Twee uitspraken, twee debatten. Ik leg de bijdrage van Laurens Dassen in Pakket Belastingplan 2027 naast die van David van Weel in Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit) (36876). Welke verschillen zien jullie in de afwegingen? Lees vooral de passages zelf: de context van beide debatten telt mee.
statement Pakket Belastingplan 2027“De heer Dassen (Volt): Oké, dank u wel, voorzitter. Ik kijk even wat ik al gehad heb: tonnen, en meer erven. De staatssecretaris heb ik ook al gehad. Dit heb ik ook al gehad. Dat helpt. Voorzitter. Als we kansengelijkheid willen vergroten, is dit een logische optie.”statement Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit) (36876)
“Minister Van Weel: Omdat deze bedrijven dus niet strafrechtelijk vervolgd zullen worden. Dat is nu juist het punt. Hier is niks fout gedaan. Hier hebben we het over bonafide ondernemers. Die zullen dus niet in deze situatie komen.”