij ook kennis heeft genomen van de documentaire enwat de reactie is op de schokkende getallen rondom (online) kindermis-bruik in de Filipijnen, waarbij 20.000 Nederlandse mannen betrokken zijnals dader. Ook vragen deze leden of volgens de Minister de Nederlandsewetgeving voldoende is om livestreaming van kindermisbruik op afstandeffectief te vervolgen. Waarom blijft de pakkans van (Nederlandse) daderszo laag en welke maatregelen gaat het kabinet nemen om de pakkanssubstantieel te verhogen?De leden van de CDA-fractie vragen tevens of het klopt dat de aanpak vanlivestreamingsbeelden ingewikkeld is voor de politie omdat zij niet debevoegdheid heeft om in privécommunicatie te kijken en zo ja, of deMinister bereid is om onderzoek te doen hoe livestreamingsbeelden vankindermisbruik effectief kan worden aangepakt. Daarnaast vragen dezeleden wat de reactie van het kabinet is op de opvatting van het OM dat dedrempel voor optreden bij een redelijk vermoeden van schuld als te hoogwordt ervaren als het gaat om online kindermisbruik of kinderpornogra-fisch materiaal. Is de Minister het met deze leden eens dat op tijd kunneningrijpen erger leed kan voorkomen? Zo ja, wat kan de Minister doen omde drempel te verlagen of op welke manier kan de Minister het OMhandvatten geven om efficiënt te kunnen optreden bij vermoedens vanonline seksueel misbruik van Filipijnse kinderen?2Offlimits, Brief aan cabinet over CSAM-Verordening (https://offlimits.nl/assets/offlimits_nl/downloadable_files/brief-aan-kabinet-over-csam-verordening.pdf).3Verwoord in de Kamerbrief van 25 november 2025, Kamerstuk 32 317, nr. 979.5 De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister kan duiden waaromjuist zoveel Nederlandse mannen dader zijn van online kindermisbruik vanFilipijnse kinderen en hoe het kan dat Nederland wereldwijd koploper isvan het hosten en verspreiden van dit materiaal.De leden van de CDA-fractie vragen op welke manier livestreaming vankindermisbruik op dit moment tegen wordt gegaan in Nederland en inhoeverre sociale mediaplatformen maatregelen nemen om livestreamingdirect offline te halen of te stoppen. Nemen techbedrijven volgens deMinister voldoende verantwoordelijkheid? Is de Minister het met dezeleden eens dat livestreaming een opstap kan zijn voor Nederlandse dadersom daadwerkelijk af te reizen naar de Filipijnen en zo ja, welke preven-tieve maatregelen kunnen hiertegen worden genomen? Daarnaast vragendeze leden of de Minister bereid is om in gesprek te gaan met techbe-drijven om hun verantwoordelijkheid op dit gebied te benadrukken en tespreken over de bestrijding van online kinderpornografisch materiaal.Daarnaast merken de leden van de CDA-fractie op dat in het coalitieak-koord is benoemd dat strafbare content binnen een uur na bevel van detoezichthouder moet worden verwijderd. Hoe en op welke termijn gaat hetkabinet dit realiseren en is het kabinet van plan om op korte termijnhierover te spreken met Europese lidstaten? Op welke manier gaat deMinister ervoor zorgen dat sociale mediaplatforms daadwerkelijk luisterennaar de verwijderverzoeken?De leden van de CDA-fractie vragen de Minister een overzicht vanEuropese wetgeving die in ontwikkeling is over het tegengaan van onlineseksueel kindermisbruik. Wat is de stand van zaken van de wetgeving enkunnen daar contouren van worden gegeven?De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre verdachte betalingenvanuit Nederland naar de Filipijnen kunnen worden opgepikt. Kunnen diebetalingen efficiënt worden gelinkt aan meldingen van online kindermis-bruik? Is hiervoor de informatie-uitwisseling tussen ketenpartnersvoldoende volgens de Minister, of is hier verbetering in mogelijk? Dezeleden vragen ook of Nederland kan leren van Frankrijk op het gebied vansamenwerking met de Financial Intelligence Unit.4. Vragen en opmerkingen vanuit de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie hebben met consternatie en zorg dedocumentaire bekeken. Mede naar aanleiding van het daaropvolgendegesprek hebben deze leden de volgende vragen.Nederland blijkt een zeer belangrijke rol te spelen bij de verspreiding vanbeelden en het hosten van online kindermisbruik, zo hebben de leden vande JA21-fractie vernomen. Wat gaat het kabinet doen om deze schande-lijke praktijken te bestrijden? Welke maatregelen zijn mogelijk binnen dehuidige wetgeving om deze hosting te bestrijden en welke aanvullendebudgetten of wetgeving zou dit vereisen? Hoeveel mensen zijn deafgelopen jaren veroordeeld voor het gebruiken dan wel verspreiden vandeze beelden? Hoeveel fte politiecapaciteit is bezig met het opsporen enbestrijden van deze vormen van criminaliteit? Met welke landen werktNederland samen om online seksueel misbruik te bestrijden? Op welkemanier? Welke budgetten zijn hiervoor gereserveerd?De leden van de JA21-fractie constateren dat het bijzonder ingewikkeld isom mensen op te sporen die op internet contacten hebben opgedaan enwaarbij beelden met live-streaming worden bekeken. Op welke manierenwil het kabinet de pakkans voor deze delicten verhogen?6 Tijdens het gesprek na afloop van de vertoning van de documentaire werdde mogelijkheid besproken om de politie de bevoegdheid te geven omeerder nader onderzoek te verrichten naar verdachte signalen die echternog niet het gewicht hebben dat doorgaans vereist wordt omtoestemming te geven voor nader onderzoek. Deelt het kabinet deopvatting van de leden van de JA21-fractie dat het verstandig is om deonderzoeksmogelijkheden voor de politie te verruimen?Tot slot vragen de leden van de JA21-fractie welke mogelijkheden hetkabinet ziet om de verspreiding van beelden te beperken door blokkadesin devices op te nemen via vormen van safety-by-design.5. Vragen en opmerkingen vanuit de BBB-fractie De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de documen-taire. Deze leden willen bovenal uitspreken dat zij elke vorm van seksueelmisbruik van kinderen verafschuwen. De beelden en cijfers die naar vorenkomen zijn ronduit schokkend en laten zien dat dit probleem keihard moetworden aangepakt. Kan de Minister concreet aangeven welke extrastappen worden gezet om het grote aandeel van in Nederland gehostkindermisbruikmateriaal snel en structureel terug te dringen?6. Vragen en opmerkingen vanuit de SGP-fractie De leden van de SGP-fractie vinden het van groot belang dat het kwaadvan (online) seksueel misbruik van kinderen op indringende wijze in beeldis gebracht en zij hebben bijzonder veel waardering voor de inspanningendie worden verricht om dit kwaad te bestrijden. Deze leden vernemengraag een reflectie van het kabinet op de beste manieren om dit kwaad tebestrijden.De leden van de SGP-fractie vragen aandacht voor de situatie dat detijdelijke EU-regeling voor detectie door techbedrijven van online seksueelkindermisbruik op 3 april 2026 zou aflopen. Deze leden vragen naar destand van zaken en de inspanningen die kabinet in de EU pleegt om tebevorderen dat voldoende instrumenten beschikbaar zijn om seksueelkindermisbruik aan te pakken en op te sporen. Hoe kan voorkomenworden dat een terugval ontstaat doordat tijdelijke regelingen aflopen?De leden van de SGP-fractie constateren dat het coalitieakkoord eeninvestering in de zedenrecherche aankondigt. Deze leden vragen of de hetkabinet kan aangeven welk deel ervan beschikbaar komt voor deversterking van de internationale bestrijding van seksueel kindermisbruik,gelet op het feit dat een substantieel aantal daders zich juist ook inNederland bevindt.De leden van de SGP-fractie vragen of de strafmaat inzake seksueelkindermisbruik volgens het kabinet voldoende recht doet aan de ernst vande situatie en in hoeverre de gezinssituatie van de verdachte reden zoumogen zijn tot matiging van de straf.De leden van de SGP-fractie vragen op welke manieren het kabinet debewustwording van het kwaad van seksueel kindermisbruik in hetbuitenland en de wijze waarop dit mede door daders in Nederland instand gehouden wordt wil vergroten, in aansluiting bij de rol die dedocumentaire speelt om dit onderwerp onder de aandacht te brengen.7 7. Vragen en opmerkingen vanuit de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en50PLUS-fracties De leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties hebben metgrote zorg kennisgenomen van de documentaire, die onlangs in beslotenkring is vertoond in de Kamer, waarna binnen de commissie Justitie enVeiligheid een openbaar gesprek plaatsvond met vertegenwoordigers vanInternational Justice Mission (IJM), politie, de rechtspraak en de ATKM.De documentaire laat op indringende wijze zien hoe kinderen (in ditspecifieke geval) in de Filipijnen worden misbruikt voor online seksueelmisbruik via livestreaming. Daarbij komt Nederland in beeld als een landdat een buitenproportioneel grote rol speelt bij het hosten en faciliterenvan dit materiaal. Deze leden vragen het kabinet of zij kennis heeftgenomen van deze documentaire en hoe de reactie hierop luidt. Tevensvragen deze leden hoe het kabinet de rol die Nederland zichtbaar speelt inhet misbruiken van kinderen online, vaak via livestreams, duidt, en welkeconsequenties het daaraan verbindt voor het beleid.Ook maken de leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fractieszich zorgen over het wegvallen van de tijdelijke Europese derogatie dievrijwillige detectie van kindermisbruikmateriaal mogelijk maakte. Hierdooris een reëel gat ontstaan in de bescherming van kinderen online: beeldenen livestreams van seksueel misbruik kunnen ongezien worden gemaakt,verspreid en geconsumeerd. Deze leden vragen het kabinet welkeconcrete stappen het zet om dit gat in de bescherming te dichten. Kan hetkabinet uiteenzetten hoe kinderen op dit moment daadwerkelijk wordenbeschermd, nu vrijwillige detectie juridisch onder druk staat? Erkent hetkabinet dat een aanpak die grotendeels leunt op vrijwillige meldpuntenonvoldoende is, zeker bij livestreaming, waarbij geen vast beeldmateriaalontstaat?De leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties zijn vanmening dat structurele oplossingen nodig zijn die kinderen centraalstellen. Daarbij hoort ook het verkennen van safety-by-design-principes:systemen die van meet af aan zo zijn ontworpen dat het maken enverspreiden van seksueel misbruikmateriaal wordt voorkomen. Is hetkabinet bereid om te onderzoeken of lokale, apparaatgebonden blokkeringvan bekend schadelijk materiaal volgens het principe van safety-by-designeen reëel alternatief kan zijn voor grootschalige monitoring en detectie?En is het kabinet bereid deze benadering actief te agenderen in Europeesverband, met het expliciete doel om zowel de privacy van gebruikers alsde bescherming van kinderen recht te doen?De leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties grotewaarde aan internationale samenwerking, in het bijzonder met landenwaar veel slachtoffers van livestreaming zich bevinden, zoals de Filipijnen.Programma’s als PICACC zijn van cruciaal belang voor preventie,opsporing en slachtofferbescherming. Deze leden vragen het kabinet danook of het kan garanderen dat de financiering voor deze samenwerkingook na 2027 wordt voortgezet. Indien dit niet kan worden gegarandeerd,welke alternatieven ziet het kabinet om deze bewezen effectieve interna-tionale aanpak te borgen?Het baart de leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fractiesgrote zorgen dat naar schatting 54 procent van de meldingen vankindermisbruikbeelden wereldwijd in Nederland wordt gehost. Welkeaanvullende wet- en regelgeving is het kabinet bereid te ontwikkelen of inte zetten om hosting van dit materiaal vanuit Nederland terug te dringen?Hoe beziet het kabinet de verantwoordelijkheid van techbedrijven,hostingpartijen en betaalplatforms bij het voorkomen en stoppen van8 online seksueel misbruik van kinderen, met name bij livestreaming waarde technische en financiële infrastructuur cruciaal is? En welke stappen zethet kabinet zowel nationaal als internationaal om deze bedrijven totverbeteringen te prikkelen en te dwingen?De leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties onder-schrijven de ambitie om Nederland «koploper in een digitale wereld» telaten zijn, maar stellen vast dat die ambitie alleen geloofwaardig is alsdaarbij de online veiligheid van kinderen daadwerkelijk wordt gewaar-borgd. Kan het kabinet uiteenzetten hoe wordt geborgd dat wat offlinestrafbaar is, ook online effectief wordt gehandhaafd? Hoe is dit specifiekterug te zien in de aanpak van seksueel misbruik via livestreams, waaropsporing en bewijsvoering complexer zijn? En welke aanvullendestappen gaat het kabinet, in het licht van de grote problematiek zoals aande kaak gesteld in de documentaire, op dit terrein zetten?Verder vragen de leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties aandacht voor financiële opsporing. Deze leden horen signalendat betalingen en verdachte transacties een belangrijk aanknopingspuntkunnen zijn bij het opsporen van livestreammisbruik. Herkent het kabinetdit? En is het kabinet bereid om deze opsporingsroute nader te onder-zoeken en waar mogelijk te versterken, bijvoorbeeld in samenwerking metfinanciële instellingen en opsporingsdiensten?Tot slot vragen de leden van de ChristenUnie-, VVD-, SGP- en 50Plus-fracties het kabinet om een reactie op het door de politie in het openbaregesprek ingebrachte punt dat informatie van de politieteams die zichbezighouden met de bestrijding van kinderporno niet wordt gebruikt bijde afgifte van verklaringen omtrent het gedrag (VOG’s). Ziet het kabinethierin net als deze leden een mogelijkheid om het VOG-stelsel teverbeteren en kinderen beter te beschermen? En is het kabinet bereid omde hiervoor benodigde stappen in werking te zetten?II. Reactie van de Minister 9

Bron, video en gesprek →