KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda Milieuraad d.d. 17 december 2024 te Brussel

2 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a65a987ea64be2e0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 969 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENEGROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 december 2024Hierbij doen wij u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde agenda van de Milieuraadvan 17 december 2024 toekomen. Het kabinet is voornemens deel tenemen aan deze Milieuraad. De inhoud van deze geannoteerde agendageeft de meest recente stand van zaken weer.Daarnaast wordt u geïnformeerd over de uitvoering van de motie-Erkensover het aangeven dat voor Nederland bij een potentieel EU-klimaatdoelvoor 2040, een stevig uitvoeringspakket randvoorwaardelijk is. U wordtook geïnformeerd over de kabinetsreactie op de publieke consultatie vande Europese Commissie over de herziene richtlijn betreffende de reductievan de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen(NEC-richtlijn). De inbreng op deze consultatie is als bijlage toegevoegd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,C.A. JansenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. Hermans kst-21501-08-969ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9691 I. GEANNOTEERDE AGENDA MILIEURAAD Tijdens de Milieuraad in Brussel op 17 december 2024 wordt eenalgemene oriëntatie verwacht op de verordening ter voorkoming vanpelletverlies om microplastic te verminderen. Daarnaast is een voort-gangsrapportage voorzien over de verordening Circulaire Voertuigenalsook een gedachtewisseling over het Klimaatdoel 2040. Tot slot staan erenkele diversenpunten geagendeerd.Circulaire Voertuigen (End-of-Life vehicles)Op 13 juli 2023 heeft de Europese Commissie (hierna «Commissie») eenvoorstel gepresenteerd voor een verordening over circulariteitseisen voorvoertuigontwerp en het beheer van afgedankte voertuigen.1 Op15 september 2022 is de Kamer over dit voorstel geïnformeerd via hetBNC-fiche.2 Met deze verordening zal de Richtlijn betreffendeautowrakken3 en de Richtlijn betreffende typegoedkeuring van motorvoer-tuigen inzake herbruikbaarheid, recycleerbaarheid en mogelijke nuttigetoepassing4 (de «3R Richtlijn») worden ingetrokken. Delen van de inhoudworden overgenomen in de nieuwe verordening, met toevoeging vannieuwe elementen. Hierbij valt te denken aan een verplichte toepassingvan plasticrecyclaat en een circulair voertuigenpaspoort. Tijdens deMilieuraad is een beleidsdiscussie voorzien over de voortgang van deonderhandelingen.Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt het voorstel van de Commissie omdat het eenbelangrijke stap voorwaarts is voor de verduurzaming van voertuigen. Hetvoorstel omvat de gehele levenscyclus van een voertuig, van ontwerp totafvalfase, en jaagt de transitie naar een circulaire economie verder aan.Het kabinet steunt de sterke ambitie ten aanzien van circulariteit in dezeverordening. Een hoge verplichte doelstelling voor recyclaattoepassingvan plastic en een additioneel doel voor het toepassen van biogebaseerdplastic, ziet het kabinet als belangrijke elementen. Daarnaast zijn ontwerp-eisen ten behoeve van onder andere reparatie en hergebruik, een circulairvoertuigenpaspoort en een circulariteitsstrategie per voertuigtype vanbelang. Voor onder andere de afvalfase van voertuigen is het kabinetvoorstander van de voorgestelde verbreding van het UPV-systeem(uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) voor auto’s naar anderevoertuigcategorieën zoals aanhangwagens en motorfietsen. Voor dezenieuwe categorieën zal een systeem voor afvalinzameling en -verwerkingworden ingericht. Een mechanisme waarbij kosten voor het afvalbeheervan voertuigen tussen lidstaten wordt verrekend, is een uitdaging in deuitvoering, maar wel een belangrijk punt.Tot slot hecht het kabinet veel waarde aan maatregelen om te voorkomendat voertuigen (illegaal) geëxporteerd worden die niet rijwaardig zijn enals afval (voertuigwrak) zijn bestempeld, waarbij negatieve milieueffectenworden afgewenteld op derde landen. Regelgeving die duidelijk onder-scheid maakt tussen voertuigen en voertuigwrakken en een geldigeAPK-keuring als voorwaarde voor het toestaan van het exporteren vaneen gebruikt voertuig, worden daarom verwelkomd door het kabinet. Hetkabinet houdt daarbij oog voor de handelspolitieke aspecten van hetvoorstel en de impact hiervan op derde landen.1COM (2019) 6402Kamerstuk II 2022–23, 22 112, nr. 37763Richtlijn 2000/53/EC4Richtlijn 2005/64/ECTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9692 KrachtenveldHet voorstel van de Commissie wordt over het algemeen positiefontvangen door de lidstaten, al zijn er wel vragen over de uitwerking vande typegoedkeuring van voertuigen en over aanvullende circulariteit-seisen. Nederland is sterk voorstander van dit laatste punt, samen meteen kleine groep gelijkgestemde landen, die mogelijkheden ziet voorverdere aanscherping. Deze groep lidstaten ziet in deze voorstellen kansenvoor het versterken van het concurrentievermogen van de industrie,evenals voor het verlagen van de milieudruk die wordt geëxporteerd naarderde landen. Daar tegenover staat een terughoudende groep lidstatendie regeldruk voor autofabrikanten vreest en pleit voor het afzwakken vaneen aantal bepalingen, voornamelijk met betrekking tot de circulariteit-seisen.MicroplasticsOp 16 oktober 2023 heeft de Commissie het voorstel gepubliceerd voor deverordening ter voorkoming van pelletverlies om microplasticvervuiling teverminderen. De Kamer is op 15 november 2023 over dit voorstelgeïnformeerd via het BNC-fiche5 en op 14 maart jl. via de GeannoteerdeAgenda van de Milieuraad van 25 maart jl.6Het kabinet acht een verordening ter voorkoming van pelletverlies tijdensproductie, transport en omvorming nodig om microplasticvervuiling teverminderen. In tegenstelling tot andere vormen van microplastics dieintrinsiek gepaard gaan met productgebruik (zoals bandenslijtage, slijtagevan verf, textiel, etc.) dient de lekstroom van pellets bij productie, vervoerof omvorming namelijk in principe geen enkel doel. Daarom moet dezevorm van vervuiling tot een minimum beperkt worden. Het voorzitter-schap streeft ernaar tijdens deze Milieuraad een algemene oriëntatie tebereiken.Inzet NederlandHet kabinet kon het initiële voorstel van de Commissie op hoofdlijnensteunen en heeft in voorgenoemd BNC-fiche aangegeven op onderdelenwel te zullen pleiten voor een hoger ambitieniveau. Het huidige compro-misvoorstel van het voorzitterschap is met name op het onderdeel van dedrempelwaarde (1.000 ton) minder dan het gewenste Nederlandseambitieniveau. Toch is de totale compromistekst aanvaardbaar. Zo is,conform de wens van het kabinet, de definitie van «plastic korrel»verruimd, zodat ook andere vormen van polymeren voor de productie vaneind- of deelproducten onder de verordening vallen. Ook zijn kleinebedrijven niet meer uitgezonderd van bepaalde verplichtingen. Dit is ookgewenst, aangezien de bedrijfsomvang niet direct samenhangt met dehoeveelheid verhandelde microplasticpellets. Ook is op initiatief vanonder andere Nederland een herzieningsclausule opgenomen om in 2030de drempelwaarde te heroverwegen.Het huidige compromisvoorstel adresseert de in de onderhandelingengevoelige onderwerpen als volgt:•Maritieme scheepvaart: De maritieme scheepvaart wordt onder deverordening gebracht en de bijbehorende verplichtingen worden in lijngebracht met de huidige IMO-richtlijnen hieromtrent. Dit creëert eengelijker speelveld tussen de maritieme scheepvaart en anderevervoerders over land en via binnenvaart.5Kamerstuk II 2023–24, 22 112, nr. 38396Kamerstuk II 2023–24, 21 501-08, nr. 936Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9693 •Niet-EU vervoerders: Vervoerders die niet in de EU gevestigd zijn,moeten een gemachtigd vertegenwoordiger in de EU aanwijzen. Dezemoet ervoor zorgen dat niet-EU vervoerders aan dezelfde verplichtin-gen moeten voldoen als hun in Europa gevestigde collega’s. Dat komtde concurrentiepositie van bedrijven in de EU ten goede. Daarbij is hetwel van belang dat deze maatregel geen disproportionele impact heeftop niet-EU vervoerders en in lijn is met internationale afspraken.•Vergunningsstelsel: Naast een certificeringsschema hebben lidstatenstraks ook de mogelijkheid om naleving af te dwingen via eenvergunningsstelsel, zolang dit een vergelijkbaar beschermingsniveauvoor milieu oplevert als certificering.•Grootte van ondernemingen: Micro-ondernemingen zullen wel wordenuitgezonderd van bepaalde verplichtingen, zoals certificering, maarkleine-ondernemingen niet.•Drempelwaarde: De drempelwaarde, die onder andere bepaaltwanneer een bedrijf zich moet laten certificeren, blijft 1.000 ton, zoalsinitieel door de Commissie voorgesteld. Wel wordt een clausuleopgenomen dat deze waarde binnen vijf jaar geëvalueerd zal wordenen waar mogelijk naar beneden bijgesteld zal worden.Indicatie krachtenveldHet compromisvoorstel van de voorzitter lijkt goed te worden ontvangendoor de meeste lidstaten en daarmee lijkt een gekwalificeerdemeerderheid in aanloop naar de Milieuraad van 17 december in het vizier,al is het nog geen gelopen race.Ten aanzien van het verplichtingen voor niet-EU vervoerders heeft deCommissie twijfels bij de uitvoerbaarheid en proportionaliteit van dezemaatregel. Het kan dus zijn dat het compromisvoorstel hierop nog wordtaangepast in aanloop naar de Raad. Mocht dit tijdig bekend zijn, wordt uhierover uiteraard geïnformeerd via het aanstaande Schriftelijk Overleg.Klimaatdoel 2040De Europese Klimaatwet verplicht de EU tot het stellen van eentussendoel voor 2040 op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. Op6 februari jl. publiceerde de Commissie een mededeling7 met daarin deaanbeveling dat het EU-klimaatdoel voor 2040 moet uitkomen op 90%netto broeikasgasemissiereductie ten opzichte van 1990. Tijdens deMilieuraad zal hierover een gedachtewisseling plaatsvinden. Dit is dederde politieke bespreking van het tussendoel. Er is geen besluitvormingvoorzien. De Commissie heeft aangekondigd met een wetgevend voorstelte komen om het tussendoel vast te leggen in de Europese Klimaatwet. Ditwetsvoorstel volgt naar verwachting begin 2025.Inzet NederlandEen duidelijke tussenstap tussen 2030 en 2050 biedt stabiliteit eninvesteringszekerheid voor burgers en bedrijven in de transitie. Voort-zetting en volledige implementatie van het huidige EU-klimaatbeleid leidtin 2040 volgens de Commissie reeds tot 88% nettoreductie. Het kabinet zetzich in voor een tussendoel dat haalbaar is, in lijn met de wetenschap ende afspraken in het Parijsakkoord. Daarmee onderschrijft het kabinet hetdoor de Commissie aanbevolen Europese tussendoel van netto 90%.Daarbij pleit het kabinet in Brussel, conform motie Erkens8, voor eenstevig uitvoeringspakket voor het wegnemen van knelpunten in detransitie, waaronder netcongestie, langdurige en complexe vergunnings-7COM (2024) 638Kamerstuk II 2023–24, 31 793, nr. 257Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9694 verleningsprocedures en beschikbaarheid van voldoende financiering,betaalbare duurzame energie en grondstoffen. De Kamer is voor de zomerdoor het vorige kabinet geïnformeerd over de voor Nederland gewensteonderdelen van dit pakket met betrekking tot het faciliteren van deenergietransitie en het bevorderen van het duurzame concurrentiever-mogen van en investeringszekerheid voor bedrijven.9 Te denken valtonder andere aan ondersteuning van lidstaten bij een betere benutting enverdere ontwikkeling van grensoverschrijdende energie-infrastructuur,harmonisatie van methodologieën voor nettarieven tussen lidstaten, eenintegrale weging van milieu- en klimaatdoelen in vergunningverlenings-processen voor Europese projecten die bijdragen aan de transitie, en hetcreëren van nieuwe Europese groene markten.Indicatie krachtenveldEen grote groep lidstaten heeft steun uitgesproken voor een ambitieusdoel, waarbij een aantal lidstaten expliciet een reductiedoelstelling vannetto 90% heeft omarmd. De meeste lidstaten moeten echter nog eenpositie bepalen. Enkele lidstaten hebben aangegeven dat ze de aanbe-veling van de Commissie nog niet kunnen steunen.Conform het Parijsakkoord moet de EU ruim voor COP30 (die plaatsvindteind 2025), een Nationally Determined Contribution (NDC) inleveren meteen ambitie voor 2035. Dit zal worden afgeleid van het overeengekomen2040-doel. Daarmee is tijdige besluitvorming over het 2040-tussendoelvan belang.Diversen– Terugkoppeling recente internationale bijeenkomstenHet voorzitterschap zal een terugkoppeling geven van een aantal recenteinternationale bijeenkomsten die op het gebied van milieu hebbenplaatsgevonden. Het betreft de volgende bijeenkomsten:•De 29ste Conferentie van Partijen (COP29) bij het Klimaatverdrag vande Verenigde Naties van 11-22 november 2024 in Bakoe, Azerbeidzjan.•De 16de Conferentie van Partijen van het VN-biodiversiteitsverdrag(CBD COP16), de 11de Bijeenkomst van de Partijen van het CartagenaProtocol (COP MOP11) en de 5de Bijeenkomst van de Partijen van hetNagoya Protocol (COP MOP5) dat plaatsvond van 21 oktober tot1 november jl. in Calí, Colombia.•De Vijfde bijeenkomst van het Intergouvernementele Onderhande-lingscomité (INC-5) voor een Internationaal Plasticverdrag van25 november tot 1 december in Busan, Korea.•De 16de Conferentie van Partijen van het verdrag van bestrijding vanwoestijnvorming (UN CCD COP16) van 2-13 december 2024 in Riyad,Saudi-Arabië.•De 36ste Bijeenkomst van Partijen van het Montreal Protocol (MOP36)en de 13de Conferentie van Partijen van het Verdrag van Wenen(COP13) van 28 oktober tot 1 november 2024 in Bangkok, Thailand.•De 11de Zitting van de plenaire vergadering van IntergouvernementeelPlatform voor Wetenschap en Beleid inzake Biodiversiteit en Ecosys-teemdiensten (IPBES11) van 10-16 december 2024 in Windhoek,Namibië.•De 10de Zitting van de Bijeenkomst van de Partijen van het Waterver-drag (MOP10) van 23-25 oktober in Ljubljana, Slovenië.9Kamerstuk II 2023–24, 31 793, nr. 271Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9695 – Werkprogramma inkomend VoorzitterschapHet inkomend Pools Voorzitterschap zal de inhoudelijke prioriteiten voorde eerste zes maanden van 2025 presenteren.II. UPDATE MOTIE ERKENS INZAKE EEN STEVIG UITVOERINGS-PAKKET VOOR KLIMAATDOEL 2040 Hieronder geeft het kabinet een update over de ontwikkelingen in Brusseldie van belang zijn voor het uitvoeren van motie Erkens.10 Hierbij wordteerst ingegaan op de koppeling tussen verduurzaming en concurrentiever-mogen die hoog op de Europese agenda staat (volgens de plannen van denieuwe Commissie en het Draghi-rapport), en daarna de ontwikkelingenop het gebied van energie, CCS-infrastructuur (Carbon Capture andStorage), verduurzaming mobiliteit, en het realiseren van een recht-vaardige transitie.Europese inzet op een sterke koppeling tussen verduurzaming enconcurrentievermogenUitvoerbaarheid van de klimaat- en energietransitie en de implementatievan het bestaande 2030 kader staat hoog op de Europese agenda. Ditblijkt uit de politieke richtlijnen van Commissievoorzitter Von der Leyen enhaar mission letters aan de verschillende kandidaat-commissarissen. Vonder Leyen heeft in haar politieke richtlijnen aangekondigd dat deCommissie zich zal inzetten voor het creëren van de juiste voorwaardenvoor bedrijven om de gemeenschappelijke Europese doelen te bereiken.Hiervoor komt de Commissie o.a. met een Clean Industrial Deal (CID) inhaar eerste 100 dagen. Volgens Von der Leyen moet de CID duurzame,concurrerende industrieën en hoogwaardige banen stimuleren, onderandere door procedures te vereenvoudigen en de toegang tot betaalbare,duurzame energie en -grondstoffen te waarborgen. Het kabinet vindt hetpositief dat de Commissie een brug wil slaan tussen klimaat en groenegroei in aanloop naar de onderhandelingen over het 2040-doel.Daarnaast gaat het Draghi-rapport uit van versterking van het concurren-tievermogen van de EU in samenhang met decarbonisatie. Aanbevelingenvoor het vergroten van toegang tot duurzame en betaalbare energie staandaarbij centraal. Bijvoorbeeld door het versnellen van vergunningverle-ningsprocedures, het vergroten van de interconnectiecapaciteit en eeneerlijke verdeling van kosten en baten tussen lidstaten voor grensover-schrijdende infrastructuurprojecten, en harmonisatie van netwerktarief-methodieken binnen de EU. Ook doet Draghi aanbevelingen gericht op detoekomst van onder andere de Europese industrie, zoals het bevorderenvan duurzame infrastructuur en het stimuleren van groene marktcreatie.De Kamer is op 4 oktober jl. geïnformeerd over de kabinetsreactie op hetDraghi-rapport.11Faciliteren energietransitieNederland zet zich in EU- en regionaal verband in voor het faciliteren vande energietransitie. In gezamenlijke verklaringen van de Friends ofRenewables en de Nucleaire Alliantie van 15 oktober12 wordt deCommissie opgeroepen om de opschaling van hernieuwbare energie enkernenergie in Europa te bevorderen. Zo wordt de Commissie in deverklaring van de Friends of Renewables gevraagd om met een uitvoe-10Kamerstuk II 2023–24, 31 793, nr. 25711Bijlage bij Kamerstuk 21 501-30, nr. 61412Kamerstuk II 2023–24, 21 501-33, nr. 1094Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9696 ringsagenda te komen voor het wegnemen van belemmeringen voor deenergietransitie, te analyseren hoe vergunningverlening voor energietran-sitieprojecten versneld kan worden, het kader voor netwerktarieven teevalueren en verder te werken aan de opschaling van de waterstofmarkt.In de gezamenlijke verklaring van de Nucleaire Alliantie wordt deCommissie opgeroepen om het belang van kernenergie, naasthernieuwbare energie, voor het energiesysteem te erkennen, kernenergieop gepaste manier en onder toepassing van het principe van techniek-neutraliteit te integreren in toekomstige Commissie voorstellen, en eenfaciliterend kader voor kernenergie op Europees niveau te creëren.Daarnaast ondertekende Nederland tijdens de ministeriële bijeenkomstvan de regionale «North Sea Energy Cooperation» (NSEC) op 24 oktoberjl. een gezamenlijke verklaring met aanbevelingen aan de nieuweCommissie over voorwaarden en noodzakelijke stappen om onze wind opzee ambities op regionaal niveau te realiseren, waaronder kostendelingvoor infrastructuur op zee.13Europese coördinatie ten behoeve van een geïntegreerde EuropeseCO2-markt (CCS)Als onderdeel van de EU-strategie voor industrieel koolstofbeheer werktde Commissie een regelgevend pakket uit voor CO2-transport infra-structuur. Nederland heeft onlangs een gezamenlijke verklaring overEuropese kaders voor CO2 transport ondertekend.14 Nederland pleit hierinmet andere lidstaten voor een regelgevend kader om grensoverschrij-dende CO2-transport te ondersteunen, zodat duurzame CCS- enCCU-technieken kunnen worden opgeschaald. De verklaring sluit goedaan bij de Nederlandse inzet.15Ingroei emissievrije zakelijke voertuigenMobiliteit loopt achter op het huidige Europese klimaatdoel richting2030.16 Het kabinet zal daarom in Brussel blijven aangeven dat in hetklimaatpakket voor 2040 voldoende aandacht moet zijn voor mobiliteit.Zowel beleid om emissiereductie te realiseren als beleid om knelpunten inde transitie weg te nemen. Het kabinet steunt Europese initiatieven die deaanschaf van emissievrije voertuigen stimuleren. Het kabinet heeftdaarom op 7 oktober jl. in een gezamenlijk brief met Ierland, België enOostenrijk bij de Commissie aangegeven dat Nederland voorstander isvan dergelijke Europese maatregelen.Europese standaardisering van protocollen voor bi-directioneel enslimladen tussen lidstatenOp 23 oktober heeft de Staatssecretaris voor Openbaar Vervoer en Milieunamens Nederland deelgenomen aan een conferentie over bi-directioneelen slim laden in Berlijn samen met andere lidstaten en marktpartijen. Aandeze conferentie namen o.a. Duitsland, Frankrijk, Denemarken enbelangrijke marktpartijen deel. De partijen schaarden zich achter hetgezamenlijke doel om bi-directioneel laden binnen de EU op te schalen.13North Sea Energy Cooperation (24 oktober 2024). Geraadpleegd via: https://www.kefm.dk/Media/638654626932838398/NSEC%20Recommendations%20.pdf (6-11-24)14Joint Statement on establishing a European framework for CO2 transport infrastructure.Geraadpleegd via: https://www.kefm.dk/Media/638641429486680968/JOINT%20STATEMENT.pdf (6-11-24)15Kamerstuk 31 793, nr. 26216Het terugdringen van emissies binnen de Europese mobiliteitssector gaat trager dan in andereeconomische sectoren. Terwijl het totaal aan Europese emissies aanzienlijk zijn gedaald, zijndie van het vervoer de afgelopen jaren gestegen. Zie Europese Raad (n.d.). https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/clean-and-sustainable-mobility/ (6-11-24)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9697 Hiertoe werden belangrijke stappen gezet in het bepalen van welkegegevens partijen moeten uitwisselen om slim en bi-directioneel ladenmogelijk te maken. Dit sluit aan bij de Nederlandse ambitie om elektrischvervoer beter af te stemmen op de capaciteit van het elektriciteitsnet.Rechtvaardige transitieHet kabinet hecht belang aan een rechtvaardige transitie. Daarom wordtrechtvaardigheid meegenomen als één van de uitgangspunten voor het tevormen nationale klimaatbeleid de komende jaren. Dit is opgenomen inhet Ontwerp Klimaatplan.17 Concreet is een Nationaal Energiefonds inoprichting. Dit fonds moet de meest kwetsbare huishoudens helpen metzowel het betalen van de energierekening, als het verduurzamen van dewoning (huur en koop). Er is met het Regeerprogramma € 60 miljoenvrijgemaakt voor 2025 en 2026 (€ 120 miljoen in totaal).Daarnaast werkt het kabinet een Sociaal Klimaatplan uit onder hetEuropese Sociaal Klimaatfonds (SCF). Dit fonds dient om de impact vanhet ETS2 op kwetsbare huishoudens en microbedrijven te beperken. HetSCF treedt in werking in 2026 (één jaar voordat ETS2 start) en loopt tot2032. Het SCF biedt voor Nederland € 720 miljoen. Om gebruik te makenvan dit bedrag moet Nederland € 240 miljoen zelf bijleggen. Daarnaast ishet SCF performance-based, hetgeen betekent dat uitbetaling pas latervolgt en Nederland tot die tijd het bedrag zelf moeten voorschieten.Daarom kijkt het kabinet zowel naar het financieren van uitbreidingen vanbestaande maatregelen en aanvullend beleid, als het herfinancieren vanbestaande maatregelen. In lijn met de vereisten van het SCF zal hetkabinet de mogelijke maatregelen begin 2025 consulteren. Definitievebesluitvorming volgt integraal in het voorjaar.III. KABINETSREACTIE PUBLIEKE CONSULTATIE NEC-RICHTLIJN De Tweede Kamer heeft verzocht om de reactie op de raadpleging over deherziene richtlijn betreffende de reductie van de nationale emissies vanbepaalde luchtverontreinigende stoffen (NEC-richtlijn) te delen.18 DeCommissie heeft deze raadpleging uitgezet in het kader van de evaluatievan de NEC-Richtlijn, die volgens bepalingen in de richtlijn voor het eindevan 2025 voltooid moet zijn. De Nederlandse reactie is toegevoegd alsbijlage bij deze Geannoteerde Agenda. Een vertaling hiervan is ook aan deCommissie verstrekt.In de Nederlandse reactie worden verschillende onderdelen van deNEC-richtlijn belicht, waaronder de gestelde doelstellingen, desamenhang met het UNECE Gothenburg Protocol19 en een aantalspecifieke bepalingen en bijlagen. De belangrijkste uitgangspunten in dereactie zijn dat de richtlijn en de daarmee gepaard gaande emissiereduc-tiedoelen nog steeds relevant zijn voor het verbeteren van de luchtkwa-liteit, en dat er bij een herziening van de NEC-richtlijn goed gekeken zoumoeten worden naar de doelen van en samenhang met andere Europeserichtlijnen en verordeningen. Door een dergelijke geharmoniseerdeaanpak worden het Europese beleid versterkt, het gelijke speelveldvergroot en de administratieve lasten verminderd.17https://www.internetconsultatie.nl/klimaatplan2024/b118Uw kenmerk: 2024Z13855/2024D3531519United Nations Economic Commission for EuropeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9698

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c1c445ee4b4b0c20

14 okt 2026 · 4cee70f5ce0178f5

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.