Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de termijn van de omkering van de bewijslast voor consumentenkoop van levende dieren
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2023-12-06–2025-11-11) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Smitskam (PVV): Mevrouw Teunissen heeft het over het wettelijk instellen van een bedenktijd van veertien dagen. Dat begrijp ik, maar dat zou ook kunnen betekenen dat een pup die is teruggebracht naar een fokker vervolgens naar een volgende eigenaar gaat en hetzelfde verhaal ondergaat. Dat is ook een vorm van lijden. Zou het niet veel verstandiger zijn om een bedenktijd te hebben voordat mensen überhaupt een dier aanschaffen?
Bron, video en gesprek →De heer Smitskam (PVV): Dank u, voorzitter. Ik moet even mijn bril opzetten. Ik heb wat korte armen. Voorzitter. Het voorstel waarover we vandaag spreken, heeft zich te lang voortgesleept en heeft tot veel discussie geleid, vanwege uiteenlopende perspectieven en belangen. Voor ieders standpunt valt iets te zeggen. Bij het verkopen van levende dieren is het essentieel om een evenwicht te vinden tussen de belangen van de consument en die van de verkoper. Consumenten hebben recht op duidelijke informatie en, in dit geval, een gezond dier, zodat ze op een verantwoorde manier een huisdier kunnen aanschaffen. Tegelijkertijd heeft de verkoper baat bij eerlijke bedrijfsvoering en redelijke regelgeving. Een zorgvuldige afweging is nodig om te voorkomen dat het ene belang ten koste gaat van het andere, waarbij het welzijn van de dieren altijd centraal moet staan. Voorzitter. Is een bewijslasttermijn van zes maanden wel voldoende? Dat is waar we vandaag over spreken. Stel dat een gezin een puppy koopt van een erkende fokker. Na zeven maanden loopt het hondje plotseling mank. Door de dierenarts wordt de diagnose heupdysplasie gesteld. Dit is een erfelijke aandoening die bij bepaalde hondenrassen voorkomt. De dierenarts legt uit dat de symptomen vaak pas zichtbaar worden naarmate de pup ouder wordt en dat met enige zekerheid kan worden vastgesteld dat de aandoening al bij de geboorte aanwezig moet zijn geweest. Omdat de gezondheidsproblemen pas na zeven maanden aan het licht komen, zou een bewijslasttermijn van slechts zes maanden betekenen dat het gezin de kosten voor de behandeling en eventuele operaties volledig zelf moet dragen, terwijl de aandoening een aangeboren afwijking betreft. Met een termijn van twaalf maanden kan dit gezin terecht bij de verkoper om tot een rechtvaardige oplossing te komen, zoals een vergoeding of andere passende maatregelen. Voorzitter. Levende dieren zijn geen standaardproducten. Ze hebben specifieke behoeftes, zijn gevoelig voor hun omgeving en vereisen een zorgvuldige behandeling. Dit maakt het noodzakelijk om een stevige juridische basis te hebben, die zowel de koper als de verkoper beschermt. Een bewijslasttermijn van twaalf maanden biedt in onze optiek die balans. Het stelt consumenten in staat om vertrouwen te hebben in hun aankoop en geeft ze een redelijke periode om eventuele verborgen gebreken die mogelijk al bij de overdracht aanwezig waren, te ontdekken. Het handhaven van de bewijslasttermijn van twaalf maanden bij de consumentenkoop van levende dieren is essentieel om zowel consumenten als verkopers rechtvaardig te beschermen. Bij levende dieren, zoals honden, katten of paarden, kunnen nu eenmaal erfelijke aandoeningen, aangeboren afwijkingen of andere gezondheidsproblemen vaak pas later aan het licht komen. Een termijn van slechts zes maanden is te kort om deze gebreken op te sporen, vooral ook omdat jonge dieren in de eerste maanden van hun leven nog volop in ontwikkeling zijn. Voorzitter. Het is belangrijk om te begrijpen dat een bewijslasttermijn van twaalf maanden niet betekent dat de verkoper automatisch aansprakelijk is voor elke klacht. Binnen deze termijn heeft de consument het recht om aan te geven dat men denkt dat een probleem reeds bestond op het moment van aankoop, maar de verkoper heeft ook de ruimte om aan te tonen dat eventuele gebreken het gevolg zijn van externe factoren, zoals onvoldoende zorg of ongelukken na levering. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onjuiste verzorging. Met een termijn van twaalf maanden wordt een evenwicht bereikt tussen het belang van zowel consumenten als verkopers en wordt het vertrouwen in de handel van levende dieren versterkt. De langere termijn is namelijk ook goed voor de verkopende partij. Door een langere termijn aan te bieden toont de verkoper vertrouwen in de kwaliteit van hun dieren en hun fokpraktijken. Dit versterkt het imago van betrouwbaarheid en professionaliteit, wat kan leiden tot tevreden klanten en positieve aanbevelingen. Daarnaast kunnen verkopers gemakkelijker aantonen dat problemen buiten deze periode het gevolg zijn van factoren waar ze níét verantwoordelijk voor zijn. Het biedt verkopers dus een betere basis voor een goede klantenrelatie en beschermt hen tegen onredelijke claims op de lange termijn. Voorzitter. Het welzijn van de dieren moet in dit alles centraal staan. Door de termijn van twaalf maanden te handhaven moedigen we consumenten aan om bewust en goed voorbereid een dier aan te schaffen, terwijl verkopers gestimuleerd worden om transparant en zorgvuldig te werk te gaan. Dit leidt niet alleen tot rechtvaardige bescherming voor beide partijen, maar draagt ook bij aan het verantwoord houden van levende dieren. Voor de PVV is daarom het handhaven van de termijn van twaalf maanden belangrijk. Ter afsluiting zou ik nog een vraag willen stellen aan de staatssecretaris. Is hij het niet met mij eens dat het gelijkstellen van dieren aan koelkasten, wasmachines enzovoort te algemeen is? Zou er niet enig voorbehoud moeten zijn? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Smitskam (PVV): Ik ben niet zo heel erg thuis in het fokken van honden, maar wat ik heb meegekregen en heb kunnen lezen, is dat er vaak wel alvorens er gefokt wordt met honden, al kan worden vastgesteld of er erfelijke afwijkingen zijn geconstateerd bij zowel de moeder als de vader. Op het moment dat je dat weet en je toch gaat fokken, dan loop je het risico dat ook de pups van dat paar tegen dezelfde problemen aanlopen.
Bron, video en gesprek →De heer Smitskam (PVV): Ik heb ook nog een vergadering van de parlementaire enquêtecommissie Corona. Die is inmiddels een halfuur gaande, dus ik wil deze vergadering graag verlaten.
Bron, video en gesprek →De heer Smitskam (PVV): Dank u wel.
Bron, video en gesprek →