Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 945 VIIJaarverslag en slotwet Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 9 juni 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heefteen aantal vragen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het rapport Resultatenverantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36 945 VII, nr. 2).De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij briefvan 9 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,KistemanDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-36945-VII-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 71 Vraag 1:Hoeveel fte is er sinds 2023 bijgekomen in het rijksambtenarenapparaatop de volgende functiegebieden: communicatieadvisering, participatie-coaching, beleidsadvisering, functiecoaching, projectondersteuning enrecruitment managing?Antwoord:Het onderscheid is naar de gevraagde functiegebieden is niet te maken inde personeelsadministratie van P-Direkt. Dergelijke functiegebieden zijnnamelijk niet te onderscheiden volgens de indeling van het Functie-gebouw Rijk (FGR).Voor het meest actueel beschikbare beeld van de ontwikkeling in hetaantal fte’s van de directies communicatie verwijs ik naar het volgendeoverzicht.Vraag 2:Hoe heeft het totale aantal fte aan rijksambtenaren zich in 2025 feitelijkontwikkeld, afgezet tegen de vooraf geformuleerde budgettairetaakstelling van het kabinet?Antwoord:De ontwikkeling van de budgettaire taakstelling van het kabinet Schoof ende ontwikkeling van het totaal aantal fte aan rijksambtenaren staan losvan elkaar. De budgettaire taakstelling is ingeboekt en verwerkt in debegrotingen. Het jaar 2025 was het eerste jaar van de budgettairetaakstelling en departementen hebben dit veelal financieel opgelost. Er isdoor het kabinet Schoof geen fte-doelstelling aan de taakstellinggekoppeld. Daarbij is de omvang van het aantal fte het gevolg vanontwikkelingen zoals verambtelijking, na-ijl effecten van eerdere besluitenmeer taken uit te gaan voeren en overige politieke keuzes. In de brief van3 oktober 2025 (Kamerstukken II 2025/26, 31 490, nr. 391) is daarom heldergemaakt dat de ontwikkeling van het aantal fte los staat van het realiserenvan de budgettaire taakstelling.Vraag 3:(Blz. 17) Kan de Minister aangeven hoeveel van de ruim 1,9 miljard eurodie in 2025 aan de operatie in Groningen is besteed rechtstreeks bijbewoners terecht is gekomen, hoeveel is uitgekeerd als schadevergoedingen hoeveel is besteed aan uitvoeringskosten, apparaatskosten, advies-kosten en externe inhuur?Antwoord:In 2025 is € 1,9 mld. gerealiseerd op beleidsartikel 15 Een veiligGroningen met perspectief. Hiermee zijn ca. € 945 mln. uitgaven gedaanvoor de schadeafhandeling, ca. € 809 mln. uitgaven voor de versterkings-operatie en ca. € 202 mln. uitgaven voor het bieden van perspectief aande Groningers en Noord-Drenten.Om vragen 3 en 4 gedetailleerd te kunnen beantwoorden gebruik ik voorde cijfers van de schadeafhandeling het IMG jaarverslag, waarin meerinzicht in de verschillende schaderegelingen wordt gegeven. De cijfers inhet IMG jaarverslag verschillen op aspecten van het BZK jaarverslag inverband met de timing van de betaling van BZK aan IMG.In het IMG Jaarverslag 2025 is aangegeven dat in 2025 circa € 642 mln.aan schadevergoedingen is uitgekeerd door het IMG en CommissieBijzondere Situaties (CBS). Alle € 65 mln. uitgegeven aan «niet-bouwkundig versterken», oftewel kosten die samenhangen met deversterkingswerkzaamheden maar niet direct gelinkt zijn aan de veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 72 Dit zijn bijvoorbeeld uitgaven voor verduurzaming. Tot slot is € 183 mln.besteed aan apparaatskosten, waaronder externe inhuur en advieskostenvallen. Deze apparaatsuitgaven worden op artikel 11 van de BZKbegroting verantwoord. Voor al deze kosten geldt dat deze veelal directten goede komen aan bewoners. Bijvoorbeeld in de vorm van eenversterkt en verduurzaamd huis, maar ook uitvoeringskosten in de vormvan individuele bewonersbegeleiding, individuele communicatie enadvisering. genoemde schadevergoedingen (hetzij in vergoedingen ingeld of vergoedingen in natura) komen rechtstreeks bij bewoners terecht.De uitvoeringskosten bedroegen circa € 299 mlnl. inclusief CBS. Hiervanis circa € 160 mln. voor apparaatskosten (uurgebonden kosten) en circa€ 139 mln. voor directe uitvoeringskosten (waaronder de kosten voor hetbeoordelen van schades door deskundigen en ICT-kosten). Belangrijk omte vermelden is dat ook een deel van de uitvoeringskosten zijn toe terekenen aan uitvoerig contact en begeleiding van bewoners.Voor de versterkingsoperatie is in totaal circa € 809 mln. uitgegeven.Hiervan is circa € 560 mln. besteed aan «bouwkundig versterken», ofteweluitgaven die direct zorgen voor de uitvoering van de versterking.Daarnaast is € 65 mln. uitgegeven aan «niet-bouwkundig versterken»,oftewel kosten die samenhangen met de versterkingswerkzaamhedenmaar niet direct gelinkt zijn aan de veiligheid. Dit zijn bijvoorbeelduitgaven voor verduurzaming. Tot slot is € 183 mln. besteed aanapparaatskosten, waaronder externe inhuur en advieskosten vallen. Dezeapparaatsuitgaven worden op artikel 11 van de BZK begroting verant-woord. Voor al deze kosten geldt dat deze veelal direct ten goede komenaan bewoners. Bijvoorbeeld in de vorm van een versterkt en verduur-zaamd huis, maar ook uitvoeringskosten in de vorm van individuelebewonersbegeleiding, individuele communicatie en advisering.Vraag 4:(Blz. 17–21) Kan de Minister aangeven welk deel van de 944 miljoen euroaan schadeafhandeling in 2025 is uitgekeerd via vaste vergoedingen, welkdeel via maatwerk en welk deel via daadwerkelijk herstel, en hoe wordtgeborgd dat geen schade wordt vergoed die niet door gaswinning isveroorzaakt?Antwoord:In het IMG Jaarverslag over 2025 staat dat van de ca. € 941 mln.,ca. € 642 mln. is uitgekeerd aan schadevergoedingen door het IMG en deCBS. Voor zover het de afhandeling van fysieke schade betreft, heeft hetIMG (na aftrek van ontvangen terugvorderingen) ca. € 287 mln. viamaatwerk en ca. € 272 mln. via vaste vergoedingen uitgekeerd. Daarnaastheeft het IMG ca. € 2 mln. via daadwerkelijk herstel uitgekeerd.Bij de vaste vergoedingen en daadwerkelijk herstel wordt er geenonderzoek gedaan naar de schadeoorzaak, maar wordt wel alle aanwezigeschade opgenomen en vastgelegd. Voor beide regelingen geldt dat erdoor het weglaten van het causaliteitsonderzoek er geen borging is voorhet vergoeden van schades die niet door gaswinning zijn veroorzaakt. Ikmerk op dat de vaste vergoedingen een ruimhartige, relatief eenvoudigeen snelle manier om schades af te handelen zijn, zowel voor bewoners alsvoor het IMG die doelmatiger (sneller én met minder uitvoeringskosten) isdan afhandeling via een individueel maatwerktraject.Vraag 5:(Blz. 17–21) U kiest volgens de Algemene Rekenkamer voor zorgvul-digheid boven snelheid. Hoe voorkomt u dat deze keuze in de praktijkneerkomt op steeds ruimere uitkeringen, hogere uitvoeringskosten enminder grip op rechtmatigheid?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 73 Antwoord:De Algemene Rekenkamer concludeert dat «de Minister heeft gekozenvoor zorgvuldigheid («milder, menselijker en makkelijker») ook als datsoms ten koste van de snelheid gaat.» Hiermee wordt, zoals de AlgemeneRekenkamer erkent, tegemoetgekomen aan de wensen en behoeften vande gedupeerden. Daarnaast is dit ook conform de toezegging naaraanleiding van de parlementaire enquête en is het in dit verbandvastgelegd in de wet. Het IMG moet binnen de kaders van de Tijdelijkewet Groningen zijn taak uitvoeren, zodat op die manier aan de door ugeuite zorgen tegemoet wordt gekomen. Ik zie zelf geen tegenstellingtussen zorgvuldigheid en rechtmatigheid.Vraag 6:(Blz. 18) In 2025 zijn 44.430 vaste vergoedingen toegekend, tegenover13.920 maatwerktoekenningen en 481 toekenningen voor daadwerkelijkherstel. Hoe beoordeelt u deze verhouding? Leidt dit niet tot een prikkelom vooral geldbedragen aan te vragen in plaats van daadwerkelijk herstelvan schade?Antwoord:Van belang is dat gedupeerden de vergoeding krijgen waar zij recht ophebben. De keuze voor de schaderegeling ligt te allen tijde bij de bewonerzelf. De bewoner kan kiezen voor een maatwerktraject, een vastevergoeding of daadwerkelijk herstel. Ik zie dat veel bewoners kiezen voorvaste vergoedingen waaruit ik afleid dat bewoners baat hebben bij eensnelle en eenvoudige schadeafhandeling. Binnen het aansprakelijkheids-recht heeft een gedupeerde recht op een vergoeding in geld.Vraag 7:(Blz. 18) De schadeafhandeling met onderzoek naar schadeoorzaak duurdein 2025 gemiddeld 239 dagen, terwijl de norm 182 dagen is. Is de langebehandelduur mede het gevolg van de complexiteit van ruimhartigeregelingen, aanvullende vergoedingen en maatwerk, en hoe voorkomt udat een steeds ruimere regeling juist tot meer vertraging leidt?Antwoord:Nee. De gemiddelde behandelduur bij maatwerk werd in 2025 inbelangrijke mate negatief beïnvloed doordat bewoners gebruik haddengemaakt van de mogelijkheid hun schademelding te pauzeren inafwachting van nieuwe schaderegelingen die waren aangekondigd in dekabinetsreactie Nij Begun. De nieuwe regelingen leiden niet tot langerebehandelduur. De vaste vergoedingen kennen juist een aanzienlijk korterebehandelduur van enkele weken en zorgen er voor dat een groot aantalschades op een efficiënte en doelmatige manier kunnen wordenafgehandeld.Vraag 8:(Blz. 18–21) Waarom is ervoor gekozen om in ruime mate te werken metvaste vergoedingen van 10.000 euro zonder volledig onderzoek naar deschadeoorzaak, terwijl dit het risico vergroot dat publieke middelenworden uitgekeerd voor schade die niet aardbevingsgerelateerd is?Antwoord:De vaste vergoedingen bieden – zoals bij het antwoord op vraag 4toegelicht – een doelmatige wijze van schadeafhandeling. Dit is ook aleerder door de Afdeling Advisering van de Raad van State benoemd alsreactie op het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen.De reden waarom het bedrag van de vaste eenmalige schadevergoedingis verhoogd naar € 10.000 is erin gelegen dat de vaste eenmaligeschadevergoeding daarmee voor een groter deel van de gedupeerden eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 74 geschikte afhandelingsmethodiek wordt. Daardoor kan een groter deelvan het totale aantal schadeverzoeken worden afgehandeld via de vastevergoeding, in plaats van via een duurder en langduriger maatwerktraject.Onder aan de streep is dat doelmatiger dan een systeem dat meerverzoeken naar maatwerk leidt, terwijl het bovendien meer gedupeerdenvoorziet van een snelle en redelijke schadevergoeding.Vraag 9:(Blz. 18–21) Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor vaste vergoedingenof aanvullende vaste vergoedingen zijn gecontroleerd op causaliteit,dubbele vergoeding of eerdere schade-uitkeringen?Antwoord:Bij de vaste vergoedingen vindt geen onderzoek plaats naar de schade-oorzaak (causaliteit). De vaste eenmalige schadevergoeding is alleen vantoepassing indien niet eerder voor het object schade is vergoed. Het isdus onmogelijk is dat er sprake is van een dubbele vergoeding of eerdereschade-uitkeringen. Bovendien worden bij een schademelding alleaanwezige schades in kaart gebracht, zodat die schades in de toekomstniet dubbel kunnen worden vergoed. Bij de Aanvullende Vaste Vergoedingwordt per geval gecontroleerd wat er eerder aan schade-uitkeringen isgedaan.Vraag 10:(Blz. 18–21) Hoe wordt gecontroleerd of schadevergoedingen daadwer-kelijk worden gebruikt voor schadeherstel, en acht u het wenselijk datpubliek geld wordt uitgekeerd zonder verplichting tot herstel van deschade?Antwoord:Bij daadwerkelijk herstel geldt een vergoeding in natura, en daarmee eenherstelverplichting. Bij maatwerk kunnen bewoners kiezen voor eenvergoeding in Natura (herstel), waarbij alle causale schades wordenhersteld. Bij Maatwerk kan ook gekozen worden voor een financiëlevergoeding. Een financiële schadevergoeding, zoals bij maatwerk en devaste vergoedingen, mogen gedupeerden naar eigen inzicht besteden.Daarbij merk ik op dat uit onderzoek is gebleken dat bewoners in ruimemeerderheid aangeven de financiële schadevergoeding aan te (willen)wenden voor herstel van schade en/of investering in de woning.Vraag 11:(Blz. 18–23) Kunt u toezeggen dat de Kamer voortaan jaarlijks inzicht krijgtin het aantal toegekende schadevergoedingen, het totaalbedrag, hetaandeel zonder causaliteitsonderzoek, het aantal afgewezen aanvragen,signalen van misbruik en de financiële omvang van mogelijkeovercompensatie?Antwoord:Over de genoemde gegevens rapporteert het IMG jaarlijks in zijnjaarverslag. Het jaarverslag over 2025 heeft het IMG op 29 maart jl.verzonden naar de Commissie BZK van uw Kamer, met het verzoek dit teverspreiden onder alle Kamerleden.Voor zover u met overcompensatie de vergoedingen bedoelt die zijntoegekend voor schade die feitelijk niet door mijnbouw is veroorzaakt.Merk ik om dat bij de forfaitaire vergoedingen en daadwerkelijk herstelgeen onderzoek wordt gedaan naar de schadeoorzaak. Daardoor is nietvast te stellen welke schades niet door mijnbouw zijn veroorzaakt.Vraag 12:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 75 (Blz. 20) Sinds september 2025 kunnen bewoners die eerder minder dan10.000 euro ontvingen een aanvullende vaste vergoeding krijgen tot datbedrag; in 2025 zijn 37.019 aanvragen toegekend. Hoe wordt voorkomendat deze regeling leidt tot stapeling van vergoedingen zonderaantoonbare aanvullende schade?Antwoord:De regeling waar u naar verwijst, wordt ingezet – langs dezelfde gedach-tegang als bij de vaste eenmalige schadevergoeding (zie vraag 6) – om opeen efficiënte manier schades tot € 10.000 af te handelen. Deze regelingstaat echter – anders dan de vaste eenmalige schadevergoeding – alleenopen voor aanvragers die al eerder een verzoek om schadevergoedinghebben gedaan of voor aanvragers waarbij door een eerdere bewoner aleen verzoek tot schadevergoeding is gedaan en is bedoeld om deongewenste gevolgen op te heffen voor de groep die nooit in aanmerkingis gekomen voor de vaste vergoeding en nieuwe schade doelmatig af tehandelen (tegen een lager bedrag dan € 10.000,–). Deze regeling leidt danook niet tot een opeenstapeling van vergoedingen.Vraag 13:(Blz. 21) De Algemene Rekenkamer stelt dat het een politieke keuze is omminder onderzoek te doen naar de schadeoorzaak en ruimhartig schade tevergoeden, met het risico dat te hoge vergoedingen worden uitgekeerd ofschade wordt vergoed die niet door bevingen is veroorzaakt. Erkent u datdit risico reëel is en hoe groot acht u dit risico financieel?Antwoord:Het minder onderzoek doen naar de oorzaak van individuele schades, isniet enkel ingegeven door politieke afwegingen. De keuze om de vasteeenmalige schadevergoeding in te voeren is namelijk in 2021 genomendoor het IMG als een vorm van forfaitaire schadevergoeding. Dat wasgeen politieke keuze.Het loslaten van de causaliteitsbeoordeling bij forfaitaire regelingen isbedoeld om binnen de grenzen van het schadevergoedingsrecht te komentot een doelmatige schadeafhandeling. Dit is ook al eerder door deAfdeling Advisering van de Raad van State benoemd als reactie op hetwetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen. Forfaitairevergoedingen zijn gebruikelijk aan de afhandeling van massaschade. Ikwijs erop dat als gevolg van het wettelijk bewijsvermoeden uit artikel6:177a BW voor de betreffende schades wordt vermoed dat ze doormijnbouw zijn veroorzaakt. Of dat feitelijk ook werkelijk het geval was, isdaarmee niet meer doorslaggevend.Vraag 14:(Blz. 21) Heeft u zelf onderzoek gedaan naar overcompensatie, misbruik enoneigenlijk gebruik bij de ruimhartige schadeafhandeling en, zo ja, welkebedragen of percentages zijn daarbij vastgesteld?Antwoord:Het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik ligt bij het IMG. HetIMG kent met het Bureau Bijzonder Onderzoek een gespecialiseerd teamdat onderzoek doet naar fraudemeldingen en malversaties binnen deschadeafhandeling. Het IMG rapporteert hierover in zijn jaarverslag.Vraag 15:(Blz. 27–28) Kunt u per departement aangeven welk deel van detaakstelling in 2025 structureel is gerealiseerd en welk deel incidenteel isopgevangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 76 Antwoord:Nee, dit is niet inzichtelijk te maken.Vraag 16:(Blz. 27–29) Hoe verhoudt de verdere toename van het totaal aantalrijksambtenaren zich tot het kabinetsdoel om te bezuinigen op apparaats-uitgaven door minder ambtenaren en minder externe inhuur?Antwoord:De budgettaire taakstelling is verwerkt in de begrotingen van de departe-menten. Ministers leggen in hun eigen begrotingen en jaarverslagenverantwoording aan de Tweede Kamer af over hoe zij op een verant-woorde manier de gestelde doelen zullen realiseren. Politieke keuzeskunnen invloed hebben op de omvang van de apparaatsbudgetten. Ookde mogelijke verambtelijking van externe inhuur kan effect hebben op hetaantal fte.Vraag 17:(Blz. 27–29) Kunt u aangeven hoeveel externe inhuur in 2025 is ingezetbinnen de begroting van het Ministerie van BZK, uitgesplitst naarkerndepartement, agentschappen, SSC-ICT, Logius, RvIG en deGroningen-operatie?Antwoord:De externe inhuur wordt binnen het departement BZK/VRO bijgehoudenop uitgavenniveau. Hieronder staat weergegeven hoeveel aan externeinhuur is uitgegeven in 2025:–Kerndepartement circa € 35 mln.–Agentschappen circa € 225 mln.•W.v. SSC-ICT circa € 49,7 mln.•W.v. Logius circa € 52,5 mln.•W.v. RvIG circa € 14,1 mln.–Nationaal Coördinator Groningen circa € 92,5 mln.De beleidsdirecties die werken voor de Groningen operatie zijn meege-nomen onder het kerndepartement.Vraag 18:(Blz. 28) Waarom zijn aan de apparaatstaakstelling geen concrete doelenof resultaatafspraken gekoppeld voor het aantal fte, de omvang vanexterne inhuur en de totale omvang van de Rijksoverheid?Antwoord:Politiek is afgesproken dat Ministers zelf verantwoordelijk zijn om detaakstelling op een verantwoorde wijze te realiseren en hierover terapporteren in hun begroting en jaarverslag. In de Kamerbrief van14 maart 2025 zijn de strategische lijnen geschetst waarlangs detaakstelling invulling kan krijgen. Hierover is op 3 oktober 2025 per briefgerapporteerd aan de Kamer.Vraag 19:(Blz. 28) De Algemene Rekenkamer stelt dat onzeker is of het aantal fteuiteindelijk zal afnemen, omdat er geen sturingsdoelen zijn opgenomenvoor de omvang van de Rijksoverheid. Bent u bereid alsnog een concreetreductiepad voor het aantal rijks-fte vast te stellen?Antwoord:In het regeerakkoord is aangekondigd dat de externe inhuur waarmogelijk wordt teruggebracht van de huidige 15,4% van de totalepersonele uitgaven naar 10% (de Roemernorm). Er zijn op dit momentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 77 geen concrete doelen geformuleerd voor de vermindering van het aantalambtenaren per departement: dit is de verantwoordelijkheid van elkdepartement afzonderlijk. De vermindering moet het resultaat zijn van eenomvangrijke veranderopgave. Hierover wordt u nader geïnformeerd in deActieagenda Slagvaardige Overheid, die voor de zomer aan uw Kamerwordt verzonden.Vraag 20:(Blz. 28) U geeft aan dat ministeries de taakstelling voor 2025 veelalincidenteel hebben opgevangen en dat de focus lag op plan- en besluit-vorming vanaf 2026. Hoe voorkomt u dat de taakstelling doorschuift enuiteindelijk niet leidt tot een kleinere overheid?Antwoord:De budgettaire taakstelling is reeds ingeboekt. Departementen zijnhierdoor verplicht om dit te realiseren. Om de taakstelling te realiseren ishet van belang om hier tijdig en zorgvuldig mee te beginnen. Dit is in 2025gedaan zodat de taakstelling ook daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.Vraag 21:(Blz. 28–29) Bent u bereid om in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijkvoortaan expliciet te rapporteren over de ontwikkeling van het aantal fte,externe inhuur, apparaatsuitgaven en taakstellingsrealisatie per depar-tement, zodat de Kamer kan controleren of de overheid daadwerkelijkkleiner en doelmatiger wordt?Antwoord:In de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025, die in mei 2026 isgepubliceerd, wordt al over het aantal fte per ministerie gerapporteerd(Kamerstukken II 2025/26, 31 490, nr. 396, zie tabel 34, p115). Op hetDashboard Externe inhuur is een overzicht te vinden van het aandeelexterne inhuur per ministerie. Dit dashboard krijgt elk halfjaar een update.Over de apparaatsuitgaven wordt nu rijksbreed gerapporteerd deJaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2025 (zie tabel 31, p105). Rapportageover apparaatsuitgaven per organisatieonderdeel en verantwoording overde realisatie van de taakstelling is belegd bij de departementen zelf en iste vinden in de betreffende departementale begrotingen bij deapparaatsuitgaven.Vraag 22:(Blz. 38) Wat is «Nextcloud»? Hoe verhoudt dat zich tot de te ontwikkelenoverheidsbrede soevereine clouddienst?Antwoord:Nextcloud is een suite van producten die een alternatief kan zijn voorMicrosoft 365. Nextcloud is open-source. De grote ICT dienstverleners vanhet Rijk hebben de opdracht gekregen om gezamenlijk een soevereinedigitale werkplek te ontwikkelen. Er wordt onder andere gekeken naarNextcloud als een onderdeel van een complete digitale werkomgeving.Op dit moment wordt verkend op welke manier de benodigde financieringwordt vormgegeven. Verder wordt ook gekeken naar ervaringen bijandere Europese initiatieven zoals de samenwerking van Frankrijk enDuitsland.De te ontwikkelen overheidsbrede soevereine clouddienst richt zich ineerste instantie op de realisatie van een containerplatform voor hethosten van applicaties voor de Nederlandse overheid. Dit container-platform wordt zo vormgegeven dat het technologisch geschikt is omonderdelen van de digitale werkomgeving, zoals bijvoorbeeld Nextcloud,te hosten op de soevereine clouddienstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 78 Vraag 23:(Blz. 49) Wanneer ontvangt de Kamer de door u aangekondigde concretedoelen voor vermindering van het aantal ambtenaren en externe inhuur,en bevatten deze doelen ook harde plafonds per departement?Antwoord:In het regeerakkoord is aangekondigd dat de externe inhuur waarmogelijk wordt teruggebracht van de huidige 15,4% van de totalepersonele uitgaven naar 10% (de Roemernorm). Er zijn op dit momentgeen concrete doelen geformuleerd voor de vermindering van het aantalambtenaren per departement: deze vermindering moet het resultaat zijnvan een omvangrijke veranderopgave en directe zichtbare verbeteringenen is de verantwoordelijkheid van elk departement afzonderlijk. Deverantwoording over de ontwikkeling van het aantal ambtenaren vindtjaarlijks plaats via de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Via de TaskforceSlagvaardige Overheid wordt bewaakt dat de vermindering van het aantalambtenaren een resultaat is van de benodigde verandering van deoverheid.Vraag 24:(Blz.49–50) Wat voor soort data van wie worden opgeslagen in hetOverheidsdatacenter? Wie hebben er toegang tot deze gegevens?Antwoord:In het Overheidsdatacenter (ODC) van SSC-ICT is de data van afnemendeministeries opgeslagen op servers van SSC-ICT. Het betreft data van dekantoorautomatisering en applicaties. Daarnaast biedt SSC-ICT housingdiensten aan in het ODC. Dit houdt in dat SSC-ICT zorgdraagt voorhuisvesting en stroom maar dat afnemers data op hun eigen serversopslaan.De beheerders van SSC-ICT hebben elk toegang tot (delen van) de datadie in het ODC is opgeslagen op basis van formeel vastgelegde rollen enverantwoordelijkheden, afhankelijk van de specifieke taken die diebeheerders hebben. De toegangsrechten worden periodiek gecontroleerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 79
Bron, video en gesprek →0debatten
229bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·