Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2024) (onder voorbehoud besluitvorming nieuw gekozen Tweede Kamer (36410-V)
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Brekelmans (VVD): De heer De Roon prees de woorden van Trump, omdat hij Europese landen ertoe heeft aangespoord om aan de 2%-norm te voldoen. Op zich mag dat, maar Trump heeft in het afgelopen weekend natuurlijk nog iets gezegd, namelijk dat hij landen die niet aan de 2%-norm voldoen, niet zou bijspringen in het geval van een aanval. Sterker nog, hij heeft gezegd dat hij Rusland zou aansporen om te doen wat het dan ook maar zou willen doen. Dat legt de bijl aan de wortel van de NAVO en dat spoort onze grootste militaire vijand, namelijk Rusland, aan tot agressie. Mijn vraag aan de heer De Roon is of hij heel duidelijk afstand neemt van deze woorden en of hij deze woorden van Trump veroordeelt.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik vind zes wel genoeg.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Voorzitter, ik heb volgens mij 30 minuten, maar er staat hier nu een andere spreektijd.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): O, nu heb ik tien minuten minder, maar ik heb juist tien minuten meer aangevraagd.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Duidelijk.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Dank, voorzitter. "Een geopolitieke aardverschuiving." "Er is een wereld voor en na 24 februari 2022." "Er is een wereld voor en na 7 oktober 2023." "Dit is de wake-upcall die Nederland nodig had." Dit soort grote woorden heb ik de afgelopen twee jaar vaak gehoord in de debatten over Buitenlandse Zaken. Ik heb deze woorden zelf gebruikt, leden van het kabinet hebben ze gebruikt en veel collega's hier in de Kamer hebben ze gebruikt. Dat is terecht, want als je kijkt naar wat gewone Nederlanders de afgelopen jaren het hardst heeft geraakt, onze samenleving het meest ontwricht en het leven in ons open en kleine land het meest onder druk zet, dan zijn dat de internationale dreigingen. De Russische invasie in Oekraïne, waardoor onze veiligheid fundamenteel onder druk staat en de prijzen van gas en boodschappen omhoogschoten. De brute terreuraanval van Hamas op Israël en de daaropvolgende oorlog, waardoor de spanningen in onze samenleving toenemen en antisemitisme ook rijst. Nieuwe oorlogen en conflicten rond Europa, waardoor de migratiestromen naar recordhoogte stijgen. En de Chinese ondermijning van de liberale wereldorde en de specifieke infiltratie in Nederland, waardoor journalisten worden bedreigd, onze kennis wordt gestolen en bedrijven langzaam worden gewurgd. Steeds wanneer onze veiligheid, onze vrijheid en onze welvaart ineens op het spel staan, schieten we wakker. We zitten rechtop in ons bed, maken vervolgens een rondje door het huis en doen de deuren op slot, maar vervolgens kruipen we toch weer onder de warme dekens. Clingendael vatte dat gisteren in een nieuw onderzoek ook mooi samen: we gaan van schok naar schok, van Ruslandschok naar Hamasschok, maar na verloop van tijd wennen we toch weer aan zo'n schok. Na iedere wake-upcall drukken we op snooze en slapen we rustig verder. Maar dat comfort hebben we niet meer. De dreigingen vanuit Rusland, China en Iran zijn zo acuut, zo veelkoppig en zo fundamenteel dat ze permanente alertheid en actie vereisen, zeker nu we minder automatisch kunnen leunen op de kracht van onze bondgenootschappen, nu Trump dreigt om de NAVO te ontmantelen en Hongarije steeds dwarsligt in de EU. Om gewone Nederlanders te beschermen tegen deze dreigingen zijn realisme, focus en actie nodig in ons buitenlandbeleid. Om te beginnen, realisme. We moeten de veelheid aan dreigingen erkennen en onderkennen dat de invloed van Nederland, de EU en het Westen in de wereld afneemt. Daarom is focus nodig in ons buitenlandbeleid. Onze veiligheid moet centraal staan. Dat vraagt ook om permanente actie. Voor onze veiligheid is het niet effectief om ons terug te trekken achter de Nederlandse dijken, maar is het in ons belang om proactief op te treden in de wereld. Voor een alert en actief buitenlandbeleid zijn wat mij betreft vier thema's van belang. Eén: militaire capaciteiten versterken. Twee: onze geopolitieke weerbaarheid vergroten. Drie: onze instrumenten aanscherpen. En vier: migratie volledig inbedden in ons buitenlandbeleid. Ik zal deze vier thema's een voor een langslopen en daarna nog de op dit moment geopolitiek gezien drie belangrijkste regio's kort aanstippen, namelijk Oekraïne, het Midden-Oosten en China. Punt één: onze militaire capaciteiten versterken. Militaire steun verlenen aan Oekraïne is op dit moment nog net zo cruciaal als twee jaar geleden. Op dit moment liggen Oekraïense militairen in de loopgraven te vechten voor hun leven, voor hun land, voor hun vrijheid. Zij vormen de frontlinie tegen de Russische agressie, die niet alleen Oekraïne maar heel Europa bedreigt. Naarmate Rusland steeds meer de overhand krijgt, wordt het moeilijker en duurder om Rusland terug te dringen. Daarom moet onze steun meerjarig zijn en mag die geen moment verslappen. Op dit moment gelooft meer dan de helft van de Nederlanders dat Rusland deze oorlog gaat winnen. Als wij er al niet meer in geloven, hoe kan Oekraïne dit dan nog volhouden? Het is daarom goed dat de G7 en andere landen meerjarige veiligheidsarrangementen met Oekraïne hebben afgesproken en aan het afspreken zijn. De VVD vindt dat ook Nederland een voortrekkersrol moet blijven vervullen in de steun aan Oekraïne. Ik hoop dat Nederland daarom snel een vergelijkbaar veiligheidsarrangement aankondigt. Kan de minister hierop een laatste stand van zaken geven? Naast de steun aan Oekraïne zullen Europese landen ook meer zelf moeten doen om het grondgebied van Europa te verdedigen. De recente uitspraken van Trump over artikel 5 zijn natuurlijk extreem zorgelijk, maar de reactie van Europese politici hierop is wat mij betreft tot op heden te simpel en nog onvoldoende. De realiteit is namelijk dat we op korte termijn niet zonder de Amerikanen kunnen. Zelfs op lange termijn kunnen we bijvoorbeeld niet zonder de nucleaire bescherming van de Verenigde Staten. Daarom is een diepgaande dialoog tussen de VS en Europese landen nodig. Hoe gaan Europese landen stapsgewijs meer strategische militaire capaciteit van de Verenigde Staten overnemen? Denk aan satellietcapaciteit, radarsystemen, elektronische inlichtingen, luchttransport, strategische luchtverdediging en langeafstandsraketten. Wie doet wat de komende jaren in de verdediging van Europa? Welke investeringen zijn daar aan Europese kant voor nodig? Daarvoor is het nodig om heel snel afspraken te maken. Deelt het kabinet mijn opvatting dat zo'n diepgaande dialoog snel en geloofwaardig tot stand moet komen zodat de VS concreet kunnen zien dat de militaire kosten in Europa voor hen daadwerkelijk zullen afnemen, zodat Trump en andere Amerikaanse critici de wind uit de zeilen wordt genomen? Is het kabinet bereid om voor deze dialoog binnen de NAVO een voortrekkersrol te vervullen? Dan het tweede punt: onze geopolitieke weerbaarheid vergroten. We moeten ervoor zorgen dat onze hele samenleving doordrongen is van de internationale dreigingen voor onze veiligheid en dat we minder kwetsbaar worden voor geopolitieke spanningen en voor de druk van agressieve grootmachten als China en Rusland. Dat vereist een nauwe samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, zoals ook eerder is gebleken rond de exportrestricties in de chipindustrie. In de praktijk verloopt dit overleg nu ad hoc en nog niet optimaal. Wat er gebeurt, is dat de VS specifieke maatregelen aankondigen en dat Nederlandse ministeries en bedrijven vervolgens in beweging komen. In plaats daarvan zouden ministeries, inlichtingendiensten en bedrijven uit onze strategische sectoren regelmatig overleg moeten voeren over de internationale dreigingen voor Nederland, onze strategische kwetsbaarheden en acties die nodig zijn om Nederland weerbaarder te maken. Ik zou willen voorstellen om hiervoor een vaste geopolitieke raad in te richten. Ik hoor graag van de minister of zij hier ook de toegevoegde waarde van inziet. Daarbovenop moeten we onderkennen waar de dreiging specifiek vandaan komt. Het gaat om een groep specifieke landen: Rusland, China, Iran en Noord-Korea. Vorig jaar heb ik aan het kabinet gevraagd om een lijst op te stellen met statelijke dreigingen. In plaats van een landen-neutrale aanpak kan onze hele overheid deze lijst gebruiken om onszelf tegen de invloed van deze landen te weren. Dan kan er gericht rekening worden gehouden met deze landen bij bijvoorbeeld academische samenwerking, het uitgeven van visa, het aangaan van stedenbanden en alle andere relaties tussen onze overheid en deze landen. Het kabinet heeft aangegeven zo'n lijst met statelijke dreigingen op nationaal niveau niet te zien zitten. Daarom wil ik dat Nederland zich ervoor inzet om op Europees niveau zo'n lijst op te stellen met "countries of concern", "landen van zorg". Is het kabinet bereid hiervoor te pleiten in Brussel en hierin een aanjagende rol te spelen? Daarnaast moeten we onze strategische afhankelijkheden afbouwen, met name als het gaat om grondstoffen en technologie uit China. Twee jaar geleden is daarom op mijn verzoek de Taskforce Strategische Afhankelijkheden ingericht. Deze taskforce is aan de slag gegaan, maar lijkt zich vooralsnog vooral te richten op het doen van analyses en onderzoek. Graag vraag ik aan de minister, en breder aan het kabinet, welke concrete vervolgacties deze taskforce op zich zal nemen. Het derde punt: onze instrumenten aanscherpen. We moeten ervoor zorgen dat we in ons buitenlandbeleid scherpe instrumenten in onze gereedschapskist hebben. Als economische grootmacht moet de EU sancties kunnen inzetten om China, Rusland en Iran in de gewenste richting te bewegen, maar deze sancties blijken op dit moment nog vooral een bot mes, omdat ze massaal worden omzeild. Hierdoor belandt nog steeds Europese technologie in Iraanse drones en Russische raketten. We moeten het maximale doen om de internationale netwerken voor sanctieontwijking te ontmantelen, helemaal wanneer deze netwerken lopen via kandidaat-EU-lidstaten zoals Servië en Turkije. We moeten dit botte mes op meerdere manieren scherp slijpen. Ten eerste is een betere samenwerking tussen overheid, inlichtingendiensten en bedrijven nodig. Bedrijven kennen hun klanten en inlichtingendiensten kunnen ketens analyseren die eindigen in Rusland en Iran. Daarom vraag ik de minister of zij de bestaande sanctie-unit wil uitbouwen en inlichtingendiensten en bedrijven nog intensiever daarbij wil betrekken. Deze bredere sanctie-unit zou kunnen worden aangestuurd door een krachtige nationaal coördinator sanctienaleving en -handhaving. Is de minister van plan om een nieuwe nationaal coördinator hiervoor aan te stellen? Ook vraag ik de minister om zo snel mogelijk het wetsvoorstel voor de nieuwe Sanctiewet naar de Kamer te sturen. Dit hebben we echt zo snel mogelijk nodig. Ten tweede wil ik de minister vragen naar de laatste stand van zaken met betrekking tot de Europese variant van OFAC, de Amerikaanse dienst die sancties ontwerpt en handhaaft. Twee jaar geleden is hierover een motie van mij en het CDA aangenomen. Op dit moment wordt er nog zeer beperkt samengewerkt tussen Europese landen. De EU geeft aan op dit moment nota bene meer informatie van de Verenigde Staten te ontvangen dan van alle lidstaten bij elkaar. Afgelopen week werd bijvoorbeeld bekend dat OFAC maatregelen neemt om de zogenaamde dark fleet aan te pakken. Dat zijn olietankers die de sancties en het prijsplafond op Russische olie omzeilen. Mijn vraag is wanneer we stoppen om ook in dit opzicht volledig te leunen op de VS en ervoor zorgen dat de EU zelf een volwaardige sanctie-unit inricht, zoals het Amerikaanse OFAC. Graag hoor ik over de inspanningen en de inzet van de minister. Ten derde wil ik het makkelijker maken om familieleden van gesanctioneerde topfiguren uit het Russische en het Iraanse regime een inreisverbod op te leggen, zeker wanneer zij geld ontvangen van gesanctioneerde individuen. Het blijft frustrerend om te zien dat familieleden hier blijven vakantie vieren, winkelen en studeren. Deze levensstijl onmogelijk maken is een manier om deze regimes pijn te doen. Wil de minister zich hiervoor inzetten? Zo ja, op welke manier? Naast de sancties maken we gebruik van terreurlijsten. Ook dat instrument moet worden aangescherpt. Het is mij namelijk een doorn in het oog dat de Iraanse Revolutionaire Garde, de Houthi's en de Wagner Group nog niet op deze terroristenlijsten kunnen worden geplaatst vanwege juridische belemmeringen. Laten we daarom het voorbeeld van de Verenigde Staten volgen, waar meerdere van dat soort zwarte lijsten bestaan. Ik stel voor dat de EU een tweede terreurlijst inricht, waarvoor een gerechtelijke veroordeling voor terrorisme of vervolging door een openbaar ministerie in Europa niet nodig is. Voor sancties is dit nu immers ook niet het geval. Is de minister bereid om dit voorstel over te nemen en zich binnen de Europese Unie hiervoor in te spannen? Dan het vierde punt: migratie volledig inbedden in ons buitenlandbeleid. Uit het onderzoek van Clingendael bleek deze week ook weer dat irreguliere migratiestromen een van de buitenlandse dreigingen zijn waar Nederlanders zich de meeste zorgen om maken. Het blijft een structureel probleem dat veel diplomaten zich minder voor dit thema verantwoordelijk voelen. Maar voor grip op migratie is het juist nodig dat dit thema volledig wordt ingebed in ons buitenlandbeleid. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft immers de contacten, de drukmiddelen en het aanzien om migratieafspraken te maken. Dit kan niet worden afgeschoven op een handvol beleidsambtenaren bij het migratieteam van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarom vraag ik de minister of zij een jaarlijkse migratierapportage wil opstellen over de inspanningen van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het terrein van migratie, zoals we dat nu ook kennen op het terrein van mensenrechten en voor consulaire dienstverlening. Is de minister bereid om dit toe te zeggen? Dan wil ik nog specifiek ingaan op drie regio's, namelijk Oekraïne, het Midden-Oosten en China. Ten eerste Oekraïne. Ik gaf al aan dat we onze steun aan Oekraïne onverminderd en langjarig voortzetten, zowel financieel als militair. Om de steun aan Oekraïne te financieren, zou ook gebruikgemaakt moeten kunnen worden van de bevroren Russische overheidstegoeden. Tot nu toe wil de EU alleen nog het rendement op deze tegoeden belasten en afromen. Dat is een goede eerste stap, maar de VVD pleit ervoor om hier verder in te gaan. Mijn vraag aan het kabinet is of het ook voorstander is van de optie om deze bevroren tegoeden in te zetten als onderpand voor financiële steun aan Oekraïne. Wil het kabinet blijven zoeken naar juridische mogelijkheden om de volledige 300 miljard aan Russische overheidstegoeden te kunnen confisqueren? Ik vind dat het kabinet op dit moment nog terughoudend is met het innemen van een duidelijk standpunt hierover. Mijn vraag is dan ook of het kabinet zich hier duidelijker over wil uitspreken en een prominentere rol wil spelen om tot juridische oplossingen te komen. Ik denk dat, gezien de positie van Nederland, dit heel erg zou helpen, ook in de bredere discussies die hierover plaatsvinden, zowel binnen de Europese Unie als met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Je zou kunnen zeggen dat diplomatie de corebusiness is van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op het moment dat het mogelijk is om een diplomatieke oplossing te bereiken, ben ik daar natuurlijk altijd voorstander van. Alleen ben ik ervan overtuigd dat alleen een uitgestoken hand naar regimes zoals dat van Poetin in Rusland en zoals dat van Iran niet genoeg is en dat daar ook militaire druk bij hoort. Daarom heb ik in het begin ook die internationale dreigingen zo duidelijk geschetst. Daar hoort ook bij dat we zelf weerbaar zijn tegen de druk die deze regimes uitoefenen en dat we ervoor zorgen dat we onze instrumenten, zoals onze sanctie- en terreurlijsten, scherp kunnen inzetten. Als wij ook die middelen op tafel kunnen leggen, denk ik dat het mogelijk is om met dit soort agressieve regimes tot een eventuele oplossing te komen. Door alleen met de handen op de rug aan tafel te gaan zitten, ben ik bang dat je een klap in je gezicht krijgt.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Laten we dan even het voorbeeld van Rusland en Oekraïne nemen. Ik denk dat dat is waar de SP het meest op doelt. Er is natuurlijk eindeloos met Poetin gesproken. In 2014 en daarna zijn de Minsk-akkoorden gesloten. Er is jarenlang met Poetin aan tafel gezeten. We herinneren ons allemaal denk ik nog dat exact twee jaar geleden, vlak voor de invasie, regeringsleiders als Macron aan die lange tafel zaten om op het allerlaatste moment te proberen Poetin ervan te weerhouden om Oekraïne binnen te vallen. Er werd geprobeerd hem allerlei comfort te geven dat de NAVO er niet op gericht is om Rusland te bedreigen. Zonder enige aanleiding heeft Poetin toch besloten om Oekraïne binnen te vallen. Daarna zijn er door Oekraïne nog allerlei afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over de graancorridor. Rusland houdt zich niet aan die afspraken. We zien dat Rusland, wanneer het het gevoel heeft militair sterk te staan of denkt verdere voortgang op het slagveld te kunnen bereiken, tot geen enkel compromis bereid is. Of men zegt: Oekraïne moet eerst bepaald grondgebied opgeven en pas dan zijn we bereid om te praten. Als er geen enkel concreet aanknopingspunt is voor een gesprek, als je alleen maar een gesprek met Poetin kunt voeren als je vooraf onacceptabele concessies doet, dan moet je daar gewoon helder over zijn en niet net doen alsof er een diplomatieke oplossing is die er op dit moment in werkelijkheid niet is. Laten we er in ieder geval voor zorgen dat Oekraïne op het slagveld zo sterk mogelijk staat. Als er dan ooit een moment komt om wél tot een diplomatieke oplossing te komen, dan is die in het voordeel van Oekraïne en niet in het voordeel van Rusland.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Laat ik een voorbeeld noemen. De suggestie wordt gewekt dat er helemaal geen diplomatie plaatsvindt. Zelensky heeft een tienpuntenvredesplan gepresenteerd. Daarin staan zijn kernpunten voor een toekomstig vredesakkoord. Daar is Nederland ook heel actief bij betrokken. Er wordt eigenlijk geprobeerd om met de internationale gemeenschap steeds meer landen in de wereld een voor een achter dat tienpuntenplan te krijgen. Op die manier willen we ook de druk op Rusland vergroten om zich bij dat soort principes aan te sluiten. Ik ben het dus niet eens met de indruk dat er niets op het terrein van de diplomatie gebeurt en dat er niet wordt gekeken of er een mogelijke oplossing is. Ik vind ook dat we het moeten blijven proberen. Ik geef daarbij wel twee dingen aan. Een. Ik vind dat je een heel duidelijke rode lijn moet trekken bij welke concessies acceptabel zijn. Ik vind het bijvoorbeeld niet acceptabel om nu te zeggen dat we grondgebied van Oekraïne gaan opgeven om met Poetin aan tafel te kunnen. Ik vind dat het aan Oekraïne is om te bepalen tot welke concessies zij bereid zijn. Twee. Je zult continue militaire druk nodig blijven hebben om Poetin überhaupt tot enige beweging te dwingen, want anders is hij niet bereid tot enige concessie.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik heb geen idee, want dat hangt helemaal af van de steun die het Westen geeft. Als de VS blijven aarzelen en bijvoorbeeld niet bereid zijn om financiële steunpakketten te geven en als Europa haar belofte niet nakomt en niet in staat is om de munitie- en wapenproductie enorm te verhogen, dan denk ik dat Oekraïne er de komende tijd niet best voor zal staan. De kans op het vooruitzicht dat mogelijke vredesonderhandelingen in het voordeel van Oekraïne uitvallen, is dan heel klein. Het klinkt misschien paradoxaal, maar ik denk: hoe beter wij in staat zijn om Oekraïne militair te ondersteunen door wapens en munitie te leveren, des te sneller kan een vredesoplossing dichterbij komen.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Dan ga ik naar het Midden-Oosten, in het bijzonder Israël en Gaza. De wrede pogrom van Hamas op 7 oktober ... Voorzitter, ik zie dat ...
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): In deze kabinetsperiode, of misschien net daarvoor, is er een veiligheidsraad ingericht binnen het kabinet. Daarin komen wekelijks de relevante ministeries bijeen om geïnformeerd te worden door de inlichtingendiensten over de dreigingen die op Nederland afkomen en over hoe de verschillende ministeries daarop moeten acteren. Je ziet natuurlijk dat een heleboel van die dreigingen en kwetsbaarheden ook ons bedrijfsleven raken. Ik heb ASML genoemd en daar is de heer Dassen natuurlijk ook intensief mee bezig. Maar het geldt ook voor andere Nederlandse strategische sectoren, bijvoorbeeld biotech en andere vormen van technologie. Wat ik op dit moment observeer en zie gebeuren, is het volgende: er is een externe aanleiding en dan komen ministeries en bedrijven in beweging. Die reageren daar dan op en daarom zou ik het heel goed vinden dat de overheid en het Nederlandse bedrijfsleven vaker bij elkaar zouden komen en een gedeeld beeld zouden hebben van de dreigingen die op Nederland afkomen. In welk opzicht staat onze nationale veiligheid op het spel? En wat moeten beide kanten in gezamenlijkheid doen om de weerbaarheid daartegen te vergroten? Ik denk dat daarvoor nodig is dat er regelmatig overleg plaatsvindt en dat de inlichtingendiensten, voor zover dat kan, delen welke dreigingen er op Nederland afkomen. Ik opper dat idee en stel een vraag aan de minister over de specifieke invulling. Welke sectoren en bedrijven moeten daar aan tafel zitten? Welke informatie moet daar worden gedeeld? Hoe vaak moet er worden overlegd? Ik zou hoe dat ingevuld moet worden graag aan het kabinet laten. Maar ik denk dat het gezien de geopolitieke spanningen die er zijn en gezien onze veiligheid, die zo onder druk staat, echt nodig is om dat overleg structureel in te richten.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Op het moment dat ik hier iets voorstel en de heer Dassen meteen vraagt of we dat ook op Europees niveau kunnen doen, weet ik dat ik een goed idee heb; dat is een goed teken. In principe sta ik daar natuurlijk voor open. Ik ben het namelijk met de heer Dassen eens dat een heleboel bedrijven in strategische sectoren een Europese omvang hebben. Het zou dus heel goed zijn als dat zou kunnen. Wat betreft het uitwisselen van inlichtingen zie ik wel dat de nationale belangen die hier vaak bij spelen, die samenwerking op dit moment nog heel erg in de weg zitten. Ook al is een bedrijf Europees, het hoofdkantoor zit soms ergens anders dan bijvoorbeeld het R&D centre. Ik zou dus zeggen: laten we nadenken, wellicht samen, of dat ook op Europees niveau zou kunnen, maar laten we daar niet op wachten. Laten we dit allereerst in Nederland inrichten, zou ik zeggen.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik was begonnen met het Midden-Oosten en Israël en Gaza. De wrede pogrom van Hamas op 7 oktober en de gijzelingen van onschuldige mensen hebben in Israël diepe wonden veroorzaakt. Een zwarte nachtmerrie werd werkelijkheid. Israël heeft het recht om zich te verdedigen tegen deze terreur en om Hamas te verzwakken, maar op korte termijn is het daarbij ook nodig dat er veel minder burgerslachtoffers worden gemaakt. Ook moeten de humanitaire omstandigheden in Gaza drastisch worden verbeterd. De huidige militaire operatie in Gaza is vanuit menselijk oogpunt onhoudbaar. Laat staan wat de gevolgen zouden zijn van nog een extra offensief op Rafah. Ik steun daarom de inzet van het kabinet om maximaal druk op Israël uit te oefenen en Israël erop aan te spreken om meer terughoudendheid te betrachten. Dan ga ik naar de rechterlijke uitspraak over de doorlevering ...
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Nee, die opvatting deel ik niet. Ik vind dat een eenzijdige analyse. Ik steun met betrekking tot de Nederlandse inzet van de afgelopen decennia dat die juist altijd evenwichtig is geweest. Er is geprobeerd om aan beide kanten goede relaties te onderhouden en om waar nodig aan beide kanten druk uit te oefenen. Dat gebeurde omdat het de overtuiging was van volgens mij meerdere kabinetten dat je beide kanten nodig hebt om tot een structurele oplossing te komen en dat eenzijdig maatregelen opleggen aan de ene of de andere kant daar niet toe bijdraagt. Ik denk dat die inzet van de afgelopen decennia er in ieder geval toe heeft geleid dat Nederland nu een positie aan tafel heeft. Het is niet voor niks dat onze premier als eerste Europese regeringsleider met zowel Netanyahu als Abbas sprak. Het is ook niet voor niks dat hij nu voor, denk ik, inmiddels de derde keer in de regio is om daar met zijn collega's te spreken. Ook onze minister van Buitenlandse Zaken is regelmatig in de regio actief. Die positie hebben wij decennialang opgebouwd. Dat leidt er nu toe dat wij, in tegenstelling tot veel andere Europese landen, nu in ieder geval een beetje druk uit kunnen oefenen. Maar het leidt helaas nog niet volledig tot het gewenste resultaat; dat ben ik met de heer Van Baarle eens.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Misschien mag ik een wederopmerking maken. Laten we dan de Belgische aanpak nemen. België spreekt zich steviger uit. Dat is ook niet effectief. Het is niet zo dat de uitspraken die gedaan worden door de Belgische regering of Belgische politici, of door de Spaanse of Ierse — die zijn traditioneel kritischer op Israël — wél effect hebben. Volgens mij moet je kijken hoe je met de internationale gemeenschap steeds een balans kunt vinden tussen, aan de ene kant, het steunen van Israël in het recht op zelfverdediging ... Het staat mij tegen dat de opsommingen van de heer Van Baarle steeds eenzijdig zijn. Het resultaat van het beleid van afgelopen jaar is óók dat er continu een hele grote dreiging is tegen Israël. Dat is de andere kant van het verhaal. Wat volgens mij de positie van Nederland ten opzichte van diverse andere Europese landen nu bijzonder maakt, is dat we aan beide kanten goede relaties hebben. We hebben geprobeerd om van onderop bij te dragen aan positieve verbetering en hebben nu de positie om beide kanten heel kritisch aan te spreken. We spelen dan ook een kleine rol in de diplomatieke druk die wordt uitgeoefend.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik heb in mijn betoog een heel groot deel besteed aan de vraag hoe je ervoor zorgt dat sancties effectief zijn. Op het moment dat je als Frankrijk een inreisverbod oplegt, kan iemand naar Brussel vliegen en daar de trein naar Parijs pakken. Wat dat betreft is het niet een hele effectieve sanctie. Ik ben er voorstander van om dat soort sancties in Europees verband op te leggen. Anders is het namelijk alleen een symbolische maatregel. Ik neem liever een effectieve maatregel wat dat betreft. Op dit hele concrete punt zou ik zeggen: laten we proberen om onze inzet Europees te houden, ook juist omdat dit conflict wel wat Europese eenheid zou kunnen gebruiken. Daar schort het nogal aan. Ik heb mijn betoog opgebouwd rondom vier statelijke dreigingen: China, Rusland, Iran en Noord-Korea. Ik plaats Israël nadrukkelijk niet in dat rijtje, want dat is wat mij betreft echt een heel ander geval. Dat verdient een hele andere benadering. In dat opzicht ben ik het gewoon niet eens met de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Dan zou ik eerst concreter van mevrouw Piri willen weten wat zij precies met "maatregelen" bedoelt en hoe zij die bijeenkomst voor zich ziet. Ik zou daar van de minister een reactie op willen. Ik zou willen weten of zij denkt dat het wel of geen effect heeft. Zoals ik al zei, ben ik niet op voorhand voorstander van dit soort maatregelen, als die symbolisch zijn. Ik vind dat je moet kijken naar wat werkt, ook gezien hoe serieus de situatie is. Ik ga het voorstel van mevrouw Piri bekijken en de reactie van het kabinet aanhoren. Dan maakt mijn fractie de balans op.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Dan de rechterlijke uitspraak over de doorlevering van Amerikaanse F-35-onderdelen aan Israël. Die uitspraak baart mij zorgen. Israël heeft de F-35 nodig om zich te verdedigen tegen de bredere dreigingen waarmee het zich geconfronteerd ziet. Dan heb ik het niet alleen over Hamas, maar ook over Hezbollah, de Houthi's en het terreurregime van Iran. Door deze uitspraak komt ook de Nederlandse positie in het F-35-programma onder druk te staan, terwijl deze centraal staat voor onze luchtmacht. Nederland wordt hierdoor een minder betrouwbare partner voor internationale defensiesamenwerking, juist in een tijd waarin dit zo hard nodig is. Mijn vraag aan het kabinet is daarom of het wil blijven zoeken naar wegen om de bredere veiligheid van Israël door deze uitspraak niet in het gedrang te laten komen. Wat gaat het kabinet doen om een betrouwbare partner te blijven in specifiek het F-35-programma en meer in algemene zin qua internationale defensiesamenwerking? Dan China. China vormt wat mij betreft structureel het grootste risico voor onze vrijheid, welvaart en veiligheid. China streeft naar een alternatieve wereldorde waarin de Chinese normen dominant worden. China maakt Europa afhankelijk van zijn grondstoffen en technologie, zodat China de prijzen van producten richting Europa kan opdrijven en daarmee Europese bedrijven lam kan leggen. Daarnaast voert China grootschalige cyberaanvallen uit op onze infrastructuur, steelt het onze kennis en technologie en drukt het onze bedrijven met staatssteun de markt uit. Nederlandse journalisten, wetenschappers en minderheden zoals Oeigoeren in Nederland worden onder druk gezet om geen kritiek op China te leveren. De Chinese norm sijpelt al door in onze universiteiten, in onze kranten en op onze straten. Ik vind dat we ons hiertegen moeten weren. Dat is de reden waarom ik eerder concrete voorstellen heb gedaan om onze geopolitieke weerbaarheid te vergroten, zoals met een geopolitieke raad, zoals ik net al noemde, en een Europese lijst van countries of concern en door het sneller afbouwen van strategische afhankelijkheden. Daarnaast wil ik nog specifiek twee vragen stellen ten aanzien van Taiwan. Taiwan ligt in de frontlinie als het gaat om de Chinese assertiviteit. We moeten voorkomen dat Taiwan internationaal meer geïsoleerd raakt. Mijn vraag aan het kabinet is daarom of het actief wil uitspreken dat Taiwan als waarnemer moet kunnen deelnemen aan internationale organisaties, in het bijzonder de Wereldgezondheidsorganisatie. Daarnaast neemt China met enige regelmaat eenzijdige actie om de status quo met Taiwan in zijn voordeel aan te passen. Zo heeft China zeer recent eenzijdig aangekondigd om vliegroutes aan te passen. Dat is een concreet gevaar voor de veiligheid en de stabiliteit in de regio. Mijn vraag aan het kabinet is of het bereid is om hierover zijn zorgen uit te spreken en China consequent aan te spreken op dit soort eenzijdige schendingen van de status quo. Voorzitter. Ik zie dat mijn tijd bijna op is. Ik heb veel belangrijke thema's kunnen aankaarten. Ik heb nog niet alles uitgebreid kunnen bespreken, zoals het belang van onze dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland, en het tegengaan van bedreigingen en intimidatie van diaspora in Nederland, maar er zullen het komende jaar nog vele debatten volgen waarin ik daar ook uitgebreider op in zal gaan. Samengevat, voorzitter. Buitenlandse dreigingen zetten ons leven in Nederland structureel onder druk. We hebben wat mij betreft inmiddels voldoende wake-upcalls gehad. Laten we vanaf nu permanent en alert en actief buitenlandbeleid voeren. Ik hoop hierbij op brede steun in het kabinet en ook op brede steun in de Kamer.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik heb nog een vraag over de rechterlijke uitspraak over de F-35. Ik zag namelijk dat mevrouw Piri daar heel positief op reageerde. Het was nogal een jubelreactie. Ik heb haar classificaties over Gaza gehoord. Die laat ik even aan haar. Een kant van die rechterlijke uitspraak is natuurlijk ook dat op het moment dat Israël geen reserveonderdelen meer krijgt voor de F-35, die nogal onderhoudsgevoelig is, de consequentie daarvan kan zijn dat die vliegtuigen aan de grond blijven staan. Die zijn ook voor Israël nogal essentieel om zich tegen Hezbollah en Iran te verdedigen. Die kant van deze uitspraak is dat het ertoe kan leiden dat Israël kwetsbaar wordt en dat dit een groepering als Hezbollah de mogelijkheid geeft om Israël aan te vallen. Is mevrouw Piri het met mij eens dat dit wel een hele risicovolle consequentie van deze uitspraak is?
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Maar toch even heel specifiek, de consequentie van deze uitspraak is eigenlijk dat die, omdat er een mogelijk risico is op oorlogsschendingen in Gaza, nu de terreurorganisatie Hezbollah de mogelijkheid zou kunnen geven om Israël aan te vallen en dat Israël minder in staat zou zijn om zich daartegen te verdedigen. Hetzelfde geldt voor raketaanvallen door Houthi's en eventueel voor het terreurregime van Iran. Het gaat om die brede politieke afweging en de brede veiligheidsconsequenties voor Israël. Het is toch raar dat een rechter een uitspraak doet waarmee de veiligheidsdreiging voor Israël zodanig toeneemt? Ik vraag dat niet vanwege dat specifieke punt over Gaza, maar vanwege de bredere consequentie van deze uitspraak. Dat moet mevrouw Piri toch ook zien?
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik tel dit liever even niet als interruptie. Dat is natuurlijk wel echt de vraag, want …
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ja, oké. Dan laat ik het zitten. Maar ik zou even oppassen met deze laatste uitspraak.
Bron, video en gesprek →De heer Brekelmans (VVD): Ik wil een vraag stellen over de unanimiteit bij het buitenlandbeleid. Mijn fractie heeft jarenlang met dezelfde argumentatie vastgehouden aan hetzelfde standpunt, maar gegeven de dreigingen in de wereld is de realiteit toch dat daadkrachtig EU-buitenlandbeleid essentieel is. We zien bijvoorbeeld bij Hongarije, maar ook bij andere landen, dat één of twee landen dat lam kunnen leggen. Ik neem aan dat de heer Stoffer die realiteit erkent en ik vraag hem daarom welke oplossing hij daarvoor ziet als we niet in die richting willen bewegen. Of het nou om sancties gaat of om andere instrumenten van ons buitenlandbeleid, kunnen wij het ons nu nog permitteren om een verlamd EU-buitenlandbeleid te hebben?
Bron, video en gesprek →