Kamerstuk · 27 jun 2024 · Tweede Kamer
Antwoord op vragen van het lid Van Oostenbruggen over het aantal toegenomen schijnzelfstandigen bij het Ministerie van Financiën
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2081Vragen van het lid Van Oostenbruggen (Nieuw Sociaal Contract) aan deMinister en Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid over het aantal toegenomen schijnzelfstandigen bij hetMinisterie van Financiën (ingezonden 27 mei 2024).Antwoord van Minister Van Weyenberg (Financiën), mede namens deStaatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, deStaatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane, de Ministers vanSociale Zaken en Werkgelegenheid en van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (ontvangen 27 juni 2024). Zie ook Aanhangsel Handelingen,vergaderjaar 2023–2024, nr. 2061.Vraag 1Heeft u kennis genomen van het artikel op Zipconomy, «Aantal schijnzelfstan-digen bij Ministerie van financien toegenomen» van 23 mei 20241?Antwoord 1Ja.Vraag 2Heeft u kennis genomen van het verantwoordingsonderzoek van de Alge-mene Rekenkamer, waaruit blijkt dat het aantal schijnzelfstandigen bij hetMinisterie van Financiën en haar dienstonderdelen is gestegen?Antwoord 2Ja.Vraag 3Is het juist dat het gaat om ruim duizend schijnzelfstandigen bij het Ministerievan Financiën en haar dienstonderdelen als geheel?1Zipconomie, 24 mei 2024, «Aantal schijnzelfstandigen bij het Ministerie van Financiën toege-nomen» («https://www.zipconomy.nl/2024/05/aantal-schijnzelfstandigen-bij-ministerie-van-financien-toegenomen). ah-tk-20232024-2081ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 Antwoord 3De duizend schijnzelfstandigen waarnaar wordt gerefereerd betreft zzp’ers dieingehuurd worden via mantelpartijen. Deze worden als potentieel schijnzelf-standigen gekwalificeerd door het Ministerie van Financiën. Formeel is deschijnzelfstandigheid bij de mantelpartij, maar gezien de voorbeeldfunctie vanhet ministerie vinden wij het onwenselijk als via zo’n constructie mensen bijons aan het werk zijn.Vraag 4Is er inzicht in het precieze aantal schijnzelfstandigen bij het Ministerie vanFinanciën en haar dienstonderdelen? Zo ja, hoeveel zijn dat er, uitgesplitstnaar het kernministerie en de afzonderlijke dienstonderdelen? Zo nee, welkeverklaring heeft u daarvoor?Antwoord 4Er is inzicht in het aantal potentieel schijnzelfstandigen bij het Ministerie vanFinanciën, uitgesplist naar kernministerie en de afzonderlijke dienstonderde-len. Per 30 april 2024 gaat het om de volgende aantallen:Kernministerie (incl. ADR en programma DG Herstel): 26.Belastingdienst: 214.Douane: 24.Toeslagen (incl. UHT): 759, waarvan 756 bij UHT.Vraag 5Hoe kan het dat, ondanks de taskforce die het ministerie vorig jaar insteldemet de inzet om het aantal schijnzelfstandigen te verminderen, hun aantaljuist is gestegen in plaats van gedaald?Antwoord 5De Taskforce heeft maatregelen geformuleerd zodat het Ministerie vanFinanciën per 1 januari 2025 geen potentieel schijnzelfstandigen meer inzet.Maatregelen richten zich onder andere op het aanbieden van een arbeidscon-tract aan potentiële schijnzelfstandigen (bij Rijk of bij broker) en het vooraftoetsen van inhuur door middel van een afwegingskader Wet DBA. Geblekenis dat bij IV/Belastingdienst, Auditdienst Rijk, Uitvoering Herstel Toeslagen enprogramma DG Herstel de afbouw extra aandacht vereist. Daarom heeft deTaskforce deze onderdelen gevraagd om een actieplan op te stellen om per1 januari 2025 compliant te zijn en geen potentieel schijnzelfstandigen meerin te zetten.Ondanks de maatregelen van de Taskforce en de acties uit het actieplan voorUHT is de verwachting dat we voor de hersteloperatie Kinderopvangtoesla-gen per 1 januari 2025 nog niet compliant zijn. Er wordt zoveel mogelijkgestuurd om de uitloop zo kort mogelijk te houden en er wordt zo minmogelijk gebruik gemaakt van inhuur van arbeidskrachten die mogelijkkwalificeren als potentiële schijnzelfstandige. UHT is een tijdelijke organisatieen wil voldoen aan politieke toezeggingen en vertraging van de herstelopera-tie voorkomen. Regulier Toeslagen bouwt wel af naar 0 potentiële schijnzelf-standigen per 1 januari 2025.Ten opzichte van vorig jaar is er overall gezien sprake van een beperktestijging, die haar oorzaak vindt in de onderliggende groei van de behoefteaan extern personeel. De daling van het aantal potentieel schijnzelfstandigenbij het Kerndepartement (55) en de Belastingdienst (26) wordt in aantallenoverschaduwd door een stijging van het aantal potentieel schijnzelfstandigen,die ingezet worden bij de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag.Vraag 6Moet daaruit de conclusie worden getrokken dat de inspanningen van detaskforce hebben gefaald? Zo ja, welke verklaring heeft u daarvoor? Zo nee,wilt u uw antwoorden motiveren?Antwoord 6Nee, zie de toelichting bij vraag 5. Daarnaast zorgt de Taskforce voorbewustwording op – en inzicht in – dit dossier binnen het Ministerie vanFinanciën. Daarmee zijn de uitdagingen en verschillende dilemma’s in beeld.Bovendien heeft het ministerie interdepartementaal de discussie op deagenda gezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 Vraag 7Wat is precies het beoordelingskader dat het Ministerie van Financiëngebruikt om vast te stellen wie een schijnzelfstandige is en wie niet en watwordt met dit kader beoogd?Antwoord 7Het Ministerie van Financiën voert het beleid dat externen enkel ingehuurdmogen worden via de daartoe gecontracteerde mantelpartijen. Doorgaansis/zijn deze externe(n) of in loondienst bij de mantelpartij, of zelfstandigewaarbij de mantelpartij als intermediair fungeert.In het laatste geval liggen de materiële risico’s van schijnzelfstandigheid bijde mantelpartij. Ondanks dat dit risico bij de mantelpartij ligt, toetst hetMinisterie van Financiën wel of bij de inhuur van de externe sprake is vanpotentiële schijnzelfstandigheid. Het Ministerie van Financiën wil ook zijnverantwoordelijkheid nemen om werkenden die kwalificeren als werknemervoldoende bescherming te bieden en een gelijker speelveld te creëren op dearbeidsmarkt. Het ministerie wil zich conformeren aan de relevante (fiscale)wet- en regelgeving en daar hoort niet bij dat arbeidskrachten die potentieelkwalificeren als schijnzelfstandigen worden ingehuurd.Voor de toetsing op potentiële schijnzelfstandigheid maken het Kerndeparte-ment en de directoraten-generaal (DG) Belastingdienst, Douane en Toeslagen,gebruik van een (eigen) afwegingskader. Aan de hand van het afwegingska-der worden alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezienen getoetst. Voor iedere inhuursituatie dient een afwegingskader Wet DBA teworden ingevuld. Het afwegingskader van het Kerndepartement is nu noganders dan het afwegingskader van DG Belastingdienst, Douane en Toesla-gen. Dit passen zij al langer toe dan het kerndepartement. Er wordt aangewerkt om tot één afwegingskader te komen.Het afwegingskader dat het Kerndepartement gebruikt, is via een bijlage bijde Kamerbrief «6e voortgangsbrief over maatregelen werken als zelfstandige»van 16 november 2020 gestuurd door de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit enBelastingdienst.2Het Kerndepartement van het Ministerie van Financiën neemt het standpuntin dat bij een puntenaantal van 70 of meer de conclusie moet wordengetrokken dat de ingehuurde zzp’er als potentieel schijnzelfstandige kwalifi-ceert.De DG’en Belastingdienst, Douane en Toeslagen maken gebruik van eeneigen afwegingskader. Het afwegingskader Wet DBA van de DG’en Belasting-dienst, Douane en Toeslagen is bij deze beantwoording als bijlage bijge-voegd.Antwoorden op de vragen in het afwegingskader moeten worden gemoti-veerd en onderbouwd. Als op grond van het afwegingskader sprake is vanpotentiële schijnzelfstandigheid of daarover twijfel bestaat, moet hetafwegingskader door de interne fiscaal adviseur worden beoordeeld.Vraag 8Wat is de (beleids)conclusie over dit beoordelingskader in het licht van hetfeit dat het aantal schijnzelfstandigen bij het Ministerie van Financiën en haardienstonderdelen juist toe- in plaats van afgenomen is?Antwoord 8Het hanteren van een vastomlijnd kader om te kunnen beoordelen of er ineen specifieke situatie sprake is van potentiële schijnzelfstandigheid heeft deaandacht voor dit vraagstuk vergroot. Ook heeft het tot scherpere inzichtenen toezicht geleid. Het consequent gebruik van het kader leidt tot een beteren vollediger beeld van het aantal ingehuurde potentieel schijnzelfstandigen.Vraag 9Kunt u dit beoordelingskader met de Kamer delen?2Bijlage Weging standaard vragenlijst bij Kamerstukken II 2020/21, 153321, onlinebeschikbaar via: pdf (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 Antwoord 9Het afwegingskader Wet DBA van de DG’en Belastingdienst, Douane enToeslagen is bij deze beantwoording als bijlage bijgevoegd. Voor hetafwegingskader van het Kerndepartement verwijs ik naar het antwoord bijvraag 7.Vraag 10Kunt u bevestigen dat het de Belastingdienst is die geacht wordt handhavendop te treden tegen opdrachtgevers die met schijnzelfstandigen werken?Antwoord 10Ja. De Belastingdienst is verantwoordelijk voor de handhaving op dekwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen. De uitvoering vandie handhaving vindt plaats binnen de kaders van het handhavingsmorato-rium dat het kabinet heeft ingesteld. Het handhavingsmoratorium houdt indat er geen correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes kunnenworden opgelegd met terugwerkende kracht, behalve voor kwaadwillenden ofindien aanwijzingen van de Belastingdienst, dat sprake is van een dienstbe-trekking, niet binnen redelijke termijn zijn opgevolgd. Het kabinet heeft deambitie om het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 volledig op teheffen. Dit wordt zorgvuldig voorbereid binnen het programma Handhavingarbeidsrelaties van de Belastingdienst (lijn 3 uit de voortgangsbrief werkenmet en als zelfstandige van 16 december 20223).Vraag 11Wat betekent het voor het gezag en de geloofwaardigheid van de Belasting-dienst indien bij het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst zelf hetaantal schijnzelfstandigen juist toeneemt?Antwoord 11Het Ministerie van Financiën moet uiteraard voldoen aan fiscale wet- enregelgeving. Hiertoe zijn gerichte beheersmaatregelen ingericht (zie vraag 7).Aan de hand van deze maatregelen zijn risico’s op het niet voldoen aanfiscale wet- en regelgeving scherp in beeld gebracht. Het Ministerie vanFinanciën stuurt actief op het afbouwen van situaties van potentiëleschijnzelfstandigheid per uiterlijk 1 januari 2025. Voor het ministerie is het,mede gezien de toezichthoudende taak, van het grootste belang de regelge-ving na te leven.Potentiële schijnzelfstandigheid bij het Ministerie van Financiën is ongewenst.Het maakt het voor de Belastingdienst als handhaver van de kwalificatie vande arbeidsrelatie voor de loonheffingen complexer. Mede om die reden stuurthet ministerie op afbouw.Vraag 12Welke (aanvullende) maatregelen neemt u per wanneer om aan dezeongewenste beweging een einde te maken en er voor te zorgen dat hetaantal schijnzelfstandigen bij het Ministerie van Financiën en haar dienston-derdelen substantieel afneemt?Antwoord 12De huidige werkwijze heeft gezorgd voor afname van het aantal potentieelschijnzelfstandigen in de reguliere operatie en leidt tot compliance met dewet DBA per 1 januari 2025. De genomen maatregelen betreffen onderandere:–Een toets vooraf of een zzp’er als potentieel schijnzelfstandige kwalificeert;–Het aanbieden van arbeidsovereenkomsten aan potentiële schijnzelfstandi-gen;–Het werven van ambtelijk personeel;–Het beëindigen van opdrachten.Gedurende 2024 is de ambitie van het Ministerie van Financiën om metbehulp van de maatregelen het aantal potentiële schijnzelfstandigen af tebouwen tot 0. De opgave bij de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag isdermate groot dat deze ambitie meer tijd en aandacht vraagt. Het gegeven3Kamerstukken II 2022/23, 31 311, nr. 246.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4 dat de hersteloperatie Kinderopvangtoeslag van plan is ook na 1 januari 2025zal werken met potentieel schijnzelfstandigen leidt tot een dilemma. Daarinheeft het ministerie diverse rollen (wetgever, handhaver, uitvoerder Herstel-wet Toeslagen/hersteloperatie) die politiek dienen te worden afgewogen. DGToeslagen heeft een actieplan opgesteld om zo snel mogelijk tot een afbouwvan het aantal potentieel schijnzelfstandigen te komen, maar heeft daarbij alsrandvoorwaarde gesteld dat de gedupeerden van de toeslagaffaire hier nietnegatief door geraakt mogen worden.Vraag 13Hoeveel schijnzelfstandigen zijn of waren er werkzaam binnen de anderekernministeries van de Rijkdienst en hun dienstonderdelen, uitgesplitst naarde jaren 2020 t/m mei 2024?Antwoord 13Elk jaar wordt gerapporteerd hoeveel binnen het Rijk wordt ingehuurd in dejaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Er is momenteel echter geen centraaloverzicht van specifiek de aantallen potentiële schijnzelfstandigen bij dedepartementen. Het is de eigen werkgeversverantwoordelijkheid van elkdepartement om te sturen op inzet van externe capaciteit. Departementen zijndaarom gevraagd om inzichtelijk te maken of binnen hun departementensprake is van potentiële schijnzelfstandigheid. Om dit te faciliteren is eeninterdepartementale werkgroep aanpak schijnzelfstandigheid gestart. Dewerkgroep schrijft een handreiking om departementen verder op weg tehelpen in het maken van een afweging of zzp-inzet mogelijk is. Ook wordenrandvoorwaardelijke zaken opgenomen, zoals het eenduidig registreren vanzzp-inhuur binnen de departementen. Verder is het van belang onderscheid temaken tussen ingehuurde zzp’ers en schijnzelfstandigen. Niet alle ingehuurdezzp’ers zijn per definitie een geval van schijnzelfstandigheid.Vraag 14Binnen welke kernministeries en hun dienstonderdelen concentreren zich hetgrootste aantal schijnzelfstandigen? Welke verklaring(en) is of zijn daarvoor tegeven?Antwoord 14Zoals bij vraag 13 is aangegeven, is er momenteel geen overzicht van hetaantal gevallen van potentiële schijnzelfstandigheid. Ik kan daarom nu geengegronde inschatting geven van dienstonderdelen waar zich de grootsteaantallen van schijnzelfstandigheid concentreren.Vraag 15Heeft de Belastingdienst tevens een taak te vervullen bij het terugdringen vanhet aantal schijnzelfstandigen binnen de Rijksdienst als geheel? Zo ja, hoegeeft de Belastingdienst daaraan concreet invulling?Antwoord 15Nee, de Belastingdienst heeft geen formele taak om dit te doen. Het is deeigen verantwoordelijkheid van elke belastingplichtige om compliant te zijnmet de wet- en regelgeving. Dat geldt ook voor ieder ministerie. Hetinterdepartementale fiscaal loket dat onderdeel is van het Ministerie vanFinanciën adviseert ministeries over hun fiscale aangiften, en helpt alleministeries met informatie, opleidingen e.d. over fiscale wet- en regelgeving.De Belastingdienst doet – in zijn rol als toezichthouder – over individuelebelastingplichtigen geen uitspraak op grond van zijn geheimhoudingsplicht(artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen). In het algemeengeldt dat wanneer de Belastingdienst bij een boekenonderzoek constateertdat sprake is van een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie, de Belasting-dienst onder het handhavingsmoratorium kan overgaan tot naheffingen voorde loonheffingen bij kwaadwillendheid of na een aanwijzing.Vraag 16Kan worden bevestigd dat binnen de Rijksdienst het aantal schijnzelfstandi-gen wordt teruggedrongen door het omzetten daarvan in overheidsopdrach-ten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel5 Antwoord 16Nee, ik kan niet bevestigen dat het aantal potentiële schijnzelfstandigen wordtteruggedrongen door het omzetten daarvan in overheidsopdrachten. Inhuurwordt veelal ingezet op werk waarvoor het niet lukt om ambtelijk personeelaan te trekken, zoals IT-specialisten en tijdelijke juridische expertise inreguliere of herstelprocessen. Bij nieuw af te sluiten contracten is hetaangaan van een resultaatsverplichte opdracht wel een mogelijkheid ominhuur te verminderen, al is dit afhankelijk van de mate waarin capaciteitsbe-hoefte als resultaat kan worden gedefinieerd.Vraag 17Om hoeveel gevallen binnen de Rijksdienst gaat het en hoe beoordeelt u dezewijze van het terugdringen van schijnzelfstandigheid?Antwoord 17Er is geen aantal bekend. Er wordt niet centraal bijgehouden of een opdrachtdie initieel als inhuuropdracht was bedoeld, is omgezet in een opdracht meteen resultaatverplichting. De raamovereenkomsten voor inhuur bevatten nietaltijd de mogelijkheid om een opdracht als resultaatsverplichting in de marktte zetten. Een capaciteitsvraag oplossen door middel van een resultaatsver-plichte opdracht is dan ook vooral een oplossing bij nieuw af te sluitenopdrachten.Vraag 18Wilt u de vragen één voor één beantwoorden?Antwoord 18Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel6
Versie 34d078c99ef3039afcc6dfe03216fa4429525b13edb7a27a2c3e3145e57f7eab · Officiële bron.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.