Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1525Vragen lid Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA) aan de Minister enStaatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het NZa-rapport«Tussen Wal en Voordeur» (ingezonden 18 februari 2025).Antwoord van Minister Agema (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), medenamens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen4 maart 2025).Vraag 1Deelt u de mening dat het rapport «Tussen Wal en Voordeur» de impressiewekt dat het kabinet de keuzes overlaat aan zorgkantoren zonder zelftoekomstbestendige keuzes te maken die mensen duidelijkheid geven?1Antwoord 1Iedereen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) heeft op grondvan de Wlz recht op een plek in het verpleeghuis. Veel mensen willen de zorgen ondersteuning echter het liefst thuis in hun eigen omgeving krijgen, maardit betekent wel dat de zorg op een verantwoorde en veilige manier geleverdmoet worden en er een volwaardig alternatief voor een intramurale opnamemoet zijn. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende geschikte woningenzijn voor ouderen.Om de stijgende vraag naar verpleeghuiszorg het hoofd te kunnen bieden,heeft het vorige kabinet in 2022 het programma Wonen, Ondersteuning enZorg voor Ouderen (WOZO)2 gelanceerd. Daarbij ligt de focus op zorg buitenhet verpleeghuis.Dit kabinet kiest echter voor een breder perspectief. Voor alle ouderen moeter geschikte huisvesting aanwezig zijn. Met de Minister van Volkshuisvestingen Ruimtelijke Ordering (VRO) zetten wij ons dan ook in voor het programma«wonen en zorg voor ouderen». In dit programma zijn afspraken gemaakt omtot en met 2030 290.000 extra woningen voor ouderen te realiseren.Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er ook voldoende woonvormen voorkwetsbare ouderen zijn waarbij de zorg 24 uur per dag fysiek aanwezig is.Daarom heeft dit kabinet € 600 miljoen beschikbaar gemaakt voor betereouderenzorg voor bijvoorbeeld extra zorg/verpleegplekken. Beschikbaarheid1https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/07/22/nza-rapport-tussen-wal-en-voordeur2Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO ) | Rapport | Rijksover-heid.nl. ah-tk-20242025-1525ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 van voldoende verpleeghuisplekken is voor ons essentieel en daarom wordtonderzoek gedaan naar de mogelijke terugkeer van de verzorgingshuizen.Naar verwachting kan het onderzoek binnenkort starten en zal in september2025 worden afgerond. Ook de terugkeer van verzorgingshuizen kan eenbijdrage leveren aan de invulling van de woon-zorgvraag van ouderen.Vraag 2Hoe reflecteert u op het advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) uitjuli 2023 om de Wet landurige zorg (Wlz) aan te passen zodat de beperkteverblijfsplaatsen en het schaarse zorgpersoneel ingezet worden voor degroep mensen die dit het hardst nodig hebben? Bent u voornemens om ditadvies ook op te volgen? Zo ja, welke concrete maatregelen zult u nemen omdit te bewerkstelligen en kunt u hierbij ook een helder tijdsplan geven, geletop de urgentie? Zo nee, waarom niet?Antwoord 2De NZa pleit in haar advies «Scheiden van wonen en zorg in de verpleging enverzorging» voor het aanpassen van de Wlz om de WOZO-beweging teondersteunen.Het gaat er dan volgens de NZa vooral om dat het samenstel van aanspraken,leveringsvormen en toegangscriteria tot de Wlz onvoldoende ondersteunendis aan de verschillende WOZO-beleidsdoelen voor scheiden van wonen enzorg. Met de NZa ben ik van mening dat verpleeghuisplekken beschikbaarmoeten blijven voor zeer kwetsbare ouderen en dat we het schaarsezorgpersoneel zorgvuldig moeten inzetten.Het toegankelijk houden van de ondersteuning en zorg voor onze ouderen énhet afwenden van het dreigende arbeidsmarkttekort zijn de twee grootsteuitdagingen waar we met elkaar voor staan. Er zijn immers steeds meerouderen en het aantal ouderen met een zorgvraag stijgt. Maar het aantalzorgverleners groeit niet mee. We zijn daarom met partijen, waaronder deNZa, in gesprek over een Hoofdlijnenakkoord ouderenzorg (HLO). In hetakkoord willen wij concrete afspraken maken om deze doelstellingen tebereiken. De afspraken zien onder andere op het organiseren van de zorgthuis, mantelzorgondersteuning en het beschikbaar houden van een plek inhet verpleeghuis voor onze zeer kwetsbare ouderen. De NZa is actiefbetrokken bij het formuleren van de afspraken waarbij zij hun eerderuitgebrachte advies benutten.Wij voelen net als iedereen de urgentie om de zorg voor onze ouderen ook inde toekomst te kunnen garanderen en streven naar het zo snel mogelijksluiten van het HLO. Op de concrete afspraken en het tijdpad kan niet wordenvooruitgelopen.Vraag 3Kunt u op ieder van de aanbevelingen uit het rapport «Tussen Wal enVoordeur» afzonderlijk reageren en aangeven of u voornemens bent dezeover te nemen? Kunt u voor elk van de aanbevelingen welke u voornemensbent aan te nemen, aangeven welke concrete maatregelen u zult nemen omde aanbeveling in de praktijk te brengen?Antwoord 3De NZa trekt in haar rapport «Tussen wal en voordeur» drie hoofdconclusieswaar zorgkantoren (meer) op in moeten zetten:–Zorgkantoren moeten in hun beleid duidelijker aangeven hoe zij zorg thuisvorm willen geven.–Zorgkantoren moeten beter in beeld brengen welk deel van de cliëntenbewust een keuze maakt voor zorg thuis en nadrukkelijker naar vorenstappen bij het verstrekken van tijdige, volledige en juiste informatie diede cliënt kan helpen bij het kiezen van voor hem/haar passende zorg.–Zorgkantoren moeten beter zicht krijgen op het aantal cliënten dat thuishun zorg ontvangt en niet op een wachtlijst staat, zodat een beter beeldgemaakt kan worden of de zorg tijdig is. Daarnaast verwacht de NZa vanzorgkantoren een actievere houding om vast te stellen dat zorg passendis. Hierbij moeten zij minimaal steekproefsgewijs vaststellen dat hetgeheel aan zorg thuis, zowel formeel als informeel, passend is.Wij onderschrijven de conclusies van de NZa. Dat zorgkantoren een duidelijkevisie moeten ontwikkelen op hoe de zorg te organiseren voor Wlz-cliënten dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 thuis wonen en ten aanzien van deze groep meer eigenaarschap moetencreëren is echter niet een opgave voor de zorgkantoren alleen. De NZa geeftals voorbeeld dat ten behoeve van passende zorg thuis de ondersteuning vanmantelzorgers ook een belangrijk punt is. Mantelzorgondersteuning maaktechter geen onderdeel uit van de Wlz-aanspraak en is daarmee ook geen taakvan het zorgkantoor. Wij beogen in het HLO ook het versterken van demantelzorgondersteuning mee te nemen.Ook (zorggeschikte) woningen en de woonomgeving zijn belangrijkerandvoorwaarden voor kwaliteit van leven als je ouder wordt. In hetregeerprogramma zijn de ideeën van het kabinet op de bouwopgaven naderuitgewerkt. Het kabinet houdt vast aan de gemaakte afspraken van derealisatie van 290.000 woningen die geschikt zijn voor ouderen. Geclusterdezelfstandige woonvormen voor ouderen vallen hier ook onder. Voor ouderenvoor wie een plek in het verpleeghuis nog niet aan de orde is, maar dezorgafhankelijkheid wel al gevorderd is, onderzoekt de regering de mogelijk-heden voor de terugkeer van verzorgingshuizen (een gezamenlijk huis mettoezicht in de nacht).Naar aanleiding van het verschijnen van het NZa-rapport hebben wij deuitkomsten en aanbevelingen met Zorgverzekeraars Nederland en de NZabesproken. De NZa heeft daarbij aangegeven dat zij starten met vervolgon-derzoeken naar nieuwe clientgroepen en de zorgkantoren te vragen om tetoetsen of de aanbevelingen van dit onderzoek voldoende zijn opgevolgd. Datis ook een moment voor de NZa en de zorgkantoren om samen terug tekijken op de laatste onderzoeken en vooruit te kijken naar de nieuweonderzoeken.VWS, ZN en de NZa hebben op basis van de aanbevelingen afsprakengemaakt dat zorgkantoren duidelijk aangeven wat zij nu direct kunnenoppakken en welke aanbevelingen meer tijd vragen om goed gevolg tegeven. De NZa ziet daarbij dat sprake is van een overgangsperiode, maarverwacht wel dat de zorgkantoren een regierol pakken in het besef dat nietalles makkelijk uit te voeren is. Voorts ziet de NZa graag dat gemotiveerdwordt wat zorgkantoren niet meteen kunnen oppakken. Daarbij hanteert deNZa de aanpak dat de NZa het «wat» beschrijft, maar dat de zorgkantorenverantwoordelijk zijn voor het «hoe». Wij onderschrijven deze aanpak van deWlz-uitvoerders/zorgkantoren en de NZa, waarbij er ook ruimte is voordialoog om nader te bepalen hoe invulling kan worden gegeven aan dezeverwachting.De verbeterpunten waarmee zorgkantoren gelijk gezamenlijk aan de slaggaan betreffen in de eerste plaats de wachtlijsten:–meer inzicht in de wachtsituatie van cliënten die (bewust) wachten opzorg «thuis»;–het ontwikkelen van beleid om de status van wachtenden («ActiefPlaatsen – met zorg – wacht op voorkeursplek») die een aantal keer eenpassende plek hebben geweigerd, eventueel om te zetten naar een anderewachtstatus indien de situatie daar beter bij aansluit en daar op teacteren;–in samenwerking met de gehandicaptensector;–een duurzame aanpak uitwerken voor het voorkomen van schaduwwacht-lijsten voor cliënten met een Wlz-indicatie.Zorgkantoren acteren actief op de aanbevelingen van de NZa en wij blijven innauw overleg met de zorgkantoren en de NZa over het plan van aanpak vande zorgkantoren om de aanbevelingen van dit belangrijke rapport uitwerkingte geven.Vraag 4Bent u het met de NZa eens dat de overheid duidelijkheid moet geven metbetrekking tot welke zorg, aan welke doelgroep en in welke setting wel/nietgeleverd zou moeten worden? Deelt u de mening dat het zeer onwenselijkzou zijn om deze verantwoordelijkheid te beleggen bij de zorgkantoren?Antwoord 4Ouderen met een zorgvraag willen zo lang mogelijk in hun vertrouwdeomgeving blijven wonen, in de buurt die ze kennen en met mensen die hendierbaar zijn. Als het niet noodzakelijk is, willen ze liever niet in het verpleeg-huis opgenomen worden. Dit kan alleen als ondersteuning en zorg buiten hetverpleeghuis voor hen goed georganiseerd zijn. Op dit moment hebben deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 meeste zorgkantoren in navolging van het WOZO-programma hun beleidaangepast om in te zetten op «thuis tenzij». Voor kwetsbare ouderen is hetvan belang dat in de thuissituatie goede ondersteuning en zorg beschikbaaris.De NZa geeft in het rapport aan dat op basis van de huidige wet- enregelgeving cliënten de mogelijkheid hebben om te kiezen voor intramuralezorg. De NZa heeft in juli 2023 de Minister van VWS geadviseerd3 om de Wlzaan te passen om ervoor te zorgen dat de beperkte verblijfplaatsen en hetschaarse zorgpersoneel ingezet wordt voor de groep cliënten die dit hethardst nodig heeft. De oproep van de NZa had betrekking op de inperkingvan keuzemogelijkheden in de Wlz. Hiermee zou de overheid duidelijkheidmoeten geven welke zorg, aan welke doelgroep en in welke setting wel, ofjuist niet geleverd zou moeten worden, aldus de NZa.Met partijen zijn wij in gesprek over het HLO, waarbij wij afspraken willenmaken om de Wlz-zorg en -ondersteuning ook in de toekomst toegankelijk tehouden, waarbij wij inderdaad ook naar het wettelijk kader kijken.Vraag 5Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voor de tweede termijn van hetcommissiedebat Langdurige zorg?Antwoord 5Ja.3Advies Scheiden wonen en zorg in de verpleging en verzorging - Nederlandse ZorgautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4
Bron, video en gesprek →0debatten
492bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PVV (2025-11-12–heden) · PVV (2021-03-30–2024-07-01) · PVV (2017-03-23–2020-12-07) ·