KamerkringInloggen
Arend Kisteman

Officieel Kamerprofiel

Arend Kisteman

VVD →
0debatten
229bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
9 jun 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 VIIJaarverslag en slotwet Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 9 juni 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragenvoorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk36 945 VII, nr. 2).De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van9 juni 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,KistemanDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-36945-VII-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 81 Vragen en antwoorden Vraag 1Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 168 miljoen euro op de postduurzaam herstel en welke oorzaken identificeert u hiervoor?U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op de postduurzaam herstel. Hier hebben we geen onderzoek naar gedaan en dusgeen oordeel over. Omdat schade wordt afgehandeld op aanvraag zouonderbesteding kunnen duiden op minder aanvragen dan verwacht.Vraag 2Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 221 miljoen euro op degeraamde 1,165 miljard euro voor schades in 2025 en welke oorzakenidentificeert u hiervoor?U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op schades. Uitons onderzoek blijkt dat er in 2025 79.171 aanvragen voor fysieke schadezijn afgehandeld. Dat is bijna 2 keer zoveel als in 2024. We hebben nietonderzocht waarom er desondanks sprake is van onderbesteding. Daarbijkan een rol spelen dat schadeafhandeling niet geheel planbaar is: schadekan pas worden afgehandeld als een aanvraag is ingediend.Vraag 3Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 644 miljoen euro op degeraamde 1,6 miljard euro voor versterking en perspectief in 2025 en watzijn volgens de u de oorzaken hiervan?U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op versterking enperspectief. In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebbenwij onderzoek gedaan naar de voortgang van de versterkingsoperatiemaar niet naar de oorzaken van onderbesteding op deze post. Wij zienvoortgang in het aantal huizen dat voldoet aan de veiligheidsnormen. DeMinister geeft voorrang geeft aan zorgvuldigheid ook als dat ten kostegaat van de voortgang. Dat kan tot gevolg hebben dat de versterkingsope-ratie minder snel gaat dan technisch mogelijk. Wij hebben geenonderzoek gedaan naar beleid in het kader van «perspectief».Vraag 4Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 78 miljoen euro op de geraamde112 miljoen euro voor versterking in eigen beheer en welke oorzakenidentificeert u hiervoor?In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij nietspecifiek naar versterking in eigen beheer gekeken. Zie ook het antwoordop vraag 3.Vraag 5Hoe verklaart u dat juist bij regelingen die specifiek bedoeld zijn voor hetoplossen van knelpunten, zoals vastgelopen situaties, de commissiebijzondere situaties en knelpunten IMG, sprake is van significante onderbesteding?U vraagt naar onze verklaring voor de onderbesteding op regelingenbedoeld voor het oplossen van knelpunten. Wij hebben in het kader vanons verantwoordingsonderzoek 2025 niet specifiek onderzoek gedaannaar de onderbesteding door de commissie bijzondere situaties en opknelpunten IMG. Zie ook het antwoord op vraag 2.Vraag 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 82 Hoe beoordeelt u de voortgang van de versterkingsoperatie, waarbij ruimtien jaar na de start slechts 5.147 woningen zijn opgeleverd terwijl nogcirca 8.700 woningen versterkt of herbouwd moeten worden?Het oordelen over de voortgang is lastig, mede omdat de einddatum voorde versterking is losgelaten. We zien dat inmiddels 67% van de woningenveilig zijn. Daarvan zijn er 11.735 na onderzoek veilig verklaard en 7.137 naversterkingswerkzaamheden. De resterende opgave is 8.284.Vraag 7Heeft u onderzocht in hoeverre de onderbesteding op de verschillendeposten samenhangt met structurele uitvoeringsproblemen bij de NCG enhet IMG en welke bevindingen heeft u hierover?U vraagt naar de samenhang tussen de onderbesteding en structureleuitvoeringsproblemen bij de NCG en het IMG. Vorig jaar constateerden wedat bij NCG meerjarige contracten niet volgens de aanbestedingen warenaangegaan. In 2025 heeft NCG herstelacties uitgevoerd en maatregelengetroffen om nieuwe onrechtmatige aanbestedingen te voorkomen. Wijhebben niet onderzocht of deze onvolkomenheid samenhangt metonderbesteding op de verschillende posten.Vraag 8Heeft u inzichtelijk gemaakt hoeveel gedupeerden gebruikmaken van deregelingen voor vastgelopen situaties en bijzondere situaties en hoeverhoudt dit zich tot het geraamde gebruik?Wij hebben niet onderzocht hoeveel gedupeerden gebruikmaken vanregelingen voor vastgelopen situaties en bijzondere situaties. Wij hebbenhier geen informatie over.Vraag 9Heeft u onderzocht wat de gevolgen zijn van de geconstateerde onderbe-steding voor gedupeerden die al jarenlang in onzekerheid verkeren overversterking of schadevergoeding?U vraagt naar de gevolgen van onderbesteding voor gedupeerden. Hierhebben wij in het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 geenonderzoek naar gedaan. Zie ook het antwoord op vraag 2.Vraag 10Herkent u, op basis van uw onderzoek naar de uitvoering van hetGroningse dossier in 2025, het beeld van de Nationale ombudsman dat deoverheid de behoefte van de burger te weinig centraal stelt in hersteltra-jecten en welke aanbevelingen doet u hierover?Wij hebben in het verantwoordingsonderzoek gekeken naar de uitwerkingvan 11 maatregelen gericht op het «milder, menselijker en makkelijker»maken van de schadeafhandeling en de uitvoering van de versterking. Wijhebben ook alleen gekeken naar de afhandeling van fysieke schade. Wezien dat die uitwerking heeft plaatsgevonden en dat in het algemeenzorgvuldiger met burgers wordt omgegaan. Het beeld van de Nationaleombudsman is gebaseerd op individuele gevallen en dat kan een anderbeeld geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 83

Bron, video en gesprek →