Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1717Vragen van de leden Westerveld en Lahlah (beiden GroenLinks-PvdA) aan deStaatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Financiën envan Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de financiële achteruitgang vanmensen met een beperking door kabinetsbeleid (ingezonden 28 januari 2025).Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), deStaatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en deStaatssecretaris van Financiën, mede namens de Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid (ontvangen 24 maart 2025).Vraag 1Ontvangt u ook signalen van bezorgde jongvolwassenen met een handicap ofhun ouders of betrokkenen omdat zij er tot wel 60–70 euro per maand opachteruitgaan door een verhoging van de eigen bijdrage Wet langdurige zorg(Wlz)?Antwoord 1Het kabinet zet in op het gelijkwaardiger maken van de toegang tot zorg.Daarom bevriest het kabinet het eigen risico in 2026 en verlaagt het kabinetdaarnaast het verplicht eigen risico tot € 165 voor de jaren 2027 tot en met2029. Het eigen risico wordt in die jaren bevroren, waardoor het eigen risicominder hard groeit dan de zorgkosten. Ook wordt het verplicht eigen risicovanaf 2027 in de medisch-specialistische zorg getrancheerd. Het kabinet wilmet de verlaging van het verplicht eigen risico bereiken dat minder mensennoodzakelijke medische zorg uitstellen of hiervan afzien en ook dat detoegankelijkheid van de zorg groter en gelijkwaardiger wordt. Ook kiest ditkabinet met de verlaging van het eigen risico voor een lagere medefinancie-ring door zorggebruikers en daarmee voor een grotere solidariteit tussengezonde en minder gezonde mensen. Door het verlagen van het verplichteigen risico, stijgt de premie. Ter compensatie van die premiestijging is in hethoofdlijnenakkoord van het kabinet ook een compenserende lastenverlichtingopgenomen. Deze lastenverlichting is verwerkt in de koopkrachtbesluitvor-ming. De genomen maatregelen leiden tot een positief koopkrachtbeeld overalle aankomende jaren.Het kabinet is in het algemeen bekend met de mogelijke gevolgen die destructurele verhoging van het minimumloon in 2023 heeft op de hoogte vande eigen bijdrage vanaf dit jaar. Deze specifieke bedragen en signalen zijn hetkabinet niet bekend. Het CAK registreert niet specifiek op de doelgroep, dusdaarom kan er niets gezegd worden over signalen van jongvolwassenen. Wel ah-tk-20242025-1717ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 is er een lichte stijging te zien van het aantal ingediende bezwaren in januari2025 ten opzichte van januari 2024 en zien ze bij de betreffende afdelingbezwaren voorbijkomen die specifiek gaan over de hogere eigen bijdrage.Het CAK geeft op haar website ook informatie over de mogelijkheden diemensen hebben indien zij door de hoogte van de eigen bijdrage in deproblemen dreigen te komen. Het CAK geeft bijvoorbeeld informatie over demogelijkheid een betalingsregeling af te sluiten, een verzoek in te dienen bijhet CAK om de hoogte van de eigen bijdrage aan te passen of het aanvragenvan bijzondere bijstand bij de gemeente. Welke mogelijkheid past, isnatuurlijk afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van degene die deeigen bijdrage betaalt.Vraag 2Bent u bekend met het feit dat medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijvener eveneens tot wel 50 euro per maand op achteruit gaan?1 Kunt u bevesti-gen dat dit komt door een combinatie van het verhogen van de arbeidskor-ting en het verlagen van de algemene heffingskorting? En zo niet, kunt u deoorzaak delen?Antwoord 2Ja, het is ons bekend dat een deel van medewerkers van sociaal ontwikkelbe-drijven er financieel op achteruitgaan. Dit komt door een samenloop vanmaatregelen uit het Belastingplan 2025 en het in 2024 aflopen en vervolgensstilzwijgend verlengen van de cao Aan de slag. Door het stilzwijgendverlengen neemt het inkomen van een deel van deze medewerkers niet toe,wat in combinatie met de reguliere indexatie van de arbeidskorting leidt totminder recht op arbeidskorting in 2025. Dit kan voor mensen met een laaginkomen een grote impact hebben. Zeker als zij door een arbeidsbeperking ofchronische ziekte niet meer uren kunnen werken om het verlies te compense-ren. Een achteruitgang van tientallen euro’s per maand kan voor henbetekenen dat zij moeten bezuinigen op belangrijke uitgaven zoals bood-schappen of vaste lasten.Met ingang van 2025 hebben er verschillende wijzigingen plaatsgevonden inbox 1 van de inkomstenbelasting. Een van die wijzigingen is een verlagingvan de algemene heffingskorting met 335 euro. Daar staat tegenover dat hettarief in de eerste schijf daalt. Voor de meeste belastingplichtigen is hetvoordeel van de tariefverlaging groter dan het nadeel van de verlaging vande algemene heffingskorting. Voor mensen met een inkomen van ongeveer26.000 euro weegt het voordeel van het lagere schijftarief op tegen hetnadeel van de lagere algemene heffingskorting. De groep belastingplichtigenmet een inkomen lager dan 26.000 euro ondervindt per saldo nadeel vanbeide maatregelen. Dit nadeel is groter naarmate het inkomen lager is, enbedraagt maximaal ongeveer 185 euro per jaar, circa 15 euro per maand.Mensen met een inkomen lager dan 26.000 euro per jaar gaan er dus opachteruit als gevolg van deze wijzigingen.De arbeidskorting is beleidsmatig niet gewijzigd in 2025. Wel zijn de hoogtevan de arbeidskorting en de inkomens waarbij de arbeidskorting op- enafbouwt geïndexeerd volgens de reguliere systematiek. Jaarlijks worden demeeste parameters in de inkomstenbelasting geïndexeerd om ervoor tezorgen dat de belastingheffing in reële termen ongeveer gelijk blijft.Inkomens stijgen in de regel ook jaarlijks. Voor een deel van de medewerkersvan sociaal ontwikkelbedrijven geldt dat hun inkomen niet is gestegen doorhet aflopen van de cao Aan de slag eind 2024 en de stilzwijgende verlengingnadien. Doordat de arbeidskorting wel is geïndexeerd, leidt dit voor inkomensin het opbouwtraject van de arbeidskorting tot minder recht op arbeidskortingin 2025 dan in 2024 bij hetzelfde inkomen. Dit kan bij inkomens rond hettweede knikpunt van de arbeidskorting tot maximaal ongeveer 32 eurominder arbeidskorting per maand leiden. Dit nadeel is dus een gevolg van hetfeit dat het inkomen niet stijgt. Per saldo kunnen deze beide ontwikkelingenleiden tot een nadeel van maximaal ongeveer 35 euro per maand.1EenVandaag, 21 januari 2025, Medewerkers werkontwikkelbedrijven verdienen minder doorbelastingmaatregelen: «Voel me daardoor minderwaardig», Medewerkers werkontwikkelbe-drijven verdienen minder door belastingmaatregelen: «Voel me daardoor minderwaardig» –EenVandaagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Het kabinet vindt bovenstaande situatie zorgelijk. Juist omdat het mensenraakt die al moeite hebben om rond te komen en voor wie de bestaanszeker-heid kwetsbaar is. Daarom voert het kabinet gesprekken met de VNG om teonderzoeken hoe de bredere financiering van beschut werk kan bijdragen aanhet verbeteren van de bestaanszekerheid van mensen die door de situatiegetroffen zijn.Vraag 3Deelt u de opvatting dat een achteruitgang van 50–70 euro per maand eenzeer grote impact heeft gezien het feit dat het inkomen van deze groep vaakal niet hoog is?Antwoord 3Ja. Het kabinet is zich ervan bewust dat de situatie grote impact kan hebbenop mensen. Zoals in het antwoord op vraag twee al is aangeven, kan eenfinanciële achteruitgang van tientallen euro’s voor mensen betekenen dat zijmoeten bezuinigen op essentiële uitgaven. Voor deze mensen brengt dit extrazorgen en onzekerheid met zich mee.Tegelijkertijd neemt het kabinet ook maatregelen om de koopkracht van dezehuishoudens te versterken. Zo worden de huurtoeslag en het kindgebondenbudget bijvoorbeeld verhoogd. Het kabinet kijkt daarom vooral naar het totaleeffect van het koopkrachtbeleid en het gehele koopkrachtbeeld, en in minderemate naar het effect van afzonderlijke maatregelen.Vraag 4Hoe rijmt u de achteruitgang in inkomen van deze groep mensen met eenbeperking met de zorgen van het VN-comité dat in hun rapport met bevindin-gen expliciet aangeeft zorgen te hebben over het hoge risico op armoedevoor mensen met een beperking? Deelt u de stelling dat een verhoging vande eigen bijdrage voor deze groep haaks staat op het VN-Verdrag en deaanbevelingen van het comité? Zo ja, wat gaat u doen?Antwoord 4Uiteraard heeft het kabinet oog voor de groep mensen met een beperking enhun financiële positie. Afgelopen februari 2024 heeft de Tweede Kamer denationale strategie over het VN-verdrag Handicap goedgekeurd. Daarna zijnde verschillende ministeries aan de slag gegaan met de vervolgstap, hetwerken aan een werkagenda met maatregelen voor de komende vijf jaar omde doelen van deze nationale strategie uiterlijk in 2040 te bereiken. Zo brengteen interdepartementale werkgroep onder leiding van VWS in beeld welkefinanciële inkomensregelingen er bestaan specifiek voor mensen met eenchronische ziekte of beperking. Op basis van dit overzicht kan bekekenworden of mogelijk nieuw of aanvullend beleid nodig is om de effectiviteitvan de regelingen te verbeteren.Wat betreft de stelling merkt het kabinet op dat de verhoging van de eigenbijdrage in 2025 voor de langdurige zorg een gevolg is van de structureleverhoging vanaf 2023 van het minimumloon en de daaraan gekoppeldeuitkeringen, zoals de AOW. De eigen bijdrage voor langdurige zorg hangtnamelijk af van het inkomen van twee jaar geleden. Tegenover een hogereeigen bijdrage staat dus nagenoeg altijd een hoger inkomen dat meer is dande verhoging van de eigen bijdrage. Het kabinet deelt daarom niet de stellingdat de verhoging haaks staat op de aanbevelingen rondom het VN-verdrag.Over het algemeen hebben eigen bijdragen in de zorg het doel om bij tedragen aan de betaalbaarheid, de toegankelijkheid en de kwaliteit van dezorg. Verschillende eigen bijdragen kunnen daarbij verschillende en meerderedoelen nastreven. Een van de doelen van de eigen bijdragen betreftmedefinanciering: een relatief beperkt gedeelte van de totale zorguitgavenwordt bij de zorggebruiker gelegd, wat bijdraagt aan het draagvlak voor dehoge mate van inkomens- en risicosolidariteit in ons stelsel.Het kabinet zet verder vol in op het gelijkwaardiger maken van de toegang totzorg voor iedereen. Daarom wordt het eigen risico per 2027 fors verlaagdnaar € 165 en ook getrancheerd. Het kabinet is van mening dat niet jeportemonnee, maar je medische urgentie leidend moet zijn in de toegang totzorg. Tot de verlaging van het eigen risico en de tranchering, blijft het eigenrisico bevroren op € 385 en is er een pakket aan koopkrachtmaatregelengetroffen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Vraag 5Herkent u ook de zorgen van het VN-comité over het gebrek aan gegevensover aantallen mensen met een beperking die een slechte financiëleuitgangspositie hebben? Zo ja, hoe gaat u dit verbeteren?Antwoord 5Het kabinet herkent de zorg van het VN-comité over de beschikbaarheid vangegevens over het aantal mensen met een beperking en over uitsplitsingennaar uiteenlopende kenmerken, waaronder de financiële positie van dezemensen. Inzicht krijgen in het aantal mensen met een beperking in eenslechte financiële positie is op dit moment niet mogelijk, aangezien er geenlandelijke, sluitende, definitie van personen met een chronische ziekte ofhandicap is en er evenmin een omvattende registratie van mensen met eenbeperking beschikbaar is. Uit het oogpunt van de privacy van betrokkenenacht het kabinet het ook niet wenselijk om een dergelijke registratie aan teleggen. Dit laat onverlet, zoals ook in het antwoord op vraag 4 is aangegeven,dat de financiële positie van mensen met een chronische ziekte of beperking,een belangrijk punt van aandacht is.Vraag 6Zijn er andere groepen bekend die mogelijk financieel in de problemenkomen door de verhoging eigen bijdrage Wlz?Antwoord 6Het kabinet is zich bewust van het feit dat mensen met beperkingen te makenkunnen hebben met meerkosten voor zorg ook waar het gaat om eigenbetalingen voor de zorg. Wel wijst het kabinet erop wijzen dat de genoemdeeigen bijdrage niet beleidsmatig is verhoogd maar het gevolg is van eeneerdere verhoging van het minimumloon en daaraan gekoppelde uitkeringen.Die verhoging werkt door op de te betalen eigen bijdrage voor de langdurigezorg. De stijging van het inkomen is nagenoeg altijd hoger dan de omvangvan de te betalen eigen bijdrage en in verhouding tot elkaar.Vraag 7Op welke manieren kan het inkomensgat dat ontstaat voor deze groepgedicht worden?Antwoord 7Het inkomen van mensen kan toenemen doordat ze een hoger loon krijgen ofmeer uren gaan werken, hoewel het kabinet begrijpt dat voor mensen meteen beperking meer uren werken vaak niet een reële mogelijkheid is.Afspraken over de loonontwikkeling komen tot stand in goed overleg tussenwerkgevers en werknemers. Het kabinet is geen partij in de cao-onderhandelingen voor de doelgroep die werkt bij sociaal ontwikkelbedrijvenen stelt zich daarom terughoudend op ten aanzien van de cao Aan de slag.Tegelijkertijd volgt de Staatssecretaris Participatie en Integratie vanuit zijn rolde ontwikkelingen rondom de cao aandachtig en is hij in gesprek met deVNG over bredere financiering van beschut werk. Onderdeel van dit gesprekis hoe via de bredere financiering van beschut werk een bijdrage geleverdkan worden aan een versterkte bestaanszekerheid van mensen die door desituatie getroffen zijn. Dit wordt ook toegelicht in het antwoord op vraag 12.Daarnaast kan het kabinet middels beleid de koopkracht van mensenbeïnvloeden. Het kabinet doet dat bij de augustusbesluitvorming, waarbij deverwachte koopkrachtontwikkeling van verschillende groepen in de samenle-ving integraal wordt gewogen.Vraag 8In hoeverre was het de intentie van het kabinet dat door de samenloop vanindexaties van de Wajong en de eigen bijdrage Wlz, deze groep er financieelflink op achteruit zou gaan?Antwoord 8Het kabinet gaat ervanuit dat met deze vraag bedoeld wordt dat de structu-rele verhoging van het wettelijk minimumloon (wml), en de daaraangekoppelde uitkeringen zoals de AOW en de Wajong, ervoor gezorgd hebbendat men vanaf 2023 structureel een hoger inkomen heeft. Dit leidt vanaf 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4 tot hogere eigen bijdragen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg(Wlz) en voor beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijkeondersteuning 2015 (Wmo 2015). Tegenover de hogere eigen bijdrage staatdus ook naar verwachting nagenoeg altijd een structureel hoger inkomen.Vraag 9Hoe verhoudt de financiële achteruitgang van mensen in sociaal ontwikkelbe-drijven, die vaak al naar maximaal vermogen werken en dus niet meer urenkunnen werken, zich tot het adagium dat werken moet lonen?Antwoord 9Het kabinet ziet dat de situatie voor mensen in sociaal ontwikkelbedrijvensoms wringt. Juist voor mensen, die vaak al naar maximaal vermogenwerken en niet in staat zijn om extra uren te werken, is een achteruitgang ininkomen pijnlijk. Dit raakt direct aan het uitgangspunt dat werken moet lonen.Het kabinet erkent dat hier spanning zit.Voor de meeste mensen zorgt het beleid van dit kabinet er dan ook voor datwerken lonender wordt, bijvoorbeeld door de introductie van een extra schijfin de inkomstenbelasting met een verlaagd tarief, of de vereenvoudiging vande huurtoeslag. Een deel van de werkenden (mensen met een inkomen totcirca € 26.000) gaat er door de fiscale maatregelen uit het Belastingplaninderdaad op achteruit wanneer zij een gelijk aantal uur (blijven) werken engeen of beperkte loonstijging hebben. Ten opzichte van een uitkeringssituatieloont werken echter nog steeds altijd.Hoewel er ook maatregelen zijn genomen om de koopkracht van deze groepte verbeteren, zoals de verhoging van de huurtoeslag en het kindgebondenbudget, vindt het kabinet het zorgelijk dat mensen met een kwetsbarefinanciële positie er toch op achteruitgaan. Zoals in de beantwoording vanvragen twee en zeven is aangegeven, is het kabinet daarom met de VNG ingesprek over de brede financiering van beschut werk. Daarnaast werkt hetkabinet aan de hervorming van het stelsel van inkomensondersteuning,waarbij een belangrijk uitgangspunt is dat werken moet lonen.Vraag 10Was het de intentie van het kabinet dat medewerkers van sociaal ontwikkel-bedrijven erop achteruitgaan door de combinatie van het verhogen van dearbeidskorting en het verlagen van de algemene heffingskorting in hetBelastingplan, of is dit een onbedoeld bijeffect?Antwoord 10Het is niet de intentie om met maatregelen specifieke groepen werkenden tebenadelen. Het kabinet heeft tijdens de besluitvorming over koopkrachtmaat-regelen niet expliciet gestuurd op het inkomen van medewerkers van sociaalontwikkelbedrijven, maar heeft wel gestreefd naar een evenwichtig koop-krachtbeeld met aandacht voor het ondersteunen van kwetsbare groepen enwerkende middeninkomens.Vraag 11Indien het de intentie was dat mensen in sociaal ontwikkelbedrijven eropachteruitgaan, waarom? Als dit niet de intentie was, hoe gaat het kabinet ditcorrigeren?Antwoord 11Het kabinet benadrukt dat het niet de bedoeling is geweest om specifiekmedewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven erop achteruit te laten gaan. Bijde besluitvorming over de koopkrachtmaatregelen is gestreefd naar eenevenwichtig totaalbeeld, met aandacht voor mensen met een laag inkomenen het werkende midden.Tegelijkertijd is het kabinet zich ervan bewust dat de uitwerking van beleid inde praktijk niet voor iedereen gelijk uitpakt. In de koopkrachtberekeningenwordt uitgegaan van een gemiddelde loonstijging voor alle werkenden.Wanneer lonen in specifieke sectoren, zoals bij een deel van de medewerkersvan sociaal ontwikkelbedrijven, niet meestijgen, kan dit leiden tot eenachteruitgang in koopkracht. Voor sommige mensen kan dit betekenen dat zijer financieel op achteruitgaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel5 Daarom zijn er ook maatregelen genomen om kwetsbare huishoudens teondersteunen, zoals de verhoging van de huurtoeslag en het kindgebondenbudget.Zoals eerder aangegeven, bespreekt het kabinet met de VNG de brederefinanciering van beschut werk en onderzoekt daarbij mogelijke oplossingenom de bestaanszekerheid van deze groep te versterken.Vraag 12Deelt u de visie dat dit alleen nog kan via de cao, aangezien het Belastingplanal is vastgesteld? Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat dit via de caogerepareerd wordt? Hoe ziet de Staatssecretaris daarin zijn rol als stelselver-antwoordelijke, ondanks dat hij geen partij is bij de onderhandelingen?Antwoord 12Het kabinet is inderdaad geen partij in de cao-onderhandelingen en stelt zichdaarom terughoudend op bij uitspraken over de inhoud van de cao. Zoals deStaatssecretaris Participatie en Integratie recent in de Kamerbrief «Banenaf-spraak bij de overheid» (Kamerstuk 34 352, nr. 336) aan uw Kamer schreef,volgt hij vanuit zijn rol de ontwikkelingen rondom de cao Aan de slagaandachtig en is hij met VNG in gesprek over de bredere financiering vanbeschut werk. Deze besprekingen gaan niet alleen over de cao Aan de slag,maar ook over de andere factoren die van invloed zijn op de betaalbaarheidvan beschut werk.Vraag 13Beseft u dat minder inkomen ertoe gaat leiden dat deze mensen minder vaakop pad kunnen, of nodige zorg en hulp niet meer kunnen betalen, en dat ditkan leiden tot meer eenzaamheid, gezondheidsproblemen en uiteindelijkhogere zorgkosten? Zijn deze nadelige effecten meegenomen in de besluit-vorming?Antwoord 13Het kabinet begrijpt dat het van groot belang is voor mensen om volwaardigdeel te kunnen nemen aan de samenleving. Daarmee wordt voorkomen datmensen eenzaam worden of hun gezondheidsproblemen verhogen waardoorzij mogelijk ook hogere zorgkosten krijgen. Het kabinet begrijpt ook dat eenzekere financiële armslag hiervoor onontbeerlijk is. In 2023 heeft het vorigekabinet een fors pakket aan maatregelen getroffen om de effecten van deinflatie op de koopkracht te beperken. Een van de maatregelen was om hetwettelijk minimumloon (wml) sneller en meer te verhogen. De ontwikkelingvan het wml is gekoppeld aan andere uitkeringen, waaronder de AOW,bijstandsuitkeringen en de Wajong.2 Naast het minimumloon, stegen andereuitkeringen dus ook. Veruit de meeste cliënten in de Wlz en beschermdwonen in de Wmo 2015 ontvangen een uitkering. Een relatief beperktgedeelte van de totale zorguitgaven wordt bij de zorggebruiker gelegd, watbijdraagt aan het draagvlak voor de hoge mate van inkomens- en risicosolida-riteit in ons stelsel. Hoewel een stijging van de eigen bijdragen als eenfinancieel nadeel kan worden beschouwd, volgt dit logischerwijs uit eeninkomensafhankelijke systematiek. Feitelijk is er sprake van een structureelhoger inkomen waarvan een deel wordt afgedragen als eigen bijdrage. Destijging van het inkomen is daarmee nagenoeg altijd hoger dan de omvangvan de te betalen eigen bijdrage en in verhouding tot elkaar.Een verhoging van de eigen bijdrage heeft daarmee niet het gevolg zoals inde vraag geschetst.Daarnaast zet het kabinet vol in op het gelijkwaardiger maken van de toegangtot zorg voor iedereen. Daarom wordt het eigen risico per 2027 fors verlaagdnaar € 165 en ook getrancheerd. Tot die tijd blijft het eigen risico bevroren op€ 385 en is er een pakket aan koopkrachtmaatregelen getroffen. Het kabinetis van mening dat niet je portemonnee, maar je medische urgentie leidendmoet zijn in de toegang tot zorg. De maatregelen van het vorige kabinet en2Wajong is een uitkering voor mensen die voor hun 18e of tijdens een studie een ziekte ofhandicap hebben die hun arbeidsvermogen beperkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel6 het huidige kabinet maken duidelijk dat er oog is voor het belang van hetkunnen participeren in de samenleving door iedereen.Vraag 14Op welke manier zijn mensen of hun wettelijk vertegenwoordigers geïnfor-meerd over het besluit?Antwoord 14Het kabinet achtte het noodzakelijk om cliënten op tijd te informeren overdeze stijging en de oorzaak hiervan. Dat is dan ook gebeurd. Het CAK heefthierover de nodige mededelingen gedaan zowel op hun website3 als in de(rechtstreekse) communicatie richting de doelgroep. Ook ketenpartners zijngeïnformeerd die vervolgens hun eigen achterban hebben kunnen informe-ren4.Vraag 15Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?Antwoord 15Ja.3https://www.hetcak.nl/zorg-vanuit-de-wlz/eigen-bijdrage-2025-omhoog/.4Zie bijvoorbeeld: https://www.vgn.nl/nieuws/eigen-bijdrage-2025-voor-veel-mensen-omhoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel7
Bron, video en gesprek →0debatten
492bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PVV (2025-11-12–heden) · PVV (2021-03-30–2024-07-01) · PVV (2017-03-23–2020-12-07) ·