Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de termijn van de omkering van de bewijslast voor consumentenkoop van levende dieren
Bron, video en gesprek →Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Ik snap dat mijn collega, die destijds een amendement heeft ingediend, nu lastig af kan komen van het amendement dat hij destijds heeft ingediend. Desondanks waardeer ik ook het betoog om te kijken naar die balans. Maar ik heb het idee dat die balans nu een beetje zoek is. Dan ga ik ook even terug naar die privaatrechtslessen die we gezamenlijk hebben gegeven. Daarbij ging het ook altijd om de vraag: wat mag je van een professionele partij verwachten en wat mag je van een consument verwachten? In mijn beleving, en ik wil mijn collega daarop bevragen, mag je in dit geval van een professionele partij in het licht van transparantie en de conformiteitsvereiste iets meer verwachten en moeten consumenten beschermd worden. Vindt mijn collega niet dat met deze wijziging juist de consument in de knel komt, omdat die enorme kosten moet gaan maken om te bewijzen dat er bijvoorbeeld erfelijke aandoeningen zijn, terwijl ze soms de middelen noch de kennis hebben om dat voor elkaar te krijgen? Ik ben wel even benieuwd hoe mijn collega, ook in het licht van de balans waar hij het over had, hiernaar kijkt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Als je naar de bijdrages van de collega's van de VVD en NSC luistert, dan hoor je eigenlijk al dat er vraagtekens worden geplaatst bij de wijze waarop deze wetswijziging, in mijn beleving doordacht, tot stand is gekomen. Ik zal straks ook iets zeggen over de consultatieronde, die achterwege is gelaten. Ik vind dat zelf een gemiste kans. Maar ik denk dat ik u niet verras als ik zeg dat wij ontzettend kritisch kijken naar deze wetswijziging. Voor ons is het consumentenrecht namelijk een groot goed. Ik zie dat dat met deze wetswijziging behoorlijk in de knel kan komen. Ik denk dat de omkering van de bewijslast ingrijpende gevolgen kan hebben voor consumenten die een huisdier aanschaffen. Want ik zie dat het aantal juridische geschillen toeneemt, terwijl — dat weet de staatssecretaris Rechtsbescherming ook — onze rechtbanken al enorm vol zitten. Ik zie dat de financiële lasten voor consumenten toenemen, terwijl we weten dat het leven ook gewoon duurder wordt. Mensen kunnen dus behoorlijk in de knel komen. Mijn collega van de Partij voor de Dieren gaf het ook al aan: we hebben het hier echt over levende dieren en niet over meubels of elektronische apparatuur die je even koopt. Sterker nog, daar krijg je zelfs een veel langere garantietermijn voor dan voor deze levende dieren. Ondanks die garantie, kan je altijd terugvallen op artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek, waarin staat dat een consument recht heeft op een product dat voldoet aan redelijke verwachtingen. Ik ben echt bang dat je met deze kortere termijn consumenten tekortdoet en dat dit alleen maar gaat leiden tot onzekerheid. Ik zei het al: het gaat om levende dieren. Die ontwikkelen zich. Die groeien. Terwijl ze groeien, kunnen verborgen gebreken zichtbaar worden en kunnen gezondheidsproblemen optreden. Ik vind dat je er als consument op moet kunnen vertrouwen dat een dier gezond is als je het koopt en je achteraf niet heel veel juridisch gedoe krijgt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is in ieder geval hoe dat halfjaar zich tot de praktische realiteit verhoudt. Het aantonen van zo'n gebrek, zeker bij dieren met erfelijke aandoeningen, is superingewikkeld en superkostbaar. Ik wil, in navolging van mijn collega van NSC, ook weten waarom de staatssecretaris niet gekozen heeft voor een uitzondering bij de aankoop van dieren met een erfelijke aandoening of erfelijke risico's. Ik begrijp dat de staatssecretarissen, de bewindspersonen, zich moeten houden aan de Europese richtlijn, maar ook ik zie de verschillen. Dat staat ook in de memorie van toelichting. In landen als Italië, Finland, Zweden en Ierland gaan ze een termijn hanteren van een jaar. Frankrijk en Spanje hebben levende dieren helemaal uitgesloten van de werking van de richtlijn. In Duitsland geldt de termijn van zes maanden voor alle producten. Daar is nog iets van rechtsgelijkheid. Hoe zit het met de argumentatie om nu te kiezen voor een halfjaar? Hoe verhoudt dat zich tot de keuzes die andere landen hebben gemaakt bij de implementatie van de richtlijn? U snapt dat ik daarom denk, vind en voel dat deze wetswijziging onvoldoende doordacht is. Ik vind het echt heel erg dat er geen consultatie heeft plaatsgevonden, want dan had je de ruimte gehad voor discussie en tegenargumenten, ook vanuit de consumentenbonden en dierenwelzijnsorganisaties. Dan had je een hele gebalanceerde keuze kunnen maken, dus ik vind dat echt een gemiste kans. Voorzitter, tot slot. Mocht deze wet het halen, dan moeten de bewindspersonen in mijn beleving in ieder geval in de komende twee jaar de gevolgen van deze wijziging monitoren dan wel evalueren om te kijken of consumenten wel goed worden beschermd. Dat geldt zeker voor de aankoop van dieren met erfelijke aandoeningen of risico's. Mocht deze wet het halen, dan vraag ik me ook af hoe de bewindspersonen aan eventuele publiekscampagnes gaan doen, zodat consumenten in ieder geval weten wat hun rechten en plichten zijn. Ik wil dat de bewindspersonen ingaan op deze twee voorstellen die ik doe. Nogmaals, wij zijn super-, superkritisch ten opzichte van deze wetswijziging. Ik ben benieuwd naar de input en de inbreng van de bewindspersonen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Zelfs bij het kopen van een huis is de onderzoeksplicht van de koper minder streng dan de informatieplicht van de verkoper, omdat die vaak een professionele partij is. Is de staatssecretaris het met mij eens dat zeker bij fokkerijen die hier dag in, dag uit mee bezig zijn, enige professionaliteit ligt en dus ook een grote plicht om transparant te zijn? Is hij het met mij eens dat het juist een extra belasting is voor consumenten die naderhand te maken krijgen met erfelijke aandoeningen die misschien iets minder zichtbaar zijn, waardoor zij enorme kosten moeten maken en wellicht zelfs juridisch gedoe moeten ondervinden om een en ander te bewijzen? In sommige gevallen is het wel heel makkelijk te zien, zoals de staatssecretaris al aangaf; dat snap ik. Maar in andere gevallen kan dit niet het geval zijn, waardoor de informatieplicht en de verantwoordelijkheid van de verkopende partij wat zwaarder behoren te wegen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Dat laatste snap ik; daar wordt niet aan getornd. Maar het gaat me met name om de voorfase, waarin je eventueel een specialist moet benaderen om het een en ander te onderzoeken. Ik denk dat de staatssecretaris heel goed weet dat sommige mensen die mogelijkheden niet hebben, die kennis niet hebben of die middelen niet hebben. Daar zit met name mijn zorgpunt. Ik hoop dat de staatssecretaris dat onderdeel ook begrijpt, en daar misschien iets van vindt. Daar doelde ik met name op.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Ook namens mij hartelijk dank aan de beide staatssecretarissen. Ik vond het leuk om een keertje een discussie te voeren met de Landbouwstaatssecretaris. Dat overkomt een JenV-woordvoerder niet vaak. U heeft mijn bijdrage kunnen horen. Wij zijn superkritisch op deze wetswijziging en overwegen tegen te stemmen. Ik heb wel gehoord dat we allen zoekende zijn naar een balans. Naar aanleiding van de discussie die we net hebben gehad, wil ik een motie indienen om in ieder geval de consumenten veel meer te wijzen op hun rechten en plichten, ook in het licht van de impulsaankopen die kunnen plaatsvinden en het recht ten aanzien van de bewijstermijn. Die motie luidt als volgt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA): Ik heb de staatssecretaris van Landbouw gehoord over het onderzoek dat nog gaande is. Dat weet ik, maar ik wil daar niet heel lang op wachten. Die inzichten kunnen vast meegenomen worden, maar ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat deze campagne plaatsvindt. Deze motie was overigens mede ingediend door mevrouw Teunissen. Dat wilde ik er nog even bij zeggen. Daarmee heb ik mijn bijdrage geleverd, voorzitter.
Bron, video en gesprek →