Bestrijding witwassen en terrorismefinanciering
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedemiddag, allemaal. Het is 14:00 uur. Ik heet u welkom bij dit commissiedebat van de vaste commissie voor Financiën. Welkom aan de mensen in de zaal en de mensen die elders meekijken, en vooral welkom aan de minister van Financiën, mevrouw Kaag, en de minister van Justitie en Veiligheid, mevrouw Yeșilgöz. Mijn collega-Kamerleden — dan bedoel ik de Kamerleden die er vandaag zijn — zijn de heer Eppink van JA21, de heer Ephraim van de Groep Van Haga, de heer Heinen van de VVD, de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid, mevrouw Van Dijk van het CDA, de heer Alkaya van de SP, de heer Van Baarle van DENK, de heer Van der Lee van GroenLinks en de heer Tony van Dijck van de PVV. De heer Grinwis is fashionably late als altijd. Welkom. Hij is er namens de ChristenUnie. Dit commissiedebat heeft als titel Bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Er staan een aantal brieven op de agenda. Daarbij wil ik u wel meegeven dat we op 2 februari ook een inbreng hebben staan voor het wetsvoorstel Plan van aanpak witwassen. De week daarvoor, op 26 januari, zijn er drie gerelateerde kennisactiviteiten gepland ter voorbereiding van deze inbreng. Tot slot. Het is een druk debat. Ik wil met u afspreken dat u een spreektijd heeft van vier minuten. Ik zou willen voorstellen om in de eerste termijn van de zijde van de Kamer drie korte interrupties toe te staan. Als niemand daar vragen of opmerkingen over heeft, zou ik graag willen beginnen. We beginnen met de heer Eppink namens JA21.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voor u verdergaat, meneer Eppink, is er een vraag van de heer Van Baarle van DENK. Sorry, de vraag is van de heer Alkaya van de SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik ga dan toch maar ingrijpen als voorzitter. Ik wilde dat niet gelijk doen. Meneer Eppink, dit wetsvoorstel wordt nog apart besproken; dat heb ik net ook gezegd in mijn inleiding. Dit komt ruimschoots aan bod in januari en februari. Het valt dus buiten de orde van dit debat. U kunt het in ieder geval vandaag over de beleidsagenda hebben met deze ministers. Wat betreft de wet zelf zou ik u willen verzoeken om dat in januari en februari op te pakken met deze commissie. De heer Van Dijck heeft ook een opmerking.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Die laatste mening deel ik absoluut niet met u, want ik vind dat u het hier zeker kunt aanstippen. Maar ik wens wel op te merken dat de behandeling van de wet, waar deze ministers op kunnen reflecteren, gebeurt in januari en februari. Ik vraag u dus om rekening te houden met de reikwijdte die de ministers vandaag kunnen geven als het specifiek gaat over het wetsvoorstel. Ik reken het niet mee als interrupties. Ik zou willen voorstellen dat de heer Eppink zijn betoog vervolgt. Nog één korte opmerking van de heer Alkaya.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, heer Eppink. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ephraim van de Groep Van Haga.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Ephraim, mag ik u vragen om af te ronden? U bent al bijna een halve minuut over uw tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat moet echt korter, want u bent echt over uw tijd heen. We zitten echt op de klok vandaag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een vraag van de heer Heinen van de VVD.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Volgens mij zag ik nog een vraag van de heer Nijboer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is nog een vraag van mevrouw Van Dijk van het CDA.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het woord is aan de heer Heinen voor zijn inbreng namens de VVD.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Heinen, zou u willen afronden? U zit aan uw spreektijd van vier minuten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat uw verhaal toch vragen oproept. Ik begin bij de heer Van der Lee namens GroenLinks.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Van der Lee: goudvis of paling?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan zag ik nog een vraag van de heer Tony van Dijck namens de PVV.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Voordat ik het woord geef aan de heer Nijboer namens de Partij van de Arbeid: ik ben per abuis vergeten de heer Van Weyenberg namens D66 en de heer Stoffer namens de SGP welkom te heten. Het woord is aan de heer Nijboer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik vraag u nu echt om af te ronden, want u bent een halve minuut over uw spreektijd heen. Maar de heer Ephraim van de Groep Van Haga heeft nog wel een vraag voor u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vervolgvraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan een vraag van de heer Tony van Dijck, namens de PVV.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie geen vervolgvraag. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Inge van Dijk namens het CDA.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Van Dijk, mag ik u vragen af te ronden? Uw spreektijd is op.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Hartstikke fijn. Dan geef ik het woord aan de heer Alkaya namens de SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Alkaya. Keurig binnen de tijd. Ik geef het woord aan de heer Van Baarle namens DENK.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, mag ik u vragen om af te ronden? Ook u gaat over de spreektijd.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Van Baarle. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Lee van GroenLinks.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voor u verdergaat, is er een vraag van de heer Ephraim namens de Groep Van Haga.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Van der Lee, vervolgt uw betoog. U heeft nog ruim 35 seconden over.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, heer Van der Lee. Dan geef ik het woord aan de heer Tony van Dijck namens de PVV.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dat roept een vraag op van de heer Alkaya namens de SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik hoor geen vraag, maar het ontlokt wel een reactie van de heer Van Dijck.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voor de heer Stoffer het woord neemt een persoonlijk feit: ik was die jongen van 14 met een ijskar, dus ik voel me enigszins aangesproken. Dus pas op uw woorden, meneer Stoffer, want u spreekt indirect de voorzitter aan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Tony van Dijck, nog een reactie?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed. Daarmee ronden we de discussie over ijsjes af en geef ik het woord aan de heer Grinwis namens de ChristenUnie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Grinwis, voordat u verdergaat zijn er ondertussen twee vragen aan u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Grinwis. Er zijn twee vragen voor u. Eerst is het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U kunt helaas geen vervolgvraag meer stellen, meneer Van der Lee. Dan geef ik het woord aan de heer Alkaya namens de SP, die ook een vraag had.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Weyenberg namens D66.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U moet echt afronden, want u bent door uw tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zag een vraag van de heer Nijboer namens de Partij van de Arbeid.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie dat de heer Van Baarle namens DENK nog een vraag heeft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Toch nog een vervolgvraag van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we nu aan het eind van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De ministers hebben aangegeven ongeveer 25 minuten nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goedemiddag. Wij gaan verder met dit commissiedebat over de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. We zijn gekomen bij de beantwoording door het kabinet. Ik geef minister Kaag het woord voor haar beantwoording.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat u begint, minister, toch nog één opmerking richting deze commissie. Ik wil drie interrupties toestaan. We gaan alles op alles zetten om dit commissiedebat om 17.00 uur af te ronden. Lukt dat niet, dan ga ik de commissie vragen of er eventueel andere opties zijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat u daaraan begint, is er een vraag van de heer Nijboer namens de Partij van de Arbeid.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Sorry, minister. Er is toch nog een vervolgvraag van de heer Nijboer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister vervolgt haar betoog, maar niet voordat er nog een interruptie is, van de heer Tony van Dijck namens de PVV.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En uw vraag is?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan toch nog een vervolgvraag van de heer Tony van Dijck.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Van Dijck, ik ga u echt vragen om korter te zijn. We zitten met elkaar voor een opgave om dit debat voor 17.00 uur af te ronden. Dus ik vraag u om uw vraag te stellen aan de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even naar de vragenstellers. Het waren er ondertussen drie. Is dat oké? Nee? Voor de heer Alkaya toch nog niet.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk ook even naar de heer Van Weyenberg en de heer Van der Lee. Zij hadden vragen gesteld. Vindt u het oké om dat aan het einde van dit blokje te doen of wilt u de vraag nu stellen? Ik kijk even naar de heer Van Weyenberg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie de heer Heinen met een punt van orde.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie dat de heer Van der Lee daarop wil reageren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat kijk ik eerst even naar de rest van de commissie om te zien of de commissie ermee akkoord is om de vragen na de blokjes van de ministers te doen. Dat is zij. Oké, dan gaan we dat zo doen. Dan geef ik wel het woord aan de heer Van der Lee, want hij heeft een vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk ook even naar de minister, want we hebben net als commissie vastgesteld dat we de beantwoording van de vragen aan het eind van het blokje wilden doen. Wil de minister deze vraag ook aan het eind van het blokje beantwoorden? De minister knikt. Dan stel ik nu toch voor om deze vraag aan het einde van het blokje te beantwoorden. De minister vervolgt haar betoog.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is hier wel bekend.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, minister. Dat was een duidelijk verhaal dus ik kan me niet voorstellen dat er nog vervolgvragen zijn, maar als die er toch zijn, zie ik dat graag. De heer Van der Lee heeft in ieder geval een vraag gesteld. Dan zie ik nog de heer Grinwis, de heer Van Baarle en de heer Ephraim. Ik begin bij de heer Grinwis, aannemende dat de heer Van der Lee zijn vraag goed en volledig gesteld heeft. Dat is het geval, zie ik. Dan is de heer Grinwis aan het woord.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan toch nog de laatste interruptie van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat de minister haar betoog vervolgt, kijk ik ook even naar de leden van deze commissie. We hebben nog ruim twintig minuten te gaan en ik zie ook nog dat er een vraag van de heer Van der Lee openstaat. Hij stelde die vraag als eerste, zelfs voor u het blokje afmaakte. Maar ik wil wel een dringend appel aan de leden doen om de vragen echt kort en bondig te houden, en aan de minister om kort en bondig te reageren, om dit debat af te kunnen ronden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het gaat om een vraag van de heer Van der Lee over het eerste blokje.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan vervolgt de minister haar betoog.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Daarmee was u aan het einde van uw tweede blokje. Dan zie ik een vraag van mevrouw Inge van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan vervolgt de minister haar betoog. Het volgende blokje.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zag reeds vragen van de heer Van der Lee en de heer Heinen. Ik inventariseer of er nog meer vragen zijn over dit blokje. Dat is nu niet het geval. Dan geef ik het woord eerst aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed. Voor de minister naar het volgende blokje gaat, kijk ik toch nog één keer naar de commissie. Ik zie dat het ondertussen 16.50 uur is. Ik heb de ministers gevraagd of een heel korte uitloop mogelijk is, wellicht tot 17.15 uur. Ik kijk ook even naar de leden van de commissie of dat eventueel mogelijk is. Ik zou ook willen voorstellen een tweede termijn over te slaan en die eventueel te betrekken bij een tweeminutendebat, als daar behoefte aan is. Ik zie de leden van de commissie instemmend knikken. Ik zie nog één vraag, denk ik, van de heer Alkaya.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We gaan alles op alles zetten om dit debat zo snel mogelijk af te ronden. De minister vervolgt haar betoog.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kijk ik rond of er vragen zijn in de commissie. Ik zie vragen van de heer Heinen, de heer Alkaya, de heer Nijboer en de heer Grinwis. Ik begin bij de heer Heinen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, u bent door uw vragen heen, meneer Alkaya. Ik geef het woord dus aan de heer Grinwis.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Geen vervolgvraag, dus dan is het woord aan de heer Nijboer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van de beantwoording van de minister van Financiën. Ik geef het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Weyenberg, we hebben afgesproken om aan het einde van het blokje te interrumperen. Tenzij u een ordevoorstel heeft, zou ik u willen vragen om uw vraag aan het einde van het blokje te stellen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Minister, voor u verdergaat: er waren enkele vragen, maar ik zou u willen vragen hoelang u nog nodig heeft om uw betoog af te ronden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even naar de commissie. Ik zou graag willen voorstellen dat de minister haar beantwoording afmaakt en dat daarna vragen gesteld kunnen worden. Is dat akkoord?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik dank de minister voor het feit dat ze het perfect in een kwartier heeft gedaan. De dank is groot. Ik kijk naar de collega's om te zien of er nog vragen zijn. Ik heb gezien dat in ieder geval de heer Tony van Dijck een vraag heeft. Ook de heer Van der Lee, mevrouw Inge van Dijk en de heer Van Weyenberg hebben vragen, zie ik. Ik begin bij de heer Tony van Dijck, die zijn laatste interruptie per se wil besteden aan deze minister. Aan u het woord.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was vraag twee. U moet echt kort zijn, meneer Van Dijck.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Goed. Daarmee komen we aan de afronding van de zijde van het kabinet. Er is nog een ordevoorstel van de heer Nijboer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even rond. De collega's knikken instemmend. Daarmee wil ik eigenlijk tot afronding van dit debat komen. De minister van Justitie en Veiligheid gaf aan dat dit over de onderwéreld gaat, maar ik heb vandaag ook gezien dat het gaat over onderwáter. We hebben ook gesproken over een sleepnet. We hebben het gehad over palingen en haaien en we gingen van goudvis naar de heer Grinwis. Vandaag is ook een hengel uitgeworpen naar een aantal toezeggingen. Die wil ik hier toch even bij elkaar zetten. Daarmee komen we aan het ... Het komt allemaal in één brief, zegt de minister nog. Ik zie nog twee opmerkingen; als eerste van de heer Van Weyenberg.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister knikt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie de minister knikken. Daarmee dank ik alle Kamerleden. Ik dank de ministers, de aanwezigen en de mensen die thuis zitten te kijken. Mij rest niets anders dan u een fijne avond te wensen. Prettige feestdagen en waarschijnlijk tot het nieuwe jaar.
Bron, video en gesprek →