Reactie op de rapporten ‘Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel’ van de Inspectie G&J en ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ van de Inspectie J&V
Brontekst
Versie 89f9e7a86168452e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 839JeugdzorgNr. 1113 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 december 2025Op donderdag 4 december heeft uw Kamer een debat ingepland over deop 25 september uitgebrachte publicatie «Kwetsbare kinderen, kwetsbaarstelsel»1 en het rapport «Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geenbescherming biedt»2 van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ende Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV). Ter voorbereiding op dit debatsturen wij uw Kamer deze brief.De inspecties voerden dit jaar samen verdiepend toezicht uit op gecertifi-ceerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering en de IGJ oppleegzorgaanbieders, onder meer vanwege de ernstige mishandeling vanhet meisje in het pleeggezin in Vlaardingen. Deze gebeurtenis heeftblijvende indruk gemaakt op de samenleving en de sector. De rechterheeft onlangs uitspraak gedaan in de rechtszaak tegen de pleegouders. Degebeurtenissen in Vlaardingen en het kritische rapport dat de inspectiesbegin dit jaar hebben gepubliceerd, laten zien dat kinderen niet altijd dezorg en bescherming krijgen die ze nodig hebben. Ook de recenteberichtgeving over gebeurtenissen in een gezinshuis in het noorden vanhet land benadrukt die constatering. Het is schrijnend dat kinderen die nietmeer thuis kunnen wonen op de plek – in een pleeggezin of gezinshuis –waar ze veiligheid, bescherming en liefdevolle aandacht zouden moetenkrijgen, te maken hebben met mishandeling. Onze gedachten gaan uitnaar de kinderen, hun familie en andere direct betrokkenen. De IGJ heeftlaten weten dat zij met betrokkenheid van de IJenV een calamiteitenon-derzoek gestart is naar de veiligheid en de kwaliteit van de jeugdhulp aankinderen die verbleven in een gezinshuis in Noord-Nederland. Het is nogniet bekend wanneer het onderzoek gereed is.1Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd2Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt | Inspectie Gezondheidszorg enJeugd kst-31839-1113ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11131 In «Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel» geeft de inspectie desamenhang aan tussen de rapporten «Als zelfs overheidsingrijpenkinderen geen bescherming biedt» en «Pleegkinderen uit beeld», diegelijktijdig verschenen. De meeste pleegkinderen hebben namelijk temaken met zowel begeleiding vanuit de pleegzorg als met een jeugdbe-schermer of jeugdreclasseerder. De inspecties geven aan dat dezekinderen risico’s lopen door tekortkomingen in zowel de pleegzorg als dejeugdbescherming en jeugdreclassering. Uit deze rapporten blijkt dat deproblemen in de jeugdbescherming en jeugdhulp onverminderd aandachtnodig hebben.In een omgeving die bedoeld is om bescherming te bieden als kinderenniet thuis kunnen wonen, moeten kinderen veilig zijn en goede zorgkrijgen. Als overheid dragen wij samen met de betrokken organisaties deverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ieder kind dat aan onzezorg wordt toevertrouwd, veilig is. Daar werken we met volle inzet aan.In deze briefIn deze brief gaan we allereerst in op het rapport «Als zelfs overheids-ingrijpen kinderen geen bescherming biedt» en daarna op het rapport«Pleegkinderen uit beeld».Vervolgens geven wij, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap, een stand van zaken van de overige maatregelendie de sector en het Rijk hebben genomen naar aanleiding van deafschuwelijke gebeurtenissen in het pleeggezin in Vlaardingen. In onzebrieven van 30 januari 20253 en 17 juni 20254 is uw Kamer geïnformeerdover verbetermaatregelen naar aanleiding van het inspectierapport overde zorg en hulp aan het meisje in het pleeggezin in Vlaardingen.Ook gaan we kort in op hoe we de gezinshuissector kunnen versterken, inafwachting van het calamiteitenrapport van de inspectie inzake hetgezinshuis in Noord-Nederland. Tenslotte gaan wij in op enkele relevantemoties en toezeggingen.1. Reactie inspectierapport «Als zelfs overheidsingrijpen kinderengeen bescherming biedt» 1.1 Bevindingen van inspectie De inspecties hebben eind 2024/begin 2025 toezicht uitgevoerd bijgecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering(GI’s). Zij zien dat te veel jeugdigen nog steeds niet – of niet tijdig – denoodzakelijke bescherming, begeleiding en hulp krijgen5. Er zijn wacht-lijsten en er is vaak geen tijdige en passende jeugdhulp beschikbaar.De inspecties zien als grootste tekortkoming dat er onvoldoende beteke-nisvol contact is met jeugdigen en gezinnen en dat passende hulp niet ofniet op tijd wordt ingezet. Dat leidt tot onvoldoende zicht op de ontwik-keling en veiligheid van de jeugdige en tot onvoldoende participatie vanjeugdigen en ouders in hun eigen hulpverleningstraject. Met hetontbreken van tijdige en passende jeugdhulp kunnen bedreigingen in deontwikkeling van jeugdigen niet effectief worden afgewend en/of blijvende risico’s bestaan op terugval in criminaliteit en onveiligheid.3Kamerstuk 31 015, nr. 2774Kamerstuk 31 015, nr. 3035Kamerstuk 31 839, nr. 1098Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11132 De oorzaak hiervan ligt volgens de inspecties niet bij de jeugdbe-schermers. De inspecties zien bij hen grote inzet en betrokkenheid omjeugdigen en ouders te beschermen en te helpen. Jeugdigen en hunouders merken dat als een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, dit voorverbetering zorgt. De inspecties zien als belangrijkste oorzaken dearbeidsmarktproblemen en ontbrekende of ontoegankelijke (jeugd)hulp.1.2 Beleidsreactie en aanpak op hoofdlijnen De inspecties geven aan dat inzet van de verschillende partijen van deafgelopen jaren niet heeft gezorgd voor het gewenste resultaat voorjeugdigen en gezinnen. De inspecties stellen vast dat de uitvoering vanjeugdbescherming en jeugdreclassering per saldo nog altijd onvoldoendeis. Dat is een harde conclusie. Tegen de achtergrond van de afsprakenover de toepassing van een landelijk tarief voor jeugdbescherming is welde workload van jeugdbeschermers in drie jaar gedaald van gemiddeld 17naar 12 kinderen. De wachtlijst is echter nog steeds te hoog. De cijfers vande GI-monitor van 1 oktober 2025 (zie bijlage) laten een toename zien van1.358 naar 1.499 kinderen op de wachtlijst ten opzichte van peildatum1 april 2025.We herkennen het beeld dat de inspecties schetsen dat de kwaliteit van dejeugdbescherming en jeugdreclassering een stelsel- en niet alleen eenorganisatievraagstuk is. Om het goede voor kinderen en gezinnen tekunnen doen is een fundamentele verandering van de huidige werkwijzein de jeugdbeschermingsketen en de brede jeugdzorg nodig. Samen methet veld werken we aan structurele verbeteringen in de jeugdzorg via deHervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbe-scherming.De Hervormingsagenda Jeugd bevat een samenhangend pakket aanmaatregelen met als doel de jeugdzorg structureel te verbeteren,financieel gezond te maken en te zorgen dat tijdig passende hulpbeschikbaar komt voor kinderen en gezinnen in de meest kwetsbaresituaties. Recent is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg door debeide Kamers der Staten-Generaal aangenomen, die gemeenten verplichtom bepaalde vormen van jeugdzorg op regionaal niveau in te kopen.Daarnaast gaat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelselonderzoekuitvoeren naar onder meer de beschikbaarheid van jeugdzorg. Ook wordtgewerkt aan de aangekondigde Wet Reikwijdte, het convenant StevigeLokale teams en beter inzicht in kwaliteit en effectiviteit van vormen vanjeugdhulp, zodat minder jeugdigen en gezinnen behoefte hebben aanjeugdhulp.Met het Toekomstscenario wordt een werkwijze ontwikkeld om gezinnenwaar veiligheidsproblemen spelen eerder en betere hulp en beschermingte bieden, gericht op samenwerking en gelijkwaardigheid en met minderorganisaties rond het gezin. Een werkwijze die ertoe leidt dat de juistehulp aan kinderen én volwassenen wordt geboden, die beter beschermten waardoor minder gedwongen maatregelen, waaronder uithuisplaat-singen nodig zijn. De werkwijze richt zich niet alleen op het aanpakken vande problemen van het kind, maar juist ook op die van de ouders, in dewetenschap dat problemen in gezinnen leiden tot problemen bij dekinderen. We zullen uw Kamer in het voorjaar van 2026 informeren overde veranderstrategie voor het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbe-scherming. De inspecties geven aan dat de ambities van het Toekomstsce-nario nog onvoldoende soelaas bieden voor kinderen en hun ouders dienu tijdige bescherming en hulp nodig hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11133 Het Rijk heeft het voortouw genomen om met gemeenten en GI’sgezamenlijk afspraken te maken om in het hier en nu mede op basis vande aanbevelingen van de inspecties te zorgen voor betere bescherming entijdige hulp voor kinderen en hun ouders. Hiermee geven we uitvoeringaan motie Van der Werf6. Daarbij willen we zoveel mogelijk aansluiten bijeffectieve werkwijzen en goede voorbeelden die al bestaan in de sector enbij de verbeterplannen die nu al in verschillende regio’s worden uitge-voerd naar aanleiding van het toezicht van de inspectie.Hierin willen we ook nauw aansluiten op de veranderstrategie die we metalle betrokken partijen in het kader van het Toekomstscenario opstellen.Een integraal ontwikkelingsplan voor de GI’s ter overbrugging van deperiode totdat het Toekomstscenario gestalte krijgt, moet daarvanonderdeel zijn, met daarin de bijdragen die het Rijk, gemeenten en GI’sdaaraan leveren. Het is immers cruciaal dat we afspraken over hetaanpakken van problemen in de jeugdbeschermingsketen in het hier ennu, in nauwe samenhang zien met de koers richting een ander stelsel voorjeugdbescherming. Deze aanpak behelst het volgende:–We organiseren met gemeenten, GI’s, ketenpartners en anderebetrokken instanties een ketensessie over de jeugdbescherming metals doel om – in lijn met de beoogde werkwijze van het Toekomstsce-nario – tot concrete maatregelen te komen om de instroom in dejeugdbescherming/de GI’s snel omlaag te brengen.–Rijk, gemeenten, GI’s en jeugdhulporganisaties voeren met elkaar hetgesprek over de verwijzing naar en de toegang tot specialistischejeugdhulp.–We verlengen de zij-instroomregeling die GI’s helpt om goedejeugdbeschermers te werven met een jaar t/m 2026.–De GI’s ontwikkelen verbetervoorstellen op basis van «best practices»die betrekking hebben op het tegengaan van wachtlijsten en transpa-rantie over wachtlijsten.–De maatregelen die hieruit voortvloeien worden opgenomen in eenlandelijk plan dat past in de veranderstrategie van het Toekomstscena-rio.–Accounthoudende wethouders nemen vanuit hun rol als opdrachtge-ver de bevindingen van de inspecties mee in hun gesprekken met deGI’s. Gemeenten en GI’s bespreken in dat kader ook de verwijzing naaren de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp.In een bestuurlijk overleg van het Rijk met de betrokken accounthoudendewethouders wordt nader besproken hoe we deze aanpak zo goed mogelijkkunnen vormgeven en wat daar voor nodig is.1.3 Toelichting op de verbetervoorstellen De te ontwikkelen verbetervoorstellen zijn gericht op de aanbevelingendie door de inspecties in het toezichtsrapport gedaan zijn. Het gaat hierbijom de volgende 5 punten:i.omlaag brengen van de wachtlijsten;ii.verbeteren van het betekenisvol contact tussen jeugdbeschermeren gezin;iii.tijdige inzet van jeugdhulp;iv.aanpak van de arbeidsmarktproblemen;v.ketenaanpak.6Kamerstuk 31 839, nr. 1108Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11134 i. Wachtlijsten voor jeugdbescherming en jeugdreclassering Uit de GI-monitor komt naar voren dat niet bij alle GI’s de wachtlijsten indezelfde mate voorkomen. Bij ongeveer de helft van de GI’s is sprake vaneen relatief korte wachtlijst. Enkele GI’s werken zelfs al enige tijd zondereen wachtlijst. De GI’s hebben gezamenlijk afgesproken om op basis vaneen nadere analyse van deze «good practices» een werkwijze te ontwik-kelen die in alle regio’s waar nog wachtlijsten zijn, kan helpen om dewachtlijsten omlaag te brengen.In antwoord op de aanbeveling van de inspecties aan de GI’s omtransparant te zijn wanneer ze hun kernfunctie onvoldoende uit kunnenvoeren (b.v. wachtlijsten voor een vaste jeugdbeschermer door onderbe-zetting of het ontbreken van passende jeugdhulp) hebben de GI’saangegeven hierover gezamenlijke afspraken te maken om de keten-partners (waaronder de Rechtbanken en de RvdK), gemeenten en degezinnen, zoveel mogelijk uniform te informeren.ii. Betekenisvolle contacten met jeugdigen en ouders De inspecties constateren dat een grote tekortkoming is dat jeugdbe-schermers onvoldoende betekenisvol contact hebben met jeugdigen enouders. Dat leidt tot onvoldoende zicht op de ontwikkeling en veiligheidvan de jeugdige en tot onvoldoende participatie van het gezin in hetvormgeven van de begeleiding. Met betekenisvol contact bedoeleninspecties: structureel en face to face 1-op-1 contact tussen jeugdzorgbe-schermers en jeugdigen waarin de jeugdige kan vertellen hoe het gaat eninspraak heeft in diens hulpverleningstraject. Voor het contact tussenjeugdbeschermers en ouders geldt hetzelfde. De GI’s geven aan zich teherkennen in de constateringen van de inspecties. Voor het succes van dekinderbeschermingsmaatregel is het belangrijk om zo veel mogelijksamen met het kind en de ouders invulling te geven aan de uitvoering vande maatregel. De GI’s hebben aangegeven om als sector gezamenlijkeafspraken te maken over de uitgangspunten voor betekenisvolle contactenen deze vervolgens per GI in te vullen. Daarbij zal zoveel mogelijk wordenaangesloten bij de werkwijze die vanuit het Toekomstscenario Kind- engezinsbescherming wordt ontwikkeld en in het «handelingskader»vastgelegd. Het handelingskader betekent vernieuwd vakmanschap voorprofessionals in de jeugdzorg waarbij autonomie van het gezin/huishouden daarbij altijd het uitgangspunt is. Het handelingskader wordtin een iteratief proces met professionals, ervaringsdeskundigen, proef-tuinen en wetenschappers continue doorontwikkeld en in modulesverdiept7.iii. Tijdige en toegankelijke inzet van passende jeugdhulp De inspecties geven aan dat een belangrijk probleem voor de jeugdbe-scherming in het huidige stelsel is dat passende (jeugd)hulp niet of niettijdig kan worden ingezet. Alle GI’s lopen volgens de inspecties aan tegenschaarste in de (jeugd)hulp en jeugdbeschermers zijn veel tijd kwijt ompassende hulp te vinden en te regelen. De beschikbaarheid van passendejeugdhulp, met name voor de meest kwetsbare kinderen, is een veelom-vattend probleem. Het Rijk zet samen met gemeenten en betrokkenpartijen onder meer via de Hervormingsagenda volop in op het verbe-teren van de jeugdhulp voor de kinderen die dit het meest nodig hebben.7De meest actuele versie is te vinden op https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/2024/02/26/handelingskader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11135 Zo treedt per 1 januari 2026 de Wet verbetering beschikbaarheidjeugdzorg in werking. Deze wet verplicht gemeenten om vanaf uiterlijk1 januari 2027 regionaal samen te werken en specialistische jeugdzorgminimaal op regionaal niveau in te kopen. Onderdeel van deze regionalesamenwerking is dat gemeenteraden regiovisies moeten opstellen, waarinzij een visie vastleggen over de samenwerking met de andere gemeentenin de regio, met als doel te bevorderen dat er een toereikend aanbod isvan specialistische jeugdzorg. In de regiovisie moet ook aandacht wordenbesteed aan de aanpak van wachttijden en het regionaal formuleren vanmaximaal aanvaardbare wachttijden en de afstemming in de regio overinzet van schaarse jeugdhulpvormen. Dat bij het opstellen van deregiovisies ook wordt gesproken met de GI’s en er specifiek aandacht isvoor de groep kinderen die in het kader van een kinderbeschermings-maatregel en/of onveiligheid jeugdhulp nodig hebben vinden wijvanzelfsprekend. Een gezamenlijk gedragen beeld in de regio over welkejeugdhulp voor kinderen in het gedwongen kader beschikbaar moet zijn isvan groot belang. Niet als geïsoleerd vraagstuk, maar juist in relatie totandere knelpunten binnen de jeugdzorg én in relatie tot de gewensteontwikkelrichting.Naast het gebrek aan passende jeugdhulp, hebben de inspectiesgeconstateerd dat de toeleiding naar jeugdhulp voor kinderen in dejeugdbescherming niet goed verloopt. De werkwijze om te komen tot inzetvan jeugdhulp is tijdrovend. De gemeente is het volgens de inspecties nietaltijd eens met de jeugdhulp die de jeugdbeschermer noodzakelijk acht bijde uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel en heroverweegt dande inzet van deze jeugdhulp. De samenwerking tussen gemeenten en GI’sbij de toeleiding naar jeugdhulp moet worden verbeterd (waaronder hetverminderen van de tijd die jeugdbeschermers besteden aan het zoekennaar passende jeugdhulp). Daarom vinden we het belangrijk dat erafspraken worden gemaakt hoe de GI’s, gemeenten en zorgaanbieders indit kader samenwerken en hoe zij het verwijsproces naar en de toegangtot specialistische jeugdhulp inrichten.Om de administratieve lasten voor de jeugdbeschermers te verminderen,subsidieert het Rijk daarnaast de totstandkoming van een uniformaanmeldformulier waarmee jeugdbeschermers cliënten kunnenaanmelden bij jeugdhulpaanbieders.In de Kamerbrief die wij in januari 2026 voorafgaand aan het Wetgevings-overleg Jeugd aan uw Kamer sturen, gaan wij verder in op de acties diewij in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd nemen om debeschikbaarheid van jeugdhulp voor de kinderen die dit het meest nodighebben, te verbeteren.iv. Aanpak van de arbeidsmarkt De inspecties zien de arbeidsmarkt als een belangrijke oorzaak van dewachtlijsten bij de GI’s. Er zijn al verschillende maatregelen genomen omhet tekort aan personeel terug te dringen door vooral in te zetten op hetbehoud van jeugdbeschermers voor de GI’s. Eind 2023 zijn metgemeenten en GI’s afspraken gemaakt om in overeenstemming met deaanbevelingen van de inspecties de workload te verlagen en daarmee tezorgen dat jeugdbeschermers voldoende tijd hebben om de kinderen enhun ouders adequaat te kunnen begeleiden. De workload is inmiddelsverlaagd van gemiddeld 17 kinderen in 2022 naar ongeveer 12 kinderen in2025 per jeugdbeschermer. We zien dat in de afgelopen periode hetpersoneelsverloop bij de GI’s aanzienlijk is gedaald van 20% per jaar(medio 2022) naar ongeveer 16% per jaar in de afgelopen jaren. Daarmeedoen de GI’s het beter dan de brede jeugdzorgsector (21%, Q2 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11136 Hierdoor hoeven minder jeugdbeschermers opgeleid te worden en is ermeer tijd over om de kinderen te helpen. Een andere belangrijke indicatoris het ziekteverzuim. Deze blijft de laatste jaren rond het gemiddelde vande jeugdzorgsector (7,3%).Een maatregel die de GI’s helpt bij de werving van voldoende jeugdbe-schermers is de subsidieregeling zijinstroom, waarmee GI’s sinds 2023een bijdrage hebben gekregen in de extra kosten die zij maken bij hetintern opleiden van zijinstromers. De GI’s geven aan dat zij-instromersinmiddels een belangrijke bron zijn om goede jeugdbeschermers tewerven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid maakt 3,25 miljoen eurovrij voor 2026 om de zij-instroomregeling met een jaar te verlengen.v. Ketenaanpak De wachtlijstproblematiek bij de jeugdbescherming kan niet los wordengezien van de bredere problematiek binnen het hele jeugdzorgstelsel. Degrote stijging van behoefte en vraag naar jeugdzorg van 1 op 27jeugdigen 20 jaar geleden naar 1 op 7 jeugdigen nu, is daarbij een grotefactor. Jeugdbeschermers hebben te maken met tekorten aan noodzake-lijke jeugdhulp (zoals omgangsbegeleiding). Daarnaast zien de GI’skinderen en gezinnen in de jeugdbescherming instromen waarbij eeneerdere interventie met de juiste (jeugd)hulp en deskundigheid invrijwillig kader, instroom in gedwongen kader had kunnen voorkomen.Ook de wachtlijsten in de andere delen van de jeugdbeschermingsketendragen niet bij aan een snelle inzet van de juiste deskundigheid. In hetkader van het Toekomstscenario werken we met de sector aan eenveranderstrategie die in het voorjaar van 2026 gereed moet zijn. Hiermeewordt invulling gegeven aan de werkwijze zoals die in het Toekomstsce-nario is ontwikkeld en die moet leiden tot betere hulp aan kind én hetgezin en die instroom in het kader van de jeugdbescherming zoveelmogelijk voorkómt. In dit kader organiseren we op korte termijn eenketensessie met GI’s, gemeenten, de Raad voor de Kinderbescherming,wijkteams, Veilig Thuis (en andere in dat kader belangrijke partners) om tebespreken op welke wijze voorkomen kan worden dat er jeugdbescher-mingsmaatregelen worden uitgesproken in situaties waarin de inzet vanjeugdbescherming naar verwachting weinig effect zal hebben. Over deresultaten van deze bijeenkomsten informeren we u in het voorjaar van2026 tezamen met de veranderstrategie. Daarmee geven we tevensinvulling aan de motie Dral8.2. Reactie op inspectierapport «Pleegkinderen uit beeld» 2.1 Bevindingen van de inspecties Naast het toezicht op de GI’s voerde de IGJ ook thematoezicht uit oppleegzorgaanbieders. Het is goed om hierbij aan te geven dat de IGJconstateert dat het bij veruit de meeste pleegzorgplaatsingen goed gaat.In 2024 waren er voor korte of langere tijd 19.918 kinderen geplaatst bij14.713 pleeggezinnen.De inspectie erkent de grote toewijding en inzet van betrokken pleegzorg-begeleiders. De meeste pleegkinderen en pleegouders zijn dan ook ergtevreden over hun pleegzorgbegeleider.De inspectie heeft echter geconstateerd dat bij sommige pleegzorgorgani-saties het zicht op veiligheid van het pleegkind belemmerd is. Een centraalprobleem is dat pleegzorgbegeleiders te weinig rechtstreeks en beteke-8Kamerstuk 31 839, nr. 1109Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11137 nisvol contact hebben met pleegkinderen. Contact verloopt veelal viapleegouders, waardoor signalen over mogelijke onveiligheid gemistkunnen worden. Huisbezoeken vinden niet altijd plaats en periodiekeveiligheidschecks zijn niet overal goed geborgd. Daarnaast zijn hulpverle-ningsplannen vaak te algemeen en worden risico’s onvoldoendesystematisch besproken en vastgelegd. Ook schiet de dossiervoeringtekort, wat planmatig werken belemmert. De aandacht voor seksueleontwikkeling van pleegkinderen blijft eveneens achter.Ook ziet de inspectie risico’s ten aanzien van passende hulp en randvoor-waarden. Door schaarste aan pleeggezinnen worden niet-optimaleplaatsingen soms toch doorgezet en hanteren aanbieders werkprocessenen richtlijnen niet altijd consistent. Belangrijke waarborgen, zoals tijdigeVOG- of VGB-controles en goede incidentregistratie, zijn niet altijd oporde.Daarnaast geeft de inspectie aan dat niet altijd sprake is van een goedfunctionerend team waarin alle betrokkenen – pleegouders, ouders,school, hulpverlening – afspreken wie welke verantwoordelijkheid draagt.Ook ontstaan er door onduidelijkheid over regie en taakverdeling, gaten inde zorg. Hoge werkdruk bij zowel pleegzorgbegeleiders als jeugdbe-schermers vergroten deze problemen, leiden tot overbelasting en drukkenop de kwaliteit van ondersteuning.2.2. Beleidsreactie Het Rijk werkt, samen met de pleegzorgsector, aan verschillendeverbeterinitiatieven om het zicht op de veiligheid van pleegkinderen en desamenwerking in de gehele keten te verbeteren, naar aanleiding van hetcalamiteitenonderzoek naar de mishandeling binnen het pleeggezin inVlaardingen en de recente inspectierapporten. Vanwege de berichtgevingover het gezinshuis in het noorden van het land wordt een deel van dezeacties ook specifiek uitgebreid naar de zorgvorm gezinshuizen.i. Vergroten van zicht op veiligheid pleegkinderen Naar aanleiding van de mishandeling in het pleeggezin in Vlaardingen,zijn we direct het gesprek aangegaan met de sector om het zicht op deveiligheid van pleegkinderen beter te waarborgen. In de Kamerbrief van17 juni 2025 over verbetermaatregelen gebeurtenissen pleeggezinVlaardingen is aangegeven dat Jeugdzorg Nederland (JZNL) vanwege degebeurtenis in Vlaardingen eerder is gestart met de evaluatie van hetKwaliteitskader. Dit kader in de pleegzorg is door aanbieders gezamenlijkopgesteld met als doel om duidelijkheid, transparantie en – waar mogelijk– eenduidigheid aan te brengen in het proces van voorbereiding enscreening in de pleegzorg. Het kader dient als leidraad voor de pleegzorg-aanbieders om hun beleid concreet vorm te geven en is geborgd via deeisen van de HKZ-certificering9. In het eerste kwartaal van 2026 wordt hierde laatste hand aan gelegd en wordt deze bij partners getoetst. JZNLstreeft ernaar om het gewijzigde Kwaliteitskader in het tweede kwartaalvan 2026 vast te stellen, waarna het op korte termijn als leidraad gevolgdkan gaan worden.Naast de evaluatie van het Kwaliteitskader, geeft de IGJ aan dat ookaandacht nodig is voor het zicht op veiligheid wanneer er sprake is vanpleegoudervoogdij. Bij 14% van de bijna 20.000 pleegkinderen die jaarlijksin Nederland in een pleeggezin verblijven, is er sprake van pleegouder-voogdij waarbij de pleegouder wettelijk vertegenwoordiger van het9Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de ZorgsectorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11138 pleegkind is. In de Jeugdwet is vastgelegd dat de afspraken over debegeleiding van een pleegoudervoogd zich beperken tot een begeleidingvan één gesprek per jaar, tenzij de pleegoudervoogd verzoekt om meerbegeleiding. In het inspectierapport schetst de IGJ een risico ten aanzienvan het zicht op de veiligheid van pleegkinderen in deze gevallen.Hierover gaan we op korte termijn in gesprek met betrokken partijen,waaronder de RvdK, JZNL en de Nederlandse Vereniging voor Pleegge-zinnen (NVP).Naast bovengenoemde verbeterinitiatieven inventariseren we offrequentere (justitiële) screening van pleegouders een passendemaatregel is. Hier gaan we bij 3.i nader op in.ii. Verbeteren samenwerking rond pleegkinderen We zorgen voor het verduidelijken van de rol en verantwoordelijkhedenvan alle betrokken partijen, door in het kader van de HervormingsagendaJeugd de komende periode onder andere de samenwerking in het sociaaldomein in brede zin te verbeteren. Daarnaast is het essentieel omverbeteringen aan te brengen in de samenwerking tussen pleegzorg enjeugdbescherming. Veel pleegkinderen hebben immers te maken metzowel begeleiding vanuit de pleegzorg als met een jeugdbeschermer ofjeugdreclasseerder. Daarom evalueert JZNL de Handreiking samenwer-kingsafspraken, met financiering van VWS en JenV. Hierbij wordt dehandreiking meteen ook uitgebreid naar de samenwerking met gezins-huizen.We willen de stem van het kind steviger verankeren. Daarom zetten we inop de rol van vertrouwenspersonen. In het voorjaar heeft lid Westerveld inhaar motie10 aandacht gevraagd voor de belangrijke rol van een vertrou-wenspersoon voor kinderen en jongeren. Zij zijn er als luisterend oor,steun en toeverlaat als een kind of jongere dat nodig heeft. Een vertrou-wenspersoon kan iemand uit het sociale netwerk van de jongere zijnvanwege de al bestaande band met de jongere, maar kan ook deonafhankelijke vertrouwenspersoon van Jeugdstem zijn. Jeugdstem voertin opdracht van VWS het vertrouwenswerk landelijk uit, conform dewettelijke eisen uit de Jeugdwet ten aanzien van de vertrouwenspersoon.Er zijn dit najaar meerdere momenten geweest waarop het recht op eenvertrouwenspersoon voor pleegkinderen breed onder de aandacht isgebracht. Jeugdstem heeft een communicatiecampagne gelanceerdwaarin een podcast met pleegkinderen is geïntroduceerd. Daarbij hoortook het boek «Ken-je-recht» dat speciaal voor kinderen en jongeren in depleegzorg is geschreven en in samenwerking met NVP en JongWijs isontwikkeld. Via verschillende websites11 is het boekje te vinden, daarnaastis het uitgedeeld op 1 en 2 november jl. in Duinrell waar de pleeggezinnenin het kader van de Week van de Pleegzorg een ontspannende daghadden.Of een vertrouwenspersoon uit het sociale netwerk wordt gevonden of viaJeugdstem; in beide situaties moet de persoon die deze rol vervulthiervoor toegerust zijn. Professionals hebben de belangrijke taak oudersen kinderen op het recht op een vertrouwenspersoon te wijzen en de inzetvan een vertrouwenspersoon mogelijk te maken. Vanuit FACTOR-i12 is eenmethode ontwikkeld die professionals ondersteunt met het in beeldkrijgen, activeren en inzetten van het sociaal netwerk van de jongere.10Kamerstuk 31 015, nr. 29011Website van Jeugdstem (https://jeugdstem.nl/over-jeugdstem/nieuws/van-frustratie-naar-inspraak-geef-jongeren-regie-in-de-jeugdzorg), NVP en pleegzorg.nl.12Voorheen JIMwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 11139 Hiervoor heeft FACTOR-i een 1-daagse training voor professionals meteen borgingsprogramma met begeleide intervisies ontwikkeld. Dezetraining heeft al dit najaar gedraaid en wordt ook in 2026 georganiseerd.Voor een structurele borging van de vertrouwenspersoon in de pleegzorgworden in 2026 meer van deze activiteiten aangeboden.Voor een goed functionerend zorgteam, is het in eerste plaats belangrijkdat er voldoende pleegouders zijn om deze kinderen een veilige thuisom-geving te bieden. Op dit moment bestaat er een wachtlijst voor pleegzorg.Om ervoor te zorgen dat deze afneemt, is ingezet op de werving vannieuwe pleegouders door de intensivering van de landelijke campagne«Jouw huis een 2e thuis» te financieren. Deze campagne is in 2023 doorJZNL namens alle aangesloten pleegzorgorganisaties gelanceerd. Deslogan «Jouw huis een 2e thuis» moet zoveel mogelijk mensen inspirerenom hun huis en hart open te stellen voor kinderen die een tweede thuisnodig hebben. De campagne bereikt veel aspirantpleegouders. Toch zienwe dat veel mensen voorzichtig zijn in het zetten van de volgende stap.Om het aantal aanmelding van aspirantpleegouders te vergroten wordt decampagne hierop aangepast in het eerste kwartaal van 2026. De ambitie is2500 extra pleeggezinnen. Dan kan er sneller en beter gematcht wordenen kunnen we de wachtlijst verkleinen3. Stand van zaken overige maatregelen i. Toezicht inspecties en verbeteringen organisaties De inspecties IGJ en IJenV hebben vanuit hun toezichthoudende rol op deorganisaties in de jeugdzorg en jeugdbescherming calamiteitenonderzoekgedaan naar de hulp aan het meisje tijdens haar verblijf in het pleeggezinin Vlaardingen13. Ook deden de inspecties onderzoek naar betrokkenorganisaties. Enver is op 14 mei jl. onder verscherpt toezicht gesteld enheeft, zoals in de Kamerbrief van 17 juni is vermeld, tot uiterlijk eindjanuari 2026 de tijd om noodzakelijke verbeteringen door te voeren. Naaraanleiding van het thematisch toezicht dat de inspecties bij vijf GI’shebben uitgevoerd, is het toezicht op de William Schrikker Stichting(WSS) sinds afgelopen juni afgeschaald naar regulier toezicht. De WSSheeft naar aanleiding hiervan diverse maatregelen genomen, zo toetstWSS elk kwartaal of er recent een één-op-één-gesprek met het kind, eenrecente veiligheidsbeoordeling en een multidisciplinaire casuïstiekbe-spreking heeft plaatsgevonden. Voor een uitgebreide opsomming van allemaatregelen die de betrokken organisaties naar aanleiding van deonderzoeken van de inspecties hebben genomen, verwijzen wij naar deKamerbrief over verbetermaatregelen gebeurtenissen pleeggezinVlaardingen van 17 juni 2025.ii. (Her)screening: Om pleegouder te worden, doorlopen aspirant-pleegouders een intensiefvoorbereidings- en screeningstraject. De RvdK voert een justitiëlescreening uit en checkt hiervoor het strafblad en zijn eigen systeem engeeft vervolgens al dan niet een Verklaring van Geen Bezwaar af. Depleegzorgaanbieder kijkt naar de geschiktheid van de aspirant-pleegouders om een pleegkind te verzorgen en op te voeden. Hoewel dejustitiële screening geen factor was in de beoordeling van het pleeggezinin Vlaardingen, gaven de gebeurtenissen wel aanleiding om te verkennenof de bestaande justitiële screening versterkt kan worden, in samenhang13De zakelijk weergave van het calamiteiten onderzoek staat op de website van de IGJ:https://toezichtdocumenten.igj.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111310 met verbeteringen van de screening door de pleegzorgaanbieder (zie ookhierboven onder 2.1.).In de Kamerbrieven van 30 januari jl. en 17 juni jl. is aangekondigd dat wijde mogelijkheid en wenselijkheid van continue en/of periodieke justitiële(her)screening van pleegouders verkennen14. Uit verkennende gesprekkenmet JZNL en de RvdK dit voorjaar kwam naar voren dat zowel continueals periodieke (her)screening diverse juridische en praktische gevolgenmeebrengt voor zowel de pleegzorgorganisaties en de RvdK, als voor depleegouders en de jeugdigen die in het pleeggezin verblijven. Inmiddelshebben wij de verkenning verdiept om de gevolgen beter in beeld tekrijgen. Pleegzorgaanbieders zijn onder meer gevraagd in hoeverrecontinue of periodieke (her)screening bijdraagt aan een veilige omgevingvan pleegkinderen en wat de voor- en nadelen van beide scenario’s zijn.Ook hebben we (netwerk)pleegouders en pleegzorgorganisaties opbijeenkomsten gevraagd naar hun mening over frequentere justitiëlescreening. Tot slot heeft de RvdK gekeken naar de effecten op de eigenorganisatie bij invoering van continue en/of periodieke (her)screening. Dekomende periode zullen we de opgehaalde informatie nader duiden en –in samenwerking met de betrokken organisaties – wegen om zo tot eenbeslissing te komen over het al dan niet invoeren van periodieke ofcontinue justitiële screening. Via de reguliere voortgangsrapportagesjeugd informeren we uw Kamer hierover.iii. Versterking Veilig Thuis Het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) heeft in september 2025 eennieuw digitaal platform gelanceerd. Met dit platform wordt mede doorgebruik van chatbots en AI een interactieve omgeving gefaciliteerd waariedereen 24/7 terecht kan voor kennis, handelingsperspectieven engerichte vragen over huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit ditdigitale platform kan gemakkelijk in contact worden getreden met eenmedewerker van Veilig Thuis. Via het platform is ook expliciet aandachtvoor de radarfunctie en hoe te handelen bij een onthulling van een kindover fysieke mishandeling of seksueel misbruik (disclosure). Daarnaastwordt aandacht gevraagd voor disclosure via de bij Veilig Thuisaanwezige sociaal-medische expertise. Ook zijn er netwerkgesprekken,worden samenwerkingsafspraken vernieuwd en landelijk vertrouwens-artsen en het handelingsperspectief voor disclosure onder de aandachtgebracht.Op het gebied van het toegankelijker en overzichtelijker maken vaninformatie uit meldingen (motie Van der Werf15) loopt er een verkenningom de knelpunten en mogelijke verbeterstappen scherp in beeld tekrijgen. Daarbij wordt ook gekeken naar ervaringen uit andere landen,zoals het informatiesysteem VIOGEN in Spanje. Bij de verkenning gaat hetzowel om het meldingssysteem, als de grondslagen om informatie temogen inzien. In de loop van 2026 zal de Kamer hierover verder wordengeïnformeerd.14Continue screening houdt in dat doorlopend wordt gecontroleerd op nieuwe strafrechtelijkegegevens in het justitieel documentatiesysteem. Dit vergt onder meer dat een register wordtingericht waarin de pleegouders en eventueel andere te screenen familieleden of huisgenotenworden opgenomen. Periodieke screening sluit aan bij het bestaande systeem en kaninhouden dat er een (wettelijke) termijn wordt vastgesteld waarop de pleegzorgorganisatieeen nieuwe VGB-aanvraag moet doen.15Kamerstuk 31 015, nr. 285Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111311 Ook de mogelijkheid advies te vragen bij Veilig Thuis bij vermoedens vankindermishandeling en huiselijk geweld (adviesfunctie) is breder onder deaandacht gebracht via het digitale platform. In de eerste maand is ditplatform 50.000 keer bezocht, door 41.000 unieke bezoekers. Daarnaastbrengt Veilig Thuis in contact met professionals nadrukkelijk onder deaandacht wat de adviesfunctie te bieden heeft voor de professionals.Veilig Thuis Rotterdam-Rijnmond heeft concrete samenwerkingsafsprakenmet de ketenpartners en professionals over wanneer contact op nemen ensamen op te trekken. Vanuit deze ervaring adviseren zij andere VT’s via hetLandelijk Netwerk Veilig Thuis.iv. Verkennen invoeren adviesplicht Het vragen van deskundig advies speelt een steeds grotere rol bijvermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling: Het aantal overhet eerste half jaar van 2025 lag 13% hoger dan het eerste halfjaar van2024 en 28% hoger dan het eerste halfjaar van 202216. Het vragen vanadvies is heel belangrijk voor goede opvolging door een professional diekindermishandeling of huiselijk geweld vermoedt. Daarom leeft de wensom tot een adviesplicht te komen. Zoals in de Kabinetsreactie van januari2025 is aangegeven en de motie Dral17 verzoekt, verkent het Ministerievan VWS een adviesplicht binnen de meldcode huiselijk geweld enkindermishandeling. Een invoering van een adviesplicht vraagt een aantalinhoudelijke keuzes, zoals de verhouding tot collegiale toetsing, de impactop professionals en de uitvoerbaarheid. Het ministerie zal komende tijdmet betrokken organisaties een aantal scenario’s van de adviesplichtbespreken en vervolgens verder uitwerken tot een voorkeursscenario.Vervolgstap is in beeld brengen wat dit betekent voor aanpassing vanwet- en regelgeving.Via de reguliere voortgangsrapportages jeugd informeren we uw Kamerover de voortgang.v. Samenwerking Veilig Thuis en onderwijs, bekendheid meldcode in hetonderwijs Verkenning regierolIn navolging van de motie Stoffer is verkend of een wettelijke regierolnodig is voor kinderen op wie een maatregel van kinderbescherming vantoepassing is en die zijn uitgevallen op school, bijvoorbeeld door eencontrolerende rol van de leerplichtambtenaar.18Op initiatief van OCW zijn twee bijeenkomsten georganiseerd metorganisaties uit het onderwijs en de jeugdbescherming, waarin deverkenning van de motie heeft plaatsgevonden. Uit deze verkenning blijktdat betrokkenen bij de praktijk van de jeugdbescherming en het onderwijshet doel van de motie steunen. Zij geven echter aan dat het voorgesteldemiddel daarvoor niet gepast is.In de praktijk wordt een jeugdbeschermingscasus doorgaans eerstbesproken aan een jeugdbeschermingstafel, waar vaak o.a. de betrokkenhulpverleners, jeugdbeschermers en onderzoekers van de RvdKmeepraten. Hier wordt besloten of er verder onderzoek door de RvdKgedaan moet worden. Als de RvdK na onderzoek van oordeel is dat er16https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/43/meer-adviezen-en-meldingen-over-kindermishandeling-en-huiselijk-geweld17Kamerstuk 31 015, nr. 29318Kamerstuk 31 015 nr. 297Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111312 sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind, danverzoekt zij bij de kinderrechter een ondertoezichtstelling. In het kader vandat onderzoek haalt de RvdK zelf altijd informatie op bij de school (als hetkind op school zit) en bij andere informanten.De rechter kan vervolgens een kinderbeschermingsmaatregel opleggenop basis van een rekest van de RvdK. In de beschikking van de kinder-rechter worden de doelen van de ondertoezichtstelling vastgelegd enwordt een GI aangesteld om de kinderbeschermingsmaatregel uit tevoeren. Als in de door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaat-regel sprake is van schooluitval neemt de GI altijd contact op met school.Ook meldt de school bij leerplicht als er sprake is van ongeoorloofdschoolverzuim.Gelet op de reeds betrokken partijen is een extra wettelijke waarborg nietnodig. Wel is uit de gesprekken met de betrokken partijen naar vorengekomen dat het belangrijk is dat deze kwetsbare kinderen goed in hetzicht blijven, ook bij school. Het is dan ook goed om te verkennen of desamenwerking tussen de jeugdbeschermingsketen, het onderwijs enleerplicht verbeterd kan worden. Daartoe worden de komende periodeverdiepende gesprekken georganiseerd. Hiermee beschouwen we demotie Stoffer als afgedaan.Meldcode in onderwijsDaarnaast is dit najaar gestart met het organiseren en uitvoeren vangerichte scholing voor leraren, intern begeleiders en aandachtsfunctiona-rissen. De Nederlandse vereniging van aandachtsfunctionarissen (LVAK)voert dit uit op basis van een projectsubsidie, samen met de samenwer-kingsverbanden passend onderwijs. Doel van deze bijeenkomsten isvooral om de kennis van de meldcode Veilig Thuis te vergroten.Het is van belang dat leraren de meldcode huiselijk geweld en kindermis-handeling – en het afwegingskader voor het onderwijs – goed toepassenen scholen hun beleid op orde hebben. Hierover blijft het kabinet inoverleg met de Vakvereniging voor Schoolleiders en sectorraden inprimair en voortgezet onderwijs.vi. Gezinshuizen Steeds meer kinderen die tijdelijk of langdurig niet huis kunnen wonen,vinden een plek in een gezinshuis. Daar leven ze in een zo normaalmogelijke gezinssituatie, met gezinshuisouders die opvoeding, onder-steuning en zorg bieden. Specifiek voor gezinsgerichte zorg zijn in 2021kwaliteitscriteria gezinshuizen opgesteld door het veld. Eerder dit jaar zijnbetrokken partijen, waaronder Platform Gezinshuiszorg, NJi, gemeenten,aanbieders en professionals gestart met het actualiseren van de kwali-teitscriteria om ze beter aan te laten sluiten op de praktijk. Dit traject wordtgefaciliteerd door de netwerkorganisatie Kwaliteit en Blijvend Leren.Daarnaast is de sector hard aan de slag om de gezinsgerichte zorg teverbeteren; zo zijn de bij gezinshuiszorg betrokken partijen nauwer metelkaar gaan samenwerken. Deze acties sluiten aan bij de aanbevelingendie de IGJ in haar onderzoek naar gezinshuizen in maart 202519 heeftgedaan. De aanbevelingen zien o.a. toe op zorgvuldige screening vangezinshuisouders op vaardigheden en deskundigheid, het bewaken datgezinshuisouders relevant geschoold zijn en dat extra deskundigheidwordt ingezet waar nodig, zoals aangegeven in de kwaliteitscriteria19Zo thuis mogelijk opgroeien: aanbevelingen voor verbetering kwaliteit jeugdhulp in gezins-huizen | Inspectie Gezondheidszorg en JeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111313 gezinshuizen. Ook wordt ingegaan op de rol van plaatsende instanties,gezinshuisouders, hoofdaannemers en gemeenten.In het kader van de actualisatie van de kwaliteitscriteria gezinshuizen en inafwachting van het calamiteitenonderzoek van de IGJ over de gebeurte-nissen in het gezinshuis in Noord Nederland, gaan we in gesprek met desector over aanvullende mogelijkheden om de zorg voor jeugdigen ingezinshuizen, als het gaat om kwaliteit en veiligheid, verder te versterken.Wij informeren uw Kamer voor de zomer over de uitkomsten van dezegesprekken.4. Moties en toezeggingen i. Toezegging verbetering samenwerking politie en hulpverlening De Staatssecretaris voor Rechtsbescherming heeft de Kamer toegezegd inkaart te brengen wat er goed gaat en waar het beter kan in de samen-werking tussen politie en hulpverlening. Ook in de regio’s waar dezesamenwerking al is georganiseerd.Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer op 3 maart 2025 voorafgaandaan het plenaire debat op 5 maart 2025 is door de politie aangegeven datin geval van een zorgmelding, de politie samen met de meest voor dehand liggende hulp- en/of zorgverlenende organisatie graag eenhuisbezoek wil doen. Tijdens het debat gaf de toenmalige Staatssecretarisvoor Rechtsbescherming aan dat dit «samen optrekken in acute situaties»door de politie met een hulp- en/of zorgverlenende partner (vaak VeiligThuis als het gaat om een melding van huiselijk geweld of kindermishan-deling) in bepaalde regio’s al goed georganiseerd is. Dit beeld is deafgelopen maanden bevestigd. Al langer is duidelijk dat deze ontwik-keling, die valt binnen de aanpak Veiligheid Voorop20, in veel andereregio’s nog (goed) van de grond moet komen. In de brief van 17 juni jl.aan uw Kamer heeft de toenmalige Staatssecretaris voor Rechtsbe-scherming als reactie op de motie Van der Werf over huisbezoek aange-geven dat de politie de inzet van het huisbezoek, al dan niet met VeiligThuis, bij vermoedelijke kindermishandeling intern onder de aandachtblijft brengen. Daarnaast wordt in diverse regio’s door meerdereorganisaties, waaronder gemeenten, aangegeven dat zij een bredereinsteek van het «samen optrekken in acute situaties» noodzakelijk vinden.Namelijk niet alleen politie met Veilig Thuis in geval van vermoedens vanacute onveiligheid door huiselijk geweld of kindermishandeling, maar ookde politie met bijvoorbeeld de ggz bij een crisismelding in geval vanvermoedens van verward of onbegrepen gedrag of een jeugdprofessionalals er sprake is van een crisissituatie bij een kind. Op basis van dezebehoefte en in het verlengde van reeds gestarte initiatieven in diverseregio’s financiert het Ministerie van JenV een landelijk ontwikkeltraject.Onder aanvoering van landelijke projectleiders worden deze regionaleontwikkelingen ondersteund en is de ambitie om toe te werken naar eenmodel voor «geïntegreerde crisisinterventie 24/7 0–100 jaar» dattoepasbaar is voor alle regio’s. Naar verwachting is dit eind 2027beschikbaar.20Een gezamenlijke werkwijze van politie, Veilig Thuis maar ook Openbaar Ministerie, dereclassering en RvdK bij huiselijk geweld en kindermishandeling, gericht op intensief envroegtijdig afstemmen over interventies en informatie uitwisselenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111314 ii. Motie lid Bruyning over een onderzoek naar het Keurmerk Jeugdzorg In de motie van lid Bruyning wordt de regering verzocht onderzoek telaten doen naar de werking van de certificering binnen de jeugdzorg, inhet bijzonder hoe instellingen ondanks een negatief oordeel van deinspecties hun certificaat behouden, en de Kamer hierover te informerenmet voorstellen tot verbetering.21 Het certificeringssysteem binnen dejeugdzorg kent een andere toetsingswijze dan het toezicht van deinspecties. Binnen de certificering wordt het managementsysteem vaneen GI getoetst volgens het vastgestelde normenkader, terwijl deinspecties de feitelijke kwaliteit van de uitvoering en individuele casuïstiektoetsen. Hierdoor kan een instelling haar certificaat behouden, ookwanneer inspecties tekortkomingen signaleren. Beide toezichtsvormenhebben verschillende functies en vullen elkaar aan. In het kader van hetToekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zal het certificerings-systeem worden herzien. Wij nemen deze herziening mee in de verdereuitwerking, afhankelijk van de keuzes die daarin worden gemaakt.iii. Motie over iedere professional die werkt met kinderen in eenkwetsbare positie voldoende scholen om signalen van kinderen op tepakken De motie Westerveld verzoekt om iedere professional die werkt metkinderen in een kwetsbare positie, voldoende te scholen om signalen vankinderen op te pakken.22 Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeftJZNL gevraagd of zij zich herkennen in de overweging in de motie dat ereen tekort zou zijn aan trainingsmogelijkheden voor professionals omsignalen van kindermishandeling te herkennen. Dat is niet het geval. Erwordt een vervolggesprek gevoerd met JZNL en werkgeversorganisatiesom na te gaan hoe er aandacht wordt besteed aan het herkennen vankindermishandeling in het opleidingsprogramma van jeugdzorgwerkers.Ter afsluitingMet deze brief hebben we uw Kamer ten behoeve van het debat op4 december a.s. geïnformeerd over de inspectierapporten en de stand vanzaken ten aanzien van de verbetermaatregelen naar aanleiding van degebeurtenissen in Vlaardingen. We zullen uw Kamer half december noginformeren over diverse andere moties en toezeggingen, die raken aan deHervormingsagenda en overige onderwerpen op het terrein van Jeugd, ende aanbieding van enkele rapporten. In januari van 2026 volgt eenvoortgangsbrief jeugd waarin we onder andere uitgebreider ingaan op demeest actuele beleidsontwikkelingen rondom de uitwerking van deHervormingsagenda Jeugd en de stand van zaken ten aanzien van hetToekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de verbetermaatre-gelen naar aanleiding van de Commissie Hamer. We geven hierin ook eenreactie op het verzoek van de vaste commissie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport om een reactie te geven op het onderzoek «Niet gehoorden niet gezien» van het Meldpunt Jeugdbescherming Noord.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. Tielen21Kamerstuk 31 839, nr. 110022Kamerstuk 31 015, nr. 291Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111315 GI-MONITOR. ONTWIKKELING AANTAL KINDEREN, WORKLOADEN WACHTLIJST SINDS 1 DECEMBER 20221 dec 20221 mei 20231 okt 20231 april 20241 okt 20241 april20251 okt 2025Aantal kinderen met eenmaatregel34.04333.13032.42932.08031.41631.23030.975Gemiddelde workload per fte17,116,315,314,212,612,012,1Wachtlijst vaste Jeugdbe-schermer2.0721.6171.4981.3431.4961.3581.499 Cliënten–Het totaal aantal jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatrege-len bij GI’s is verder afgenomen naar 30.975 op 1 oktober 202523. Desterkte van de daling van het aantal maatregelen neemt wel af invergelijking met eerdere jaren.Capaciteit en workload–De formatie aan (ondersteunend) jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders bij de GI’s is verder toegenomen van 2.681 fte op1 april 2025 tot 2.740,9 fte op 1 april 2025. Naast deze functies wordenook andere medewerkers (zoals gedragsdeskundigen, juristen ofzorgbemiddelaars) ingezet in het primaire hulpverleningsproces in hetkader van functiedifferentiatie.–De landelijke gemiddelde organisatieworkload stabiliseert zich rond de12 kinderen per jeugdbeschermer. De afgesproken landelijke tarievenzijn gebaseerd op gemiddeld 12,8 kinderen per jeugdbeschermer. Bijde start van deze GI-monitor (1 december 2022) was deze nog 17,1kind per medewerker.–Het personeelsverloop en ziekteverzuim bedroegen op 1 okt 2025respectievelijk 16,7% (per jaar) en 7,5%. Op 1 oktober 2024 waren dezerespectievelijk 16,1% en 7,3%. Ter vergelijking: het personeelsverloopwas medio 2022 nog bijna 20%24. Het gemiddelde personeelsverloopbinnen de hele jeugdzorgsector bedraagt 22% (Q2 2025). Het gemid-delde ziekteverzuim in de gehele jeugdzorg is 7,3% (Q2 2025). Daarmeeligt het ziekteverzuim bij de GI’s iets hoger dan het gemiddelde van degehele sector jeugdzorg.Wachtlijsten–Het aantal kinderen dat wacht op een vaste jeugdbeschermer is helaasweer toegenomen van 1.358 kinderen op 1 april 2025 naar 1.499kinderen op 1 okt 2025 (gemiddeld 4,8% van totaal aantal kinderen oppeildatum dat in het gedwongen kader begeleid wordt). Hiervanwachten 523 kinderen bij de start van de maatregel op een vastejeugdbeschermer. Daarnaast wachten 976 kinderen op een vastejeugdbeschermer omdat ze door verloop of langdurige ziekte van hunjeugdbeschermer nog geen nieuwe vaste jeugdbeschermer hebben.De gemiddelde wachttijd voor kinderen die wachten op een vastejeugdbeschermer is vanaf de start van de maatregel 59 dagen.–De kinderen die op deze interne wachtlijst staan, hebben in de regel alwel een plan van aanpak en er is veelal al een vorm van (jeugd)hulpingezet. De GI houdt zicht op de veiligheid van alle kinderen die23Daarbij ging het op 1 oktober 2025 om 25.137 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel(was 25.827 op 1 april 2025). De andere kinderen hebben een vorm van jeugdreclassering.24https://www.jeugdzorg-werkt.nl/sites/fcb_jeugdzorg/files/2023-02/monitor-verzuim-en-uitstroom-bij-gecertificeerde-instellingen.pdfBIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111316 wachten, zowel bij de kinderen die wachten bij de start van demaatregel als op de interne wachtlijst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 839, nr. 111317
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe om de Kamer te informeren over het overkoepelend rapport over het toezicht op Jeugdbescherming Noord.
De staatssecretaris zegt toe om de Kamer te informeren over het overkoepelend rapport over het toezicht op Jeugdbescherming Noord.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.