KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde agenda bijeenkomst van EU transportministers van 4 december 2025 te Brussel

20 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie dab526fd1e1b509b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1167 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 november 2025Hierbij ontvangt u de geannoteerde agenda van de Transportraad van4 december a.s. te Brussel. De inhoud van deze geannoteerde agendageeft de meest recente stand van zaken weer.Mocht de formele agenda op belangrijke punten anders zijn, dan wordt uhierover nader geïnformeerd.Voorts wordt de kamer in deze brief ook geïnformeerd over dekabinetsinzet betreffende de voorstellen tot gerichte wijziging van deEuropese tolheffingsregels (Eurovignetrichtlijn).De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen kst-21501-33-1167ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11671 I. Geannoteerde Agenda Transportraad 4 december 2025 Op 4 december a.s. zal onder Deens voorzitterschap de Transportraadplaatsvinden in Brussel. Naar verwachting zal het voorzitterschap tijdensdeze Raad inzetten op een aantal algemene oriëntaties, waaronder op deherziening van de Richtlijn Maten en Gewichten en het Pakket inzaketechnische controles (hierna: Roadworthiness Package).Daarnaast worden een aantal diversenpunten verwacht. Het voorzitter-schap zal informatie geven over de financieringsfaciliteit voor Europeseverbindingen (hierna: Connecting Europe Facility), een gezamenlijkeverklaring competitief spoor, de stand van zaken rondom het IMONet-Zero Framework, en er staat een presentatie over het MilitaireMobiliteitspakket gepland (verwacht op 19 november). Verder zalNederland een gezamenlijke verklaring over Lichte Elektrische Voertuigenaandragen als diversenpunt. Tot slot zal het voorzitterschap naarverwachting aandacht besteden aan een aantal lopende wetgevingsvoor-stellen, waaronder het voorstel inzake broeikasgasemissies van transport-dienstverleningen (CountEmissions EU), de gerichte wijziging van deEurovignet richtlijn en de Verordeningen betreffende passagiersrechten inde luchtvaart, Passagiersrechten multimodale reizen en handhaving vanpassagiersrechten in de Unie.Herziening richtlijn gewichten en afmetingen zware wegvoer-tuigenInhoudOp 11 juli 2023 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) deherziening van de Richtlijn Gewichten en Afmetingen Zware Wegvoer-tuigen gepubliceerd als onderdeel van het Vergroening van Vervoer-pakket.1 In de Geannoteerde Agenda’s2, 3, 4 en verslagen van de Transport-raden van 5 december 20235, 18 juni 20246 en 5 juni 20257 is uw Kamergeïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen over ditvoorstel. Het voorstel zal naar verwachting worden geagendeerd voor eenalgemene oriëntatie tijdens de Transportraad van 4 december 2025.De Richtlijn beoogt uniforme regelgeving tot stand te brengen binnen deEU met betrekking tot de toegestane gewichten en afmetingen vanvrachtwagens die gebruikt worden voor goederenvervoer. Gezien destrategische positie van Nederland als doorvoerland voor goederen, heeftde Richtlijn een aanzienlijke impact op de nationale economie. Het treffenvan goed afgestemde afspraken binnen de Richtlijn kan daarnaastbijdragen aan het beperken van schade aan de Nederlandse infra-structuur, wat essentieel is voor het onderhoud en de instandhouding vanhet wegennet.Inzet NederlandHet kabinet is positief over het voorliggende voorstel onder het Deensvoorzitterschap en de mogelijkheden die het biedt voor de harmonisatievan de vereisten voor zware voertuigen in het goederenvervoer. Het1https://transport.ec.europa.eu/news-events/news/green-deal-greening-freight-more-economic-gain-less-environmental-impact-2023-07-11_en2Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1046.3Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1071.4Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-33, nr. 1129.5Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1052.6Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-33, nr. 1077.7Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-33, nr. 1143.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11672 kabinet heeft zich conform het aan uw Kamer toegestuurde BNC-fiche8ingezet voor het behoud van dimensies die passen binnen de huidigeinfrastructuur, met een maximale aslast van 11,5 ton en een maximalehoogte van 4,00 meter. In het compromisvoorstel zijn deze maximabehouden.Daarnaast heeft het kabinet gepleit voor het vaststellen van een absolutemaximale extra lengte (90 centimeter) voor emissieloze vrachtwagens.Een absolute maat is goed te handhaven. Eerder was een voorstel om tewerken met een draaicirkel9, die veel lastiger te handhaven zou zijn. In hetcompromisvoorstel is deze absolute maximale extra lengte opgenomenwaarmee het kabinet kan instemmen.Ten aanzien van het maximaal toegestane gewicht voor vrachtwagensheeft het kabinet ingezet op harmonisatie op 44 ton voor alle voertuigen(elektrisch en fossiel aangedreven). Het huidige maximum gewicht is inEU-verband 40 ton. Het bereiken van consensus over dit punt bleek echtercomplex, aangezien een aantal lidstaten zorgen heeft geuit over mogelijkeschade aan de infrastructuur door zwaarder verkeer bij het gebruik van44 ton voertuigen (deze lidstaten hanteren nu een lager maximum dan44 ton). In het laatste compromisvoorstel is het maximale toegestanegewicht vastgesteld op maximaal 44 ton voor zero-emissievoertuigen(max. 46 ton bij intermodaal vervoer) en op maximaal 40 ton voordieselvoertuigen (max. 44 ton bij intermodaal vervoer). Hoewel dit niet demeest ambitieuze uitkomst is, kan het kabinet met dit voorliggendecompromis instemmen.Het voorstel ondersteunt een EU-brede aanpak voor vrachtverkeer engrensoverschrijdende inzet van Langere en Zwaardere Vrachtwagens(LZV), wat aansluit bij het huidige kabinetsbeleid.Onder voorbehoud van eventuele ontwikkelingen of besluiten die in detussentijd kunnen plaatsvinden, kan Nederland instemmen met ditvoorstel. Het kabinet ziet ruimte voor meer ambitie in de verduurzamingvan het zware wegtransport, in lijn met de klimaatdoelstellingen maar hetkabinet waardeert dat het nieuwe voorstel meer gewicht en lengtetoestaat voor emissieloze vrachtwagens en daarmee de vergroening vanhet vrachtwagenpark stimuleert.KrachtenveldZowel het Spaanse als Belgische voorzitterschap hebben geprobeerd ommet de lidstaten een akkoord te bereiken op het voorstel. Deze pogingenstuitten echter op te veel bezwaren van verschillende lidstaten, waardoorhet beide voorzitterschappen niet is gelukt een akkoord te bereiken. HetHongaars voorzitterschap heeft de Richtlijn niet geagendeerd voorbespreking en ook tijdens het Poolse voorzitterschap is geen consensusbereikt. Het Deense voorzitterschap heeft het voorstel opnieuw op deagenda gezet. In het huidige compromisvoorstel zijn de belangrijkstebezwaren van lidstaten ten aanzien de maximale aslast, gewichten en demaximale hoogte voor zware voertuigen weggenomen.8Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3783.9Een draaicirkel is de kleinste cirkelvormige ruimte die een voertuig nodig heeft om volledig omzijn as te kunnen draaien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11673 Roadworthiness PackageInhoudUw Kamer is eerder geïnformeerd ter voorbereiding op de Transportraadvan 5 juni 2025, waar het Pakket inzake technische controles(Roadworthiness package) op de agenda stond. Tijdens de volgendeTransportraad, op 4 december 2025, zal het Roadworthiness packageopnieuw geagendeerd worden.10 Het pakket, dat op 24 april jl. isgepubliceerd, omvat de herziening van drie richtlijnen: de richtlijnbetreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen enaanhangwagens11, de richtlijn inzake de kentekenbewijzen van motorvoer-tuigen12 en de richtlijn betreffende de technische controle langs de weg.13Deze richtlijnen maken onderdeel uit van een breder regelgevingskaderdat ervoor zorgt dat voertuigen aan bepaalde veiligheids- en milieu-normen voldoen en er een betere technische controle op voertuigenplaatsvindt.Het pakket heeft als doel om de verkeersveiligheid in de EU verder teverbeteren, bij te dragen aan duurzame mobiliteit en het vrije verkeer vanpersonen, diensten en goederen in de EU te vergemakkelijken. Daarnaastheeft het tot doel de voertuigregistratie binnen de gehele EU verder teharmoniseren.Op 28 mei 2025 is uw kamer geïnformeerd over het kabinetsstandpunt tenaanzien van het Roadworthiness package14. Tevens zal uw Kamervoorafgaand aan het commissiedebat verkeersveiligheid van 17 december2025 worden geïnformeerd middels een verzamelbrief. In deze brief zaleen toezegging worden afgedaan die betrekking heeft op de impact vanhet Roadworthiness package op de interne markt.Inzet NederlandHet kabinet is in beginsel positief over het voorstel en verwelkomt dedoelstelling van de Commissie om met dit pakket zowel de verkeersvei-ligheid te verbeteren als duurzame mobiliteit binnen de EU te bevorderenen daarmee aan te sluiten op andere voertuigregelgeving.Periodieke technische controle en technische controle langs de wegHet kabinet is voorstander van samenhangende Europese voertuigwet-geving op basis van lifetime compliance, en van ontwerp tot eindver-werking van het voertuig. Dit vereist een voortdurende koppeling tussenfabrikanten, autoriteiten, reparatie- en onderhoudsmarkt en voertuigeige-naren gedurende de gehele levenscyclus van het voertuig om ervoor tezorgen dat het emissie- en veiligheidscontrolesysteem de gehelelevensduur meegaat. Wel is het kabinet van mening dat de introductie vaneventuele nieuwe testmethoden en de toevoeging van voertuigcatego-rieën moeten bijdragen aan de verkeersveiligheid. Daarnaast moeten dezemaatregelen eenvoudig, betaalbaar en effectief zijn voor burgers,bedrijven en uitvoerende instanties. Ook vindt het kabinet het belangrijkdat voldoende rekening wordt gehouden met de bescherming van privacyvan burgers.10Zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_25_1083.11Richtlijn 2014/45/EU.12Richtlijn 2014/46/EU.13Richtlijn 2014/47/EU.14Kamerstukken II 2015–2016, 22 112, nr. 4070.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11674 Het kabinet heeft na een eerste beoordeling vastgesteld dat een aantalaangekondigde maatregelen echter niet in verhouding lijken te staan totde doelen van het voorstel zelf op het gebied van verkeersveiligheid enmilieu. Dit geldt o.a. voor de APK voor motorfietsen, de verplichting omN1-voertuigen (bestelauto’s) al vanaf het eerste jaar een emissietest telaten ondergaan, de verplichting om met een voertuig een opwarmrit opde weg te maken voor een APK-emissietest en de vergaande verplich-tingen om voertuigdata uit te wisselen. Daarnaast geldt dit in hetbijzonder voor de inzet van de Commissie om 30% van het wagenpark tescreenen via technieken waarbij uitlaatemissies en geluid op afstandworden gemeten (remote sensing). Hierbij worden de uitlaatemissies ofhet geluid van rijdende voertuigen gescreend via specifieke vaste ofmobiele apparatuur langs de kant van de weg of vanuit een rijdendvoertuig. Dit neemt Nederland mee in de onderhandelingen. Het kabinet isdaarbij van mening dat deze maatregelen niet eenvoudig en betaalbaarzijn. Daarnaast houden ze onvoldoende rekening met de bescherming vanprivacy van burgers.Kentekenbewijzen van motorvoertuigenHet kabinet verwelkomt de doelstelling van verdere harmonisatie van devoertuigregistratie binnen de gehele EU en ziet de herziening daarom alseen positieve stap vooruit. Het kabinet onderschrijft de doelstelling van deherziening, die kan worden vertaald naar drie hoofdzaken: 1) verbeteringvan gegevensuitwisseling door de lidstaten; 2) mogelijkheid tot digitali-sering van voertuigdocumenten en 3) het tegengaan van herregistratievan gedemonteerde voertuigen. Het is wel belangrijk dat er een redelijkeimplementatietermijn wordt gehanteerd om de handhavingsketen in terichten en dat er, op verzoek, een fysiek voertuigdocument naast dedigitale versie kan worden verstrekt. Om de gegevensuitwisseling tussenEuropese registratieautoriteiten, zoals de RDW, efficiënter te maken, wilhet kabinet verder ook dat het elektronisch Certificaat van Overeen-stemming (eCvO), ofwel het digitale «geboortebewijs» van een voertuig,wordt toegevoegd aan de basisregistratie voertuigen.Het kabinet is geen voorstander van het gebruik van het centraalgegevensuitwisselingsplatform MOVE-HUB ten behoeve van informatie-uitwisseling, maar vindt dat hiervoor de bewezen uitwisselingssyste-matiek van EUCARIS gebruikt moet worden. Bij de gegevensuitwisselingis het verder van belang dat betaalbaarheid, uitvoerbaarheid enbescherming van privacygevoelige gegevens gewaarborgd blijven. Ookdeze punten neemt Nederland mee in de onderhandelingen.KrachtenveldHet Deens voorzitterschap streeft ernaar om een algemene oriëntatie tebereiken. Volgens de Commissie gaat dit streven soms ten koste van deambitie van de voorstellen. Ook enkele lidstaten hebben aangegeven datonderwerpen vrij snel uit de voorstellen worden geschrapt om devoortgang te versnellen. Op moment van schrijven zijn de onderhande-lingen in Raad nog gaande en is er nog geen definitieve overeen-stemming bereikt. Het meest recente compromisvoorstel sluit verdergrotendeels aan bij de Nederlandse standpunten.Periodieke technische controle en technische controle langs de wegDe richtlijn wordt verwelkomd door een grote groep lidstaten. Deze groepkan zich in beginsel scharen achter de doelstellingen van het pakket: hetverbeteren van verkeersveiligheid, het bevorderen van schone lucht enhet verhogen van de technische betrouwbaarheid van voertuigen. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11675 belangrijk punt van zorg voor veel lidstaten, waaronder Nederland, is definanciële en praktische impact van dit pakket voor burgers en bedrijven.Daarnaast zijn er zorgen bij lidstaten over de inzet van remote sensingvoor 30% van het wagenpark omdat niet duidelijk is of de kosten opwegentegen de gezondheidsvoordelen. Sinds de vorige herziening hebben veellidstaten een APK voor motorfietsen ingesteld. Het Nederlandsestandpunt blijft dat er betere maatregelen zijn dan een APK om deverkeersveiligheid voor motorfietsen te verbeteren. Voor wat betreft hetvoorstel rondom remote sensing en de APK voor motorfietsen is hetkabinet hier tevreden mee, omdat deze niet in lijn zijn met het Nederlandsstandpunt. Beide zaken zijn nu uit het laatste compromisvoorstel gehaald.Op het gebied van het voorstel van tellerstanden is Nederland juistambitieuzer dan het huidige compromisvoorstel. De voorgesteldeverplichting om de eigenaar van een voertuig te registreren is in deze faseuit het compromis gehaald. Het kabinet is daar tevreden mee vanwege deuitvoeringscomplexiteit.De presentatie van het voorstel in het Europees Parlement leidde totgemende reacties van de fracties, waarbij vooral aandacht uitging naar dekeuringsfrequentie van oudere voertuigen vanuit het perspectief van deburger en de mogelijke lastenverzwaring als gevolg hiervan.Kentekenbewijzen van motorvoertuigenVeel lidstaten staan positief tegenover de doelstellingen van het voorstel.Het huidige compromisvoorstel sluit grotendeels aan bij de Nederlandseinzet. Een groot deel van de lidstaten kan zich vinden in een verruimingvan het uitwisselen van informatie en het digitaliseren van het kenteken-bewijs, omdat het de administratieve lasten vermindert en fraudetegengaat. Tegelijkertijd is een grote groep lidstaten kritisch op hetregistreren van alleen de eigenaar in plaats van de eigenaar én houdervan het voertuig, en de inzet van de volledige set van gegevens uit hetelektronisch Certificaat van Overeenstemming (eCvO). Nederland pleitjuist wél voor de volledige uitwisseling van het eCvO. De Commissie zetverder sterk in op het gebruik van MOVE-HUB in plaats van EUCARIS15.Mede door de inzet van Nederland is er een relatief grote groep lidstatendie ook de voorkeur geven aan EUCARIS in plaats van MOVE-HUB. Ookmaakt Nederland zich, samen met andere lidstaten, hard voor privacy bijgegevensuitwisseling tussen lidstaten.Connecting Europe Facility (CEF)Het voorzitterschap zal, onder de diversenpunten, informatie geven overCEF. Het CEF is een van de programma’s voorgesteld in de EU-begroting(Meerjarig Financieel Kader, MFK). Het programma zal komen te hangenonder pijler 2: Concurrentievermogen, Welvaart en Veiligheid. Het CEFbestaat al sinds 2014, waarmee het CEF een continuering is binnen dehernieuwde MFK-structuur. Het doel van het CEF is het co-financieren vande bouw, ontwikkeling, beveiliging, modernisering en voltooiing van detrans-Europese netwerken voor transport en energie, vastgelegd inVerordening (EU) 2024/1679 (hierna: TEN-T verordening) en Verordening(EU) 2022/869 (hierna: TEN-E verordening). In het Commissievoorstel ligtde nadruk sterk op het financieren van grensoverschrijdende verbin-dingen binnen Europa, maar is er ook ruimte om slimme, duurzame endigitale transportsystemen en militaire mobiliteit te financieren. Voor hetenergiegedeelte van het CEF geldt dezelfde insteek vanuit de Commissie:focus op de grensoverschrijdende hernieuwbare energieprojecten.15European Car and Driving Licence Information SystemTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11676 Nederland zet in op een sterk CEF dat bijdraagt aan de doelen dievastgelegd zijn in de TEN-T en TEN-E verordening. Op transportgebied zetNederland in op een brede interpretatie van het begrip grensover-schrijdend, zodat nationale projecten met een systeemversterkendewerking op het internationale TEN-T netwerk ook kans maken opfinanciering. Bovendien hecht Nederland waarde aan de bestaandekansen binnen het CEF om de digitale transportsystemen en de uitrol vanlaadinfrastructuur te financieren. Nederland houdt vast aan demogelijkheid om militaire mobiliteit te financieren uit het CEF, en bepleitdat dual-use projecten die vanuit een militair oogpunt het meest urgentzijn prioriteit moeten krijgen. Wat betreft de governance van het CEF zetNederland in op voldoende inspraak van de lidstaten ten aanzien van devoorgestelde verordening en door de uitvoeringsprocedures te hanterenwaarmee de lidstaten meer zeggenschap hebben.Het krachtenveld op het CEF ligt niet ver uit elkaar, al is er een groeplidstaten die herhaaldelijk de wens uitspreekt om te focussen op degeografische balans. Ook bestaat er ten aanzien van het transportgedeeltevan het CEF enige verdeeldheid tussen lidstaten die aangeven eenbredere interpretatie te willen hanteren van het begrip «grensover-schrijdend», zodat grote nationale projecten ook kans op financieringmaken. Een ander deel van de lidstaten is hierop tegen, en onderstreeptdat de toegevoegde waarde van het CEF zit in het financieren vangrensoverschrijdende projecten, waarbij enkel nationale financiering vaakniet volstaat. Het Europees Parlement heeft nog geen positie ingenomen.Militaire Mobiliteit pakketNaar verwachting wordt op 19 november a.s. het EU Militaire Mobiliteits-pakket gepubliceerd. Een presentatie van dit pakket zal mogelijk op deagenda staan van de komende Transportraad. Dit pakket zal uit drie delenbestaan: 1) een joint communication, 2) een verordening gericht op deharmonisatie van administratieve lasten, en 3) gerichte aanpassingen vanbestaande wet- en regelgeving. De joint communication vervangt deeerdere militaire mobiliteitsactieplannen en geeft een algemene richtingaan de militaire mobiliteitsinzet van de EU. De verordening is bedoeld omwet- en regelgeving te harmoniseren en zal zich voornamelijk richten ophet faciliteren van een zo snel mogelijke grensoverschrijdendeverplaatsing. Dit betreft administratieve zaken zoals douaneformulieren ende digitalisering hiervan. De gerichte aanpassingen van bestaande wet- enregelgeving zal zich toespitsen op onder andere vervoer van gevaarlijkestoffen, maten en gewichten, en rij- en rusttijden voor militairevervoerders.De Nederlandse inzet zal na publicatie van het pakket middels hetreguliere BNC-traject worden vastgesteld en met uw Kamer wordengedeeld. Nederland kijkt uit naar het EU Militaire Mobiliteitspakket geziende huidige geopolitieke ontwikkelingen en onderschrijft het belang ervan.Voor Nederland is van belang dat het pakket aandacht geeft aan:intensiveren van samenwerking en coördinatie, waaronder tussenEU-NAVO, binnen Europa; effectieve investering in dual-use16 infra-structuur; en harmoniseren van regels en procedures.16Dual-use infrastructuur is civiele infrastructuur, zoals wegen, bruggen, havens of spoorlijnen,die zo is ontworpen of versterkt dat zij ook voor militaire doeleinden kan worden gebruikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11677 Stand van zaken IMO Net-Zero FrameworkHet Deense voorzitterschap zal onder dit agenda punt een terugkoppelingdoen van wat er tijdens de 2e buitengewone zitting van het MaritiemMilieubeschermingscomité (MEPC ES.2) is gebeurd en waarom het niettot besluitvorming is gekomen. Tijdens een buitengewone sessie van demilieucommissie MEPC ES.2 van de Internationale Maritieme Organisatie(IMO) is het helaas nog niet gelukt het IMO Net-Zero Framework aan tenemen. Het IMO Net-Zero Framework bevat broeikasgasreductiemaatregelen voor de zeevaart die de mondiale zeevaart naar Net-Zerorond 2050 moet brengen. De maatregelen moeten onderdeel worden vanhet MARPOL verdrag17 dat emissiereductie van schepen reguleert. Hetbesluit is met een jaar uitgesteld.Nederland heeft zich ingespannen voor aanname van het IMO Net-ZeroFramework, in lijn met het EU Raadsbesluit hierover (op dit beleidsterreingeldt EU competentie). Nederland is daarom zeer teleurgesteld dat hetNet-Zero Framework nog niet is aangenomen. Hiermee is een kans gemistom de zeevaart nu al duidelijkheid te bieden over het pad naar net zerobroeikasgasemissies en voor deze transitie een mondiaal gelijk speelveldte creëren. Nederland blijft zich actief inzetten voor de aanname van hetNet-Zero Framework wanneer de bijeenkomst wordt hervat.Gezamenlijke verklaring over «Het concurrerend maken van hetspoor door het verlagen van de technische en administratievekosten via Europese harmonisatie en implementatie»Het Deens voorzitterschap zal onder de diversenpunten een terugmeldingdoen van de conferentie van 5 november 2025 met als titel «Making RailCompetitive by Cutting Technical and Administrative Costs ThroughEuropean Harmonisation and Deployment».Verwacht wordt dat het Deens voorzitterschap een verklaring (hierna:Copenhagen declaration) presenteert als uitkomst van deze conferentie.Nederland was hier ook bij aanwezig. Achtergrond van de conferentie isde zorg bij lidstaten over de stijgende kosten in de spoorwegsector, metname voor wat betreft aanleg, onderhoud en verbetering van infra-structuur. In de conferentie is daartoe o.a. gesproken over de noodzaak totstabiele specificaties voor interoperabiliteit en daarbij in het bijzonder despecificaties voor het Europese beveiligingssysteem ERTMS. Daarnaastkwamen onder andere de mogelijkheden om toelating van nieuwmaterieel te vereenvoudigen aan de orde. De groeiende opgave vaninstandhouding van de infrastructuur wordt breed herkend in de EuropeseUnie.Het kabinet is voornemens om het vervolg van de te verwachtenCopenhagen declaration te ondersteunen en te pleiten voor een concreetvervolg, onder andere middels het werkprogramma van de EU agent-schap voor spoorwegen (ERA). Over het werkprogramma van ERA wordtbesloten in de raad van bestuur (management board) van ERA waarin alleEU lidstaten en de Europese Commissie deelnemen. In het bijzonderdraagt Nederland, mede gezien het economische belang daarvan, graagbij een Europese samenwerking inzake de instandhoudingsopgave van despoorweginfrastructuur.17Het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11678 Naar verwachting zal de Commissie in het vervolgtraject de resultaten vande conferentie betrekken bij het te verwachten voorstel voor herzieningvan de ERA-verordening18. Op 7 november 2025 heeft de Commissie deevaluatie van de ERA verordening gepubliceerd.19 Daarnaast is deverwachting dat de conclusies van de Copenhagen verklaring zullenworden verwerkt in de agenda van ERA.Gezamenlijke verklaring Lichte Elektrische VoertuigenInhoudEr is op Europees en nationaal niveau steeds meer aandacht voor LichteElektrische Voertuigen (LEVs), gezien de groeiende populariteit van dezevoertuigen en de toenemende zorgen over hun (verkeers)veiligheid. Eenvan de populairste LEVs is de elektrische step. Momenteel ontbreektuniforme Europese regelgeving voor LEVs, terwijl dit kansen biedt voorhet verbeteren van de verkeersveiligheid, harmonisatie van de Europesemarkt, en investeringszekerheid voor ondernemers. Om te komen totEuropese regelgeving is er door NL een position paper opgesteld.20 Hetkabinet heeft op basis hiervan gewerkt aan het verkrijgen van steun vanandere lidstaten voor een gezamenlijke verklaring, dat inhoudelijkovereenkomt met de Nederlandse non-paper.Tijdens de Transportraad van 4 december a.s. wordt het statementuitgesproken, mede namens de ondersteunende lidstaten. Op dit momentis er op ministerieel niveau steun voor het standpunt vanuit een viertallanden en zijn gesprekken met andere lidstaten gaande. Door eenleidende rol te nemen bij de totstandkoming van een uniform Europeesbeleidskader voor LEVs, kan Nederland actief invloed uitoefenen op deEuropese regelgeving.Europese lidstaten hanteren op dit moment uiteenlopende regels voorvoertuigen die buiten de Europese Regelgeving vallen. De technischeeisen voor e-steps verschillen sterk per land: Duitsland, Spanje enNederland vereisen een nationale goedkeuring, terwijl België e-stepsgelijkstelt aan fietsen en geen toelatingseisen hanteert. Ierland onderzoektmomenteel de mogelijkheid van een nationale typegoedkeuring, en insommige lidstaten ontbreekt regelgeving voor lichte elektrischevoertuigen geheel, bijvoorbeeld door beperkte capaciteit om dergelijkeregels op te stellen.Jaarlijks voortgangsrapport over handhaving en implementatieTijdens de aankomende Transportraad zal de Commissie tijdens deministriële lunch een presentatie geven over het Annual Progress Reporton Simplification, Implementation and Enforcement,21 opgesteld doorEU-Transportcommissaris Apostolos Tzitzikostas. Dit voortgangsrapportbrengt in kaart hoe EU-regelgeving in de transportsector momenteelwordt uitgevoerd, waar de complexiteit het grootst is en welke initiatievenbijdragen aan meer efficiëntie. Het document sluit aan bij het bredere18Verordening (EU) 2016/79619Europese Commissie. (2025). Staff Working Document SWD(2025) 362: EXECUTIVESUMMARY OF THE EVALUATION of the European Union Agency for Railways (ERA).Beschikbaar via: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025SC036220De Nederlandse non-paper is als bijlage toegevoegd aan deze Geannoteerde Agenda:«Position Paper – Reflections of the Netherlands upon European Policy for Personal MobilityDevices (PMDs)».21Europese Commissie. 2025. Annual Progress Report on Simplification, Implementation andEnforcement. Beschikbaar via: https://commission.europa.eu/document/download/92959744-a509-4e32-a30c-37b2b2b494d3_en?filename=TZITZIKOSTAS_SPI_2025_55_EN.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11679 EU-programma voor Better Regulation en geeft een overzicht van stappenrichting regeldrukvermindering en modernisering van administratieveprocessen, ondersteund door verwijzingen naar relevante EU-wetgevingen beleidsdossiers.De Commissie geeft aan in 2025 een gerichte studie te willen uitvoerennaar de administratieve lasten binnen bestaandeEU-transportregelgeving, om in kaart te brengen welke verplichtingenvoor lidstaten, bedrijven en bevoegde autoriteiten de grootste drukveroorzaken. De studie moet volgens de Commissie dienen als basis voortoekomstige vereenvoudigingsvoorstellen.Het kabinet verwelkomt dat de Commissie actief inzet op het vereenvou-digen van regelgeving en het terugdringen van regeldruk, met behoudvan bestaande doelstellingen. Daarnaast waardeert zij dat de voortganghiervan wordt gevolgd via periodieke voortgangs- en overzichtsrappor-tages. Het kabinet zal de aangekondigde studie volgen, en zal devoorgestelde vereenvoudiging beoordelen langs de lijn dat deze werkelijkbijdragen aan het verhogen van het concurrentievermogen en schoneeconomie door administratieve complexiteit te verminderen met behoudvan standaarden voor veiligheidStand van zaken lopende wetgevende voorstellenHet Deens voorzitterschap zal een terugkoppeling geven op een aantallopende wetgevende trajecten.Handhaving Passagiersrechten in de Unie en Passagiersrechten Multi-modale ReizenOnder het Deens voorzitterschap is een start gemaakt met de triloog-onderhandelingen voor de herziening van de verordeningen handhavingpassagiersrechten en de herziening van multimodale passagiersrechten,waarbij vooralsnog wordt gefocust op de handhaving van passagiers-rechten in de trilogen. Deze verordening heeft nauwe samenhang met deVerordening passagiersrechten luchtvaart, waar hierna op ingegaanwordt. Duidelijke, geharmoniseerde EU-regels zijn essentieel voorreizigers, vervoerders en toezichthouders. Daarnaast zet het kabinet zichin voor uniformere handhaving, gestroomlijnde klachten- en claimproce-dures en een vermindering van de administratieve lasten voor overheden.Broeikasgasemissies Transportdienstverleningen (CountEmissions EU)De CountEmissions EU-verordening verplicht bedrijven om de bestaandeen algemeen erkende norm EN ISO 14083:2023 te gebruiken wanneer zijde transport gerelateerde CO2-emissies van hun bedrijfsvoering rappor-teren. Deze verplichting geldt uitsluitend voor partijen die op grond vanwetgeving of contractuele afspraken gehouden zijn om gegevens overhun CO2-uitstoot te berekenen en te delen. Nederland steunt het compro-misvoorstel van het Deense voorzitterschap. Het voorstel bevindt zichinmiddels in de afrondende fase van de triloog-onderhandelingen.Passagiersrechten LuchtvaartOnder het Deens voorzitterschap is een start gemaakt met de triloog-onderhandelingen op de herziening van de Verordening passagiers-rechten in de luchtvaart en de Verordening inzake aansprakelijkheidluchtvervoerders. Een tweede triloog staat gepland. Het EuropeesParlement heeft zich middels amendementen kritisch getoond ten aanzienvan het politieke akkoord van de Raad. In het verslag van de Trans-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 116710 portraad van Juni 2025 is de Kamer over dit politieke akkoord geïnfor-meerd22. Het kabinet vindt het belangrijk dat er voortgang wordt geboektop dit dossier, nu er na jaren een politiek akkoord in de Raad is bereikt.Het kabinet zal zich daarbij blijven inzetten voor een evenwichtigebenadering, waarin rechten van de passagiers gewaarborgd zijn,(administratieve) lasten voor luchtvaartmaatschappijen worden beperkten het concurrentievermogen van de Europese luchtvaartsector stevigmeegewogen wordt.Verordening spoorwegcapaciteitOnder het Deens EU-voorzitterschap is veel werk verzet om de onderhan-delingen over het voorstel voor een Europese verordening spoorwegcapa-citeit af te ronden. Op 18 november vindt hierover naar verwachting eenpolitieke triloog plaats. Nog een aantal zaken staan open, waaronder eenpunt over boetes voor infrabeheerders en vervoerders bij het nietnakomen van capaciteitsaanvragen en de overgangstermijnen naar hetnieuwe stelsel.Er is een reële kans dat dit voor de benutting van het Nederlandsespoorwegnetwerk belangrijke wetsvoorstel medio 2026 in werking kantreden.Gerichte wijziging van Richtlijn 1999/62/EG EurovignetEr lopen op dit moment twee voorstellen tot wijziging van de Europesetolheffingsregels (Eurovignetrichtlijn): een eerste voorstel dat demogelijkheid verlengt om emissievrije vrachtwagens korting of vrijstellingte geven van wegenheffingen. En een tweede voorstel, dat een actuali-satie is van een eerder voorstel, dat erop is gericht dat tolheffingssys-temen (zoals de vrachtwagenheffing) met de tariefstelling rekeningmoeten houden met het effect van aanhangwagens en opleggers op deCO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen.II. Kabinetsinzet Voorstellen wijziging Europese tolheffingsregels(Eurovignetrichtlijn) Op 27 juni jl. publiceerde de Europese Commissie een voorstel23 totwijziging van de Eurovignetrichtlijn.24 Dit is een beknopt voorstel, datalleen een verlenging van een bestaande facultatieve bepaling in derichtlijn bevat. Deze bepaling geeft lidstaten de mogelijkheid om emissie-vrije vrachtwagens gedurende een langere periode hoge korting ofvrijstelling te geven van wegenheffingen (zoals de vrachtwagenheffing).De Kamer is op 5 september jl. over de kabinetsappreciatie geïnfor-meerd.25 Het voorstel is in de Landbouw- en Visserijraad van27/28 oktober jl. vastgesteld.Op 2 oktober 2025 publiceerde de Europese Commissie een tweedevoorstel26 tot wijziging van de Eurovignetrichtlijn). Dit voorstel is eropgericht dat wegenheffingen (zoals de vrachtwagenheffing) met detariefstelling rekening moeten houden met het effect van aanhangwagensen opleggers op de CO2-uitstoot van zware bedrijfsvoertuigen. Daarnaastbevat het voorstel vereenvoudigingen en verduidelijkingen van de22Kamerstukken II 2024–2025, 21 501-33, nr. 114323Voorstel COM(2025)348.24Richtlijn 1999/62/EG.25Kamerstukken II 22 112, nr. 4133.26Voorstel COM(2025)589.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 116711 richtlijn, vooral vanwege de relatie met andere (reeds vastgestelde)Europese verordeningen over de CO2-emissies van het wegtransport.27Het voorstel is een actualisatie van een voorstel uit 202328. De Kamerheeft op 30 juni 2023 een BNC-fiche ontvangen over het oorspronkelijkevoorstel.29 De kabinetsbeoordeling en het Nederlandse standpunt isongewijzigd. Gezien de beperkte aard van de actualisatie, vervangt dezebrief het reguliere BNC-fiche voor dit «nieuwe» voorstel.In het fiche is toegelicht dat het kabinet (ten aanzien van het onderdeelover aanhangwagens en opleggers) het voorstel niet het geschikte middelvindt om het doel te bereiken (verminderen van de CO2-uitstoot van zwarebedrijfsvoertuigen en het stimuleren van efficiëntere aanhangwagens).Daarnaast oordeelt het kabinet dat de verwachte kosten niet opwegentegen de verwachte baten: het voorstel vraagt om ingrijpende en kostbarewijzigingen aan de vrachtwagenheffing om uitvoerbaar en handhaafbaarte zijn en brengt bovendien hoge uitvoeringslasten voor de gebruikersmet zich mee. Vanwege deze aspecten is de Nederlandse inzet eropgericht dat de betreffende bepalingen over aanhangwagens en opleggersgeen doorgang vinden. Het voorlopige beeld is dat diverse lidstaten ditstandpunt onderschrijven. Het kabinet is constructief op het punt van deoverige aanpassingen aan de richtlijn. Het voorlopige beeld is dat dit voorde meeste lidstaten geldt.27Zoals Verordening (EU) 2017/2400 over de bepaling van de CO2-emissies en het brandstofver-bruik van zware bedrijfsvoertuigen en Verordening (EU) 2019/1242 tot vaststelling vanCO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen.28Voorstel COM(2023)189.29Kamerstukken II 2022–2023, 22 112, nr. 3719.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 116712

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 34e52fb7f8356d75

14 okt 2026 · c6310e1ba375ec9c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.