KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)

22 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 79e7777ce2b7e491 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 765Kwaliteit van zorgNr. 985 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026De beweging van zorg naar gezondheid en naar méér passende zorg staatcentraal in de zorg- en welzijnsakkoorden: het Integraal Zorgakkoord (IZA)en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), in deze brief verkorttot «zorgakkoorden». Het kabinet heeft er waardering voor dat alleakkoordpartijen1 in goede samenwerking met elkaar werken aan hettoegankelijk en betaalbaar houden van zorg en ondersteuning, nu en in detoekomst. Dit is van belang om de uitdagingen van de vergrijzing,stijgende zorgkosten en groeiende personeelstekorten het hoofd tebieden. Zonder deze beweging zou de kwaliteit en beschikbaarheid vanzorg voor mensen in het gedrang komen. De zorgakkoorden zijn dan ooknadrukkelijk een brede beweging die wordt gedragen door zorg- enwelzijnspartijen zelf, iets dat ook internationaal gezien uniek is. Ook in hethoofdlijnenakkoord ouderzorg (HLO) staat deze beweging centraal.In de praktijk zijn er de afgelopen jaren veel mooie stappen gezet in beteresamenwerking tussen verschillende sectoren in welzijn en zorg, zoalsbijvoorbeeld tussen het sociaal domein en de eerstelijnszorg. Door hethele land wordt hard gewerkt aan het opschalen van goede voorbeelden,zoals het verkennend gesprek, waarbij mensen met psychische klachtendie ook andere problemen hebben als schulden of eenzaamheid, samenmet hulpverleners uit het sociaal domein en de geestelijke gezond-heidszorg (ggz) bepalen wat hen het beste helpt. Of denk aan een ingreepals de tweezijdige staaroperatie, waardoor patiënten minder vaak naar hetziekenhuis hoeven en sneller herstellen. Een ander voorbeeld is destructurele borging van Thuisarts, het platform waar mensen laagdrem-1ActiZ, De Nederlandse GGZ, Federatie Medisch Specialisten, InEen, Universitair MedischeCentra Nederland, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Patiëntenfederatie Nederland,Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Verzorgenden en Verpleegkundigen Nederland,Zelfstandige Klinieken Nederland, Zorgthuisnl, Zorgverzekeraars Nederland, LandelijkeHuisartsenvereniging en het Ministerie van VWS, GGD GHOR Nederland, MIND en SociaalWerk Nederland. kst-31765-985ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9851 pelig advies krijgen over hun klachten. Daarnaast is substantieel geïnves-teerd in transformatieplannen rond belangrijke thema’s als digitaliseringen gegevensuitwisseling, betere regionale samenwerking en deopschaling van mentale gezondheidsnetwerken door het hele land.Het kabinet ziet ook dat professionals energie krijgen van deze nieuwemanieren van werken. Het recente Congres «Samen voor Gezondheid,Zorg en Welzijn», dat in het teken stond van de zorgakkoorden, is daar eengoede illustratie van: ruim 2.300 professionals bezochten het programma,waar talloze mooie praktijkvoorbeelden voor het voetlicht werdengebracht. Ook zijn sinds het afsluiten van het IZA tientallen buurtge-sprekken en lokale talkshows georganiseerd, waar zorgverleners eninwoners met elkaar in gesprek gaan over de veranderende zorg.De voorbeelden in de praktijk tonen de waarde van de zorgakkoorden.Tegelijkertijd constateert het kabinet dat meer nodig is, als we willen datdeze voorbeelden overal de standaard worden. In de beleidsbrief VWS2van 24 april jl. kondigt het kabinet aan om in aanvulling op de uitvoeringvan de zorgakkoorden met overheidspartijen de stap te zetten naar devolgende fase. Het kabinet wil de voorlopers en volgers in de bewegingnaar passende zorg en ondersteuning bevestigen en steunen in hunhandelen en bijsturen waar dat nog niet zover is. Het kabinet gaatdaarvoor de ruimte verkleinen die er op dit moment is om niet mee tedoen in de beweging; er komt een samenhangend pakket aan wet- enregelgeving dat passende zorg altijd en overal de norm maakt, zodatmensen ook op deze zorg kunnen rekenen en de ongewenste praktijkva-riatie vermindert. Ook investeert het kabinet in zorgzame buurten enwijken en gemeenschapsvorming. Niet alle vragen van patiënten zijnimmers medisch van aard. Soms biedt maatschappelijke ondersteuningjuist een beter antwoord.Met deze nu voorliggende brief geeft het kabinet een eerlijke reflectie opde gezette stappen bij de zorgakkoorden: waar gaat het goed, en waargaat het nog niet snel genoeg? Deze brief is daarmee een aanvulling opde op 9 april jl. door de Kamer ontvangen voortgangsbrief IZA/AZWA. Metdie brief heeft de Kamer de laatste IZA-voortgangsrapportage over hetvierde kwartaal 2025 ontvangen, waarin onder andere de voortgang vande tien «thematafels» van het IZA was opgenomen (zie ook onderstaandefiguur).3 Daarbij is aangegeven dat de komende periode wordt benut omtot een geïntegreerde IZA/AZWA-monitor te komen en dat de Kamer in de2Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 191.3Integraal Zorgakkoord - Voortgangsrapportage | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9852 tweede helft van 2026 wordt geïnformeerd over de opzet van de geïnte-greerde monitor. Voor de zomer worden ook de monitors van de 2-metingvan de «beweging van het IZA» door de kennisinstituten (RIVM, Nivel enhet Zorginstituut) online gepubliceerd. Na de zomer ontvangt de Kamerde kabinetsreactie op deze rapportage.De beweging van het IZA en het AZWA kan grofweg worden geschetstlangs vijf lijnen:1) passende zorg, 2) zorglandschap, 3) toegankelijkheid, 4) beweging naarde voorkant en 5) arbeidsmarkt. In deze brief treft de Kamer de belang-rijkste resultaten en ontwikkelingen bij de zorgakkoorden langs deze vijflijnen, aangevuld met voorbeelden uit de praktijk.1 Passende zorg De beweging naar passende zorg staat centraal in de zorgakkoorden. Hetprincipe van passende zorg draait erom dat niet de kwaal maar de menscentraal staat en dat mensen zorg krijgen die daadwerkelijk bijdraagt aande kwaliteit van hun leven. Niet elk probleem in het leven van mensen kanopgelost worden met zorg of medicalisering. Passende zorg betekent ookdat zorgprofessionals samen met de patiënt kijken wat nodig en wenselijkis in zijn situatie, in het proces van samen beslissen. Zo blijkt uitonderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties(NFK)4 dat patiënten in de palliatieve fase andere afwegingen maken dande medisch specialist, en laat onderzoek van de Patiëntenfederatie5 ziendat veel patiënten onnodige zorg ervaren.4Rapport: Patiëntperspectief op passende zorg voor mensen met kanker - NFK5Patiëntenfederatie Nederland | Onderzoek naar onnodige zorg: 41%{Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9853 Opschaling en contractering van goede voorbeeldenIn de praktijk zijn er talloze mooie voorbeelden van de beweging naarpassende zorg en het is nu zaak initiatieven op te schalen, zoals isafgesproken in de zorgakkoorden. Dit heeft bovendien een groot effect opde houdbaarheid van de zorg: als we passende zorg gaan belonen inplaats van de hoeveelheid geleverde zorg, neemt de druk op personeel enmiddelen vanzelf af. Alle initiatieven van voorlopers in de beweging naarpassende zorg laten dit zien. Conform het AZWA moet de opschaling encontractering van impactvolle passende zorg-initiatieven aanzienlijkbijdragen aan het gezamenlijke AZWA- en HLO-transitiedoel om hetarbeidsmarkttekort met 100.000 personen lager uit te laten komen in 2028.Praktijkvoorbeeld: Passend behandelplan is een initiatief van chirurgBarbara van Leeuwen van het Universitair Medisch CentrumGroningen. Samen met verpleegkundige Hanneke van der Wal vroegzij zich af of opereren bij ouderen met kanker wel altijd de bestekeuze is. Zij veranderden de intake in een kennismakingsgesprekover wat gezondheid in deze levensfase betekent voor de betrokkeneen wat zorg daar wel of niet aan kan bijdragen. Het resultaat:patiënten voelden zich gehoord, meer werkplezier én minderonnodige operaties. Passend behandelplan is in 2023 door hetZorginstituut betiteld als passende zorgpraktijk.Praktijkvoorbeeld: Troponinetest op de ambulance, een initiatief vancardioloog Cyril Camara van het Radboud UMC. In plaats vanpatiënten met pijn op de borst direct met de ambulance naar deEerste Hart Hulp te verwijzen, worden pre-hospitaal de laagrisico-patiënten geïdentificeerd met een triage-algoritme en point ofcare troponinetest. Als de pijn op de borst niet veroorzaakt wordtdoor een hartinfarct kan de patiënt direct gerustgesteld worden. Eenvoor de patiënt vaak ingrijpend ziekenhuisbezoek wordt danvoorkomen. Daarnaast is er minder ziekteverzuim. Dit initiatief iswinnaar van de wetenschaps- en innovatieprijs 2025 van deFederatie Medisch Specialisten.Helaas moet worden geconstateerd dat opschaling en contractering vangoede voorbeelden langzamer gaat dan gewenst. Waar we in de praktijkveel goede voorbeelden zien, blijkt het proces van partijen om tot eengedragen werkwijze te komen voor het selecteren van de opschaalbareinitiatieven moeizaam te verlopen. In de afgelopen periode zijn partijen totconsensus gekomen en zijn afspraken gemaakt en vastgelegd over hoe zijsamen impactvolle initiatieven kunnen identificeren, beoordelen enopschalen. De sectoren zijn gestart met de beoordeling van de eersteinitiatieven. In het najaar wordt de lijst met beoordeelde impactvollepassende zorginitiatieven verwacht. Wanneer initiatieven al eerder positiefworden beoordeeld, wordt ook eerder gestart met opschaling, om zo geentijd te verliezen. Het kabinet spreekt waardering uit voor de inzet van allebetrokken partijen. Het kabinet roept partijen op zich onverminderd teblijven inzetten voor het opschalen van passende zorg, zodat patiëntenkunnen rekenen op de goede en passende zorg, in alle domeinen en bijalle zorgaanbieders.Transparantie over kwaliteit en uitkomsten van zorgDe beweging naar meer passende zorg is gebaat bij inzicht in de kwaliteiten de uitkomsten van zorg. Dit helpt zorgprofessionals om van elkaar tekunnen leren en zo verschillen tussen zorgaanbieders te verkleinen enbevordert dat patiënten hun weg kunnen vinden naar de best passendezorg. Helaas is er nog te weinig gedeelde en vergelijkbare informatie overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9854 kwaliteit van zorg beschikbaar. Het kabinet heeft de Kamer onlangsgeïnformeerd over de «nulmeting transparantie msz»6 van de Patiëntenfe-deratie en het Zorginstituut, waaruit bleek dat in de msz voor slechts11,5% van de ziektelast ten minste één uitkomstindicator transparant isvoor patiënten.7 Ook in de ggz is er op landelijk niveau niet voldoendekwaliteitsinformatie transparant om het gesprek over passende zorg teondersteunen, zo constateren ggz-partijen zelf in hun rapport over het«Programma versterking kwaliteitstransparantie ggz»8.Alle partijen onderschrijven het belang van transparante kwaliteitsinfor-matie. Partijen in de msz hebben bijvoorbeeld de bestuurlijke afspraakgemaakt om transparantie verder te brengen door al geregistreerde databij bestaande kwaliteitsregistraties openbaar te maken via het OpenbareDatabestand van het Zorginstituut. Daarnaast is per 1 januari 2026 de wetKwaliteitsregistraties zorg in werking getreden. Deze verplicht zorgaan-bieders om informatie aan te leveren voor registraties opgenomen in hetregister van het Zorginstituut. Ook is de verkenning naar een systeemvoor kwaliteitsregistraties in de ggz afgerond (zie bijlage). Dezeverkenning is een uitwerking van de IZA-afspraak over het toewerken naareen beheersbaar en efficiënt kwaliteitsregistratielandschap in de ggz.Komende periode wordt toegewerkt naar de vertaling hiervan in wet- enregelgeving. Toch ziet het kabinet dat het realiseren van meer inzicht inkwaliteit en uitkomsten van zorg in de praktijk een taai proces is. Daarombekijkt het kabinet hoe het Zorginstituut haar kwaliteitstaken nog beter inkan zetten om onder andere het doel van transparantie te bereiken. Datwordt gedaan binnen het project Herijken kwaliteitstaken. Mocht uitadvies van het Zorginstituut blijken dat het bevoegdheden mist, dan is hetkabinet bereid de wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz) te herzien.Het kabinet informeert de Kamer dit najaar over het advies van hetZorginstituut en haar reactie erop.Passende zorg in richtlijnenTen slotte werken partijen aan het beter aansluiten van professionelerichtlijnen op het ondersteunen van de beweging naar passende zorg ende bredere transitie in de zorg. De nadruk ligt op preventie, leefstijl ensamen beslissen. Daarbij wordt het patiëntperspectief structureelmeegenomen en wordt explicieter gemaakt wanneer zorg niet, minder ofanders passend is. Er zijn al veel lopende initiatieven met betrekking totprofessionele richtlijnen. Deze worden voortgezet en aangevuld metgerichte acties om tot versnelling te komen. Zoals het versterken vangezamenlijke besluitvorming en het beter verankeren van passende zorgin alle fasen van richtlijnontwikkeling. Het definitieve plan om richtlijnenbeter op passende zorg te laten aansluiten wordt voor de zomer van 2026verwacht. Het kabinet roept partijen op om onverminderd aan de slag tegaan met de uitwerking en implementatie van dit plan. Parallel wordtwetgeving ontwikkeld om passende zorg de norm te maken en de ruimtevoor niet-passende zorg te verkleinen. Het kabinet wil met wet- enregelgeving strengere eisen stellen aan de voorwaarden, kwaliteit entotstandkoming van beroepsrichtlijnen. Het Zorginstituut krijgt hierbij eenstevigere rol. Eind dit jaar zal naar verwachting meer duidelijk wordenover de concrete uitwerking, planning en wijze waarop deze wet- enregelgeving richtlijnen passende zorg ondersteunen.6rapport-inzicht-in-openbare-kwaliteitsinformatie-in-de-medisch-specialistische-zorg-nulmeting-transparantie.pdf7Kamerstukken II, 2025–2026, 31 765, nr. 980.8Rapport - Programma Versterken kwaliteitstransparantie ggz | Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9855 2 Zorglandschap Om tot passende zorg voor mensen te kunnen komen, is het noodzakelijkdat zorg- en welzijnspartijen over de domeinen heen met elkaar samen-werken. Concreet is met de zorgakkoorden een sterkere regionalesamenwerking ontstaan. Er zijn inmiddels landelijk dekkende regionalesamenwerkingsverbanden, de zogeheten 38 IZA-regio’s, opgezet waarinpatiënten, inwoners, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten,GGD’en en het sociaal domein intensiever samenwerken. Over devoortgang met betrekking tot de regiobeelden en -plannen en deROAZ-beelden en -plannen heeft het kabinet de Kamer reeds in aprilgeïnformeerd.9Praktijkvoorbeeld: De regionale netwerkzorg voor alvleesklierkanker(pancreaskanker). Hierbij worden complexe operaties geconcen-treerd in gespecialiseerde centra om de overlevingskansen tevergroten. Regionale ziekenhuizen werken samen met dezeexpertisecentra in een zogeheten shared-care model. Alvleesklier-kanker is een zeldzame en zeer complexe aandoening. Door deoperaties te centraliseren voeren chirurgen en oncologische teamsveel meer dezelfde complexe ingrepen uit per jaar. Uit onderzoekblijkt dat dit leidt tot minder complicaties en een hogere overle-vingskans. Patiënten hoeven niet voor elke controle of polikliniek-bezoek naar het expertisecentrum te reizen. Via regionale oncologie-netwerken worden taken slim verdeeld.Praktijkvoorbeeld: Sinds ruim een jaar komt voor kwetsbare ouderenvan ZorgSpectrum, een zorgorganisatie in onder meer Nieuwegein,bij een mogelijke heupbreuk een anesthesioloog vanuit hetnabijgelegen St. Antonius Ziekenhuis snel langs. Die kan dediagnose bevestigen en neemt dan de pijn grotendeels weg met eenspeciale langdurige verdoving die maandenlang effectief is.Daarmee is de pijnlijke rit in de ambulance niet nodig en blijft hetoverhevelen van brancard naar bed de patiënt bespaard. Vaak levenkwetsbare ouderen na een heupbreuk nog enkele weken totmaanden. Doordat ze nauwelijks pijn hebben en helder zijn, ervarenzij een veel betere kwaliteit van leven.Versterking eerstelijnszorgOm in de wijk goede samenhangende zorg te geven aan de patiëntversterken we de eerstelijnszorg. Daarbij werken onder andere huisartsen,wijkverpleegkundigen, apothekers, paramedici en het sociaal domeinsteeds beter samen, met en voor de patiënt. Om dit te faciliteren komen erregionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s). Een belangrijkemijlpaal is dat per 1 april jl. alle zorgverzekeraars hun inkoopbeleid RESV’shebben gepubliceerd. De komende tijd worden inkoopgesprekkengevoerd tussen RESV’s en de zorgverzekeraars. Vanuit de landelijke tafelsproberen we de regio’s en wijken met o.a. formats en plannen hierin zogoed mogelijk te ondersteunen.Praktijkvoorbeeld: Een voorbeeld van een regionaal eerstelijnssa-menwerkingsverband (RESV) is het samenwerkingsverband inNoord-Kennemerland. Hierin werken huisartsen (HONK), apothekers9Kamerstukken II, 2025–2026, 31 765, nr. 976.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9856 (APCON), wijkverpleging (Evean, De Zorgcirkel) en paramedici(BNW) samen om elke inwoner tijdig, laagdrempelig en passend teondersteunen. Het RESV richt zich daarom op regionale vertegen-woordiging (zodat gemakkelijk multidisciplinaire afspraken gemaaktkunnen worden met zorgverleners, zorgverzekeraars en gemeenten),hechte wijkverbanden (om mensen met meervoudige problemenbeter te kunnen helpen) en een gezamenlijke werkagenda (omsamen knelpunten in de zorgverlening te signaleren).Stevige basis voor regionale en landelijke zorgcoördinatieMet de zorgakkoorden is een stevige basis gelegd voor regionale enlandelijke zorgcoördinatie. Het belangrijkste doel is om patiënten met eenacute zorgvraag direct op de juiste plek te krijgen, verspilling van schaarspersoneel tegen te gaan, en de huisartsenposten en spoedeisende hulpen(SEH) te ontlasten. Partijen zijn hard bezig om dit in alle regio’s teimplementeren.Praktijkvoorbeeld: Wanneer een oudere patiënt in de avondplotseling door zijn benen zakt en niet meer aanspreekbaar is, belt demantelzorger de huisartsenpost.–Zonder zorgcoördinatie: De huisartsenpost moet een ambulancesturen of de patiënt naar de SEH laten gaan. Dit leidt vaak totlange wachttijden of onnodige spoedritten.–Met zorgcoördinatie: Via het regionale Zorgcoördinatiecentrum(ZCC) bundelen huisartsenpost, ambulance, acute GGZ enwijkverpleging hun krachten. Een triagist beoordeelt de situatieen kan direct een wijkverpleegkundige of een eerstelijnsverblijf(ELV) inschakelen om de patiënt tijdelijk op te vangen. Dit ontlastde SEH en garandeert dat de patiënt de juiste zorg krijgt van dejuiste zorgverlener.Kwaliteitskader Spoedzorgketen 2.0Voor patiënten is het van belang dat zij bij een acute zorgvraag snel op dejuiste plek terechtkomen, met passende, veilige en goed toegeruste zorg.Daarom wordt door de betrokken veldpartijen de laatste hand gelegd aanhet Kwaliteitskader Spoedzorgketen 2.0. Hierdoor wordt duidelijker welkepatiënten op de SEH behandeld moeten worden en wanneer zorg ook opeen poliklinische spoedzorglocatie kan plaatsvinden. Voor laatstgenoemdecategorie waren voorheen nog geen expliciete kwaliteitseisen. Het is debedoeling dat er heldere afspraken komen over tijdige opschaling van eenpoliklinische spoedzorglocatie naar SEH-niveau wanneer de situatie vaneen patiënt daarom vraagt. Het nieuwe kwaliteitskader moet patiënten enzorgverleners meer inzicht bieden in wat zij van de kwaliteit vanspoedzorg mogen verwachten. Tegelijk bieden de nieuwe afspraken ookmeer ruimte om spoedzorg in de regio toekomstbestendiger te organi-seren. Het Kwaliteitskader Spoedzorgketen 2.0 zal naar verwachting na dezomer gereed komen en door het Zorginstituut in het register wordenopgenomen. Het kabinet vindt de nieuwe normen een goede stap vooruit,maar wil nog wel bezien hoe nog meer richting kan worden gegeven aande toekomstbestendige inrichting van het regionale aanbod van acutezorg, en welke doorontwikkeling hiervoor nodig is. Het kabinet zal zichinzetten om hierover, indien noodzakelijk, bestuurlijke afspraken te makenmet betrokken partijen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9857 Spreiding en concentratieIn het IZA hebben partijen afgesproken om via regionale samenwerking tekomen tot een toekomstbestendig zorglandschap. Met deze afsprakenwordt ingezet op een beweging naar meer samenwerking in netwerkenvia spreiding en concentratie. Uitgangspunt daarbij is dat we de zorg zodichtbij mogelijk om de patiënt heen organiseren en dat als het moet, wede complexe zorg op bepaalde locaties organiseren. Concentratie vancomplexe zorg heeft als doel de kwaliteit van de zorg te verhogen en detoegang voor patiënten tot de zorg te garanderen door optimale inzet vanschaars personeel en dure infrastructuur. Het Zorginstituut heeft voor deuitwerking van deze beweging Ronde Tafels ingericht. In 2025 is eeneerste tranche (volume)normen vastgesteld voor geselecteerde oncolo-gische en vaatchirurgische aandoeningen. Vervolgens zijn in de regio’safspraken gemaakt over de herverdeling van zorg en wordt gewerkt aanafspraken over spreiding van zorg. Deze afspraken zijn opgenomen in detransformatieplannen van de regio’s. Vanaf 1 januari 2026 dan wel1 januari 2027 krijgen de nieuwe normen een plek in de contracten metzorgverzekeraars. Met enige vertraging zijn inmiddels ook de gesprekkengestart over een tweede tranche. Na de zomer volgt besluitvorming overde invulling van de tweede tranche.Verbetering continuïteit acute ggzEr wordt hard gewerkt aan het aantrekkelijker maken en beter organiserenvan avond-, nacht- en weekenddiensten (ANW) en crisisdiensten in deggz, met als doel de continuïteit van acute ggz voor patiënten verbeteren.Om dit te bereiken is een probleemanalyse en vervolgaanpak voor de24/7-bezetting van ANW- en crisisdiensten ggz opgesteld. Betrokkenpartijen10 werken hierin landelijk én regionaal aan oplossingen. Er zijnnamelijk regio’s waar de bezetting van deze diensten op orde is waarvangeleerd kan worden in de aanpak. Goede voorbeelden uit regio’s zijncompensatie van rusturen, herindeling van dienststructuren en betereonboarding van psychiaters. Ook wordt telepsychiatrie verkend omcapaciteit slimmer in te zetten.Inzet kabinetOm echte doorbraken te realiseren gaat het kabinet actiever sturen op deorganisatie van zorg in de regio. Dit gaat bijvoorbeeld om het verscherpenen verduidelijken van de landelijke kaders en minimale eisen voorzorgaanbieders. Ook gaat het om het wettelijk vastleggen dat zorgaan-bieders in samenspraak met zorginkopers verplicht zijn om constructief engedegen deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionaleplannen voor een passend zorglandschap.3 Toegankelijkheid Met de zorgakkoorden willen partijen van wachtlijsten naar een laagdrem-pelige toegang. Met name mensen met een cruciale of hoog complexezorgvraag moeten nu vaak nog te lang wachten op een behandeling. Ditspeelt vooral in de ggz en de msz en is onwenselijk.10DeNLggz en NVvP, NZa, het Zorginstituut, ZN, MIND, V&VN, NIP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9858 Proactieve zorgbemiddelingIn het AZWA is afgesproken dat zorgverzekeraars patiënten die lang opeen wachtlijst staan, proactief gaan bemiddelen naar zorgaanbieders waarde wachttijd korter is. Tot voor kort konden verzekeraars alleen bemid-delen als een patiënt zelf contact opnam met de verzekeraar. Bij proac-tieve zorgbemiddeling kunnen verzekeraars zelf patiënten benaderen dielanger dan de Treeknorm wachten op passende zorg, indien de patiënttoestemming heeft gegeven voor het delen van gegevens voor dezebemiddeling. Patiënten die een verwijzing krijgen voor een eerste consultof afspraak, ontvangen de vraag of zij toestemming geven voor eventuelebemiddeling door de zorgverzekeraar. Dit wordt sinds 20 april jl. gefaseerduitgerold. Tussen 20 april en 10 juni hebben al 4817 patiëntentoestemming gegeven voor proactieve zorgbemiddeling in de verwijs-dienst. Dit gaat om patiënten die verwezen zijn voor een poliklinischconsult binnen de ggz of msz. Vanaf de zomer is deze optie voor allepatiënten die verwezen worden voor een poliklinische afspraakbeschikbaar.Praktijkvoorbeeld: Hoe werkt proactieve bemiddeling?Een patiënt kan toestemming geven voor «proactieve zorgbemid-deling». Dat betekent dat de zorgverzekeraar de patiënt actief helptom sneller een afspraak te krijgen. Dit werkt in vijf stappen:1.De verwijzing. De huisarts stuurt de patiënt naar het ziekenhuisof een kliniek. De verwijsdienst stuurt deze informatie door naarde zorgverlener.2.Toestemming geven. De patiënt kan op de website van deverwijsdienst aangeven dat de verzekeraar mag helpen. Depatiënt geeft dan toestemming om gegevens te delen met dezorgverzekeraar.3.Contact met de verzekeraar. De verzekeraar mag de patiëntalleen bellen als de wachttijd te lang is. Er zijn landelijkeafspraken over hoe lang een wachttijd mag duren. Is dewachttijd langer dan deze afspraak? Dan mag de verzekeraarcontact opnemen met de patiënt.4.De hulp van de verzekeraar. De verzekeraar zoekt of de patiëntergens anders sneller terecht kan. Bijvoorbeeld in een anderziekenhuis of een andere kliniek. Als de patiënt dit wilt, stuurt deverzekeraar de verwijzing door naar deze zorgverlener.5.De afspraak. De patiënt kan daarna bij deze nieuw gekozenzorgverlener terecht voor de afspraak.Actualisatie aanvaardbare wachttijdenIn het AZWA is afgesproken om de Treeknormen voor de msz en de ggz teactualiseren. De Treeknormen geven aan wat een aanvaardbare wachttijdin de zorg is, maar deze set aan normen dateert van begin jaren 2000. Hetactualiseren van deze normen is belangrijk, omdat patiënten nog te vaakte lang moeten wachten en de huidige normen niet altijd meer goedaansluiten bij de praktijk van vandaag. Voor verzekerden en patiëntenmoet dit zorgen voor meer duidelijkheid over wachttijden en beteretoegang tot tijdige en passende zorg. Het kabinet vindt het belangrijk dater breed draagvlak is voor de nieuwe normen en dat er duidelijkeafspraken komen over de handhaving ervan. Daarom worden de normenopgesteld in samenwerking met zorgaanbieders, zorgverzekeraars,patiëntvertegenwoordigers, toezichthouders en VWS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 9859 De eerste analyses van de knelpunten rond de huidige Treeknormenworden binnenkort opgeleverd en besproken met de AZWA-partijen. Ookvinden expertsessies plaats om de actualisatie van de normen verdervorm te geven. De verwachting is dat eind 2026 een nieuwe set normenkan worden opgeleverd.Toegankelijkheid ggzIn het AZWA is een aantal afspraken gemaakt die moeten leiden tot meerbehandelcapaciteit voor mensen met een complexe hulpvraag. Hierop isde volgende voortgang te melden.–Herijken behandelduur, -vorm en -doelstelling: het Zorginstituutonderzoekt in hoeverre het herijken van de behandelduur bijdraagt aanpassende zorg en het verbeteren van de toegankelijkheid van de ggz.De gevonden resultaten dragen bij aan het bepalen van een passendebehandelduur in richtlijnen en zorgstandaarden.–Hybride en groepsaanbod is voorliggend (tenzij): zorgverzekeraars enzorgaanbieders maken in de zorginkoop en bijbehorende contractenover 2027 duidelijke afspraken over meer inzet op groepsbehandelin-gen en hybride zorg.–Laagdrempelig contact tussen huisartsen, ggz en sociaal domein: omde samenwerking tussen huisartsen, de ggz en het sociaal domein teversterken, zijn consultatiefuncties ingericht. Via deze consultatiefunc-ties kunnen professionals laagdrempelig specialistisch adviesinwinnen bij andere zorgdomeinen. Dit moet bevorderen dat mensenmet psychische problematiek sneller de juiste zorg en ondersteuningontvangen en minder vaak tussen wal en schip vallen. De Nederlandseggz is een onderzoek gestart naar de inzet van deze consultatiefunc-ties. Dit onderzoek moet inzicht geven in knelpunten en mogelijkhedenvoor opschaling hiervan. De oplevering wordt verwacht vóór het eindevan het derde kwartaal van 2026.–Passend vervolg: mensen met chronische psychische aandoeningen,en in het bijzonder mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen,moeten na stabilisatie en afronding van hun ggz-behandeling tijdigkunnen doorstromen naar passende ondersteuning. Betrokken partijenhebben een probleemanalyse uitgevoerd en goed lopende regionalevoorbeelden verzameld. De werkbare elementen van deze goedevoorbeelden worden verwerkt tot landelijke afspraken. De resultatenworden naar verwachting in de zomer van 2026 gepubliceerd.–Aanspraken en pakketbeheer: het Zorginstituut inventariseert samenmet de sector wat er mogelijk is qua verscherping van de aanspraakvan de ggz om de ggz toekomstbestendig te houden. Op dit momentwordt de impact en haalbaarheid van verschillende maatregelen inbeeld gebracht en wordt conform de AZWA-afspraken toegewerkt naarbesluitvorming eind 2026. Dit moet zorgen voor meer duidelijkheid,het voorkomen van willekeur en helpen tegen zorgfraude.–Exclusiecriteria bij ggz-aanbieders schrappen: het afschaffen vanexclusiecriteria moet bijdragen aan een betere doorstroom en toegangtot ggz. Zorgverzekeraars hebben het afschaffen van exclusiecriteriaopgenomen in hun aankomende inkoopbeleid, zodat zij daarop kunnensturen binnen de contractering van zorgaanbieders.Praktijkvoorbeeld: Een groepsbehandeling in de ggz bestaatdoorgaans uit 6 tot 10 deelnemers en 1 of 2 behandelaars. Het is eenvolwaardige en vaak even effectieve vorm van therapie als indivi-duele behandeling. Een veelvoorkomend voorbeeld in de ggz is eenkortdurende schematherapiegroep. Dit is erg geschikt voor mensenmet persoonlijkheidsproblematiek of complexe, terugkerendeklachten. Deelnemers leren hun eigen (destructieve) gedragspa-tronen (schema’s en modi) herkennen, begrijpen en veranderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98510 Lotgenotencontact vermindert gevoelens van schaamte eneenzaamheid. Mensen leren bij een groepsbehandeling in eenveilige omgeving sociale vaardigheden toe te passen en directfeedback te ontvangen. Inzichten komen niet alleen van de behan-delaar, maar ook van groepsgenoten.Continue verbetering contracteerprocesVoor de toegankelijkheid van zorg is het van belang dat er goedecontractafspraken zijn tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders. In hetIZA is afgesproken dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders zich inzettenvoor een continue verbetering van het contracteerproces. Op 29 mei jl. isde Kamer geïnformeerd over het contracteerseizoen 2025/2026, dat in hetalgemeen goed is verlopen.11 De contractering is voor zorgverzekeraarseen belangrijk sturingsinstrument. Zij kunnen bijvoorbeeld inkoopeisenstellen gericht op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van dezorg. Er zijn echter zorgaanbieders die bewust geen contract willenafsluiten. Zorgaanbieders richten zich bijvoorbeeld in onevenredige mateop patiënten met een lichte zorgvraag, onttrekken zich aan ANW-diensten,werken onvoldoende mee aan regionale samenwerkingsafspraken ofleveren relatief veel niet-passende of ondoelmatige zorg. Terwijl het voorde beweging naar passende zorg van belang is dat alle zorgaanbiederseen eerlijke bijdrage leveren. Als ze dat niet doen, is het uiteindelijk depatiënt of cliënt die hier de negatieve gevolgen van ondervindt vanwegehet effect op de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg. In het AZWA isdaarom afgesproken dat VWS in overleg met partijen een samenhangendpakket van maatregelen neemt om te zorgen dat iedereen daadwerkelijkeen eerlijke bijdrage levert en dat patiënten kunnen rekenen op passendeen tijdige zorg die op dat moment nodig is. De Kamer is op 1 juni jl.geïnformeerd over het voorgenomen beleid dat samenhangt met debeleidsinzet van het kabinet zoals beschreven in de beleidsbrief VWS.12 Inde beleidsbrief is ook aangegeven dat het kabinet van zorgverzekeraarsverwacht dat zij zorgaanbieders contracteren – ook aanbieders vanpassende zorg die nu niet gecontracteerd zijn of die met nieuwe,passendere vormen van zorg bijdragen aan de opgave – als de toeganke-lijkheid van passende zorg voor hun verzekerden daarom vraagt.Ook is in het AZWA afgesproken dat palliatieve zorg en stervensbege-leiding ongehinderd kunnen worden geleverd. Deze afspraak is gemaaktomdat het van groot belang is dat mensen in de stervensfase de pallia-tieve terminale zorg en ondersteuning kunnen ontvangen die zij nodighebben. Er zijn tot op heden geen knelpunten gemeld in de contracteringvoor 2026. Alle betrokkenen zijn het eens dat de huidige werkafsprakenvoldoende zijn. Er is specifiek ook geen behoefte (op dit moment) aan dein het AZWA genoemde leidraad. Betrokken partijen zullen met enigeregelmaat in overleg blijven of er toch behoefte gaat ontstaan aanvervolgacties. Ook wordt er gewerkt aan de Toekomstagenda palliatievezorg en ondersteuning 2027–2031. Het kabinet zal deze agenda voor hetzomerreces naar de Kamer sturen.Inzet kabinetIn de beleidsbrief VWS geeft het kabinet aan dat het kabinet van zorgver-zekeraars verwacht dat ze sterker gaan sturen op de beschikbaarheid vanpassende zorg. Daarvoor gaat het kabinet de zorgplicht van de zorgverze-keraars (inclusief hun rol bij transformaties in de regio) verduidelijken,zodat duidelijk is dat die niet alleen ziet op vandaag maar ook gaat over de11Kamerstukken II, 2025–2026, 29 689, nr. 1329.12Kamerstukken II, 2025–2026, 29 689, nr. 1330.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98511 toekomst. Ook gaat het kabinet regelen dat zorgverzekeraars de juisteinstrumenten hebben om niet-passende zorg niet meer te hoevenvergoeden en dat zorgverzekeraars een betere informatiepositie krijgenom scherper onderscheid te maken tussen aanbieders van passende zorgen aanbieders die dat niet of minder leveren.4 Beweging naar de voorkant Met de zorgakkoorden, het HLO en het eerdere Gezond en Actief LevenAkkoord (GALA), hebben partijen de «beweging naar de voorkant» en desamenwerking over de domeinen heen ingezet. Het doel daarvan is datmensen langer de regie kunnen houden over hun eigen leven, gezondheiden zelfredzaamheid. De akkoorden gaan hierbij uit van de vraag vanpersoon zelf, wat kan hij zelf, waarin kan hij digitaal worden geholpen enwaar is het zorgaanbod relevant. Een goede samenwerking tussenpartijen in de zorg, het sociaal domein en de publieke gezondheidszorgvoorkomt druk op dure, specialistische zorg. Dit is de transformatie waarwe als Nederland voor staan. Het belang van investeren in een goedesamenwerking en preventie wordt onder meer benadrukt door recentonderzoek van het RIVM (zie bijlage). Uit dit onderzoek blijkt dat kinderendie geboren worden en opgroeien in een meervoudig kwetsbare situatiein de eerste zes levensjaren meer zorg gebruiken en hogere zorguitgavenhebben.Praktijkvoorbeeld: Als onderdeel van de zorgakkoorden is nu iniedere IZA-regio een mentaal gezondheidsnetwerk ingericht. Eén vande functies van zo’n netwerk is het verkennend gesprek, dat sinds2025 in het basispakket zit. In een verkennend gesprek bepalenmensen met psychische klachten die ook andere problemen hebbenals schulden of eenzaamheid samen met hulpverleners uit hetsociaal domein en de ggz wat hen het beste helpt. Binnen hetnetwerk Mentaal Gezond Zuid-Limburg vonden in 2025 573verkennende gesprekken plaats, met als positief resultaat dat meerdan de helft van de deelnemers hun leven weer op de rit heeftgekregen zonder dat behandeling in de ggz noodzakelijk was.Het kabinet onderstreept het belang dat inwoners, ongeacht de gemeentewaar zij wonen, als gevolg van de zorgakkoorden kunnen rekenen opbepaalde «basisfunctionaliteiten». Onder regie van gemeenten enzorgverzekeraars werken partijen toe naar een landelijk dekkend aanbodvan deze functionaliteiten voor alle inwoners in 2030. Het gaat omlaagdrempelige steunpunten (zie onderstaand kader), sociaal verwijzen,valpreventie, ketenaanpak overgewicht en obesitas volwassenen enkansrijke start: de brede ketenaanpak en de onderdelen integralegezinspoli en nu niet zwanger. Ook het onderwerp mantelzorgonder-steuning, dat in het HLO extra aandacht krijgt, maakt hier onderdeel vanuit. Hiermee is zorg en ondersteuning laagdrempelig beschikbaar. Ditgeeft mensen meer regie over hun eigen leven.Praktijkvoorbeeld: De laagdrempelige steunpunten (LSP’s) biedeneen toegankelijke, stigmavrije omgeving waar mensen zonderverwijzing of indicatie terecht kunnen voor directe steun, ontmoetingen herstelaanbod. Ze bevorderen zelfregie en voorkomen datpsychische of sociale problemen verergeren. Het aantal LSP’s stijgten deze zijn steeds zichtbaarder in de regio. Met 318 in kaartgebrachte steunpunten in 2025 is het aantal gestegen ten opzichteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98512 van het verkennende onderzoek in 2024, toen er 278 steunpunten inbeeld waren. De ambitie is om in elke gemeente minimaal één LSPte realiseren, waarbij de keuze voor het type en aantal LSP’s wordtbepaald door de lokale context.Om een landelijk dekkend aanbod mogelijk te maken, zijn de afgelopenperiode handreikingen13 en een regioscan opgeleverd. De regioscanbracht in kaart hoe ver regio’s al zijn met de uitvoering van de basisfuncti-onaliteiten. Met elke regio is gesproken over deze stand van zaken, welkeregionale opgaven er nog zijn, en over aandachtspunten en succesfac-toren in de uitvoering. Op basis hiervan is door Berenschot een rodedra-denanalyse opgesteld, om inzicht te krijgen in de aandachtspunten die inmeerdere regio’s spelen (zie bijlage). Deze worden vervolgens besprokenmet de regio en in de bestuurlijke overleggen van de zorgakkoorden omde verdere implementatie te ondersteunen.Naast de hiervoor genoemde basisfunctionaliteiten, is er een ontwikkel-agenda afgesproken met aanpakken die kansrijk zijn om doorontwikkeld teworden tot een basisfunctionaliteit. Ook zijn voor deze aanpakkenafspraken gemaakt over het onderbouwen van de besparing vanzorgkosten. Voor de ontwikkelagenda zijn de komende jaren tijdelijkemiddelen beschikbaar. Met regio’s en landelijke partijen worden afsprakengemaakt over het doorontwikkelen van de aanpakken tot basisfunctiona-liteit en het verzamelen van bewijs. Dat gaat om de al langer lopendeaanpakken kinderen met overgewicht en obesitas en de mentale gezond-heidsnetwerken. En de nieuwe aanpakken dementie, nicotinevrij, rookvrijestart en multiproblematiek (in de NPLV gebieden14). Dit past bij de inzetvan het kabinet om te werken aan de gezondste generatie in 2040. Zomaken we Nederland gezonder en houden we de zorg toegankelijk vooriedereen die het nodig heeft.Praktijkvoorbeeld: De regio Waardenland richt de kinder-GLI(Gecombineerde Leefstijl Interventie, onderdeel van de aanpakovergewicht kinderen) niet in als geïsoleerd zorgproduct, maar biedtdit in een bredere ketenaanpak met een regionale coalitie waaringemeenten, Jeugdgezondheidszorg, zorgverzekeraar en eencoördinator samenwerken, met gezamenlijke verantwoordelijkheid.Voor de aanpak overgewicht volwassenen verloopt toeleiding viamedisch-sociale netwerken in de wijk en niet uitsluitend via dehuisarts. Het combineren van de GLI met laagdrempelige leefstijlin-terventies en wijkgerichte beweegnetwerken leidt tot bereik van eengrotere doelgroep én een lager uitvalpercentage. Mensen komen zoeerder en makkelijk in aanraking met de interventies en aanpakkenen voelen zich veel meer gemotiveerd om door te zetten.De komende periode stellen gemeenten en zorgverzekeraars met anderepartijen in de regio een werkagenda samenwerking zorg en sociaaldomein op.15 Daarin beschrijven zij hoe zij de basisfunctionaliteiten dekomende jaren uitvoeren en de samenwerking tussen zorg- en sociaaldomein bestendigen.13De handreikingen voor de basisfunctionaliteiten zijn te vinden op zorgakkoorden.nl.14NPLV-gebieden zijn 20 stedelijke gebieden in Nederland waar leefbaarheid en veiligheidstructureel worden verbeterd door het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Zieleefbaarenveilig.nl.15Het Ministerie van VWS, de VNG en Zorgverzekeraars Nederland hebben deze opdracht inafstemming met betrokken AZWA-partijen opgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98513 Ondersteunen medische preventie daar waar het zorgvraag voorkomtIn het AZWA zijn ook afspraken gemaakt over een aantal specifiekemaatregelen dat geïmplementeerd zal worden op het terrein vanmedische preventie. Hiermee wordt de kwaliteit van leven verbeterd én deinstroom in de zorg beperkt. De vaccinatie tegen het RS-virus voorkinderen in hun eerste levensjaar is inmiddels opgenomen in hetRijksvaccinatieprogramma. Over de implementatie van de vaccinatietegen gordelroos16 (met ingang van volgend jaar) en de MRI-screeningvoor vrouwen met zeer dicht borstweefsel in het bevolkingsonderzoekborstkanker17 (per 2030) is de Kamer onlangs geïnformeerd.5 Arbeidsmarkt In de zorgakkoorden en het HLO hebben partijen concrete afsprakengemaakt om ervoor te zorgen dat professionals minder werkdruk en meerruimte ervaren. Dit is van cruciaal belang om de kwaliteit en veiligheidvan de patiëntenzorg te waarborgen en het aantrekkelijker te maken om inde zorg te werken. Over het brede arbeidsmarktbeleid in zorg en welzijnheeft de Kamer op 2 juni jl. een brief ontvangen.18 Daarin is ook devoortgang op de AZWA-afspraak over opleiden en ontwikkelen vanprofessionals opgenomen.In het AZWA zijn afspraken gemaakt over de financiering en bekostigingvan impactvolle transformaties, die worden ondersteund vanuit dezogenoemde doorbraakmiddelen. Deze middelen zijn bedoeld omtransformaties te financieren die de zorg en ondersteuning anders enslimmer organiseren, zodat met hetzelfde aantal medewerkers meermensen kunnen worden geholpen en de patiënt de zorg krijgt die passendis. Deze doorbraakmiddelen worden ingezet om een select aantalimpactvolle toepassingsgebieden gericht en landelijk op te schalen. Voor2027, 2028 en 2029 is in totaal € 800 miljoen beschikbaar, waarvan € 600miljoen via zorgverzekeraars wordt ingezet (macrokader voor dezorginkoop) en € 200 miljoen (€ 100 mln in 2027 en in 2028) viagemeenten worden ingezet om de basisfunctionaliteiten versneld op teschalen. De Kamer is op 28 mei jl. geïnformeerd over de geselecteerdetoepassingen en het verdere proces.19Naar maximaal 20 procent administratietijd in 2030Met de zorgakkoorden en het HLO is een duidelijke stip op de horizongezet ter vermindering van de administratieve tijd die zorgverleners kwijtzijn: naar maximaal 20 procent administratietijd in 2030. Begin 2026 zijnde relevante HLO partijen aangesloten bij de Regiegroep AanpakRegeldruk. Met deze uitbreiding wordt er op één tafel gewerkt aan hetuitvoeren van de afspraken die over regeldrukvermindering gaan vanuitzowel IZA/AZWA als HLO. Het eerste project uit de AZWA- afspraak is inapril 2026 goedgekeurd en van start gegaan. Hiermee moet het landelijkopschalen van de werkende principes van het project Zinvolle Registratie(ZIRE) eind 2027 gerealiseerd zijn. Met ZIRE wordt alleen nog een kernsetvan kwaliteitsindicatoren geregistreerd op de intensive care afdelingen16Kamerstukken II, 2025–2026, 32 793, nr. 882.17Kamerstukken II, 2025–2026, 31 765, nr. 951.18Kamerstukken II, 2025–2026, 29 282, nr. 633.19Kamerstukken II, 2025–2026, 31 765, nr. 981.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98514 (IC) van ziekenhuizen. In het RadboudUMC, de grondlegger van ZIRE, isdoor dit project de administratietijd op de IC gehalveerd met gelijkblij-vende kwaliteit van zorg. Dat biedt veel potentie voor andere ziekenhuizenen de start van dit project is dus goed nieuws voor zorgprofessionals diewerkzaam zijn op de IC’s. Ook is de tweede ronde van de veldbevragingvan start gegaan. Met de veldbevraging wordt zorgprofessionalsgevraagd welke administratie zij zinnig en noodzakelijk vinden om teblijven registreren voor zinvolle verantwoording over de geleverde zorgen de kwaliteit ervan, passend binnen de doelstelling uit het AZWA vanmaximaal 20 procent administratietijd. De Kamer wordt voor het eindevan het jaar geïnformeerd over de resultaten van de veldbevraging.Het kabinet ziet helaas ook dat de subsidieaanvragen voor een aantalprojecten achterblijven ten opzichte van de gemaakte afspraken.Sommige projecten vinden al doorgang zonder subsidie, maar er zijn ookprojecten die momenteel niet worden uitgevoerd. Tijdens het bestuurlijkoverleg IZA/AZWA van september zal er specifieke aandacht wordenbesteed aan zowel de successen in de opschaling binnen verschillendesectoren als het gebrek aan voortgang op andere onderdelen. Opschalenvan projecten moet namelijk een belangrijke bijdrage leveren aan hetbehalen van maximaal 20% administratietijd in 2030.Ten aanzien van de overige AZWA-afspraken over regeldruk zijn de eerstesuccessen te melden vanuit de wijkverpleging. Zo is afgesproken datzowel voor de wijkverpleging als voor de kortdurende zorg de «nattehandtekening» onder het eerste zorgplan voor gecontracteerdeaanbieders met ingang van 1-1-2027 niet meer nodig is. Dit scheeltadministratieve lasten doordat zorgprofessionals niet langer de zorgover-eenkomst hoeven te printen, een handtekening van de cliënt hoeven teverzamelen en de getekende overeenkomst moeten inscannen. Ookhebben zorgverzekeraars afgesproken dat per 2026 de termijn waarbijverplicht een multidisciplinair overleg noodzakelijk is in de ouderenzorgwordt teruggeschroefd van eens per 3 maanden naar eens per 6maanden, mits dat passend is voor de cliënt. Verder wordt er eenmachtiging afgeschaft voor de patiëntengroep GZSP20, waarmee er geenmachtiging meer nodig is voor zorg in een groep.Verder zijn er ook vanuit de werkagenda’s van de leden van de RegiegroepAanpak Regeldruk successen geboekt, waarvan hierna een aantalvoorbeelden wordt uitgelicht. Zo maakt de medisch specialistische zorgmet het project «Grip op richtlijnen en modules» werk van het opschonenvan richtlijnen en het verlichten van de registratielast die hiermee gepaardgaat. Momenteel zijn er 600 richtlijnen en 10 tot 15 duizend modules, diedus worden opgeschoond. Ook worden er in overleg tussen branche- enberoepsorganisaties en overheidspartijen zoals VWS en toezichthoudersoplossingen gevonden voor knelpunten in de praktijk. Zo hebben VWS ende Nederlandse Zorgautoriteit het kader voor de administratie endeclaratie van huisartsenzorg rond het overlijden van een patiëntverduidelijkt. Tot slot heeft de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen(NVZ) een ontregelcampagne gelanceerd gericht op bestuurders. De NVZorganiseert verschillende activiteiten gericht op activeren en motiverenvan bestuurders, omdat de bestuurder onmisbaar is bij het lokaalontregelen.20Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntengroepen die thuis wonen zonder Wlz-indicatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98515 Verbeteren van databeschikbaarheidOm gegevens in de zorg beter beschikbaar en uitwisselbaar te maken,neemt het kabinet de regie. Samen met zorgorganisaties en ICT-partijenwordt gewerkt aan een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelseldat zorg, welzijn en preventie ondersteunt. Dit stelsel moet zorgverlenersen burgers voorzien van betrouwbare, veilige en bruikbare informatie,zodat passende zorg kan worden geleverd. Om dit mogelijk te maken enervoor te zorgen dat de zorg ook in de toekomst van goede kwaliteit,toegankelijk en betaalbaar blijft, zijn in het IZA afspraken gemaakt over hetveilig delen van gegevens tussen zorgprofessionals en patiënten ofcliënten. Op 20 januari jl. is de Kamer hierover geïnformeerd via deKamerbrief Voortgang op Databeschikbaarheid in de Zorg.21 In deze briefworden verschillende belangrijke bouwstenen beschreven die nodig zijnom volledige databeschikbaarheid in de zorg te realiseren. Het kabinetneemt verantwoordelijkheid voor de verdere samenhang tussen dezebouwstenen en legt met gerichte sturing, duidelijke prioriteiten enintensieve samenwerking een stevige basis voor een goed werkend stelselvan databeschikbaarheid. Ook de afspraken uit het HLO over databeschik-baarheid dragen daaraan bij.Om de doelstellingen uit het IZA sneller en breder te realiseren, zijnaanvullende afspraken gemaakt binnen het AZWA. Voor het themadatabeschikbaarheid ligt de nadruk daarbij op twee onderwerpen: deimplementatie van digitale gegevensuitwisseling en de toepassing vankunstmatige intelligentie (AI).Elektronische gegevensuitwisseling zorgt ervoor dat zorgverleners directtoegang hebben tot complete en actuele medische dossiers. Dit verbetertde kwaliteit van de zorg, versnelt het behandelproces, verkleint de kans opmedische fouten (zoals verkeerde medicatie) en geeft patiënten meerregie over hun eigen gezondheid. Om elektronische gegevensuitwisselingin de zorg sneller in de praktijk te brengen, is een implementatiestrategieontwikkeld en vastgesteld. Deze strategie beschrijft hoe digitale oplos-singen kunnen worden ingevoerd en opgeschaald, met speciale aandachtvoor netwerkzorg en regionale samenwerking tussen zorgaanbieders.Daarnaast is een communicatiestrategie opgesteld om het belang en deurgentie van digitalisering, gegevensuitwisseling en databeschikbaarheidbeter onder de aandacht te brengen.Praktijkvoorbeeld: Het programma Medicatieoverdracht heeftonlangs zijn eerste livegang gerealiseerd. Binnen de regio Rijnmondheeft trombosedienst inzage in de medicatiegegevens dieapotheken, met toestemming van hun patiënten, hebbenopgeslagen. De medicatiegegevens worden op een gestandaardi-seerde manier uitgewisseld. Meer gestandaardiseerde medicatiege-gevens dragen bij aan een verdere verbetering van medicatievei-ligheid. Naast de uitwisseling van medicatiegegevens wordt ookgewerkt aan verbeteringen in de beschikbaarheid van anderemedische informatie, zoals beeldbeschikbaarheid.Praktijkvoorbeeld: In samenspraak met het zorgveld is in 2025 ervoorgekozen om een tijdelijke oplossing voor beeldbeschikbaarheid voorradiologische beelden te ontwikkelen en gebruiken. De landelijkeuitrol van deze oplossing start medio 2026. Op deze manier kunnenradiologische beelden al op korte termijn worden opgevraagd enuitgewisseld. Deze tijdelijke oplossing zal in samenspraak met de21Kamerstukken II, 2025–2026, 27 529, nr. 355.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98516 betrokken partijen worden afgebouwd zodra de oplossing onder deWegiz en EHDS beschikbaar komt.Op 18 mei jl. heeft het kabinet de Kamer geïnformeerd over de voortgangvan het Landelijk Dekkend Netwerk22 en over de stand van zaken rond deimplementatie van de European Health Data Space (EHDS)-verordening23.Daarnaast is de Kamer op 6 oktober jl. geïnformeerd over de inzet op detoepassing van AI in de zorg.24 Daarbij is aangegeven dat het kabinet isgestart met het Programma Realisatie AI in de Zorg, waarmee de inzet enopschaling van AI-toepassingen in de zorg wordt ondersteund.Structurele inbedding ThuisartsHet kabinet is verheugd dat de bekostiging van Thuisarts per 1 januari2027 structureel is geborgd, door nauwe samenwerking tussen beroeps-groepen, zorgverzekeraars, Patiëntenfederatie en overheid. Door destructurele inbedding wordt betrouwbare gezondheidsinformatie betergedeeld. Hierdoor wordt de samenwerking met apotheken en anderezorgverleners versterkt, wat zorgt voor betere zelfzorgondersteuning eneen lagere werkdruk in de praktijk.Werkagenda Betere Beschikbaarheid GeneesmiddelenEen andere belangrijke mijlpaal is de Werkagenda Betere BeschikbaarheidGeneesmiddelen die het kabinet nog voor het zomerreces naar de Kamerwil sturen. De werkagenda is gericht op het beschikbaar maken en houdenvan bestaande medicijnen, zodat patiënten sneller en makkelijker de juistebehandeling krijgen. Dat helpt ook bij het vrijspelen van zorgpersoneelvoor zorgtaken en het voorkomen van vervangende, vaak zwaardere, zorg.Op dit moment leggen de partijen van het BO Farmacie25 de laatste handaan het werkplan.Actieplannen ggzTot slot is het goed te melden dat in het kader van de afspraken die in hetIZA zijn gemaakt over het gelijkmatig verdelen van werkdruk en optimaalinzetten van personeel in de ggz, onder regie van de Nederlandse ggzworden per knelpuntregio actieplannen opgesteld met betrokken ggzaanbieders, ziekenhuizen, vrijgevestigden en verzekeraars. Ook wordtlandelijk gewerkt aan een toolkit met bewezen oplossingen, onder-steuning bij werkplezier en behoud van ggz-medewerkers en afsprakenover passende bekostiging.Verzoeken, toezeggingen, motie en rectificatieVerzoek reactie op artikel Zorgvisie over transitie in zorg en welzijn26De Kamer heeft verzocht om een reactie op het artikel van Martin van Rijnen Edwin Velzel in Zorgvisie van 16 maart jl. over de transitie in zorg enwelzijn. Het kabinet deelt de ambitie om de beweging naar passende zorg,preventie en een sterke sociale basis verder te versnellen en concreter temaken. Tegelijkertijd herkent het kabinet zich niet in het beeld dat met dezorgakkoorden geen sprake zou zijn van echte zorgtransities, maar datdeze slechts het huidige systeem zouden blijven optimaliseren. Juist met22Kamerstukken II, 2025–2026, 27 529, nr. 361.23Kamerstukken II, 2025–2026, 27 529, nr. 360.24Kamerstukken II, 2025–2026, 27 529, nr. 350.25Patiëntenfederatie, NHG, KNMP, ASKA, NApCo, Optima Farma, FMS, NVZA, VIG, Bogin, GLN,BG Pharma, LHV, VWS, NVZ, UMCNL en ZN.262026Z06105.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98517 deze akkoorden zetten zorgpartijen, gemeenten en welzijnsorganisatiesgezamenlijk belangrijke stappen om de zorg en ondersteuning toegan-kelijk, houdbaar en mensgericht te organiseren. Wel is duidelijk datverdere versnelling en meer zichtbare impact nodig zijn. Dat geeft hetkabinet ook aan in de beleidsbrief VWS27, waarin wordt beschreven hoevia wet- en regelgeving passende zorg steeds meer de norm wordt,waaronder ook de beweging naar het sociaal domein, het versterken vande sociale basis en het voorkomen van onnodige medicalisering.Verzoek reactie op brandbrief NVZ en brieven Zelfstandige KliniekenNederland (ZKN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN)28Op 1 juni jl. is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van hettraject eerlijk speelveld. In deze brief is een reactie opgenomen van hetkabinet op de brandbrief van de NVZ: «Noodplan nodig tegen uithollingziekenhuizen». Zowel ZKN als ZN heeft in december 2025 per briefgereageerd op de brandbrief van de NVZ. De inhoud van de Kamerbriefvan 1 juni is tevens een reactie op de brieven van ZKN en ZN.Toezegging voortgang AZWA-afspraken ggz29Tijdens het commissiedebat Suïcidepreventie/ggz van 26 maart jl. istoegezegd de Kamer te informeren over de voortgang op de ggzAZWA-afspraken voorafgaand aan het IZA/AZWA-debat van 1 juli. Metdeze brief voldoet het kabinet aan deze toezegging.Toezegging vindbaarheid laagdrempelige steunpunten30Tijdens het commissiedebat ggz en suïcidepreventie van 26 maart jl. heeftde Minister van VWS toegezegd in te gaan op hoe LSP’s in het sociaaldomein daadwerkelijk gevonden worden. In de handreiking laagdrem-pelige steunpunten is dit meegenomen. In de werkagenda moetenpartijen duidelijk maken hoe de laagdrempeligheid en nabijheid geborgdwordt. Aspecten die daarbij moeten terugkomen zijn: hoe en waar zijn deLSP’s online vindbaar, hoe wordt ervoor gezorgd dat LSP’s bij huisartsen,ggz-aanbieders, welzijn, en het MGN (in ieder geval bij de gespreks-voerders verkennend gesprek) bekend zijn, en de fysieke nabijheid (hoever moet men reizen om een LSP te bereiken). Op deze manier wordt devindbaarheid van LSP’s voor inwoners geborgd. Daarnaast zijn ermonitoringsrapportages beschikbaar, waarin een landelijk en regionaalbeeld van LSP’s is opgenomen. Hiermee beschouwt het kabinet detoezegging als afgedaan.Motie vroegsignalering mentale problemen31Voor inloopvoorzieningen sociaal en gezond (inclusief de daaraanverbonden inzet van professionals, ondersteuning van burgerinitiatievenen netwerksamenwerking) wordt een handreiking opgesteld. Dehandreiking geeft gemeenten en maatschappelijke partners richting bij hetversterken van bestaande- of inrichten van nieuwe inloopvoorzieningendie de basisfunctionaliteiten borgen. Naar verwachting wordt dehandreiking begin Q3 2026 opgeleverd.27Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 191.282025Z22413 en 2025Z2241429TZ202603-20030Ook onderdeel van TZ202603-20031Kamerstukken II, 2024–2025, 25 424, nr. 737.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98518 In de handreiking voor de inloopvoorzieningen ligt de focus op de waardevan (collectieve) plekken, voorzieningen en de publieke ruimte in buurten;op de «infrastructuur» die inwoners in staat stelt elkaar te ontmoeten.Ontmoeting die niet alleen bijdraagt aan sociale cohesie en welzijn, maarook in het vroegtijdig signaleren van behoeften, het versterken vannetwerken en lokale kracht en voorkomen van zwaardere zorg. Er wordtdaarnaast o.a. ingezet op deskundigheidsbevordering in- en rondominloopvoorzieningen op de leefgebieden mentale gezondheid, vitaal ouderworden, gezonde leefstijl, kansrijk opgroeien en gezondheidsachter-standen. Meer kennis en expertise draagt bij aan gerichte inzet vanpreventie en (vroeg)signalering in de directe omgeving van hen die datnodig hebben. Daarmee geeft het kabinet uitvoering aan de motie van hetlid Rikkers-Oosterkamp, waarin de Minister is opgeroepen om een vasteplek in het sociaal domein te creëren voor vroegsignalering van mentaleproblemen. Hiermee beschouwt het kabinet de motie als afgedaan.Toezegging mondzorg32In het commissiedebat eerstelijnszorg van 1 april jl. heeft de Minister vanVWS toegezegd om in de voortgangsbrief AZWA in te gaan op instru-menten zoals het noodfonds om, voor mensen die om financiële redenenafzien van mondzorg, financiële drempels voor mondzorg te verlagen enspecifiek de mogelijkheden vanuit de middelen op de ontwikkelagendaAZWA. Voor de jaren 2027 en 2028 is 2 maal € 45 mln. beschikbaar voordeze gehele ontwikkelagenda. In de 1e suppletoire VWS-begroting 2026 isaangegeven dat het kabinet van plan is om van deze middelen zowel in2027 als in 2028 € 5,5 mln. in te zetten voor een pilot mondzorg voorminima. Op dit moment wordt uitwerking gegeven aan hoe deze pilot kanworden vormgegeven daarom is het nu nog te vroeg om de Kamer teinformeren over de exacte invulling daarvan. Gezien het tijdelijke karakteren de beperkte omvang van de pilot zou het een optie kunnen zijn om inte zetten op noodbehandelingen bij de meest kwetsbare doelgroep. Ditidealiter in combinatie met voorlichting over bijvoorbeeld het belang vaneen goede mondgezondheid en mogelijkheden voor reguliere mondzorg.Uitgangspunt van de AZWA ontwikkelagenda is namelijk het voorkomenvan verdere zorgvraag. Hierover zal nog gesprek worden gevoerd metbetrokken partijen. Hiermee beschouwt het kabinet de toezegging alsafgedaan.Toezegging eerste concrete resultaten regeldruk33In het notaoverleg Arbeidsmarktbeleid in de zorg van 8 juni jl. heeft deMinister van LJS toegezegd de Kamer in juni te informeren over de(eerste) concrete resultaten voor het verminderen van de administratievelasten. Met deze brief voldoet het kabinet aan deze toezegging.Rectificatie NIVEL-rapport IZA-monitor Beweging naar een sterkere eerstelijn 2024–2026Op 9 september jl. heeft de Kamer het NIVEL-rapport «Beweging naar eensterkere eerste lijn 2024–2026 ontvangen», als bijlage bij de Kamerbrief«Voortgang Integraal Zorgakkoord: monitor van de beweging»34.Inmiddels heeft NIVEL dit rapport herzien. De eerste publicatie van hetrapport bevatte een berekening van de omvang van het aandeel patiëntendat contact heeft gehad met de spoedeisende hulp (SEH) en de huisart-senspoedpost (HAP) (Hoofdstuk 4.3.1) die afweek van de beoogde32TZ202604-00733TZ202606-14434Kamerstukken II, 2025–2026, 31 765, nr. 941.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98519 methode zoals beschreven in Hoofdstuk 4.2. De herziening (d.d. 19 mei2026) betreft de cijfers over het aandeel patiënten dat minimaal ééncontact heeft gehad bij de SEH of de HAP, in Hoofdstuk 4.3.1. Deze blekenvoor de SEH hoger te liggen dan gerapporteerd. De cijfers voor de HAPbleken voor het jaar 2019 hoger te liggen dan gerapporteerd. Op basis vandeze herziening is ook de conclusie over deze cijfers in dit rapportaangepast. Voor de volledigheid ontvangt de Kamer de herziene versievan het rapport (zie bijlage).Ten slotte Het kabinet ziet dat partijen hard werken aan de afspraken in de zorgak-koorden en dat er veel successen zijn te benoemen. Daarbij heeft hetkabinet er waardering voor dat partijen elkaar door de zorgakkoordengoed weten te vinden. Niettemin is de urgentie hoog om de zorg enondersteuning toegankelijk en betaalbaar te houden voor mensen nu enin de toekomst. Daarbij ziet het kabinet dat de voortgang op sommigeafspraken achterblijft en dat de afgesproken deadlines niet altijd wordengehaald. Het is van belang dat partijen over hun eigen schaduw heenstappen: individuele belangen mogen de benodigde transitie niet in deweg staan. Het is mooi dat partijen samenwerken om de beweging voortte zetten en zoeken naar oplossingen. Tegelijkertijd gaat het nog nietoveral goed of snel genoeg. Daarom heeft het kabinet in de beleidsbriefVWS maatregelen aangekondigd om meters te maken op de opgaven dieons verbinden: we werken aan de gezondste generatie ooit, we brengende beweging van zorg naar gezondheid in de praktijk en we organiserenhet zo dat zorgverleners zich kunnen richten op de zorg die past bij watmensen echt nodig hebben.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansDe Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 765, nr. 98520

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 13612b8b83b77e42

14 okt 2026 · c6fd5b0024423bda

12 okt 2026 · 62db74e9f4b8f505

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.