Mbo
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Hertzberger (NSC): Ik wil voorstellen om meneer Paternotte als tweede spreker het woord te geven.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Voorzitter. Mbo'ers houden onze samenleving draaiende. Het zijn de mensen die je geen dag kunt missen. Het probleem is dat het mbo krimpt. Dat kunnen we ons in Nederland gewoonweg niet veroorloven. We moeten ook constateren dat het moeilijker is geworden voor veel mensen om een mbo-opleiding te voltooien. Het leven is duurder geworden. Studenten hebben geen inkomen dat meegroeit met de prijsstijging, zeker wanneer zij voltijds stage lopen en niets meer kunnen bijverdienen. Dan komt hun koopkracht onder druk. "Koopkracht" is eigenlijk een vreemd woord; het is natuurlijk gewoon leefkracht. We horen veel over de hardwerkende Nederlanders, maar de hardstuderende Nederlander krijgt nu wel de volledige gevolgen van het duurdere leven te verstouwen. Voorzitter. Daarom vragen wij de minister naar de verplichte minimumstagevergoeding. Hoe denkt de minister de economische impuls, die deze regering voorstaat, te combineren met de opbouw van onze defensie en al die verzorgenden en verpleegkundigen die we nodig hebben nu Nederland veroudert? Hoe zorgen we ervoor dat studenten, ook als het leven duurder wordt, in staat blijven om de benodigde opleidingen te volgen? Wij pleiten dan ook voor een verplichte stagevergoeding van €450 voor elke voltijdstage langer dan zes weken. Wat vindt de minister daarvan? Hoe kan een wettelijk verplichte minimale stagevergoeding worden vastgelegd en ingericht? Zoals eerdere sprekers al zeiden, kondigde de vorige minister een verkenning aan. Hoe staat het daarmee? Vaak wordt er alleen gekeken naar de stages, maar de 140.000 bbl'ers zijn net zo belangrijk. Die lopen geen stage; die werken gewoon vier dagen en leren daarbij één dag. Vanaf dag één dragen zij bij in deze tekortsectoren, aan techniek en zorgen voor kinderopvang, aan plekken waar we keihard mensen nodig hebben. We kunnen ons niet veroorloven dat bbl'ers uitvallen omdat ze het financieel niet kunnen volhouden. De vorige minister heeft al aangekondigd de bbl-staffel, het minimumjongerensalaris, af te schaffen per 2027. Kan de minister toezeggen dat dit inderdaad gaat gebeuren? Want dat zou mooi nieuws zijn en een flinke impuls voor de bbl-student, zeker als het minimumloon ook flink gaat stijgen naar €18 per uur, zoals wij bij Nieuw Sociaal Contract voorstellen. Voorzitter. Dan de studenten die uitvallen. In het mbo hebben studenten vaak net iets meer bananenschillen op hun pad liggen dan in het hbo of wo. Ik was bij Albeda op Rotterdam-Zuid. Ze hebben daar bijvoorbeeld de Talenthub, waar jongeren die stoppen met hun opleiding of dreigen uit te vallen even op de pauzeknop kunnen drukken en een stapje terug kunnen doen, om zich te herpakken en hun motivatie terug te vinden. Hoe kijkt de minister naar dit soort ontwikkelingen? Op welke manier kan dit structureler ondersteund worden vanuit OCW? Dan de dunbevolktheidstoeslag. Daarvoor zien we nu de eerste tranches verdeeld worden. Eerst is Limburg aan de beurt. Mijn fractie is benieuwd of er ook bindende afspraken worden gemaakt over welke opleidingen in stand worden gehouden. Het lijkt ons belangrijk dat we inzetten op het ondersteunen van opleidingen, ook voor de arbeidsmarkt en de tekortsectoren. Zijn daar afspraken over? Dat kan namelijk ook een impuls zijn voor de lokale economie en de voorzieningen. Tot slot de Wet van school naar duurzaam werk. Mijn fractie was al bezorgd over het financiële plaatje hierachter: meer taken voor de scholen en maar een klein beetje meer geld en vooral heel veel verschuivingen in de potten. Er zit niet alleen een intensivering in die wet, maar er stoppen ook regelingen, zoals de nazorgregeling en de gemeentelijke doeluitkering jeugd. Wij krijgen signalen dat deze wet netto negatief uitpakt als je het op regionaal niveau bekijkt, met name in de gemeenten met het hoogste percentage kwetsbare mbo-studenten en het hoogste percentage mbo-studenten met een niet-Europese achtergrond, die net iets moeilijker doorstromen. In Rotterdam en Amsterdam krijgen mbo-instellingen minder geld voor de cruciale begeleiding van mbo-studenten naar werk. Wel extra werk, geen extra geld: dat kan toch niet de bedoeling zijn? Kan de minister hier echt heel zorgvuldig naar kijken? Hoe borgen we dat alle studenten baat hebben bij deze wet? Kan de minister ook toezeggen dat, waar er correcties nodig zijn, deze negatieve uitwerking zo snel mogelijk aan de Kamer wordt gerapporteerd? Voorzitter. Deze vragen stel ik niet alleen in het belang van de mbo-studenten zelf of in het belang van de mbo-scholen, maar ook gewoon in het belang van Nederland. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Toch nog een vraag. De heer Oostenbrink refereert volgens mij aan de halvering van het collegegeld als experiment in het hbo. Juist dat is volgens mij afgeschaft vanwege het gebrek aan effectiviteit, vanwege het gebrek aan effect. Waarom denkt de heer Oostenbrink dan dat dit wel goed gaat uitpakken in het mbo? Waar gaat hij het uit bekostigen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Ik hoor de PVV hier pleiten voor een versterking van de basisvaardigheden op het mbo. Wat vindt meneer Uppelschoten van bekwaamheidseisen voor docenten van de basisvaardigheden op het mbo? Zijn die noodzakelijk en zouden die als norm moeten worden gesteld? Of zou iedereen basisvaardigheden moeten kunnen geven op het mbo? Is meneer Uppelschoten net als mijn fractie benieuwd of de minister deze bekwaamheidseisen als norm wil stellen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Ik doel eigenlijk meer op de eisen aan de docenten van de basisvaardigheden. Vindt meneer Uppelschoten dat iedereen op het mbo basisvaardigheden zou moeten kunnen doceren of vindt hij dat je daar bepaalde minimumeisen aan moet stellen? Is meneer Uppelschoten daar ook benieuwd naar en wil hij dat gezamenlijk aan de minister vragen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Het is goed om te horen dat ook de VVD aandacht heeft voor de krimpregio's. De VVD is het waarschijnlijk met ons eens dat het ook belangrijk is dat we daar afspraken maken over de arbeidsmarkt. Welke opleidingen houd je daar in stand? Ik wilde nog even wat vragen over de afstroom en de gevolgen voor de basisbeurs en het terugbetalen van de studiefinanciering. Wij hebben eerder het punt gemaakt dat een mbo-student soms naar een lager niveau gaat, bijvoorbeeld omdat er meer bananenschillen op de weg liggen of omdat er dingen in het leven gebeuren waardoor het net niet lukt op mbo 4 of mbo 3. Is de VVD het met ons eens dat er vaak enorme wijzigingen zitten in het examenprogramma en in de eisen die mbo-instellingen stellen? Als je bijna drie of vier jaar van je mbo 4 hebt afgerond, dan moet je eigenlijk weer opnieuw beginnen, terwijl dat overbodig is. Het is heel lastig om vrijstellingen te krijgen, om een stapje terug te zetten en een diploma op een lager niveau te behalen. Wat zou de VVD daaraan willen doen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Nou, dat is ontzettend goed nieuws. Het hangt natuurlijk wel heel erg af van hoe het er in de praktijk uit gaat zien, maar dat is prachtig. Kan de minister dan bijvoorbeeld toezeggen om voor het zomerreces van 2026 in ieder geval de contouren hiervan en de aanzet voor de wet en eigenlijk ook de wet naar de Kamer te sturen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Wat is de kortste termijn waarop die contouren naar de Kamer gestuurd kunnen worden? Is dat al eerder mogelijk, zodat we ook echt goed kunnen meekijken? Zou dat dus eerder kunnen, bijvoorbeeld in Q1 van 2026?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Bedoelt de minister dan specifiek het afschaffen van de bbl-staffel? Anders moeten we, elke keer als het minimumloon verhoogd wordt, toch weer gaan leuren met de bbl-staffel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Dit zit misschien niet bij de minister in de portefeuille, maar misschien kan hij er toch wat over zeggen. Die waaier is een heel mooi idee, net als dat klimmen, of nou ja, uitwaaieren, zou je nu zeggen. Maar wij begrijpen ook dat het in die nieuwe leerweg, wat eigenlijk een experiment is, moeilijker wordt voor leerlingen om over te stappen van het vmbo naar de havo. Doorstromen van het mbo naar het hbo, en ook naar de Ad, is aardig geborgd. Dat zou nog veel beter kunnen; we hadden het net met de VVD bijvoorbeeld over dat afstromen. Maar wij krijgen signalen dat overstappen van het vmbo naar de havo bemoeilijkt wordt. Zo zijn er twee extra vakken nodig in dat experiment van de nieuwe leerweg. Wil de minister daar kritisch naar kijken, ook met zijn staatssecretaris, zodat het in alle onderwijsniveaus makkelijk wordt om over te stappen naar een meer theoretische leerroute, of juist om af te stromen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Er wordt nu dus geld geïnvesteerd in de dunbevolktheidstoeslag — "krimpregio" klinkt altijd zo negatief, dus ik vind "dunbevolktheidstoeslag" eigenlijk wel mooi klinken — maar de vraag is: zitten daar afspraken bij om de cruciale opleidingen in de benen te houden? Wij horen echt dat dit in verschillende gebieden onder druk staat. Het is niet de bedoeling dat juist de opleidingen die belangrijk zijn voor Defensie en de zorg en dergelijke het kind van de rekening worden; het is de bedoeling dat daar afspraken over worden gemaakt wanneer die toeslag wordt uitgekeerd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Mag ik de vraag nog iets toelichten zonder dat het mij een interruptie kost, om het nog iets toe te spitsen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Eentje dan. Ik vroeg of er in het opleidingsaanbod ook wordt gekozen voor de opleidingen die cruciaal zijn voor de tekortberoepen in de arbeidsmarkt en voor de economie van de toekomst.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): We waren echt nog benieuwd naar de Wet van school naar duurzaam werk. Die wet komt eraan. Wij waren bezorgd over het financiële plaatje voor de scholen. We krijgen signalen uit Rotterdam en Amsterdam dat die wet financieel negatief uitpakt. Juist die gebieden hebben het hoogste percentage armoede en het hoogste percentage kwetsbare studenten, ook met een niet-Europese achtergrond. Zij komen toch net iets moeilijker aan het werk; dat laten ook de statistieken zien. Juist zij hebben die begeleiding naar duurzaam werk heel hard nodig. Het kan niet zo zijn dat die wet op instellingsniveau uiteindelijk negatief uitpakt door het wegvallen van een aantal andere potten. Kent de minister deze signalen? Wat kan hij daaraan doen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Dank aan de minister. Het was een goede beantwoording, denk ik. Omdat we nog zo lang moeten wachten op een tweeminutendebat, wil ik graag even kijken hoeveel concrete toezeggingen de minister nu echt heeft gedaan. Hij heeft ten eerste toegezegd in Q2 van 2026 de contouren van de wet, hoe de wet eruit gaat zien, naar de Kamer te sturen. De wet hoeft op dat moment nog niet naar de Kamer, maar wat gaat de minister nou doen voor een minimaal verplichte stagevergoeding? We horen ook dat de minister gaat praten met de staatssecretaris over de nieuwe leerweg, de nieuwe, experimentele inrichting van het voortgezet onderwijs, waarbij het moeilijker wordt om van het vmbo naar de havo over te stappen. Kan de minister dat ook toezeggen? Dan wil ik het nog heel even over de bekwaamheidseisen van de mbo-docenten hebben. Die zijn op dit moment niet verplicht, zover wij begrijpen. Het is dus niet zozeer een kwestie van handhaven. De norm moet echt gesteld worden. Kan de minister toezeggen daar ook naar te kijken? Tot slot. We hoorden net al van mijn collega Tseggai over de problemen bij de doorstroom van het mbo naar werk. De Wet van school naar duurzaam werk moet dat oplossen. Kan de minister concreet toezeggen om op instellingsniveau, met nadruk op de G5-instellingen, naar de financiële gevolgen van deze wet te kijken, deze waar nodig te corrigeren en hierover een brief naar de Kamer te sturen? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Wij zijn niet voor het later selecteren, maar het gaat dan ook wel weer heel erg ver om te zeggen: je bent 12 jaar, je komt van de basisschool en kiest voor deze school. Als bij een 12-jarige blijkt dat zijn interesses en talenten anders liggen, dan moet je het volgens mij wel makkelijk houden om de overstap te kunnen maken. Ik heb het dan zowel over de richting van vmbo naar havo als van havo naar vmbo. In het vorige systeem was dat makkelijk. Wij begrijpen nu dat dat in de nieuwe leerweg moeilijker wordt gemaakt. Vindt meneer Uppelschoten dat ook onwenselijk? Zou je in ieder geval op een later moment in je schoolloopbaan nog een switch moeten kunnen maken?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Die gelden beginnen al in 2026, dus ik denk dat het iets eerder moet.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Hertzberger (NSC): Gelukkig.
Bron, video en gesprek →