KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

8 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8a73a913f286c7ed · officiële bron

28345 Aanpak huiselijk geweld 31015 Kindermishandeling 31839 Jeugdzorg Nr. 314 Brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 juli 2026 In deze brief informeren wij uw Kamer over de acties binnen het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming om de hulp en bescherming van kinderen en volwassenen sneller te verbeteren. Deze afspraken zijn vastgelegd in de bijgevoegde ‘veranderstrategie’. Ook ontvangt uw Kamer informatie over enkele moties en toezeggingen en de voortgangsrapportage van het programma. Aanleiding Iedereen moet veilig kunnen opgroeien en leven in de eigen thuissituatie. Toch krijgen kinderen en volwassenen die thuis te maken hebben met onveiligheid niet altijd tijdig de juiste hulp en bescherming. Taken en verantwoordelijkheden van organisaties zijn versnipperd. Volwassenen en kinderen moeten vaak opnieuw hun verhaal doen en krijgen te maken met veel verschillende professionals vanuit verschillende organisaties. Daarbij is voor hen vaak onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Daarnaast is er vaak nog te weinig aandacht voor achterliggende problematiek van uiteenlopende aard, zoals psychiatrische problemen, verslaving, schulden, problematische echtscheiding en problemen met huisvesting. Het lukt niet altijd de hulp in samenhang te organiseren. Hierdoor is de hulp niet altijd effectief en kan de problematiek, ook op het gebied van veiligheid, escaleren. Ernstige onveiligheid moet direct goed in beeld zijn, zodat adequaat kan worden ingegrepen. Door onder meer een gebrek aan (goede) afstemming tussen de diverse betrokken organisaties, een gebrek aan kennis en het kunnen inzetten van passende interventies zowel voor slachtoffers als plegers verkeren gezinnen en huishoudens soms te lang in onveiligheid. Ernstige calamiteiten laten zien dat wachten geen optie is. Tegelijkertijd weten we dat het voorkomen en aanpakken van onveiligheid in de thuissituatie complex is. We voelen een grote verantwoordelijkheid om de schade ervan te beperken en het beter te doen. Daarom werken we[voetnoot 1] met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming aan een fundamentele omslag. Het Toekomstscenario draagt bij aan de kabinetsbrede inzet voor verbetering van de aanpak geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling die wij hebben beschreven in de brief van 3 juli jl.[voetnoot 2] De omslag betekent dat niet alleen de samenwerking tussen organisaties verandert, maar ook de manier waarop hulp en bescherming worden georganiseerd en hoe we omgaan met gezinnen en huishoudens waar het thuis niet veilig is: we gaan fundamenteel anders denken, anders doen én anders organiseren. In plaats van afzonderlijke organisaties die in een estafettemodel na elkaar en vanuit hun eigen taak naar een gezin kijken, werken professionals eerder en gezamenlijk aan de veiligheid van alle gezinsleden met een centrale rol voor de lokale teams en de nog in te richten regionale veiligheidsteams. Het doel van deze omslag is om beter naar het hele gezin te kijken en snel passende hulp en bescherming te bieden. Daarbij staan gezinsgericht, rechtsbeschermend & transparant, eenvoudig en lerend steeds centraal. Sinds eind 2021 wordt in proeftuinen ervaring opgedaan met de werkwijze van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Inmiddels werken tien proeftuinen verspreid over het land aan het beproeven en verder ontwikkelen van deze werkwijze. Proeftuinen, maar ook verschillende regio’s, laten nu al positieve resultaten zien. Zo blijkt uit ervaringen van gezinnen en huishoudens dat zij zich gehoord en serieus genomen voelen en dat zij één vast contactpersoon als prettig ervaren. Professionals ervaren meer gelijkwaardigheid in de samenwerking met gezinnen en huishoudens en geven aan dat er meer maatwerk mogelijk is. Daardoor krijgen mensen sneller hulp en bescherming die beter aansluit bij de behoefte. We willen daarop voort bouwen: dat wat werkt gaan we in de praktijk doorontwikkelen en in alle regio’s implementeren. Veranderstrategie en gezamenlijke commitment Op 8 juli 2026 hebben de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de VNG, de Raad voor de Kinderbescherming, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, twee leden van de Associatie Wijkteams en de Gecertificeerde Instellingen verenigd bij Jeugdzorg Nederland een belangrijke stap gezet met het vaststellen van de gezamenlijke veranderstrategie. De afgelopen maanden hebben we samen met alle betrokken partijen in een intensief traject deze strategie en de bijbehorende acties opgesteld en uitgewerkt in twee fasen. Met deze veranderstrategie werken we in fase één gezamenlijk toe naar concrete verbeteringen in de periode 2026-2028. Ondertussen leggen we de basis voor een fundamentele omslag waar we vanaf 2029 op in zetten (fase twee). Dat iedereen zich hieraan heeft verbonden, vinden wij een belangrijk signaal en een mijlpaal op weg naar een kind- en gezinsbescherming die betere hulp en bescherming kan bieden. Wij nemen hiermee gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de fundamentele omslag die nodig is. Acht (doorbraak)acties Om de transitie te versnellen en het eindbeeld van o.a. de lokale teams en het regionaal veiligheidsteam te concretiseren, starten we met acht acties[voetnoot 3]. Eindbeeld lokale teams en het samenspel met het regionale veiligheidsteam: we werken toe naar stevige lokale teams die zelf hulp bieden bij onveiligheid met goede samenwerkingsrelaties met zorg- en veiligheidspartners. Expertise gaat soepel over en weer en hulp wordt om het gezin of huishouden georganiseerd. Dit wordt opgepakt in samenhang met onder andere de Hervormingsagenda Jeugd. Van melden naar breed eigenaarschap op veiligheidsvraagstukken: bij signalen van structurele onveiligheid maken professionals samen met betrokkenen in gezin of huishouden één veiligheidsbeoordeling en één veiligheidsplan. De betrokkenen krijgen snel een vast aanspreekpunt. Daarbij is het uitgangspunt dat de betrokkenen hun verhaal niet keer op keer opnieuw hoeven te vertellen en eerder passende hulp krijgen. Daarmee verschuiven we van het doorgeven van meldingen naar gezamenlijk eigenaarschap voor de veiligheid. Kwaliteit gezamenlijke analyse[voetnoot 4]: professionals die werken met gezinnen waar sprake is van complexe onveiligheidsproblematiek, werken vanuit één gezamenlijke werkwijze. Voorheen ontbrak zo’n gezamenlijke werkwijze. Hierdoor sluiten onderzoeken beter op elkaar aan en hoeft niet steeds opnieuw te worden begonnen. Het nieuwe nog te ontwikkelen ‘toetsend onderzoek’ van de Raad voor de Kinderbescherming bouwt daarbij zo veel mogelijk voort op eerder uitgevoerde analyses. Professionele handelingsruimte en rechtsbescherming: professionals ervaren bijvoorbeeld dat zij een gezin langdurig en integraal zouden willen begeleiden om duurzame veiligheid te realiseren, terwijl de huidige taakverdeling en verantwoordelijkheden tussen organisaties ertoe kunnen leiden dat ondersteuning versnipperd wordt georganiseerd. Met andere woorden: professionals ervaren soms spanning tussen wat zij nodig achten om in complexe gezinssituaties duurzame veiligheid te realiseren en de mogelijkheden die zij binnen de bestaande kaders ervaren. Met deze actie onderzoeken we hoe professionele handelingsruimte kan worden verduidelijkt en versterkt, en waar nodig kan worden verruimd, in samenhang en balans met rechtsbescherming. Ontwikkeling in en met de praktijk: binnen de schaal van de veiligheidsregio’s worden werkzame onderdelen van het Toekomstscenario, die in de proeftuinen zijn ontwikkeld, breder toegepast in de praktijk en waar mogelijk passen we de nieuwe werkwijze alvast toe. Zij brengen hun uitgangssituatie in beeld en maken een transitieplan naar de gewenste werkwijze. Zo wordt niet gewacht op een volledig uitgewerkt nieuw stelsel, maar worden verbeteringen waar mogelijk direct in praktijk gebracht en worden praktijkervaringen gebruikt voor landelijke keuzes en verdere verbetering. Continuïteit en kwaliteit in de transitie: we werken aan een integraal plan om de continuïteit en kwaliteit tijdens de transitie te borgen. Daarbij is expliciet aandacht voor zowel het aanpakken van bestaande continuïteits- en kwaliteitsproblemen als het beheersen van de risico's die samenhangen met de transitie, zoals tijdelijke onduidelijkheid over verantwoordelijkheden, capaciteitsdruk en onzekerheid onder professionals. Het Rijk, gemeenten en uitvoeringsorganisaties ontwikkelen gezamenlijk handreikingen en richtlijnen voor de verschillende dilemma’s in de uitvoering. Daarbij verkennen we ook wat er nodig is voor de centralisering van de jeugdreclassering. Eindbeeld regionaal veiligheidsteam: deze actie is gericht op het verder concretiseren van het eindbeeld van het regionaal veiligheidsteam, zodat duidelijk wordt wat de taken, bevoegdheden en expertise van het regionaal veiligheidsteam zijn, wanneer het wordt betrokken en hoe het samenwerkt met onder meer lokale teams en andere organisaties. Voor 1 oktober ligt er een voorstel voor een plan van aanpak. Handelingskader: professionals en organisaties werken nu nog vanuit verschillende uitgangspunten en werkwijzen. Met een gemeenschappelijk handelingskader werken we aan een basiskader, waarin grondhouding en gezamenlijke uitgangspunten over vakkennis en rechtsbescherming in opgenomen zijn, met ruimte voor verschillende rollen. Dit handelingskader wordt ontwikkeld met o.a. proeftuinen, wetenschappers en andere professionals en eind 2026 opgeleverd. De taken zijn verdeeld en deze acht afgesproken acties worden op dit moment door de betrokken partijen omgezet in concrete projectplannen. Die willen we dit najaar vaststellen, zodat de nieuwe werkwijzen en instrumenten in interactie met de praktijk kunnen worden doorontwikkeld. Uw Kamer heeft onlangs nadrukkelijk aandacht gevraagd voor betere samenwerking en een effectievere aanpak van onveiligheid in thuissituaties. Met deze acht acties werken we aan verbetering van het stelsel, een andere werkwijze en de daarvoor benodigde cultuurverandering. Dit vraagt van alle betrokkenen, van bestuurder tot professional, professionele moed en samenwerking op alle niveaus iedereen. Van bestuurders vraagt dit daarnaast dat zij de verandering actief ondersteunen en de nodigde randvoorwaarden creëren. De veranderstrategie en de daarbij behorende samenwerkingsafspraken bieden het fundament om met deze acties aan de slag te gaan. Naast de acht acties hebben we ook de probleemanalyse van de kind- en gezinsbescherming geactualiseerd, deze wordt als bijlage meegestuurd. Er zijn ook in de veranderstrategie afspraken gemaakt over de samenwerking tussen praktijk en beleid. Dit zijn onder meer de stelselverantwoordelijken, de uitvoeringspraktijk en ervaringsdeskundigen. We hebben elkaar nodig in de opgave waar we voor staan. We gaan gezamenlijk een proces in, waarin nog veel ontwikkeld, geleerd, besloten en georganiseerd zal worden. Vanuit de afspraken die we hebben gemaakt, werken we de komende jaren vol vertrouwen aan een blijvend veilige thuissituatie voor zoveel mogelijk kinderen en volwassenen. Met de veranderstrategie bevestigen we de ontwikkelrichting[voetnoot 5] naar regionale veiligheidsteams op de schaal van veiligheidsregio’s. Dit betekent dat we expertise en taken van veiligheidspartners gaan bundelen, zodat het voor inwoners en professionals duidelijker wordt waar zij terechtkunnen en wie waarvoor verantwoordelijk is. De komende jaren werken we stap voor stap aan het Toekomstscenario. Dit betekent dat we in de praktijk toetsen of deze ontwikkelrichting werkt en waar deze bijstelling vraagt, opdat deze bijdraagt aan de hoofddoelstelling van het Toekomstscenario. Financiële ondersteuning Het Rijk ondersteunt, binnen de beschikbare mogelijkheden, de ontwikkeling in en met de praktijk. De centrumgemeenten vrouwenopvang ontvangen POK-middelen (€ 18 miljoen in 2026 en € 17 miljoen in 2027)[voetnoot 6] om de benodigde transitie ook in de eigen regio concreet vorm te geven. Daarnaast stelt het ministerie van Justitie en Veiligheid middelen beschikbaar voor de acht acties (totaal € 15 miljoen per jaar in 2027, 2028 en 2029). Vervolg en planning Het vervolgprogramma Toekomstscenario 2026–2029 gaat in het najaar van 2026 van start. In deze periode willen we sneller veranderen richting de werkwijze van het Toekomstscenario. Belangrijke mijlpalen daarbij zijn de afronding van het landelijk handelingskader eind 2026 en de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen vanuit de verschillende acties in de regio’s vanaf 2026 tot 2029. Daarnaast wordt het eindbeeld van de lokale teams en de regionale veiligheidsteams verder uitgewerkt, worden de in de proeftuinen beproefde werkwijzen opgeschaald en worden regionale transitieplannen opgesteld. Daarmee krijgen gezinnen waar onveiligheid speelt steeds vaker te maken met een eenduidiger werkwijze, waarin eerder gezamenlijk wordt beoordeeld wat nodig is, hulp en bescherming beter op elkaar aansluiten en duidelijker is wie het gezin begeleidt. We werken toe naar de vorming van regionale veiligheidsteams en bijbehorende wetgeving. De beschikbaarheid van voldoende financiële middelen voor de transformatie is essentieel voor de verdere uitwerking, daar zullen we ons dan ook voor inspannen. Hiermee wordt de eerder aan uw Kamer gemelde ontwikkelrichting naar regionale veiligheidsteams op de schaal van veiligheidsregio’s bevestigd[voetnoot 7]. Uw Kamer wordt via de reguliere voortgangsrapportages geïnformeerd over de voortgang van deze de transitie. Bijlagen Ook is voortgang te melden op de uitvoering van enkele moties en toezeggingen. Onderstaand gaan wij in op: Moties Motie van het lid Bruyning over het betrekken van de gezinscontext, en professionals te eenzijdig risico gestuurd werken door jeugdbescherming[voetnoot 8] Deze motie sluit aan bij de beweging die het kabinet met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wil realiseren: niet uitsluitend kijken naar het individuele kind en afzonderlijke veiligheidsrisico’s, maar naar de samenhang tussen kind, ouders, gezin, sociaal netwerk en problemen op andere leefgebieden. Het reflectierapport Breder kijken dan het kind onderstreept dat financiële problemen, stress en andere omstandigheden binnen het gezin nadrukkelijker moeten worden betrokken in de onderzoeksmethode van de RvdK, de deskundigheidsbevordering van raadsmedewerkers en de informatie-uitwisseling met ketenpartners. Ook beveelt het rapport aan om binnen intervisie en coaching te reflecteren op vooroordelen, professioneel handelen en de wijze waarop besluiten tot stand komen. De RvdK voert momenteel de aanbevelingen uit. Sinds 2025 is er standaard aandacht voor financiële stress in onderzoeken en zijn er e-learnings en (aangepaste) opleidingen ontwikkeld. Ook is er een intern meldpunt voor de toeslagenaffaire. De betrokken organisaties zien het belang van het versterken van systemisch, relationeel en herstelgericht werken met structurele inbreng van kinderen, ouders en ervaringsdeskundigen. De geleerde lessen van het Ondersteuningsteam kunnen daarbij worden benut. Deze lessen worden geborgd door ze onder meer onder te brengen bij gerenommeerde partijen. Wij roepen organisaties daarnaast op om ervaringen en inzichten actief met elkaar te delen en gezamenlijk te blijven leren. Toezeggingen Toezegging aan meerdere Kamerleden dat in de zomer 2026 (na 8 juli 2026) een brief over het vervolg van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt gestuurd. In bijgaande brief met bijbehorende bijlagen hebben wij u laten weten wat het vervolg is van het Toekomstscenario, welke acties we met de VNG, partners en regio’s ondernemen om de hulp en bescherming bij huishoudens die worstelen met onveiligheid te verbeteren en voor de mensen die ermee te maken krijgen ook te vereenvoudigen. Onderdeel van de veranderstrategie is een uitgebreide probleemanalyse waarom nu niet altijd de juiste hulp- en bescherming wordt geboden, waarom er nu in onveilig situaties niet altijd direct geacteerd wordt en welke stappen nodig zijn om dat te veranderen. De veranderstrategie gaat ook in op harmonisatie, bijvoorbeeld in de uitwisseling van gegevens tussen lokale teams en Veilig Thuis. Toezegging dat in de brief over het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (zomer 2026) wordt terugkomen op de vraag wat we doen in de samenwerking als kinderen aangeven dat het thuis niet goed gaat. Wanneer een kind aangeeft dat het thuis niet goed of niet veilig is, moet dit signaal direct serieus worden onderzocht en mag het niet tussen organisaties blijven liggen. De werkwijze van het Toekomstscenario betekent dat het lokale team naast het kind en het gezin gaat staan, bespreekt met het kind wat nodig is en schakelt zo nodig direct de expertise van Veilig Thuis of andere partners in. Daarbij moet duidelijk zijn wie de regie voert, wordt informatie zorgvuldig gedeeld en wordt bij acute onveiligheid direct ingegrepen. Dit gebeurt nog niet in alle regio’s, maar is wel de werkwijze die we willen ontwikkelen in alle regio’s. Toezegging om de aanpak Filomena bij het Toekomstscenario te betrekken. In de veranderstrategie is opgenomen dat we leren van werkzame elementen uit initiatieven zoals Filomena en onderzoeken hoe deze kunnen worden verbonden met het Toekomstscenario. Het is belangrijk dat stevige lokale teams en regionale veiligheidsteams een beroep kunnen doen op verschillende vormen van expertise om problematiek te duiden en, waar nodig, snel hoog specialistische hulp en ondersteuning in te zetten. Filomena is, naast initiatieven als MDA++ en het Crisisinterventieteam in Den Haag, een voorbeeld van hoe deze expertise kan worden georganiseerd. Bij de uitwerking van de doorbraakacties worden deze verbindingen concreet gemaakt en worden de betreffende partijen waar nodig betrokken. Regelmatig wordt beoordeeld of de verbindingen voldoende en effectief zijn en welke vervolgstappen nodig zijn. Toezegging om in te gaan op de eindverantwoordelijkheid van de regie-eigenaar. In het huidige stelsel werken veel partijen vanuit verschillende regels en verantwoordelijkheden. Daardoor ontbreekt vaak een integraal overzicht en wordt hulp nog te veel na elkaar georganiseerd. Bij de ontwikkeling en beproeving van het Toekomstscenario zijn de afgelopen jaren belangrijke lessen opgedaan over cultuur, werkwijze en inrichting. Binnen actie twee van de veranderstrategie, ‘van melden naar breed eigenaarschap op veiligheidsvraagstukken’, wordt daarom gewerkt aan één duidelijk vast gezicht voor huishoudens, passend bij de aard en ernst van de problematiek. Die hulpverlener blijft betrokken zolang dat nodig is, roept waar nodig aanvullende hulp en expertise in en fungeert als vraagbaak en aanspreekpunt voor de verschillende leden van het gezin of huishouden. Toezegging om huishoudens beter te stutten in combinatie met de aansluiting op passende en toereikende jeugdzorg. Om huishoudens beter te ondersteunen, is een brede blik op hun dagelijks leven en de samenhang tussen problemen nodig. De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario zetten daarom in op een verschuiving van reageren op problemen naar vroegtijdige ondersteuning, het versterken van veerkracht en het gericht inzetten van specialistische hulp. Stevige lokale teams spelen hierin een centrale rol: zij normaliseren waar mogelijk, ondersteunen waar nodig en schakelen specialistische expertise in als dat noodzakelijk is. Het Toekomstscenario gaat daarnaast uit van één duidelijk aanspreekpunt en integraal samenwerken vanuit het perspectief van het huishouden. Zo ervaren huishoudens meer continuïteit en samenhang en minder versnippering tussen organisaties. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk De ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, diverse uitvoerings- en kennispartijen (waaronder de Raad voor de Kinderbescherming, Landelijk Netwerk Veilig Thuis, Jeugdzorg Nederland (GI’s), twee leden van de Associatie Wijkteams, de Nederlandse GGZ, 3Ro (Reclassering), Nederlands Jeugdinstituut, Verwey-Jonker Instituut en Movisie), proeftuinen/regio’s en ervaringsdeskundigen. Kamerstukken II 2025/2026, 34 843 nr. 133 In augustus wordt een besluit genomen over de financiële middelen voor deze acties. De volledige titel van deze actie luidt: Kwaliteit gezamenlijke analyse en van verzoek tot onderzoek (VTO) in het huidige stelsel naar verzoek tot toetsend onderzoek (VTTO). Kamerstukken II 2024/2025, 31 839 nr. 1031 Deze middelen gaan naar centrumgemeenten vrouwenopvang en worden verdeeld volgens de bijbehorende verdeelsleutel. Kamerstukken II 2024/2025, 31 839 nr. 1031 Kamerstukken II 2024/2025, 36 708 nr.32

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 33cda5baa8dbb318

14 okt 2026 · c328ea1f18563622

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.