Antwoord op vragen van de leden Van der Lee, Thijssen en Kröger over de toename van fossiele financieringen door banken
Brontekst
Versie 061dc98cf1890ed4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2082Vragen van de leden Van der Lee, Thijssen en Kröger (allenGroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Financiën, van Economische Zaken enKlimaat en voor Klimaat en Energie over de toename van fossielefinancieringen door banken (ingezonden 15 mei 2024).Antwoord van Minister Van Weyenberg (Financiën), mede namens deMinisters van Economische Zaken en Klimaat en voor Klimaat en Energie(ontvangen 24 juni 2024),Vraag 1Bent u bekend met het meest recente Annual Banking on Climate Chaosrapport van Banktrack (gepubliceerd 13 mei jl.), met daarin o.a. data over detoename van fossiele investeringen door Nederlandse grootbanken?Antwoord 1Ja.Vraag 2Erkent u dat financieringen in exploratie van nieuwe olie- of gasveldenvolgens de scenario’s van het Internationaal Energie Agentschap niet in lijnzijn met de reductie die nodig is om de doelstellingen van het Parijsakkoordte halen?Antwoord 2In 2021 heeft het Internationale Energieagentschap (IEA) geconcludeerd dat ervoor investeringen in nieuwe olie- en gasvelden geen ruimte is onder het1,5 graad scenario.1 De reden hiervoor is dat alle olie- en gasvelden die reedszijn ontdekt en in verschillende stadia van ontwikkeling zijn, al voorzien in deverwachte mondiale vraag naar fossiele brandstof die past binnen een1,5 graad scenario. Hier zijn echter een aantal kanttekeningen bij te plaatsen.Zo veronderstelt de IEA dat alle olie- en gasvelden die zijn ontdekt ook zullenworden ontwikkeld. Dit zal niet altijd het geval zijn. Tevens wordt door de IEAgeen rekening gehouden met enige mate van voorzieningszekerheid. Naastdeze kanttekening geldt dat het de wens van dit kabinet is om, zolang we noggebruik maken van fossiele bronnen zoals aardgas, te kiezen voor gaswinninguit kleine Nederlandse velden. Dit omdat de CO2-voetafdruk van dergelijke1Zie: https://www.iea.org/reports/net-zero-by-2050. ah-tk-20232024-2082ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 binnenlandse productie veelal lager is dan die van geïmporteerd aardgas endaarnaast bijdraagt aan de (West-Europese) importonafhankelijkheid.Vraag 3 en 4Kunt u toelichten hoe CO2-uitstoot (en equivalenten) in het kader van hetklimaatakkoordcommitment van de financiële sector gemeten wordt? Klopthet dat financiële instellingen voornamelijk sturen op relatieve uitstoot (CO2-eper eenheid product), waardoor er ruimte blijft om fossiele investeringen uitte breiden zolang de relatieve uitstoot hiervan omlaag gaat? In welke matevereist het commitment een reductie van de absolute investeringsomvang infossiele activiteiten? Wat wordt hier in de leidraad van het klimaatakkoord-commitment over gezegd?In welke mate gaat de aanstaande herziening van de leidraad (specifiek hetaandachtspunt «relevante (sectorale) transitiepaden») aandacht besteden aande noodzakelijke reductie van absolute financieringsvolumes van activiteitendie niet in lijn zijn met het IEA-scenario? Te meer omdat CSDDD artikel 15 ookom absolute emissiereductie zal vragen?Antwoord 3 en 4In de voortgangsrapportages van het klimaatcommitment voor 2022 en 2023wordt gerapporteerd over de verandering van de absolute gerapporteerdescope 1, scope 2 en waar mogelijk ook scope 3 CO2-emissies van deondertekenaars van het klimaatcommitment.2 Daarnaast wordt ook gerappor-teerd over de economische emissie-intensiteit voor scope 1 en 2 emissies. Ditis een relatieve maatstaf van CO2-emissies die onafhankelijk is van de groottevan de portefeuille. Uit het tweede deel van de voortgangsrapportage van2022 blijkt dat de meeste instellingen (69%) aangaven de economischeemissie-intensiteit te gebruiken als indicator voor het formuleren van hunreductiedoelstellingen. Daarnaast geeft 45% van de ondertekenaars aan (ook)absolute emissies te gebruiken.3De huidige leidraad van het klimaatcommitment bevat geen aanbevelingenop het gebied van absolute of relatieve reductiedoelstellingen of hetafbouwen van de financiering van de fossiele industrie. Er wordt in hetalgemeen gesproken over klimaatdoelstellingen. Dit zijn kwantitatieveCO2-reductiedoelstellingen voor 2030 of wetenschappelijke gefundeerdedoelstellingen op basis van internationaal erkende standaarden.4 In deaandachtspunten voor het vervolg van het klimaatcommitment is verderafgesproken de leidraad te herzien en hierin nieuwe inzichten op het gebiedvan reductiedoelstellingen mee te nemen.5 De Ministeries van EconomischeZaken en Klimaat en Financiën hebben er in de Commissie Financiële SectorKlimaatcommitment (CFSK) voor gepleit dat in de herziene versie van deleidraad wordt opgenomen dat instellingen absolute én relatieve CO2-doelstellingen opstellen op portefeuilleniveau, alsmede reductiedoelstellingenop sectoraalniveau en doelstellingen voor het opschalen van de financieringvan klimaatoplossingen en het uitfaseren van financiering van fossielebrandstoffen. De reden voor deze brede inzet is dat voorkomen moet wordendat financiële instellingen door een nauwe focus op het reduceren vanabsolute CO2-emissies op portefeuilleniveau slechts de vervuilende onderde-len van hun portefeuille afstoten. Als deze onderdelen van hun portefeuilleovergenomen worden door andere financiële instellingen, komen we nietdichter bij de doelen van Parijs. Alleen als financiële instellingen hun klanten,waaronder ook de fossiele industrie, helpen te verduurzamen brengen zij dedoelen van Parijs ook daadwerkelijk dichterbij. Het stellen van sectorale enrelatieve reductiedoelstellingen naast absolute doelstellingen helpt hierbij. Deherziene versie van de leidraad wordt na de zomer gepubliceerd.Op 24 mei jl. is de Corporate Sustainability Due Dilligence Directive (CSDDD)aangenomen. De CSDDD wordt tussen 2027 en 2032 gefaseerd ingevoerd.Artikel 15 van de CSDDD zal ondernemingen die onder de reikwijdte vallen2Scope 1 emissies worden gevormd door de directe uitstoot van een organisatie, scope 2emissies wordt gevormd door de indirecte uitstoot van ingekochte energie, en scope 3emissies bestaat uit andere indirecte uitstoot in de volledige waardeketen van het bedrijf.3Kamerstukken II, 2022–2023, 32 013 en 32 813, nr. 281.4Zie: https://klimaatcommitment.nl/herziene-leidraad-klimaatcommitment/5Zie: https://klimaatcommitment.nl/financiele-sector-zet-voortrekkersrol-klimaatcommitment-door/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 verplichten om een transitieplan op te stellen en zich in te spannen dittransitieplan ook uit te voeren. Met dit plan moet de bedrijfsstrategie in lijnworden gebracht met de doelen van Parijs (het 1,5 graad scenario) en deEuropese Klimaatwet. Voor 2030 en in stappen van vijf jaar tot 2050.Bedrijven moeten in hun transitieplan, waar relevant, absolute emissiereduc-tiedoelstelllingen en scope 3 emissies meenemen. Een volledige appreciatievan het voorlopige akkoord op de CSDDD is op 12 april jl. gedeeld met uwKamer.6Door ook absolute reductiedoelstellingen op te nemen in de leidraad,bereiden de ondertekenaars van het klimaatcommitment waarvoor de CSDDDvan toepassing wordt, zich al voor op deze eis uit de CSDDD.Vraag 5Waarom investeert de financiële sector niet meer in de verduurzaming van deNederlandse economie? Welke extra stappen gaat het kabinet zetten omervoor te zorgen dat de financiële sector voldoende duurzame financierings-opties heeft in de Nederlandse economie en fossiele projecten voor financiëleinstellingen minder aantrekkelijk gemaakt worden?Antwoord 5De financiële sector kiest in beginsel zelf of en op welke wijze zij investeert inde Nederlandse economie. Dat gezegd hebbende, heeft een groot deel van deNederlandse financiële sector zich in 2019 gecommiteerd aan de doelstellin-gen van Parijs via het klimaatcommitment. Via dit commitment hebben deondertekenaars zich ook gecommitteerd aan een inspanningsverplichtingvoor deelname aan de financiering van de Nederlandse energietransitie. Alleondertekenaars van het klimaatcommitment hebben inmiddels actieplannengepubliceerd om hun leningen en investeringen in lijn te brengen met deklimaatdoelen. Op dit moment doet het kabinet bovendien een verkenning– voortbouwend op de beleidsagenda voor duurzame financiering – of en hoewettelijke en alternatieve maatregelen de bijdrage van de financiele sectoraan de klimaattransitie kunnen versnellen. De verwachting is dat het nieuwekabinet rond de zomer de Kamer kan informeren over de uitkomsten van deverkenning.Op dit moment is er geen eenduidige informatie over hoeveel financiëleinstellingen op sectorniveau via investeringen en leningen bijdragen aan deklimaat- en energietransitie. Dit was ook één van de uitkomsten van deevaluatie van het klimaatcommitment afgelopen jaar. Ik ben daarom blij datde aandachtspunten voor het vervolg van het klimaatcommitment eenactiepunt bevatten om kwantitatief en kwalitatief inzichtelijk te maken wat definanciële sector (nationaal en internationaal) doet op het gebied van definanciering van de energietransitie en waar met name in de Nederlandsecontext de knelpunten liggen. Via publiek-private samenwerking, zoals deexpertsessies waarover ik u informeerde in de voortgangsbrief over deBeleidsagenda voor duurzame financiering, kunnen vervolgens oplossingenvoor deze knelpunten gevonden worden.7Tenslotte haal ik in dit verband het exportkredietverzekeringen-beleid (ekv)aan. Per 1 januari 2023 is nieuwe ekv-steun aan de fossiele energiesector,behoudens enkele specifiek geformuleerde uitzonderingen, beëindigd. Voor2024 is het doel om tien procent meer aanvragen te ontvangen voorekv-dekking op groene transacties, en tien procent meer groene transacties teverzekeren ten opzichte van 2023.8Vraag 6Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het aanstaandeCommissiedebat Financiële Markten op 30 mei 2024?Antwoord 6Nee, dit is niet gelukt.6Kamerstukken II, 2023–2024, 26 485, nr. 435.7Kamerstukken II, 2023–2024, 33 043, nr. 113.8Kamerstukken II, 2023–2024, 26 485, nr. 433, p. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.