Terrorisme/extremisme
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Belhirch (D66): Dank u wel, voorzitter. De beelden uit Loosdrecht blijven bij velen op het netvlies staan: mensen die hier veiligheid zochten en werden opgeschrikt door vuur en geweld, hulpverleners die werden belaagd terwijl ze kwamen helpen. En de jongeren van de Jonge Democraten: zij zaten in ons partijkantoor toen er een vuurwerkbom door de brievenbus werd gegooid. Dit had veel slechter kunnen aflopen. In mijn maidenspeech zei ik dat ik trots ben op Nederland, op onze vrijheid, op onze democratische rechtsstaat, op een land waarin we verschillen van mening met woorden uitvechten en niet met intimidatie of geweld. Dat is het Nederland dat we willen beschermen. Wanneer intimidatie en georganiseerd geweld worden ingezet, is er geen sprake meer van protest, maar van ondermijning van een democratische rechtsstaat. Daarom moeten we extremisme in welke vorm dan ook normeren en hard aanpakken, of het nou jihadisme, rechts-extremisme of anti-institutioneel extremisme is. De NCTV waarschuwt bovendien dat we waakzaam moeten zijn voor het normaliseren van rechts-extremistisch gedachtegoed, omdat daar bewust een strategie achter zit. Het is goed dat de minister onderzoek heeft laten doen naar de groepen achter de gebeurtenissen in Loosdrecht. Wanneer kan de Kamer daar meer informatie over verwachten? Daarnaast hoor ik graag welke lessen wij kunnen trekken uit Duitsland, waar men werkt met gespecialiseerde eenheden voor de aanpak van rechtsextremisme. De diensten waarschuwen voor de snelle groei van radicalisering onder tieners en jongvolwassenen. Repressie, opsporing en veroordeling zijn essentieel, maar als we pas ingrijpen wanneer jongeren zijn geradicaliseerd, zijn we te laat. Juist daarom moet onze aanpak ook meer gericht zijn op voorkomen in plaats van genezen. De diensten waarschuwen dat radicalisering, die vroeger maanden duurde, nu soms in dagen verloopt, online en op steeds jongere leeftijd. Daarnaast zien we nieuwe onlinenetwerken, zoals de Com-netwerken: onlinenetwerken waar jonge kinderen worden meegezogen in een cultuur van geweld, haat en zelfbeschadiging. Het WODC zegt iets wat we te weinig bespreken: jongeren radicaliseren vaak niet alleen vanwege ideologie, maar vanuit een zoektocht naar identiteit, zingeving en verbondenheid en door psychosociale factoren. Daarom vraag ik de minister hoe we eerder kunnen investeren in preventie en het wegnemen van een voedingsbodem voor radicalisering. Daarnaast hoor ik graag hoe de minister vroegsignalering wil versterken samen met scholen, gemeenten, jongerenwerkers en maatschappelijke organisaties, en hoe daarbij professionals en ouders beter kunnen worden ondersteund in de gesprekken met jongeren die dreigen af te glijden richting extremisme. Hoe zorgen we ervoor dat online weerbaarheid van jongeren structureel onderdeel wordt van de aanpak, juist nu radicalisering zich steeds sneller online verspreidt, bijvoorbeeld door gamification?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Ja, hoor.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Ik geef hier een opsomming vanuit het WODC-rapport en dat benadrukt — dat vind ik belangrijk om te noemen, want we hebben het er vaak over dat de voornaamste reden voor radicalisering ideologie is — dat er veel meer elementen zijn waardoor het komt, en we ons blindstaren op ideologie.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Welke verantwoordelijkheid verwacht de minister daarin van grote platforms? Want beleid kost tijd, maar de jongeren zijn er nu. Voorzitter. Ik zie veel potentie in de pilot met de Redirect Methode, net als mijn collega Straatman. Maar juist omdat online radicalisering zich razendsnel tussen platforms verspreidt, zou deze aanpak niet bij één pilot moeten blijven. Is de minister bereid te kijken naar een snelle uitbreiding naar andere grote platforms en naar het structureel maken van deze aanpak? Ten slotte, voorzitter. We zien ook steeds vaker dat extremistische groepen online vrouwenhaat en lhbtiq+-haat inzetten. In onlinewerelden zoals de zogenaamde "manosfeer" worden haat en giftige ideeën over echte mannelijkheid genormaliseerd. Dat is niet alleen een maatschappelijk probleem, maar ook een veiligheidsvraagstuk. Daarom vraag ik de minister of gender indicators voor gewelddadig extremisme structureel worden meegenomen in onze nationale en internationale dreigingsanalyses. We hebben eerder gesproken over het mogelijk aanmerken van vrouwenhaat als extremistisch gedachtegoed. Hoe kijkt de minister daar op dit moment naar? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Ik wil hier wel even twee dingen scheiden. Ik verwijs hier naar de gewelddadigheden van die andere groepen. Uw vraag gaat over mensen die zich zorgen maken. Het is wel duidelijk om die even apart te zetten. Als mensen zich zorgen maken over de komst van een azc, is het belangrijk om ze die ruimte te geven en ook daadwerkelijk te luisteren naar de zorgen die die mensen hebben en het gesprek met ze aan te gaan. Die zorgen neem ik serieus. Dat is iets anders dan waar ik naar verwijs.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Allereerst zitten we hier niet bij het asieldebat; dat vindt op een andere plek plaats. Ik ga hier geen asieldebat voeren, maar ik vind het vooral belangrijk dat we naar mensen luisteren en dat we hun zorgen serieus nemen. Informatievoorziening aan de voorkant is belangrijk. Verder verwijs ik naar het debat hierover in de Kamer.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Belhirch (D66): Het staat mensen vrij om te demonstreren, maar maatschappij ontwrichtende acties veroordeel ik ook. Dat staat buiten kijf.
Bron, video en gesprek →