Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte) (Kamerstuk 36576) 1 TK
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Rooderkerk (D66): Ik heb hier toch een vervolgvraag op. De heer Grinwis zei namelijk dat we het hier bij het WGO over hebben gehad. Alleen, we hadden toen nog niet de appreciatie van de minister van dit amendement; die wilde ze toen nog niet geven. Inmiddels hebben we die. In de appreciatie staat dat het, los van de situatie in Schiedam, op andere plekken wat haar betreft juist tot vertraging kan leiden. Wanneer bestaande private partijen bijvoorbeeld niet bereid zijn om te investeren in nieuwe collectieve warmte, zorg je hiermee voor een nog tien jaar langere vertraging. Zij geeft dus ook duidelijk aan: het kabinet ontraadt het amendement in deze vorm. Daarom is dus toch mijn vraag aan de heer Grinwis: wil hij niet gewoon zorgen dat we voortgaan met de warmtetransitie in plaats van dat we tot 2076 moeten wachten voordat die op deze manier een keer in publieke handen komt?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): De heer Grinwis begon met aan te geven dat er doemscenario's zouden worden geschetst. Nou zit ik bij een zeer optimistische partij; volgens mij schets ik hier altijd dat we door moeten met de warmtetransitie en de energietransitie en dat dat ons juist heel veel brengt. Dat wou ik dus even verre van mij werpen. Ik hoor hem nu wel zeggen dat hij toch nadenkt over het aanpassen van het amendement. Dat vind ik heel begrijpelijk, want ik denk dat het, zoals het nu is ingediend, echt voor te veel stilstand zorgt. Ik hoorde hem juist aan het begin van zijn bijdrage zeggen: het vorige kabinet heeft al voor veel stilstand gezorgd; laten we nou vooruitgaan. Dat zou ook mijn oproep zijn. Volgens mij is de wet daarin heel zorgvuldig: een termijn van 10 jaar en daarna nog eens 30 jaar voor de overgang. Volgens mij zou het dus heel goed zijn om ons daartoe te verhouden en niet nog meer vertraging op te werpen. Dat zou dus mijn oproep zijn. Maar ik zie het nieuwe amendement uiteraard ook graag tegemoet.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Dank, voorzitter. Het is goed dat we ondanks de val van het kabinet als Kamer doorgaan met de behandeling van deze wet, want dit is een onderwerp waarop we ons geen verdere stilstand kunnen veroorloven. Laten we dus vanuit de Kamer doorwerken aan oplossingen voor de toekomst. De warmtetransitie is daarbij noodzakelijk als energiebron voor mensen. Deze wet geeft de overheid meer grip op de warmtenetten. Zo zit er geen energiebedrijf aan de knoppen, maar een overheid, kunnen mensen altijd naar de gemeenteraad wanneer zij zich zorgen maken, en zorgen we dat we de energietransitie strategisch kunnen uitvoeren. Daarvoor moeten we wel investeren in de warmtetransitie. Maar het moge duidelijk zijn: wij steunen de wet en de publiek-private route. Voorzitter. Om te beginnen wil ik wat zeggen over de prijsgarantie. Het belangrijkste voor het slagen van de warmtetransitie is voor mij namelijk dat warmte van warmtenetten ook betaalbaar is voor mensen, dat zij een offer you can't refuse krijgen, zoals gemeenten graag zouden zien. De minister vindt dat ook. Zij stelt voor dat er een prijsgarantie voor warmte moet komen voordat we overgaan naar het nieuwe kostenstelsel. Zo zorgen we dat mensen kunnen vertrouwen op de prijs van warmte, velen zich zullen inschrijven en de investeringen dus ook gunstiger worden. Volgens mij wil de hele Kamer dit. Maar ik denk dat het niet alleen moet blijven bij de belofte van deze welwillende minister, maar dat we dit moeten borgen in de wet. Daarom heb ik samen met collega Postma twee amendementen ingediend. Het eerste regelt wettelijk dat we niet overgaan naar fase 2 voordat de relatieve prijsgarantie is geregeld. Het tweede geeft een concrete grondslag om de betaalbaarheid te kunnen regelen via het vereveningsfonds. Ik zie uit naar de appreciatie van de minister op beide amendementen. Voorzitter. Dan de ingroeiperiode. In de wet is nog ruimte om zeven jaar private warmtebedrijven aan te wijzen indien een publiek bedrijf niet beschikbaar is. De wet geeft ruimte om daar na evaluatie als het nodig is tien jaar van te maken. Nu is er nog een amendement ingediend om die ingroeiperiode verder te verlengen naar dertien jaar, zodat nieuwe private warmtebedrijven tot die tijd nog steeds tot de markt kunnen toetreden. Als we dat optellen bij de overgangstermijn van 30 jaar, of zelfs 40 jaar, zoals een ander amendement van de VVD voorstelt, dan komen we uit in 2079. Is de minister het met D66 eens dat het onnodig is om de ingroeiperiode te verlengen naar tien jaar, aangezien er al een evaluatie in de wet zit en je daarmee ook op dat aantal kan uitkomen? Kan zij nog nader ingaan op de appreciatie van beide amendementen van de VVD, aangezien dat bij het WGO niet gebeurde? Is zij het ook met D66 eens dat de stapeling van amendementen leidt tot een hele lange overgangstermijn, die onwenselijk is voor overheden en bovendien weinig oplevert? Dat vraag ik ook in het licht van de reactie van de minister in de brief. Voorzitter. Dan het flankerend beleid. Met de wet is de warmtetransitie nog niet geregeld. Daarvoor moet de minister nog veel meer doen. Er moet geld beschikbaar komen om de bestaande warmtebedrijven over te nemen. De Warmtenetten Investeringssubsidie helpt voor een deel bij het wegnemen van de onrendabele top, maar doet nog niet genoeg. De minister is met een nieuwe WIS gekomen. Gemeenten uit de Bollenstreek die hiermee zijn gaan rekenen, zijn positief gestemd over de vereenvoudiging in de opzet van de regeling, maar wanneer zij vasthouden aan wat zij beschouwen als betaalbare warmte, blijft er nog steeds een gat staan voor de businesscase. Het scheelt misschien 10%, maar het blijft gaan om honderden miljoenen die zij tekortkomen om mensen een goed aanbod te kunnen doen. Dus concreet: wat gaat de minister doen om de financieringsproblemen weg te nemen, waar ook de Warmtealliantie heel duidelijk om vraagt, en te zorgen dat er wél een goede businesscase voor die warmtenetten komt voor ingang van de wet? Voorzitter. Ten tweede. De Algemene Rekenkamer constateert dat er tientallen verschillende subsidies zijn in de warmteketen, die op punten in strijd zijn met elkaar, niet gelijklopen in de tijd, en vanuit het ministerie van VRO en vanuit het ministerie van KGG verstrekt worden. Nu lees ik in de schriftelijke beantwoording van de minister goede dingen over het hervormen van de WIS, maar ik vraag haar: is zij bereid om de subsidies van de warmtetransitie integraal te bekijken en tegenstrijdige subsidies om te vormen, samen te voegen of te schrappen en daarmee ook de regeldruk te verlagen en het makkelijker te maken voor overheden? Ik overweeg op dit punt een motie. Dan de rol van de netbeheerders. De warmtetransitie gaat veel vragen van gemeenten, warmtebedrijven en alle betrokkenen. De netbeheerders bieden zich aan om een actieve rol te nemen in het warmteservicebedrijf, maar volgens de minister staat het groepsverbod ze dat niet toe. Ondanks dat geeft ze hun wel een rol in de warmtebedrijven. Samen met collega's Grinwis en Kröger dienen wij dan ook een amendement in om hen de benodigde diensten te kunnen laten leveren aan warmtebedrijven en gemeenten. Graag een reactie daarop van de minister. Per brief gaf zij al aan dat zij daar welwillend tegenover zou staan. Voorzitter. Ik deed in het WGO een oproep, die ik hier graag herhaal. Collega's, laten we deze wet voortvarend behandelen. De warmtetransitie is een pijler van de energietransitie, en dit wetsvoorstel heeft al te lang op zich laten wachten. Ook met de val van het kabinet is stilstand geen optie. Ik sluit graag af met een woord van dank, want op de achtergrond zijn er talloze mensen bezig geweest met deze wet: bestuurders, experts en bovenal de ambtenaren. Het zijn allemaal mensen die de energietransitie een warm hart toedragen. Ik dank hen voor het harde werk voor doorbraken voor Nederland.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Ik hoop dat de heer Kops niet meteen na het begin van mijn betoog is gestopt met luisteren, want ik heb nog heel veel meer gezegd, juist ook over de betaalbaarheid, die ik zo van belang vind voor mensen. Ik denk wel dat het goed is dat er gekozen is voor die publiek-private route, want het kan heel vaak ook gaan om samenwerkingen. Ik denk dat gemeenten daar een goede rol in kunnen spelen, bijvoorbeeld omdat zij veel ervaring hebben met het contact zoeken met bewoners, omdat zij hen goed van informatie kunnen voorzien en omdat bewoners hen ook goed weten te vinden. Daarbij, zo blijkt ook uit onderzoek, zal dat leiden tot meer vertrouwen van mensen om ook mee te doen met het warmtenet. Maar wat mij betreft staat als een paal boven water dat die betaalbaarheid cruciaal is. Die is niet geregeld door het kabinet dat er zat. Daar moet dus echt wat bij. Ik hoop dan ook echt op de steun van de heer Kops voor de amendementen die ik daarvoor indien, om te zorgen dat we die betaalbaarheid in de wet borgen. Daarna is er ook gewoon geld nodig om te zorgen dat mensen een goed aanbod kunnen krijgen; daarvoor moet echt worden bijgelegd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Nee, want zoals ik uitgebreid in mijn betoog heb aangegeven: ten eerste moeten zij juridisch sterker komen te staan. Op dit moment zegt de minister wel dat ze een goede prijs wil voor mensen, maar dat is nergens geregeld. Dat is dus precies de reden — daarom denk ik dat wij u aan onze zijde moeten vinden — dat wij die amendementen hebben ingediend. Daarmee regelen we ten eerste dat de relatieve betaalbaarheid ten opzichte van andere opties wordt geborgd in de wet, want dat ontbreekt nu. Daarnaast regelen we daarmee dat het vereveningsfonds door de overheid te gebruiken is om geld bij te storten, om te zorgen dat mensen een beter bod kunnen krijgen. Ik maak mij, net als de heer Kops, zorgen over bijvoorbeeld waar de hoogte van de prijs op zou uitkomen. Daarvoor is dus echt extra geld nodig, aan de voorkant, in de vorm van subsidies richting gemeenten, maar ook aan de achterkant, via zo'n vereveningsfonds. Maar ik maak me ook zorgen over de verschillen die er kunnen ontstaan, omdat ook uit de stukken blijkt dat het drie tot vier keer zo duur kan zijn bij de één als bij de ander in de straat ernaast. De wetenschappers hebben in de wetenschapstoets aangegeven dat de verschillende tarieven in landen waar die gebruikelijk zijn, zoals in Denemarken, geaccepteerd zijn. Maar ik verwacht dat die hier niet zo goed geaccepteerd zullen worden, omdat we daar simpelweg niet aan gewend zijn en we al heel hoge energieprijzen hebben. Dit is dus eigenlijk precies de reden waarom ik deze voorstellen hier doe, maar waarom ik ook echt de oproep aan dit demissionaire kabinet doe om met geld over de brug te komen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Zeker.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): De heer Kops gooit hier volgens mij nogal veel verschillende dingen op een hoop. Hij mag zijn eigen mening hebben over de energietransitie. Mijn mening is dat het nodig is dat we doorgaan met de energietransitie. Dat is niet alleen mijn mening, maar ook de mening van alle wetenschappelijke experts die zeggen dat het niet goed gaat met het klimaat. Ten tweede hoor ik de heer Kops vragen: wat lost deze wet nou op? Maar als we die wet niet invoeren, zou een andere grote zorg van de heer Kops niet worden aangepakt, namelijk die over netcongestie, het feit dat het stroomnet vol is en dat we straks te maken kunnen krijgen met enorme stroomstoringen. Want als we niet overgaan op die warmtenetten, moeten mensen allemaal individueel boilers en allerlei andere warmtepompsystemen gaan nemen, die voor veel meer druk zorgen, en ook nog eens voor veel meer kastjes in de buurt, iets waar ik de heer Kops zich ook altijd tegen hoor verzetten. Je kunt dus niet overal tegen zijn. Denken dat je daarmee het probleem oplost, is misschien ook iets wat ik een beetje het vorige kabinet en het populisme verwijt. Dat geldt hier weer. Juist wanneer ik de heer Kops en heel veel andere mensen in de Kamer hoor zeggen dat ze willen dat het betaalbaar is, zou ik er toch voor zijn dat we er dan samen in optrekken; laten we dan daadwerkelijk de zorgen die wij hebben, oplossen. Ik roep u nogmaals op om dan vooral ons amendement te steunen en daar serieus naar te kijken, want we moeten er wel voor zorgen dat we met elkaar vooruitkomen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Zeker. Het antwoord op de vraag is: lees mijn amendementen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Ik wil hierop doorgaan. De heer Erkens heeft een paar amendementen ingediend die ik toch echt zie als een afzwakking van de wet. Ik zou zeggen: als we het doen, ga er dan vol voor en zwak het niet op deze manier af. Er zijn inmiddels wat reacties op gekomen. De VNG ontraadt de amendementen en zegt dat die kunnen leiden tot een hogere boekwaarde voor warmtebedrijven en dus hogere maatschappelijke kosten, en niet tot meer investeringsbereidheid, maar wel tot meer vertraging. Wat vindt de VVD daarvan?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Ik hoopte al dat de heer Erkens zou beginnen over de brief van de minister, want ook de minister ontraadt de amendementen in deze vorm. De heer Erkens citeert namelijk maar een deel van de brief. De minister zegt: "Als het amendement wel zou leiden tot een significant hoger aantal aansluitingen zal ook de waarde van de warmtebedrijven meegroeien." Ze zegt daarbij dat er situaties denkbaar zijn dat het tot nieuwe investeringen leidt, zoals in Schiedam, maar dat het op andere plekken tot vertraging van de transitie kan leiden. Ze ziet niet zozeer wat het zou doen voor investeringen in publieke warmte. Wel zegt ze dat dit het op deze manier ook niet verder gaat helpen. Kortom, dit is toch gewoon een afzwakking van de wet?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Het gaat hier niet om ... Volgens mij hebben we nu de hele brief voorgelezen. Er staat gewoon duidelijk als conclusie: er zijn voors en tegens, maar de minister ontraadt de amendementen. Laten we daar even duidelijk over zijn. Daarbij denk ik dus niet dat het nou zorgt voor veel grote verbeteringen. Dat staat dus ook in de brief. Het zal er vooral toe leiden dat het allemaal langer duurt en dat het nog meer vertraging oploopt. Ik zie er, kortom, gewoon niet de voordelen van. Ik zal er inderdaad ook niet positief over oordelen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Rooderkerk (D66): Nou, een korte interruptie. Want eigenlijk haalt de heer Erkens daarmee de evaluatie eruit. Dat is dan toch minder zorgvuldig? Het kan nu namelijk al naar tien jaar, na een evaluatie na zeven jaar. Dan snap ik de noodzaak van het amendement niet helemaal.
Bron, video en gesprek →