de rapporten "Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel" van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en "Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt" van de Inspectie JenV
Bron, video en gesprek →
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Mevrouw Synhaeve (D66): Mijn interruptie ziet op een ander punt. Is de heer Van Houwelingen het met ons eens dat het uiteindelijk aan een kinderrechter is en niet aan ons in deze zaal noch aan een kabinet om te bepalen welk kind wel of niet uit huis wordt geplaatst?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Het is fijn om te horen dat het inderdaad aan de kinderrechter is om dat te bepalen. Is de heer Van Houwelingen het dan ook met mij eens dat we eigenlijk al vrij duidelijk hebben aangegeven wanneer dat mag? Dat is namelijk óf als de veiligheid van het kind in het geding komt óf omdat de ontwikkeling van het kind ernstig in gevaar komt. Dat lijken me vrij heldere criteria. Het spreekt voor zich dat wij volgens mij allemaal willen dat kinderen alleen uit huis worden geplaatst als het echt niet anders kan.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Dank u wel, voorzitter. De afgelopen weken las ik stapels rapporten over de jeugdbescherming. Ik dacht: ik wil spreken met de jonge mensen om wie het gaat; ik wil hun namen kennen, hun gezichten zien, hun verhalen horen. Dat deed ik. Ik sprak vele jonge mensen en steeds weer voelde ik de enorme drive om iets van het leven te maken, soms in de allermoeilijkste omstandigheden. Dat is de drive die ik herken van toen ik als 15-jarige niet thuis kon wonen en zelf intensieve zorg nodig had. Vanuit die drive sta ik hier, met de diepe wens de jeugdzorg en jeugdbescherming wezenlijk te verbeteren, zodat geen jongere met 3-0 achterstand aan het volwassen leven begint. In een van die gesprekken stelde ik de vraag: wat als er eerder was ingegrepen toen het thuis onveilig was? Het antwoord was, en ik citeer: "Dan had me dat veel littekens gescheeld, letterlijk en figuurlijk." De misstanden die deze littekens veroorzaken, zijn geen incidenten. Ze getuigen van structureel falen. Bijna 10.000 kinderen zijn uit huis geplaatst omdat het thuis onveilig is of omdat de ontwikkeling van een kind in gevaar is. Dat is de meest ingrijpende beslissing die je kan nemen. Met die beslissing komt ook de verantwoordelijkheid om deze kinderen een veilige plek te bieden waar ze liefdevol op kunnen groeien. Daar slagen we onvoldoende in. Het gezinshuis in Noord-Nederland, het pleegmeisje in Vlaardingen, de vele schokkende verhalen uit de gesloten jeugdzorg, de inspectierapporten over Jeugdbescherming Noord, Jeugdbescherming Gelderland, Jeugdbescherming west, Jeugdbescherming Regio Amsterdam en de William Schrikker Stichting laten zien dat dit geen incidenten zijn. Wat moeten we dan doen? Allereerst moeten we erkennen dat we afhankelijk zijn van een systeem dat onvoldoende functioneert. We moeten de jeugdbescherming anders organiseren: we moeten toe naar minder organisaties met scherp afgebakende verantwoordelijkheden, zodat er echt ruimte komt voor het kind. Dit geldt niet alleen in de letterlijke zin, maar gaat ook om de vraag of we kunnen zien wat een kind echt nodig heeft. We weten namelijk dat als er te veel organisaties betrokken zijn, niemand zich uiteindelijk echt verantwoordelijk voelt. Dan is de vraag: wie stuurt er nu op die wirwar van organisaties en belangen? De inspecties zijn hierbij kritisch op het Rijk en vragen om stevig leiderschap vanuit onze bewindspersonen, vanuit déze bewindspersonen. Kunnen de bewindspersonen aangeven hoe zij de afgelopen periode invulling hebben gegeven aan hun rol als stelselverantwoordelijke? Voorzitter. Ook op korte termijn moeten we stappen zetten. De inspecties zijn helder: er is vanuit de GI's te weinig en soms helemaal geen betekenisvol contact met het kind. Als we niet eens de tijd hebben om deze kinderen te zien en te spreken, hoe kunnen we dan zeker weten dat ze veilig zijn? Het verbaast mij dat de GI's niet eens hoeven te zeggen of ze contact hebben met het kind en hoe vaak. Dat moet wat ons betreft anders. Daarnaast moeten we het beschermen van deze kinderen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid zien. In Zuid-Nederland werken ze met Handle with Care. Wanneer de politie 's nachts een melding van huiselijk geweld krijgt en er kinderen aanwezig zijn, ontvangt de school de volgende dag een signaal: handle with care. Zo kan de docent het kind extra in de gaten houden. Het is een kleine stap, die direct meer steun biedt voor het kind. Laat ik heel duidelijk zijn: ik wil op geen enkele manier stellen dat we met deze twee voorstellen de problemen in de jeugdbescherming oplossen, maar het zijn wel stappen in de goede richting. Tot slot. Ik heb ook veel pleegkinderen gesproken die zeggen: vertel alsjeblieft dat ik de liefste pleegouders heb die ik me kan wensen. Ik ken veel jeugdzorgwerkers die met te weinig mensen in een onmogelijk systeem werken, veel verantwoordelijkheid dragen en elke dag weer het verschil maken. Tegen deze mensen wil ik zeggen: dank je wel, we zien hoe hard jullie werken. Voorzitter. Ik begon met de gezichten en de verhalen van de jongeren over wie we spreken. Laat dat ons kompas zijn. Als we hun stemmen centraal stellen, kunnen we dit stelsel werkelijk veranderen en littekens voorkomen. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Om het even scherp te maken, zeg ik het volgende. We moeten twee dingen uit elkaar halen, denk ik. Je hebt deels de jeugdhulp. De hoeveelheid aanbieders die daarin actief zijn, is enorm toegenomen. Denken we dat dit goed is? Nee, dat denk ik niet. Als je in een paar jaar tijd van pak 'm beet 1.200 aanbieders naar een kleine 6.000 gaat, geloof ik niet dat zij allemaal de kwalitatieve zorg bieden waar wij achter staan. Dat is deel één. Dan deel twee. Daar doelde ik op in mijn bijdrage, want daarin heb ik net als mevrouw Westerveld geprobeerd te focussen op jeugdbescherming en jeugdreclassering. Als we kijken naar de jeugdbescherming, zien we dat er verschillende organisaties zijn, gecertificeerde instellingen, zoals Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming, die deels dezelfde taken doen of taken opnieuw doen. Wij denken dat het slim is om te kijken of je dat op deze manier moet willen blijven organiseren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Volgens mij is dat een heel ander punt. Dat gaat niet over hoe we de jeugdbescherming hebben georganiseerd. Daarvan zeg ik: bekijk heel goed of je dat met al die verschillende organisaties moet blijven organiseren zoals we dat nu gedaan hebben. U vraagt nu eigenlijk naar hoe we de jeugdhulp en het aantal aanbieders daarin hebben georganiseerd. Daarvan zeggen wij: wij zullen ook kijken of de financiering en de financieringsvorm daar nog steeds passend in is. U wil van mij een harde uitspraak of ik met u meega in het idee van geen marktwerking in de zorg; die zal ik hier niet doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Volgens mij vraagt u: vindt u het oké dat gemeenten besluiten van jeugdzorgwerkers heroverwegen? Dan zou mijn antwoord zijn: dat vind ik absoluut ongewenst.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): De inspectie werkt risicogestuurd. Ik denk dat dat ook is hoe het zou moeten zijn. Ik heb geluisterd naar het betoog dat eerder is gehouden door de heer Van Houwelingen, waarin hij eigenlijk zei: laten we bij al die pleegouders langsgaan om te kijken of het daar wel goed is. Dat is gewoon absoluut onmogelijk. Er zijn 15.000 pleeggezinnen in Nederland. Als je die elk jaar langs zou moeten gaan … Dat is absoluut onwenselijk. Daarmee doe je ook teniet dat er ontzettend veel pleeggezinnen zijn waar het hartstikke goed gaat.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Ik werp ver van me af dat dit een gewone studentenbaan zou zijn. Absoluut niet. Zelfs op de plekken waar kinderen in verschrikkelijke omstandigheden wonen, wat we natuurlijk allemaal niet willen, kan het soms voor de allerbeste jeugdbeschermer nog heel moeilijk zijn om dat te achterhalen. Laten we dit alsjeblieft aan kundig personeel overlaten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Synhaeve (D66): Een punt van orde. 50.000? Dan is het wel heel snel gestegen. Ik zei 15.000.
Bron, video en gesprek →