Stages in het mbo, hbo, wo en aansluiting op de arbeidsmarkt
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2025-07-25) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De voorzitter: Dames en heren, een hele goede morgen. Het is 10.00 uur stipt. Dat betekent dat wij losgaan met het commissiedebat Stages in het mbo, hbo en wo en aansluiting op de arbeidsmarkt. Ik heet in de eerste plaats de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Bruins, en ook zijn ondersteuning van harte welkom in ons huis. Ook verwelkom ik graag de aanwezige Kamerleden. Dat zijn de heer Oostenbrink van BBB, de heer Uppelschoten van de PVV, de heer Krul van het CDA, de heer Paternotte van D66, de heer Ergin van DENK, mevrouw Beckerman van de SP en last but not least mevrouw Tseggai van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Tevens een warm welkom aan iedereen die in deze zaal aanwezig is als gast, meeluistert via de radio of meekijkt via de tv of online. We hanteren vandaag een spreektijd van vier minuten per fractie in de eerste termijn en tevens vier interrupties. Ik stel voor dat we vier losse vragen aanhouden. We gaan direct van start. Maar voordat we dat doen, wil ik wel een kleine waarschuwing uiten aan iedereen die hier vandaag fysiek dan wel online bij aanwezig is: het kan een beetje een bijzonder debat worden, aangezien er ook iets speelt in de grote zaal. Wellicht hebt u daar iets over gehoord. Dat kan ervoor zorgen dat ook in dit debat misschien een pauze moet worden ingelast of wat dan ook. Dat gaan we zien. In ieder geval fijn dat u er bent. Tevens weet ik dat de heer Krul er op een gegeven moment kort tussenuit moet voor een ander debat dat in de buurt speelt. De heer Paternotte heeft vooraf nog een mededeling.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan weten we dat nu ook van de heer Paternotte. Dank je wel, meneer Paternotte. We beginnen met de inbreng van mevrouw Tseggai. Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Martens-America, die ik tevens welkom heet. Ze was een beetje aan de late kant, maar dat kan natuurlijk gebeuren onder bepaalde omstandigheden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Die krijgt u er gratis bij. Het woord is aan u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een vervolgvraag van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is duidelijk, denk ik.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Tseggai vervolgt haar betoog en heeft nog anderhalve minuut. Ik vrees trouwens dat dit de befaamde bel is. Er gaan heel veel bellen in dit gebouw, maar dit is de befaamde bel. Wat kenmerkend is voor deze befaamde bel, in tegenstelling tot alle andere bellen, die dus minder befaamd zijn, is dat deze bel een minuut duurt, en de andere bellen iets korter. Dit is de ferneamde bel. It duorret ien minút. Het feit dat hij een minuut duurt, betekent dus ook dat de mensen die aan de transistor gekluisterd zijn een minuutlang geen idee hebben wat we hier bespreken, omdat het signaal daar ernstig verstoord wordt. Vandaar dat uw voorzitter nu een verwoede poging doet om een minuut vol te praten, zodat we daarna verder kunnen gaan met het betoog van mevrouw Tseggai. Maar voor de mensen die hier voor het eerst zijn: dit is een bel die aankondigt dat plenair het een en ander gaat beginnen. In dit geval is dat het debat … Kijk, de minuut is voorbij. We gaan naar mevrouw Tseggai luisteren, die haar betoog vervolgt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Complimenten voor de lengte: 3 minuten en 56 seconden. Keurig gedaan. Er is een interruptie van mevrouw Martens-America en dat is tevens de laatste interruptie van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijk ik rond. Er zijn geen verdere interrupties. Dan geef ik het woord graag aan mevrouw Beckerman van de SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U zit aan uw tijd.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Beckerman. Er is geen behoefte aan interrupties. Dan geef ik het woord aan de heer Ergin van DENK.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Die roept geen vragen op bij de commissie. Dan is het woord aan de heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank aan de heer Paternotte voor zijn inbreng. Ik zie geen vragen, maar ik zie wel dat de heer Krul op tijd terug is. Dat betekent dat ik hem het woord ga geven voor zijn inbreng.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Keurig binnen de tijd, meneer Krul. Heel goed gedaan. Ik geef het woord aan de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Uppelschoten, er is een interruptie van de heer Krul. Ik wil u vragen om uw microfoon uit te doen, en dan geef ik het woord aan de heer Krul met zijn microfoon aan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De heer Uppelschoten vervolgt zijn betoog.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Uppelschoten, u heeft een interruptie van de heer Krul. Dus als u uw microfoon uit wilt doen, dan kan de heer Krul zijn interruptie doen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Uppelschoten over de eenhoorn van de heer Krul.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nou, we moeten eerst even kijken of het zo voldoende was, meneer Uppelschoten. Was dat een voldoende antwoord voor nu, meneer Krul?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: O, dat wordt alvast aangekondigd. Die bewaart u voor mevrouw Martens-America. Dan vervolgt de heer Uppelschoten zijn betoog inderdaad. Meneer Uppelschoten, we moeten nog even werken aan uw microfoonconditionering. De microfoon moet nu weer aan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: O, er is toch nog een interruptie, van de heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel voor dat antwoord, meneer Uppelschoten. Als u de microfoon uitdoet, geef ik de heer Paternotte het woord om een vervolgvraag te stellen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk rond. U kunt uw betoog vervolgen. Meneer Paternotte, u hebt niet het woord. Meneer Uppelschoten vervolgt zijn betoog, tenzij u een interruptie wilt plegen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Wilt u nog een interruptie plegen, meneer Paternotte?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is nu het woord aan de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Uppelschoten. U was door uw tijd heen. Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen interrupties. Dan is het woord aan de heer Oostenbrink van BBB. De heer Uppelschoten mag zijn microfoon uitdoen als hij dat wil.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik had gaandeweg het betoog een aantal interrupties bespeurd, maar die leden gaven aan dat die naderhand gesteld konden worden. Ik wil graag het woord geven aan de heer Ergin voor zijn laatste interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. U weet dat uw voorzitter onverbiddelijk is, maar hij vergist zich ook weleens. Dit is pas de laatste interruptie van de heer Ergin; tenminste als hij nog een interruptie wenst te willen plegen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Beckerman, als dat nog van toepassing is.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Oostenbrink. Mevrouw Beckerman voor haar laatste interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Tseggai voor een interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Daar blijft het bij, meneer Oostenbrink. Ik dank u vriendelijk. Het woord is aan mevrouw Martens-America van de VVD.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Martens-America. U maakt zich daar druk over. Daar slaat de heer Paternotte op aan. Hij wil misschien daarover of over iets anders een interruptie plegen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is er nog een vervolgvraag van de heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was de vierde interruptie van de heer Paternotte. We gaan luisteren naar het antwoord van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dat roept een vraag op bij de heer Krul.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dat was ook uw laatste interruptie. Mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Martens-America. Ik zie geen verdere vragen. Dan mag u uw betoog vervolgen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Martens-America. Dat roept een vraag op bij mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was het, zegt mevrouw Tseggai. Dan is ook mevrouw Martens-America aan het einde gekomen van haar betoog. Dat betekent dat er nog één inbreng over is. Dat is die van uw voorzitter, die dan even van rol gaat veranderen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nou, wat fijn. Dank u wel, mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk kan ik heel kort zijn, omdat heel veel natuurlijk al is gezegd als je de allerlaatste spreker bent. Dat is het lot van de voorzitter, maar dat draag ik met liefde. Voor de fractie van Nieuw Sociaal Contract is het erg belangrijk dat de stages goed geregeld worden en dat dat ook wat dwingender gaat gebeuren dan nu het geval is. Laat ik dat in ieder geval als aftrap aangeven. Dat betekent dat je dus bijvoorbeeld naar het recht op zo'n stagevergoeding gaat kijken. Ik vind dat een hele interessante optie van de heer Ergin, waar ik graag eens verder naar zou willen kijken. We zouden ervoor kunnen zorgen dat dat recht in ieder geval wordt vastgelegd, dat er een afspraak komt en dat het dus niet zo is dat je je een jaar lang de pleuris werkt en uiteindelijk een Makita-boormachineset krijgt omdat je het zo geweldig goed gedaan hebt. Daar vinden we elkaar wellicht. Wat dan de uurprijs moet zijn en of dat een vast maandbedrag wordt of wat dan ook, daar kunnen we het allemaal over hebben. Maar volgens mij heeft iedereen gewoon recht op een goede stagevergoeding. Ik wil daar wel drie opmerkingen bij maken. Die drie opmerkingen luiden als volgt. Ten eerste moeten de stages wel betaalbaar blijven, ook voor kleinere bedrijven, die nu ook stages aanbieden. Dat is een belangrijke kanttekening van Nieuw Sociaal Contract. De uitzonderingen moeten goed verwerkt zijn. Je moet natuurlijk niet elke snuffelstage gaan betalen. Ik kan me ook voorstellen dat er juist in dat soort gevallen een uitzondering kan worden gemaakt. Dat is de tweede. De derde is dat het per definitie het karakter van een stage moet houden. Het gevaar is dat als je er wel een vergoeding tegenover gaat zetten, het het karakter van werk krijgt. Dat is hier niet de bedoeling. Je wilt dus niet iemand alleen maar koffie laten brengen, maar je wilt ook niet iemand fulltime aan het werk zetten. Daartussenin zit de stage, die eigenlijk een lerende ervaring moet zijn. Dat is de derde kanttekening die we hierbij willen plaatsen. We hadden gehoopt dat de brief die de minister heeft gestuurd daar een duidelijke voorzet in zou geven. Die hele duidelijke voorzet mis ik eerlijkheidshalve nog een klein beetje. Het gaat veel over stimuleren, sociale partners, cao-onderhandelingen en onderzoeken naar mogelijkheden, en ik zie nog een aantal redenaties over waarom dingen niet kunnen. Ik zou toch graag met elkaar gaan kijken naar wat we wél kunnen doen. Daarom wil de fractie van Nieuw Sociaal Contract ook kijken naar moties die we kunnen indienen of steunen om het bij te sturen naar redelijkheid. Ten slotte, voorzitter, over de aansluiting op de arbeidsmarkt. Wij maken ons als Nieuw Sociaal Contract ernstig zorgen over …
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Ik heb drie hele belangrijke kanttekeningen geplaatst waarover ik de minister wil horen. Die zijn bepalend voor wat we wel of niet kunnen doen. Dan gaat het om de uitzonderingen die mogelijk moeten zijn, de betaalbaarheid en het behoud van het stagekarakter. Daar hoor ik de minister straks graag over. Op basis van de antwoorden gaan we bekijken wat we wel of niet kunnen indienen en steunen. Ik heb ook aangegeven dat ik het idee van de heer Ergin van in ieder geval een wettelijke verankering van het recht op een stagevergoeding al een heel mooie beweging in de goede richting vind. Daar wil ik dus in ieder geval naar kijken.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): De heer Soepboer weet zeker wat hij vindt. Dat gaat over een bedrag dat eventueel belastingvrij als stagevergoeding zou kunnen worden gegeven. Echter, ik heb net al gezegd dat er wel een aantal dingen zijn waar we goed rekening mee moeten houden. Misschien is €400 zelfs wel te weinig, misschien is €400 te veel. Ik snap dat u het vervelend vindt dat ik er nog even over na moet denken. U had het liever gisteren geregeld gezien. Ik regel het liever goed en dat kost even tijd. Ja, dat is het eerlijke antwoord. U zit vast op een bedrag van €400, maar het zou meer of minder kunnen zijn. Ik heb net ook gezegd dat we misschien niet naar een maandprijs moeten gaan maar naar een uurprijs; dat zou ook allemaal kunnen. Maar daar wil ik eerst de minister over horen, want ik wil graag verstandige dingen doen, mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Dank u wel. Ten slotte nog even over de aansluiting op de arbeidsmarkt. We vinden het mbo een heel belangrijke onderwijssoort. Daarbij mag je natuurlijk ook rekening houden met maatschappelijke opgaven en tekorten. Maar, zeg ik daarbij — dat hebben we altijd gezegd — het mbo moet geen fabriek van handjes worden waarin we mensen zo snel mogelijk klaarstomen voor de arbeidsmarkt om ze maar aan het werk te zetten. Dat mag het niet zijn, het moet een volwaardige school zijn. Een echte school dus, en daar hoort ook echt onderwijs bij. In dat licht zien we een wet aankomen, de wet VABA, waar we toch wel wat zorgen over hebben. Die zorgen betreffen de bijstelling in de urennorm en wat er onder die uren zou mogen vallen. Daar mogen onderwijsactiviteiten onder vallen die eigenlijk niet echt onderwijs zijn zoals ik het net bedoelde, terwijl we net een debat hebben gehad over studentenwelzijn waar een stuk onder ligt waaruit blijkt dat studenten het heel erg belangrijk vinden om docenten die hen begeleiden structureel te zien. Op 28 maart stond er ook een artikel in de Volkskrant waaruit blijkt dat het bij vroegtijdig schoolverlaten juist niet gaat over geld, maar over bijvoorbeeld gebrek aan binding bij docenten. Wij vinden die VABA-wet die voorligt heel bijzonder. We snappen die gekke reflex van het naar beneden bijstellen van de urennorm en het eronder laten vallen van allerlei andere onderwijsactiviteiten niet als je goed onderwijs op het mbo wilt garanderen.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Daar vragen wij de minister naar. Dank u wel, voorzitter. Dit is het einde van mijn betoog. Het was toch langer dan ik had gedacht.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan ben ik nu weer de voorzitter; zo gaat dat soms als we moeten wisselen en een ander lid van de commissie even het voorzitterschap op zich neemt. Ik zie op de klok dat het 11.25 uur is. Gezien de aard van de vragen kan ik me zo voorstellen dat we in 20 minuten een heel eind zijn. Toch, minister? Heeft u nog langer nodig? Ietsje, hoor ik. 21 minuten? We doen 25 minuten, maar dan beginnen we ook echt om stipt 11.50 uur weer met de vergadering. Het zou goed zijn — maar dat is maar een advies — als u dan het een en ander heeft genuttigd, omdat we dan gewoon doorgaan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mooi. Het is tijd. We hadden afgesproken om om 11.50 uur te beginnen. Het dreigt zelfs al naar 11.51 uur te gaan. Dus wat mij betreft gaan we los. Het woord is aan de minister. Ik stel voor om in de eerste termijn van de minister maximaal vier interrupties te hanteren. Die moeten kort en bondig zijn. Dat verwacht ik natuurlijk ook van de minister. Succes.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Beckerman, SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is een eerste toezegging in dit debat. Aan het einde herhalen we alle toezeggingen even. Ik zie wel dat er bij mevrouw Beckerman nog reden is om een vervolgvraag te stellen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is ook een toezegging aan mevrouw Martens-America en mevrouw Beckerman. Mevrouw Beckerman hengelt ze allemaal in de eerste paar minuten al naar binnen. Hebt u nog behoefte aan een vervolgvraag, mevrouw Beckerman?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan laten we het bij twee. Meneer Ergin heeft die behoefte daarentegen wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Ergin, een vervolgvraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie dat als een toezegging. De minister knikt. Heeft u enig idee wanneer u de Kamer daarover kan informeren? Dan kunnen we dat erbij zetten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voor het einde van het jaar. Een toezegging aan de heer Ergin om te kijken of het recht op een stagevergoeding kan worden opgenomen. Dan kijk ik verder. Mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De toezegging is dus die verkenning. Dank u wel. De heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, minister. Dan is het woord aan de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan breiden we de toezegging uit: er wordt ook naar het hbo en naar het wetenschappelijk onderwijs gekeken. Dan is meneer Uppelschoten voor nu tevreden en kan de minister zijn verhaal vervolgen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, minister. Er is een vraag van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan vervolgt de minister zijn verhaal.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, minister. Dat roept een vraag op bij mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was een verhelderende opmerking van mevrouw Tseggai. Het is aan u of u daarop in wil gaan. Zo niet, dan vervolgt u de beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, minister. Er is een vraag van mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister heeft geantwoord. Ik zie geen vervolgvraag. Dan vervolgt de minister zijn beantwoording.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): De minister zegt: ik deel niet de opvatting van meneer Soepboer dat het dwingender zou moeten. Tegelijkertijd deed hij net een aantal toezeggingen die mij als muziek in de oren klinken en die het mogelijk ook dwingender gaan maken. Dus volgens mij bewegen we de goede kant op en dat is eigenlijk precies wat ik wilde. Dat was een korte verduidelijkende opmerking van mijn kant.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Dat vind ik dan toch gek. Want u heeft onder andere de toezegging gedaan te gaan kijken naar het recht op een goeie stagevergoeding. We hebben het ook over het maken van duidelijke stageovereenkomsten, ook in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderwijs. Dat zijn toch allemaal dingen die het volgens mij wel iets dwingender maken. Als dat niet het geval is, dan hoor ik dat nu graag van de minister. Dan moeten we een ander gesprek gaan voeren. Maar als het wel de bedoeling is om het dwingender te maken, ook het onderzoek, de pilots en alle dingen die zijn toegezegd, dan ben ik blij. Anders niet.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De laatste interruptie voor mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De laatste interruptie van de heer Ergin.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is een constatering van de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister vervolgt zijn beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Beckerman, dit wordt eventueel uw laatste interruptie. Uw vraag zou kunnen zijn of dat het hele antwoord was, maar misschien wilt u er nog iets aan toevoegen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De vraag is of u wil reflecteren op de kwaliteit van uw antwoorden en of u nog iets wil zeggen over de stagevergoeding in de zorg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank voor uw antwoord. Er is een vraag van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dat roept een vraag op bij de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel voor de eerste vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar de laatste interruptie van de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Daar is eerder op gewezen in dit debat, maar iedereen gaat over zijn eigen interrupties. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is dat het positieve einde van dit blokje. Ik wijs u er even op dat we daar 55 minuten over hebben gedaan, en dat inmiddels de meeste interrupties zijn gepleegd. Het woord is aan de minister voor het tweede en derde blokje.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Martens-America.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Martens-America laat het erbij. Dan vervolgt de minister zijn verhaal. Excuseer, ik zie de heer Uppelschoten. Maar hij heeft al vier interrupties gehad. Ik kan dat dus helaas niet honoreren, meneer Uppelschoten. De minister vervolgt zijn verhaal.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Het ging over de VABA. Nee, het gaat plenair over Faber en het gaat hier over VABA, de aansluiting beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. De fractie van Nieuw Sociaal Contract begrijpt natuurlijk heel goed dat er hier en daar behoefte kan zijn om eens aan een auto te knutselen of een solarboot in elkaar te zetten. Dat begrijpen we allemaal heel goed. Kan de minister eens schetsen wat er in elf jaar tijd zo cruciaal is veranderd dat we die norm nu weer los moeten laten? Aan de andere kant horen we dus dat er juist wel behoefte is aan dat structurele contact met docenten, aan echt onderwijs. Overigens is dat, zeg ik er maar even bij, niet alleen in het mbo, maar ook in het hbo en het wo, waar toch geen urennorm geldt — dat zei u net volgens mij ook, en dat klopt — maar waar wel degelijk bijvoorbeeld collegegeld wordt betaald. Uiteindelijk wil je toch ook daar, lijkt mij, dat je er goed onderwijs voor terugkrijgt.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Dit is dan ook maar even mijn laatste, want ik weet dat we het er nog uitgebreid over gaan hebben. Maar u zegt: het worden geen vrije uren en er wordt toezicht op gehouden. Dat toezicht wordt gedaan door de inspectie. We weten allemaal — dat debat krijgen we ook nog — hoe lastig het op dit moment voor de inspectie is om te doen wat die moet doen. Hoe gaat de inspectie dan controleren of het geen vrije uren zijn geweest? Gaat de inspectie er de hele tijd bij zitten? Hoe moet ik me dat dan voorstellen? U kunt toch niet ontkennen dat daadwerkelijk het risico op de loer ligt dat het de kant opgaat dat daaraan veel uren worden besteed zonder dat er een docent bij is of er daadwerkelijk les wordt gegeven, en dat het daarmee ten koste gaat van de onderwijskwaliteit en structurele begeleiding, die we allemaal zo nodig vinden?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. De heer Krul.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Krul, met een vervolgvraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond …
Bron, video en gesprek →De voorzitter: … om te zien of er nog behoefte is aan een vervolgvraag. De heer Paternotte!
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister wordt gevraagd om de toezegging even te herhalen. Dan bedoelt u de voorzichtige toezegging die richting u en de heer Krul is gedaan. We gaan de minister eens vragen of hij het wil herhalen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijk ik rond. De heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. De voorzitter gaat natuurlijk niet over de inhoud, maar ik wil wel even opmerken dat als de heer Paternotte vaststelt dat iets zo is, het niet per definitie zo is. We kijken weer even naar de minister om te zien of hij daarop in wil gaan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijk ik nog één keer rond. Ik zie dat er geen behoefte is aan een vervolgvraag. Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van de minister, die ik bedank voor de beantwoording van de vragen. Ik wil wel nog even kort rondkijken om te zien of alle vragen zijn beantwoord. Ik zie dat dit het geval is. Dat betekent dat we verdergaan met de tweede termijn van de Kamer. Gezien de tijd hanteren we een spreektijd van maximaal 1 minuut en 20 seconden, en maximaal twee interrupties. U hoeft daar natuurlijk geen gebruik van te maken, maar het mag wel. Dan beginnen we waar we net ook begonnen, bij mevrouw Tseggai.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan gaan we naar de heer Ergin.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Ergin. Dan gaan we naar de heer Paternotte.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Paternotte. Dan gaan we naar de heer Krul van het CDA.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Uppelschoten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Oostenbrink.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Martens-America ziet af van haar termijn. Dan maak ik even een kleine switch van voorzitter naar commissielid.
Bron, video en gesprek →De heer Soepboer (NSC): Ik doe nog een korte inbreng. Die bestaat eruit dat ik de minister in eerste instantie vriendelijk wil danken voor zijn mooie toezeggingen. Dat was een klein beetje de scherpte waar ik naar zocht. We gaan kijken hoe dat verder gaat. We zullen dat in de gaten houden. Voor ons zit het open eind nog op de VABA. Gelukkig gaan we het daar nog uitgebreid over hebben. Laat mij afsluiten door te zeggen dat de fractie van Nieuw Sociaal Contract vindt dat het mbo echt een school is en een school mag zijn, net zoals het hbo en het wo dat overigens zijn. Het kan niet zo zijn dat je daar geld voor betaalt, maar dat je er geen waar voor krijgt. Het mogen nooit en te nimmer huiswerkklasjes worden. Daar gaan wij voor liggen als dat dreigt te gebeuren. In mijn optiek zijn niet de studenten in elf jaar tijd veranderd. Het zou best zo kunnen zijn dat onze kijk op het onderwijs hier en daar wat is veranderd. Ik weet niet of dat in alle gevallen gezond is, maar daar gaat we het nog met elkaar over hebben bij de behandeling van de wet. Ik dank u vriendelijk voor nu.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan pak ik mijn rol als voorzitter weer op. Sorry dat het even zo moest, maar dat is zo. Als het goed is, zijn alle vragen beantwoord. Er is een tweede termijn van de Kamer geweest. Er is ook een tweeminutendebat aangekondigd. We gaan straks, aan het einde, alle toezeggingen nog een keer langslopen. Maar eerst is er ruimte voor een tweede termijn van de minister. Ik kijk hem even aan om te zien of dat direct kan. Dat kan. Dat is heel fijn. Dan is het woord aan de minister voor zijn tweede termijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ook in de tweede termijn van het ministerie geven we de gelegenheid tot interrupties. Dat zijn er twee per persoon en die zijn bij uitstek kort. We gaan eerst naar mevrouw Tseggai, die eerlijk het eerst was.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We noteren "voor het einde van het jaar", want we hebben wel iets concreets nodig. "Wanneer er nieuwe gedachten zijn" klinkt toch wel vaag, dus we noteren "voor het einde van het jaar". Mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Beckerman, u zat al op twee interrupties, begreep ik, of niet?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We zouden twee interrupties hanteren in de tweede termijn. U had er al twee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed. We gaan verder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan toch mevrouw Beckerman.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan kunt u doorgaan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister, nadat meneer Uppelschoten zijn microfoon heeft uitgezet.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kunt u verdergaan met de beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is helemaal mooi. Dan rest mij nog mijn oprechte excuses aan te bieden aan de heer Ergin en mevrouw Beckerman, omdat ik ze in een moment van zwakte bijna een interruptie had ontnomen. Misschien voelde het voor mij alsof u allang aan uw interrupties zat, maar daar mag een voorzitter zich natuurlijk nooit door laten leiden. Gelukkig is alles goed gekomen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed zo! We zijn aan het einde gekomen van dit commissiedebat. Ik wil nog even kort met u de toezeggingen doornemen. Ja, u mag daar zeker iets over zeggen, minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is meer een pilot naar het starten van een pilot. Maar ik kijk even rond. Kunnen we 'm interpreteren zoals de minister nu heeft uitgelegd? Ja? Oké, dan gaan we door naar de vierde toezegging. Er ontbreekt echter nog een termijn. Dus ik zou de minister willen vragen op welke termijn dat zou kunnen gebeuren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan wordt het één plus twee plus vier. Ja, goed. Dan gaan we naar punt vijf. Ook daar missen we nog een termijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mag ik het interpreteren als een inspanningsverplichting om te kijken wat u kan doen om daar schriftelijk bij de heer Ergin op terug te komen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik bedoel natuurlijk bij de hele Kamer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Zo is die nu opgeschreven.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel goed. Dan gaan we naar de zesde toezegging.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De toezegging is dus dat u het zult inbrengen bij het vervolggesprek. Ik kijk even naar de heer Krul.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijken we naar de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het wordt meegenomen in die brief. Dan komt het naar de Kamer. Goed. Nadat we alle toezeggingen hebben doorgenomen, wijs ik er tot slot op dat er een tweeminutendebat is aangevraagd en dat de eerste spreker daarvan de aanvrager zal zijn. Dat is in dit geval mevrouw Tseggai. Ik dank de minister hartelijk voor zijn beantwoording van de vragen tijdens dit debat, en natuurlijk ook de aanwezige Kamerleden, de ondersteuning en iedereen die heeft meegeluisterd vanaf de tribune of thuis. Jongens, ga eens even zitten. Ik sluit hierbij het debat. Ik wens u allen een hele fijne dag. Tot ziens.
Bron, video en gesprek →