KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda informele bijeenkomst van milieu- en klimaatministers 10-11 juli 2025

1 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 968390dda1843554 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 1002 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENEGROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2025Hierbij doen wij u, mede namens de Minister van Infrastructuur enWaterstaat en de Minister en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur, de geannoteerde agenda van de informelebijeenkomst van milieu en klimaatministers op 10 en 11 juli te Aalborg,Denemarken, toekomen. Op het moment van schrijven zijn er nog geenachtergrondstukken verspreid door het Deens voorzitterschap. Mocht deagenda, of de verwachte scope van de agendapunten, op belangrijkepunten veranderen, dan zal u hier over worden geïnformeerd via hetschriftelijk overleg van 30 juni 2025.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. Hermans kst-21501-08-1002ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10021 Geannoteerde agenda informele bijeenkomst van milieu enklimaatministers 10-11 juliTijdens de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers op 10 en11 juli te Aalborg, Denemarken, heeft het voorzitterschap discussiesvoorzien over de volgende onderwerpen: voorbereidingen voor deUNFCCC COP30, het rapport «European environment: State and outlook2025 (SOER 2025) and the way ahead towards 2030», een presentatie overde Overeenkomst van een Groen Denemarken, Europees klimaatbeleid na2030, en de voorbereidingen voor het mondiaal plasticverdrag (INC-5.2).Zoals gebruikelijk vindt tijdens deze informele bijeenkomst geen besluit-vorming plaats. Wat volgt is een schets van de onderwerpen en deNederlandse inzet hierop.De weg naar Brazilië – UNFCCC COP30Tijdens de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers vindt eentweede bespreking plaats over COP30, de VN-klimaatconferentie die van10-21 november a.s. plaatsvindt in Belém, Brazilië. Tijdens de COP wordtonderhandeld over alle onderdelen van de Overeenkomst van Parijs enhet VN-Raamverdrag over Klimaatverandering, waaronder met namemitigatie, adaptatie, en financiering. De EU onderhandelt daar als éénpartij, op basis van een positie die wordt bepaald tijdens de Milieuraadvan oktober 2025. Er is bij deze informele bijeenkomst geen besluit-vorming over de EU-inzet voor de COP voorzien.Voor COP30 moeten alle partijen bij de Overeenkomst van Parijs hunNationally Determined Contribution (NDC) hebben ingediend. Voort-bouwend op de discussie tijdens de afgelopen Milieuraad op 17 juni jl. zalde NDC van de EU een belangrijk onderwerp zijn tijdens deze informelebijeenkomst van milieuministers. De EU NDC beschrijft het Europeseaandeel van de mondiale inzet tot aan 2035 om de opwarming van deaarde te beperken tot 1.5 graad en de andere langetermijndoelen van deOvereenkomst van Parijs. De inhoud komt grotendeels voort uit reedsaangenomen wetgeving. Het is geen wetgevend document met nieuwe,bindende verplichtingen voor EU-lidstaten.Inzet NederlandHet kabinet zet in op een NDC in lijn met de wetenschap, afgeleid van hetreductiepad richting 2040 en 2050, waarin de EU eveneens duidelijk maakthoe zij opvolging geeft aan eerdere COP-besluiten, met name de GlobalStocktake die tijdens COP28 is vastgesteld. De besluitvorming over deNDC van de EU hangt nauw samen met het Europese tussendoel voor2040, waartoe de Europese Commissie (hierna «Commissie») nog geenwetsvoorstel heeft gedaan (zie ook hieronder). Wanneer het voorsteluitkomt zal de Kamer hier via het gebruikelijke BNC-fiche over wordengeïnformeerd.In aanloop naar dit voorstel pleit het kabinet cf. motie Erkens1 voor eenstevig uitvoeringspakket om knelpunten in de transitie aan te pakken,zoals netcongestie door energie-infrastructuur te verbeteren, hetharmoniseren van de methodologie van netwerktarieven, het versnellenvan vergunningprocedures en het vergroten van de beschikbaarheid vanfinanciering, duurzame energie en grondstoffen. Ook ziet het kabinetgraag dat de Europese inzet op adaptatie terugkomt in de NDC. Dit komtovereen met het raamwerk voor de NDC dat de Commissie heefttoegelicht in voorbereidende ambtelijke werkgroepen.1Kamerstukken II 2023–24, 31 793, nr. 257Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10022 KrachtenveldMeerdere lidstaten onderschrijven net als Nederland het belang van deklimaatwetenschappelijke basis van de NDC en de implementatie van deGlobal Stocktake.Het Europese milieu – State and outlook 2025 (SOER 2025) and the wayahead towards 2030 rapportBinnenkort publiceert het Europees Milieuagentschap het rapport «HetMilieu in Europa: toestand en verkenning 2025» over de staat van hetEuropese milieu en EU-milieubeleid. Dit vijfjaarlijkse rapport biedtwetenschappelijk onderbouwde inzichten over de uitdagingen op hetgebied van o.a. klimaatverandering, biodiversiteitverlies, en lucht- enwaterverontreiniging. Daarin worden ook de bijdragen van het huidigeEU-milieubeleid uitgelicht en aanbevelingen gedaan om eventuelebeleidsmatige gaten te dichten voor 2030, en met oog voor de doelstel-lingen van 2050 (e.g. nulverontreinigingsambitie). In aanloop naar hetnieuwe rapport van 2025 heeft het Deens voorzitterschap aangegevendeze te willen bespreken tijdens de Informele Milieuraad. Op welke wijzeis nog onbekend, aangezien zowel het rapport zelf als het discussiestukvanuit het voorzitterschap nog niet gedeeld zijn.In het rapport uit 2020 beschreef het Europees Milieuagentschap al dat deEU voor grote uitdagingen stond op het gebied van duurzaamheid, waardringend systemische oplossingen voor nodig waren. Sinds het vorigerapport heeft de EU stappen ondernomen – o.a. onder de noemer van deGreen Deal – om dit te adresseren. Ook de agenda van de nieuweEuropese Commissie focust zich op de volledige implementatie vanbestaande EU-milieuwetgeving om natuur, biodiversiteit, klimaat enmilieu te verbeteren. Het rapport zal daarom naar verwachting inzichttonen in hoeverre recente en toekomstige EU-wetgeving en voorstelleneffect hebben gehad of zullen hebben. Daarbij is de verwachting dat – inlijn met eerdere rapporten van het Europees Milieuagentschap2 – deconclusie zal zijn dat de EU en de lidstaten nog altijd grote stappen tezetten hebben op al deze beleidsterreinen.Inzet NederlandHet demissionaire kabinet zal met veel interesse kennisnemen van hetrapport «Het Milieu in Europa: toestand en verkenning 2025» van hetEuropees Milieuagentschap en de wijze waarop het voorzitterschap dezewil gaan behandelen. Zonder stukken is echter de Nederlandse positienog niet vast te stellen. Over het algemeen is de Nederlandse inzet opEU-milieuterrein te omvatten in haar inzet voor de Raadconclusie van hetachtste milieuactieprogramma (8ste MAP), waarover de Kamer isgeïnformeerd op 29 mei 2024.3 Het demissionaire kabinet onderschrijfthet belang van een op feiten gebaseerd natuur-, milieu en klimaatbeleiden onderschrijft de doelen die het 8ste MAP heeft vastgesteld. Het rapportvan het Europees Milieuagentschap draagt hieraan bij, aangezien ergebruik wordt gemaakt van de meest actuele inzichten en onderzoeken ophet gebied van klimaat-, natuur- en milieuwetenschap.2Zie bijv.: https://environment.ec.europa.eu/publications/documents-mid-term-re view-8th-environment-action-programme-eap_en3Kamerstuk 21 501-08, nr. 945Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10023 KrachtenveldTijdens de eerdere onderhandeling voor de Raadsconclusie van het 8steMAP was de Raad eensgezind over de doelstellingen. Veel verschillendelidstaten benadrukten het belang van ambitieuze uitvoering en implemen-tatie van bestaande wetgeving en het belang van de samenhang tussende verschillende beleidsterreinen. In den brede wordt er tijdens veelmilieuonderhandelingen aandacht gevraagd voor de verschillendenationale contexten en administratieve lasten van de wetgeving. Ook deCommissie zet er op in om in haar wetgeving hiermee rekening te houdenen dat lidstaten voldoende ruimte houden voor de nationale implemen-tatie. Dit alles zonder afbreuk te doen aan het eerder gesteldeambitieniveau.Presentatie over de Overeenkomst van een Groen DenemarkenTijdens de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers zal hetDeens voorzitterschap een presentatie geven over het Deense Landbouw-akkoord. Het Deense Landbouwakkoord, dat in november 2024 door eengrote meerderheid van het Deense parlement werd bekrachtigd, omvatmaatregelen om de broeikasgasuitstoot te verminderen, de natuur teversterken en de nitraatuitstoot op het grond- en kustwater te verkleinen.Het omvormen van landbouwgrond tot nieuwe bossen en het herstellenvan veengebieden vormt daarin een belangrijke schakel. Het DeenseMinisterie van Groene Transitie werkt de aanpak van de Overeenkomstvan een Groen Denemarken verder uit. De Kamer is op haar verzoek op27 mei jl. over het Deense Landbouwakkoord en de Nederlandseappreciatie daarvan geïnformeerd.4Aansluitend staat er een werkbezoek gepland over hoe de landbouwsectorgestimuleerd kan worden om bij te dragen aan klimaat- en milieudoelen.Door maatregelen te nemen die de emissies van broeikasgassenverminderen en die extra koolstof vastleggen, kan de landbouwsectorbijdragen aan de klimaatdoelen. In het Deense Landbouwakkoord isvoorzien dat de inkomsten uit de heffing op broeikasgasemissies uit deveehouderij worden gebruikt voor de financiering van klimaatvriendelijketechnologieën in de landbouwsector, waarmee broeikasgasemissieskunnen worden verminderd. Er is ook een subsidieregeling voor hetvergroten van koolstofvastlegging in landbouwbodems voorzien.Inzet NederlandHet kabinet zal met veel interesse kennisnemen van de presentatie overhet Deense Landbouwakkoord en deelnemen aan het bijbehorendewerkbezoek. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 27 mei jl. heeft deMinister van LVVN op 13 en 14 mei jl. een werkbezoek aan Denemarkengebracht waarin zij met verschillende partijen over, onder meer, hetDeense Landbouwakkoord heeft gesproken. De vaste Kamercommissievan LVVN heeft ook een werkbezoek gebracht aan Denemarken van 7 tot9 mei jl.De uitdagingen in Denemarken op het gebied van klimaat en stikstofvertonen overeenkomsten met de uitdagingen in Nederland. Ookaspecten van de oplossingen, zoals doelsturing met afrekenbare emissie-doelen en een focus op het vakmanschap van boeren, tonen overlap.Tegelijkertijd bestaan er verschillen. Dit zorgt ervoor dat het DeenseLandbouwakkoord niet direct toepasbaar is in Nederland. De Deenselandbouwsector is meer grondgebonden en grootschaliger. Zo telt een4Kamerstuk 21 501-32, nr. 1707Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10024 gemiddeld Deens melkveebedrijf 250 melkkoeien, wat twee keer zo veel isals in Nederland. Ook ligt de prijs van landbouwgrond in Denemarken eenstuk lager. Ten slotte heeft de stikstofproblematiek in Denemarken vooralbetrekking op waterkwaliteit, terwijl in Nederland ook de stikstofemissienaar de lucht een urgentie kwestie is.KrachtenveldDenemarken is binnen de EU voornemens een koploperpositie in tenemen op het gebied van het beprijzen van broeikasgasemissies uit delandbouw. De positie van andere EU-lidstaten ten aanzien van beprijzingvan landbouwemissies is nog onduidelijk.Europees klimaatbeleid na 2030Tijdens de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers vindt eenbespreking plaats over het Europees klimaatbeleid na 2030. Naarverwachting zal de discussie vooral gaan over het aankomendewetsvoorstel van de Commissie en proces om een tussendoel voor 2040vast te leggen in de Europese Klimaatwet. De Europese Klimaatwetverplicht de EU tot het vaststellen van een tussendoel voor 2040 richtingklimaatneutraliteit in 2050. De Commissie deed op 6 februari 20245 eenaanbeveling van een broeikasgasemissiereductie van netto-90% in 2040ten opzichte van 1990, op basis van het advies van de EU Wetenschappe-lijke Klimaatraad. Het wetgevende voorstel zal naar verwachting op 2 julia.s., nog voor de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers,worden gepubliceerd. Na publicatie van het wetgevend voorstel zal deNederlandse positie – zoals hieronder weergegeven – nader wordenuitgewerkt en middels het gebruikelijke BNC-traject aan de Kamer wordengecommuniceerd. Naar verwachting zal het Deens voorzitterschap medioseptember een extra Milieuraad organiseren om over het 2040-doel tebesluiten.Inzet NederlandEen duidelijke tussenstap tussen 2030 en 2050 biedt stabiliteit eninvesteringszekerheid voor bedrijven die investeren in de transitie. Derecente analyse van de Commissie van de Integraal Nationaal Energie enKlimaatplan (INEK) updates van de verschillende lidstaten, laat zien dat deEU al goed op weg is de doelen voor 2030 te halen (54% t.o.v. het doelvan ten minste 55%).6Het kabinet zet zich in voor een tussendoel in lijn met de wetenschap ende afspraken in het Parijsakkoord, en dat haalbaar is. De Commissiebeveelt een tussendoel van netto 90% in 2040 aan. Het kabinet staat hierpositief tegenover en vraagt hierbij wel aandacht voor de haalbaarheidvan het doel door te pleiten voor een stevig uitvoeringspakket. Hiermeemoeten knelpunten in de transitie worden aangepakt, zoals netcongestie,door (grensoverschrijdende) energie-infrastructuur te bevorderen, hetharmoniseren van de methodologie van netwerktarieven, het versnellenvan vergunningprocedures, en het waarborgen van voldoende beschik-baarheid van financiering, duurzame energie en grondstoffen.7 Europeseinitiatieven zoals de Clean Industrial Deal 8 en het Action Plan forAffordable Energy 9 tonen deze integrale aanpak. Het kabinet ziet deze5COM (2024) 636COM(2025) 2747Kamerstuk II 2023–24, 31 793, nr. 2578Kamerstukken II 2024–25 22 112, nr. 40209Kamerstukken II 2024–25 22 112, nr. 4021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10025 initiatieven als een kans voor groene vraagstimulering, innovatie enmarktcreatie voor circulaire producten. Hiermee helpen we de industrie teverduurzamen, en versterken we het concurrentievermogen en onzeweerbaarheid.Daarnaast ziet het kabinet een rol voor gerichte flexibiliteiten om het doelte halen, zoals het gebruik van koolstofverwijdering om het netto doel terealiseren, waarbij koolstofverwijdering geen «vervanging» vooremissiereductie is.10 Nederland zal zijn bijdrage leveren aan het Europesedoel, maar er wordt geen tussendoel voor 2040 vastgelegd in deNederlandse Klimaatwet.11Tot slot acht het kabinet een koppeling van belang tussen de Europesebesluitvorming over 2040 en de besluitvorming over de NationallyDetermined Contribution (NDC), die de EU vóór COP30 in november a.s.moet vaststellen. Het kabinet zet in op een NDC in lijn met de wetenschap,afgeleid van het reductiepad richting 2040 en 2050.KrachtenveldHet krachtenveld in de Raad is verdeeld. Tien lidstaten hebben zichuitgesproken voor het door de Commissie aanbevolen doel. Een aantallidstaten lijkt daarbij ruimte te zien voor negatieve emissies en eenbeperkte inzet van CO2-reductie buiten de EU (maximaal 3%) voor hetbehalen van netto 90% reductie. Verschillende lidstaten, waaronderNederland, geven aan dat ze graag duidelijke stappen op EU-niveau zienover hoe het 2040 doel behaald kan worden. Daarnaast zijn er een aantallidstaten die een ambitieus doel in lijn met de wetenschap steunen, maardie nog geen steun uitgesproken hebben voor de netto-90%. Tot slot is ereen groep terughoudende landen die aangeeft dat ze het doel van deCommissie niet kunnen steunen, o.a. vanwege zorgen over dehaalbaarheid, economische impact en nationale belangen.De weg naar een juridisch bindend instrument tegen plasticver-vuilingHet Deens voorzitterschap brengt naar verwachting de voorbereiding opde hervatting van de slotonderhandelingen die moeten leiden tot eenmondiaal bindend verdrag om plastic vervuiling tegen te gaan ter spraketijdens de informele bijeenkomst van milieu en klimaatministers. Tijdensde Milieuraad van 27 maart jl. werd hier onder het Pools voorzitterschapook al over gesproken.In 2022 hebben de Verenigde Naties (VN) tijdens de United NationsEnvironment Assembly (UNEA) een resolutie aangenomen die oproept totvorming van een mondiaal, juridisch bindend instrument om plasticver-vuiling tegen te gaan (hierna: «verdrag»). Sindsdien hebben er vijfonderhandelingsrondes van de Intergovernmental Negotiation Committee(INC) plaatsgevonden om de verschillende aspecten van dit verdrag uit teonderhandelen. Tijdens de voorziene afsluitende vijfde onderhandelings-ronde in Busan, Zuid-Korea, eind 2024 (INC-5), bleken de verschillentussen de landen nog te groot om tot een overeenkomst te komen. Dezeonderhandelingsronde zal daarom van 4-15 augustus a.s. hervat wordenin Genève (INC-5.2).10Kamerstukken II 2024–25, 32 813, nr. 150011Kamerstukken II 2024–25, 32 813, nr. 1501Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10026 Inzet NederlandPlasticvervuiling is een internationaal probleem dat een mondiale aanpakvergt. Mondiale afspraken kunnen de Nederlandse en EU-aanpak vanplasticvervuiling (onder)steunen en zorgen voor een eerlijk speelveld voorduurzame en circulaire ondernemers. De Nederlandse inzet, gecoördi-neerd in EU-verband, sluit dan ook nauw aan bij het Europees ennationaal plasticbeleid. Door aansluiting bij bestaande Europese enNederlandse afspraken kunnen Nederlandse bedrijven koploper blijven inde circulaire economie.Het kabinet zet in op een ambitieus en effectief verdrag met bindendegemeenschappelijke regels, niet alleen voor het einde van de levenscyclus(afvalfase en aanpak bestaande vervuiling), maar juist ook voor het beginvan de levenscyclus van plastic (o.a. productie en productontwerp). Ditmoet leiden tot minder en duurzamere plastics op de markt en preventievan plasticvervuiling via een circulaireplasticeconomie. Alleen dan zijnmaatregelen gericht op het einde van de levenscyclus, de afvalfase,(kosten)effectief.Meer specifiek pleit het kabinet voor afspraken gericht op verminderingvan het aanbod van primaire plastics; regulering van schadelijkechemicaliën en problematische plasticproducten (conform EU-aanpakSingle Use Plastics); de aanpak van microplastics, inclusief een verbod opbewust toegevoegde microplastics; ecodesigncriteria die zien op o.a.levensduur, herbruikbaarheid, recycleerbaarheid (conform de EuropeseEcodesignverordening)12 en toepassing van gerecycled materiaal inplastic (conform de EU-verpakkingenverordening)13; het stimuleren vanhergebruik en recycling; en uitgebreide producentenverantwoordelijkheidvoor diverse plastic productgroepen.Daarnaast staat het kabinet, conform de Addis Ababa actieagenda,14 openvoor afspraken over technologieoverdracht, capaciteitsopbouw enfinanciële ondersteuning, wat bijdraagt aan adequate mondiale imple-mentatie van het verdrag. Daarbij benadrukt het kabinet het belang vaneen brede financieringsbasis, inclusief private financiering, in lijn met het«de vervuiler betaalt»-principe, ten gunste van de meest kwetsbare landenmet de minste implementatiecapaciteit. Tot slot pleit het kabinet voor hetbelang van transparantie in de financieringsstromen.KrachtenveldNederland behoort, samen met de EU-lidstaten en een groot aantalandere Westerse landen, Zuid-Amerikaanse landen, Afrikaanse landen,kleine eilandstaten en enkele landen uit Zuidoost-Azië tot een groep dievoorstander is van een ambitieus verdrag met mondiaal bindendeafspraken die gericht zij op de hele levenscyclus van plastic. Daartegenover staat een groep olieproducerende landen die alleen maatre-gelen accepteert vanaf de afvalfase van plasticproducten, en alleen opvrijwillige basis en afhankelijk van nationale omstandigheden. Tussendeze twee groepen zit een groep landen die meer open staan voorafspraken, maar wijzen op de noodzaak van nationale flexibiliteit.12COM (2024) 178113COM (2025) 4014De Addis Ababa Action Agenda is overeengekomen in 2015 en is een integraal onderdeel vande 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling. De actieagenda biedt een mondiaal raamwerkvoor de financiering van duurzame ontwikkeling door alle financieringsstromen en -beleid opeen lijn te brengen met economische, sociale en milieuprioriteiten. Addis Ababa ActionAgenda .:. Sustainable Development Knowledge PlatformTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10027 Frankrijk heeft tijdens de VN Oceanenconferentie in Nice van 9-13 juni jl.in afstemming met de EU-lidstaten een statement geformuleerd datoproept tot een ambitieus plasticverdrag.15 Tot nu toe hebben 96 landendit statement ondertekend, waaronder Nederland.15https://www.ecologie.gouv.fr/sites/default/files/documents/The%20Nice%20wake%20up%20call%20for%20an%20ambitious%20plastics%20treaty.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10028

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6c80732d9c9fc136

14 okt 2026 · 65f40101220d62a9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.