Antwoord op vragen van de leden Sneller, Podt en Inge van Dijk over het dreigende vertrek van ASML
Brontekst
Versie 4c4dda38f87a6af0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2044Vragen van de leden Sneller, Podt (beiden D66) en Inge van Dijk (CDA) aande Ministers voor Economische Zaken en Klimaat en van Sociale Zaken enWerkgelegenheid over het dreigende vertrek van ASML (ingezonden 7 maart2024).Antwoord van Minister Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en vanMinister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 21 juni2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1345.Vraag 1Bent u bekend met het bericht «Geheime operatie kabinet onder codenaam«Beethoven» om dreigend vertrek ASML»?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Kunt u bevestigen dat het demissionaire kabinet werkt aan een plan om tevoorkomen dat ASML naar het buitenland vertrekt? Deelt u de mening dat hetvertrek van ASML koste wat kost voorkomen moet worden?Antwoord 2Met de brief2 aan uw Kamer van 28 maart jl. heeft het kabinet aangekondigddat het extra stappen wil zetten ter versterking van het ondernemingsklimaatvan de Nederlandse chipsector, wat tot stand gekomen is onder de noemerProject Beethoven. Dit project is gestart vanwege het grote belang van demicrochipsector voor Nederland, met ASML als grote aanjager. De sectorgroeit wereldwijd enorm en met de aangekondigde maatregelen wil hetkabinet mogelijk maken dat uitbreidingen en investeringen van ASML en degehele sector in Nederland plaats kunnen vinden. Op 22 april jl. werd bekenddat de gemeente Eindhoven en ASML de intentie hebben uitgesproken teverkennen of verdere uitbreiding mogelijk is op de Brainport IndustriesCampus.1Telegraaf, 6 maart 2024, «Geheime operatie kabinet onder codenaam »Beethoven» omdreigend vertrek ASML». (www.telegraaf.nl/financieel/1492170069/geheime-operatie-kabinet-onder-codenaam-beethoven-om-dreigend-vertrek-asml/?utm_source=whatsapp&utm_medium=referral&utm_campaign=whatsapp)2Kamerstuk 33 009, nr. 141 ah-tk-20232024-2044ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 Vraag 3Wat is het gevolg voor de Nederland economie wanneer ASML of andereinnovatieve koplopers ervoor zou kiezen om (deels) naar het buitenland teverplaatsen? Kunt u de effecten op het verdienvermogen van Nederland inbeeld brengen? Kunt u de effecten op de strategische autonomie vanNederland in beeld brengen?Antwoord 3Het is lastig in te schatten wat de exacte gevolgen zouden zijn voor hetverdienvermogen en de strategische autonomie als ASML of andereinnovatieve koplopers ervoor zouden kiezen om (deels) naar het buitenland teverplaatsen. Dat is in de eerste plaats afhankelijk van de omvang van deverplaatsing en het belang van het bedrijf of onderdeel dat zich verplaatst. Inzijn algemeenheid kan het kabinet wel aangeven dat het een aanzienlijkeimpact zal hebben op het verdienvermogen en de economie in Nederland. Inverschillende opzichten, naast verlies van banen moet men onder meer ookdenken aan het verlies aan innoverend vermogen, afname van technologi-sche kennisoverdracht, de gevolgen voor de toeleveringsketen en lokaleleveranciers, de impact op export en handel en het verlies van belastingin-komsten. Alleen al in Nederland zijn er 1.600 toeleveranciers van ASML,waarvan het overgrote deel bestaat uit mkb. Voor deze bedrijven kan deimpact groot zijn, zeker als ASML de grootste afnemer is. Bovendien spelenbedrijven veelal een belangrijke rol in de lokale omgeving omdat ze ookmaatschappelijke bijdragen leveren, zoals bijvoorbeeld sponsoring ofondersteuning van het personeel. Het is daarom in het belang van Nederlandom dergelijke bedrijven te behouden en te werken aan een sterk vestigingskli-maat.Verder is het van groot belang om internationaal een speler van betekenis teblijven, mee te komen in de mondiale concurrentiestrijd én onze afhankelijk-heid van anderen te beperken. Ook is het verkrijgen en behouden vanleiderschap op strategische technologische punten voor Nederland cruciaal.De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert omfundamentele keuzes te maken over wat voor economie en samenleving wein Nederland willen, en welk type banen daarop aansluiten. Daarbij moetgekeken worden naar welke inrichting van de economie bijdraagt aan onzebrede welvaart. Volgens het kabinet is dit een hoogwaardige economie metvier pijlers: een duurzame, innovatieve en weerbare economie waar desamenleving van meeprofiteert. Dit staat beschreven in het Perspectief op deNederlandse Economie.3 Inzet op behoud van economische activiteiten als demicrochipsector in Nederland sluit aan op het toewerken naar de economiemet vier pijlers. Dit betreft hoogproductieve bedrijvigheid die het innovatie-vermogen en de strategische autonomie van Nederland vergroot, met eenbeperkte milieu- en ruimtedruk. Dit type bedrijvigheid kan bepalend zijn voorde banen van de toekomst. Ook de Nationale Technologie Strategie4 laat ziendat het kabinet kiest voor de technologiegebieden die ten grondslag liggenaan deze sector. Het groeipotentieel wordt eveneens bevestigd in hetonderzoek naar toekomstige groeimarkten in Nederland, dat in december metuw Kamer gedeeld is.5Vraag 4Welke maatregelen liggen er op tafel om bedrijven als ASML in Nederland tehouden? Kunt u ingaan op de specifieke overwegingen die deze diversemaatregelen omvatten?Antwoord 4De maatregelen richten zich op de volgende punten: meer microchip-talentop alle onderwijsniveaus; het verhelpen van knelpunten op het gebied vanbereikbaarheid, betaalbare woningen en netcongestie in de Brainportregio;voldoende fiscale armslag voor het bedrijfsleven; meer samenwerking encoördinatie bij geopolitieke ontwikkelingen en exportcontrole; een nationale3Kamerstuk 33 009, nr. 1314Kamerstuk 33 009, nr. 1405Kamerstuk 33 009, nr. 137Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 agenda voor de microchipsector; en een structurele dialoog tussen Rijksover-heid en de Brainportregio.Met deze maatregelen komt het kabinet tegemoet aan de knelpunten dievolgens de sector zelf belemmeringen voor verdere groei in Nederlandvormen. Gezien het grote belang van deze sector voor Nederland, zoalsbeschreven in de bijlage bij de Kamerbrief is de overweging gemaakt dat hetvan groot belang is ervoor te zorgen dat bedrijven ook in de toekomst inNederland zullen blijven investeren. Daarbij richten de financiële investerin-gen zich op meer technisch talent, bereikbaarheid en betaalbare woningbouw,wat elk ook bredere maatschappelijke voordelen met zich meebrengt.Vraag 5Deelt u de mening dat het verdienvermogen van Nederland vooral gebaat isbij een visie op de lange termijn en investeringen? Deelt u de mening datkorte termijn paniekvoetbal dus zoveel mogelijk voorkomen moet wordenomdat dit de economie schaadt?Antwoord 5Ja, het verdienvermogen van Nederland is bovenal gebaat bij een visie op delange termijn en investeringen. Bedrijven hebben behoefte aan stabiel envoorspelbaar (lange termijn)overheidsbeleid. Bedrijven moeten hun bedrijfs-voering – juist om de kansen van de transities te benutten – tijdig kunnenaanpassen op basis van duidelijke transitiepaden en langetermijndoelstellin-gen van de overheid. Voorspelbaarheid is bij dergelijke bedrijfsbeslissingenvan groot belang, vooral wanneer investeringen over meerdere jarenterugverdiend moeten worden. Het streven naar meer stabiliteit in overheids-beleid voor bedrijven is dan ook een van de strategische uitgangspunten terversterking van ons ondernemingsklimaat. Een stabiel en voorspelbaar fiscaalstelsel is een van de strategische actiepunten in de agenda voor hetvestigings- en ondernemingsklimaat van dit kabinet.6 Deze belangrijkerandvoorwaarden komen ook terug in het pakket aan maatregelen terverbetering van het ondernemingsklimaat van de Nederlandse chipsector.Vraag 6 en 7Erkent u dat het uitstellen van de vierde ronde van het Groeifonds bijdraagtaan de onzekerheid over investeringen in onze economie en het verdienver-mogen van de toekomst en dat bedrijven en kennisinstellingen hiervan denegatieve (financiële) gevolgen van ondervinden?Bent u tot nieuwe inzichten gekomen over de vierde ronde van het NationaalGroeifonds en deelt u de mening dat deze niet nogmaals kan wordenuitgesteld of zelfs wordt opgeschort? Bent u bereid het besluit te heroverwe-gen? Deelt u de mening dat als dit wel gebeurt, hiermee lange termijninveste-ringen in ons verdienvermogen worden beperkt?Antwoord 6 en 7In mijn brief van 28 maart jl.7 heb ik mijn besluit om de vierde ronde van hetNationaal Groeifonds te pauzeren toegelicht. Daarbij heb ik aangegeven dat,na de uitslag van de stemmingen over de moties-Sneller8, de publicatie vande openstellingsregeling en de openstelling van de vooraanmelding per1 april 2024 niet meer realistisch was. Dit betekende ook dat de eerdergecommuniceerde planning van openstelling in juni 2024 niet mogelijk meerwas. Ik heb daarom aangegeven dat ik deze uitslag niet anders kon interpre-teren dan dat er op dat moment onvoldoende steun was in de Tweede Kamerom de vierde ronde op korte termijn open te stellen. Zoals aangegeven inmijn brief, besef ik dat de pauzering van de vierde ronde voor alle bedrijvenen organisaties die veel tijd en moeite hebben gestoken in de ontwikkelingvan een voorstel voor de vierde ronde een teleurstelling is.In het hoofdlijnenakkoord, dat de fractievoorzitters van de formerendepartijen op 15 mei jl. hebben aangeboden aan de Tweede Kamer, wordt het6Kamerstuk 32 637, nr. 5937Kamerstuk 36 410 L, nr. 13.8Kamerstuk 32 637, nr. 618; Kamerstuk 32 637, nr. 619Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 gebrek aan draagvlak voor de vierde ronde verder bevestigd.9 De formerendepartijen geven aan dat zij voornemens zijn de vierde en de vijfde ronde vanhet Nationaal Groeifonds te laten vervallen. Het huidige kabinet zal daaromgeen handeling op korte termijn meer ondernemen ten aanzien van de vierderonde.Vraag 8Hoe bewaakt u dat afspraken worden nagekomen en dat er voldoende wordtgeïnvesteerd in lange termijn innovatie, R&D en het duurzame verdienvermo-gen van de toekomst? Hoe geeft u bedrijven hierbij ook de zekerheid dat dezepublieke gelden op hun plek komen?Antwoord 8Nederland streeft naar een jaarlijkse besteding van 3% van het brutobinnenlands product (bbp) aan R&D vanaf 2030 (dat was 2,26% in 2021). Ditis de zogeheten Lissabondoelstelling voor het totaal van private en publiekeinvesteringen in R&D. Het kabinet heeft daartoe de nodige acties onderno-men, zoals de investeringen via het Nationaal Groeifonds, het fonds vooronderzoek en wetenschap à 500 miljoen euro per jaar voor 10 jaar, hetverhogen en indexeren van het budget voor de WBSO en heeft zich ingezetvoor een stabiele en voorspelbare Innovatiebox. Met het Toekomstfondsinvesteren we doorlopend in het duurzame verdienvermogen van detoekomst door investeringen in valorisatie en start- en scale-ups. Tezamenmet de kenniswerkersregeling (30%-regeling) maakt dit generieke beleid hetvoor verschillende typen bedrijven aantrekkelijk om te blijven innoveren.Via het missiegedreven innovatiebeleid en het daaraan gekoppeld innovatie-instrumentarium geeft het kabinet richting aan bedrijven en kennisinstellin-gen over welke maatschappelijke vraagstukken voor het kabinet prioriteithebben voor het ontwikkelen van innovaties. In dat kader is eind 2023 hetKennis- en Innovatieconvenant 2024–2027 getekend door twaalf bewindsper-sonen, kennisinstellingen, bedrijfsleven en regionale partners, inclusief deintenties voor hun inzet hierop gedurende die jaren. In de uitvoering van degezamenlijk opgestelde Kennis- en Innovatieagenda’s worden deze intentiesomgezet naar praktijk.Om in 2021 de doelstelling van 3% te behalen hadden de R&D uitgaven in deNederlandse economie 6,7 miljard euro hoger moeten zijn, waarvan hetmerendeel privaat. Het behalen van de 3%-doelstelling is een gezamenlijkeverantwoordelijkheid. Dat betekent dat het van belang is niet alleen alsoverheid te blijven investeren in R&D, maar ook extra investeringen in R&Dvan het bedrijfsleven uit te lokken. Diverse andere landen zoals België,Duitsland en Denemarken slagen beter in beiden.Stabiel en voorspelbaar beleid is ook bij innovatiebeleid het uitgangspunt.Voor bedrijven is dat een essentiële voorwaarde om in Nederland te blijveninvesteren in R&D, omdat deze investeringen voor de lange termijn gedaanworden. Die voorspelbaarheid staat onder druk; bedrijven hebben duidelijk-heid en stabiliteit nodig van bijvoorbeeld innovatie en fiscaal beleid. Voor eenduurzaam verdienvermogen in de toekomst, is het van belang dat we nu ookde randvoorwaarden voor het stimuleren van R&D-investeringen op ordehouden. Dit komt ook terug in het rapport over Groeimarkten voor Neder-land.10Vraag 9Erkent u dat het aantrekken van buitenlands talent van groot belang is voorveel innovatieve bedrijven, zoals ASML? Erkent u daarmee ook dat hetaantrekken van buitenlands talent van groot belang is voor het Nederlandseverdienvermogen van de toekomst, en dat het daarbij belangrijk is om eengericht onderscheid te maken tussen kennismigranten waar een groot tekortaan is en laagbetaalde arbeidskrachten?9Budgettaire bijlage hoofdlijnenakkoord | Rapport | Kabinetsformatie (kabinetsformatie2023.nl),pagina 1210Kamerstuk 33 009, nr. 137Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4 Antwoord 9In de brief van 28 maart jl. aan uw Kamer over investeringen in het onderne-mingsklimaat van de microchipsector gaat het kabinet in op knelpunten bijhet aantrekken van talent in de Nederlandse microchipsector.11 Het kabineterkent dat kennismigranten een belangrijke bijdrage leveren aan de Neder-landse economie en innovatiekracht. Ook de Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen 2050 en de Adviesraad Migratie wijzen op de maatschappe-lijke voordelen van hoogproductieve (kennis)migratie. De Staatscommissieadviseert bovendien om fundamentele keuzes te maken over wat vooreconomie en samenleving we willen in Nederland, en welk type banendaarbij horen. Volgens dit kabinet moeten we toe naar een hoogwaardigeeconomie met vier pijlers: een duurzame, innovatieve en weerbare economiewaar de samenleving van meeprofiteert. Kennismigratie draagt bij aan deinzet op deze vier pijlers.Bestaand migratiebeleid maakt actief onderscheid tussen kennismigratie enoverige arbeidsmigratie van buiten de EU. Het kabinet voert restrictief beleidrichting overige arbeidsmigranten uit derde landen, die niet voldoen aan decriteria van de kennis- en talentregelingen voor arbeidsmigranten van buitende EU. Binnen de EU pakt het kabinet misstanden stevig aan om concurrentieop arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. Zo voert het kabinet de aanbevelingenvan het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onverkort en meturgentie uit om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Op Europeesniveau zet het kabinet zich in voor grensoverschrijdende samenwerking rondeerlijke arbeidsmobiliteit en verbeterde informatievoorzieningen in herkomst-landen.Vraag 10Deelt u de mening dat, door de opkomende vergrijzing in veel ontwikkeldeeconomieën, er mogelijk een mondiale «battle for talent» zal ontstaan? Deeltu de mening dat andere landen, zoals Duitsland en Frankrijk, veel meer actiefbeleid voeren dan dat gericht is op het winnen van deze slag om talent danNederland?Antwoord 10Het kabinet herkent dat de wereldwijde vraag naar talent groot is en ziet dateen verscheidenheid aan sectoren in alle EU-lidstaten momenteel te makenheeft met toenemende arbeidsmarktkrapte. Die krapte is mede zorgelijk alsgekeken wordt naar de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Er isgoed opgeleid en genoeg personeel nodig, ook om te werken aan noodzake-lijke transities en de prioriteiten die het kabinet heeft gesteld.Het kabinet ziet een duidelijke rol voor de overheid om krapte aan te pakken,naast de essentiële rol van werkgevers en werkenden zelf. Daarom werkt hetkabinet op dit moment aan verschillende mogelijkheden om de krapte op dearbeidsmarkt aan te pakken, via drie pijlers: verhoging van de arbeidsproduc-tiviteit, vergroting van het arbeidsaanbod (onder andere door meer mensente stimuleren om meer uren te werken) en verbetering van de match tussenvraag en aanbod op de arbeidsmarkt (onder andere door de aansluitingtussen het initieel onderwijs en de arbeidsmarkt te verbeteren). Ook heeft ditkabinet verschillende sectorale plannen opgezet, zoals het programmaToekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ), het ActieplanGroene en Digitale Banen en de aanpak personeelstekort in de kinderopvang.Het kabinet ziet arbeidsmigratie van buiten de EU, met uitzondering vankennismigratie, als sluitstuk voor de aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt.Voor kennismigratie streeft het kabinet ernaar om internationaal talent dateen bijdrage levert aan de Nederlandse kenniseconomie, concurrentiekrachten innovatief vermogen, te faciliteren. Ten aanzien van kennismigranten voerthet kabinet daarom uitnodigend beleid. Via de kennismigrantenregelingkrijgen arbeidsmigranten toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt, wanneerzij aan een gespecificeerd salariscriterium voldoen. Hierin komen specialisti-sche kennis en vaardigheden van een kennismigrant tot uiting. Dit laatonverlet dat misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling moet wordentegengegaan.11Kamerstuk 33 009, nr. 141Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel5 Een goede internationale vergelijking van de mate waarin landen actiefuitnodigend beleid voor kennismigranten voeren is moeilijk te maken.Duitsland werkt bijvoorbeeld aan vrij omvangrijke versoepelingen over degehele breedte van het arbeidsmigratiebeleid, waarbij ook voor praktischgeschoolden mogelijkheden worden verruimd om in Duitsland een baan tevinden. Een andere binnenlandse situatie, zoals minder gebrek aan ruimte inDuitsland, kan eraan bijdragen dat Duitsland daarin andere keuzes maakt.Verder heeft het EU Tax Observatory in haar Global Tax Evasion Report 2024(2023) begunstigende fiscale regimes voor inkomende personen in Europavergeleken. In Nederland is dat voor kennismigranten de 30%-regeling.Vrijwel alle Europese landen hebben een dergelijke regeling. Nederland ismet België en het Verenigd Koninkrijk een van de koplopers qua hoeveelheiddeelnemers en daarmee budgettair beslag. Wel is het gemiddelde belasting-voordeel per gebruiker in Nederland relatief laag en de looptijd van 5 jaarrelatief kort. De 30%-regeling is bij amendement versoberd per 1 januari202412. De versobering betreft een stapsgewijze afbouw van de vrijstellingvan 30% van het loon met 10 procentpunt per 20 maanden. In reactie hieropis het kabinet door diverse werkgevers gewezen op de negatieve effecten diedit zal hebben op de slagkracht van Nederlandse organisaties bij hetaantrekken van buitenlands talent.13Vraag 11Deelt u de mening dat Nederland ook achterblijft qua flankerend beleid,bijvoorbeeld doordat echtgenoten van kennismigranten vaak niet ofmoeizaam aan het werk komen, wat Nederland minder aantrekkelijk maakt alsvestigingsland?Antwoord 11Een veelvoud aan beleidsterreinen beïnvloedt, al dan niet direct, het aantalkennismigranten in Nederland, zoals het onderwijsbeleid, fiscaal beleid engezinsmigratiebeleid.14 Regioplan concludeerde dat de kwaliteit van hetleefklimaat in Nederland, loopbaanmogelijkheden, de kennisinfrastructuur enfinanciële overwegingen belangrijke beweegredenen vormen voor kennismi-granten om voor Nederland te kiezen. Ook het loopbaanperspectief vanmeereizende gezinsmigranten speelt een rol. Zo geeft 1 op de 3 vertrekkendeexpats de beperkte mogelijkheden voor studie en werk van hun partner alsreden op voor hun vertrek uit Nederland.15 De Staatscommissie Demografi-sche Ontwikkelingen 2050 wijst er eveneens op dat een goede sociale landingvan de partners van kennismigranten bijdraagt aan het aantrekken enbehouden van kennismigranten in Nederland. Partners van kennismigrantenhebben daarom vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Hunwerkgevers hebben geen tewerkstellingsvergunning nodig om hen te latenwerken in Nederland.Desondanks kennen gezinsmigranten die meekomen met kennismigranteneen relatief lage arbeidsparticipatie. Deze participatiegraad ligt op 44,9%onder gezinsmigranten van buiten de EU die tussen 2014 en 2021 meekwa-men met kennismigranten (op basis van de kennismigrantenregeling) en op31 december 2021 nog in Nederland wonen.16 (School)kinderen en studentenzijn hierbij niet meegerekend. Daarnaast ligt de arbeidsduur onder werkende,met arbeidsmigranten meegekomen gezinsmigranten lager dan onder anderekennismigranten uit derde landen. Een kanttekening bij de lage participatie-graad van gezinsmigratie die volgt op kennismigratie, is dat meereizendegezinsleden zelf ook als arbeidsmigrant naar Nederland kunnen komen. In datgeval zullen zij niet als gezinsmigrant geregistreerd worden. De mate waarindit het geval is, is niet bekend. Verschillende expatcentra zetten momenteel inop het verhogen van de arbeidsparticipatie onder de partners van kennismi-granten, zoals in de gemeente Amsterdam en Eindhoven.12Kamerstuk 36 418, nr. 63.13Kamerstuk 36 418, nr. AM14Adviesraad Migratie. (2022). Adviesrapport «Realisme rond richtgetallen – Kansen en risico’svan streefcijfers en quota in het migratiebeleid».Rapport Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050. (2024). Gematigde groei.15Regioplan. (2018). Eindrapport – Aantrekkelijkheid van Nederland voor kennismigranten.16CBS. Dashboard Arbeidsmigratie niet-EU/EFTA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel6 Vraag 12Deelt u de mening dat Nederland niet alleen achterblijft op dat vlak quanationaal beleid, maar ook qua deelname aan EU-beleid dat gericht is op hetaantrekken van buitenlands talent, zoals de EU-talent pool?Antwoord 12Zoals hierboven genoemd ziet het kabinet arbeidsmigratie van buiten de EU,met uitzondering van kennismigratie, als sluitstuk voor de aanpak vantekorten op de arbeidsmarkt. De keuze of Nederland wel of niet zal deelne-men aan de EU-talentenpool wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Hetdemissionaire kabinet zet zich in de lopende onderhandelingen over hetvoorstel wel actief in om het instrument zo vorm te geven dat de in hetBNC-fiche genoemde bezwaren en vragen zo goed als mogelijk wordengeadresseerd.17 Zo ziet het kabinet onder meer een risico op oneigenlijkedetachering naar Nederland van derdelanders aangeworven via deEU-talentenpool.Vraag 13Kunt u de mogelijke gevolgen schetsen van een situatie waarin Nederland demondiale «battle for talent» verliest en (mede) hierdoor een onaantrekkelijkvestigingsklimaat krijgt? Welke mogelijke gevolgen heeft dit voor deeconomische groei, de werkgelegenheid, en onze welvaart?Antwoord 13Een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat is van groot belang voor hetverdienvermogen van Nederland. Een sterk ondernemingsklimaat isbovendien essentieel om de ambities en inzet van dit kabinet op eentoekomstbestendige economie met maximale brede welvaart te realiseren.Een gunstig ondernemingsklimaat is ook van groot belang gezien de rol vanhet bedrijfsleven in het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Hetdraagt bij aan innovaties en verduurzaming, stimuleert ondernemerschap eninvesteringen in nieuwe technologieën en duurzame toekomstbestendigepraktijken. In de brief over alternatieve dekkingsopties naar aanleiding vanhet Belastingplan 2024 schetst het kabinet dat bezorgde signalen over hetvestigingsklimaat onder andere gedreven wordt door de schaarste aan(gekwalificeerd) personeel. Ook geven Nederlandse bedrijven aan te ervarendat hun slagkracht in het aantrekken van buitenlands talent onder drukstaat.18Arbeidsmigranten met een specialistische kennis die in Nederland schaars isdragen (netto) bij aan het innovatievermogen van de Nederlandse economie,zoals de Adviesraad Migratie ook stelt.19 Het wegvallen van deze kennismi-gratie zou daarmee onwenselijk zijn voor de productiviteitsgroei in Neder-land, het vestigingsklimaat en de transitie richting een hoogproductievekenniseconomie. Bovendien vormt productiviteitsgroei een belangrijke pijlervoor het verminderen van arbeidsmarktkrapte.Vraag 14Deelt u de mening dat het verstandig zou zijn om actief beleid te voeren ophet aantrekken van buitenlands talent en andere manieren om het aantrekke-lijk te maken voor bedrijven om zich hier te vestigen (zoals investeren ininnovatie), omdat dit van belang is voor onze banen en welvaart?Antwoord 14Het kabinet deelt deze mening voor kennismigranten (zie ook het antwoordop vraag 10).17Kamerstuk 22 112, nr. 3859.18Kamerstuk 2023/2024, 36 418, nr. AM19Adviesraad Migratie. (2023). Verkenning: Arbeidsmigratie: oplossing voor economie endemografie?.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel7
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.