Verslag van de Milieuraad van 18 september 2025 te Brussel
Brontekst
Versie 00da98d62fd0d496 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1008 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 oktober 2025Met deze brief ontvangt u het verslag van de Milieuraad die op18 september 2025 in Brussel plaatsvond.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. Hermans kst-21501-08-1008ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10081 Verslag Milieuraad 18 september 2025 EU KlimaatwetTijdens de Milieuraad van 18 september 2025 voerden de Europeseklimaat- en milieuministers een beleidsdebat over een klimaatdoel voor2040, als tussenstap richting klimaatneutraliteit in 2050, in de EUklimaatwet 2040. Op 2 juli 2025 publiceerde de Europese Commissiehiertoe een wetsvoorstel.1 Het kabinet heeft de Tweede Kamer middelshet BNC-fiche op 29 augustus jl. geïnformeerd over dit voorstel en hetkabinetsstandpunt.2Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, verwelkomde inalgemene zin het commissievoorstel voor een netto broeikasgasreduc-tiedoel van 90% in 2040 ten opzichte van 1990, in lijn met wetenschap-pelijk advies en de verplichtingen onder de Overeenkomst van Parijs.Hierbij werd veelal benadrukt dat het doel investeringszekerheid biedt enbij kan dragen aan het Europees concurrentievermogen. Een grotemeerderheid verwelkomde dan ook de link die in het voorstel wordtgelegd met uitvoeringsmaatregelen, zoals aangekondigd in o.a. de CleanIndustrial Deal (CID), en de juiste randvoorwaarden zodat het doelhaalbaar is. Ook Nederland benadrukte dat het centraal staat dat hetklimaatdoel effectief gehaald kan worden, met een stevig uitvoerings-pakket om bedrijven en burgers de goede voorwaarden te bieden detransitie te kunnen maken. Nederland pleitte er cf. motie Erkens3 voor datde Commissie, naast de reeds gepresenteerde initiatieven om deuitvoerbaarheid te ondersteunen (waaronder maatregelen uit de CID),tijdig met concrete wetgevingsvoorstellen komt die structurele knelpuntenin de transitie aanpakken. Nederland zet zich hier, cf. motie Peter de Groot,samen met gelijkgezinde lidstaten voor in.4Anderzijds waren er enkele terughoudende landen die aangaven dat zehet voorstel van de Commissie niet konden steunen. Deze terughoudendelidstaten benoemden onder andere zorgen over de onzekerheden vankoolstofopslag in de landgebruik- en bossector (zoals bosbranden enverdroging), waardoor het doel mogelijk uiteindelijk niet gehaald kanworden. Ook spraken ze zorgen uit over economische impact en nationalebelangen zoals fossiele afhankelijkheid. Sommige terughoudende landenverzochten financiële ondersteuning bij verdere beleidsuitwerking.Ten aanzien van het besluitvormingsproces, gaf een groep lidstaten aaneen richtinggevende discussie over klimaat op de Europese Raad tewillen, waarbij enkele terughoudende lidstaten pleitten voor besluit-vorming over het EU 2040 doel op de Europese Raad. Een groep lidstaten,waaronder Nederland, gaf aan dat besluitvorming over het EU 2040 doelen de daaraan gerelateerde Nationally Determined Contributions van deEuropese Unie (EU NDC) voor 2035 in de Milieuraad moet plaatsvinden.Het Deens voorzitterschap vroeg lidstaten in te gaan op de rol vaninternationale koolstofkredieten, koolstofverwijdering en andere voor henbelangrijke aspecten. Het krachtenveld was verdeeld ten aanzien van dedoor de Commissie voorgestelde mogelijke, gelimiteerde bijdrage vanmaximaal 3% hoge kwaliteit internationale koolstofkredieten tussen2036–2040. Enerzijds pleit een groep lidstaten, waaronder Nederland, vooreen beperkt maximumpercentage binnen een afgebakende tijdsperiode.1COM(2025) 5242Kamerstuk 22 112, nr. 4114.3Kamerstuk 31 793, nr. 257.4Kamerstuk 22 112, nr. 4139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10082 Hierbij pleitten lidstaten voor duidelijke voorwaarden, waaronderkredieten van hoge kwaliteit en het aangaan van strategische partner-schappen met landen die hoge klimaatambities hebben. Daarbij gaf eenaantal lidstaten, waaronder Nederland, aan dat het uit te werken beleids-pakket geijkt zou moeten worden op het binnen de EU behalen van de90%. Zo kan op basis van de effectbeoordeling bij het beleidspakket eenafweging worden gemaakt ten aanzien van de beste inzet van koolstofkre-dieten en de ervoor voorziene middelen, ten opzichte van de middelen dienodig zijn binnen de EU om de groene transitie mogelijk te maken voorburgers en bedrijven. Bovendien is de beschikbaarheid van kredietenonzeker en kunnen de kosten hoog oplopen. Anderzijds pleitte een aantallidstaten voor het verhogen van het maximumpercentage en de inzet vandeze kredieten met een eerdere ingangsperiode vóór 2036.Daarnaast werd de rol van permanente koolstofverwijdering in algemenezin verwelkomd. Een groep lidstaten uitten hun zorgen dat vastlegging inbossen en bodems uiteindelijk niet gerealiseerd kan worden vanwegeonzekerheden in de landgebruik- en bossector (bijvoorbeeld bosbranden,verdroging), waardoor ze het doel niet halen. Daarom pleitte een aantallanden voor een andere opbouw van het doel waarin een onderscheidwordt gemaakt tussen emissiereductie en koolstofverwijdering. Nederlandgaf aan de rol van zowel natuurlijke als industriële koolstofverwijdering teverwelkomen, ter compensatie van restemissies in sectoren die hunemissies moeilijk kunnen verminderen (hard to abate). Daarnaastbenadrukte Nederland dat een specifiek aankoopprogramma moetworden opgezet om permanente koolstofverwijderingen te stimuleren. Zokan worden geborgd dat verschillende technieken de kans krijgen zich teontwikkelen en kunnen bijdragen aan de klimaatdoelstellingen.Tot slot noemden lidstaten andere, voor hen belangrijke, aspecten tenaanzien van het Commissievoorstel. Zo benadrukten verschillendelidstaten het belang van technologieneutraliteit; convergentie of juistsolidariteit in nationale opgaven; een sterke herzieningsclausule;aanpassingen aan het emissiehandelssysteem voor gebouwde omgevingen wegtransport (ETS2) en aan het Carbon Border Adjustment Mechanism(CBAM); en duidelijkheid over sociaaleconomische gevolgen op lidstaatniveau.EU NDCTijdens de Milieuraad van 18 september 2025 is een overeenstemmingbereikt over een intentieverklaring over de EU Nationally DeterminedContribution (NDC). Eerder stond een besluit over de EU NDC zelf op deagenda. Nadat enkele lidstaten aangaven een discussie over het EU 2040klimaatdoel op de Europese Raad te willen, en verschillende lidstaten –waaronder Nederland – de EU NDC van het 2040 doel willen afleiden,stelde het Deens voorzitterschap een intentieverklaring voor. Hierin wordttoegelicht waar de EU staat in het proces om tot een EU NDC voor 2035 tekomen. Deze kan in aanloop naar COP30, op o.a. de Algemene Verga-dering van de Verenigde Naties (AVVN) namens de lidstaten gepresen-teerd worden. De verklaring dient niet ter vervanging van de daadwerke-lijke EU NDC, die naar verwachting op een extra Milieuraad na deEuropese Raad en vóór COP30, zal worden vastgesteld.Alle partijen bij de Overeenkomst van Parijs, waaronder de EU, dienenvoor COP30 een NDC in te dienen waarin ze hun klimaatinzet tot aan 2035beschrijven. De EU NDC beschrijft het EU-aandeel van de mondiale inzettot aan 2035 om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 gradenCelsius, en om de andere langetermijndoelen van de Overeenkomst vanParijs te behalen. De inhoud komt grotendeels voort uit eerder aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10083 nomen wetgeving. Het is geen wetgevend document met nieuwe,bindende verplichtingen voor EU-lidstaten.De discussie over de inhoud van de verklaring richtte zich voornamelijk opde voorgestelde bandbreedte van het indicatieve 2035 doel en op devraag of de EU nog vóór COP30 een definitieve NDC vaststelt. Verschil-lende lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan dat het cruciaal is omeerst een politiek besluit over het EU 2040 doel te bereiken en op basisdaarvan een 2035-bijdrage vast te stellen gezien de koppeling tussen hetEU 2040 doel en de EU NDC. De tijd daarvoor is krap, maar als het Deensevoorzitterschap een extra Milieuraad inlast na de Europese Raad van 23en 24 oktober, is dat mogelijk. Een aantal lidstaten wil besluitvorming juistloskoppelen om de EU NDC minder ambitieus te krijgen.In de intentieverklaring wordt genoemd dat de Milieuraad nog geen finaalakkoord heeft gesloten op het EU 2040 doel; dat de Raad een nieuwe EUNDC zal indienen met een indicatief doel voor 2035 binnen debandbreedte van 66,25 – 72,5% (waarbij het onderste percentage isgebaseerd op de lineaire lijn tussen de reeds afgesproken EU klimaat-doelen voor 2030 en 2050, en het bovenste percentage op het voorge-stelde 2040-doel); dat de EU NDC vóór COP30 zal worden ingediend; endat een akkoord over het EU 2040 doel mee wordt genomen in de EUNDC. Ook noemt de intentieverklaring dat de in te dienen EU NDC in lijnmoet zijn met het 1,5 graden-pad volgens de Overeenkomst van Parijs envooruitgang moet reflecteren.De verwijzing naar de koppeling tussen de EU NDC en het 2040 doel isconform wetenschappelijk advies en in lijn met de 1,5 graden doelstelling.Haalbaarheid en betaalbaarheid zijn hierbij voor het kabinet belangrijkeuitgangspunten, net als het principe dat wetenschappelijke inzichten,waarbij ruimte is voor alle invalshoeken, en de feitelijke stand van zakende basis vormen voor klimaatbeleid. In dit kader constateerde Nederlanddat desinformatie en druk op wetenschap en data is toegenomen, enpleitte cf. motie Kröger voor Europese deelname aan het Global Initiativefor Information Integrity on Climate Change.55Kamerstuk 21 501-33, nr. 1148.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10084
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.