Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (36600-VIII)
Bron, video en gesprek →
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De heer Kisteman (VVD): Voorzitter. Het is ruim vier jaar geleden dat ik samen met mijn vrouw onze oudste dochter voor het eerst naar school bracht. Twee jaar later mocht ook onze andere dochter haar eerste stappen zetten binnen het primair onderwijs. Inmiddels zitten ze in groep 5 en groep 3, gaan ze over het algemeen elke dag vrolijk naar school en worden ze bijna elke ochtend enthousiast begroet door de directeur, die met zijn kopje koffie en een brede glimlach bij de ingang van het schoolplein staat te wachten. De enige ervaring die ik tot dan toe had in het basisschoolonderwijs, was de acht jaar die ik er zelf ooit heb doorgebracht. We kozen voor deze school omdat wij ons hier het prettigst bij voelden. Onze kinderen kunnen lopend naar school. Vriendinnetjes gaan er ook heen. Maar bovenal vertrouwden wij erop dat onze kinderen hier in een veilige en goede omgeving les zouden krijgen van leerkrachten die hier goed voor zijn opgeleid. We hebben nog altijd geen spijt van de keuze voor deze school. Voorzitter. Sinds een paar maanden mag ik mij als woordvoerder van de VVD ook verdiepen in het primair en voortgezet onderwijs. Als je uit het bedrijfsleven komt, is het onderwijs een totaal andere wereld. De vele werkbezoeken en gesprekken hier in Den Haag of digitaal met de diverse raden en met ouders hebben mij een vliegende start gegeven, maar hebben mij ook laten zien hoe complex het onderwijs soms is ingericht. Het heeft me ook laten zien dat het niet standaard is dat kinderen het beste onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Elke school is vrij om te kiezen hoe ze de kerndoelen omzetten in lessen. Directeuren voelen zich capabel op dit punt, maar ook leerkrachten vinden dat zij dit zelf heel goed kunnen bepalen. Ik wil op geen enkele manier aan de autonome positie van onze leerkrachten of directeuren komen, maar ik heb soms wel mijn bedenkingen. Of het nu gaat om lesmethodes, leermethodes of het verbeteren van bepaalde processen binnen scholen, aanbod is er genoeg. De markt is echter ingewikkeld. Uit alle gesprekken maak ik op dat scholen onderling niet veel overleggen en dat het aantal aanbieders beperkt is. Onderwijsadviesbureaus vallen over elkaar heen en voeren het ene na het andere traject uit zonder dat scholen echt weten of ze er beter van worden. De VVD vindt dat onze kinderen recht hebben op het beste onderwijs en dat ouders erop moeten kunnen vertrouwen dat hun kinderen dit beste onderwijs ook krijgen. Mijn vraag is dan ook of de staatssecretaris een onafhankelijk platform of kennispunt kan openen waar scholen met al hun vragen terecht kunnen. Zo weten scholen dat ze, als ze ergens tegen aanlopen, bij een partij terechtkunnen die hen goed kan helpen, maar ook dat alle lesmethodes of open leermethodes die scholen gebruiken en die op dit platform staan bijvoorbeeld evidence-informed zijn. Op deze manier houden scholen zelf de regie, maar weten ze dat wat zij kiezen betrouwbaar is. Ik ben op scholen geweest waar ze er pas na jaren achter kwamen dat hun lesmethode totaal niet geschikt was voor hun leerlingen. Achteraf bleek dat bij veel meer scholen in Nederland het geval zijn. Directeuren moeten met regelmaat opnieuw het wiel uitvinden. Kunnen wij hen niet helpen met zo'n platform of kennispunt? Is de staatssecretaris bereid om te onderzoeken of een onafhankelijk platform of kennispunt van toegevoegde waarde is en hoe dit eventueel opgestart kan worden? Voorzitter. Dan wil ik van het beste onderwijs voor onze kinderen naar de beste leerkrachten voor onze kinderen. Een goede leraar weet kennis zo over te brengen dat leerlingen worden geënthousiasmeerd, de lesstof onthouden en er zelf mee aan de slag gaan. Een mooi voorbeeld is de gastdocent die uit de praktijk komt en met veel passie en ervaring over zijn vak kan vertellen. In Nederland mag een gastdocent maximaal zes uur per week lesgeven onder begeleiding van een docent. Een andere manier waarop leerlingen les krijgen van praktijkdocenten is in de praktijk zelf. Tijdens stages onder begeleiding van beroepspraktijkvormingsbegeleiders, bpv-begeleiders, leren leerlingen in de praktijk de kneepjes van het vak. Met een korte cursus kunnen ondernemers hun medewerkers of zichzelf laten bijscholen tot bpv-begeleider. Voorzitter. Ik was een tijd geleden op een praktijkonderwijsschool. Daar hadden ze een prachtige keuken met alles erop en eraan. Leerlingen konden daar lunches bereiden die werden verkocht in de kantine. Er was echter een probleem. De leerkracht die hier deels les zou gaan geven, moest eerst zijn tweejarig zijinstroomtraject afronden. De school had de leerkracht al aangenomen, maar deze mocht alleen lesgeven onder begeleiding, en gezien het lerarentekort was deze begeleiding er niet. Ik kom zelf uit een wereld waar we stagiairs in de praktijk de fijne kneepjes van het vak mochten leren en waar we gastlessen gaven op scholen. Leerlingen hingen aan je lippen als ze technieken konden leren die rechtstreeks uit de praktijk kwamen. Andersom gaf het overdragen van je kennis een enorm voldaan gevoel, omdat je zo kon bijdragen aan de toekomst van een nieuwe generatie. Er zijn tal van mensen die nu werkzaam zijn in de praktijk en die dolgraag hun kennis willen overbrengen, maar ze willen lang niet altijd volledig hun baan kwijt. Ze zouden dolgraag een combinatie willen hebben van werken in de praktijk en lesgeven op school. Zij willen geen tweejarige opleiding volgen om zich compleet om te scholen. Kunnen wij deze twee werelden van zijinstromer en bpv-begeleider niet samenbrengen? Wil de staatssecretaris een nieuw scholingstraject ontwikkelen, zodat professionals gedeeltelijk in het bedrijfsleven kunnen blijven werken en daarnaast een of meerdere dagen op school praktijklessen kunnen geven en die lessen mogen geven zonder begeleiding van een andere docent? Voor deze nieuwe leerkrachten zou een beoordeling moeten plaatsvinden om te waarborgen dat zij capabel zijn om lesstof effectief over te brengen en orde te houden.
Bron, video en gesprek →De heer Kisteman (VVD): Ik ben nog niet helemaal door mijn stuk heen, maar wij willen met dit voorstel juist dat die begeleiding niet nodig is. Anders hou je dat dubbele effect. Dan los je het probleem niet op. Met mijn voorstel zeg ik: zorg dat de zijinstromer, de leerkracht die uit de praktijk komt, meteen voor de klas kan staan. Het probleem wordt niet opgelost als die begeleiding moet blijven.
Bron, video en gesprek →De heer Kisteman (VVD): Als ik mijn stuk had mogen afmaken ... Ik wil me specifiek focussen op de leerkrachten die praktijklessen geven. Daar gaat het me om met dit idee: niet de theorielessen in de klas, maar de praktijklessen. Dat gebeurt al veel met die zes uur aan gastlessen die gegeven mogen worden. Dan moet dit geen probleem zijn. Ik heb het zelf vaak gedaan, die gastlessen. Praktijkdocenten moeten dat prima kunnen doen zonder begeleiding.
Bron, video en gesprek →De heer Kisteman (VVD): Voorzitter. Daarnaast zal de leerkracht een cursus pedagogiek moeten volgen. Door een kort traject en met de mogelijkheid om in het bedrijfsleven te blijven werken, moet het veel aantrekkelijker worden om dit pad te gaan bewandelen. Dat kan bijdragen aan het lerarentekort, maar nog veel belangrijker is dat leerlingen in hun praktijklessen de beste leraren krijgen, met ervaring uit de praktijk. Daarnaast komen toekomstige werknemers al op jonge leeftijd in contact met het bedrijfsleven. Voorzitter. Van het beste onderwijs en de beste leerkrachten, wil ik door naar de beste start. Wie goed kan lezen, maakt meer kans in de maatschappij, meer kans op een baan en meer kans om sociaal mee te komen. Deze kans gunnen we al onze kinderen, ongeacht waar je wieg heeft gestaan en wat je toekomstdroom is. Goed kunnen lezen is de basis van je toekomst. Leerlingen leren lezen vraagt om een schoolbrede aanpak, waarin in een doorlopende lijn wordt gewerkt aan de kwaliteit van leeslessen. Dat klinkt allemaal heel logisch, maar het gebeurt op heel veel scholen nog niet. Leesplezier is van ontzettend groot belang voor kinderen die naar school gaan. Maar hoe trek je op school net dat boek uit de kast waarin jij interesse hebt? Kies je dan Dolfje Weerwolfje, De Boomhut of Juf Braaksel? Helaas is de expertise om kinderen te helpen om leesplezier te krijgen of dat te vergroten, op school niet altijd aanwezig. Leesbevordering begint wat mijn fractie betreft bij een leerkracht die bevlogen is over lezen, maar die bovenal weet wat zijn leerlingen lezen. Ik was daarom ook verbaasd dat niet op alle pabo's verplicht jeugdliteratuur wordt gelezen. Wat mij betreft moeten pabostudenten dit verplicht gaan doen. Kan de staatssecretaris daarop reflecteren? Ook een leescoach binnen een school zou daar een belangrijke rol kunnen spelen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe zij tegen een leescoach aankijkt. Ziet zij er een toegevoegde waarde in als dit door scholen zelf georganiseerd wordt? Voorzitter. Van de beste start naar het einde van mijn betoog. De VVD wil het allerbeste onderwijs voor ieder kind. Ik kijk uit naar de beantwoording van de staatssecretaris.
Bron, video en gesprek →