KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op Rli-rapport 'Waardevol regeren sturen op brede welvaart'

24 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c1032dc8c6fae9e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 630Brede WelvaartNr. 2 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, VANKLIMAAT EN GROENE GROEI EN VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 maart 2025De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft het advies-rapport «Waardevol regeren: sturen op brede welvaart» uitgebracht.1 Indeze brief geven wij conform toezegging een schriftelijke reactie op hetadvies.2Het kabinet dankt de Rli voor dit relevante advies. Het kabinet is vanmening dat een bredewelvaartsblik belangrijk is in de beslissingen die deoverheid neemt. Hieronder zullen wij ingaan op het begrip brede welvaarten hoe de overheid hierop stuurt. Daarbij zullen wij ook aangeven hoe de(huidige) werkwijze zich verhoudt tot de vier hoofdaanbevelingen van deRli.Brede welvaartBrede welvaart biedt een breder perspectief op welvaart dan enkeleconomische cijfers zoals het bruto binnenlands product (bbp). Hetconcept richt zich op wat bijdraagt aan de kwaliteit van leven in eensamenleving. Dit behelst materiële welvaart, maar ook immateriëlewelvaart zoals gezondheid, een goede werk-privébalans, een veiligeleefomgeving en het behoud van natuurlijke hulpbronnen. Door naasteconomische factoren ook bijvoorbeeld sociale en ecologische dimensiesmee te nemen, biedt een bredewelvaartsbenadering een completer enevenwichtiger beeld van de welvaart in de samenleving. Deze integralebenadering sluit goed aan op de Sustainable Development Goals (SDG’s),1Zie Waardevol regeren Raad voor de leefomgeving en de infrastructuur.2Kamerstukken II, 2024–2025, 36 630, nr. 1 kst-36630-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 21 die een concrete agenda vormen van 17 doelen gerelateerd aan bredewelvaart.3Brede welvaart wordt ook als denkkader toegepast waarbinnen voorge-nomen beleid op allerlei relevante korte- en langetermijneffecten enverdelingseffecten wordt getoetst. Tevens is het een kader waarmeeverschillende beleidseffecten en mogelijke afruilen van beleid in kaartworden gebracht. Zo hebben de planbureaus CPB, PBL en SCP in 2022gezamenlijk een kader opgesteld met acht relevante thema’s voor de matevan brede welvaart in een land. Dit zijn subjectief welzijn, gezondheid,consumptie & inkomen, onderwijs & opleiding, ruimtelijke samenhang &kwaliteit, economisch kapitaal, natuurlijk kapitaal en sociaal kapitaal. Degevolgen van beleid op deze dimensies kunnen daarmee in kaart wordengebracht. Naast deze acht bredewelvaartsthema’s maakt het begrip bredewelvaart onderscheid tussen de verdeling van brede welvaart in het hier &nu als ook de brede welvaart later en de brede welvaart elders op dewereld.4Het bredewelvaartsperspectief draagt ten slotte bij om op een integralemanier naar beleid te kijken door meer rekening te houden met delangetermijneffecten van beleid en de neveneffecten op andere beleids-terreinen. Belangen op de korte termijn hebben voldoende, vaak vocalepleitbezorgers; belangen voor de langere termijn vragen om meerstructuur. Door brede welvaart als denkkader toe te passen, worden delangetermijnbelangen beter geborgd bij het opstellen van beleid. Hetkabinet vindt het ten slotte belangrijk dat er reflectief wordt gekeken in deverantwoording, zodat lessen uit monitoring en evaluatie van bestaand enoud beleid meegenomen kunnen worden in toekomstige beleids- enbesluitvorming.Hoe stuurt de overheid op brede welvaart?De overheid zet al langere tijd stappen om brede welvaart op een nogmeer systematische manier te integreren in het opstellen en verant-woorden van beleid. Zo publiceert het CBS sinds 2018 de Monitor BredeWelvaart. Deze monitor is gekomen nadat de commissie Breed Welvaarts-begrip in haar rapport van 2016 vaststelde dat er behoefte was aan eeneenduidig instrument om informatie over brede welvaart kernachtig enactueel te presenteren. Vanaf 2019 is ook de jaarlijkse SustainableDevelopment Goals-meting (SDG-meting) geïntegreerd in de Monitor.In het verlengde van deze monitor, publiceert het CBS sinds 2023 opPrinsjesdag de factsheets Brede Welvaart – naar aanleiding van onderandere de motie van het lid Hammelburg c.s. (Kamerstuk 35 925, nr. 122).Sinds dat jaar is ook het thema brede welvaart geïntegreerd in hetFinancieel Jaarverslag van het Rijk. In de brief «is aangekondigd dat dezefactsheets vanaf 2026 worden gepubliceerd op Verantwoordingsdag. Netals de jaarverslagen van de departementen hebben de factsheets bredewelvaart een terugkijkend karakter. De factsheets brede welvaart bieden,naast een financieel-economische terugblik, een breder inzicht inmaatschappelijke ontwikkelingen. Dit kan worden gebruikt om toekom-stige verbeteringen van beleid door te voeren.3Het kabinet heeft recent de kabinetsreactie op het Adviesraad Internationale Vraagstukken(AIV)-advies «Onlosmakelijk verbonden: SDG’s in Nederland en de rest van de wereld»verstuurd. Zie Kamerstukken II, 2024–2025, 26 485, nr. 4494Zie https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/monitor-brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goalsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 22 Ook gaan de meest recente Miljoenennota’s in op de stand van de bredewelvaart in Nederland. Bij de Miljoenennota 2025 hebben de planbureauseen reflectie op brede welvaart gepubliceerd in reactie op de Prinsjesdag-plannen van het kabinet. Verder neemt het kabinet in de voorbereidingenvoor de begroting van 2026 de suggestie mee van de Afdeling adviseringvan de Raad van State voor een sociaaleconomische structuuranalyse.Daarnaast zijn, zoals de Rli ook opsomt in zijn rapport, instrumenten inomloop gebracht die direct dan wel indirect het bredewelvaartsdenkenbinnen de Rijksoverheid bevorderen, zoals de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) en het Beleidskompas. Het Beleidskompas is, alsopvolger van het integraal afwegingskader (IAK), binnen de Rijksoverheidde centrale werkwijze voor het ontwikkelen en herzien van beleid. Bij hetBeleidskompas staan vijf stappen centraal bij het opstellen van beleid,variërend van het identificeren van het probleem tot het in kaart brengenvan de verschillende opties om het beleidsdoel te realiseren. Bij elke stapwordt bekeken welke belanghebbenden betrokken moeten worden. In hetBeleidskompas zit ook de Gevolgenscan waarmee in het beleidsproces debeleidseffecten op verschillende dimensies van brede welvaart in kaartkunnen worden gebracht. Momenteel werkt het kabinet verschillendeacties uit om de bekendheid en het (correcte) gebruik van het Beleids-kompas te vergroten en te versterken.5 Zo geeft het kabinet invulling aanaanbeveling 1 («Zorg voor betere instrumenten voor het vergaren enontsluiten van beleidsinformatie») van de Rli.Met deze instrumenten onderschrijft het kabinet het belang om bij detotstandkoming van beleid de beoogde beleidseffecten in kaart te brengenen mee te wegen, inclusief de positieve en negatieve verdelingseffectenover verschillende groepen en regio’s. Hierbij is het belangrijk om ook debrede kosten en baten van (publieke) investeringen zo goed mogelijk meete wegen. Wanneer een beleidsvraagstuk meerdere beleidsterreinenbeslaat, brengen de desbetreffende ministeries in samenhang de beoogdebeleidseffecten en hun gevolgen voor de verschillende bredewelvaartsdi-mensies in kaart. Hiermee kunnen afruilen en samenhangen departement-overstijgend worden geïdentificeerd en gewogen om tot passendelange-termijn oplossingsrichtingen te komen.In beginsel handelt de overheid altijd met de intentie om zowel materiëleals immateriële welvaart te verhogen. De verschillende welvaartsdimen-sies zijn geïnstitutionaliseerd door middel van de verschillende departe-menten en hun bewindspersonen. Elk ministerie is verantwoordelijk vooreen beleidsterrein dat bijdraagt aan een of meerdere onderdelen vanbrede welvaart, zoals VWS met name verantwoordelijk is voor degezondheidszorg in Nederland en OCW voor het onderwijs. Het belangdat opvolgende kabinetten aan de verschillende beleidsterreinen hechtenen de financiële middelen die daaraan besteed worden, veranderen doorde jaren en weerspiegelen de voorkeuren van het electoraat. De overheidstuurt hiermee niet alleen op bbp-groei, maar ook op andere doelstel-lingen.Daarnaast borgt de manier waarop politieke besluitvorming in Nederlandtot stand komt dat rekening wordt gehouden met brede welvaart. Politiekebesluitvorming loopt via ambtelijke en politieke onderraden naar deministerraad, waarin vertegenwoordigers van verschillende departe-menten zitten. In deze onderraden brengt elk departement zijn perspectiefin, waardoor een vraagstuk of oplossingsrichting uiteindelijk – door deinbreng van verschillende departementen – meerdere perspectieven krijgt.Uiteindelijk is het de ministerraad die alle ingebrachte perspectieven5Kamerstukken II, 2024–2025, 29 362, nr. 372Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 23 definitief zowel inhoudelijk als politiek weegt en tot een besluit komt. Hetkabinet verantwoordt zijn beleid en keuzes vervolgens aan het parlement,waarbij partijen verschillende wegingen zullen toedienen aan deverschillende bredewelvaartsdimensies.6 Het parlement heeft als bewakervan het algemeen belang de taak brede welvaart centraal te stellen inbijvoorbeeld beleidstoetsing, wetgeving en begrotingscontrole. Hetparlement vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het systeem vanchecks and balances. Op deze manier geeft het kabinet invulling aanaanbeveling 2 («Maak bij normatieve keuzes systematisch gebruik vanaangeleverde beleidsinformatie») van de Rli.Het kabinet kiest er niet voor om brede welvaart te borgen via eenkapitalenbegroting in de Rijksbegroting, zoals de Rli aanbeveelt inaanbeveling 3 («Tref voorbereidingen voor opnemen van «kapitalenbe-groting» in rijksbegroting»). Hoewel het kabinet het belang van hetborgen van toekomstige baten en lasten op andere kapitalen onderschrijft,weegt het kabinet de nadelen van een dergelijke begroting zwaarder dande voordelen. Zo kent een kapitalenbegroting praktische uitdagingen:hoewel van voorgesteld beleid redelijk goed vast te stellen is wat daarvande gevolgen zijn voor de Rijksbegroting (het financieel kapitaal), isdaarentegen het vaststellen van de effecten op andere kapitalen(natuurlijk, sociaal) minder eenduidig. Een maatregelenpakket kannamelijk op meerdere manieren die kapitalen beïnvloeden, en tevenskunnen de individuele maatregelen in het pakket elkaar ook nog eensversterken of verzwakken (zogeheten kruiseffecten). Het in kaart brengenvan dergelijke effecten vergt een stevige modelmatige aanpak vandoorrekeningen van hoge kwaliteit. Deze aanpak is er niet, en het kabinetziet hierdoor geen ruimte om de kapitalenbegroting over te nemen.Bovendien zijn ook niet alle effecten van natuurlijk en sociaal kapitaal ineuro’s uit te drukken.Dit maakt een kapitalenbegroting vooralsnog niet geschikt als optie ombrede welvaart te borgen. Dat het kabinet de aanbeveling niet overneemt,houdt echter niet in dat er niet geprobeerd wordt om de (praktische)uitdagingen behorend bij het in acht nemen van andersoortige kapitalenweg te nemen. Zo werken het CBS en de Wageningen University &Research (WUR) aan de doorontwikkeling van de CBS Natuurlijk Kapitaal-rekeningen die de omvang, conditie en waarde (fysiek en waar mogelijkook monetair) van natuurlijke ecosystemen en van ecosysteemproductenen -diensten beschrijven. Deze rekeningen leggen echter momenteel noggeen relatie met beleidsvorming.Aanvullend neemt het kabinet het gedeelte in aanbeveling 3 om deRijksbegroting om te zetten naar een baten-lastenstelsel niet over. Hetkabinet verkiest de huidige inrichtingsvorm, waarbij bij de Rijksbegrotingde kerndepartementen zijn ingericht op basis van het kas-verplichtin-genstelsel. Bij terreinen waar baten-lasteninformatie van toegevoegdewaarde is, wordt dit stelsel toegepast. Uitvoeringsorganisaties zoalsagentschappen en zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), die vaakkapitaalintensief zijn, zijn nagenoeg geheel ingericht op basis van hetbaten-lastenstelsel. Op deze manier worden de baten en lasten van eengroot deel van de investeringen van het Rijk in beeld gebracht via deuitgaven van uitvoeringsorganisaties. In de Kamerbrief «Agenda6Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer is toegezegd aan de heervan Hattem om terug te komen op de vraag welke indicatoren zijn opgenomen in het begrip«brede welvaart» zoals dit is gebruikt in H10b het Regeerprogramma, naar aanleiding van ditinstrument van het CBS. In dit hoofdstuk moet het begrip brede welvaart worden gelezen als«niet-materiële welvaart» (bijvoorbeeld gezondheid of veiligheid). Hier is geen directe link methet CBS gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 24 toekomstbestendig begroten en verantwoorden» (Kamerstuk 33 670,nr. 18) is de agenda van het begrotings- en verantwoordingsproces voorde komende jaren geschetst. Deze agenda vraagt om een inspanningbovenop lopende initiatieven en vergt daarin keuzes in wat wel en nietwordt gedaan. Dit wordt versterkt door de ingezette taakstelling op hetambtelijk apparaat. Gezien de huidige prioritering van thema’s wordt nietop verdere invoering van het baten-lastenstelsel binnen het Rijkgestuurd.7Het kabinet is het eens met de Rli dat veel bredewelvaartsopgaven endoelstellingen samenkomen in de regio, en dat het voor het Rijk belangrijkis om de mogelijkheden voor regionale coördinatie die zich richt op bredewelvaart te vergroten. In lijn van aanbeveling 4 van de Rli («Vergroot demogelijkheden voor regionale coördinatie gericht op brede welvaart»)maakt het Rijk werk van het eerder door de Rli uitgebrachte advies ElkeRegio Telt, dat wordt opgevolgd als Nationaal Programma Vitale Regio’s.In dit advies speelt het opstellen van langjarige regionale agenda’s voor11 regio’s een belangrijke rol. Samen met deze regio’s wordt in 2025 eenplan voor de regio gemaakt en een daaruit volgend actieagendaopgesteld. Hierbij worden ook medeoverheden, maatschappelijkepartners, marktpartijen en inwonerinitiatieven betrokken.8Ten tweede streeft het kabinet ernaar om voor de zomer van 2025 deontwerp Nota Ruimte aan uw Kamer aan te bieden als opvolger van deNOVI (2020). De Nota Ruimte wordt de nieuwe integrale visie op deruimtelijke inrichting van Nederland in 2030, 2050 en met een doorkijknaar 2100, waarbij gestreefd wordt naar een goede balans tussen sociale,economische en ecologische aspecten. In de nieuwe Nota Ruimte wil hetkabinet ruimtelijke keuzes maken die, meer dan voorheen, de kwaliteitenen aanwezige potenties in alle Nederlandse regio’s, steden en dorpenbenutten en versterken.Ten derde is het thema brede welvaart de centrale leidraad voor Rijk enregio bij het uitwerken van de Economische Agenda en de Sociale Agendavoor Groningen en Noord-Drenthe naar aanleiding van de KabinetsreactieNij Begun op de parlementaire enquête Groningen.In het programma Regio Deals wordt daarnaast sinds 2018 door Rijk enregio samengewerkt. Hierbij brengen regio’s de regionale opgaven inkaart vanuit het bredewelvaartsperspectief en formuleren zij een concreteaanpak. Er wordt op een regionaal niveau gestuurd op brede welvaartdoor samen met inwoners en partners vanuit overheden, bedrijfsleven enonderwijs- en kennisinstellingen te werken aan concrete resultaten. Desamenwerking heeft geresulteerd in een bijna landsdekkend netwerk eneen grote variëteit aan Regio Deals. Recent heeft het kabinet een besluitgenomen over de selectie van 16 regio’s in de zesde tranche.9Ook de ruimtelijke arrangementen per provincie en ontwikkelperspec-tieven/uitvoeringsagenda’s van de NOVEX-gebieden, beide in hetprogramma NOVEX, kennen een regionale focus. In het programmawerken de verschillende departementen samen met elkaar, de provinciesen partijen in een aantal regio’s, aan een integrale aanpak van ruimtelijkeopgaven in gebieden. Telkens staat de gebiedseigen opgave centraal,sluiten we aan bij lokale identiteit en kwaliteit en richten we ons op7Kamerstukken II, 2024–2025, 31 865, nr. 2718Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/12/20/nieuw-nationaal-programma-voor-vitale-regios9Kamerstukken II, 2024–2025, 29 697, nr. 159Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 25 verbetering van kwaliteit van de leefomgeving. Ook hierin zitten veelaspecten van het verbeteren van brede welvaart.Ten slotte werkt het kabinet aan het verhogen van de autonomie en hetverminderen van administratieve lasten van gemeenten en provinciesdoor de zogeheten specifieke uitkeringen (SPUK’s) – geoormerkteuitkeringen waarvoor een verantwoordingsplicht geldt – zoveel mogelijkvia de lumpsum van het Gemeente- en Provinciefonds uit te keren aandecentrale overheden. Voor meer informatie over de voortgang op ditomzettingsproces verwijzen wij u naar de Kamerbrief van november2024.10 Op deze manier krijgen gemeenten en provincies meer beleids-vrijheid om de middelen naar eigen inzicht te besteden. Dit geeftgemeenten de ruimte om meer aandacht te geven aan de lokaleproblematiek.Tot slotHet kabinet bedankt de Rli voor dit advies. Het advies draagt bij aan debelangrijke discussie over hoe de overheid stuurt op brede welvaart. Hetkabinet is van mening dat het de brede welvaart stimuleert langs de lijnenzoals die zijn vastgelegd in het hoofdlijnenakkoord en het regeerpro-gramma (bijlagen bij Kamerstuk 36 471, nr. 37 en 96).De Minister van Economische Zaken,D.S. BeljaartsDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansDe Minister van Financiën,E. Heinen10Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600, B, nr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 630, nr. 26

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3e667ebd31e53812

14 okt 2026 · 9b25519a13023c99

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.