de toekomst van het dorp Moerdijk
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Elanor Boekholt-O'Sullivan
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Boekholt-O'Sullivan: Dank u wel, voorzitter. Het heeft veel te lang geduurd. De mensen in Moerdijk en de omliggende dorpen en buitengebieden hebben recht op duidelijkheid. Niet alleen de mensen op de tribune, niet alleen de mensen die thuis meekijken, maar ook de mensen die vandaag gewoon aan het werk zijn of die het niet meer kunnen aanzien. Er moet duidelijkheid komen, maar bij duidelijkheid horen een zorgvuldig proces, een integrale afweging en een langetermijnperspectief. Dat moeten we zorgvuldig doen. In Moerdijk komt heel veel samen. Namens het kabinet coördineert de staatssecretaris van KGG dit dossier, zoals ik eerder in een debat heb gezegd. Ik heb vanuit Ruimtelijke Ordening ook een verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid vul ik in door vooruitlopend op een definitieve Nota Ruimte al met de beginnende principes te werken. Dit betekent dat we zo veel mogelijk voorkomen dat we afwentelen. We werken met meervoudig gebruik. We sluiten aan op de specifieke kenmerken van een bepaald gebied. Bij elke ruimtevraag die een van de collega's uit het kabinet heeft, zijn dit de principes waar ik regie op voer en waar ik ook naar kijk. Moerdijk is dus een ingewikkelde puzzel. We bekijken welke behoefte moet worden ingepast en we bekijken of echt alle varianten zijn onderzocht. In het kader van meervoudig ruimtegebruik kijken we of een en ander aansluit bij de kenmerken daarvan en of het past bij wat we tot op heden in de Nota Ruimte hebben opgeschreven. Daar mag je niet lichtzinnig mee omgaan, want het gaat over mensen. Daar is al een hoop over gezegd. Wat doe je dan met opgaven die niet passen? Twee dingen. Je stelt het ambitieniveau bij of je kijkt of het ergens anders in Nederland nog passend te maken is, waarbij ook weer geldt dat het niet mag leiden tot afwenteling die niet nodig is. Het moet passen bij meervoudig gebruik en het moet passen bij de specifieke kenmerken in die regio. Dat is waar de gesprekken wat mij betreft over moeten gaan. Daar gaan ze nu gelukkig ook over. Dus ik bewaak het proces vanuit mijn verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening en voor de borging in de Nota Ruimte. Vandaar ook dat ik de motie van de heer Grinwis oordeel Kamer kon geven. Dat was gisteravond ook een vraag tijdens het bezoek: kunt u de uitkomsten borgen in de Nota Ruimte? Dat moet daar ook, dus ik sta daar volledig achter. Er zijn mij een aantal vragen gesteld, in ieder geval door de heer Jumelet, mevrouw Müller en de heer Klos.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Ik heb één blok.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Een goede vraag van de heer Grinwis. Ik heb in het vorige debat over ruimtelijke ordening gezegd dat ik niet opeens een definitieve Nota Ruimte heb die ik aan de Kamer toestuur. Ik heb u toegezegd dat wij daar nog een debat over hebben in november. Daarin neem ik de zienswijze mee. Ik stel voor dat wij op dat moment kijken waar we staan in de ontwikkelingen met Moerdijk, dat u mij dan houdt aan deze motie en dat we samen kijken naar hoe we dit op een goede manier doen.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Ik ben ervan overtuigd dat hij dat gaat doen. De heer Jumelet, mevrouw Müller en de heer Klos stelden de vraag welke lessen we hieruit trekken. De belangrijkste lessen die we hiervan geleerd hebben, landen in de Nota Ruimte. De Nota Ruimte is nog niet af. Ik heb aangegeven dat hij voor ongeveer 15% moet worden aangepast op basis van ontwikkelingen die nog spelen en op basis van het coalitieakkoord. We hebben nadrukkelijk gekeken wat er de afgelopen jaren moeizaam is verlopen — daar is Moerdijk natuurlijk een voorbeeld van — en hoe we ervoor kunnen zorgen dat we dit in de toekomst op een andere manier kunnen invullen. Daarom werken we in de Nota Ruimte met clusters. Daarin hebben we binnen het kabinet drie uitgangspunten afgesproken, namelijk dat we zo min mogelijk afwentelen en dat het gaat om aansluiten bij de kenmerken van een specifiek gebied. Dat geldt ook voor waar Moerdijk ligt, het energie-intensieve haven- en industriecluster. Dat is van nationaal belang. We zullen moeten kijken, als zich iets voordoet, op welke manier zich dat verhoudt tot de andere gebieden in Nederland waar een dergelijke opgave ook zou kunnen landen. De lessen die we geleerd hebben gaan we beter doen en we zullen er meer regie op voeren als we straks een definitieve Nota Ruimte hebben. We werken nu al met de beginselen die daarin staan. Op elk moment dat een collega-bewindspersoon bij mij komt met een ruimtelijke inpassingsbehoefte, is dit nadrukkelijk waar u mij op mag aanspreken om op te acteren.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Mevrouw Zalinyan stelt mij twee vragen ineen. Zij vraagt wat ik ermee ga doen en wat er is gebeurd. De Nota Ruimte is nog niet definitief, maar daarin nemen we als leidend principe mee dat er zo min mogelijk wordt afgewenteld. We voorkomen dat zo veel mogelijk. Dat betekent dat, als iemand een grotere ruimteclaim heeft op een specifiek gebied dan dat we passend kunnen maken, niet automatisch verondersteld mag worden dat dat ergens anders in Nederland zal kunnen landen. Als het daar dan ook niet past, moet je teruggaan naar het ambitieniveau. Zo werkt het nu eenmaal.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Ik zie de Nota Ruimte niet als een hallelujadocument. Ik zie het als de gids die ons allemaal gaat helpen om Nederland in te richten als een land dat we met z'n allen met plezier kunnen overdragen aan de volgende generatie en waar we zelf in kunnen leven. Het is een document dat ons moet helpen richting 2050-2100. Als we straks een definitieve Nota Ruimte hebben, moeten we ons er ook aan gaan houden. U kunt daarop vertrouwen of niet, maar ik ga in ieder geval in mijn werk laten zien dat ik, als de nota definitief is, met de Nota Ruimte onder mijn arm bij elke ruimtevraag deze gesprekken aan de voorkant ga voeren. Aan de voorkant zal ik de vraag blijven stellen of we alle scenario's in beeld hebben. Als het uiteindelijk tot keuzes komt omdat niet alles kan, is het een kwestie van het aanpassen van het ambitieniveau. Dat kan ook het antwoord zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Samen met de staatssecretaris KGG als onderdeel van het kabinet maken we ons zorgen over Moerdijk en hoe het daar gaat. Daarom staan we nu deze zorgvuldige aanpak voor en heeft de staatssecretaris daar net uitgebreid op geantwoord. Volgens mij doe ik wat mevrouw Zalinyan mij vraagt.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Volgens mij heeft de staatssecretaris net heel duidelijk gezegd dat alles integraal wordt bekeken en dat er geen onherroepelijke besluiten worden genomen. We lopen daar niet op vooruit.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Daar komen of de staatssecretaris of ik in de tweede termijn op terug.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Dan de vraag van de heer Clemminck over de ruimteclaims en de leefgebieden. Natuurlijk moet er regie gevoerd worden. Ik doe dat vanuit mijn verantwoordelijkheid vanuit Ruimtelijke Ordening, maar natuurlijk doe ik dat samen met alle bewindspersonen. Wij kijken samen met medeoverheden en maatschappelijke partners welke ruimtevraagstukken we waar een goede plek kunnen geven. Dat moet zorgvuldig en afgewogen gebeuren. Met de Omgevingswet borg ik de integrale benadering in die fysieke leefomgeving. Die vraagt ons om een goede balans te vinden tussen beschermen en benutten. Ik kan natuurlijk niet voorkomen dat grote vraagstukken impact hebben op de leefomgeving van bewoners, maar ik kan wel beloven dat we daar niet lichtzinnig mee omgaan. Het is onderdeel van alle afwegingen die wij maken. Dat doen we niet alleen, maar dat doen we ook met de medeoverheden. Dan de vraag van mevrouw Zalinyan en de heer Grinwis: is dit de manier waarop we ruimtelijke ordening bedrijven? En welke lessen trekken we daaruit? Ik heb daar net al antwoord op gegeven: de lessen die we eruit trekken, is dat we het op een andere manier moeten doen dan de afgelopen 50 jaar als het over de kwestie Moerdijk gaat, en dat we samen moeten onderzoeken hoe we dat op een goede manier kunnen borgen in de Nota Ruimte. Dan de vraag van de heer Claassen: hoe kijkt de minister ernaar als we zeggen dat we over een andere flank gaan? Ik interpreteer deze vraag als de vraag of de zoekrichting zuidoost nog openstaat. We zijn ons bewust dat de zoekrichting zuidoost het dorp Moerdijk spaart, maar andere dorpen sterk in de leefbaarheid aantast. Het helpt dat we een derde scenario hebben. Met de eerder bekende zoekrichtingen oost en zuidoost hebben we het totale pakket in één keer, dus we maken straks een integrale afweging van alle drie de opties.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Wat ik tegen mevrouw Teunissen via de voorzitter kan zeggen, is dat het mooie aan het proces van de Nota Ruimte is dat we daar met alle bewindspersonen naar kijken. Iedereen heeft een eigen opgave. Met elkaar kijken wat dit betekent voor de ruimtelijke inpassing binnen Nederland, met de Nota Ruimte onder onze arm. Dat betekent dat alle belangen die er zijn, ook dat waar uw vraagstuk onder valt, ergens besproken gaan worden, maar dat is niet mijn besluit. Mijn besluit, of mijn advies, vanuit Ruimtelijke Ordening gaat over de inpassing binnen Nederland.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Dat is een terechte vraag van mevrouw Teunissen. Zij vraagt of wij goed zorgen voor het klimaat en of wij kijken of het industriecluster dat we opbouwen is ontwikkeld op een manier die de leefbaarheid voor mensen niet schaadt. Vanuit de Nota Ruimte kijken we naar de inpasbaarheid en naar allerlei criteria. Dat doen we breed als kabinet. Het is niet alleen maar de minister van Ruimtelijke Ordening die kijkt of het passend te maken is. Uiteraard moet je bij al deze opgaven kijken of iets past, of het wenselijk is en wat de consequenties ervan zijn. Daarom is zorgvuldigheid nodig, zodat je al die stappen doorloopt voordat je komt tot besluitvorming.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Als mevrouw Teunissen wil weten of dat in de Nota Ruimte staat, dan zeg ik dat dat niet op deze manier in de Nota Ruimte staat.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Ik ben er bijna, voorzitter. Ik heb nog drie vragen openstaan.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Een vraag van mevrouw Zalinyan en de heer Clemminck. Er werd gevraagd: kan de leefbaarheid gegarandeerd worden, voor een leefbaar dorp? En: hoe ziet dat er over twintig jaar uit? Ik denk dat de staatssecretaris daar al het een en ander over heeft gezegd. Welk besluit er ook wordt genomen, er zal altijd nagedacht en gesproken moeten worden over de leefbaarheid. Daarom moet er een toekomstvaste keuze gemaakt worden, met perspectief voor de inwoners van het dorp Moerdijk, alle andere kernen en het landelijk gebied. Dan de vraag van de heer Claassen wat er gaat gebeuren met de kerk en de eeuwige rustplaats. Dat zijn vragen die ik pas kan beantwoorden op het moment dat we een scenario gekozen hebben, maar als dat nodig is, zal dat zeker onderdeel zijn van een transitiestrategie. Nogmaals, dat geldt als dat nodig is. Tot slot de vraag van de heer Claassen: als Moerdijk verdwijnt, waar moeten deze 1.100 mensen dan naartoe? Natuurlijk begrijp ik deze vraag en begrijp ik de zorgen, maar "zorgvuldig" betekent voor mij niet speculeren. Ik wacht echt eerst af tot we alle scenario's gewikt en gewogen hebben en we met de medeoverheden tot een uitkomst zijn gekomen. Op dat moment zijn dit zeer relevante vragen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Onrust in de hele omgeving is er al jaren. Daarom zetten we nu in op een zorgvuldig proces dat samen met de gemeente en de provincie moet plaatsvinden. Alle scenario's moeten hierbij even zorgvuldig worden bekeken en uiteindelijk moet er een besluit worden genomen. Dat besluit moet worden geborgd. De leefbaarheid voor de mensen die daar wonen moet daarin zwaarwegend worden meegenomen.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Ik zei net, in antwoord op de vraag van mevrouw Zalinyan: als je naar een ander scenario gaat, raakt het andere dorpskernen of mensen die in het landelijk gebied eromheen wonen. Het raakt hoe dan ook mensen. Die mensen zijn hier of kijken mee. We weten allemaal dat dit hoe dan ook mensen gaat raken, in elk scenario. Het moet dus een factor zijn die van belang is om mee te nemen in onze conclusies, bij elk scenario.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Mijn reactie aan mevrouw Zalinyan is dat ik werk met het scenario zorgvuldigheid. Daar hebben de mensen echt recht op. We gaan dus eerst het proces netjes uitlopen.
Bron, video en gesprek →Minister Boekholt-O'Sullivan: Dank u wel. Ik begin met de motie op stuk nr. 246 van mevrouw Zalinyan. Die moet ik ontraden. De belangen van mensen, dieren en milieu worden nu ook meegewogen in de integrale afweging, maar er is ook ruimte voor industrie en economie nodig. Daarom ontraad ik deze motie. De motie op stuk nr. 250 van de heer Mooiman geef ik oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 251 van de heer Mooiman geef ik oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 252 van de heer Van Duijvenvoorde geef ik oordeel Kamer. Tot slot. De motie op stuk nr. 253 van de heer Van Duijvenvoorde geef ik oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →