Arbeidsmigratie
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Podt (D66): Dank u wel, voorzitter. Ik begin even door te zeggen dat ik tussendoor een tweetal keren even weg moet rennen omdat ik elders in het pand verwacht wordt. Dat is niet heel chic, maar ik ga het toch doen. Maar u kunt mij weer terugverwachten! Voorzitter. Om te beginnen heet ook ik de nieuwe minister hartelijk welkom. Heel veel succes en heel veel wijsheid gewenst. Het is een prachtig departement. We gaan elkaar vast nog veel treffen. Om te beginnen wil ik graag even terugkijken op de debatten die we eerder met elkaar hebben gehad over dit onderwerp. Dan begin ik met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Daar zijn behoorlijk wat moties en amendementen op ingediend. Ik vroeg me af of de minister misschien een soort update op hoofdlijnen zou kunnen geven over de opvolging van die moties en de implementatie van de wet. Want gelet op het enorme belang voor arbeidsmigranten van het voorkomen van soms vreselijke situaties is verdere vertraging van de uitvoering iets wat volgens mij iedereen hier wil voorkomen. Voorzitter. In het laatste commissiedebat heb ik het vrij uitgebreid gehad over het salariscriterium van de kennismigrantenregeling. Zo had ik het over de netbeheerders, die tot 2029 maar liefst 28.000 technici nodig hebben om ervoor te kunnen zorgen dat onze bedrijven blijven draaien en dat nieuwe huizen worden aangesloten op het stroomnet. Ik zou zeggen dat dit best belangrijk is. De netbeheerders kunnen deze mensen niet allemaal in Nederland vinden. De netbeheerders staan daar niet alleen in. Het gaat om talloze bedrijven, organisaties en sectoren die cruciaal zijn voor de toekomst en voor onze welvaart. Denk aan de zorg, de techniek en de bouw. Allemaal hebben ze personeel nodig dat ze niet kunnen vinden binnen Nederland en vaak ook niet binnen Europa. De netbeheerders geven aan dat op het moment dat het salariscriterium aangescherpt wordt, zij niet meer de mensen van buiten aan kunnen trekken die ze zo hard nodig hebben. Ook daar staan zij niet alleen in. Een gigantische coalitie van bedrijven die essentieel zijn voor ons verdienvermogen en onze innovatiekracht, van ASM tot Daf, van Damen tot Fokker en van Philips tot Siemens en Enexis, heeft de krachten gebundeld. Allemaal willen ze duidelijk maken aan de politiek: als jullie het salariscriterium aanscherpen, kunnen wij datgene niet meer doen waar wij Nederland groot mee maken. Ik hoor graag van de minister hoe zij aankijkt tegen deze oproep van de bedrijven. Voorzitter. Dan nu een onderwerp waar ik jaren geleden … O!
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Ik ben bereid om naar heel erg veel verschillende dingen te kijken. Ik weet niet of een direct dienstverband nou per se een eis is waarmee we heel veel opschieten. Ik denk dat het belangrijkste is — die vraag heb ik volgens mij ook al 35 keer aan dit kabinet gesteld — om te komen met een duidelijke visie op de Nederlandse economie; waar gaan we nou naartoe met elkaar? Dan wordt het ook veel gemakkelijker om zowel voor de groep kennismigranten als voor de veel grotere groep reguliere arbeidsmigranten van binnen de EU gewoon te zeggen: dit willen we wel en dat willen we niet. Dan kunnen we daar vervolgens mee aan de slag. Dat is de volgorde. We kunnen wel steeds aan de achterkant allemaal dingen blijven bedenken, maar dan krijg je dit soort dingen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Wat betreft het voorkomen dat mensen op straat staan en ervoor zorgen dat alle mensen een huis hebben … Ik denk dat u heel hard zal moeten zoeken om in deze commissie, ook als de groep wat groter is, iemand te vinden die daarop tegen is. Natuurlijk zijn we daar allemaal voor. Maar dat heeft verder vrij weinig te maken met de discussie over het salariscriterium. Ik vind dat een enorm rare botte bijl waar wij, en zeker de bedrijven die nu aan de bel hebben getrokken, helemaal niks aan hebben. Zal ik verdergaan, voorzitter?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Dan nu een onderwerp waar ik jaren geleden al over begonnen ben, maar dat nog steeds actueel is: de veiligheid van arbeidsmigranten. Vorige week kwam het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid hierover uit. Voorzitter Chris van Dam betoogde, helaas terecht, dat de veiligheid van arbeidsmigranten te weinig aandacht krijgt. Uit de cijfers blijkt dat de kans dat een arbeidsmigrant betrokken raakt bij een bedrijfsongeval tot maar liefst vijf keer groter is dan voor andere werknemers. Van Dam stelt dat arbeidsmigranten te vaak gebruikt worden voor "wegwerpwerk" — de term alleen al! — en belanden in een niemandsland tussen de zorgplicht van de uitzender en de zorgplicht van de werkgever. Voorzitter. Hier word ik dus echt een beetje kwaad van. Want deze mensen komen naar Nederland om keihard te werken. Bedrijven maken daar ook graag gebruik van. Vervolgens lopen deze mensen een veel groter risico om betrokken te raken bij een ongeval en voelt niemand zich hier verantwoordelijk voor. Dat is niet alleen Nederland onwaardig, maar mensonwaardig. Daarom hoor ik graag van de minister hoe zij ervoor gaat zorgen dat dit echt anders wordt. Wat haalt zij uit het rapport van de Onderzoeksraad? Het moet klaar zijn met bedrijven die de verantwoordelijkheid voor zorg afschuiven. Kunnen we ervoor zorgen dat de werkgever te allen tijde verantwoordelijk blijft? Eén van de risicofactoren die de Onderzoeksraad signaleerde — en dit signaleerde de Adviesraad Migratie eerder ook al — is het niet spreken van de taal. Het is gevaarlijk als je veiligheidswaarschuwingen niet begrijpt en als je de weg niet weet als er wat gebeurt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Ook hierin dienen werkgevers verantwoordelijkheid te nemen. Hoe zorgt de minister daarvoor?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Zeker. Volgens mij zegt D66 al ongeveer sinds de prehistorie dat "flex minder flex moet worden". Dus ja; dat vind ik. Voorzitter. Een punt dat hieraan raakt. Twee jaar geleden diende ik een motie in die opriep geweld onder arbeidsmigranten te onderzoeken om zo te kijken wat de prevalentie is en wat de oorzaken zijn. Inmiddels zijn we twee jaar verder, maar die aangenomen motie is nog steeds niet uitgevoerd. Nu blijkt uit openbaarmaking van de stukken dat dit komt door geruzie tussen ministeries onderling over de uitvoering van de motie. Ik begrijp dat de motie nu eindelijk uitgevoerd gaat worden, maar kan de minister dat ook bevestigen? Kan ze ook duidelijk maken wanneer we die resultaten dan kunnen verwachten? Want ook dit heeft te maken met de veiligheid van mensen en met de veiligheid op de plek waar zij wonen. Voorzitter, tot slot. Een punt dat ook hieraan gerelateerd is: de Stichting Nederlandse Straatdokters Groep. Die tracht mensen in de meest kwetsbare omstandigheden ook toegang tot zorg te geven. Indrukwekkend werk! Zij zien dat de toegang tot de zorgverzekering voor arbeidsmigranten in Nederland onnodig lastig is. Het is vaak vereist om een woon- of briefadres te hebben. Zij zien dat dit vaak spaak loopt. Gemeenten geven zo'n briefadres niet zomaar uit. Bovendien raken arbeidsmigranten hun zorgverzekering kwijt als ze na verlies van hun werk ook hun huisvesting of briefadres verliezen. Maar veel arbeidsmigranten staan wel geregistreerd in de RNI. Als het mogelijk zou worden om een zorgverzekering af te sluiten via de RNI-inschrijving, kunnen honderdduizenden arbeidsmigranten zich verzekeren. Is de minister bereid om dit met haar collega's van VWS en BZK en met de Straatdokters te onderzoeken? Voorzitter. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Met alle respect voor mijn collega, maar dat is een vrij brede vraag. Wellicht kan mevrouw Martens zelf een beetje aangeven waar werkgevers volgens de VVD specifiek op moeten worden aangepakt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Over welke vergunningen gaat het dan? Gaat het dan over mensen van buiten de EU en niet over die van binnen de EU? Want die hebben natuurlijk geen vergunning nodig.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Dat is het wel een beetje, maar ik laat mij graag uitlokken, hoor. Dat is wel een goeie. Als het gaat over internationaal, is het inderdaad vrij makkelijk om vergunningen in te trekken. Voor mensen die uit de EU komen, valt er niet zo veel te vergunnen. Maar we zouden wel het volgende kunnen doen. We kunnen het bijvoorbeeld voor gemeenten verplicht maken om bij de vestiging van nieuwe bedrijven een bedrijfseffectrapportage te doen. Dan wordt er bijvoorbeeld ook gekeken hoe het zit met woningen, met scholen en met vervoer van mensen. Dan kan er alleen maar een bedrijf gevestigd worden als dat allemaal goed gaat. Een tweede ding is — daar is de VVD altijd erg aarzelend in — dat je volgens mij veel meer moet zeggen: deze bedrijven wel en deze bedrijven niet. Over slachterijen kun je bijvoorbeeld zeggen: ik weet niet of we daar nog wel zo veel van nodig hebben. De puinhoop daar is zo groot, dus laten we eerst maar eens zorgen dat ze in eerste instantie allemaal in loondienst gaan werken. Als dat niet kan, moeten we misschien überhaupt wat minder slachterijen hebben. Is de VVD daar ook voor in, vraag ik dan maar even terug.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Ja, een beetje analoog aan de vraag van collega Martens, volgens mij. Als we het dan hebben over dat talent, gaat dat dan over de raketgeleerde, zeg ik een beetje flauw, of gaat dat ook over de mensen die ons straks kunnen helpen in de zorg, in de bouw en in de techniek? Dan heb je het wellicht over een ander salariscriterium en heb je het wellicht ook over een ander soort opleiding.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Ik zie de uitwerking met belangstelling tegemoet; daar gaat het niet om. Maar ik vind het raar om als je zegt "we willen oneigenlijk gebruik tegengaan" vervolgens te zeggen: daarom gaan we het salariscriterium omhoog doen. Ik snap niet zo goed wat dat dan gaat doen. Ik bedoel, mensen die hiernaartoe komen onder de kennismigrantenregeling en in een nagelstudio gaan werken: dat zou sowieso niet kunnen. Ik heb geen idee wat het verhogen van het salariscriterium daaraan gaat bijdragen. Ik vind het een rare bocht om dat zo te doen. Als we beter willen richten — dat willen we volgens mij allemaal — dan moeten we veel meer nadenken over: welk talent hebben we nou nodig voor de sectoren waarin de grote maatschappelijke transities liggen en veel van deze bedrijven werken? Dat zegt het ibo ook. Daar moeten we wel openheid houden. Dat salariscriterium gaat dat hoe dan ook in de weg zitten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Daar kan ik mij in ieder geval zeer levendig iets bij voorstellen, maar ik kom hier toch nog even op terug. Ik heb ook niks tegen nagelstylistes, integendeel. Maar zij horen inderdaad niet thuis in die regeling. Ik snap alleen echt niet wat het salariscriterium daaraan gaat veranderen. Nou kan ik me voorstellen dat het volgende in de context van dit debat een beetje ingewikkeld wordt, maar als de minister terugkomt op de manier waarop zij dit wil gaan implementeren, kan zij dan goed uitleggen hoe dit het misbruik tegengaat? Want ik zie dat gewoon niet. En kan zij dan ook uitleggen hoe wij ervoor gaan zorgen dat een bedrijf als Enexis, dat we ongelofelijk hard nodig hebben om straks iedereen in al die nieuwe huizen die we hopelijk gaan bouwen van stroom te voorzien, dan uitkomt met de mensen die het nu naar Nederland haalt? Want de ingenieurs die dit werk doen, hebben we gewoon heel hard nodig. Enexis zegt naar mijn mening terecht dat het daarmee gewoon niet rondkomt als het salariscriterium omhooggaat. Ik vind dat een signaal dat we niet kunnen negeren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Dan ga ik toch een klein beetje gemeen zijn tegen deze nieuwe minister, want ik vraag mij dan wel af hoe die onverzekerdenaanpak eruitziet als zo vreselijk veel bezuinigd wordt op de verzekering van mensen die deze nu niet hebben. Maar laten we focussen op wat hier voorligt. In de schorsing heb ik nog even contact gehad met de Straatdokters. Zij zeggen eigenlijk simpelweg: bij de mensen die wij zien, gebeurt dit nooit. Het is dus heel fijn dat het kan, maar de informatievoorziening is gewoon heel slecht. Het staat niet op de site van de overheid en het staat niet op de site van de geschillencommissie. Het gaat dus om de uitleg en de informatie, maar het gaat er ook om dat we ervoor zorgen dat het in de praktijk daadwerkelijk gebeurt. Dat vergt gewoon dat het moment van de RNI-registratie beter wordt benut en dat ook echt wordt gekeken naar de situatie waarin mensen zitten. Nu wordt gezegd: dat kan door het laten zien van een loonstrookje. Dat is heel leuk, maar dat is niet de situatie van heel veel arbeidsmigranten. Ook wordt gezegd "je kunt een adres aanleveren", maar ook dat is niet de situatie van veel arbeidsmigranten. En dat is problematisch. Het is mooi dat de minister het gesprek aangaat met de Straatdokters. Ik kan me zomaar voorstellen dat ik de minister daar in het uiteindelijke tweeminutendebat hierover wellicht nog wat toe aanspoor.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Podt (D66): Nou, voorzitter, die mag wat mij betreft heel kort. Ik wil de minister complimenteren met haar eerste debat. Zij heeft dat volgens mij goed gedaan en ik heb er alle vertrouwen in. Ik wil wel graag een tweeminutendebat aanvragen. Ik ga nog heel even puzzelen op wat ik precies ga doen, maar ik denk inderdaad dat die precieze vragen van de Straatdokters het verdienen om op een goede manier in het beleid terecht te komen. En ik denk dat de minister en ik het nog niet helemaal eens zijn over het salariscriterium, dus daar ga ik wellicht ook nog wat mee doen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →