Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 927Regels ter uitvoering van Verordening (EU)2024/900 betreffende transparantie en gerichtepolitieke reclame (Uitvoeringswet verordeningtransparantie en gerichte politieke reclame)Nr. 5 VERSLAGVastgesteld 10 juni 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbe-reidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uitte brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen en degemaakte opmerkingen afdoende zal hebben geantwoord, acht decommissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoendevoorbereid.De voorzitter van de commissie,KistemanDe griffier van de commissie,Honsbeek kst-36927-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 51 Inhoudsopgave 1.Inleiding22.Beleidscontext43.Verordening betreft transparantie en gerichte politiekereclame (de inhoud van de verordening)43.1.Transparantie- en zorgvuldigheidsverplichtingen voorpolitieke reclamediensten53.1.1Verplichtingen voor aanbieder van politieke reclame-diensten63.1.2Transparantie- en labelingvereisten voor elke politiekereclameboodschap63.1.3Europees register voor politieke reclameboodschappen73.1.4Periodieke verslaglegging en meldingen over politiekereclame73.1.5Toezending van informatie aan belanghebbendeentiteiten73.2Targeting en aanlevering van politieke online reclame83.2.1Targetingtechnieken en technieken voor de aanleveringvan een reclameboodschap voor politieke onlinereclame93.2.2Aanvullende transparantievereisten voor targeting bijpolitieke reclame93.3Toezicht en handhaving103.3.1Wettelijke vertegenwoordiger103.3.2Het recht om een klacht in te dienen113.3.3Sancties114.Inhoud Uitvoeringswet114.1Taken en bevoegdheden van de autoriteiten114.1.1Onderzoeksbevoegdheden115.Verhouding tot ander recht115.1Andere EU-wetgeving125.1.1Digitaledienstenverordening125.2Verhouding verordening en uitvoeringswet en CaribischNederland126.Gevolgen127.Uitvoerbaarheid137.1Advies Adviescollege Toetsing Regeldruk13ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING13 1. Inleiding De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het voorstel van wet houdende regels ter uitvoering van Verordening(EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame(Uitvoeringswet verordening transparantie en gerichte politieke reclame).Deze leden onderschrijven het belang van transparantie over politiekereclame en van adequate waarborgen tegen misleidende of ondoor-zichtige beïnvloeding van het democratisch proces. Zij steunen het doelvan de onderliggende Europese verordening om burgers beter inzicht tegeven in de herkomst, financiering en verspreiding van politieke reclameen daarmee de integriteit van verkiezingen en democratische besluit-vorming te versterken.Tegelijkertijd constateren deze leden dat de verordening en de uitvoe-ringswet raken aan fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid vanmeningsuiting, de vrijheid van vereniging en het recht van politiekepartijen en maatschappelijke organisaties om deel te nemen aan hetpublieke debat. Zij hebben daarom nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat de verordening maximale harmoni-satie beoogt ten aanzien van transparantie en microtargeting bij politiekereclame binnen de Europese Unie (EU). Kan de regering aangeven welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 52 nationale beleidsruimte lidstaten na inwerkingtreding van de verordeningnog behouden? Op welke onderdelen acht de regering aanvullendenationale regelgeving wenselijk of mogelijk?Deze leden constateren dat de verordening vooral transparantieverplich-tingen introduceert en minder ziet op de inhoud van politieke reclame.Verwacht de regering dat de transparantievereisten op zichzelf voldoendezijn om schadelijke beïnvloeding van verkiezingen tegen te gaan? Opwelke wijze zal worden gemonitord of de doelstellingen van de veror-dening daadwerkelijk worden bereikt? Hoe draagt dit voorstel bij aan dedoelstellingen van het European Democracy Shield?De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel Uitvoeringswet verordening transparantie engerichte politieke reclame. Graag willen deze leden daarover een aantalopmerkingen maken en de regering een aantal vragen stellen. Allereerstmerken zij op dat dit wetsvoorstel zorgt voor extra regeldruk bij politiekepartijen en adverteerders. Zij hebben daar bij het commissiedebatVerkiezingen de datum 14 januari 2026 al aandacht voor gevraagd. Dieregeldruk speelt niet alleen landelijk, maar ook bij lokale verkiezingen,waar kleine afdelingen en lokale politieke partijen verantwoordelijk zijnvoor naleving van de regels die heel complex zijn. Daar zal die druk noggroter zijn. Overigens nemen ook de uitvoeringslasten voor aanbieders enuitgevers van politieke reclames toe. Uiteraard zijn deze ledenvoorstander van het goed functioneren van de interne markt in de EU envan het beschermen van grondrechten en vrijheden van burgers,waaronder het recht op privacy en de bescherming van persoonsge-gevens. Het doel van de verordening is mooi, maar de uitvoeringslastenvan dit wetsvoorstel zijn zeer groot. Het wetsvoorstel draagt bepaald nietbij aan het komen tot minder regels.De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Deze leden steunen het voornemen om nadere regelsop te stellen voor meer transparantie bij gerichte politieke advertenties.Wel hebben zij grote zorgen over de naleving en de uitvoering van dezewet, met name door grote onlineplatforms waarvan bekend is dat zeEuropese digitale wetgeving al structureel niet naleven. Daarom richten zijhun inbreng op dit punt.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Deze leden onderschrijven het belang van transparantie bijpolitieke reclame en hebben nog enkele vragen.De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel Regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/900betreffende transparantie en gerichte politieke reclame. Deze ledenonderschrijven het belang van eerlijke verkiezingen, transparantie overbetaalde politieke beïnvloeding en het tegengaan van buitenlandseinmenging. Tegelijkertijd constateren zij dat dit wetsvoorstel uitvoeringgeeft aan een Europese verordening die rechtstreeks raakt aan hetpolitieke debat, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van verenigingen de praktische mogelijkheden voor politieke partijen om kiezers tebereiken. De Afdeling advisering van de Raad van State wijst zelf op despanning tussen bescherming van democratische processen enerzijds ende fundamentele vrijheid van politieke partijen en maatschappelijkegroeperingen om campagne te voeren anderzijds.Deze leden vragen de regering hoe zij in algemene zin voorkomt dat deuitvoering van deze verordening leidt tot een «chilling effect» op politiekemeningsuiting, politieke campagnevoering en maatschappelijke belangen-behartiging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 53 Deze leden constateren dat de memorie van toelichting vermeldt dat deverordening rechtstreeks van toepassing is vanaf 10 oktober 2025 en datde Uitvoeringswet ziet op uitvoering, toezicht en handhaving doornationale autoriteiten. Zij vragen de regering om precies uiteen te zettenwelke onderdelen van dit wetsvoorstel strikt noodzakelijk zijn teruitvoering van de Europese verordening.Zij vragen of de regering kan bevestigen dat bij de uitvoering geen sprakezal zijn van nationale koppen bovenop de Europese verplichtingen.De leden van de JA21-fractie wijzen erop dat de Raad van State benadruktdat regelgeving over verkiezingen en politieke en maatschappelijkecampagnes in beginsel nauw verbonden is met de nationale politiekecultuur en democratische rechtsorde. Deze leden vragen de regering hoedit wetsvoorstel zich verhoudt tot de Nederlandse traditie van terughou-dendheid bij regulering van politieke communicatie en verkiezingscam-pagnes.2. Beleidscontext De leden van de JA21-fractie constateren dat de Raad van State schrijftdat de EU van oudsher weinig bevoegdheden heeft op dit terrein, omdatdit raakt aan politieke cultuur, het politieke proces en democratischgedachtegoed binnen de lidstaten (Kamerstuk 36 927, nr. 4). Deze ledenvragen de regering hoe zij de subsidiariteit van deze verordeningbeoordeelt, nu regelgeving over politieke campagnes en verkiezingen inbeginsel nauw verbonden is met de nationale democratische rechtsorde.Deze leden wijzen erop dat de Raad van State expliciet opmerkt dat deverordening politieke reclameactiviteiten reguleert en beperkt en daarmeeraakt aan de fundamentele vrijheid van partijen en maatschappelijkegroeperingen om politieke standpunten over te brengen (Kamerstuk36 927, nr. 4). Zij vragen de regering of zij erkent dat regulering vanpolitieke reclame niet alleen burgers kan beschermen, maar ook detoegang van politieke partijen tot het publieke debat kan beperken.Zij wijzen erop dat de Raad van State waarschuwt dat vooral kleine ennieuwe politieke partijen geraakt kunnen worden, omdat zij mindermakkelijk gerichte politieke reclame kunnen verspreiden onder huntraditionele achterban of nog geen groot ledenbestand hebbenopgebouwd (Kamerstuk 36 927, nr. 4). Deze leden vragen de regering hoezij voorkomt dat vooral kleinere en nieuwere politieke partijen relatiefzwaarder worden geraakt door administratieve lasten, nalevingskosten enonzekerheid over de uitleg van het begrip politieke reclame.3. Verordening betreft transparantie en gerichte politieke reclame(de inhoud van de verordening) De leden van de VVD-fractie zouden graag een paar vragen willen stellenhoewel onderhavig wetsvoorstel niet gaat over de definitie van «politiekereclame». De verordening verplicht politieke reclame als zodanig telabelen en van bepaalde basisgegevens te voorzien. Wat betekent datbijvoorbeeld voor folders van politieke partijen en kandidaten die bijmensen in de bus worden gedaan dan wel op straat worden uitgedeeld?Hoe moet er worden omgegaan met uitingen van politici op socialemedia, bijvoorbeeld op X naar aanleiding van een politiek debat of eengebeurtenis? Is er dan ook sprake van politieke reclame? In hoeverre heeftde verordening betrekking op individuele kandidaten die aan verkiezingenmeedoen en die online reclameboodschappen plaatsen? Wat betekent deverordening voor kandidaten die een voorkeursactie beginnen omgekozen te worden? Graag krijgen deze leden een reactie van de regering.In de verordening staat een definitie van «politieke reclame». Verder heeftde Europese Commissie (EC) richtsnoeren bij de verordening vastgesteld.Daarin wordt via voorbeelden aangegeven wat onder politieke reclameTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 54 wordt verstaan. Het is de bedoeling dat aan de hand van de richtsnoeren,de praktijk van de toezichthouders en uitspraken van de rechter duidelijkwordt wat de definitie van politieke reclame is. Zo moet die definitie zichuitkristalliseren. Deze leden merken op dat dit kan leiden tot discussies enverschil van inzichten, want er kan lange tijd overheen gaan voordat inbepaalde situaties duidelijk wordt of er sprake is van een politieke reclameof niet, met alle mogelijke gevolgen van dien. Zou in principe niet al vastmoeten staan wat er onder «politieke reclame» wordt verstaan? Dan is ernamelijk duidelijkheid voor een ieder. Zij vragen de regering op dezeaspecten in te gaan. Ook moet transparant worden gemaakt hoeveel gelder aan politieke reclame is besteed en waar het geld vandaan komt. Moeter bij het aangeven wat de herkomst van het geld is, een splitsing wordengemaakt tussen enerzijds het geld dat politieke partijen via de landelijkesubsidies krijgen en anderzijds via donaties? Dan is de vraag in hoeverrehet maken van een splitsing voor politieke partijen mogelijk is. Hoe kanworden bepaald welk deel publiek is en welk deel privaat? Ook betekentdat weer extra bureaucratie. Waar moet de informatie over de herkomstvan het geld worden vastgelegd?De leden van de CDA-fractie constateren dat de regering naar aanleidingvan het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State hetbegrip «politieke reclame» nader verduidelijkt heeft. Deze leden vragen ofde regering kan bevestigen dat berichtgeving van maatschappelijkeorganisaties die maatschappelijke kwesties agendeert, publieke bewust-wording bevordert en burgers stimuleert deel te nemen aan hetmaatschappelijk debat, niet zonder meer als politieke reclame kunnenworden aangemerkt, ook al raakt zij – indirect – aan een concreetwetgevingstraject.De leden van de JA21-fractie vragen de regering welke concreteafbakening zij hanteert tussen politieke reclame, maatschappelijkebelangenbehartiging en reguliere vrijheid van meningsuiting.Deze leden constateren dat de memorie van toelichting vermeldt datreclames van non-gouvernementele organisaties ook politieke reclamekunnen zijn indien zij oproepen te stemmen op bepaalde partijen vanwegeeen bepaald onderwerp of proberen een wetgevingsproces tebeïnvloeden. Zij vragen de regering of een betaalde campagne van eenmaatschappelijke organisatie over bijvoorbeeld migratie, woningbouw,stikstof, klimaat, veiligheid of zorg onder het begrip politieke reclame kanvallen wanneer op dat moment een wetgevingsproces loopt.Zij wijzen erop dat het Commissariaat voor de Media in de uitvoerings-toets stelt dat het criterium «bedoeld om te beïnvloeden» lastig aan tetonen kan zijn, omdat de intentie achter een boodschap moeilijk objectiefvast te stellen is. Zij vragen de regering of zij kan aangeven wanneer eenboodschap «bedoeld is» om een wetgevingsproces te beïnvloeden en hoetoezichthouders die intentie in de praktijk objectief kunnen vaststellen.3.1. Transparantie- en zorgvuldigheidsverplichtingen voor politiekereclamediensten De leden van de D66-fractie constateren dat zowel de Raad van State alsde regering uitgebreid stilstaan bij de afbakening van het begrip politiekereclame.Deze leden begrijpen dat politieke meningen die op persoonlijke titelworden geuit in beginsel buiten de reikwijdte van de verordening vallen,tenzij daarvoor een vergoeding wordt ontvangen. Zij vragen hoe in depraktijk zal worden vastgesteld wanneer sprake is van een vergoeding innatura, bijvoorbeeld bij influencers of maatschappelijke organisaties.Voorts vragen deze leden hoe de regering voorkomt dat onzekerheid overde afbakening van politieke reclame leidt tot een afschrikwekkend effectTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 55 voor maatschappelijke organisaties, journalisten, wetenschappers ofburgers die deelnemen aan het publieke debat.Kan de regering daarnaast nader toelichten hoe wordt omgegaan metzogenoemde issue-based campagnes van maatschappelijke organisatiesdie zich richten op beleidsbeïnvloeding? Wanneer kwalificeren dergelijkecampagnes als politieke reclame en wanneer niet?De leden van de JA21-fractie vragen de regering welke verplichtingen inde praktijk zullen komen te rusten op een lokale afdeling van een politiekepartij die voor een beperkt bedrag flyers, online advertenties of lokalekrantenadvertenties laat maken als deze Uitvoeringswet van kracht wordt.3.1.1 Verplichtingen voor aanbieder van politieke reclamediensten De leden van de VVD-fractie constateren dat aanbieders van politiekereclamediensten de informatie die zij verzamelen voor het aanbieden vanhun diensten zeven jaar moeten bewaren. Dat geldt ook voor de transpa-rantieverklaringen, waarin onder andere informatie over de identiteit vande opdrachtgever staat. De informatie die de aanbieder verzamelt bevatonder andere de publieke of private oorsprong van de bedragen. Voor deoorsprong van de bedragen hebben deze leden hiervoor al aandachtgevraagd. Zij vragen verder wat er gebeurt als het bedrijf van eenaanbieder dan wel van een uitgever ophoudt te bestaan. Wat gebeurt erdan met de bewaarde gegevens? Waar gaan die heen? Graag krijgen zijeen reactie van de regering.3.1.2 Transparantie- en labelingvereisten voor elke politieke reclamebood-schap De leden van de D66-fractie ondersteunen het uitgangspunt dat politiekereclame duidelijk herkenbaar moet zijn voor burgers. Deze leden lezen datpolitieke reclame voorzien moet worden van labels en transparantiever-klaringen met informatie over onder meer de opdrachtgever, financieringen eventuele toepassing van targetingtechnieken.Kan de regering toelichten hoe wordt gewaarborgd dat deze informatievoor burgers daadwerkelijk begrijpelijk en toegankelijk is? Is onderzochthoe burgers dergelijke labels interpreteren en gebruiken?Deze leden vragen daarnaast hoe wordt voorkomen dat transparantiever-klaringen in de praktijk vooral juridische documenten worden die voor degemiddelde burger moeilijk te begrijpen zijn.Voorts vragen zij of de regering mogelijkheden ziet om gegevens uit hetEuropees register actief beschikbaar te maken voor onderzoekers,journalisten en maatschappelijke organisaties ten behoeve van onafhan-kelijke controle.De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering de opstelling vanvrijwillige gedragscodes, die bijdragen aan de juiste toepassing van hetartikel dat ziet op de transparantie- en labelingsvereisten van politiekereclameboodschappen aanmoedigt. Wie stellen die gedragscodes op?Wat moeten die gedragscodes bevatten? Wat voegen de gedragscodesten opzichte van de verordening en de wet toe? Graag krijgen deze ledeneen reactie van de regering.De leden van de CDA-fractie vragen om een bondigere omschrijving vanhoe de labeling van politieke reclameboodschappen eruit zal zien enwelke gegevens burgers hieruit kunnen herleiden.De leden van de JA21-fractie constateren dat de memorie van toelichtingbepaalt dat politieke reclame-uitingen informatie moeten bevatten waaruitduidelijk blijkt dat het om politieke reclame gaat, wie de opdrachtgever isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 56 en met welke verkiezing, welk referendum of wetgevingsproces dereclame verband houdt. Deze leden vragen de regering hoe wordtgewaarborgd dat labels en transparantieverklaringen begrijpelijk zijn voorburgers, maar niet zodanig dominant worden vormgegeven dat depolitieke boodschap zelf naar de achtergrond verdwijnt.3.1.3 Europees register voor politieke reclameboodschappen De leden van de PRO-fractie hebben zorgen over de verantwoordelijkheidvan grote onlineplatforms in het uitvoeren van de regels omtrent onlinepolitieke boodschappen. Keer op keer komen grote onlineplatforms zoalsMeta, TikTok en X hun wettelijke verplichtingen niet na. Deze leden vragende regering of gegarandeerd is dat deze platforms zullen voldoen aan detransparantieverklaring uit de Digital Services Act. Ook zijn zij benieuwdwat volgens de regering de consequentie moet zijn voor het (herhaal-delijk) niet naleven van deze verplichting. Is de regering bereid omconsequenties te verbinden aan de grote onlineplatforms die hunafspraken niet nakomen? Zo ja, welke consequenties zijn hiertoe passend?De leden van de CDA-fractie vragen om een verduidelijking welkebetrokken partij verantwoordelijk is voor het deponeren van de transpa-rantieverklaring in het Europese register. Voorts vragen deze leden omeen verduidelijking of dit register publiek toegankelijk en doorzoekbaar zalzijn.3.1.4 Periodieke verslaglegging en meldingen over politieke reclame De leden van de PRO-fractie hebben ook op dit punt zorgen over dehouding van grote onlineplatforms bij het behandelen van meldingen vanonrechtmatige reclames. Reeds is bekend dat grote onlineplatforms eentekort hebben aan moderatoren en enkele platforms, met name X, zijnvrijwel onbereikbaar voor Europese instanties. Welke garanties zijn er datdeze bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen? Deze leden vragen deregering om helder te onderbouwen dat grote onlineplatforms aan dezetaak zullen voldoen en dat ze de extra capaciteit zelf zullen bekostigen.De leden van de CDA-fractie merken op dat er sprake is van zeer omvang-rijke registratievereisten. Deze leden vragen of de regering dit beeldherkent. Deze leden vragen ook om een reflectie van de regering op dewaarschijnlijkheid dat aanbieders dan wel uitgevers van reclame af zullenzien van politieke reclame vanwege deze omvangrijke administratieveverplichtingen.De leden van de JA21-fractie constateren dat uitgevers mechanismenmoeten hebben waarmee meldingen kunnen worden gedaan overpolitieke reclameboodschappen die niet in overeenstemming zijn met deverordening. Deze leden vragen de regering hoe wordt voorkomen datmeldmechanismen tijdens campagnes worden gebruikt voor politiekgemotiveerde meldingen tegen tegenstanders.3.1.5 Toezending van informatie aan belanghebbende entiteiten De leden van de JA21-fractie constateren dat belanghebbende entiteiten,waaronder erkende onderzoekers, maatschappelijke organisaties, politiekeactoren, verkiezingswaarnemers en journalisten, informatie kunnenopvragen bij aanbieders van politieke reclamediensten. Deze leden vindencontroleerbaarheid belangrijk, maar vragen aandacht voor misbruik,selectieve openbaarmaking en politieke vooringenomenheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 57 Deze leden vragen de regering hoe wordt voorkomen dat het informatie-recht wordt gebruikt als instrument om politieke tegenstanders tijdenseen campagne te belasten of te beschadigen.3.2 Targeting en aanlevering van politieke online reclame De leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van stevigewaarborgen rond het gebruik van persoonsgegevens voor politiekereclame. Deze leden lezen dat politieke targeting uitsluitend onder striktevoorwaarden is toegestaan, waaronder expliciete toestemming van debetrokkene.Zij vragen de regering hoe zij de uitvoerbaarheid van deze toestemmings-vereisten beoordeelt. Hoe kunnen toezichthouders effectief controleren oftoestemming daadwerkelijk vrij, specifiek en geïnformeerd is verleend?De Raad van State heeft gevraagd of aanvullende maatregelen tenaanzien van microtargeting wenselijk zijn. Kan de regering uiteenzettenwaarom zij van oordeel is dat de huidige Europese regels voldoendebescherming bieden? Zijn er vormen van politieke microtargeting die naarhet oordeel van de regering nog steeds risico’s opleveren voor hetdemocratisch proces?Deze leden lezen bovendien dat verwerkingsverantwoordelijken openbaarmoeten maken of gebruik is gemaakt van AI-systemen bij targeting ofverspreiding van politieke reclame. Kan de regering toelichten hoe dezeverplichting zich verhoudt tot de AI-verordening en hoe overlap ofonduidelijkheid voor aanbieders wordt voorkomen?Deze leden lezen dat influencers die tegen betaling of een voordeel innatura politieke boodschappen verspreiden onder de verordening vallenen als uitgevers van politieke reclame kunnen worden aangemerkt.Deze leden vragen hoe het toezicht hierop in de praktijk wordt vormge-geven. Hoe wordt voorkomen dat politieke reclame via influencers buitenbeeld blijft, bijvoorbeeld wanneer sprake is van indirecte vergoedingen,voordelen in natura of andere minder zichtbare samenwerkingsvormen?Kan de regering daarnaast toelichten in hoeverre politieke partijen,campagneorganisaties en influencers voldoende bekend zijn met deverplichtingen die uit de verordening voortvloeien en welke voorlichtings-activiteiten worden ondernomen om naleving te bevorderen?De leden van de JA21-fractie vragen de regering welke vormen vantargeting na inwerkingtreding van deze regels nog toegestaan zijn voorpolitieke partijen?Deze leden constateren dat de memorie van toelichting schrijft dattargetingtechnieken alleen mogen worden gebruikt wanneer de verwer-kingsverantwoordelijke de persoonsgegevens zelf heeft verzameld, debetrokkene afzonderlijk uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven en geenprofilering plaatsvindt met bijzondere categorieën persoonsgegevens(Kamerstuk 36 927, nr. 3). Deze leden vragen de regering of politiekepartijen nog doelgroepen mogen benaderen op basis van algemenegeografische kenmerken, leeftijdscategorieën, taal, interesse in politiekethema’s of vrijwillig verstrekte gegevens.Deze leden constateren dat de Raad van State erop wijst dat het verbodop gebruik van bijzondere persoonsgegevens gevolgen kan hebben voorde mogelijkheid van politieke partijen om hun traditionele achterbangericht te bereiken (Kamerstuk 36 927, nr. 4). Zij vragen de regering of hetverbod op gebruik van bijzondere persoonsgegevens ertoe kan leiden datpartijen niet langer effectief hun natuurlijke achterban kunnen bereiken enhoe de regering dit effect beoordeelt vanuit het perspectief van politiekepluriformiteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 58 3.2.1 Targetingtechnieken en technieken voor de aanlevering van eenreclameboodschap voor politieke onlinereclame De leden van de PRO-fractie zijn zeer kritisch op gerichte targeting opgrote onlineplatforms. Deze techniek zorgt voor een asymmetrischeinformatievoorziening, met extra grote gevolgen voor het politieke debat.Hiermee worden kiezers in een informatiefuik gezogen. Tevens is hettargetingmodel ingericht op grootschalige dataverzameling en privacy-inbreuken. Hierbij hebben grote onlineplatforms een oneerlijk schaal-voordeel, omdat zij wegens de grootte zeer specifieke informatie overgebruikers verzamelen. Deze leden vragen aan de regering hoe zij inbeginsel kijkt naar gerichte advertenties op grote onlineplatforms. Is deregering van mening dat gericht adverteren altijd het risico draagt omgebruikers in een informatiefuik te trekken? Welke wettelijke en technischemogelijkheden ziet de regering om deze vorm van gericht adverteren inde kern aan te pakken? Daarnaast zijn zij bezorgd over de afbakening vande beperkingen op politieke advertenties voor stemgerechtigde kiezers.Hoe kan met zekerheid worden gesteld of een gebruiker rond de 18 jaaris? Hoe voorkomt de regering het risico dat, als gevolg van dezewetgeving, nauwkeurige informatie over de geboortedatum vangebruikers moet worden bijgehouden? Deze leden benadrukken dat denieuwe regels niet mogen leiden tot het bijhouden van nóg meerpersoonsgegevens van gebruikers.De leden van de CDA-fractie lezen dat er bij tagetingtechnieken «geen«profilering» plaatsvinden waarbij gebruikt wordt gemaakt van bijzonderecategorieën persoonsgegevens». Deze leden vragen of dit nader toege-licht kan worden.3.2.2 Aanvullende transparantievereisten voor targeting bij politiekereclame De leden van de PRO-fractie benadrukken dat gebruikers van groteonlineplatforms hun rechten moeten kunnen beoefenen. Te vaak wordende mogelijkheden om hier een beroep op te doen te weinig transparant enbegrijpelijk gemaakt. Deze leden wijzen bijvoorbeeld op de recenterechtszaak tussen het platform X en een Nederlandse journalist die na eenslepende zaak pas inzage kreeg in de informatie die het bedrijf van hembijhoudt (NRC, 14 april 2026, «X moet Danny Mekic inzicht geven in deverwerking van zijn persoonsgegevens, oordeelt gerechtshofAmsterdam», (https://www.nrc.nl/nieuws/2026/04/14/x-moet-danny-mekic-inzicht-geven-in-de-verwerking-van-zijn-persoonsgegevens-oordeelt-gerechtshof-amsterdam-a4921196)). Welk precedent schept deze uitspraaken is dit relevant voor de transparantieverplichtingen binnen dezewetgeving? Hoe zullen grote onlineplatforms gedwongen worden omdeze transparantie te verlenen en hun systemen dusdanig in te richten datmeldmogelijkheden vindbaar en toegankelijk zijn? Zij vragen de regeringom expliciet te maken aan welke eisen deze mogelijkheden moetenvoldoen. Dat er «idealiter [...] ook een link [wordt] verstrekt» naar de juistemeldmogelijkheden, vinden zij te weinig concreet.Deze leden vinden het een vreemde regel dat verwerkingsverantwoorde-lijken een jaarlijkse risicobeoordeling moeten maken over hun targeting-technieken. De bewijslast ligt dan bij bedrijven die baat hebben bij deverwerking van persoonsgegevens ten behoeve van targeting. Kan dezebeoordeling, in het geval van grote onlineplatforms, niet beter bij eenonafhankelijke instantie worden belegd? Welke instanties zouden hiertoein staat zijn? Zij vragen de regering om helder uit te leggen waaromgekozen is om deze verplichting neer te leggen bij grote onlineplatformsdie nu al willens en wetens hun transparantieverplichtingen onder deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 59 digitaledienstenverordening niet nakomen. Waaruit blijkt dat zij het nu wélgaan naleven?3.3 Toezicht en handhaving De leden van de D66-fractie constateren dat enkele grote online platformshebben besloten politieke advertenties niet langer toe te staan. Volgens deregering vloeit dit niet rechtstreeks voort uit de verordening, maar betrefthet een eigen beleidskeuze van deze bedrijven.Deze leden vragen hoe de regering deze ontwikkeling beoordeelt. Acht zijhet wenselijk dat private platforms feitelijk bepalen in welke mate politiekeactoren van betaalde online communicatie gebruik kunnen maken?De verordening beoogt juist meer transparantie rondom politieke reclamemogelijk te maken. Deelt de regering de zorg dat, indien grote platformsals gevolg van de verordening besluiten politieke advertenties generiek teweren, het beoogde effect van meer transparantie en democratischecontrole juist verloren kan gaan? Schiet de verordening in dat geval nietdeels haar doel voorbij?Kan een gevolg hiervan ook zijn dat maatschappelijke campagnes dieworden aangemerkt als politieke reclame worden geweerd van groteplatformen? Is de regering van mening dat dit een ongewenst neveneffectis? Welke stappen onderneemt zij om grote platforms te bewegen ommaatschappelijke en ideëele reclame niet te weren.Kan de regering aangeven of zij signalen ziet dat politieke communicatiezich hierdoor verplaatst naar minder transparante of minder goedcontroleerbare kanalen?Voorts vragen zij hoe wordt omgegaan met situaties waarin platformsbepaalde politieke advertenties wel toestaan maar andere weigeren.Welke mogelijkheden bestaan er om op te treden tegen ongelijkebehandeling van politieke partijen of maatschappelijke organisaties?De leden van de JA21-fractie constateren dat het toezicht wordt verdeeldover het Commissariaat voor de Media, de Autoriteit Persoonsgegevensen de Autoriteit Consument en Markt. In het wetsvoorstel wordt hetCommissariaat voor de Media aangewezen als bevoegde autoriteit voorverschillende bepalingen, de Autoriteit Persoonsgegevens voor artikel 20en de Autoriteit Consument en Markt voor coördinatie met betrekking totaanbieders van tussenhandeldiensten (Kamerstuk 36 927, nr. 2). Dezeleden vragen of deze driedeling in de praktijk voldoende helder is voorpolitieke partijen, burgers en aanbieders van politieke reclamediensten.Deze leden vragen de regering waarom niet is gekozen voor één duidelijkaanspreekpunt voor politieke partijen en aanbieders.Deze leden vragen de regering hoe wordt voorkomen dat partijen van hetkastje naar de muur worden gestuurd tussen het Commissariaat voor deMedia, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument enMarkt.3.3.1 Wettelijke vertegenwoordiger De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat er reeds grote onlineplat-forms zijn die geen wettelijk vertegenwoordiger hebben aangesteld inEuropese lidstaten. Deze leden vragen de regering hoe dat nu wél wordtafgedwongen en welke gevolgen het heeft als een groot onlineplatformniet aan deze eis voldoen. Volgens hen zou het niet aanstellen van eenvast aanspreekpunt per lidstaat een groot onlineplatform moetendiskwalificeren, met sancties als gevolg. Hoe kijkt de regering daar naar?De leden van de JA21-fractie constateren dat dienstverleners die politiekereclamediensten aanbieden in de EU maar daar geen vestiging hebben,een wettelijke vertegenwoordiger moeten aanwijzen en dat het Commis-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 510 sariaat voor de Media het register wettelijke vertegenwoordigers beheert.Deze leden vragen de regering hoe effectief deze verplichting in depraktijk kan worden gehandhaafd tegen anonieme of buiten de EUgevestigde aanbieders.3.3.2 Het recht om een klacht in te dienen De leden van de JA21-fractie vragen aandacht voor het risico vanstrategische klachten vlak voor verkiezingen. Juist in de laatste weken vaneen campagne kunnen klachten, onderzoeken of publieke verklaringenvan toezichthouders grote politieke gevolgen hebben. De memorie vantoelichting vermeldt dat bevoegde autoriteiten moeten reageren op elkekennisgeving over mogelijke inbreuken en dat in de laatste maandvoorafgaand aan verkiezingen of referenda onverwijld moet wordengereageerd.Deze leden vragen de regering welke waarborgen bestaan tegenlichtvaardige, anonieme of politiek gemotiveerde klachten in de laatstemaand voorafgaand aan verkiezingen.3.3.3 Sancties De leden van de JA21-fractie constateren dat forse bestuurlijke boetesmogelijk worden, waarbij wordt aangesloten bij percentages vaninkomsten, begroting of omzet. De memorie van toelichting vermeldt dathet maximumbedrag van financiële sancties kan oplopen tot zes procentvan de jaarlijkse inkomsten of begroting van de opdrachtgever ofaanbieder, of zes procent van de wereldwijde jaaromzet in het voorgaandeboekjaar, afhankelijk van welk bedrag het hoogst is (Kamerstuk 36 927,nr. 3). Deze leden vragen of de sancties voldoende proportioneel zijn,zeker voor politieke partijen, lokale afdelingen en kleine campagneorgani-saties.Deze leden vragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat sancties nietleiden tot feitelijke beperking van politieke deelname of campagne-voering?4. Inhoud Uitvoeringswet 4.1 Taken en bevoegdheden van de autoriteiten 4.1.1 Onderzoeksbevoegdheden De leden van de JA21-fractie vragen de regering in welke concretegevallen binnentreden van een woning zonder toestemming noodzakelijkkan zijn bij handhaving van regels over politieke reclame.Deze leden constateren dat in de beslisnota wordt toegelicht dat dezebevoegdheid is toegevoegd omdat een aanbieder van politieke reclame-diensten vanuit een woning zijn diensten kan aanbieden. Deze ledenvragen de regering welke extra waarborgen gelden wanneer onderzoeks-bevoegdheden worden ingezet tegen politieke partijen, kandidaten,vrijwilligers of kleine campagnebureaus.Deze leden vragen de regering of zij kan bevestigen dat dergelijkebevoegdheden slechts als ultimum remedium worden ingezet.5. Verhouding tot ander recht De leden van de VVD-fractie begrijpen dat de verordening ruimte laat omop nationaal niveau regels vast te stellen over een maximumpercentagemicrotargeting dat politieke partijen in acht moeten nemen bij het voerenvan politieke campagne. Wat is de regering hier voornemens te doen?Overigens vragen deze leden in hoeverre er in het onderhavigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 511 wetsvoorstel sprake is van het plaatsen van nationale koppen op deverordening. Zo ja, waarom is daarvoor gekozen? Om welke onderwerpengaat het? Graag krijgen zij een reactie van de regering.5.1 Andere EU-wetgeving 5.1.1 Digitaledienstenverordening De leden van de PRO-fractie herkennen het sterke verband tussen dezewet en de digitaledienstenverordening. Deze leden wijzen erop dat dezeverordening nog niet naar behoren wordt nageleefd door grote onlineplat-forms. Zij vragen de regering welke tekortkomingen zij nu ziet in hetnaleven van de digitaledienstenverordening door grote onlineplatformsen op welke wijze het voorliggende wetsvoorstel deze leemten zal dichten.Heeft de regering met de bevoegde toezichthouders gesproken over deversterking van de handhaving van de digitaledienstenverordening?Welke lessen zijn er te trekken voor de handhaving en het toezicht op devoorliggende wet? Bovendien zijn zij benieuwd hoe het voorliggendewetsvoorstel zich zal verhouden tot de aangekondigde Digital FairnessAct. Zij vragen de regering om duidelijk te maken wat de Digital FairnessAct zou moeten bevatten om het voorliggende wetsvoorstel kracht bij tezetten.5.2 Verhouding verordening en uitvoeringswet en Caribisch Nederland De leden van de D66-fractie constateren dat de verordening niet vantoepassing is op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De Raad van State heeftgevraagd of dit wenselijk is en heeft verzocht dit nader toe te lichten.Kan de regering uiteenzetten welke risico’s zij ziet voor de democratischeprocessen op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba wanneer vergelijkbaretransparantievereisten daar niet gelden? Is de regering bereid te onder-zoeken of vergelijkbare waarborgen op termijn ook voor CaribischNederland wenselijk zijn?Deze leden zien de beantwoording van deze vragen met belangstellingtegemoet.6. Gevolgen De leden van de VVD-fractie constateren dat het voorstel de administra-tieve lasten verhoogt voor alle politieke partijen en overige actoren.Kortom, de bureaucratie zal enorm toenemen. Ook de kosten voorpolitieke partijen zullen toenemen. Ook voor bedrijven die aanbieders zijnvan politieke reclame en voor uitgevers van politieke reclamedienstenzullen de administratieve lasten toenemen. De verordening betekent ookwat voor de verhouding tussen politieke partijen en aanbieders enuitgevers. Er zijn zorgen bij politieke partijen en vertegenwoordigers vanNederlandse nieuwsmedia. Deze leden begrijpen deze zorgen heel goed.Die zorgen hebben zij al geuit bij het commissiedebat Verkiezingen op14 januari 2026. Zij hebben toen gevraagd of het mogelijk is om deadministratieve lasten te versoepelen en of het invoeren van drempel-waarden zou kunnen helpen. Is het mogelijk om de administratieve lastente versoepelen en om drempelwaarden in te voeren? Zij herhalen dezevragen hier. Wordt er met de EC en andere lidstaten gesproken over delasten voor politieke partijen, aanbieders en uitgevers? Is er al met de ECgesproken over het werken met drempelwaarden? Zo ja, wat was daarvande uitkomst? Is de regering bereid om in Europees verband te pleiten voordrempelwaarden? Verder vragen zij in hoeverre politieke partijen wordenbegeleid en geholpen bij de uitvoering? Hoe worden politieke partijenbegeleid bij het uitvoeren van deze verordening en wet? Wordt erbijvoorbeeld een soort handboek opgesteld waarin de verordening en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 512 wet in begrijpelijke taal worden uitgelegd? Wordt daar ook ingegaan opde verkiezingstijd waarin de verplichtingen extra stringent zijn? Verdervragen zij hoe de verordening bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2025en de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 heeft gefunctioneerd?Valt daar al iets over te zeggen? Waar zijn politieke partijen, aanbieders enuitgevers toen tegenaan gelopen? Is er bij die verkiezingen sprakegeweest van inbreuken op de verordening? Graag krijgen zij een reactievan de regering op de hier gestelde vragen.De leden van de JA21-fractie constateren dat de regering erkent dat ervoor diverse partijen die onder de verordening vallen een stijging inkosten te verwachten is vanwege toenemende regeldruk, onder meer bijpolitieke partijen en nieuwsmedia, maar dat niet wordt aangegeven aanwelke bedragen daarbij moet worden gedacht. Deze leden vragen deregering om een concrete regeldrukinschatting voor politieke partijen,lokale afdelingen, campagnebureaus, lokale media en kleine onlineuitgevers.Deze leden vragen de regering of zij kan uitsplitsen welke kostenvoortvloeien uit Europese verplichtingen en welke kosten voortvloeien uitnationale keuzes in dit wetsvoorstel?7. Uitvoerbaarheid De leden van de CDA-fractie lezen dat er voor de verschillende toezicht-houders extra capaciteit vrijgemaakt wordt. Deze leden begrijpen denoodzaak daartoe en vragen om een reflectie van de regering op de vraagof de te ontstane werklast voor de toezichthouders zich in de tijd niet metname zal concentreren op periodes rondom verkiezingen. Is hierin ookvoorzien in de ingeschatte aanvullende capaciteitsbehoefte van detoezichthouders, zo vragen zij.De leden van de JA21-fractie constateren dat het Commissariaat voor deMedia, de Autoriteit Persoonsgegevens en de Autoriteit Consument enMarkt de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van het wetsvoorstelbeoordelen, maar daarbij ook wijzen op randvoorwaarden zoals capaciteit,samenwerking, gegevensuitwisseling, normuitleg en praktische uitvoer-baarheid (2026D17366) (2026D17368) (2026D17367). Deze leden vragen deregering hoe zij garandeert dat politieke partijen, kleine aanbieders enlokale media vóór de eerstvolgende verkiezingen voldoende duidelijkheidhebben over hun verplichtingen.7.1 Advies Adviescollege Toetsing Regeldruk De leden van de CDA-fractie lezen dat het Adviescollege toetsingregeldruk (ATR) verwacht dat de regeldruk door het grote aantal verplich-tingen voor de betrokken partijen in de verordening vrij omvangrijk zalzijn. Deze leden merken hierbij op dat zij ook hebben gelezen dat de ATRook heeft geconstateerd dat er geen alternatieven zijn waarbij deregeldruk minder omvangrijk zal zijn. Zij vragen in deze context of deregering zich bij de totstandkoming van deze verordening heeft ingezetvoor vermindering van de regeldruk die gepaard gaat met de verordeningen in hoeverre de regering daarin succesvol is geweest.ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTINGArtikel 6 Sanctionering en bevoegdhedenDe leden van de JA21-fractie constateren dat artikel 6 onder meer voorzietin de bevoegdheid tot binnentreden van woningen zonder toestemmingvan de bewoner, mits redelijkerwijs noodzakelijk en met uitdrukkelijke enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 513 bijzondere volmacht. Deze leden vragen de regering waarom dezebevoegdheid noodzakelijk en proportioneel is in het kader van toezicht oppolitieke reclame.Deze leden vragen de regering of zij bereid is in de wet of toelichtingnader te verduidelijken dat deze bevoegdheid alleen in uitzonderlijkegevallen wordt ingezet.Artikel 10 inwerkingtredingDe leden van de JA21-fractie constateren dat artikel 10 bepaalt dat de wetin werking treedt met ingang van de dag na uitgifte van het Staatsblad,met uitzondering van artikel 9. Deze leden vragen de regering of allebetrokken toezichthouders, politieke partijen en aanbieders van politiekereclamediensten vóór inwerkingtreding beschikken over duidelijkerichtsnoeren, praktische voorbeelden en een toegankelijk aanspreekpunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 927, nr. 514
Bron, video en gesprek →0debatten
229bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·