de situatie in Gaza
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Veldkamp (NSC): Voorzitter. Ik worstel met dit conflict, juist omdat ik er daarginds vier jaar lang mee bezig ben geweest. Juist daarom vind ik het vervelend om aan de radicale standpuntenpolitiek te doen die je tegenwoordig in het publieke domein hierover wel hoort. Het gaat er mij niet om elkaar hier de maat te nemen. Het gaat uiteindelijk om mensen, om familie in Israël die wacht op een naaste die nog steeds gegijzeld is, om mensen in Gaza die lijden om hun doden en het voedsel voor hun kinderen niet meer kunnen vinden of niet meer kunnen betalen. In een spiraal van geweld sinds 7 oktober duurt deze ellende voort. Terreurbeweging Hamas en het kabinet van premier Netanyahu weten zich niet aan deze spiraal te ontworstelen of willen dat niet. Er moet echt een einde aan komen. Het blijft zaak dat Nederland zich sterk maakt voor een onmiddellijk staakt-het-vuren dat leidt tot vrijlating van gijzelaars en zicht biedt op een duurzaam bestand. Vrijlating van de gijzelaars: dat bereiken, en ook het zicht daarop, zullen helpen om de oorlog te beëindigen. Ik verzoek het kabinet hieraan aandacht te blijven besteden. Ik markeer het belang van toegang tot humanitaire hulp. Ik waardeer het als de minister van BZ kan toelichten wat door Nederland is ondernomen ten aanzien van voedsel en honger in Gaza. Zij bezocht afgelopen week de Erez-overgang in het noorden van de Gazastrook. Kan dat noorden verder open, zodat hulp via de haven van Ashdod sneller kan worden geleverd? Ik stel graag voor dat in deze Kamer een briefing over humanitaire hulp wordt gehouden door VN-coördinator Kaag en de Nederlandse gezant De Kwaasteniet. Voorzitter. Wat als Israël de stad Rafah daadwerkelijk grootschalig binnenvalt en dat niet gepaard gaat met een adequate evacuatie van de bevolking? Zoiets kan uitlopen op een bloedbad. Ik lees de brief van de minister van BZ, maar wanneer is er voor het kabinet nou sprake van een kantelpunt? Ik spoor het kabinet aan om hierbij zo veel mogelijk met de VS en Europese partners op te trekken. Dat is effectiever.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik vraag in dit kader ook aandacht voor de verplichtingen van Israël onder het internationaal humanitair recht. Pamfletten verspreiden waarin de bevolking wordt opgeroepen om te vertrekken naar een humanitaire zone, in dit geval Al Mawasi, is op zichzelf niet voldoende onder het internationaal humanitair recht. Daar moeten gedegen tenten staan, daar moeten sanitaire voorzieningen zijn, daar moet voedsel heen en dergelijke. Dat hoort zo. Het internationaal humanitair recht zou ook voor Hamas moeten gelden, maar ik heb niet de illusie dat Hamas zich daar ooit aan zal houden. Maar Israël kunnen we daarop aanspreken. Tegen Israël kunnen we zeggen: democratieën vechten anders. Die horen dat althans anders te doen. Ik hoor wat de heer Van Baarle zegt. Het is verschrikkelijk wat daar gebeurt. Als Israël een nadere operatie zou willen uitvoeren, dan moet het ten minste onder het internationaal humanitair recht, het humanitair oorlogsrecht, voor een goed en gedegen alternatief zorgdragen. Ik denk dat hij daar hetzelfde over denkt. Voorzitter. Tevens bepleit ik de toegang van internationale waarnemers tot Palestijnse gevangen uit de Gazastrook, en dan met name tot de detentiefaciliteit Sde Teiman in de Negev-woestijn van Israël, kan het zijn graag van ICRC. Twee waarnemers zouden toegang krijgen onder gezag van het VK. Graag zie ik dat ook Nederland dit oppakt. Toegang verschaffen zou in Israëlisch eigenbelang moeten zijn. Over Hamas nog: Hamas beter aanpakken langs de band van antiterrorisme. Misschien kan de minister van BZ in haar termijn hier iets meer over vertellen. Voorzitter. Die oorlog grijpt mij aan, ook persoonlijk. Ik merk dat in gesprekken met Israëli's en ook tal van Palestijnse contacten. Toch tracht ik ook voorbij dit geweld te kijken naar de toekomst van de Gazastrook. Terug naar vóór 7 oktober is onwenselijk en ook onveilig gebleken. De koers van het simpelweg managen van het conflict, die kan niet meer. Ik moedig het kabinet aan om ideeën te bevorderen over hoe in de toekomst de Gazastrook te besturen. Zou daar ook een interim-Palestijnse vorm in kunnen zitten, uiteraard zonder Hamas, maar op termijn bijvoorbeeld een hervormde Palestijnse Autoriteit? En hoe kan een transitiebestuur internationaal worden geassisteerd? Is er een rol voor Arabische landen die een vredesakkoord met Israël hebben? Van stabilisatie tot herstel tot wederopbouw, waar worden dit soort zaken al besproken? Ik zag het Arab Visionpaper van diverse Arabische landen. Er valt wat op af te dingen, maar het is wel goed om vooruit te kijken. We weten dat Saudi-Arabië belangstelling houdt voor een historische doorbraak met Israël, maar dat dit dan wel stappen vereist op het Palestijnse traject; stappen op weg naar een vreedzame scheidingsakte tussen Israël en Palestijnen. Tot slot, voorzitter. Ook in Nederland zijn er algauw radicale standpunten die de discussie kapen. Daar wordt de nuance het slachtoffer, en ook het erkennen van de complexiteit van dit conflict, wat ons belemmert om van hieruit mee te denken en werken aan oplossingen daar. Wat mij betreft hebben we in de eerste plaats de opdracht om te kijken wat we van hieruit kunnen doen om het verschrikkelijke leed te verlichten en een weg vooruit te vinden, hoe moeilijk ook.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): De NSC-fractie staat voor een tweestatenoplossing om te komen tot een onafhankelijke levensvatbare Palestijnse staat, naast een veilig Israël. En ja, we hebben hier een politieke overeenkomst tussen vier partijen, vier verschillende partijen, in een hoofdlijnenakkoord. Als u de verkiezingsprogramma's van die vier partijen naast elkaar legt, dan ziet u verschillende beleidslijnen. Mijn lijn is altijd geweest, en de NSC-fractielijn is dat ook, dat de veiligheid van de staat Israël erbij gebaat is dat er uiteindelijk ook wordt gekomen tot een scheidingsakte tussen Israël en Palestijnen. In de traditionele diplomatieke terminologie heet dat een "tweestatenoplossing", zoals u wilt. Wij zijn daarvóór. Ik vraag me overigens af waar de DENK-fractie wat dat betreft staat. Ik zou aan de heer Van Baarle de vraag willen stellen ...
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Dat mag niet, voorzitter? Dat is dan mijn onwennige nieuwigheid. Maar ik vraag me weleens af, voorzitter, waar de DENK-fractie staat in de vraag of DENK voor of tegen het ontmantelen van de staat Israël is. Ik heb daar nog nooit een ja of nee op gehoord.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik sta hier niet als minister of iets dergelijks. Ik sta hier als buitenlandwoordvoerder van de NSC-fractie. En voor de NSC-fractie is het heel duidelijk waar wij staan. Dat vindt u ook terug in de zin die in het hoofdlijnenakkoord staat van die vier partijen die een politieke samenwerking aangaan: "met inachtneming van de oplossingen voor het Israëlisch-Palestijns conflict". Dat impliceert voor mij, vanuit de NSC-fractie en als NSC-buitenlandwoordvoerder, het streven naar een tweestatenoplossing. Dan zou je idealiter moeten komen tot een stad Jeruzalem met West-Jeruzalem als hoofdstad van Israël en Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een onafhankelijke Palestijnse staat. Collega's hebben het eerder ook al gezegd, maar er staat een vierdubbel geclausuleerde zin in, een vierdubbel geclausuleerde zin: "diplomatieke belangen", "onderzocht", "een daartoe geschikt moment". Dan begrijpt u dat er ook herhaaldelijk over gesproken is. Het is straks aan een programkabinet. We geven aan een toekomstige minister van Buitenlandse Zaken, die overal vandaan kan komen, overigens dus ook van buiten die vier partijen, de opdracht mee dit te bezien. Wanneer? Dat kan meer nabij zijn en dat kan verder in de toekomst liggen, maar voor de NSC-fractie is die clausulering geen blabla.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik ga niet vooruitlopen op het onderzoek dat het programkabinet instelt en tot welke conclusies dat programkabinet precies gaat komen. Ik kan wel aan mevrouw Piri uitleggen waar ik sta en waar de NSC-fractie staat. Ik sta niet voor het zetten van een kruis door VN-Veiligheidsraadsresolutie 478. Daar sta ik niet voor. Mevrouw Piri refereert er zoals talloze mensen telkens aan dat ik een oud-diplomaat ben, maar ik heb zelf wat dat betreft ook een trackrecord om mijn nek uit te steken voor de Palestijnse staat. Ik kan daar talloze voorbeelden van geven. Toen ik in Israël zat, in Tel Aviv, ben ik viermaal ontboden. Dat is relatief veel. Dat was omdat ik mijn nek uitstak. Dat was omdat ik mijn nek uitstak voor die tweestatenoplossing. Daar sta ik nog steeds voor; daar kan mevrouw Piri van uitgaan.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik heb het al gehad over een staakt-het-vuren. Ik zou een staakt-het-vuren willen dat uitzicht biedt op een duurzaam bestand. Dat betreft wat mij betreft ook vrijlating van de gijzelaars. Het is een hele wrede cynische heen-en-weer tussen het kabinet van premier Netanyahu en Hamas, waardoor zo'n staakt-het-vuren helaas telkens niet tot stand komt. Ik zou willen dat het snel tot stand komt, maar helaas lukt dat telkens niet, zakt het weg en is kennelijk ook de VS niet bij machte om daar de koppen tegen elkaar te slaan. Dat zou wel moeten, want het is keihard nodig. Er moet een einde aan die oorlog komen. Ik vind het heel goed dat mevrouw Dobbe in haar interruptie heeft neergelegd dat het zaak is om vooruit te kijken naar wie straks de Gazastrook gaat stabiliseren. Ik vind het zeker een optie om te kijken naar bijvoorbeeld een vredesmacht met regionale machten en dergelijke van landen uit de Arabische wereld die een vredesakkoord met Israël hebben. Of ze daar meteen Responsibility to Protect bij willen halen, dat vraag ik me af. Ik weet niet of dat verstandig is en of het realiseerbaar is. Het kan op uitnodiging van de Palestijnse Autoriteit gebeuren of het kan met een resolutie van de VN-Veiligheidsraad gebeuren. Maar nadenken over wie de Gazastrook gaat stabiliseren en wie gaat werken aan early recovery, herstel en wederopbouw vind ik heel goed. Dat is ook wat ik belangrijk vind, omdat je op dit moment het kabinet Netanyahu daar niet strategisch over ziet nadenken. Dat vind ik een heel groot probleem.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Het aantal slachtoffers is te groot. Er was eerder een hele discussie over wat groot is. Ik maak me heel veel zorgen. Het is in ieder geval veel en veel te groot. Ik ben dat met mevrouw Dobbe eens. Ik zie wel dat de Arabische landen niet zomaar bereid zijn om, zonder zicht op een traject of een spoor richting een tweestatenoplossing, een vredesmacht in de Gazastrook te vestigen en ondertussen het Israëlische leger daar doorheen te zien fietsen. Ik denk dat ze daar twee keer over na zullen moeten denken voordat ze zo'n stap zetten. Ook over zo'n staakt-het-vuren ben ik realistisch. Ik heb het bij diverse Israëlische en Palestijnse mensen rondgevraagd. Zij wezen mij op een artikel in het laatste nummer van de The Economist dat redelijk goed zou weergeven wat de stand was in de onderhandelingen over het staakt-het-vuren. Het is een wreed en cynisch spel waar kennelijk steeds iets niet uitkomt. Dat gaat ten koste van mensenlevens. Wat dat betreft vindt de NSC-fractie dat er echt zo snel mogelijk een staakt-het-vuren moet komen. Hoe vollediger hoe beter, maar het is pretentieus om vanaf hier net te doen alsof wij dat kunnen organiseren door iets te proclameren.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik ken de heer Ceder als iemand die Israël een warm hart toedraagt. Hij noemt zelf al het ontbreken van een strategisch plan, wat hij het kabinet van Netanyahu verwijt. Hoe denkt hij daar zelf over? Je ziet iedere zaterdagavond in Tel Aviv de demonstraties van tienduizenden Israëliërs die kritiek hebben op het kabinet-Netanyahu, omdat het niet doordacht werkt en geen doordacht plan heeft om de oorlog te winnen en ook geen doordacht plan heeft voor de verdere toekomst. Hoe denkt de heer Ceder daar zelf over?
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik hoor dus goed dat de heer Ceder een onderscheid maakt tussen zijn warme gevoel voor de band met de staat Israël en de koers van het kabinet-Netanyahu op dit moment. Heb ik dat goed begrepen?
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik ben blij dat de minister in dit kader ook Iran noemt in die regionale context. Ik prijs de hier aanwezige ministers voor de handelingsperspectieven die ze de afgelopen maanden telkens hebben gezocht: dat leveren van humanitaire hulp, telkens trachten realistisch te zijn, deuren openhouden naar Palestijnen en Israëli's, regionale contacten; heel goed. Wat dat betreft wil ik de minister dit vragen: is er meer mogelijk wat betreft die hulp die uit Jordanië komt, over land, naar de Gazastrook? We hebben die toestanden gezien bij die crossing. Kan dat beter worden beschermd, hoe gaat dat beter? En ten tweede over het EU-Associatieakkoord: is het de bedoeling van de minister om dat traject binnen de EU samen met andere EU-lidstaten in te zetten? Heb ik dat goed begrepen?
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik heb een korte vraag. De minister was onlangs in Libanon. Dan zit je meteen ook in dat regionale plaatje van die ontwrichtende acties van Iran via vazallen in de regio. Hoe beschouwt zij de mogelijkheid dat er via dat Franse veiligheidsarrangement toch iets tot stand komt, waarbij Hezbollah zich 10 kilometer terugtrekt van de grens met Israël, de blauwe lijn?
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik steun de brief en de benadering van de minister over UNRWA. Het OIOS-rapport komt op zeer korte termijn, dus dat is te overzien. Alles afwegende, ook gezien de humanitaire situatie, is het goed dat er weer wordt gekeken naar UNRWA als kanaal. Maar het rapport-Colonna liet ook zien dat er echt al wat reparatiewerk te verrichten was, met name op het gebied van de neutraliteit.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Voorzitter. Ik heb één motie.
Bron, video en gesprek →De heer Veldkamp (NSC): Ik hoop dat dat een zaadje plant voor bredere toegang. In de toekomst wil je vrienden ook voor misstappen behoeden. Tot slot, voorzitter. Ik denk dat de heer Tuinman het goed formuleerde. Hij zei: wie steevast Israëliërs slechts als dader ziet en Palestijnen slechts als slachtoffer, of omgekeerd, is in het Midden-Oosten de draad snel kwijt. Op termijn hebben we Israëliërs én Palestijnen nodig om tot vrede te komen. Laten we daaraan vasthouden. Ik dank de bewindslieden voor hun werk, hun inzet en hun toelichting vandaag.
Bron, video en gesprek →