Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 VIIJaarverslag en slotwet Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 9 juni 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heefteen aantal vragen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de brief van 20 mei 2026inzake het Jaarverslag Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties 2025 (Kamerstuk 36 945 VII, nr. 1).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 9 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,KistemanDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-36945-VII-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 61 Vraag 1:Kunt u aangeven op welke manier de productiviteit van het ambtenaren-apparaat wordt gemeten?Antwoord:Het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE Studies) voertvoor het BZK-programma Kennis van de Overheid, sinds 2017 onderzoekuit naar de productiviteit van o.a. de rijksdienst (uitvoeringsorganisatiesen beleidsdepartementen). Tevens heeft de Kamer de Algemene Reken-kamer verzocht inzicht te bieden in de productiviteitsontwikkeling vanrijksuitvoeringsorganisaties. In juni 2024 is een eerste onderzoekverschenen dat de productiviteit bij 12 organisaties in kaart bracht, ditnajaar wordt een tweede rapport verwacht. Genoemde onderzoekenvormen belangrijke aanknopingspunten voor verbetering.Vraag 2:Beschikt u over indicatoren voor de mate waarin burgers te makenhebben met of hinder ondervinden van administratieve lasten als gevolgvan beleidskeuzes van de rijksoverheid?Antwoord:Nee, het Ministerie van BZK beschikt niet over deze indicatoren. Hetkabinet is dit via de Taskforce Slagvaardige Overheid ter hand genomenen werkt aan vereenvoudigingen en het terugdringen van regeldruk voormensen en ondernemers. U wordt hier via de actieagenda SlagvaardigeOverheid nog voor de zomer nader over geïnformeerd.Vraag 3:Kunt u aangeven wat het overkoepelende beeld is van de verschillendeklanttevredenheidsonderzoeken?Antwoord:De beschikbare klanttevredenheidsgegevens bij de batenlastenagent-schappen wijzen op een overwegend positieve waardering van dedienstverlening. De meeste organisaties behalen de gestelde normen voorklant- of gebruikerstevredenheid. Bij enkele organisaties (FMHaaglanden,Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek en de Rijksdienst voor Identiteits-gegevens) ontbreekt nog een structurele meetmethodiek, waardoor hettotaalbeeld nog niet volledig is. Deze worden momenteel ontwikkeld.Vraag 4:Kunt u aangeven hoeveel ICT-projecten in 2025 uitstel of afstel hebbenopgelopen en daarbij aangeven en om welke redenen dit doorgaansgebeurde?Antwoord:Voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening geldt dat van de 26 gerapporteerde ICT-projecten ophet RijksICTDashboard 16 projecten zijn vertraagd. De redenen hiervoorzijn doorgaans de aanpassing van (business)doelen of -eisen, hetovernemen van aanbevelingen extern advies (bijvoorbeeld na ACICT-advies), tegenvallers binnen het project (zoals complexiteit intechniek) of interne scopewijzigingen. Dit is in lijn met wat wordtaangegeven in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk.Vraag 5:(blz: 15) Om welke redenen werden 24 subsidieaanvragen geweigerdterwijl er minder werd uitgegeven dan begroot?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 62 Er zijn in 2025 127 aanvragen ontvangen voor de SubsidieregelingMaatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voorEuropees Nederland (SUMSNL) categorie 1. Daarvan zijn er 17 afgewezenen 110 verleend.Er zijn in 2025 31 aanvragen ontvangen voor de SubsidieregelingMaatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor hetCaribisch deel van het Koninkrijk (SUMSC) categorie 1. Daarvan zijn er 7afgewezen en 24 verleend.Van de totale158 aanvragen (voor EU-NL en de Cariben) zijn er daarmee24 afgewezen en 134 verleend.De aanvragen zijn getoetst op de vooraf vastgestelde criteria. De redenenvoor afwijzing zijn verschillend. Dit betrof onder andere:–het ontbreken van benodigde en/of volledige bijlagen;–track record / link met trans-Atlantisch slavernijverleden isonvoldoende;–organisatie niet gevestigd in Europees NL (dat is een vereiste voorsubsidieaanvragen SUMSNL ofwel niet gevestigd in de Cariben (dat iseen vereiste voor subsidieaanvragen SUMSC);–activiteiten niet gericht op professionalisering (opleidingen / website);–reiskosten;–Geen rechtspersoon (zonder winstoogmerk);Ook zijn er afwijzingen geweest o.b.v. intrekkingen of het niet ontvangenvan een aanvullende reactie.Vraag 6:(blz: 25–26) In hoeverre hebben bedrijven die werkzaam zijn voor deNederlandse digitale infrastructuur en werken met Nederlandse gegevenstoegang tot die gegevens? Of verzorgen zij enkel de infrastructuur zonderzelf bij die data te kunnen?Antwoord:Dit is niet in algemene zin te zeggen en is volledig afhankelijk van despecifieke omstandigheden van het geval. Dit hangt af van het typebedrijf, met welke (rijks)(overheids)organisatie zij zaken doen, welk typedienstverlening zij leveren, en wat de specifieke afspraken zijn in degesloten overeenkomsten. Generiek kan wel gesteld worden dat versleu-telde gegevens niet zomaar ontcijferd kunnen worden, tenzij de betrokkenorganisatie over de sleutels beschikt.Vraag 6:(blz: 25–26) Kunnen bedrijven die werkzaam zijn voor de Nederlandsedigitale infrastructuur en werken met Nederlandse gegevens de versleu-telde gegevens ontcijferen en aan derden doorgeven als ze daartoeworden gedwongen?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 6.Vraag 8:(blz: 31–32) Kunt u aangeven in hoeverre onderuitputting met betrekkingtot het niet kunnen vullen van vacatures voor eigen personeel het gevolgis van concurrentie met andere werkgevers, buiten het domein van deoverheid?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 63 Het is niet bekend of de onderuitputting met betrekking tot het nietkunnen vervullen van vacatures het gevolg is van de concurrentie metwerkgevers buiten het domein van de overheid, de arbeidsvoorwaardenof de doorgroeimogelijkheden (zie ook vraag 9). Onderbezetting, dievooral voor specifieke specialistische kennis geldt, kent een veelheid aanoorzaken. Naast een samenhang met de inhoud van het werk zijn ookomstandigheden bepalend, zoals het moment van ontstaan en vervullenvan vacature, het soms om strategische redenen nog niet invullen ervanen de doorlooptijd van de procedure. Gezien de aantrekkelijkheid van hetRijk als werkgever is er geen reden voor bezorgdheid over de concurren-tiepositie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties met betrekking tot het aantrekken van nieuwe medewerkersVraag 9:(blz: 31–32) Kunt u aangeven in hoeverre onderuitputting met betrekkingtot het niet kunnen vullen van vacatures voor eigen personeel het gevolgis van de arbeidsvoorwaarden en/of de doorgroeimogelijkheden bij derijksoverheid?Antwoord:Het is niet bekend of de onderuitputting met betrekking tot het nietkunnen vervullen van vacatures het gevolg is van de arbeidsvoorwaarden,de doorgroeimogelijkheden of de concurrentie met werkgevers buiten hetdomein van de overheid (zie ook vraag 8). Onderbezetting, die vooral voorspecifieke specialistische kennis geldt, kent een veelheid aan oorzaken.Naast een samenhang met de inhoud van het werk zijn ook omstandig-heden bepalend, zoals het moment van ontstaan en vervullen vanvacature, het soms om strategische redenen nog niet invullen ervan en dedoorlooptijd van de procedure. Gezien de aantrekkelijkheid van het Rijkals werkgever is er geen reden voor bezorgdheid over ontoereikendearbeidsvoorwaarden of doorgroeimogelijkheden.Vraag 10:(blz: 31–32) In hoeverre heeft de onderuitputting van 17,1 miljoen euro opeigen personeel door krapte op de arbeidsmarkt geleid tot extra uitgavenvoor externe inhuur?Antwoord:Er is sprake van krapte op de arbeidsmarkt, waardoor vacatures moeilijkte vervullen kunnen zijn en er sprake is van onderbezetting. Dit is één vande redenen voor het inzetten van externe inhuur. Gelet hierop is hetaannemelijk dat er een verband bestaat tussen de krapte op de arbeids-markt en de uitgaven voor externe inhuur. Vrijwel alle organisatieonder-delen van BZK huurden in 2025 echter minder in dan in 2024. Zie ook hetantwoord op vraag 17.Vraag 11:(blz: 31–32) Kunt u aangeven welk aandeel van de niet gevulde vacaturesbetrekking heeft op ICT-personeel?Antwoord:Ongeveer 20% van de niet vervulde vacatures zijn ICT-vacatures in 2025.Vraag 12:(blz:) Kunt u aangeven of, en zo ja, hoeveel ICT-projecten uitstel of afstelhebben opgelopen als gevolg van het niet vullen van vacatures?Antwoord:Er zijn mij geen ICT-projecten bekend die uitstel of afstel hebbenopgelopen specifiek als gevolg van het niet vervullen van vacatures.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 64 Vraag 13:(blz: 37) Hoeveel externe medewerkers zijn langs de route van «verambte-lijking» in dienst gegaan als ambtenaar per jaar in 2025, 2024, en 2023?Antwoord:Er wordt niet centraal geregistreerd welke nieuwe medewerkers middelsverambtelijking in dienst treden.Vraag 14:(Blz. 40) Hoe staat het met de verdeling en besteding van de «Enveloppegoed bestuur en sterke rechtsstaat»?Antwoord:De enveloppe goed bestuur en sterke rechtsstaat bedroeg in 2025 € 100mln., oplopend naar € 200 mln. structureel vanaf 2027. Met de verdelingvan de enveloppe is in 2025 € 25 mln. oplopend naar € 50 mln. struc-tureel vanaf 2027 op het begrotingshoofdstuk van Justitie en Veiligheid(VI) beland ten behoeve van de versterking van de rechtsstaat. Voor hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) was in 2025€ 75 mln. beschikbaar, oplopend tot € 150 mln. structureel vanaf 2027.Over de verdeling van de middelen uit de enveloppe en de bijbehorendedoelen is de Kamer geïnformeerd via de Kamerbrief TK 2024/2025 33047nr. 41 van 2 juli 2025, genaamd «Inzet middelen enveloppe goed bestuuren sterke rechtsstaat».Ten opzichte van de brief heeft er in de ontwerpbegroting vanaf jaar 2028en verder nog een wijziging plaatsgevonden voor wat betreft de middelendie gereserveerd waren voor het oprichten van een constitutioneel hof enverzelfstandiging Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.Hiervan is € 25 mln. voor de jaren 2028–2030 en € 50 mln. structureelvanaf 2031 overgeboekt naar het Ministerie van JenV voor versterking vanhet gevangeniswezen. Een andere wijziging betrof het incidenteelherprioriteren van € 34 mln. voor de dekking van de kosten van detussentijdse TK verkiezing in 2025.In de loop van 2025 heeft het Ministerie van BZK de plannen uit deKamerbrief voor de besteding aan de doelen uit het hoofdlijnenakkoordverder uitgewerkt. Omdat een aantal trajecten nog in de opstartfase zat,zijn niet alle middelen in 2025 uitgeput. De verwachting is dat allemiddelen in 2026 worden uitgeput, behalve de middelen die zijn bestemdvoor de voorbereiding van de oprichting van een constitutioneel hof en deverzelfstandiging van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState.Vraag 15:(blz: 45) Welke stappen zijn gezet richting de versterking van derechtsstaat?Antwoord:In 2025 is het voorstel in consultatie gebracht om toetsing door de rechtervan wetten aan verschillende grondrechten mogelijk te maken. Ditvoorstel draagt bij aan versterking van de rechtsstaat door de rechtsbe-scherming van burgers te versterken en de grondwettelijke cultuur tebevorderen. Daarnaast draagt de constitutionele toets van ontwerp wet-en regelgeving bij de versterking van de rechtsstaat.In 2025 is ook een grondwetswijziging in consultatie gebracht om deprocedure voor de vervolging van ambtsdelicten van Kamerleden enbewindspersonen aan te passen. De huidige procedure is verouderd enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 65 niet werkbaar. Dit grondwetsvoorstel is op 26 mei jl. ingediend bij deTweede Kamer.Daarnaast zijn in 2025 onderzoeken en voorbereidende werkzaamhedengestart voor bijeenkomsten met experts over de invloed van nieuwetechnologie op de grondrechten en de grondwettelijke waarborgen op hetinstitutionele vlak. Ook zijn verschillende beleidsvoornemens rondom deaanpak van discriminatie en racisme verder uitgewerkt, zodat destelselherziening van de antidiscriminatievoorzieningen en de oprichtingvan een antidiscriminatievoorziening op de BES.Tot slot is in 2025 de kabinetsreactie op het rapport van de Staatscom-missie rechtsstaat uitgebracht en wordt uitvoering gegeven aan deaanbevelingen (Kamerstukken II,.2024/2025, 29 279, nr. 981).Vraag 16:(blz: 89) Met welke reden zijn de uitgaven voor de ICT van de Rijksorgani-satie voor Informatiehuishouding lager uitgevallen dan begroot?Antwoord:De uitgaven voor de ICT van de Rijksorganisatie voor Informatiehuis-houding (RvIHH) aan ICT zijn lager uitgevallen dan begroot, omdatbepaalde investeringen vertraging hebben opgelopen. Zie daarvoor hetantwoord op vraag 4. Voor de uitvoering van gestelde groeiambities en de(door)ontwikkeling van programma’s, producten en diensten is RvIHHafhankelijk van stelselpartijen. Dit heeft effect op zowel de uitgaven alsook de ontvangsten bij RvIHH. Uiteindelijk is het voor de RvIHH vanbelang dat de uitgaven en ontvangsten binnen het kasjaar in balans zijn.De lagere uitputting moet wel bezien worden in het licht dat bij de tweedesuppletoire begroting de uitgavenraming is verhoogd. Waardoor deonderuitputting nu hoger uitvalt de oorspronkelijk begroot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 66
Bron, video en gesprek →0debatten
228bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·