Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 22-23 juni 2026
Brontekst
Versie b90efeec70172ec2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1813 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026Op 22 en 23 juni a.s. vindt de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)plaats in Luxemburg. Met deze brief informeren wij de Kamer over deagenda en de Nederlandse inbreng. Daarnaast informeert de Minister deKamer over de ontwikkelingen ten aanzien van de onderhandelingen overhet Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2028–2034.I. Geannoteerde agenda Landbouw- en Visserijraad 22–23 juni2026 Voorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027Tijdens de Raad zal een beleidsdiscussie plaatsvinden over de voorstellenvoor het GLB na 2027. Op het moment van schrijven is er nog geenachtergronddocument beschikbaar. Onder dit agendapunt zal hetCypriotisch voorzitterschap middels een diversenpunt de Raad ookinformeren over de voortgang van de wetgevende voorstellen voor dewijziging van de Verordening Gemeenschappelijke Marktordening(Kamerstuk 22 112, nr. 4145). Het betreft voorstellen over schoolfruit,-groenten en -melk («EU-schoolregeling»), sectorale interventies, deeiwitsector, eisen voor hennep, de mogelijkheid van handelsnormen voorkaas, eiwithoudende gewassen en vlees, de toepassing van aanvullendeinvoerrechten en regels over de beschikbaarheid van voorraden innoodsituaties en ernstige crises.Marktsituatie, in het bijzonder na de invasie van OekraïneDe komende Raad staat de marktsituatie in de verschillende landbouwsec-toren opnieuw op de agenda. Op het moment van schrijven is nog geenachtergronddocument beschikbaar. Naar verwachting zal de aandachtuitgaan naar de ontwikkelingen in Oekraïne en de import en export vanlandbouwgoederen na de inwerkingtreding van de nieuwe diepe en bredevrijhandelsovereenkomst (DCFTA) tussen de EU en Oekraïne op kst-21501-32-1813ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18131 29 oktober 2025. De Oekraïense vicepremier voor Europese enEuro-Atlantische integratie is uitgenodigd om een presentatie te gevenvoorafgaand aan de bespreking. Deze presentatie stond eerder geplandvoor de Raad van april jl., maar kon destijds op het laatste moment geendoorgang vinden. Naar verwachting zal de Commissie ook ingaan op deactuele ontwikkelingen rond de landbouwmarkten, zoals de stijging vanenergie-, transport- en kunstmestprijzen als gevolg van de voortdurendeafsluiting van de straat van Hormuz. Mogelijk dat de Commissie verwijstnaar het Actieplan Meststoffen. Ondanks de gestegen inputprijzen zal deCommissie naar verwachting er ook op wijzen dat deEU-landbouwmarkten over het algemeen veerkrachtig zijn, met voor ditmoment nog goede (productie)vooruitzichten in veel sectoren.Nederland zal tijdens de Raad onderschrijven dat de landbouw- envoedselsector te maken heeft met grote onzekerheid en zal opnieuw steunuitspreken voor Oekraïne. Tot slot zal Nederland wederom het belangbenadrukken van het vergroten van de weerbaarheid van de landbouw-sector.Verordening betreffende de voorwaarden voor steun van de Unie voorvisserij, aquacultuur en maritiem beleid voor de periode 2028–2034In het kader van de onderhandelingen over het Europese MeerjarigFinancieel Kader (MFK 2028–2034), beoogt het Cypriotisch voorzitterschapin de Raad tot een deelakkoord te komen over de sectorale verordeningbetreffende de voorwaarden voor steun van de Unie voor visserij,aquacultuur en maritiem beleid voor de periode 2028–2034 (hierna: desectorale verordening). Deze verordening valt onder het fonds vanNationale Regionale Partnerschapsplannen. Op het moment van schrijvenwordt nog over de sectorale verordening onderhandeld. Het kabinet zalhet voorliggende akkoord beoordelen conform het BNC-fiche (Kamerstuk22 112, nr. 4146) en de kabinetslijn zoals uiteen is gezet in de Kamerbriefvan 22 mei jl. (Kamerstuk 22 112, nr. 4357).Duurzame visserij in de EU: stand van zaken en oriëntatie voor 2027(vangstmogelijkheden)De Raad zal van gedachten wisselen over de jaarlijkse mededeling van deCommissie over het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) en devangstmogelijkheden 2027. Op het moment van schrijven heeft deCommissie haar mededeling nog niet gedeeld.In de komende maanden publiceert de Internationale Raad voor hetOnderzoek van de Zee (ICES) de jaarlijkse wetenschappelijke vangstad-viezen. De ICES-vangstadviezen zijn gebruikelijk de start van de onderhan-delingen over de vangstmogelijkheden (Total Allowable Catches, TAC’s).Na de publicatie van deze adviezen, die per vissoort in de komendemaanden verschijnen, zal de Kamer steeds via de reguliere Kamerbrievenover de Raad worden geïnformeerd over de Nederlandse onderhande-lingsinzet.In beginsel zet Nederland zich er tijdens de onderhandelingen over deTAC’s voor in dat vangstmogelijkheden worden vastgesteld op het niveaudat overeenkomt met de GVB-doelstellingen. Zo wordt onder meerbeoogd dat bij bestanden het niveau van maximale duurzame opbrengst(Maximum Sustainable Yield, MSY) wordt bereikt, om ervoor te zorgendat de visbestanden op een duurzaam niveau worden beheerd. De praktijklaat zien dat het lastig is om de drie pijlers van het GVB (ecologische,sociale en economische) met elkaar in evenwicht te brengen bij hetvaststellen van de vangstmogelijkheden. Nederland zet zich dan ook inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18132 om dit beter mogelijk te maken en zo ook meer stabiliteit in de vangstmo-gelijkheden te creëren. Onder andere door: 1) de juridische onduidelijk-heden, zoals de 5%-regel in de meerjarenplannen, te verduidelijken, 2) toete werken naar een systeem dat een meerjarige aanpak mogelijk maaktom de MSY te bereiken en 3) de mogelijkheid te onderzoeken om waarpassend meer meerjarige vangstmogelijkheden vast te stellen. Dit zouhelpen om schommelingen op te vangen, zowel wanneer het wetenschap-pelijk advies zeer positief is als wanneer het zeer negatief is. Ten slotte(4)), blijft het essentieel om deze evenwichtige aanpak te bevorderen inonderhandelingen met derde landen, bijvoorbeeld bij het opstellen vanlangetermijnbeheerplannen.Evaluatie van het Gemeenschappelijk VisserijbeleidDe Commissie geeft tijdens de Raad een presentatie over de evaluatie vanhet GVB. Vervolgens zal een gedachtewisseling plaatsvinden. Deappreciatie van de GVB-evaluatie en de Nederlandse inzet hierop tijdensde Raad zal in de Kamerbrief voorafgaand aan het CommissiedebatVisserij en Landbouw- en Visserijraad (16 juni) met de Kamer wordengedeeld.Lopende wetgevingsvoorstellenHet voorzitterschap zal een stand van zaken geven van de lopendewetgevingsvoorstellen, zijnde de Verordening plantaardig uitgangsmate-riaal (PRM) en de herziening van de Diertransportverordening.Verordening plantaardig uitgangsmateriaalMomenteel zijn de triloogbesprekingen over de PRM-verordening gaande.In deze verordening worden tien bestaande richtlijnen voor plantaardiguitgangsmateriaal samengevoegd. Sierteelt is hiervan uitgezonderd envoor bosbouwkundig teeltmateriaal is een aparte verordening gekomen.1In belangrijke mate betreft de PRM-verordening een modernisering van deregelgeving zonder ingrijpende wijzigingen. Voor Nederland zijn eenaantal belangrijke verbeteringen in de Raadspositie opgenomen:–Groenten en fruit worden buiten het verplichte gebruikswaarde-onderzoek gehouden, zodat de administratieve lasten beperkt blijven;–Groentezaden uit derde landen kunnen onder vergelijkbare voorwaar-den als nu het geval is worden geïmporteerd;–Nieuwe rassen waarvan de registratie nog niet helemaal is afgerondkunnen op de markt worden gebracht, zodat de teelt snel met dezerassen kan inspelen op veranderingen.Deze wijzigingen zijn in lijn met de inzet zoals beschreven in het BNC-fiche(Kamerstuk 22 112, nr. 3771). Er is een reële mogelijkheid dat onder hethuidige Cypriotisch voorzitterschap de triloogbesprekingen succesvolworden afgerond en er een overeenstemming komt.Herziening DiertransportverordeningDe herziening van de Diertransportverordening bevat regels omtrentdierenwelzijn tijdens transport. De onderhandelingen hierover verlopenmoeizaam. De Nederlandse inzet in deze onderhandelingen is conform hetBNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 3861). Ierland, dat het voorzitterschap injuli overneemt van Cyprus, heeft reeds aangegeven de onderhandelingenvoort te zetten.1Verordening betreffende de productie en het in de handel brengen van bosbouwkundigteeltmateriaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18133 (mogelijk) Verordening tot wijziging van de strategische plannen van hetGLB en de horizontale verordeningen betreffende meststoffenDit agendapunt is als «mogelijk» geagendeerd. Het is nog onduidelijk ofdeze bespreking zal plaatsvinden. Op 19 mei 2026 presenteerde deEuropese Commissie (hierna: Commissie) het Actieplan Meststoffen(hierna: Actieplan). Dit Actieplan heeft als doel om de beschikbaarheid,betaalbaarheid en strategische autonomie van in de Europese Unie (EU)geproduceerde meststoffen te verstevigen. Het kabinet zal de Kamer voorhet zomerreces via het BNC-traject voorzien van een appreciatie van hetActieplan. In het Actieplan zijn onder andere aanpassingen voorgesteldmet betrekking tot het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Eeneerste aanpassing ziet op het inzetten van de landbouwreserve.Aanvullend is het voorstel om betalingsvoorwaarden te verruimen voorhet verstrekken van voorschotten. Tot slot wordt voorgesteld om delidstaten te bewegen hun eigen Nationaal Strategische Plannen voor hetGLB aan te passen. Voor dat laatste punt betekent dit concreet het inzettenvan budgetten van de eco-regeling en investeringen in de tweede pijlervan het GLB voor hergebruik van nutriënten en andere maatregelen die dedruk op de markt kunnen verminderen. Mogelijk zal er tijdens de Raad algesproken worden over de voorgestelde aanpassingen binnen het GLB.Dit is op het moment van schrijven nog niet duidelijk.II. Maandelijkse voortgangsrapportage over voortgang onderhan-delingen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2028–2034 In Europees verband is er gesproken over de Degressieve Areaalge-bonden Inkomensteun (DABIS). Daarbij heeft Nederland, in lijn met demotie van de leden Bromet en Podt (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1780),opnieuw gepleit voor het verlagen van zowel de ondergrens als debovengrens van de bandbreedte. Gerelateerd hieraan gaf Nederland aande voorgestelde verplichting om jonge boeren een hogere DABIS te gevenbij voorkeur te vervangen door een 6% oormerking voor generatiever-nieuwing binnen het GLB, zodat lidstaten zelf kunnen bepalen hoe datbudget effectief kan worden ingezet. Met betrekking tot het themamilieuverplichtingen zijn er geen recente ontwikkelingen.Het onderzoeksbureau Populytics heeft in opdracht van LVVN onderzoekgedaan naar de verschillende opvattingen over verdelingsprincipes voorhet toekomstige GLB in de samenleving. Zowel burgers als ondernemersuit de agrarische sector deden mee. De resultaten van dit onderzoek zijn tevinden op de website van Populytics.2Dit digitale onderzoeks- en participatietraject vormt een waardevolleaanvulling op andere onderzoeken en methoden om belanghebbenden tebetrekken bij de ontwikkeling van het toekomstige GLB-programma.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. Erkens2Populytics – Rapport: Uitkomsten van de PWE-raadpleging over de toekomst van het Gemeen-schappelijk Landbouw Beleid (GLB)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18134
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.