LVVN-inzet in de EU
Brontekst
Versie 0cfbc4ce7ccddc4a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1812 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 juni 2026Nederland beschikt over een innovatieve en toonaangevende land- entuinbouw en visserijsector, en heeft unieke natuur met waardevollenatuurgebieden op land en op zee. De Nederlandse land- en tuinbouw envisserijsector zijn van economisch belang voor Nederland en hebben eensterke internationale positie, onder andere met betrekking tot innovatie enduurzaamheid. De ontwikkeling naar een duurzaam voedselsysteem isnoodzakelijk om de land- en tuinbouw en visserijsector toekomstbe-stendig te maken, klimaatverandering te beperken, de veerkracht tegen denegatieve gevolgen van klimaatverandering te vergroten en de natuur enbiodiversiteit te versterken. Hiermee kan een bijdrage worden geleverdaan het oplossen van de stikstofproblematiek. We moeten daarom debiodiversiteit herstellen en een balans bereiken tussen wat de natuur kandragen en wat we van haar vragen als samenleving. Sterke landbouw envisserij en een gezonde natuur zijn hierin geen tegenpolen, maar partners.De kansen en uitdagingen op deze terreinen zijn grens overstijgend.Hiervoor is de samenwerking en een goede relatie met andereEU-lidstaten, de Europese Commissie (hierna: Commissie) en de andereEuropese instellingen van groot belang. Nederland wil een constructieve,betrouwbare en leidende rol spelen in de EU door voorstellen proactiefnaar voren te brengen, zodat in Europees verband toekomstbestendigeoplossingen kunnen worden gevonden en duidelijke keuzes voor denatuur en de land- en tuinbouw en visserijsector kunnen worden gemaakt.In deze brief schetsen wij de onderwerpen en prioriteiten die de komendetijd leidend zullen zijn voor de inzet van het Ministerie van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (hierna: LVVN) en zijn LVVN AttachéNetwerk in de contacten met de Commissie, het Europees Parlement,binnen de Raad van de EU (hierna: Raad), en in relatie tot de hoofdstedenvan lidstaten. Door het versturen van deze Kamerbrief geven wij tevens kst-21501-32-1812ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18121 uitvoering aan de aangenomen motie Van Campen c.s.1 die ons verzoektjaarlijks met LVVN-begroting een inzet-brief te versturen.Uiteraard blijft het kabinet hiernaast de Kamer informeren over lopendeEU-onderhandelingen volgens de staande EU-informatieafspraken, zoalsvia de geannoteerde agenda’s en verslagen van vergaderingen van deLandbouw- en Visserijraad en de Milieuraad en via de BNC-fiches.1. Algemeen Om over een wereldwijd toonaangevende en innovatieve land- entuinbouw en visserijsector te blijven beschikken, is het werken aantoekomstbestendigheid noodzakelijk. Vooral in een klein en dichtbevolktland als Nederland, vraagt dit om oplossingen waarbij de juiste balans ensynergie tussen de verschillende opgaven moet worden gevonden. Deambities van LVVN dwingen daarom tot duidelijke en betrouwbarebeleidskeuzes op nationaal niveau. De EU speelt tegelijkertijd op vrijwelalle beleidsterreinen van LVVN een belangrijke rol. Veel beleid dat vantoepassing is op de land- en tuinbouw en de visserijsector en de natuur,komt namelijk via Europese wet- en regelgeving tot stand. We zienbelangrijke kansen om in de EU stappen te gaan zetten die Nederlandvooruit gaan helpen.Om de belangen van de Nederlandse land- en tuinbouw en de Neder-landse visserijsector goed binnen de EU voor het voetlicht te brengen, iseen constructieve en positieve relatie met de Commissie en andereEU-lidstaten noodzakelijk. Nederland heeft veel te bieden in deze relatie,zoals op het gebied van innovatie, dierenwelzijn, proefdiervrije onder-zoeksmethoden, diergezondheid en ruimte voor ondernemerschap.Nederland speelt een actieve rol in Brussel en bouwt aan onderlingvertrouwen. Dit betekent dat Nederland in een vroeg stadium metlidstaten en de Commissie in gesprek gaat, waardoor er ruimte is omgezamenlijk te komen tot oplossingen en om gezamenlijke kansen tecreëren. Een constructieve grondhouding is essentieel om de relatie metonze Europese partners te versterken. Hierbij speelt oog houden voor depositie van andere lidstaten en bereidheid om mee te bewegen eenbelangrijke rol.Tegelijkertijd vragen de afspraken in Brussel ons om op verschillendedossiers op het snijvlak van landbouw, natuur en ruimtelijke ordening,onder andere op het gebied van waterkwaliteit, emissies en beschermingvan de grutto, stappen te zetten. De mate waarin Nederland zich hierbijeen betrouwbare partner toont is van invloed op de relatie met deCommissie en andere lidstaten, evenals op de effectiviteit van detoekomstige voorstellen die Nederland zelf in de EU doet. Deze nodigestappen ondersteunen namelijk de inzet van Nederland op verschillendeLVVN-dossiers, zoals de Nitraatrichtlijn, de herziening van dierenwelzijns-wetgeving, Natuurherstelverordening (hierna: NHV), de Vogel- enHabitatrichtlijn (hierna: VHR), vereenvoudiging en het ruimte bieden voorNederlandse innovaties in de EU. Wij vinden het daarom belangrijk om indeze relatie te investeren.Wij werken met gelijkgestemde EU-lidstaten samen om te komen totgezamenlijke standpunten en oplossingen, bijvoorbeeld door het actieforganiseren van bi- en multilaterale overleggen of het gezamenlijkagenderen van relevante onderwerpen in de Landbouw- en Visserijraad ofin de Milieuraad. Dat betekent ook dat LVVN toenadering blijft zoeken totEU-lidstaten die belangrijk zijn in het behalen van meerderheden of1Kamerstuk 36 200 XIV nr. 27Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18122 blokkerende minderheden. Daarom is een stevig postennetwerk ensamenwerking met en inzet van het LVVN Attaché Netwerk in deverschillende EU-lidstaten van groot belang.2. De LVVN-inzet in de EU Wij zetten in de EU primair in op de onderwerpen die hieronder wordentoegelicht. Deze onderwerpen sluiten aan bij de Beleidsbrief LVVN2 die op24 april jl. met de Kamer is gedeeld. Per onderwerp worden de relevanteprioriteiten voor LVVN in de EU uiteengezet.Een toekomstbestendig voedselsysteemGemeenschappelijk LandbouwbeleidNaast inzet voor een zo goed mogelijke uitvoering van het huidigeGemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), blijft LVVN zich het komendjaar actief inzetten in de onderhandelingen over het toekomstige GLBbinnen de nieuwe structuur van het Nationaal en Regionaal Partner-schapsplan. Het GLB heeft toegevoegde waarde voor grensoverschrij-dende uitdagingen, zoals het waarborgen van de interne markt, kennisver-spreiding en innovatie, en het beschermen van het klimaat en het milieu.Nederland pleit daarom voor een GLB met voldoende gemeenschappe-lijke inzet voor de economische en groene doelen van het GLB. Hierbij ishet van belang dat er flexibiliteit en ruimte wordt behouden voor lidstatenom de GLB-instrumenten doelgericht en efficiënt in te zetten voor grotenationale opgaven, bijvoorbeeld voor water, innovatie, klimaat, biodiver-siteit en leefbaarheid in het landelijk gebied. Naast de inzet voor econo-mische en groene doelen dient het GLB generatievernieuwing testimuleren. Zo zal Nederland pleiten voor het oormerken van 6% binnenhet beschikbare GLB-budget voor generatievernieuwing. Nederland zet inop een GLB dat bijdraagt aan een goede beloning voor publieke dienstendie boeren leveren, waaronder ecosysteemdiensten op het gebied vannatuur, milieu, dierenwelzijn (waaronder dierwaardigheid) en klimaat.Boeren leveren namelijk een belangrijke bijdrage aan het behalen vanklimaat- en natuurdoelen, ondersteund door bijvoorbeeld agrarischnatuur- en landschapsbeheer, de eco-regeling en andere GLB-regelingen.In de zoektocht naar maximale benutting van de GLB-gelden is hetbelangrijk om de synergie tussen de verschillende doelen te benadrukken.Hiervoor is het van belang dat de Europese regelgeving aansluit bij desystematiek van het werken met collectieven binnen het agrarisch natuur-en landschapsbeheer en dat de verschillende GLB-regelingen op het erfbeter op elkaar aansluiten. Daarbij zet het kabinet zich in voor een tijdigeimplementatie van het toekomstige GLB en is er aandacht voor uitvoer-baarheid, zodat het GLB ook voor de begunstigden een betrouwbaar enefficiënt instrument kan zijn.NitraatIn het afgelopen jaar heeft de Commissie de Nitraatrichtlijn geëvalueerd.Het is nog niet zeker of de evaluatie zal leiden tot een herziening van deNitraatrichtlijn door de Commissie. Wij zetten ons ervoor in om dereikwijdte van de circulaire productie en het gebruik van meststoffenafkomstig uit dierlijke mest (onder andere RENURE) uit te breiden. Het op19 mei gepubliceerde Fertiliser Action Plan biedt hiervoor aanknopings-punten, waarbij we de concrete uitwerking door de Commissie metinteresse tegemoet zien. Hierdoor kan een meer circulaire vorm vanlandbouw worden gestimuleerd, met voordelen voor de waterkwaliteit,2Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 84Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18123 het klimaat en het verminderen van de afhankelijkheid van kunstmest uitderde landen. Hierbij wordt de samenhang met andere milieuopgavenmeegenomen. Daarnaast werken wij momenteel, in nauwe samenwerkingmet de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, aan het 8e Actiepro-gramma Nitraatrichtlijn. Voor een verdere toelichting op de evaluatie vande Nitraatrichtlijn en het 8e Actieprogramma verwijzen wij de Kamergraag naar de brieven3 die op 8 april jl. en op 22 mei jl. zijn verstuurd aande Kamer.Positie van de boer in de keten en verdienvermogenHet verbeteren van de positie van de boer in de keten is voor ons eenbelangrijk thema. De herziening van de Richtlijn Oneerlijke Handelsprak-tijken kan handvatten bieden om boeren en kleine leveranciers beter tebeschermen tegen oneerlijke handelspraktijken door grotere afnemers.LVVN zal uitdragen dat het bij een herziening belangrijk is dat hetuitgangspunt om kleinere leveranciers te beschermen tegen grotereafnemers wordt behouden. Wij zijn geen voorstander van nationalekoppen bovenop de geharmoniseerde lijst met oneerlijke handelsprak-tijken en wijzen de Commissie op het risico van een toename in adminis-tratieve lasten en beperking van een gelijk speelveld indien verschillentussen lidstaten toenemen. Daarnaast verwelkomen wij de aankondigingvan de Commissie in haar Visie voor Landbouw en Voedsel om eenvrijwillig benchmarkingsysteem voor duurzaamheid te ontwikkelen. Eengeharmoniseerd benchmarkingsysteem kan een effectieve manier zijn omboeren vanuit de markt te vergoeden voor hun duurzaamheidsprestatiesen bovendien meer in het algemeen om hen te stimuleren de productie-standaard te verhogen. Wij zullen daarom met de Commissie en lidstatenverder verkennen hoe een benchmarkingsysteem eruit kan gaan zien enop dit onderwerp een leidende rol innemen. Ook vragen we aandachtvoor het gelijke speelveld via verankering van handhaving om zo deverschillen in naleving en toezicht tussen lidstaten te verminderen.Daarnaast vloeit een belangrijk deel van het verdienvermogen van deNederlandse land- en tuinbouw en visserijsectoren voort uit een goedeinternationale handelspositie, een sterke concurrentiepositie en flexibiliteitin geval van onverwachte marktomstandigheden. Het merendeel van deinternationale handel vindt plaats met onze buurlanden op de internemarkt. Een gelijk speelveld is daarbij belangrijk. Voor de interne markt isde EU-inzet gericht op harmonisatie van product- en productiestan-daarden binnen de EU. Internationaal zet Nederland zich via deCommissie in dat er handelsakkoorden worden afgesloten met belangrijkeafzetmarkten voor onze agro- en visserij producten. Deze inzet ziet o.a. ophet beschermen van sectoren die gevoelig zijn voor concurrentie uit derdelanden door middel van tariefquota en vrijwaringsmaatregelen.Dierenwelzijn en diergezondheidDierwaardige veehouderij is een belangrijk onderdeel van een toekomst-bestendige landbouwsector. Wij zullen ons daarom inzetten om ook opEuropees niveau, onder andere via de Strategie voor Veehouderij van deCommissie die naar verwachting op 7 juli 2026 zal worden gepresenteerd,tot beleid te komen dat recht doet aan de maatschappelijke ambities voordierenwelzijn. We willen deze ambities zoveel mogelijk doorgevoerdkrijgen in EU-wetgeving inzake dierenwelzijn (voor productiedieren),vooral ook met het oog op de realisatie van een gelijk speelveld tussen deEU-lidstaten, alsook voor wat betreft dieren en dierlijke producten dievanuit derde landen naar de EU worden gezonden. Zo zullen wij ons3Kamerstukken 33 037, nr. 643Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18124 inzetten voor het starten van discussies over hoe Europese regelgevingdierenwelzijn op het boerenerf kan verbeteren, zonder daarbij het gelijkespeelveld te verminderen. Belangrijk onderdeel hiervan is ook deuitfasering van kooihuisvestingen, voor onder meer kippen en (zogende)zeugen. In de afgelopen jaren zijn we daarnaast meermaals geconfron-teerd met de gevolgen die besmettelijke dierziekten kunnen hebben voorde veehouderij en voor de dieren. Dit vraagt om meer inzet op preventie,waaronder vaccinatie. In de komende jaren zullen we daarom blijvenwerken aan de acceptatie van vaccinatie tegen besmettelijke dierziektes,zoals hoogpathogene vogelgriep.VisserijOm een toekomstbestendige visserijsector te ondersteunen, is eenherziening van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van belang.Hiervoor geldt dat Nederland onder andere inzet op de herziening van deaanlandplicht. De implementatie van de aanlandplicht heeft tot dusveronvoldoende geleid tot het behalen van de onderliggende doelstellingenen gaat gepaard met een hoge administratieve lastendruk voor zowel desector als de overheid. Wij werken aan een alternatief dat gebaseerd is optechnologische innovatie en de inzet van artificiële intelligentie (AI).Nederland zet zich in voor innovatieve toepassingen in de visserij, evenalsvoor bewezen duurzame technieken zoals de pulsvisserij. De Commissieheeft daarnaast aangekondigd later dit jaar de Visie voor Visserij enAquacultuur 2040 (hierna: Visie) te publiceren. Over de Nederlandseprioriteiten op deze Visie wordt de Kamer geïnformeerd. Hiervoor is hetvan belang dat er een helder toekomstbeeld vanuit de Commissie komt,dat de Visie duurzame voedselproductie vanuit zee ondersteunt en dat deVisie oog heeft voor de energietransitie van de visserij- en aquacultuur-sector. Zoals in de Beleidsbrief LVVN is aangegeven, tonen daarnaast deactuele hoge brandstofkosten nadrukkelijk de noodzaak aan om in tezetten op het toekomstbestendig maken van de visserijvloot door middelvan innovatie en het verbeteren van de energie-efficiëntie.Natuurbeheer, -behoud en -verbeteringHet kabinet werkt aan het herstel en behoud van de natuur en debiodiversiteit, waarbij het wil zorgen voor een gezonde leefomgeving voorburgers. Natuur is een essentieel onderdeel van het economischfunctioneren van de maatschappij. Nederland staat voor de opgave om opkorte termijn substantiële stappen te zetten richting een sterke,veerkrachtige natuur, ook met het oog op Europese doelstellingen. Deverplichtingen die voortkomen uit Europese regels bieden daarbij nietalleen een kader, maar ook een kans: een kans om natuur daadwerkelijkcentraal te stellen en om een duurzame toekomst vorm te geven waarinnatuur, mens en landschap in evenwicht samen bestaan.Stikstof en NatuurherstelDe Nederlandse agrarische sector zal vervolgstappen in de transitie naareen meer duurzaam voedselsysteem moeten maken, met onder anderereductie van stikstofemissies en broeikasgassen. Het kabinet werkt opkorte termijn aan een geborgd, nationaal maatregelenpakket om ruimte tecreëren voor vergunningverlening. Hoewel dit een nationaal traject is, zalhet kabinet de Commissie, vanwege de nauwe samenhang met anderelopende EU-dossiers, proactief op de hoogte houden van deze stappen.Daarbij voert Nederland ook het gesprek over onderdelen waarvoorsamenwerking met of instemming van de Commissie nodig is, ondermeer ten aanzien van staatssteunkaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18125 Samenhang en implementatie natuur- en milieuwetgevingVoor natuurherstel en het vergroten van biodiversiteit is het onder anderevan belang uitvoering te geven aan de Europese verplichtingen op hetgebied van natuur en biodiversiteit, zoals de VHR, de Kaderrichtlijn Water(KRW), de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) en de in 2024 vastge-stelde NHV. De inzet richt zich, binnen de beschikbare middelen, onderandere op het verbinden van natuurgebieden, de vergroening vanstedelijke gebieden en op natuurherstel in de Noordzee en de Waddenzee.Tijdens de implementatie en uitvoering van de NHV blijven we in nauwcontact met de Commissie en andere EU-lidstaten. Bij het opstellen vanhet definitieve Natuurplan wordt verdere samenwerking gezocht metaangrenzende lidstaten om synergie tussen de plannen te waarborgen.Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden bij nieuwe Commissievoor-stellen voor het versterken van de natuur. Zo richt de inzet, bij de door deCommissie aangekondigde Oceaanwet en de herziening van de KRM, zichonder meer op het stroomlijnen van processen en een betere samenhangmet de NHV, de VHR en ander relevant EU-beleid, zodat de natuurdoelengehaald kunnen worden. Ook kijken we binnen de onderhandelingen overhet volgend Meerjarig Financieel Kader (MFK) hoe EU-middelen optimaalkunnen bijdragen aan de uitvoering van Europese natuurwetgeving.WolfZoals aangekondigd in de Beleidsbrief LVVN, is de gunstige staat vaninstandhouding voor de wolf op langere termijn van belang. Hiervoorzoeken wij de samenwerking met onze buurlanden met wie wij onzewolvenpopulatie delen, zodat wij de gedeelde populatie gezamenlijkkunnen definiëren, met als doel om op termijn beheer mogelijk te maken.Een sociaal en economisch vitaal plattelandVoor Nederland is het van belang dat er oog blijft voor de diversiteit vanhet landelijk gebied, hetgeen in Nederland dichterbij steden ligt dan eldersin de EU, en de verscheidenheid in uitdagingen van plattelandsgebiedenbinnen de EU. Via de uitvoering van de Longterm Vision for Rural Areasen het Europese en Nederlandse Rural Pact, willen wij samen met deplattelandsgemeenschappen verder werken aan sterker, verbonden,veerkrachtig en welvarend landelijk gebied.Ruimte voor ondernemerschap en verlagen van regeldrukDe opeenstapeling van (Europese) regels en de nationale invullingdaarvan kunnen een negatief effect hebben op het concurrentievermogenvan de EU4. We zetten daarom in op het verminderen van regeldruk enadministratieve lasten, het verbeteren van uitvoerbaarheid en effectiviteitvan beleid in de praktijk en vereenvoudiging van regelgeving, onderandere voor landbouw, land- en tuinbouw, visserij en op het gebied vanbiotechnologie. Daarbij is het van belang dat vereenvoudigingsvoorstellenniet zullen leiden tot extra schade aan gezondheid, natuur en milieu, enzullen bijdragen aan maatschappelijke opgaven (o.a. defensiegereed-stelling, volksgezondheid, woningbouw, energie, landbouw, etc.). Dit isook in lijn met de recentelijk aangenomen motie-Kostic´5. Bij de totstand-koming van nieuwe EU-wet- en regelgeving zijn en blijven regeldruk enbeperking van administratieve en uitvoeringslasten voor de (agrarischeen/of visserij) ondernemer en voor toezicht- en uitvoeringsorganisaties4https://commission.europa.eu/topics/competitiveness/draghi-report_en5Motie Kostic-Kamerstuk 21 501-08, nr. 1020Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18126 zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en deRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een permanentaandachtspunt bij de Nederlandse inzet. Deze inzet sluit ook aan op hetRijksbrede actieprogramma Minder Druk met Regels.Onze EU-inzet is ook gericht op vereenvoudiging van regelgeving enbeperking van de administratieve lasten voor de vissers. Hoewel erinmiddels een aantal vereenvoudigingsvoorstellen is aangenomen,bijvoorbeeld het GLB-vereenvoudigingspakket, of in onderhandeling zijn(bijvoorbeeld de Omnibus voor voedsel en diervoeder), heeft deCommissie voor de visserijsector nog geen voorstellen gedaan. Daaromzetten wij ons actief in voor vereenvoudiging van verschillende onder-delen van het GVB, zoals de Controleverordening en meerjarenplannen.Wij trekken hierin samen op met andere lidstaten richting de Commissie.De inzet richt zich op handhaafbare, uitvoerbare en proportionele EU-wet-en regelgeving die zoveel mogelijk aansluit bij de Nederlandse situatie.InnovatieEen voedselsysteem dat weerbaar is en ruimte biedt voor innovaties, isessentieel voor de strategische autonomie en het concurrentievermogenvan de EU en Nederland. Wij vinden het van belang dat we de Neder-landse oplossingsrichtingen die voortkomen uit onze kennis en onsinnovatief vermogen met de Commissie, de andere EU-instellingen en deandere EU-lidstaten delen. Wij zullen in de EU daarom nadrukkelijkinzetten op innovatie. Dit geldt onder andere voor hoogtechnologischeinnovaties zoals op het gebied van biotechnologie (inclusief nieuweveredelingstechnieken en cellulaire agricultuur), AI, drones en roboti-sering. Een voorbeeld van een thema waarop we gaan inzetten iskweekvlees, waarvoor we gaan onderzoeken hoe Nederland hier metandere lidstaten samen kan werken in nieuwe onderzoeken, mogelijk-heden voor proeverijen en transparantere en eenduidigere toelatingspro-cedures. Het is van belang dat de EU open blijft staan voor voedselinno-vaties, zowel vanuit het oogpunt van concurrentievermogen als vanuit hetperspectief van voedselzekerheid. Wij willen hier graag een voortrek-kersrol in vervullen, in samenwerking met andere lidstaten, kennisinstel-lingen en bedrijven. Investeren in innovatie betekent ook ervoor zorgendat de basis van het Agrarisch Kennis- en Innovatiesysteem (AKIS) oporde is. Ook daar is onze inzet op gericht.Zoals reeds aangekondigd bij de Begrotingsbehandeling, ontvangt deKamer voor de zomer een brief over een innovatieagenda. Hierin wordt debenodigde Europese inzet meegenomen.In de EU zetten we ook in op het mogelijk maken van innovaties, zoals dedoorontwikkeling van RENURE-meststoffen en alternatieven voorschadelijke gewasbeschermingsmiddelen. Conform het coalitieakkoordzet LVVN in op het beperken van het gebruik van schadelijke gewasbe-schermingsmiddelen, bijvoorbeeld via het Omnibuspakket voor deveiligheid van voedsel en diervoeder. Hiertoe is het van belang datalternatieven beschikbaar komen op de markt. In de gesprekken over hetOmnibuspakket zet Nederland in op versimpeling van regelgeving, metals voorwaarde dat het beschermingsniveau voor mens, dier en milieublijft gewaarborgd. De Nederlandse inzet voor dit Omnibuspakket isconform het BNC-fiche en de motie-Podt/Bromet6 en de motie-DenHollander/Bromet7. Ten aanzien van innovatie en digitalisering vanproductiemethoden is het van belang om rekening te houden met de6Motie Podt/Bromet – Kamerstuk 21 501-32, nr. 17447Motie Den Hollander/Bromet – Kamerstuk 21 501-32, nr. 1771Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18127 impact op het toezicht en dus ook om modernisering van wet- enregelgeving te vragen, om zo effectief toezicht te kunnen blijven houden.Kwalitatief goed toezicht binnen de EU, maar ook buiten de grenzen vande EU, draagt bij aan de versterking van de concurrentiepositie enwereldhandel. Samen met de Minister van Economische Zaken en Klimaatzetten wij in op optimale aansluiting van het toekomstige EuropeesConcurrentievermogenfonds als onderdeel van het volgende MFK.Innovatie visserijHet is belangrijk dat de Nederlandse visserij innoveert om uitdagingen ophet gebied van de energietransitie, bijvangst en vissenwelzijn het hoofd tebieden. Hierin zullen we samenwerken met onze Europese partners, om tegaranderen dat we de krachten bundelen, in plaats van dat er paralleldezelfde onderzoeken worden gedaan in verschillende landen. Daarnaastzetten we ons ervoor in dat reeds bestaande technieken, zoals depulsvisserij, gelegaliseerd worden. De eerste stap hiervoor is gezamenlijkonderzoek en verkennende gesprekken voeren met de Commissie enandere lidstaten. Wij hechten er daarnaast aan dat de voor visserijbestemde middelen binnen het toekomstige MFK kunnen worden ingezetom bij te dragen aan het toekomstperspectief van de visserij. Innovatieveaquacultuur en nieuwe vormen van schaal-, schelp- en zeewierkweekbieden extra kansen voor een duurzame visserijsector met minder impactop de natuur. We werken daarin samen met Noordzeelanden en sturen opduidelijke Europese regelgeving.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18128
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.