KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad 'Armoede en Onderwijs'

3 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e2d5d00331d10c2d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 19 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 december 2025Conform het verzoek van de Vaste Kamercommissie voor Onderwijs,Cultuur en Wetenschap van 24 april 20251 sturen wij uw Kamer hierbij eenreactie op het advies van de Onderwijsraad «Armoede en onderwijs» van16 april 2025.De Onderwijsraad adviseert om de toegankelijkheid van het voortgezetonderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) te vergrotenvoor jongeren die opgroeien in armoede. De Onderwijsraad constateertdat de schoolkosten in het vo, en vooral het mbo, hoog zijn. De Raadadviseert het Rijk en onderwijsinstellingen om deze financiële drempelsvoor leerlingen en studenten weg te nemen. Daarnaast pleit de Onder-wijsraad ervoor de ondersteuning van jongeren in armoede te versterken.Ten slotte roept de Raad gemeenten op om hun verantwoordelijkheid tepakken in de ondersteuning van jongeren in armoede, en om vo- enmbo-instellingen meer te betrekken bij lokale overleggen.We danken de Onderwijsraad voor dit advies. Alle kinderen en jongeren inNederland moeten laagdrempelige toegang hebben tot kwalitatief goedonderwijs. Het is essentieel dat financiële drempels zoveel mogelijkworden weggenomen, zodat kinderen en jongeren die opgroeien inarmoede dezelfde kansen krijgen om zich op school te ontwikkelen en huntalenten te ontplooien.In deze brief zullen we ingaan op de volgende thema’s:1.Een reflectie op het advies van de Onderwijsraad dat betrekking heeftop de financiële toegankelijkheid van het mbo.1Kenmerk 2025D18939 kst-36800-VIII-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 191 2.Informatie over de financiële situatie van mbo-studenten, uitgesplitstnaar minderjarige en meerderjarige studenten. Conform de toezeggingvan 11 december 20242.3.Het deel van het advies van de Onderwijsraad dat betrekking heeft oparmoede onder leerlingen in het vo.1. Mbo Advies van de OnderwijsraadDe Onderwijsraad geeft in haar advies aan dat de hoge schoolkosten voormbo-studenten aanzienlijke financiële drempels kunnen opwerpen voorde toegankelijkheid van het onderwijs. Deze kosten kunnen er volgens deOnderwijsraad direct toe leiden dat bepaalde groepen studenten geentoegang hebben tot onderwijs en kunnen er indirect toe leiden dat hunstudievoortgang wordt belemmerd door financiële stress, schaamte ofuitsluiting. Om die reden adviseert de Onderwijsraad om onderwijs tenminste voor alle kwalificatieplichtige studenten3 kosteloos toegankelijk temaken, maar nog liever voor alle studenten tot aan de startkwalificatie4.Daarnaast noemt de Onderwijsraad ook alle minderjarige studenten (metof zonder startkwalificatie) als mogelijke doelgroep voor volledigkosteloos onderwijs.Wij waarderen dat de Onderwijsraad deze kant van de financiële toegan-kelijkheid in het advies Armoede en Onderwijs nadrukkelijk belicht endaarmee een belangrijk inzicht toevoegt aan het bredere debat overgelijke kansen en het wegnemen van drempels om diploma’s te kunnenbehalen.Wij vinden het essentieel dat het mbo toegankelijk is voor alle studenten,ongeacht hun financiële positie. Elke jongere moet een opleiding kunnenvolgen die past bij zijn/haar talenten, zonder dat financiële drempelsdaarin een rol spelen. Financiële problemen verhogen het risico opfinanciële stress en op voortijdig schoolverlaten, terwijl juist het behalenvan een startkwalificatie cruciaal is voor een eerlijke kans op werk envolwaardige deelname aan de samenleving.Mbo-studenten bevinden zich financieel in een tussenpositie. Zij wordennoch behandeld als leerlingen in het vo, noch als studenten in het hbo ofwo. Anders dan leerlingen in het vo moeten mbo-studenten zelf school-boeken en digitale licenties betalen. Daarnaast krijgen mbo-studentenvaak te maken met aanvullende kosten voor onderwijsbenodigdheden(zoals werkkleding, veiligheidsschoenen of een laptop met bijzonderespecificaties) en voor externe examens en certificaten (zoals veiligheids-certificaten). Deze kosten verschillen sterk per opleiding en leerjaar. Invergelijking met hbo- en wo-studenten worden mbo-studenten geconfron-teerd met hogere schoolkosten5, 6. De verschillende groepen studentenzijn niet één op één met elkaar te vergelijken. Minderjarige mbo-studentenbetalen bijvoorbeeld geen les- of cursusgeld en hebben geen recht opstudiefinanciering, terwijl minderjarige hbo- en wo-studenten welcollegegeld betalen en studiefinanciering ontvangen. Meerderjarigembo-studenten betalen wel les- of cursusgeld en hebben recht op2Kenmerk TZ202412-0863Dit betreft alle minderjarige studenten die nog niet in het bezit zijn van een startkwalificatie endus leerplichtig zijn.4Een startkwalificatie is een diploma op minimaal havo-, vwo- of mbo-niveau 2.5Waar in deze brief wordt gesproken over schoolkosten gaat het om kosten voor onder meerschoolboeken, licenties, aanvullende onderwijsbenodigdheden en examens. Het les- encursusgeld valt hier niet onder.6Nibud Studentenonderzoek 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 192 studiefinanciering (voor niveau 1 en 2 in de vorm van een gift) net alshbo- en wo-studenten.Het is daarom van belang dat keuzes aan de kostenkant, zoals hetverminderen van schoolkosten of het afschaffen van les- en cursusgeld, insamenhang worden beschouwd met keuzes aan de inkomstenkant, zoalshet gelijktrekken van verschillen in studiefinanciering. Uw Kamer heeft op14 november 2025 een brief ontvangen over de verschillen in normbe-dragen studiefinanciering en restitutie les- en cursusgeld7.Voorbeeld schoolkosten: Sam, 16 jaarSam volgt de mbo-opleiding tot machinist. Voorafgaand aan hetschooljaar schaft hij schoolboeken en digitale leermiddelen aan.Tijdens zijn eerste jaar ontvangt hij onverwacht een aanvullendefactuur van de school voor verplichte cursussen en beroepsexamensdie nodig zijn om stage te mogen lopen en bevoegd te worden in hetberoep. Deze kosten bedragen € 654. In het tweede jaar is ditopnieuw het geval, met een factuur van ruim € 900.Voorbeeld schoolkosten: Nora, 18 jaarNora volgt de mbo-opleiding bouwkunde en infra. De school schrijfteen laptop voor met een minimale aanschafprijs van € 899.Daarnaast betaalt ze in haar eerste jaar € 690 voor schoolboeken endigitale licenties. Voor de veiligheidscursus en het bijbehorendeexamen komt daar € 180 bij. Ook moet ze veiligheidsschoenen metstalen neuzen aanschaffen à € 80.Uit het Nibud studentenonderzoek 2024, dat wij 1 september 2024 aan uwKamer stuurden, blijkt dat een groot deel van mbo-studenten aangeeft(heel) makkelijk rond te kunnen komen. De groep is echter erg divers. Zogaf 12% van de ondervraagde bol-studenten en 10% van de ondervraagdebbl-studenten aan moeilijk rond te kunnen komen. Van de minderjarigestudenten gaf 5% aan moeilijk rond te kunnen komen. Dat een deel van destudenten niet goed kan rondkomen vinden wij zorgelijk. Daarnaast laathet onderzoek zien dat mbo-studenten financieel kwetsbaarder zijn danstudenten in het hbo/wo. Zij hebben meestal nog geen startkwalificatie enbevinden zich in een fase waarin financiële druk de kans op studiesucceskan verkleinen.Afschaffen schoolkostenDe Onderwijsraad adviseert studeren volledig kosteloos te maken vooreen aantal groepen mbo-studenten. Hiermee bedoelt de Onderwijsraaddat studenten niet hoeven te betalen voor het les- en cursusgeld,schoolboeken en digitale licenties, spullen voor persoonlijk gebruik (zoalsveiligheidskleding) en voor examens en certificaten (bijvoorbeeld eenveiligheidscertificaat).De kosten voor spullen voor persoonlijk gebruik, externe examens encertificaten verschillen per opleiding en per mbo-instelling. We kunnenmomenteel geen goede inschatting maken van deze kosten. Er kan weleen inschatting worden gemaakt van de kosten voor het vergoeden vanschoolboeken en digitale licenties.7Kamerstuk 24 724, nr. 249Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 193 De kosten voor het gratis beschikbaar stellen van schoolboeken endigitale licenties in het mbo worden geschat op € 450–€ 650 per studentper jaar. Ter vergelijking: in het vo is onder de Wet Gratis Schoolboekencirca € 450 per leerling per jaar beschikbaar. In het mbo liggen de kostendoorgaans hoger dan in het vo omdat opleidingen vaak specialistischeboeken vereisen. Daarnaast liggen de kosten hoger in het eerste entweede studiejaar omdat studenten dan boeken aanschaffen die meerderejaren meegaan.Tegelijkertijd is de leermiddelenmarkt voor het mbo kwetsbaar, waardoormarktverstoring kan leiden tot hogere kosten. De kosten hangen dus sterkaf van de gekozen vorm en uitvoering van het gratis beschikbaar stellenvan schoolboeken en licenties.Op termijn zouden ontwikkelingen zoals investeringen in open en digitaleleermiddelen de kosten mogelijk kunnen verlagen. Het Groeifondspro-gramma Npuls, dat hier een bijdrage aan levert, loopt tot 2031.Twee van de doelgroepen die de Onderwijsraad noemt zijn minderjarigembo-studenten en alle mbo-studenten tot aan de startkwalificatie.Uitgaande van de bandbreedte van € 450–€ 650 per student per jaar,komen de totale kosten voor gratis schoolboeken en licenties voor alleminderjarige mbo-studenten op 75 tot 110 miljoen euro per jaar en vooralle mbo-studenten tot aan de startkwalificatie op 145 tot 210 miljoen europer jaar. Het gratis maken van schoolboeken en licenties voor bepaaldegroepen mbo-studenten is naar verwachting uitvoerbaar, bijvoorbeeld viade bekostiging voor scholen. Hiervoor zijn echter geen middelenbeschikbaar.Toenmalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap RobbertDijkgraaf heeft meermaals een oproep gedaan aan mbo-instellingen omde schoolkosten te beperken8. Daarnaast heeft OCW de afgelopen jarensamen met de MBO Raad en JOBmbo ingezet op het verminderen vanfinanciële drempels om te studeren op het mbo. Dit heeft onder anderegeleid tot het Servicedocument Schoolkosten waarin is vastgelegd welkekosten voor rekening komen van de school en welke kosten mogenworden opgelegd aan de student. Ook hebben mbo-instellingen eenterugkoopregeling ingesteld voor boeken die niet voldoende intensief zijngebruikt. Sinds studiejaar 2024–2025 ontvangen minderjarigembo-studenten een tegemoetkoming van 60 euro voor schoolboeken enlicenties. Bij financiële problemen kunnen zij steun krijgen via hetStudentenfonds van hun school.Met bovenstaande maatregelen wordt geprobeerd om de schoolkostenvoor studenten te beperken.Afschaffen les- en cursusgeldNaast het afschaffen van schoolkosten pleit de Onderwijsraad ook voorhet afschaffen van les- en cursusgeld. Ook bij deze maatregel adviseert deOnderwijsraad om dit te doen voor alle studenten tot aan de startkwalifi-catie. Minderjarige mbo-studenten betalen geen les- of cursusgeld en zijndus per definitie uitgesloten van deze maatregel.De vraag is of het afschaffen van het lesgeld daadwerkelijk de financiëledrempel verlaagt voor studenten in een financieel kwetsbare positie. Ditkomt doordat de aanvullende beurs voor mbo-studenten een «top-up»8Kamerstuk 31 524, nr. 538Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 194 bevat die specifiek bedoeld is voor het lesgeld9. Voor vavo-studentengeldt eenzelfde systematiek binnen de tegemoetkoming scholieren10. Alshet lesgeld vervalt, verdwijnt ook deze top-up, waardoor het totaalbedragaan studiefinanciering dat deze studenten ontvangen daalt. Per saldogaan studenten in een financieel kwetsbare situatie met een maximaleaanvullende beurs er financieel dus niet op vooruit. Het directe voordeelvan de maatregel komt hierdoor terecht bij studenten die geen rechthebben op een maximale aanvullende beurs, dus de groep die financieelminder kwetsbaar is. Daarmee staat de doeltreffendheid en doelmatigheidvan deze maatregel voor de financiële positie van de mbo-student terdiscussie.Deze overwegingen laten zien dat het afschaffen van lesgeld geenmaatregel is die specifiek voor het verbeteren van de financiële positievan mbo-studenten vanzelfsprekend voordelig of logisch is. Effectenmoeten zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen en in samenhangworden bezien met aanpassingen in studiefinanciering.Ten slotte is het van belang om goed te kijken naar de uitvoerbaarheid vande maatregel. In dit geval geldt dat een variant waarin het les- encursusgeld afgeschaft zou moeten worden voor alle studenten zonderstartkwalificatie het moeilijkst uitvoerbaar is. DUO zal in die gevallenimmers moeten controleren of een student al een startkwalificatie heeft.Het afschaffen van het lesgeld voor de andere doelgroepen die deOnderwijsraad adviseert is relatief eenvoudiger om in te voeren. Het isdaarnaast lastig om deze maatregel in te voeren omdat deze samenhangtmet andere regelingen van DUO, zoals het toekennen van de aanvullendebeurs. Bij invoering van deze maatregel moet rekening worden gehoudenmet gevolgen voor het gehele studiefinancieringsstelsel. Dit maakt deimplementatie complex. Definitieve uitspraken over de haalbaarheidkunnen pas gedaan worden nadat een uitvoeringstoets is uitgevoerd.Excursies en studentenfondsDaarnaast adviseert de Onderwijsraad om studenten toegang te geven totexcursies zonder betaalverplichting. In de huidige situatie betalenmbo-studenten vaak een vrijwillige bijdrage voor excursies. Deze zijn nietverplicht en zijn niet nodig om het diploma te behalen. Als een studentniet mee wil of kan is de school verplicht om een gratis alternatief teregelen.Wij begrijpen de intentie van de Onderwijsraad. Wij voorzien echter datdit ofwel leidt tot een verschraling van het excursie-aanbod vanmbo-instellingen, ofwel zal leiden tot hoge extra kosten. Momenteelkunnen we geen goede schatting maken van deze kosten.De Onderwijsraad noemt in haar advies ook het mbo-studentenfonds. Zijconstateert dat dit een waardevol fonds is, maar ziet ook beperkingen inde opzet hiervan. De Onderwijsraad pleit daarom voor een onderwijskan-senbudget in het mbo, net als in het vo. Het mbo-studentenfonds wordt9Dit geldt niet voor bbl-studenten die cursusgeld betalen. Deze studenten ontvangen geenstudiefinanciering en dus geen top-up.10Meerderjarige vavo-studenten ontvangen in veel gevallen tegemoetkoming scholieren.Afhankelijk van het ouderlijk inkomen kunnen zij ook een aanvullende toelage ontvangen,waarin ook een bedrag zit voor het lesgeld. Dit wordt door DUO verrekend met het te betalenlesgeld. Vavo-studenten die deeltijdonderwijs volgen, kunnen een tegemoetkoming deeltijdersontvangen. Daarin zit ook een bedrag voor het cursusgeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 195 verdeeld over de mbo-instellingen volgens de lumpsum-verdeling11,terwijl het onderwijskansenbudget in het vo afhankelijk is van een aantalindicatoren, waaronder het opleidingsniveau en herkomst van de ouders.De werking van het mbo-studentenfonds is onderzocht in het kader van dewetsevaluatie van de Wet rechtspositie en rechtsbescherming vanmbo-studenten. We verwachten deze evaluatie eind dit jaar naar uwKamer te sturen.2. Cijfers financiële situatie minderjarige mbo-studenten(toezegging 2024) Conform een toezegging in het commissiedebat over het MBO van11 december 2024 informeren wij uw Kamer hierbij ook over de financiëlesituatie van mbo-studenten, uitgesplitst naar minder- en meerderjarigestudenten.Het Nibud Studentenonderzoek uit 202412 biedt inzicht in de financiëlepositie van mbo-studenten, uitgesplitst naar verschillende leeftijdscatego-rieën en leerwegen. In de tabel hieronder zijn de uitkomsten, indienbeschikbaar13, weergegeven voor verschillende leeftijdscategorieën.Daaruit blijkt dat minderjarige mbo-studenten veel minder vaak aangeven(heel) moeilijk rond te komen dan meerderjarige mbo-studenten. Ook zienwe dat de inkomsten en uitgaven van minderjarige mbo-studenten eenstuk lager zijn dan van meerderjarige mbo-studenten. Dit is ook logisch,omdat minderjarige mbo-studenten geen recht hebben op de basisbeurs,aanvullende beurs en studielening en ook geen lesgeld hoeven te betalen.16–17 jaar18–20 jaar21–29 jaarbolbblbolbblbolbblInkomstenTotaal besteedbaarinkomen€ 425€ 580€ 872€ 1.235€ 1.301€ 1.812Waarvan:Bijdrage ouders1€ 61–€ 91–€ 101–Bijbaan2€ 220€ 494€ 366€ 1.127€ 613€ 1.658Basisbeursn.v.t.n.v.t.n.v.t.n.v.t.– thuiswonend€ 100€ 100– uitwonend€ 326€ 326Aanvullende beursn.v.t.n.v.t€ 304n.v.t.€ 361n.v.t.Leningn.v.t.n.v.t–n.v.t.–n.v.t.UitgavenTotale uitgaven€ 376€ 557€ 665€ 993€ 1.106€ 1.597Rondkomen6%–14%–16%–– (Heel) moeilijk– Neutraal37%–40%–58%–– (Heel) gemakkelijk57%–46%–26%–Sparen90%95%94%98%86%91%€ 167€ 562€ 221€ 617€ 183€ 4901 Dit betreft alleen de directe bijdrage van ouders. De indirecte ouderbijdrage – als oudersuitgaven (deels) voor hun rekening nemen – is hier niet in meegenomen.2 Voor bbl-studenten gaat het om inkomsten uit een leerwerkbaan en/of bijbaan. 11In de lumpsumverdeling wordt rekening gehouden met het aantal studenten op entree-niveauen niveau 2. Deze groep mbo-studenten is volgens het Nibud Studentenonderzoek 2024financieel kwetsbaar.12Nibud Studentenonderzoek 202413In het Studentenonderzoek zijn niet alle inkomsten en uitgaven uitgesplitst naar leeftijdsgroep.Verder hebben alleen meerderjarige bol-studenten recht op basisbeurs, aanvullende beurs ende lening. Voor studenten die daar geen recht op hebben is «n.v.t.» opgenomen in de tabel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 196 3. Voortgezet onderwijs De Onderwijsraad pleit voor een limiet op de vrijwillige ouderbijdrage, enadviseert om de betaling hiervan anoniem via een bovenschools fonds teorganiseren in plaats van via individuele ouderbijdrages. Zo zou deouderbijdrage echt vrijwillig worden, en zou er meer financiële gelijkheidontstaat tussen scholen. Dit kabinet kiest vanwege de focus en bijbeho-rende kosten niet voor het afschaffen of limiteren van de ouderbijdrage.14De ouderbijdrage is op dit moment al vrijwillig en het is belangrijk datscholen dit ook uitstralen. De inspectie houdt daar ook toezicht op,bijvoorbeeld als zij signalen ontvangt dat een school hier niet duidelijkover communiceert. Om zicht te houden welke aanvullende kosten hetvoortgezet onderwijs met zich meebrengt monitoren we de schoolkostenin het funderend onderwijs om het jaar. Eind 2025 wordt de volgendeSchoolkostenmonitor opgeleverd. Dit ontvangt u begin 2026.Daarnaast pleit de Raad ervoor dat vo-scholen de kwaliteit van hetonderwijs bewaken voor deze groep jongeren, en dat zij de ondersteuningaan deze groep versterken. De Onderwijsraad pleit ervoor dat scholenzorgen voor een volledig onderwijsaanbod voor alle leerlingen (metbijvoorbeeld ook voldoende aandacht voor creatieve vakken) en dat zijeen positief schoolklimaat creëren met hoge verwachtingen. Ook geeft deOnderwijsraad aan dat het belangrijk is dat leraren en schoolleiderssignalen van armoede leren herkennen en weten hoe ze daarmee ommoeten gaan. Ten slotte noemt de Raad dat extra activiteiten bijdragenaan het welzijn en de algemene ontwikkeling van jongeren in armoede, endat materiele ondersteuning hen helpt om volwaardig aan onderwijs deelte kunnen nemen.We steunen dit pleidooi van de Onderwijsraad aan de scholen, en bekijkensamen met de VO-raad hoe we scholen hierbij kunnen helpen. Zo zullenwe de handreiking «Omgaan met armoede op scholen» opnieuw onder deaandacht brengen van alle scholen, en organiseert de VO-raad eenwebinar over armoede op scholen, waarin onder andere het NederlandsJeugd Instituut aan bod komt. Daarnaast zijn er structurele middelenbeschikbaar om extra ondersteuning te bieden aan jongeren in armoededoor middel van de programma’s School en Omgeving, Schoolmaaltijdenen Brugfunctionaris.In 2025 bereiken we met School en Omgeving bijna 1.200, voor School-maaltijden bijna 2.400 scholen en met de Brugfunctionaris 1.100 scholen.Ook ondersteunt de Gelijke Kansen Alliantie scholen en gemeenten bij hetvergroten van onderwijskansen. Op veel plekken is daarbij aandacht voorhet tegengaan van de effecten van het opgroeien met armoede in hetonderwijs. Zo starten er leernetwerken voor wethouders, schoolleiders engemeenteambtenaren gericht op het thema «Investeren in de omgevingvan het kind», en zijn er met 105 gemeenten nieuwe afspraken gemaaktover de gezamenlijke inzet op kansengelijkheid. Dit schooljaar zijn er ookvier nieuwe «landelijke agenda’s» gestart, een vorm van bovenschoolsesamenwerkingen waarin scholen een interventie implementeren, kennisontwikkelen en de effectiviteit in beeld brengen. Eén van deze agenda’sgaat over het lesgeven vanuit hoge verwachtingen, de andere is gerichtop de aanpak van de Familieschool, waarin de aanpak van armoede in hetgezin een grote rol speelt. In dit kader worden er meerdere bijeenkomstengeorganiseerd die bedoeld zijn om onderwijsprofessionals te helpen metkennis en ervaring hierover.14Kamerbrief Onderzoek juridische haalbaarheid toekomstscenario’s vrijwillige ouderbijdrage,10 september 2024, Kamerstuk 36 410 VIII, nr. 144Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 197 De Onderwijsraad roept schoolbesturen daarnaast op om leraren eerlijk teverdelen over scholen. Het eerlijk verdelen van leraren is een ingewik-kelde opdracht omdat leraren vanzelfsprekend zelf kunnen kiezen waar zijwillen werken. Desondanks kunnen schoolbesturen regionaal samen-werken in de onderwijsregio’s en zorgen voor goed personeelsbeleid envoor goede begeleiding en ontwikkelmogelijkheden van (startende)leraren. Landelijk dragen we hier bijvoorbeeld ook aan bij met dearbeidsmarkttoelage voor scholen met relatief veel leerlingen inkwetsbare positie.In het kader van voldoende structurele middelen voor deze doelgroep,pleit de Onderwijsraad voor verhoging van het onderwijskansenbudget inhet vo en voor het omzetten van tijdelijke en versnipperde subsidierege-lingen in structurele financiering. Naar aanleiding van uw oproep om debezuiniging op de onderwijskansenregeling te heroverwegen is deonderwijskansenregeling behouden. De regeling wordt structureelongewijzigd voortgezet. Het kabinet heeft geen budgettaire ruimte voorverhoging van het onderwijskansenbudget.Het kabinet zet wel belangrijke stappen in het omzetten van subsidierege-lingen naar structurele financiering. Vanaf 2029 zullen de programma’sSchool en Omgeving, Brugfunctionaris en Schoolmaaltijden viaéén aanvullende bekostigingsregeling gefinancierd worden, zodat descholen met leerlingen die dit het hardste nodig hebben, structureelaanvullend aanbod en ondersteuning kunnen bieden. Bij de vormgevinghiervan wordt ook gekeken naar de mogelijkheid om de armoededefinitievan het CBS te gebruiken bij de verdeling van de middelen.Ten slotte roept de Onderwijsraad gemeenten op om hun coördinerendeen initiërende verantwoordelijkheid te pakken in het lokale armoede-beleid, en het vo en mbo structureel te betrekken bij lokale educatieveoverleggen. Het kabinet onderschrijft het belang van een sterke samen-werking tussen scholen en gemeenten. Leraren zien het in de klas alskinderen opgroeien in armoede, maar scholen zijn niet eerstverantwoor-delijk om armoedeproblemen op te lossen. Door een sterke samen-werking tussen scholen, gemeenten, welzijnsorganisaties, lokalewijkteams e.d. kunnen deze problemen wel op of verbonden met schoolaangepakt worden. We zien de lokale en regionale educatieve agenda’sook als een belangrijk instrument om deze samenwerking te coördinerenen te borgen. We bekijken samen met de VNG, de sectorraden en deInspectie van het Onderwijs hoe we deze lokale en regionale overleggenkunnen versterken.Tot slotTot slot spreken wij onze waardering uit voor het feit dat de Onder-wijsraad in dit advies nadrukkelijk aandacht vraagt voor leerlingen enstudenten in een kwetsbare financiële positie. Jongeren in zowel het voals het mbo verdienen gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen,ongeacht hun financiële situatie. Dat is in het belang van henzelf én vande samenleving als geheel.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. MoesDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. BeckingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 198

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 65304d92f1662f3b

14 okt 2026 · e57c15704dabf722

13 okt 2026 · 9a2509f269ba10f9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.