Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 603Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen inverband met de versterking van gebouwen in deprovincie Groningen36 836Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering vandiverse maatregelen uit de kabinetsreactie ophet rapport van de parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning GroningenNr. 91 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 1 april 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties over de brief van 13 februari 2026 over het ontwerpAMvB tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en hetMijnbouwbesluit (Kamerstuk 35 603, nr. 90).De vragen en opmerkingen zijn op 16 maart 2026 aan de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorgelegd. Bij brief van 1 april2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,KistemanAdjunct-griffier van de commissie,Van der Haas kst-35603-91ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 911 InleidingMet belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingenvan de leden van de fracties van D66, VVD, CDA, JA21 en SP bij de AMvBvoor de wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en hetMijnbouwbesluit in verband met de uitvoering van diverse maatregelenuit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecom-missie aardgaswinning Groningen en het aanbrengen van enkeletechnische wijzigingen en verduidelijkingen (hierna: ontwerpbesluit).Graag beantwoord ik de vragen die door de verschillende fracties zijngesteld. Daarbij zijn de vragen en opmerkingen integraal opgenomen incursieve tekst en is de beantwoording daarvan direct onder de vragenopgenomen in niet-cursieve tekst.Met de voordracht van het ontwerpbesluit voor advisering door deAfdeling advisering van de Raad van State zal ik wachten tot na afrondingvan de behandeling in uw Kamer van het wetsvoorstel tot wijziging vande Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met deuitvoering van de diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op hetrapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinningGroningen (Kamerstuk 36 836).Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinisterVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorhangbriefen het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wetGroningen en het Mijnbouwbesluit. Deze leden vinden het van grootbelang dat maatregelen rondom schadeherstel, versterking en onder-steuning van bewoners in Groningen zorgvuldig worden vormgegeven enbijdragen aan het herstel van vertrouwen bij inwoners van het aardbe-vingsgebied. Zij hebben naar aanleiding van de stukken nog enkelevragen.Grensbedrag voor daadwerkelijk herstelDe leden van de D66-fractie lezen dat voor daadwerkelijk herstel eengrensbedrag van 60.000 euro wordt gehanteerd. Deze leden begrijpen dathiermee sneller schadeherstel mogelijk moet worden gemaakt zonderuitgebreid onderzoek naar de oorzaak van de schade. Tegelijkertijd lezenzij dat de regio en het Erfgoedberaad erop wijzen dat in het zwaarstgetroffen kerngebied schadebedragen vaker boven dit grensbedragkunnen uitkomen, waardoor daar alsnog vaker onderzoek naar deschadeoorzaak zal plaatsvinden en bewoners mogelijk langer moetenwachten op herstel.Vraag 1De leden van de D66-fractie vragen de Minister daarom hoe vaak naarverwachting de herstelkosten bij schade boven het grensbedrag van60.000 euro uitkomen? Kan dit, indien mogelijk, worden uitgesplitst naarhet kerngebied en de rand van het effectgebied?In de beantwoording van de schriftelijke vragen op het wetsvoorstel heeftmijn ambtsvoorganger aangegeven dat het percentage schademeldingendat binnen het grensbedrag valt, hoger is dan 95%.1 Uit de cijfers over2024 en 2025 blijkt dat bij ca. 2.7% van de schadeaanvragen die voor1Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 912 maatwerkvergoeding in aanmerking kwamen, de vergoeding hoger dan€ 60.000,– was. Wel is het zo dat bij daadwerkelijk herstel alle schade dienaar zijn aard mijnbouwschade zou kunnen zijn voor herstel inaanmerking komt en niet alleen de causale schade, zoals bij hetmaatwerktraject het geval is.Een uitsplitsing naar «kerngebied» en «rand van het effectgebied» is nietmogelijk. De afgelopen jaren hebben immers verschillende bevingenplaatsgevonden met een verschillend epicentrum. Om toch een beeld tekunnen schetsen, kan inzicht worden geboden in de uitgekeerde schade-vergoedingen op adressen waar hoge trillingssnelheden van minimaal15 mm/s hebben plaatsgevonden en waar dat niet het geval is2. Uit cijfersover 2024 en 2025 blijkt dat op adressen waar dergelijke trillingssnelhedenhebben plaatsgevonden, 1,7% van de vergoedingen boven de € 60.000uitkwam. Op adressen waar trillingssnelheden van minder dan 15 mm/szijn geweest, was 3,2% van de vergoedingen hoger dan € 60.000. Anderefactoren, zoals de oppervlakte van de woning, spelen een grotere rol dande locatie van de woning. Zo komen schades boven de € 60.000 metname voor bij woningen van meer dan 150 m2 oppervlakte.Vraag 2Voorts vragen deze leden welk concreet vervolgtraject geldt voorbewoners van wie de herstelkosten boven het grensbedrag uitkomen. Watbetekent dit in de praktijk voor de doorlooptijd, de kans op vergoeding ende rechtspositie van deze bewoners?Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven, is het bedrag van€ 60.000 in het overgrote deel van alle gevallen toereikend om alle schadedie door mijnbouw zou kunnen zijn ontstaan te herstellen zonderonderzoek naar de schadeoorzaak.In de situaties waarin bij de schadeopname al duidelijk is dat de omvangvan de totale schade (zowel schades als gevolg van de gaswinning, alsschades met een andere oorzaak) groter is dan € 60.000 kan de bewonerkiezen om tot € 60.000 de schade te laten herstellen zonder onderzoeknaar schadeoorzaak of kiezen voor een maatwerktraject.Indien de aanvrager kiest voor daadwerkelijk herstel maakt het InstituutMijnbouwschade Groningen (IMG) afspraken met de aanvrager.Onderdeel van die afspraken is dat als de geadviseerde herstelkosten hetbedrag van € 60.000 overschrijden, de aanvrager kiest welke schadewordt hersteld. Ook kan de aanvrager ervoor kiezen om de kosten voorhet herstel boven het grensbedrag zelf te betalen. Er is daarmee geennadelig effect op de doorlooptijd en ook is de kans op een vergoedingvoor iedereen gelijk: tot € 60.000 herstel van schade die door mijnbouwzou kunnen zijn ontstaan, zonder onderzoek naar de schadeoorzaak. Derechtspositie van de aanvrager is in deze gevallen geborgd, omdat hetIMG de aanvrager de vrijheid biedt te bepalen welke schade wordthersteld en de aanvrager gebruik kan maken van alle reguliere rechtsmid-delen, zoals bezwaar.De bewoner kan in plaats van daadwerkelijk herstel ook kiezen voor eenmaatwerktraject waarbij alle schades als gevolg van de gaswinning2De grens van 15mm/s komt voort uit de SBR Trillingsrichtlijn A (https://www.naa.nl/wp-content/uploads/2019/04/SBR-Trillingsrichtlijn-A-Schade-aan-bouwwerken-2017.pdf). Deze richtlijn geeftaan dat bij deze trillingssnelheid (en hoger) de bijdrage van trillingen relatief groot is tenopzichte van een eventuele autonome oorzaak. Dat maakt dit een werkbare alternatievebenadering om iets te zeggen over het gebied waar dergelijke zware trillingen zich hebbenvoorgedaan en het gebied waar dat niet het geval is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 913 worden vergoed, ongeacht de hoogte van het schadebedrag maar metonderzoek naar de schadeoorzaak. Hier geldt het grensbedrag van€ 60.000 niet. De bewoner kan kiezen tussen een financiële vergoeding ofeen vergoeding in natura waarbij de schades als gevolg van gaswinninghersteld worden door een aannemer van het IMG.Vergoeding voor overlastDe leden van de D66-fractie lezen dat met dit besluit de maximale hoogtevan vergoedingen voor overlast bij ministeriële regeling kan wordenvastgesteld. Deze leden begrijpen dat de Minister hiermee meer flexibi-liteit wil creëren om te differentiëren naar soort overlast en om bedragenzo nodig aan te passen, bijvoorbeeld vanwege inflatie.Vraag 3Zij vragen welke uitgangspunten zullen gelden bij toekomstige aanpas-singen van deze bedragen?Bij het bepalen van de maximale hoogtes van de diverse overlastvergoe-dingen die vastgelegd worden in de ministeriële regeling, zullen demaximumbedragen genoemd in maatregel 7 (verhoogde overlastver-goeding bij herhaalschade) en 9 (overschrijden van beslistermijnen) vande kabinetsreactie Nij Begun worden gevolgd. Voor het bepalen van deprecieze hoogte van de overlastvergoedingen per geval zal het IMG eenwerkwijze opstellen waarbij het IMG rekening zal houden met bijvoor-beeld de mate van ernst, duur en frequentie van de overlast voorbewoners. Het IMG verwacht in het vierde kwartaal van 2026 te kunnenstarten met het uitkeren van de nieuwe overlastvergoedingen. Mocht inde toekomst blijken dat de vergoeding onvoldoende is voor het compen-seren van overlast, dan kunnen de bedragen heroverwogen worden. Debedragen worden niet jaarlijks geïndexeerd.Vraag 4De leden van de D66-fractie vragen daarnaast hoe de rechtszekerheid envoorspelbaarheid voor bewoners worden geborgd, nu de maximalevergoedingen voor overlast niet langer in het besluit zelf wordenvastgelegd. Hoe worden bewoners tijdig en duidelijk geïnformeerd overde voor hen geldende vergoedingen? Is de Minister bereid de Kameractief te informeren wanneer deze bedragen worden gewijzigd?Met het ontwerpbesluit wordt een delegatiegrondslag in het BesluitTijdelijke wet Groningen opgenomen om bij ministeriële regeling demaximale vergoedingen voor verschillende soorten overlast vast teleggen. Zowel deze ministeriële regeling als het Besluit Tijdelijke wetGroningen zijn openbaar. Bewoners worden door het IMG geïnformeerdover de overlastvergoedingen via de website en in persoonlijke contacten.Het IMG kent overlastvergoedingen automatisch toe. Bewoners hoevenhier niet het Besluit Tijdelijke wet Groningen of de ministeriële regelingvoor te raadplegen.Ik kan aan uw Kamer toezeggen dat ik u zal informeren over wijzigingen inde maximale overlastvergoedingen via de reguliere voortgangsbrievendie ik u stuur.Positie van huurders en andere rechtmatige gebruikersDe leden van de D66-fractie lezen dat met dit besluit meerdere groepenalsnog aanspraak krijgen op vergoedingen of rechtsbijstand. Deze ledenvinden het van groot belang dat bewoners een gelijkwaardige positietegenover de overheid hebben in procedures over schade en versterking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 914 Vraag 5In hoeverre acht de Minister de uitbreiding van de mogelijkheid totrechtsbijstand voor niet-eigenaren voldoende om deze gelijkwaardigepositie daadwerkelijk te waarborgen, mede gelet op het feit dat dezerechtsbijstand niet ziet op geschillen tussen huurders en verhuurders?De rechtsbijstand is in de wet opgenomen om eigenaren van een gebouwte ondersteunen in hun schade- of versterkingstraject tegenover deoverheid, om zo te zorgen voor een gelijk speelveld tussen de eigenaar ende overheid. Omdat deze besluiten het eigendom van de eigenaarbetreffen, verschilt deze situatie met die van huurders die geen fysiekeschadevergoedings- of versterkingsbesluit ontvangen. Echter, het IMG ende Nationaal Coördinator Groningen (NCG) verstrekken wel anderesoorten schadevergoedingen aan huurders, zoals de immateriëleschadevergoeding van het IMG en de vergoeding voor schade doorversterking van de NCG. Het voorstel trekt in deze laatstgenoemdesituaties de juridische positie van huurders gelijk met die van eigenaren.Geschillen tussen huurders en verhuurders betreffen privaatrechtelijkegeschillen die los staan van het algemeen belang van veilige en hersteldewoningen in het aardbevingsgebied, waar de overheid eindverantwoorde-lijkheid voor draagt. Daarbij zouden huurders dan wél, en verhuurdersgeen bijstand krijgen. Dit is niet uitlegbaar naar de verhuurders, en naarde rest van Nederland waar zich ook vergelijkbare privaatrechtelijkegeschillen tussen huurder en verhuurder voordoen. Huurders hebben indit soort geschillen andere mogelijkheden voor advies en hulp tot hunbeschikking, zoals de Huurcommissie, het Juridisch Loket en de gemeente(bijvoorbeeld als de woning niet aan de bouwregelgeving voldoet).Voorkomen van nieuwe omissies en afbakening van het effectgebiedDe leden van de D66-fractie constateren dat met dit besluit meerdereomissies en onbedoelde uitsluitingen worden hersteld.Vraag 6Deze leden vragen welke waarborgen zijn getroffen om te voorkomen datook na inwerkingtreding van dit besluit nog bewoners, huurders of andererechtmatige gebruikers buiten beeld blijven of tussen wal en schip vallen.Is de Minister voornemens om de werking van deze wijzigingen in depraktijk te monitoren en zo ja, op welke wijze en op welk moment wordtde Kamer hierover geïnformeerd?In de wet wordt in artikel 13n over bijstand een delegatiebepalingopgenomen die het mogelijk maakt om bij algemene maatregel vanbestuur de reikwijdte van die bijstand uit te breiden. Mocht in de toekomstblijken dat die reikwijdte toch nog te beperkt is, dan kan deze dus relatiefeenvoudig worden vergroot. De werking van de regeling voor rechtsbij-stand wordt periodiek gemonitord door het Kenniscentrum van de Raadvoor Rechtsbijstand. Deze rapportages zijn openbaar.3 Indien de monitoren/of overige signalen aanleiding geven tot aanpassing, informeer ik uwKamer hierover. Verder geldt in algemene zin dat in de Staat vanGroningen en Noord-Drenthe onder andere de schadeafhandeling enversterkingsoperatie worden gemonitord, waarbij ook kan wordengekeken naar het onverhoopt buiten beeld of tussen wal en schip vallenvan bepaalde doelgroepen.Vraag 73Te vinden op www.raadvoorrechtsbijstand.org/kenniscentrum/publicaties/evaluatie-regeling-mijnbouwschade.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 915 De leden van de D66-fractie vragen daarnaast hoe in de praktijk wordtvoorkomen dat bewoners aan de randen van het effectgebied tussen walen schip vallen. Op basis van welke signalen, criteria of nieuwe inzichtenkan het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) besluiten heteffectgebied uit te breiden? Op welke wijze worden bewoners hierovergeïnformeerd?Het IMG beoordeelt schade altijd op adresniveau en houdt bij grensge-vallen, waar de afbakening van het effectgebied door straten loopt, zoveelmogelijk rekening met het voorkomen van onwenselijke situaties.Tegelijkertijd zijn grensgevallen onvermijdelijk bij elke geografischeafbakening, waardoor sommige woningen net buiten het effectgebiedzullen vallen.Nieuwe wetenschappelijke inzichten over mogelijke schade door dewinning uit het Groningenveld en het gebruik van de gasopslagen bijNorg en Grijpskerk, kunnen aanleiding geven tot aanpassing van dewerkwijze of uitbreiding van het effectgebied. Mede hierom investeert hetIMG voortdurend in de ontwikkeling en verdieping van relevante kennisover schademechanismes. In dit kader is vorig jaar bijvoorbeeld nog eenaanvullend onderzoek opgeleverd naar het risico op schade door deindirecte effecten van diepe bodemdaling (IEDB) gerelateerd aan devoormalige gaswinning.4 Het IMG werkt momenteel aan de doorvertalingvan deze inzichten in haar werkwijze. Naar verwachting is hier voor dezomer meer duidelijkheid over. Wanneer dergelijke nieuwe inzichtenaanleiding geven tot aanpassing van haar werkwijze communiceert IMGhier zelf over, waar nodig met aanvullende communicatiemiddelen voorspecifieke gebieden of groepen.Herstel van vertrouwenDe leden van de D66-fractie constateren dat dit besluit op verschillendemomenten in werking kan treden en dat onderdelen afhankelijk zijn vanonderliggende regelgeving. Deze leden benadrukken dat bewoners al langwachten op de maatregelen uit Nij Begun en dat verdere vertragingonwenselijk is.Vraag 8Wanneer verwacht de Minister dat alle onderdelen van dit besluit inwerking zijn getreden? Is de Minister bereid hiervoor een concretestreeftermijn te noemen en de Kamer te informeren indien deze niet wordtgehaald?Het ontwerpbesluit bestaat uit verschillende wijzigingen. Deels hebben dewijzigingen te maken met de al in werking getreden wet omissies5, ofkunnen wijzigingen om andere redenen direct worden doorgevoerd. Eenvoorbeeld hiervan is de verhoging van de maximale vergoedingen vooroverlast, die volgt uit maatregelen 7 en 9 uit Nij Begun. De inwerking-treding van deze (begunstigende) onderdelen behoeft uiteraard niet teworden uitgesteld. Andere onderdelen van het ontwerpbesluit hangensamen met het PEGA-wetsvoorstel dat momenteel bij uw Kameraanhangig is.6 Een voorbeeld is de vaststelling van het grensbedrag voordaadwerkelijk herstel. De inwerkingtreding van deze onderdelen zalplaatsvinden gelijktijdig met die wet: de wet kan niet in werking treden4https://www.schadedoormijnbouw.nl/nieuws/2025/09/nieuwe-inzichten-op-de-indirecte-effecten-van-diepe-bodemdaling5Wet van 19 februari 2025 tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met hetherstel van omissies en het aanbrengen van verduidelijkingen (Stb. 2025, nr. 62).6Kamerstukken 36 836.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 916 zonder deze onderdelen van de AMvB en deze onderdelen kunnen niet inwerking treden zonder de wet. De uiteindelijke datum is daarmeeafhankelijk van enerzijds de parlementaire behandeling van hetwetsvoorstel, en anderzijds de doorlooptijd van de advisering door deRaad van State over dit ontwerpbesluit. Vooralsnog wordt gestreefd naarinwerkingtreding per 1 juli 2026, in lijn met de vaste verandermomentenvoor inwerkingtreding van wetten en algemene maatregelen van bestuur.Ten algemene wil ik ook graag benadrukken dat ik uw Kamer periodiek zalinformeren over de voortgang van de verschillende maatregelen uit NijBegun en de hersteloperatie in het algemeen, net als mijn ambtsvoor-gangers hebben gedaan in het verleden.Vraag 9De leden van de D66-fractie vragen tot slot hoe de Minister deze wijzi-gingen beziet in het licht van het bredere doel om het vertrouwen vaninwoners van Groningen en Noord-Drenthe in de overheid te herstellen.Op welke manier dragen deze wijzigingen volgens de Minister concreet bijaan een eenvoudiger, rechtvaardiger en beter uitlegbaar stelsel voorbewoners?Met deze wijziging wordt in het gehele effectgebied één grensbedrag van€ 60.000 gehanteerd voor schadeherstel zonder onderzoek naar deschadeoorzaak. Daarmee worden nieuwe grenzen en nieuwe verschillenvoorkomen, en staat een gelijkwaardig eindresultaat – namelijk eenherstelde woning – voorop. Met dit ontwerpbesluit wordt verder detoegang tot rechtsbijstand verbreed naar niet-eigenaren. Dat is recht-vaardig omdat ook niet-eigenaren in een aantal gevallen vergoedingsbe-sluiten ontvangen van het IMG en de NCG. Zo worden verschillendegroepen gedupeerden, die een besluit ontvangen van het IMG of de NCG,gelijkwaardig behandeld.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de stukken ter voorbereiding op de wijziging van het Besluit Tijdelijkewet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Deze leden wensen in dit kaderenkele specifieke aandachtspunten te benadrukken en vragen hierovernadere toelichting van de Minister.Vraag 10De leden van de VVD-fractie vragen ten aanzien van onderdeel H, over debeoordeling van kwetsbare gebouwen, of de aanvullende bouwkundigecriteria helder en eenduidig zijn geformuleerd. Hoe wordt voorkomen dathierdoor nieuwe, moeilijk verklaarbare verschillen in beoordelingontstaan?Op basis van het advies van het panel van deskundigen (22 januari 2019)geldt het wettelijk bewijsvermoeden als ter plaatse een trillingssnelheid isopgetreden van tenminste 2 mm/s. Dit is alleen anders bij bijzonderkwetsbare objecten, waarvoor geldt dat het bewijsvermoeden vantoepassing is vanaf een trillingssnelheid van 1,6 mm/s. Om te bepalen ofsprake is van een bijzonder kwetsbaar object, sluit het IMG aan bij hetadvies «Overwegingen bij de uitzonderlijke toestand van het bewijsver-moeden» (mei 2020). Op basis van dat advies is er een uniform procesingericht voor de beoordeling van bijzonder kwetsbare objecten, datgedeeld wordt met de eigenaren. Dit uniforme beoordelingskader zorgtvoor een gelijke beoordeling van gelijke gevallen.Vraag 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 917 Ten aanzien van onderdeel I, deel 3, constateren deze leden dat de naam«tijdelijk» wordt verwijderd. Is het in dat licht niet logisch om denaamgeving in de Wet Groningen en Noord-Drenthe aan te passen?In het ontwerpbesluit zijn twee wijzigingen van het Besluit Tijdelijke wetGroningen opgenomen waarin het woord «tijdelijk» wordt geschrapt:1.in de verwijzing naar de bovenliggende wet (in artikel 1 van hetBesluit Tijdelijke wet Groningen; artikel I, onderdeel A), omdat methet PEGA-wetsvoorstel de citeertitel «Tijdelijke wet Groningen» wordtvervangen door «Wet Groningen»;2.in de citeertitel van het Besluit Tijdelijke wet Groningen zelf, datwordt vervangen door «Besluit Groningen» (artikel 12 van het BesluitTijdelijke wet Groningen; artikel I, onderdeel J).De vraag heeft eigenlijk betrekking op de naamgeving van de wet, endaarmee niet op het ontwerpbesluit maar op het PEGA-wetsvoorstel. Ditontwerpbesluit volgt slechts de keuze die op wetsniveau wordt gemaakt,zowel uiteraard voor de verwijzing naar de wet (onderdeel 1) als voor denaamgeving van de algemene maatregel van bestuur (onderdeel 2).Vanaf het begin7 heeft de wet de naam Tijdelijke wet Groningen gedragen,maar is deze ook van toepassing op (eventuele) schade als gevolg van degasopslag Norg en daarmee op Noord-Drenthe, en op een deel vanFriesland. Toch is gekozen voor deze korte benaming, omdat het veruitgrootste deel van het toepassingsgebied van de wet daar ligt. HetPEGA-wetsvoorstel past dit territoriale toepassingsgebied van die wet nietaan. Daarom is er geen reden gezien om Noord-Drenthe nu in deciteertitel van de wet (en daarmee ook van de onderhavige algemenemaatregel van bestuur) op te nemen.Vraag 12Ten slotte merken zij bij het onderdeel internetconsultatie op dat ruimteblijft bestaan voor het IMG om het effectgebied uit te breiden wanneernieuwe inzichten daar aanleiding toe geven. Hoe wordt in dat gevalvoorkomen dat dit leidt tot willekeur in de toepassing?Zie hiervoor ook mijn antwoord op vraag 7. Willekeur wordt voorkomendoordat nieuwe wetenschappelijke inzichten pas tot uitbreiding van heteffectgebied kunnen leiden wanneer deze zijn gevalideerd door onafhan-kelijke partijen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de ontwerpAMvB tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en hetMijnbouwbesluit. Deze leden vinden het goed dat de doelgroep diegebruik kan maken van de subsidieregeling rechtsbijstand wordt verruimden hebben ook met tevredenheid gelezen dat naar aanleiding van demotie-Vedder/Boulakjar het schadebedrag tot aan waar er geen onderzoekmeer wordt gedaan naar causaliteit wordt verhoogd naar 60.000 euro. Zijhebben hierbij nog een enkele vraag.2. Wijzigingen Besluit Tijdelijke wet Groningen, Onderdeel C Vraag 137De wet trad op 1 juli 2020 in werking, maar ook bij indiening van het wetsvoorstel (Kamer-stukken II 2018/19, 35 250, nr. 2) gold hetgeen hier gezegd werd al.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 918 De leden van de CDA-fractie vragen een nadere toelichting wat er bedoeldwordt met «het genoemde periodiek bekijken grensbedrag 60.000 europassend is».Zoals mijn ambtsvoorganger in de nota naar aanleiding van het verslagover het PEGA-wetsvoorstel heeft aangegeven, is het leidende criteriumdat het merendeel van de schademeldingen binnen het grensbedrag moetvallen. Het IMG is gevraagd om te signaleren wanneer dit niet langer hetgeval is.8Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de voorhang-brief van Minister inzake het ontwerpbesluit tot wijziging van het BesluitTijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit. Dit wijzigingsbesluitvloeit voort uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning Groningen en bevat daarnaast enkeletechnische correcties en verduidelijkingen. Deze leden onderschrijven hetbelang van een voortvarende en rechtvaardige afhandeling van schadevoor bewoners van het aardbevingsgebied. Tegelijkertijd hebben zij nogenkele vragen over de uitvoering van het besluit en de mogelijkegevolgen voor bewoners.AlgemeenDe leden van de JA21-fractie constateren dat het wijzigingsbesluitverschillende aanpassingen bevat die bedoeld zijn om de schadeafhan-deling en de versterkingsoperatie te verbeteren en te versnellen.Tegelijkertijd hebben bewoners van het aardbevingsgebied de afgelopenjaren regelmatig te maken gehad met langdurige procedures en vertra-gingen.Vraag 14Deze leden vragen hoe wordt geborgd dat de uitvoering van de voorge-stelde wijzigingen niet leidt tot verdere vertraging in de schadeafhan-deling of de versterkingsoperatie. Op welke wijze monitort de Minister ofde wijzigingen daadwerkelijk bijdragen aan een snellere en eenvoudigerafhandeling voor bewoners?De voorgestelde wijzigingen kunnen zonder vertraging worden ingepastin de huidige uitvoeringspraktijk. De resultaten en effecten van dezewijzigingen, en de andere maatregelen uit de kabinetsreactie op deparlementaire enquête, worden jaarlijks beschreven in de Staat vanGroningen en Noord-Drenthe. Het kabinet zal elk jaar reageren op deuitkomsten in een brief aan de Kamer. Deze verplichting is opgenomen inhet PEGA-wetsvoorstel.Vraag 15Daarnaast vragen zij hoe wordt voorkomen dat nieuwe uitvoeringsregelsof aanpassingen in regelgeving leiden tot extra administratieve lastenvoor bewoners, gemeenten en uitvoeringsorganisaties.In de memorie van toelichting op het PEGA-wetsvoorstel is reedstoegelicht hoe de regeldruk voor bewoners vermindert als zij kiezen voorde mogelijkheid om schade te laten herstellen zonder uitgebreidonderzoek.9 De grens van € 60.000 die met dit ontwerpbesluit wordtvastgelegd, is een nadere invulling van deze mogelijkheid. Ook de andere8Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 7.9Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 3, p. 33.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 919 wijzigingen en verduidelijkingen die met dit ontwerpbesluit wordengeregeld, leiden naar verwachting nauwelijks tot extra administratievelasten voor bewoners, gemeenten of uitvoeringsorganisaties. Dit wordttoegelicht in de nota van toelichting bij de het ontwerpbesluit.OverlastvergoedingenDe leden van de JA21-fractie lezen dat het ontwerpbesluit de mogelijkheidintroduceert om vergoedingen voor overlast flexibeler vast te stellen viaeen ministeriële regeling. Hiermee kan beter worden ingespeeld opverschillende soorten overlast die bewoners ervaren, bijvoorbeeld bijherhaalschade of langdurige werkzaamheden.Vraag 16Deze leden vragen op basis van welke criteria de Minister de hoogte vanverschillende overlastvergoedingen zal bepalen. Op welke wijze wordtdaarbij rekening gehouden met verschillen in ernst, duur en frequentievan de overlast die bewoners ervaren?Zie hiervoor het antwoord op vraag 3.Vraag 17Daarnaast vragen zij hoe wordt geborgd dat bewoners die herhaaldelijkschade of langdurige werkzaamheden ervaren daadwerkelijk ruimhartigworden gecompenseerd. Wordt hierbij bijvoorbeeld rekening gehoudenmet cumulatieve overlast wanneer bewoners meerdere keren schade ofherstelwerkzaamheden ondervinden?Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 3 zal het IMG in zijnwerkwijze rekening houden met maatregel 7 van de kabinetsreactie NijBegun: een verhoogde overlastvergoeding tot maximaal € 1.200 bijherhaalde schade.Vraag 18Voorts vragen zij op welke wijze wordt voorkomen dat bewoners moetenwachten op aanpassing van vergoedingen wanneer bijvoorbeeld inflatieof veranderende omstandigheden daartoe aanleiding geven. Wordtoverwogen om de hoogte van vergoedingen periodiek te indexeren of opandere wijze automatisch aan te passen aan prijsontwikkelingen?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord opvraag 3.Maximumbedrag voor schadeherstelDe leden van de JA21-fractie lezen dat het wijzigingsbesluit eenmaximumbedrag van 60.000 euro introduceert voor het daadwerkelijkherstellen van schade zonder uitgebreid onderzoek naar de oorzaak.Hiermee moet schade sneller kunnen worden hersteld doordat in dezegevallen geen uitgebreid onderzoek nodig is naar de precieze oorzaak vande schade.Vraag 19Deze leden vragen de Minister toe te lichten waarom is gekozen voor eengrensbedrag van 60.000 euro en niet voor een hoger bedrag. Welkeoverwegingen hebben een rol gespeeld bij het vaststellen van deze grens?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9110 Het grensbedrag van € 60.000 volgt uit de motie Vedder/Boulakjar10, enuit de praktijk blijkt dat het zeer beperkt voorkomt dat schades als gevolgvan gaswinning het grensbedrag van € 60.000 overschrijden. Zeker nuveel eerste schademeldingen op adressen al zijn afgehandeld. Zie vooreen uitgebreider antwoord ook mijn antwoord op vraag 1.De regeling daadwerkelijk herstel is een ruimhartige regeling, waarbij deruimhartige component bestaat uit het feit dat alle schade die naar zijnaard mijnbouwschade zou kunnen zijn, voor herstel in aanmerking komt.Ongeacht of deze schade daadwerkelijk is veroorzaakt door de gaswinningof bijvoorbeeld door verdroging van de bodem of ouderdom van hetpand.Vraag 20Daarnaast vragen zij hoeveel schadegevallen naar verwachting boven de60.000 euro uitkomen en hoe lang de afhandeling van dergelijke schade-gevallen gemiddeld duurt. In hoeverre verwacht de Minister dat dezegevallen alsnog leiden tot langdurige onderzoeken naar de oorzaak vanschade?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord opvraag 1.Vraag 21Voorts vragen zij hoe wordt voorkomen dat het grensbedrag een prikkelcreëert om schade zoveel mogelijk onder deze grens te laten vallen,bijvoorbeeld door schade anders te begroten of op te splitsen. Heeft deMinister onderzocht of bewoners hun schade mogelijk in meerdereaanvragen moeten opsplitsen om onder deze grens te blijven?Meerdere aanvragen opsplitsen om onder het grensbedrag te blijven isniet mogelijk. Bij een schadeopname voor daadwerkelijk herstel wordt alleaanwezige schade in een pand opgenomen. Als een schade toch niet isopgenomen of als sprake is van een nieuwe schade die naar zijn aardmijnbouwschade zou kunnen zijn, kan deze binnen 5 jaar alsnog gemeldworden en is herstel mogelijk tot maximaal € 60.000.Vraag 22De leden van de JA21-fractie vragen daarnaast hoe wordt voorkomen datbewoners in het zwaarst getroffen kerngebied juist vaker met langdurigeonderzoeken worden geconfronteerd doordat hun schadebedrag vakerboven deze grens uitkomt.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord opvraag 1. Aanvullend daarop wil ik benadrukken dat ook ik, net als mijnambtsvoorgangers het belangrijk vind om specifiek aandacht te hebbenvoor de zwaarst gedupeerden. Binnen het beleid en de uitvoering daarvanis hier structureel aandacht voor. Er zijn meerdere schaderegelingen diemet name gericht zijn op de bewoners die vaker te maken hebben metbevingen, zoals duurzaam herstel, vergoeding voor waardedaling,immateriële schadevergoeding en de vaste herhaalvergoeding. De vasteherhaalvergoeding zal IMG in het tweede kwartaal van dit jaar implemen-teren.Vraag 23Tot slot vragen deze leden of de Minister bereid is periodiek te evaluerenof het grensbedrag van 60.000 euro voldoende is om snel en volledig10Kamerstukken II 2022/23, 35 561, nr. 43.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9111 schadeherstel mogelijk te maken, en indien nodig dit bedrag aan tepassen.Zoals in het antwoord op vraag 13 aangegeven heb ik het IMG gevraagdom te signaleren wanneer het grensbedrag niet meer passend is.Kostenverhaal op de NAMDe leden van de JA21-fractie merken op dat het uitgangspunt van hetGroningendossier steeds is geweest dat bewoners niet zelf tegenover deNederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hoeven te procederen, maardat de overheid schade vergoedt en de kosten vervolgens verhaalt op deNAM.Vraag 24Deze leden vragen in hoeverre de kosten die voortvloeien uit de voorge-stelde maatregelen – waaronder overlastvergoedingen, juridische bijstanden deskundigenadvies – volledig kunnen worden verhaald op de NAM.Kan de Minister bevestigen dat bewoners niet alsnog indirect wordengeconfronteerd met financiële beperkingen wanneer kosten niet volledigop de NAM kunnen worden verhaald?Ik kan nog niet vooruitlopen op de heffing voor de aangekondigdemaatregelen in het ontwerpbesluit. Dit zal pas worden vastgelegd in hetheffingsbesluit. Ik kan bevestigen dat bewoners hoe dan ook niet wordengeconfronteerd met financiële beperkingen in verband met deze heffing.Voor het kabinet is leidend wat er nodig is voor herstel ten behoeve vangedupeerden, niet welke juridische grenzen er bestaan voor het verhalenvan kosten op de NAM. Dat betekent dat de verhaalbaarheid van kostenop de NAM geen criterium is geweest en ook niet zal worden voor hettreffen van (extra) maatregelen.Vraag 25Daarnaast vragen zij of er nog een onderzoek van bijvoorbeeld deAlgemene Rekenkamer wordt voorzien naar de doelmatigheid endoeltreffendheid van de schadeafhandeling en de versterkingsoperatie naafloop van al deze maatregelen.Ja. De Algemene Rekenkamer zal in zijn verantwoordingsonderzoek over2025 opnieuw ingaan op de doelmatigheid en doeltreffendheid van demaatregelen die zijn genomen om de schadeafhandeling en uitvoeringvan de versterking te verbeteren. Het verantwoordingsonderzoekverschijnt op de derde woensdag van mei (woensdag 20 mei 2026).Juridische bijstand en deskundige ondersteuningDe leden van de JA21-fractie lezen dat het wijzigingsbesluit demogelijkheid verruimt voor bewoners om juridische bijstand endeskundige ondersteuning te krijgen in hun traject met het IMG of deNationaal Coördinator Groningen (NCG). Niet alleen eigenaren, maar ookhuurders en andere rechtmatige gebruikers kunnen in bepaalde gevallenaanspraak maken op juridische bijstand.Vraag 26Deze leden vragen hoe wordt gewaarborgd dat bewoners eenvoudigtoegang krijgen tot juridische en bouwkundige ondersteuning wanneer zijeen besluit willen aanvechten of laten toetsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9112 De bewoner vraagt een advocaat of mediator aan bij de Raad voorRechtsbijstand (RvR) via een formulier op de website van de RvR. Hieropgeeft de bewoner aan voor welke casus de rechtsbijstand is gewenst, ofde bewoner een advocaat of mediator wenst en geeft hij of zij enkelepersonalia door. De advocaat of mediator kan op grond van de subsidiere-geling rechtsbijstand deskundigen inschakelen wanneer hij of zij behoefteheeft aan advies van een deskundige. De aanvraag door de bewoner voorbijstand door een deskundige los van rechtsbijstand, loopt via «Mijndossier» op de website van het IMG of via een aanvraagformulier op dewebsite van de NCG. De bewoner kan kiezen uit verschillende onafhanke-lijke deskundigen die al op kwaliteitseisen zijn getoetst door het IMG of deNCG, of kan er zelf één aandragen mits deze deskundige voldoet aandezelfde kwaliteitseisen.Vraag 27Daarnaast vragen zij in hoeverre de Minister verwacht dat bewonersdaadwerkelijk gebruik zullen maken van deze regelingen. Zijn er inschat-tingen gemaakt van het aantal bewoners dat naar verwachting aanspraakzal maken op juridische bijstand of deskundige ondersteuning?Uit de evaluaties (zie het antwoord op vraag 6) blijkt dat eigenaren de wegweten te vinden naar de mogelijkheid van juridische bijstand en onder-steuning door deskundigen. Dit zal bij huurders niet anders zijn. Alsaanname bij het opstellen van dit ontwerpbesluit is uitgegaan van250 bezwaar- en beroepszaken per jaar waarvoor huurders rechtsbijstandwensen. Dit te verwachten gebruik van de regeling door huurders isgebaseerd op het aantal besluiten dat het IMG en de NCG jaarlijks aanhuurders verstrekken, en het aantal bezwaar- en beroepszaken dathiertegen wordt ingesteld. Daarnaast is er rekening mee gehouden datniet iedere huurder gebruik zal maken van (rechts)bijstand omdat hij of zijmogelijk een rechtsbijstandsverzekering heeft of zelfstandig bezwaaraantekent.Vraag 28Voorts vragen zij hoe wordt voorkomen dat bewoners alsnog tegenovereen overheid staan met aanzienlijk meer expertise en middelen wanneerzij hun rechten willen laten gelden.De bijstandsregelingen geven recht op kosteloze bijstand door eenadvocaat, een mediator en (al dan niet via de advocaat of mediator) dooreen bouwkundige, een financieel deskundige, een ecoloog, bodem-kundige en/of hydroloog. Indien de zaak hierom vraagt, kan de vergoedingworden uitgebreid. Het kabinet is van mening dat een bewoner met dezeverschillende vormen van ondersteuning zijn recht goed kan laten gelden.Voorts kan hier worden opgemerkt dat het IMG en de NCG zeer terug-houdend omgaan met het instellen van hoger beroep.Vraag 29Daarnaast vragen zij hoe wordt voorkomen dat de kring van gerechtigdenvoor dergelijke vergoedingen steeds verder wordt uitgebreid naargroepen die geen directe schade door gaswinning hebben geleden.Het recht op (rechts)bijstand in de wet is gekoppeld aan de daarinbeschreven schadeafhandeling en versterkingsaanpak. Groepen(personen of partijen) die geen deel uitmaken van die schadeafhandeling-en versterkingstrajecten, vallen niet onder de regelingen voor (rechts)bij-stand.Vraag 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9113 Tot slot vragen zij in hoeverre de Minister het logisch acht dat de overheidvergoedingen uitkeert aan huurders, terwijl in beginsel de verhuurderverantwoordelijk is voor onderhoud en herstel van de woning.De vergoedingen die het IMG en de NCG aan huurders uitkeren staan losvan de verhuurder en zijn verantwoordelijkheid voor het onderhoud aanen herstel van de woning. U kunt hierbij denken aan een immateriëleschadevergoeding aan huurders of een vergoeding voor zelf aange-brachte voorzieningen door huurders. Veel van deze vergoedingen vanhet IMG en de NCG aan huurders zijn vergelijkbaar met vergoedingen dieaan particuliere eigenaren worden uitgekeerd.Effectgebied en bewijsvermoedenDe leden van de JA21-fractie lezen dat in het besluit een gedetailleerdekaart van het effectgebied wordt vastgelegd waar het wettelijke bewijsver-moeden geldt. Deze kaart moet voor bewoners duidelijkheid bieden op devraag of schade vermoed wordt te zijn veroorzaakt door gaswinning.Tegelijkertijd wordt aangegeven dat het effectgebied in de toekomst kanworden uitgebreid wanneer nieuwe inzichten over schade door bodem-daling of aardbevingen daartoe aanleiding geven.Vraag 31Deze leden vragen of de Minister bereid is het effectgebied periodiek teherzien op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten, bijvoorbeeldwanneer nieuwe kennis ontstaat over effecten van bodemdaling of anderegeologische ontwikkelingen.Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord opvraag 7.Toekomstige energievoorzieningHoewel dit wijzigingsbesluit zich primair richt op schadeherstel enversterking, constateren de leden van de JA21-fractie dat het Groningen-dossier ook raakt aan de bredere discussie over de toekomstige energie-voorziening van Nederland. Nederland heeft jarenlang geprofiteerd vanhet Groningse gas, terwijl bewoners van het gebied de negatievegevolgen hebben ervaren.Vraag 32Tegen deze achtergrond vragen deze leden onder welke omstandighedende Minister het in de toekomst eventueel verantwoord zou achten omopnieuw gaswinning in Groningen te overwegen.Sinds 19 april 2024 is gaswinning uit het Groningenveld bij wet verboden,om de aardbevingsproblematiek in Groningen bij de bron aan te pakkenen recht te doen aan het veiligheidsbelang van de inwoners vanGroningen, die nog altijd de negatieve gevolgen ondervinden van devoormalige gaswinning. Nu het Groningenveld gesloten is, is de NAM alslaatste vergunninghouder verplicht om de productielocaties te ontman-telen. Het kabinet staat voor de beëindigde gaswinning en de ontman-teling van het Groningenveld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9114 Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieAlgemeenDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en hetMijnbouwbesluit. Deze leden hebben hierover nog diverse vragen enopmerkingen.Allereerst willen de leden van de SP-fractie benadrukken dat de parlemen-taire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen heeft vastgesteld datGroningers decennialang onvoldoende zijn beschermd door de overheid.Juist daarom moet bij elke wijziging van regelgeving het uitgangspunt zijndat recht wordt gedaan aan de inwoners van Groningen en dat ruimhar-tigheid voorop staat.Vraag 33De leden van de SP-fractie vragen waarom is gekozen voor een wijzigingvia een algemene maatregel van bestuur en een novelle, terwijl deWijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet op ditmoment nog door de Tweede Kamer wordt behandeld. Waarom is er nietvoor gekozen om deze wijzigingen via een nota van wijziging op de wetaan de Kamer voor te leggen, zodat de Kamer deze wijzigingen direct kanmeewegen in de behandeling van het wetsvoorstel? Kan de Ministertoelichten waarom voor deze route is gekozen en welke gevolgen dit heeftvoor de parlementaire controle?Het klopt dat gelijktijdig met de parlementaire behandeling van hetPEGA-wetvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet, het onderhavige ontwerp van een algemene maatregel vanbestuur (ontwerpbesluit) tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wetGroningen en het Mijnbouwbesluit bij de Tweede Kamer is belegd in hetkader van de voorhangprocedure. Het is echter niet zo dat er met ditontwerpbesluit wordt gepoogd om het PEGA-wetsvoorstel te wijzigen. Datis ook niet mogelijk omdat een algemene maatregel van bestuur lagereregelgeving is en alleen mag regelen wat de wet zelf toestaat en binnende grenzen van de delegatiegrondslag die de wet geeft. Een algemenemaatregel van bestuur dient dus juist als nadere uitwerking van hetgeenin een wet of wetsvoorstel is opgenomen. Overigens is er voor hetPEGA-wetsvoorstel geen novelle ingediend. Tot slot is er voor hetPEGA-wetsvoorstel een nota van wijziging ingediend die enkele wetstech-nische correcties en daarnaast enkele kleine inhoudelijke aanpassingenvan het voorstel van wet bevat.11MaximumbedragDe leden van de SP-fractie lezen dat in het ontwerpbesluit een maximum-bedrag van 60.000 euro wordt vastgesteld voor een bepaalde tegemoet-koming.Vraag 34Deze leden vragen de Minister waarop dit bedrag precies is gebaseerd.Welke berekeningen, onderzoeken of beleidsafwegingen liggen tengrondslag aan deze grens?Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op devragen 1 en 19.11Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9115 Vraag 35Daarnaast vragen zij waarom ervoor is gekozen om een harde bovengrenste stellen. Deelt de Minister de mening dat een dergelijk plafond het risicomet zich meebrengt dat inwoners met aantoonbaar hogere schade ofkosten niet volledig worden gecompenseerd? Op welke manier wordtvoorkomen dat Groningers opnieuw geconfronteerd worden met eensysteem dat eerder uitgaat van budgettaire grenzen dan van daadwer-kelijk herstel van recht?Zoals ik in het antwoord op de vragen 1en 19 heb aangegeven, is hetgrensbedrag van € 60.000 in lijn met de aangenomen Kamermotie op ditonderwerp en is dit bedrag passend, omdat uit de praktijk blijkt dat hetzeer beperkt voorkomt dat schades als gevolg van de gaswinning hetgrensbedrag van € 60.000 overschrijden.Verder hecht ik er belang aan om te benadrukken dat daadwerkelijkherstel een aanvullende vorm van schadeafhandeling is. Gedupeerdenbehouden altijd de mogelijkheid om hun schade af te laten handelen viaeen maatwerkprocedure met onderzoek naar de schadeoorzaak of via eenvaste vergoeding. Ik hecht veel waarde aan deze keuzevrijheid vanbewoners.Vraag 36De leden van de SP-fractie vragen de Minister daarom nadrukkelijk of hetmogelijk is deze bovengrens los te laten. Zou het niet passender zijn,mede in het licht van de conclusies van de parlementaire enquêtecom-missie, om uit te gaan van volledige compensatie van aantoonbareschade en kosten, zonder vooraf vastgestelde maxima? Kan de Ministerhier uitgebreid op reflecteren?Inwoners hebben de mogelijkheid alle aantoonbare schade als gevolg vangaswinning te laten vergoeden of herstellen, zonder dat daaraan eenmaximumbedrag is verbonden, met de maatwerkregeling.Zoals ik in het antwoord op vraag 35 heb aangegeven, biedt daadwerkelijkherstel een aanvullende en geen vervangende mogelijkheid van schadeaf-handeling. De ruimhartigheid van de regeling ziet op het feit dat alleschade die naar zijn aard mijnbouwschade zou kunnen zijn voor herstel inaanmerking komt, ongeacht of deze door de gaswinning is veroorzaakt.Van aantoonbare schade is bij deze regeling daarom ook geen sprake; erwordt immers niet langer onderzoek gedaan naar de schadeoorzaak enook schades die niet zijn veroorzaakt door de gaswinning komen voorvergoeding in aanmerking als deze schade naar zijn aard mijnbouwschadezou kunnen zijn.Zoals ik in het antwoord op de vragen 1 en 19 heb aangegeven, blijvenveruit de meeste schademeldingen onder dit grensbedrag. Daarnaastblijkt uit het verleden dat de oppervlakte van de woning een grotere rolspeelt dan de locatie van de woning. Het merendeel van de schadesboven de € 60.000 is in het verleden uitgekeerd aan woningen van meerdan 150 m2 oppervlakte waar een trillingssnelheid van minder dan15 mm/s is geweest.De Afdeling advisering van de Raad van State is in haar advies opbovenliggend wetsvoorstel ook ingegaan op het grensbedrag van€ 60.000, waarbij opmerkingen zijn gemaakt over de ruimhartigheid vandeze regeling omdat in 2024 de uitgekeerde causale schade gemiddeld ca.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9116 € 15.907 bruto bedroeg.12 Dit heeft niet geleid tot wijzigingen in hetontwerpbesluit omdat ik er veel waarde aan hecht dat daadwerkelijkherstel juist voor veel schademeldingen een oplossing is. Tegelijkertijdvind ik het voorgestelde maximum inhoudelijk goed passend.Vraag 37Verder lezen deze leden dat gedupeerden binnen deze regeling tweeopties hebben: uitvoering via een aannemer van het IMG of via een zelfgekozen aannemer. Zij vragen hoe wordt voorkomen dat bewoners diekiezen voor een eigen aannemer alsnog geld tekortkomen. Welkegaranties zijn er dat de vergoeding daadwerkelijk voldoende is om hetwerk uit te voeren? Ook vragen zij naar de catalogus die hiervoor isopgesteld. Is deze catalogus niet te knellend in de praktijk? Op welke wijzeis vastgesteld dat de bedragen in deze catalogus realistisch zijn in relatietot de huidige bouwkosten? Worden de bedragen in de catalogusonafhankelijk getoetst? Zo ja, door wie en hoe vaak? Worden dezebedragen periodiek aangepast aan prijsontwikkelingen in de bouwsector?De onafhankelijk deskundige bepaalt welke herstelmaatregelen nodig zijnom de schade die voor vergoeding in aanmerking komt te herstellen. Datdoet hij of zij met behulp van een herstelmatrix die per schade de bestpassende herstelmaatregelen kan bepalen en een calculatiemodel datvoor elke herstelmaatregel de hoogte van de vergoeding aangeeft.Hiermee is voor de aanvrager duidelijk hoe de schade goed hersteld kanworden en welke kosten daaraan verbonden zijn. De vergoedingenworden ruimhartig berekend. Het calculatiemodel is tot stand gekomen opbasis van advies van onafhankelijke schadedeskundigen en alle bedragenen de rekenmethode zijn vervolgens gevalideerd door een externbouwkostenadviesbureau. De bedragen worden halfjaarlijks vergelekenmet de marktontwikkelingen en zeker eens per jaar gevalideerd engeïndexeerd door onafhankelijke bouwkostendeskundigen. Zo sluiten devergoedingen aan bij de prijsontwikkelingen in de bouwsector. Dedeskundige neemt daarnaast een post voor onvoorziene kosten op in hethersteladvies (8–12% van het totale herstelbedrag). Deze opslag komtbovenop het bedrag dat op basis van de herstelmatrix en het calculatie-model voldoende is om de geadviseerde herstelmaatregelen uit te latenvoeren. Deze kan de aanvrager gebruiken om onvoorziene, maarnoodzakelijke extra kosten te betalen. Het totaalbedrag is daarmeevoldoende om de schade volledig te kunnen laten herstellen. Mocht hetgeval zich voordoen dat onvoorziene omstandigheden optreden waardoorer meer kosten gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld omdat er asbestverwijderd moet worden, dan is er altijd nog de mogelijkheid om eenofferte voor het meerwerk in te dienen, op basis waarvan het alsnogmogelijk gemaakt kan worden dat het beoogde herstel kan plaatsvinden.Vraag 38De leden van de SP-fractie vragen daarnaast of er indexatie plaatsvindt opzowel de bedragen in de catalogus als op het maximale bedrag van 60.000euro. Zo ja, op welke wijze gebeurt deze indexatie en hoe vaak wordt dezeherzien?Bij het IMG worden de bouwkosten (maatwerk en daadwerkelijk herstel)en verschillende vergoedingen voor bijkomende kosten ieder jaargeïndexeerd. Daarmee wordt de schadevergoeding gebaseerd op dedaadwerkelijke kosten. Zie ook het antwoord op vraag 37.12Zie ook Kamerstukken II 2025/26, 36 836, nr. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9117 Het grensbedrag van daadwerkelijk herstel wordt niet geïndexeerd. Ik hebhet IMG gevraagd om te signaleren als er aanleiding is voor hetaanpassen van deze bedragen.Vraag 39Daarnaast vragen deze leden waar bewoners terecht kunnen wanneer inde praktijk blijkt dat het bedrag niet toereikend is. Is er een mogelijkheidtot aanvullende vergoeding of maatwerk? Zo ja, hoe wordt dit georgani-seerd?In de incidentele gevallen dat € 60.000 toch niet toereikend is, kan deaanvrager kiezen welke schade wordt hersteld of ervoor kiezen om dekosten boven het grensbedrag zelf te betalen (zie ook het antwoord opvraag 2). Ook kan de aanvrager kiezen voor een maatwerkvergoeding.Het is niet mogelijk om na het tekenen van de vaststellingsovereenkomstvoor herstel nog een maatwerkbeoordeling te doen of om een aanvul-lende vergoeding te krijgen, omdat juist bij herstel niet gekeken wordtnaar de schadeoorzaak. In het antwoord op vraag 37 heb ik uitgelegd hoede herstelkosten worden berekend. Deze werkwijze biedt een aantalwaarborgen dat tijdens de herstelwerkzaamheden de kosten nietonverwachts boven het grensbedrag van € 60.000 uitkomen.Zandplatenbuurt-ZuidDe leden van de SP-fractie hebben tevens vragen over de aanpak in deZandplatenbuurt-Zuid.Vraag 40Deze leden vragen hoe de lessen uit batch 1588, waarbij de gemeente eenbelangrijke rol had in de uitvoering, zijn meegenomen in de opzet vandeze regeling. Kan de Minister toelichten welke concrete lessen zijngeleerd en hoe deze zijn verwerkt?Binnen batch 1.588 hebben de betreffende gemeenten de regie over deversterking. Gemeenten spannen zich samen met de woningcorporatiesen de NCG in om de uitvoering mogelijk te maken. Dit vraagt om eengoede samenwerking en om heldere afspraken tussen de betrokkenpartijen over met name rollen en verantwoordelijkheden, zodat eenbewoner weet waar die aan toe is en wie het eerste aanspreekpunt is voorzaken betreffende de versterking. Dat voorkomt ook hiaten binnen dedienstverlening. Binnen batch 1.588 worden daar gezamenlijk stappen ingezet. Soortgelijke stappen zetten de NCG, gemeente Eemsdelta enwoningcorporatie Acantus als het gaat om de aanpak van deZandplatenbuurt-Zuid.Vraag 41Verder vragen zij of er sprake is van één vast bedrag voor de gemeentevoor de uitvoering van de werkzaamheden, of dat dit bedrag wordtgeïndexeerd en tussentijds wordt geëvalueerd op basis van de daadwer-kelijke kosten. Hoe wordt voorkomen dat gemeenten met tekorten wordengeconfronteerd die uiteindelijk gevolgen hebben voor de bewoners?De bedragen voor de versterking in de Zandplatenbuurt-Zuid en de batch1.588 zijn onderdeel van de overeenkomsten tussen het Rijk, de NCG ende gemeenten. De gemeenten, de NCG en het Rijk staan echter wel innauw contact met elkaar over de verwachte kosten, waarbij vervolgens ingezamenlijkheid wordt gekeken hoe extra kosten bovenop hetafgesproken bedrag kunnen worden opgevangen. Het budget vanuit hetRijk voor de versterking in de batch 1.588 en de Zandplatenbuurt-Zuid isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9118 meermaals geïndexeerd en opgehoogd. De laatste keer dat dit is gebeurdwas bij de Voorjaarsnota van 2025.Vraag 42Ook vragen zij waar bewoners terecht kunnen wanneer zij problemenervaren met de uitvoering van de werkzaamheden of wanneer erconflicten ontstaan tussen bewoners, aannemers en uitvoerende partijen.Is er een onafhankelijke instantie waar bewoners zich kunnen melden?Wanneer bewoners in de Zandplatenbuurt-Zuid problemen ervaren tijdensde uitvoering van de versterking van hun woning kunnen zij via hetgemeentelijke loket een vergoeding krijgen voor deskundigenadvies. Dedeskundigen die ingeschakeld kunnen worden zijn dezelfde onafhankelijkedeskundigen als die via de Regeling Tijdelijke wet Groningen ingeschakeldkunnen worden. Wanneer er tijdens de uitvoering van werkzaamhedenconflicten ontstaan tussen bewoners, de eigenaren van een gebouw, enaannemers of andere uitvoerende partijen, kunnen deze bewonersaanspraak maken op de vergoeding voor rechtsbijstand via de Subsidiere-geling Rechtsbijstand. Via deze regeling van de Raad voor Rechtsbijstandkunnen eigenaren een mediator of een advocaat inschakelen die kanbemiddelen bij een conflict of die juridische bijstand kan verlenen. Dezerechtsbijstand geldt ook voor bouwfouten die pas op een later momentnaar voren komen, na de oplevering van de woning.Vraag 43Daarnaast vragen zij waarom alleen is gekozen voor de Zandplatenbuurt-Zuid. Waarom zijn andere buurten niet in deze aanpak meegenomen? Kande Minister toelichten of deze aanpak in de toekomst ook voor anderebuurten kan worden toegepast? Indien dat het geval is, vragen deze ledenof daarvoor opnieuw een wetswijziging nodig is of dat dit via lagereregelgeving kan worden geregeld.Voor woningen in de batch 1.588 en de Zandplatenbuurt-Zuid zijn in hetverleden aparte afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio waardoorzij niet dezelfde regelingen en daarmee ook vergoedingen hebben alswoningen die worden versterkt onder «regie» van de NCG. Om debewoners van batch 1.588 en Zandplatenbuurt-Zuid gelijk te trekken metde bewoners onder regie van de NCG hebben Rijk en regio daaromnieuwe afspraken gemaakt, die zijn geland in de annexen bij de conve-nanten voor zowel de batch 1.588 als de Zandplatenbuurt-Zuid. Het is dusniet nodig om andere buurten alsnog toe te voegen aan deze regeling.Batch 1588Vraag 44De leden van de SP-fractie vragen verder of alle regelingen die voorandere gedupeerden gelden, ook van toepassing zullen zijn op bewonersuit batch 1588. Geldt dit zowel voor eigenaren als voor huurders? Kan deMinister bevestigen dat deze groepen volledig gelijk worden behandeldbinnen het stelsel van schadeherstel en versterking?Ja, huurders en eigenaren worden gelijkwaardig behandeld. Dezegelijkwaardige behandeling geldt ook voor de vergoedingen die bewonerskrijgen in het reguliere traject en de bewoners uit batch 1.588 (en deZandplatenbuurt-Zuid). Dit betekent niet dat eigenaren en huurders altijdprecies dezelfde vergoedingen krijgen. Huurders kunnen bijvoorbeeldgeen vergoeding krijgen voor schadeherstel aan hun huurwoning,aangezien deze woning niet hun eigendom is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9119 Juridische bijstandDe leden van de SP-fractie hebben ook vragen over de regeling voorkosteloze juridische bijstand. Deze leden lezen dat deze bijstand alleenwordt vergoed voor procedures rondom vergoedingsbesluiten van hetIMG of de NCG.Vraag 45Waarom is ervoor gekozen om deze regeling zo beperkt vorm te geven?Deelt de Minister de mening dat bewoners en ondernemers ook in anderesituaties juridische ondersteuning nodig kunnen hebben, bijvoorbeeld bijconflicten met aannemers, verhuurders, uitvoeringsorganisaties of anderebetrokken partijen? Waarom is er niet gekozen voor een bredere regelingvoor juridische ondersteuning voor gedupeerden?Vorig jaar is de rechtsbijstand voor eigenaren die schadeherstel ofversterking in eigen beheer uitvoeren uitgebreid naar privaatrechtelijkegeschillen die uit een dergelijk schadeherstel- of versterkingstrajectkunnen voortvloeien, zoals bouwfouten veroorzaakt door een aannemerbij versterking of schadeherstel. Dit is gedaan omdat in die situatie deeigenaar zelf verantwoordelijk is voor het afhandelen van garantiezaken,waar dit normaal door de NCG of het IMG zou worden gedaan. Daaromligt het voor de hand dat hier een vergoeding voor beschikbaar is. Voor deverdere beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar hetantwoord op vraag 5.Vraag 46Tot slot vragen deze leden of bouwkundig en financieel advies in het kadervan deze regeling ook voor huurders wordt vergoed. Indien dit niet hetgeval is, vragen deze leden waarom huurders op dit punt anders wordenbehandeld dan woningeigenaren.Het voorstel gaat uit van rechtsbijstand voor huurders, en niet vandeskundigenadvies voor huurders. Bouwkundige, bodemkundige,ecologische of hydrologische bijstand is voor huurders niet vantoepassing, aangezien huurders (in tegenstelling tot eigenaren) geenbesluiten ontvangen omtrent het fysieke schadeherstel of de versterkingvan het gebouw waarin zij wonen. Echter, voor bijstand door eenfinanciële deskundige kan dit anders liggen, als een schadevergoedingvoor een huurder invloed heeft op zijn of haar inkomen. Huurders metschade door versterking ontvangen reeds financiële bijstand. Daarom benik voornemens om het ontwerpbesluit zo aan te passen dat ook huurdersdie een schadevergoeding van het IMG ontvangen, recht hebben op dezebijstand door een financiële deskundige.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 603, nr. 9120
Bron, video en gesprek →0debatten
228bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·