KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aanpak complexe scheidingen

3 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 68abb222cc37d694 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 839Jeugdzorg33 836Personen- en familierechtNr. 1111 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 oktober 20251. Inleiding Met deze brief informeren wij, de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid en de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uw Kamer,zoals toegezegd1, over de stand van zaken van de aanpak van complexescheidingen.Veel kinderen in Nederland krijgen in hun opgroeiende leven te makenmet de scheiding of het uit elkaar gaan van hun ouders. In 2024 waren ditcirca 43.000 minderjarige kinderen.2 Voor de meerderheid – ongeveer80% – stabiliseert de situatie grotendeels binnen enkele jaren na descheiding. Dit ondanks de uitdagingen die een scheiding met zich mee kanbrengen, en de grote impact ervan in het leven van een kind en de ouders.Helaas blijft voor 15 à 20% van de kinderen de gevolgen van de scheidingvan hun ouders ernstig en langdurig aanwezig. In sommige situaties heefthet kind zelfs helemaal geen contact meer met één van de ouders. Naastde persoonlijke gevolgen voor kinderen en gezinnen, is de maatschappe-lijke impact aanzienlijk. Kinderen van gescheiden ouders zijn ook in grotemate vertegenwoordigd in de jeugdhulp en jeugdbescherming.3Daarnaast zien we dat de impact van complexe scheidingen veel vraagtvan gemeenten en hulpverlening.41Laatstelijk tijdens het wetgevingsoverleg Jeugd in november 2024 (Kamerstuk 31 839, nr. 1049)en ook in het recente commissiedebat Jeugdbeleid en Jeugdbescherming van 2 september jl.2Scheiden | CBS3Cijfers laten zien dat voor jeugdhulp het aandeel in 2020 49,4% betrof, en voor jeugdbe-scherming 92,3%. Zie Significant Public - Relatie tussen scheidingen, ggz-gebruik en jeugdzorg-gebruik (27 januari 2022)4Een complexe scheiding kan de samenleving tot wel 46.000 euro kosten. De gemeente draagtongeveer 32.000 euro van deze kosten (kosten OTS, GI, zorg) en het Rijk ongeveer 8.000 euro.Zie: Significant Public (2020). Kostenanalyse van complexe scheidingen kst-31839-1111ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11111 We weten dat in de context van scheidingen ook sprake kan zijn vanonveiligheid door huiselijk-, ex-partnergeweld (waaronder intieme terreur)en/of kindermishandeling. In het plan van aanpak «Stop femicide!» staande prioriteiten van de aanpak huiselijk geweld (inclusief femicide) enkindermishandeling, zoals is vermeld in de brief van 10 juli 2025.5 DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voert met partners als deRechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming, en andere betrokkenpartijen het gesprek om te komen tot een plan van aanpak om deaandacht voor huiselijk geweld in familierechtszaken, zoals gezag enomgang, te vergroten. Dit ziet onder meer op het verbinden van het straf-en civielrecht, het verbeteren van de informatievoorziening aan defamilierechter, kennisbevordering van de betrokken professionals, hetontwikkelen van een toetsingskader en het inzetten van een uniformrisicoscreeningsinstrument, zoals ook in het onderzoeksrapport van hetVerwey-Jonker Instituut is aanbevolen.6 In de eerste helft van 2026 wordtuw Kamer over de voortgang geïnformeerd.In deze brief richten we ons op de verbeteringen die specifiek nodig zijnom zoveel mogelijk te voorkomen dat een scheiding complex wordt,(verder) escaleert of leidt tot (onnodige) juridische procedures. Ouders zijnprimair zelf verantwoordelijk voor het op een goede manier uit elkaargaan en het maken van afspraken over het invullen van het ouderschap.Het is echter vaak een emotionele, stressvolle periode in het leven,waardoor het niet altijd lukt om er op een goede manier met elkaar uit tekomen en daarbij het belang en welzijn van het kind centraal te blijvenstellen.Voor deze situaties is het belangrijk dat informatie en ondersteuning doorprofessionals aan het gezin laagdrempelig is. Zoals eerder met uw Kamergedeeld is hiervoor de afgelopen jaren een nieuwe werkwijze ontwikkelden gerichte kennis en expertise opgebouwd.7 Dit is ontwikkeld binnen hetproject «Een goed begin», in navolging op het programma Scheidenzonder Schade.8 Het project «Een goed begin» is onlangs afgerond,inclusief een meerjarig onderzoek van TNO naar de werkzaamheid van dewerkwijze in de praktijk, zoals onlangs aan uw Kamer aangeboden.9 Metde uitkomsten is een stevig fundament gelegd met handvatten voorgemeenten, organisaties en professionals die in contact staan. Devolgende stap ligt nu bij gemeenten en organisaties in het land: zij kunnenhier gebruik van maken bij de eigen aanpak bij scheiding en lokaleondersteuning aan gezinnen.Graag informeren wij uw Kamer in deze brief over de uitkomsten van hetTNO-onderzoek (paragraaf 2), over onze inzet om de opgebouwde kennisen expertise verder beschikbaar te stellen en te borgen (paragraaf 3) enover de stand van zaken van de nog lopende inzet van de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid op het kindvriendelijker inrichten van juridischeprocedures bij scheiding (paragraaf 4). Tot slot wordt uw Kamer met dezebrief geïnformeerd over de uitvoering van een aantal andere toezeg-gingen en moties op het terrein van gezag en omgang (paragraaf 5).5Kamerstukken II 24/25, 28 345, nr. 285.6Verwey Jonker-Instituut, «Waar geweld uit beeld raakt. Een verkennend onderzoek naar dezichtbaarheid van huiselijk geweld in het familierecht», april 2025.7Kamerstukken II, 2023/24, 33 836, nr. 90.8Kamerstukken II, 2021/22, 33 836, nr. 66.9Kamerstukken II, 2025, 33 836, nr. 125.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11112 2. Uitkomsten van «Een goed begin» In de periode van 2023–2025 is binnen het project «Een goed begin»gewerkt aan:a.een nieuwe werkwijze genaamd «Duurzaam Ouderschap na Schei-ding»: toegepast in de praktijk door gezinsvertegenwoordigers en metonderzoek door TNO;b.een digitaal plein voor laagdrempelige informatie voor ouders enprofessionals: website uitelkaarmetkinderen.nl;c.inspiratiesessies over het denkkader (ook wel gedachtegoed) achter denieuwe werkwijze.Dit project is met financiering van het Ministerie van Justitie en Veiligheiduitgevoerd in de regio Haaglanden op twee locaties; het KenniscentrumKind en Scheiding10 en Delft Support.11 De uitkomsten lichten wehieronder toe:Sub. A Werkwijze Duurzaam Ouderschap na Scheiding door gezinsverte-genwoordigersVanuit het programma Scheiden zonder Schade is een integrale werkwijzeontwikkeld «Duurzaam Ouderschap na Scheiding».Onderliggend is de visie «Duurzaam Samenwerken na Scheiding»; eennieuw denkkader rondom scheidingen waarin vertrouwen en verbindingvoorop staan.12 Het is bedoeld om professionals, organisaties engemeenten handvatten te bieden rondom scheidingen.De werkwijze heeft tot doel om bij ouders in scheiding een duurzamevorm van samenwerking rondom het ouderschap op gang te brengen.Daarbij staan het belang van het welzijn en de ontwikkelkansen van hetkind en de verantwoordelijkheid van ouders voor hun eigen aandeel in hetouderschap centraal.Gezinsvertegenwoordigers, professionals die daartoe zijn opgeleid,vervullen hierin een centrale rol als begeleider van het gehele scheidings-proces. Een rol die, met de juiste randvoorwaarden, kan worden belegdbij professionals die in hun werk te maken krijgen met ouders metscheidingsproblematiek, bijvoorbeeld vanuit de gemeente of eenzorgaanbieder.13 De gezinsvertegenwoordiger staat in contact met beideouders, schakelt tijdig aanvullende deskundigheid in en ondersteunt metpsycho-educatie, normalisering van de gewijzigde omstandigheden vande gezinssituatie, en het versterken van de eigen verantwoordelijkheidvan ouders. De gezinsvertegenwoordigers kunnen in meer complexesituaties een Scheidings Advies Team (SAT)14 consulteren: een team vanspecialisten uit verschillende disciplines (GZ-psycholoog, systeemthe-rapeut en een mediator), die gezamenlijk vastgelopen casuïstiek analy-seerden. Over de hele looptijd van het onderzoek is bij ruim een derde vande afgeronde casussen dit Scheidings Advies Team betrokken. Meren-deels werd dit team betrokken voor consultatie door de gezinsvertegen-10Het Kenniscentrum Kind en Scheiding is het scheidingsloket in- en gefinancierd door negengemeenten in Haaglanden. Het kenniscentrum biedt een dagelijks spreekuur, bureaudiensten,trainingen voor kinderen en ouders en deskundigheidsbevordering voor professionals aan.Ook wordt er nauw samengewerkt met en doorverwezen naar zorgaanbieders om iederevraag op maat te beantwoorden en zo nodig goed te verwijzen.11Delft Support zorgt er in opdracht van gemeente Delft voor dat inwoners toegang krijgen tothulp en ondersteuning op het gebied van zorg, jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning.12Beknopte visie Duurzaam Samenwerken na Scheiding13Zoals een lokaal wijkteam, centrum voor jeugd en gezin, zorgaanbieder.14Dit komt voort uit de pilot specialist contactverlies binnen het programma scheiden zonderschade.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11113 woordiger(s). In enkele gevallen heeft het SAT direct contact gehad metde ouders zelf.Zoals hierboven al aangegeven, kan er rondom een scheiding ook primairsprake zijn van onveiligheid door huiselijk geweld en/of kindermishan-deling. In dat geval is de werkwijze «Duurzaam Ouderschap na Scheiding»geen passende vorm van ondersteuning en moeten er andere routes,afhankelijk van de situatie, worden gevolgd als de inzet van Veilig Thuis ofpolitie.Tussen 2022 en 2025 deed onderzoeksinstituut TNO een pilotonderzoeknaar de toepassing en werkzaamheid van de werkwijze in de praktijk. In deregio Haaglanden zijn 100 ouders begeleid door tweetallen van getraindegezinsvertegenwoordigers. Daarbij is met name gekeken naar wat werkten verbeterd kon worden en naar belangrijke kansen en belemmeringenvoor effectieve implementatie van de werkwijze elders in het land. Dereflectie van betrokken professionals stond daarbij centraal. Ookbetrokken ouders zijn anoniem geconsulteerd.De uitkomsten zijn bemoedigend en laten zien dat binnen het project «Eengoed begin» vanuit een nieuw denkkader is toegewerkt naar eenoverdraagbare methodisch onderbouwde werkwijze. Wij zijn de onder-zoekers en de regio Haaglanden erkentelijk voor het proefdraaien metdeze nieuwe werkwijze en het gedegen onderzoek dat de afgelopen jarenheeft plaatsgevonden.Het onderzoek levert een eerste onderbouwing op van de werking vandeze methodische werkwijze in de praktijk. Zo observeerden de gezinsver-tegenwoordigers vooruitgang in onder meer de onderlinge communicatieen dynamiek tussen ouders, vertrouwen van ouders in zichzelf alsopvoeder, het ouder-kindcontact, en in het maken van duurzameafspraken in het belang van het kind. In deze pilot is doel, doelgroep,aanpak en randvoorwaarden uitgewerkt, waardoor ook anderen dezewerkwijze kunnen gebruiken. Daarnaast is er onder meer een handreikingvoor gemeenten en een opleiding tot gezinsvertegenwoordigerontwikkeld.Sub. B Uitelkaarmetkinderen.nlIn april 2023 werd het landelijk DigiPlein uitelkaarmetkinderen.nlgelanceerd. Doel van deze website is ouders, hun directe omgeving enprofessionals op één plek van neutrale en betrouwbare informatievoorzien. Op die manier kunnen zij wegwijs worden in het scheidings-proces, zich bewust worden van het welzijn van hun kinderen en de wegnaar extra hulp en ondersteuning vinden.Met deze Kamerbrief bieden we uw Kamer het onderzoeksrapport met detitel «Evaluatie Digiplein» met de planevaluatie van de website uitelkaar-metkinderen.nl aan.Uit de evaluatie blijkt dat het DigiPlein ouders in potentie vroegtijdig kanbereiken. Het informatieaanbod draagt bij aan het zoveel mogelijkvoorkomen van conflict en juridische strijd tussen ouders, en hetbeperken van schade bij kinderen. Deze potentie van het DigiPlein wordtechter nog niet volledig waargemaakt. Dit komt kortgezegd doordat devindbaarheid van de website nog niet optimaal is, ouders behoeftehebben aan beknoptere informatie en een heldere structuur van informa-tieaanbod. Verbetering is mogelijk op bijvoorbeeld het aanbieden vaninformatie in meerdere talen, toegankelijkheid voor specifiekedoelgroepen (zoals ouders met een licht verstandelijke beperking enlaaggeletterdheid) en overzichtelijke thematische presentatie vaninformatie waarin rekening wordt gehouden met specifieke omstandig-heden van ouders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11114 Verder komt naar voren dat het DigiPlein grotendeels aansluit bijwetenschappelijke inzichten over dergelijke websites qua vorm en inhoud:bij 70% van de ouders sluit de website aan op de informatiebehoefte vande ouders. Het DigiPlein wordt ook overwegend positief gewaardeerd opde uitstraling en meelevende toon. Door professionals wordt het vooralgebruikt om ouders naar door te verwijzen, maar minder voor eigeninformatie-inwinning.Naar aanleiding van de conclusies is er gewerkt aan de verbetering van devindbaarheid via zoekmachines en aan de algemene bekendheid van dewebsite. Inmiddels maken per maand circa 2000 unieke bezoekers gebruikvan de website. Verdere doorontwikkeling van de website, het aanvullen,herschrijven en herstructureren van informatie worden met betrokkenketenpartners verkend.Sub. C Inspiratiesessies Duurzaam Samenwerken na ScheidingHet denkkader Duurzaam Samenwerken na Scheiding, de basis voor deontwikkelde werkwijze, kan behulpzaam zijn voor gemeenten, organisatiesen professionals die te maken hebben met ouders in scheiding.15 Om henhiermee al laagdrempelig kennis te laten maken, werden de afgelopenjaren in totaal 28 inspiratiesessies gehouden in ruim 20 gemeenten en aan300–400 professionals door heel Nederland, waaronder in Rotterdam,Amsterdam, Enschede, Breda en Goes. De sessies werden onder andereverzorgd voor jeugd- en wijkteams, jeugdzorgorganisaties, gemeenten enregionale samenwerkingsverbanden. De ervaringen van deelnemerswaren grotendeels positief. Meerdere organisaties en regio’s hebben,geïnspireerd door het denkkader, verdere investeringen gedaan in hunaanpak op scheidingen, vaak in samenwerking met Veilig Thuis engecertificeerde instellingen (GI’s). Enkele voorbeelden zijn de regioUtrecht-West, gemeente Gouda en de Raad voor de Kinderbescherming.Dit onderstreept het belang van kennisverspreiding.3. Hoe verder met de opgebouwde kennis en expertise? Vooruitlopend op de afronding van het project «Een goed begin» werd erin september 2023 een begeleidingscommissie16 opgericht, om samenmet betrokken partijen te werken aan het beschikbaar stellen van deopgebouwde kennis en expertise en hoe dit vorm kan krijgen. Daarbij isook de stand van zaken onder gemeenten als het gaat om het hebben vaneen scheidingsaanpak, en hun behoeften daarin, in beeld gebracht.Rapport «Aandacht en aanpak gemeenten voor (echt)scheidingen,quickscan stand van zaken»Met de voortgangsbrief Jeugd van 13 juni jl. is het rapport «Aandacht enaanpak gemeenten voor (echt)scheidingen» van Significant, met uwKamer gedeeld.17 Dit rapport is in opdracht van het Ministerie van VWSen het Ministerie van JenV uitgevoerd en is een vervolg op de in 2021uitgevoerde quickscan onder gemeenten.18 Bij de aanbieding is aan uwKamer toegezegd om nog inhoudelijk op dit rapport in te gaan. In hetrapport is in beeld gebracht in hoeverre er binnen gemeenten aandacht is15Beknopte visie Duurzaam Samenwerken na Scheiding16De commissie bestond bij start uit de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis,Jeugdzorg Nederland, Stichting Villa Pinedo, Nederlands Jeugdinstituut, VNG, AssociatieWijkteams, gemeente Den Haag en Amsterdam, VWS en JenV.17Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 1087.18In 2021 is er tijdens het programma Scheiden zonder Schade reeds een quickscan uitgevoerdonder gemeenten om te zien waar zij op dat moment stonden als het gaat over het hebbenvan een aanpak op (echt)scheidingen: Onderzoek Significant 2021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11115 voor de aanpak van scheidingen, welke initiatieven al door gemeentenontwikkeld en geïmplementeerd zijn en welke behoeften er ondergemeenten leven.Aan dit onderzoek namen 153 gemeenten deel, waarbij vijf meerderegemeenten vertegenwoordigden, resulterend in totaal 169 gemeenten. Uithet rapport blijkt een toename van het aantal gemeenten met een aanpakop scheiden. Ongeveer driekwart van de deelgenomen gemeenten in 2024heeft een aanpak of pleegt inzet op het onderwerp relaties en (echt)schei-dingen. Hiervan heeft een kwart van de gemeenten een duidelijke aanpakgeïmplementeerd waarbij wordt gewerkt aan borging. In het onderzoek uit2021 bleek dat slechts zeven procent van de gemeenten een aanpak hadgeïmplementeerd.19Ook komt uit het rapport naar voren dat de meeste gemeenten regionaalsamenwerken rondom het onderwerp (echt)scheidingen en mogelijk-heden hebben om elkaars kennis en ervaring te benutten. Factoren diegemeenten belemmeren om te investeren in aanbod en/of een aanpakliggen op het terrein van de financiering (beperkte middelen en hetontbreken van samenhang tussen WMO- en Jeugdhulpmiddelen), maarook de onbekendheid of investeren in preventie op het gebied van relatiesen scheidingen loont als het gaat om besparingen op jeugdzorg en/ofandere beleidsterreinen.Verder blijkt dat gemeenten uiteenlopende keuzes maken in de investe-ringen die zij doen in (preventief) aanbod voor ouders en kinderen. Er isgeen eenduidig aanbod en inherent aan de gedecentraliseerde bevoegd-heden beoordelen gemeenten zelf welke prioriteiten zij stellen passend bijde lokale situatie. Gemeenten baseren zich bij het maken van keuzesonder andere op landelijk onderzoek naar effectiviteit van interventies,maar het lijkt erop dat zij regelmatig (te) weinig houvast hebben, waar welbehoefte aan is, om gerichte keuzes te maken. De urgentie om teinvesteren in preventie wordt wel breed gedragen.Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek is om met samenwerkenderegio’s in gesprek te gaan over de aanpak van complexe scheidingen.Daarnaast wordt aanbevolen om gemeenten meer inzicht te geven ineffectiviteit, kosten en baten van preventieve interventies en vormen vanhulp. Het streven is dat de positieve ontwikkeling verder wordt voortgezeten ook de gemeenten bereikt die hierin nog geen stappen maken.Landelijk congres en regionale bijeenkomstenOp 18 september 2025 vond het congres «een Goed Begin na Scheiding»plaats. De uitkomsten van «Een goed begin» stonden centraal. Daarnaastdiende het congres als plek voor kennisdeling en als inspirator voorprofessionals. Kennis is gedeeld over andere effectieve initiatieven in hetland, triage bij scheiding en onderscheid tussen scheidingen en veilig-heidsproblematiek. Het congres had een breed bereik; voor zorg, jeugd enwijkteam professionals, beleidsmakers en managers. Vanuit het hele landis er grote belangstelling getoond en door ruim 250 professionalsdeelgenomen.In het najaar van 2025 en begin 2026 worden in samenwerking metgemeenten vijf regionale bijeenkomsten georganiseerd. Bedoeld om metgemeenten en professionals in gesprek te gaan over de toepassing van dewerkwijze in de eigen regio. Het Kenniscentrum Kind en Scheiding isverder bereid om tot en met medio 2026 richting gemeenten en andereorganisaties als centrale vraagbaak te fungeren en ondersteuning tebieden bij vragen over het denkkader en de toepassing van de ontwik-19Onderzoek Significant 2021.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11116 kelde werkwijze in de eigen praktijk. In de regio Haaglanden wordenmomenteel mogelijkheden onderzocht om het aanbod van gezinsverte-genwoordigers verder vorm te geven en te continueren. Zij spelendaarmee ook een waardevolle rol in het faciliteren en borgen van dewerkwijze op regionaal niveau.Opname werkwijze «Duurzaam Ouderschap na Scheiding» in databankeffectieve jeugdinterventiesNaast deze inzet op korte termijn werken we ook aan structurele borgingvan kennis en expertise op scheidingen. Zoals ook uit het rapport over degemeentelijke inzet naar voren komt, hebben gemeenten behoefte aanobjectief bewezen effectieve jeugdinterventies. Het Nederlands Jeugdin-stituut (NJi) biedt overzicht in haar databank effectieve jeugdinterventies.Het proces voor erkenning en opname in de databank van de werkwijze«Duurzaam Ouderschap na Scheiding» kan nu, na oplevering van hetonderzoeksrapport van TNO, van start en neemt doorgaans ongeveer eenjaar in beslag.Borging deskundigheidsbevordering en kennisdelingBredere kennisdeling in het land gebeurt via de gelanceerde websiteuitelkaarmetkinderen.nl, via het Nederlands Jeugdinstituut en via deonline groep Scheiden zonder Schade op 1sociaaldomein.nl waarinmiddels ruim 1.500 professionals lid van zijn.In de kennisverspreiding wordt ook samenhang gezocht en verbindinggelegd met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en deHervormingsagenda Jeugd. Om in de kind- en gezinsbescherming totmeer eenduidige werkwijzen te komen wordt, zoals bij uw Kamer bekend,samen met proeftuinen en betrokken organisaties een Handelingskaderontwikkeld. Dit kader geeft richting aan de noodzakelijke verandering enbiedt professionals houvast en ruimte om te doen wat nodig is voor eengezin/huishouden. Binnen het handelingskader worden verschillendemodules ontwikkeld. Het onderwerp complexe scheidingen wordt in eenmodule uitgewerkt.Ook wordt een Kompas ontwikkeld gericht op de organisatie vandomeinoverstijgende samenwerking bij onveiligheid in de thuissituatie.Aan de hand van enkele dialoogbijeenkomsten is de reeds opgedanekennis over complexe scheidingen meegenomen20 in het KompasVolwassenenproblematiek.Deze kennis wordt benut bij de ontwikkeling van het Toekomstscenariokind- en gezinsbescherming.Op dit moment verkennen wij op welke manier de motie Ceder enBruyning21 over het verwerken van bewezen effectieve voorzieningen, ookvoor gezinnen in complexe scheidingen, in de Hervormingsagenda Jeugdvorm kan krijgen. We nemen de aanbeveling uit het onderzoek vanSignificant om gemeenten meer inzicht te geven in effectieve interventieshierin mee. Ook hebben de ontwikkelingen rondom stevige lokale teamsvanuit de Hervormingsagenda Jeugd onze aandacht. Deze teams hebbenop lokaal niveau een centrale rol bij een integrale en gezinsgerichteaanpak. Er is in het voorjaar van 2024 een richtinggevend kader «toegang,lokale teams en integrale dienstverlening»22, vastgesteld door VNG engemeenten. Hierin zijn de kenmerken van de lokale teams vastgelegd.Verder is het de bedoeling dat er in het najaar van 2025 een convenant20O.a. scheiden zonder schade en Een Goed Begin21Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 1085.22Richtinggevend kader voor toegang sociaal domeinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11117 stevige lokale teams wordt ondertekend. Dit bevat afspraken met debelangrijkste partijen (ministeries, gemeenten, brancheorganisaties,beroepsverenigingen en clientvertegenwoordigers) over wat er nodig isom de lokale teams te laten slagen. De voortgang op dit punt zal wordenmeegenomen in de bredere jeugdbrieven aan uw Kamer.4. Kindvriendelijke juridische scheidingsprocedures Wanneer ouders er samen niet uitkomen en preventieve inzet omkinderen en ouders te ondersteunen niet volstaat, kan het nodig zijn dateen rechter moet beslissen over het gezag en omgang na scheiding. Dezejuridische procedures hebben vaak een grote impact op de betrokkenkinderen. De voormalig Staatssecretaris Rechtsbescherming heeft in 2024de projectgroep «kindvriendelijke scheidingsprocedures» in het levengeroepen en werkt hierin samen met de rechtspraak, de Raad voor deKinderbescherming, stichting Villa Pinedo en de advocatuur (vertegen-woordigd door de vFAS) aan een rapport waarin is geanalyseerd op welkeonderdelen juridische procedures kindvriendelijker ingericht kunnenworden zodat kinderen op een manier worden betrokken waarin zij zichgehoord, veilig en beschermd voelen, passend bij hun leeftijd.23 Ditrapport is inmiddels op hoofdlijnen gereed. De Raad voor Strafrechttoe-passing en Jeugdbescherming (RSJ) is gevraagd om vanuit haar expertisete reageren op de inhoud hiervan. Daarbij zullen de eisen die voortvloeienuit het IVRK en andere internationale normen als uitgangspunt wordengenomen. De reactie van RSJ zal vervolgens meegenomen worden in heteindrapport van de projectgroep. Dit rapport wordt begin 2026opgeleverd, waarna deze voorzien van een beleidsreactie aan uw Kamerwordt aangeboden.Stand van zaken moties contactverliesDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is op het terrein vancontactverlies na scheiding aan de slag met een tweetal moties van deleden Dral en Ceder24, respectievelijk Ceder en Westerveld25 op het terreinvan contactverlies na scheiding. In het recente commissiedebat Jeugd-beleid en Jeugdbescherming van 2 september jl. is ook gevraagd naar destand van zaken van deze moties waarbij is toegezegd er in deze brief opterug te komen. Contactverlies of ouderverstoting ziet op ingewikkeldeomgangsproblematiek waarbij een kind een van de ouders niet meer ziet.Het komt helaas voor dat het kind geen contact meer heeft met een vanzijn ouders zonder gegronde redenen.26 Dit kan leiden tot schrijnendesituaties met verstrekkende gevolgen voor zowel kind, ouders als desociale omgeving. In bovengenoemde moties is verzocht om de aanpak inDenemarken, België en Frankrijk te bestuderen, in overleg te treden methet OM voor een effectiever vervolgingsbeleid met betrekking totcontactverlies, en in gesprek te gaan met belangenorganisaties. Van debetrokken landen Denemarken, België en Frankrijk is informatieontvangen en op dit moment wordt bestudeerd welke maatregelen zijhebben met betrekking tot contactverlies en of die toegepast kunnenworden in Nederland. Uitgangspunt daarbij is wat in deze ingewikkeldescheidingszaken het beste is voor het kind en zijn bescherming. Ookworden er gesprekken gevoerd met betrokken partijen, waaronder zoals23Zoals met de brief personen- en familierecht van 26 maart 2024 al met uw Kamer gecommuni-ceerd: Kamerstukken II, 2023/24, 33 836, nr. 90.24Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 105225Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 105826Hoe vaak exact sprake is van ouderverstoting is niet is bekend. Er is wel een onderzoek naarkinderen die tussen de jaren ’70 en jaren ’90 zijn geboren, en die een scheiding van hunouders hebben meegemaakt (Kalmijn, 2018). Van deze kinderen ziet nu, dus eenmaalvolwassen, 20 procent hun vader niet en 5 procent hun moeder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11118 gevraagd met het Openbaar Ministerie en verschillende belangenorgani-saties. Helder is dat meningen en visies over mogelijke oplossingsrich-tingen op dit onderwerp zeer uiteenlopen. De Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid werkt eraan om al deze meningen van partijen zo goedmogelijk in beeld te brengen. En zal begin 2026 de bevindingen vanbovengenoemde activiteiten met reactie verzenden richting uw Kamer.Stand van zaken motie kindvriendelijke rechtspraakDaarnaast zet de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zich, medebezien vanuit de verbetering van de rechtsbescherming van kinderen inhet jeugdbeschermingsrecht, nadrukkelijk in om het hoorrecht vankinderen te verbeteren. In het wetsvoorstel «Wet versterking rechtsbe-scherming in de jeugdbescherming», wordt de rechtspositie voorkinderen vanaf 12 jaar verbeterd en de leeftijdsgrens voor het voeren vaneen kindgesprek verlaagd naar acht jaar. Het streven is om begin 2026 hetwetsvoorstel ter advisering voor te leggen aan de Afdeling advisering vande Raad van State.Naar aanleiding van de motie van het lid Westerveld27 wordt onderzoekgedaan naar standaard ondersteuning van kinderen gedurende gerechte-lijke procedures. Het onderzoek richt zich op de verschillende vormen vanondersteuning. Uw Kamer wordt over de resultaten en de verdereontwikkeling van dit beleidstraject in het najaar 2025 geïnformeerd.Daarnaast worden, zoals ook in de motie van het lid Bruyning en Cederverzocht,28 gesprekken gevoerd met de Raad voor de Rechtspraak enkinderrechters, over de kindvriendelijke gespreksruimtes, wachtruimtes,en de loskoppeling van het kindgesprek en zitting met de ouders. Derechtspraak heeft de afgelopen jaren hierin grote stappen gezet, maar nogniet overal in het land zijn de rechtbanken hierin even ver. Hoe hierinlandelijk meer uniformiteit kan worden gerealiseerd, wordt de komendeperiode verder besproken. Ook op dit punt informeert de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid uw Kamer begin 2026.5. Overige moties en toezeggingen op het terrein van gezag enomgang a. Ondersteuning aan ouders tijdens juridische procedures Zoals eerder met uw Kamer gedeeld, zijn in 2023 en 2024 pilots uitge-voerd, waaronder met extra interventie van de Raad voor de Kinderbe-scherming ter zitting. Daarbij is bekeken of onnodige instroom in dejeugdbescherming bij scheidingssituaties voorkomen kan worden doornog tijdens de zitting de koers te verleggen, waardoor met ouders nog totafspraken over het ouderschap gekomen kan worden en de inzet van eenraadsonderzoek ten behoeve van een kinderbeschermingsmaatregel nietnodig is. Dit als onderdeel van de uitvoering van de motie van het lidCeder waarin de regering wordt verzocht te bezien hoe onnodigeuithuisplaatsingen kunnen worden voorkomen.29Bij drie Rechtbanken30 hebben raadsmedewerkers bij gezag- en omgangs-zaken ter zitting bemiddelingsgesprekken gevoerd met ouders. De eersteervaringen met deze interventie waren positief en worden van september2025 tot september 2026 vervolgd bij dezelfde rechtbanken, om detoepassing bij een groter aantal casussen te onderzoeken. Dit biedt debenodigde informatie voor besluitvorming over bredere toepassing27Kamerstukken II 2024/25, 31 839, nr. 1035.28Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 1053.29Kamerstukken II, 2021–2022, 31 839, nr. 902.30Dit was bij de Rechtbank Noord-Nederland-locatie Groningen, Rechtbank Limburg-locatieMaastricht en Roermond en Rechtbank Overijssel-locatie Almelo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11119 binnen de rechtspraak. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidhoudt uw Kamer op de hoogte van de uitkomsten.Hiermee wordt tevens tegemoet gekomen aan de toezegging tijdens hetrecente commissiedebat Jeugdbeleid en Jeugdbescherming van2 september jl., naar aanleiding van de vraag van het lid Ceder, ominstrumentarium niet alleen in het voorliggend veld beschikbaar te stellen,maar ook aandacht te hebben voor ondersteuning van ouders tijdens dejuridische procedure. Daarnaast wordt ook op andere manieren ingezetom ouders tijdens juridische procedures te ondersteunen; allereerst kande hierboven genoemde werkwijze «Duurzaam Ouderschap na Scheiding»met gezinsvertegenwoordigers niet alleen vroegtijdig, maar als diesituatie zich voordoet ook tijdens of na een juridische procedure wordeningezet. Het doel van de werkwijze is immers om ouders te ondersteunenbij het vormgeven van hun ouderschap na scheiding, los van het conflict.Daarnaast is er, om ouders en kinderen in scheidingsprocedures beter teondersteunen, een uniform hulpaanbod ontwikkeld en landelijkingevoerd. Het Uniforme Hulpaanbod (UHA) is een samenwerking tussende rechtbanken en gemeentes, waarbij een aantal basistrajecten voor hulpworden aangeboden, waar de rechter naar kan verwijzen.31 Geprobeerdwordt te voorkomen dat scheidingsproblemen onnodig escaleren, enouders worden beter toegerust om alsnog afspraken te maken.b. Registratie gescheiden en ongehuwd in de Basisregistratie Personen Op 12 maart 2025 heeft de voormalig Staatssecretaris Rechtsbeschermingaan uw Kamer toegezegd terug te komen op de vraag of de registratie vande status «gescheiden» binnen de basisregistratie, na verloop van tijd kankomen te vervallen. Oftewel, of gegevens over het bestaan van eeninmiddels ontbonden huwelijk kunnen worden geschrapt. Over deze vraagzijn gesprekken gevoerd met onder meer de Nederlandse Vereniging voorBurgerzaken, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie vanBinnenlandse Zaken.Uit deze gesprekken blijkt dat de Basisregistratie personen (hierna: BRP)een registratie van de status «gescheiden» niet kent, en dat enkel hetbegin en het einde van het huwelijk wordt geregistreerd. Uit de gegevensin de BRP wordt afgeleid of er sprake is van het einde van het huwelijkdoor overlijden van de partner of dat er sprake is van een scheiding. In hetlaatste geval, komt op het uittreksel van de burger «gescheiden» te staan.Op een standaard, beperkt uittreksel uit de BRP is de huwelijkse staat nietopgenomen. Wel kan op een uittreksel op verzoek van de aanvrager vanhet uittreksel de huwelijkse staat worden opgenomen, waarbij dan wel determ gescheiden als afgeleid gegeven vermeldt wordt.De waarde van de burgerlijke stand is juist gelegen in het feit dat hetsysteem de belangrijkste gebeurtenissen in een mensenleven vastlegt opeen wijze die waarborgt dat het verloop van die gebeurtenissen – dehistorie – te allen tijde kan worden nagegaan. De burgerlijke staat vanpersonen wordt rechtstreeks ontleend aan de akten en registers van deburgerlijke stand.32 Daardoor wordt voorkomen dat er onduidelijkheid kanontstaan over de staat van een persoon op enig moment. Er heeft eenhuwelijk bestaan waaraan de echtgenoten rechten en plichten ontleenden,die ook consequenties kunnen hebben voor de periode na ontbinding vanhet huwelijk, zoals alimentatieverplichtingen, het gezag over kinderen enpensioenverevening.31Zoals onder meer ouderschapsbemiddeling, omgangsbegeleiding, kinderen uit de knel ofcoaching voor kinderen.32Vergelijk tevens Aanhangsel Handelingen II, 2018/19, 3715.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111110 Hoewel de notie ongehuwd en gescheiden niet als zodanig wordengebruikt in de Basisregistratie personen, is dat anders als het gaat ominternationale documenten. Deze begrippen spelen wel een rol inEU-regelgeving en internationale verdragen zoals de Overeenkomstbetreffende de afgifte van een verklaring van huwelijksbevoegdheid(Trb. 1981, 71). Het is aldus niet mogelijk om de registratie als«gescheiden» in zijn geheel te laten vervallen.c. Toezeggingen op het terrein van Internationale kinderontvoering Een internationale kinderontvoering is een verstrekkende gebeurtenis diediep ingrijpt in het leven van kinderen en hun ouders. In de afgelopen 5jaar vonden de meeste ontvoeringen plaats naar Polen (47), Turkije (27) enDuitsland (23).33 Het voorkomen en bestrijden van internationalekinderontvoering vraagt om voortdurende inzet in nauwe samenwerkingmet de Nederlandse Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegen-heden (Ca IKA), de Raad voor de Kinderbescherming, het CentrumInternationale Kinderontvoering (CIKO) en het Ministerie van BuitenlandseZaken. Hieronder informeert de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheiduw Kamer over de voortgang van een aantal toezeggingen rondominternationale kinderontvoering.i. Toezegging uitschrijven kind uit de BRP Tijdens het commissiedebat personen- en familierecht van 12 maart 2025(Kamerstuk 33 836, nr. 121) heeft de voormalig Staatssecretaris Rechtsbe-scherming toegezegd uw Kamer te informeren over de mogelijkheid vooreen ouder om een minderjarig kind uit te schrijven uit de BRP, zonder datde andere ouder met gezag daarvan op de hoogte wordt gesteld. Daarbijvalt vooraf op te merken dat het niet gaat om een uitschrijving uit de BRP,maar een registratie van vertrek naar het buitenland van een minderjarigkind.Uit de gesprekken die de afgelopen periode hierover zijn gevoerd met deNederlandse Vereniging voor Burgerzaken, het Ministerie van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), het CIKO en de Ca IKA, komthet volgende naar voren.De BRP is primair bedoeld om de feitelijke verblijfssituatie van personenweer te geven. Het is geen instrument om kinderontvoering tegen te gaan,noch om juridische conflicten tussen ouders te beslechten. Gemeentendienen hierin een neutrale rol te behouden. Om die reden kan hetvoorkomen dat één ouder een registratie van vertrek naar het buitenlandin de BRP laat vastleggen voor een minderjarig kind zonder toestemmingof medeweten van de andere ouder met gezag. Wel kan de ambtenaar vande burgerlijke stand gebruik maken van een verschijningsplicht, wanneerer sprake is van vermoedens van internationale kinderontvoering.Hoewel in een groot deel van de gevallen de registratie niet directverband houdt met een ontvoering, zijn er volgens de Ca IKA en CIKO ooksituaties bekend waarin een registratie van vertrek naar het buitenland inde BRP voorafging aan een internationale kinderontvoering. In dergelijkegevallen wordt een potentieel belangrijk signaal gemist. Dit kan tot gevolghebben dat effectieve preventiemaatregelen niet tijdig kunnen wordeningezet, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van een signalering in hetSchengen Informatiesysteem.33Zo blijkt uit de cijfers van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden (CaIKA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111111 Samen met de betrokken partners wordt daarom onderzocht of en inhoeverre het mogelijk is om in situaties waarin beide ouders gezaghebben, de andere ouder te laten informeren door de gemeente over eenregistratie van vertrek van een minderjarige naar het buitenland in de BRP.Gemeenten denken graag mee over een zorgvuldige inrichting van eendergelijke werkwijze, maar hebben ook aandachtspunten geuit ten aanzienvan de uitvoerbaarheid en juridische kaders. Het streven is uw Kamer inde eerste helft van 2026 hierover nader te informeren.ii. Toezegging procedures RvdK in het kader van kinderontvoering Naar aanleiding van de toezegging tijdens het commissiedebat personen-en familierecht van 12 maart 2025 om uw Kamer te informeren over de rolvan de RvdK bij onttrekking aan het gezag en de procedures rondominternationale kinderontvoering, informeert de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid u als volgt.De RvdK vervult een centrale rol bij de aanpak van internationalekinderontvoeringen. Zo is de RvdK aanwezig bij alle IKO-zittingen bij derechtbank Den Haag om de rechter te adviseren over het belang van hetkind en contact met beide ouders. Dit betrof in 2024 in totaal 52 IKOzittingen voor 34 kinderen, waarvan het merendeel (27 kinderen)ontvoeringen uit het buitenland naar Nederland. In de periode van dezittingen kan de RvdK ingezet worden om begeleide omgang uit tevoeren, zowel fysiek als digitaal.De RvdK levert ook een belangrijke bijdrage aan het voorkomen vankinderontvoeringen. In alle 12.000 kinderbeschermingsonderzoeken vande RvdK per jaar wordt gesignaleerd of er mogelijk sprake is van eendreigende IKO. Raadsonderzoekers zijn getraind om risicofactoren ofsignalen te herkennen. De RvdK beschikt daarnaast over een gespeciali-seerd team met IKO experts dat optreedt bij vermoedens van kinderont-voering.Daarnaast kan de RvdK verzoeken om een preventieve signalering via hetSchengen Informatiesysteem. Daarmee kan worden voorkomen dat in hethele Schengengebied een kind zonder toestemming door één van deouders naar het buitenland wordt meegenomen.Wanneer er een kinderontvoering heeft plaatsgevonden heeft de RvdK deverantwoordelijkheid om de rechter te adviseren in de rechtszittingen(rond gezag, hoofdverblijfplaats, omgang, toestemming vakantie etc.), bijbegeleiding bij een gedwongen teruggeleiding op verzoek van de rechter,en bij het adviseren van ketenpartners zoals politie, Veilig Thuis,gemeenten, de Ca IKA en het CIKO.Tot slot ondersteunt de RvdK, in opdracht van de Ca IKA of de officier vanjustitie, bij het teruggeleiden van het kind naar Nederland (dezogenoemde «soft landing»), waarbij opvang, risicotaxatie, een veilig-heidsplan en ambulante hulp worden geregeld.Om een volledig beeld te schetsen over de rol en taken die de RvdK heeftbij internationale kinderontvoering, is in de bijlage een infographictoegevoegd.iii Leerstoel internationale kinderontvoering In de brief van 13 januari 2025 heeft de voormalig StaatssecretarisRechtsbescherming uw Kamer geïnformeerd over de voortgang metbetrekking tot het opzetten van een bijzondere leerstoel InternationaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111112 Kinderontvoering aan de Universiteit Leiden.34 De eerste wervingsrondeheeft inmiddels plaatsgevonden. Helaas is er nog geen geschiktekandidaat gevonden die voldoet aan het destijds opgestelde profiel. Ditheeft geleid tot vertraging in de beoogde inrichting van deze leerstoel.Deze vertraging doet niks af aan het belang en de ambitie om hetkennisdomein van internationale kinderontvoering te versterken. Daaromwordt momenteel een enigszins aangepaste invulling van de leerstoelonderzocht. Bijvoorbeeld door het profiel uit te breiden naar eensociaal-wetenschappelijke invalshoek, naast de tot nu primair juridischebenadering. Een dergelijke verbreding biedt waardevolle kansen om nietalleen juridische aspecten, maar ook psychologische en sociale dimensiesvan internationale kinderontvoering uitgebreid te bestuderen, wat zalbijdragen aan een sterker handelingsperspectief voor professionals.Uw Kamer wordt in de eerste helft van 2026 geïnformeerd over devoortgang van de inrichting van de bijzondere leerstoel.Tot slotOuders zijn primair verantwoordelijk voor het op een goede manier uitelkaar gaan en het maken van afspraken over het invullen van hetouderschap. De afgelopen drie jaar is er met het project «Een goedbegin», in nauwe samenwerking met alle betrokken partijen, een basisgelegd voor een meer effectieve benadering van gezinnen in scheiding.Met de ontwikkelde en onderbouwde werkwijze, en de opgedane kennisen expertise ligt er nu een gereedschapskist waarmee professionalsscheidende ouders die er zelf niet uitkomen beter kunnen steunen enbegeleiden. Niet alle complexe situaties zijn hiermee te voorkomen of teverhelpen. De uitdagingen zijn soms groot en verschillen onoverbrugbaar.Maar met de uitkomsten van «Een goed begin» is het mogelijk om betertoegerust en deskundig de ondersteuning te bieden. We moedigenprofessionals, organisaties en alle gemeenten daarom graag aan hiermeeaan de slag te gaan en de opgedane kennis, tools en best practices opmaat te verwerken in de eigen lokale aanpak.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. Tielen34Kamerstukken II, 2025, 33 836, nr. 102Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111113

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5605198a5f40e48f

14 okt 2026 · 2dcab381474acfed

13 okt 2026 · 02967f32beb9d58f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.