KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief Jeugd

5 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0c138f9eff67f1bb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 839JeugdzorgNr. 1031 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGE-ZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 november 2024Ieder kind verdient het om op te groeien in een liefdevolle, veilige enstimulerende omgeving. Zodat zij zich kunnen ontwikkelen tot volwas-senen die met de uitdagingen van het leven om kunnen gaan. We zien datheel veel kinderen gebruik maken van jeugdzorg en gedrag snel gemedi-caliseerd wordt, terwijl jeugdzorg lang niet altijd een passende reactie is.Dit heeft niet alleen impact op de manier waarop kinderen opgroeien,maar ook op de druk op de jeugdzorg. Dat is niet wenselijk en niet vol tehouden naar de toekomst toe. We moeten meer accepteren dat opgroeienen opvoeden met vallen en opstaan gaat. Zorgen en problemen bijkinderen moeten zoveel mogelijk binnen de directe omgeving van hetkind worden aangepakt; dat vraag iets van de samenleving als geheel.Kinderen die het echt nodig hebben moeten kunnen rekenen op tijdigbeschikbare en passende specialistische jeugdzorg. Jeugdhulpprofessi-onals moeten zich kunnen focussen op die kwetsbare kinderen, die hunhulp heel hard nodig hebben. Dit is een opgave voor alle bij de jeugdbetrokken partijen; er worden al mooie stappen gezet, maar de noodzaakom met alle partijen volop samen door te werken aan de beoogde doelenblijft onverminderd groot. Alleen dan kunnen we het tij keren en onzejeugd beter en veerkrachtiger helpen opgroeien.Het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) bevat eenduidelijke opdracht op het terrein van jeugd: we zetten de uitvoering vande Hervormingsagenda Jeugd voortvarend door, we vergroten deveiligheid voor kinderen en verminderen het aantal uithuisplaatsingen.De trajecten die de afgelopen periode hiervoor in gang zijn gezet, zettenwij stevig en – waar mogelijk – versneld door om te zorgen dat kinderenen jongeren weerbaar opgroeien en de meest kwetsbaren tijdig depassende hulp ontvangen die zij zo hard nodig hebben. Dit moet tevensbijdragen aan een houdbaar stelsel. kst-31839-1031ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10311 In deze brief gaan wij in op de voortgang van de HervormingsagendaJeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Inbijlage 1 t/m 3 treft uw Kamer daarnaast de volgende informatie aan:−Voortgang t.a.v. de verbetering van jeugdzorg (jeugdhulp en deuitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering);−Beschikbare informatie n.a.v. afgerond onderzoek of advies (waarmogelijk met kabinetsreactie);−Een reactie op overige moties en toezeggingen;Daarnaast zijn diverse onderzoeken en de voortgangsrapportageToekomstscenario kind- en gezinsbescherming als bijlage aan deze brieftoegevoegd.1. Hervormingsagenda Jeugd De beste hulp voor een kind vindt plaats binnen het gezin en via anderemensen die belangrijk voor het kind zijn (zoals sociale omgeving enonderwijs). Naast ouders en verzorgers, leerkrachten, jongerenwerkers ofsportcoaches is het ook een kabinetsbrede opgave. Het vraagt om eenbrede gezinsgerichte aanpak. Die aanpak vereist inzet vanvolwassenen-ggz als ouders psychische of verslavingsproblematiekhebben. Het vereist goed inclusief onderwijs, zodat alle jeugdigen meekunnen doen. Het vereist een gezamenlijke inspanning te zorgen voorbestaanszekerheid en voldoende goede huisvesting. Het vraagt omaanpassingen in onze manier van werken in plaats van dat jeugdigen zichaan het systeem moeten aanpassen.Jeugdzorg is lang niet altijd een passend antwoord op een probleem datzich voortdoet bij het opvoeden en opgroeien. Bovendien bestaat hetrisico dat we aan elke situatie een medische diagnose koppelen, waardoorjeugdigen in de zorg terecht komen terwijl dat niet nodig is en – zo wetenwe uit ervaring – ze daar weer moeilijk uit komen. Toch is dit wat we nuzien: een te groot beroep op de overheid voor jeugdzorg. Te veeljeugdigen maken gebruik van jeugdzorg (bijna 1 op elke 8 kinderen tot18 jaar).1 Dit moeten we niet willen en het is niet houdbaar voor detoekomst. We hebben hier simpelweg de jeugdzorgprofessionals en hetgeld er niet voor.Het staat buiten kijf dat jeugdigen die het echt nodig hebben, moetenkunnen rekenen op tijdig beschikbare en passende (specialistische)jeugdzorg. Dit moet goed worden ingekocht en georganiseerd, zodat dehulpvraag integraal kan worden bekeken, op- of afschaling gemakkelijkplaatsvindt en de problematiek in samenhang met andere terreinen (zoalsschulden of wonen) kan worden aangepakt. We willen voorkomen dat eenjeugdige van de ene naar de andere wachtlijst wordt verplaatst.Met de Hervormingsagenda Jeugd richten we ons daarom op drie doelen:−Jeugdigen groeien weerbaar op – we faciliteren en stimuleren eensterke, elkaar steunende samenleving met laagdrempelige algemenevoorzieningen om jeugdzorg waar mogelijk te voorkomen;−Voor de meest kwetsbare jeugdigen is de zorg beschikbaar en passend– we versterken de organisatie en inkoop van goede specialistischejeugdzorg;−Het jeugdzorgstelsel moet houdbaar worden voor de toekomst.We willen een jeugdstelsel dat gebaseerd is op een aantal uitgangs-punten:1https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/18/meer-jongeren-met-jeugdhulp-vooral-meer-tienermeidenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10312 −We weten allemaal dat vragen en problemen horen bij opvoeden enopgroeien. Idealiter is er altijd iemand in de buurt die je omadvies kunt vragen. Bijvoorbeeld iemand uit je eigen socialenetwerk, iemand op school of bij de sportvereniging. Dat hoeft nietaltijd een expert te zijn.Eigen netwerk versterkenEen mooie ontwikkeling in het kader van meer gebruik maken vanhet eigen netwerk is het schaduwgezin. Een initiatief om kinderen viaschool te laten spelen bij een gezin van een klasgenootje om deouders even te ontlasten.Een ander voorbeeld is het Mama Café, een informele ontmoe-tingsplek voor moeders (en soms ook vaders) om samen te komen,ervaringen uit te wisselen en elkaar te ondersteunen bij hetouderschap.−Ook willen we dat áls er een hulpvraag ligt, de jeugdige en het gezinergens laagdrempelig terecht kunnen met deze vraag (zoals hetwijkteam) en dat zij daar de benodigde hulp en ondersteuning kunnenontvangen zonder direct doorverwezen te hoeven worden.−Dit vraagt om een verbetering van de sociale en fysieke omgevingwaarin kinderen en jongeren opgroeien: een sterke pedagogischebasis met algemene, vrij toegankelijke voorzieningen nabij huis enlaagdrempelige en toegankelijke stevige lokale teams, waardoor deveerkracht van gezinnen en jeugdigen kan worden versterkt.2Wordt de vraag of benodigde jeugdhulp toch complexer? Dan kan erconsultatie gevraagd worden bij de specialistische jeugdhulp, waarbijde regie bij het gezin blijft.−Het is heel belangrijk dat bij het verkennen van mogelijke oplossingenvoor een hulpvraag naar de bredere context van het gezin wordtgekeken. Dus niet alleen naar de jeugdigen, maar ook naar deomgeving. Jeugdhulp is lang niet altijd passend; ondersteuning van deouders via bijvoorbeeld schuldhulpverlening of inzet van volwassen-ggz kan veel effectiever zijn. Geschat wordt dat dit geldt voor 40% vande casussen.3De impact van armoedeOpgroeien in armoede gaat voor kinderen om meer dan het niethebben van geld en spullen. Armoede zorgt voor stress bij ouders.Die stress heeft invloed op de keuzes die zij maken en op hettoekomstperspectief van hun kinderen. Ook kan armoede leiden totsociale uitsluiting en een lagere eigenwaarde. Er is een aantalbeschermende factoren voor gezinnen in armoede bekend. Doordaar met beleid op in te zetten, kunnen gemeenten helpen degevolgen van armoede in gezinnen te verzachten.4–De hulp hoeft ook niet altijd een-op-een te worden geboden. Erzijn diverse voorbeelden van groepsgewijze interventies die effectief,zo niet effectiever zijn dan individuele interventies.2De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat bijdraagt aan het opgroeien, hetopvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren.3https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2023/12/06/kinderen-uit-de-knel.4https://www.nji.nl/armoede/beleid-om-gevolgen-van-armoede-te-verzachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10313 Groepsgewijze interventiesDenk aan VRIENDEN, een groepstherapie voor angstklachten ofBehavioural Parent Training Groningen, een gedragstherapeutischegroepstraining voor ouders van kinderen met ADHD en gedragspro-blemen (zie Interventies bij veelvoorkomende vragen en problemen |Nederlands Jeugdinstituut (nji.nl)–Mocht specialistische jeugdhulp nodig zijn, dan moet accuraatworden doorverwezen naar jeugdhulp op de juiste plek. Enwordt rekening gehouden met de context van het gezin waarin hetkind opgroeit. En ook hier is het belangrijk het netwerk te blijvenbetrekken.Jouw Ingebrachte MentorEen mooie ontwikkeling in het kader van het meer gebruik makenvan het eigen netwerk of de informele steunfiguur, is dat ermomenteel 1.000 professionals zijn opgeleid in de Jouw IngebrachteMentor (JIM)-aanpak. Er zijn 16 jeugdhulporganisaties aangeslotenbij de JIMpact.5Dit vraagt een stevige hervorming van het stelsel, maar bovenal eentransformatie in denken over jeugdzorg en anders handelen.Maatschappelijke dialoog – anders denken en doenAls 1 op bijna 8 jeugdigen een vorm van jeugdhulp ontvangt, dan is er ietsaan de hand in onze samenleving. Dat kunnen en mogen we niet als eennormaal gegeven beschouwen. Hoe voorkomen we dat zo’n groot beroepwordt gedaan op jeugdhulp? In welke gevallen accepteren we datbepaalde situaties en problemen bij het leven horen en wanneer niet?Daarover gaat de maatschappelijke dialoog die we breed willen voeren.Wij zetten in op brede bewustwording, agendering en prioritering, en eenduidelijk handelingsperspectief voor alle relevante partijen in deleefwereld van jongeren. Dat betreft naast henzelf ouders, hun netwerk,professionals, scholen, gemeenten en Rijk. Het is nodig op een anderemanier naar jeugdigen en de interventies die we plegen te kijken, want ishet nodig om op al het gedrag dat net een beetje anders is een (medisch)label te plakken en daarvoor een individuele interventie in te zetten waarinde gezinssituatie soms onvoldoende is meegenomen? Of kunnen we inplaats daarvan zorgen dat iedereen kan blijven meedoen en ruimte biedenvoor verschillen? Niet alle hulpvragen van jeugdigen of ouders hoevenmet jeugdhulp beantwoord te worden, maar er moet wel een alternatiefantwoord vanuit de samenleving beschikbaar zijn. Dit kan ook betekenenwe moeten leren te accepteren dat bepaalde situaties en problemen bijhet leven horen. Dit antwoord dienen we met elkaar, vanuit verschillendeinvalshoeken, verder vorm te geven.Onze ambtsvoorgangers zijn al in gesprek gegaan met jeugdigen, ouders,professionals en andere belanghebbenden. Wij willen deze dialoog breed5De JIMpact is gestart met negen organisaties uit de jeugdzorg: Enver, Levvel, entrealindenhout, iHUB, Via Jeugd, Wij Groningen, Youké, Sterk Huis en Jarabee. In de looptijd vanhet programma zijn o.a. de volgende organisaties aangehaakt: Amarant, Novadic Kentron,YAM, Mutsaersstichting, JB-Amsterdam, Reggedok en BIJ Ons. De bedoeling is dat ereind 2025 ca. 3.000 professionals zijn opgeleid om te werken met de JIM aanpak, zodat dezeaanpak nog meer landelijk beschikbaar komt voor een grote groep jongeren die te makenkrijgen met jeugdzorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10314 verder voeren. Gevoed met wetenschappelijke inzichten en breedgedragen verhalen en ervaringen vanuit gemeenten die deze dialogen allokaal zijn gestart. De aanpak bestaat uit drie sporen:1.Jeugdigen, hun ouders en hun omgeving – een open gesprek metjeugdigen en hun omgeving over de achterliggende oorzaken vantoegenomen mentale druk en problematiek, het ophalen van mogelijkeoplossingen en deze zichtbaar maken, goede voorbeelden delen enhandelingsperspectief bieden. Dit sluit aan bij de «Aanpak mentalegezondheid van ons allemaal» (zie bijlage 1).2.Professionals – ophalen waar zij tegenaan lopen, goede voorbeeldendelen en handelingsperspectief bieden.3.Overheid – eerlijke boodschap over waarvoor je wel een beroep op deoverheid kunt doen en waarvoor niet. Daarbij zal in het gesprek metbestuurders de nadruk liggen op de beoogde lokale transitie. Richtinginwoners zal de nadruk liggen op bewustwording en de zienswijzevanuit de overheid hierop.Verkenning afbakening jeugdhulpplichtHoever reikt de plicht van de gemeente jeugdhulp te bieden? En welkejeugdhulp dan? In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd zijnafspraken gemaakt over het thema reikwijdte. Deze vormen deels deinhoud van een wetsvoorstel (zie volgende paragraaf). Vooruitlopend opdat wetsvoorstel is een verkenning uitgevoerd naar juridische mogelijk-heden binnen de huidige Jeugdwet voor afbakening van deze jeugdhulp-plicht door gemeenten, met name aan de kant van het aanbod. De huidigeJeugdwet kent mogelijkheden voor gemeenten de reikwijdte af tebakenen. Gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben aanhandvatten om dit goed te kunnen doen. Daarom is een verkenninguitgevoerd die als bijlage bij deze brief is gevoegd. De verkenning bevatgeen uitspraken over de transformatie van de jeugdhulp of mogelijkeaanpassing in de toeleiding naar jeugdhulp, wel geeft de verkenning eenafwegingskader voor gemeenten om binnen de huidige Jeugdwet keuzeste maken in de reikwijdte van jeugdhulp. De resultaten van dezeverkenning zijn meegenomen bij het opstellen van de modelverordeningJeugdhulp van de VNG die in november wordt gepubliceerd.Wetsvoorstel ReikwijdteEr is een wetsvoorstel in voorbereiding om de reikwijdte van de jeugd-hulpplicht aan te passen: wanneer kun je wel of geen beroep doen opjeugdzorg. Het beoogt de op pagina 2 van deze brief genoemde uitgangs-punten te verankeren in wet- en regelgeving. Het wetsvoorstel zal ondermeer de volgende elementen bevatten:−De verantwoordelijkheid van gemeenten met betrekking tot hetversterken van de sociale en pedagogische basis en de inzet oppreventie wordt benadrukt. Dit moeten gemeenten doen op basis vaneen met het veld op te stellen visie.−De taken van de stevige lokale teams – die integraal kijken, ook over degrenzen van jeugdhulp heen (schuldhulpverlening, in verbinding metscholen en onderwijs, etc.) – worden wettelijk verankerd.6 We kijkendaarbij ook hoe een consultatiefunctie met de specialisten vanuit detweede en derde lijn kan worden verankerd in de wet.−Een onderscheid tussen een algemene voorziening en een maatwerk-voorziening, waarbij het de bedoeling is dat meer hulpvragen worden6Het kunnen uitvoeren van een integrale aanpak bij meervoudige problematiek wordt geregeldin het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Kamerstukken II2022/23 36 295, nr. 2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10315 beantwoord met een algemene voorziening (zo veel mogelijkgroepsgewijs).−Een beschrijving hoe de toeleiding naar maatwerkvoorzieningen eruitgaat zien. De rol van de verschillende verwijzers zoals huisarts enlokaal team wordt nader bekeken.Dit ontwerp wetsvoorstel kan naar verwachting in de zomer van 2025 inconsultatie gaan. Op dit moment worden verschillende vraagstukkenuitgewerkt, zoals:−Is het wenselijk en helpend om een minimumniveau voor algemenevoorzieningen op te nemen in de Jeugdwet om een opwaarts effect tevoorkomen?−Op welke manier borgen we de rechtsbescherming op een goedemanier wanneer een groot deel van de voorzieningen vrij toegankelijkwordt?Versterken van de lokale teamsHet lokale team speelt een belangrijke rol bij de hervorming van hetjeugdhulpstelsel. We zien in het land diverse voorbeelden van stevige(integrale) lokale teams, zoals in Amsterdam, Delft, Deventer, Groningen,Nijmegen, Oudewater/Montfoort, Sliedrecht, Utrecht, Woudenberg enZwolle. Het doel is dat alle gemeenten gaan werken met stevige multidis-ciplinaire lokale teams voor jeugdhulp en Wmo die zelf ook hulp leveren.Een stevig lokaal teamIn de gemeente Woudenberg kijkt het lokale team (de Kleine Schans)goed naar of en zo ja, welke hulp echt nodig is vanuit een integraleblik (jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen,sociale basis, etc.). Het lokale team biedt zoveel mogelijk zelf (ingroepsvorm) hulp, maar verwijst door wanneer dit nodig is. In dewerkwijze stimuleren de professionals van de Kleine Schansinwoners om mensen uit hun eigen omgeving deelgenoot te makenvan wat er speelt. Ze zoeken naar de kortste weg, zodat mensenzichzelf weer kunnen redden en zelf regie kunnen pakken.Om gemeenten te ondersteunen heeft de VNG eerder dit jaar hetrichtinggevend kader voor toegang, lokale teams en integrale dienstver-lening in het sociaal domein vastgesteld.7 In opvolging van dit kaderwerkt de VNG aan:−Het convenant stevige lokale teams, waarbij de betrokken partijenvastleggen wat ze van elkaar mogen verwachten als het gaat omontwikkelingen rondom lokale teams. De ondertekening van ditconvenant wordt rond de zomer van 2025 verwacht;−Een Verkenningsinstrument Toegang (VIT) zodat gemeenten zelfkunnen zien waar ze staan t.o.v. dit kader en welk ondersteuningsaan-bod beschikbaar is.De ontwikkeling van stevige lokale teams ondersteunen we met deHervormingsagenda Jeugd op verschillende manieren:−Het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd (OZJ) geeft voorlichtingen/of advies, ontwikkelt werkpakketten en levert waar nodig ookcoachtrajecten. Inmiddels zijn gesprekken gevoerd met 36 individuelegemeenten en hebben 18 daarvan aangegeven zelfstandig verder tekunnen met behulp van de werkpakketten. Verder zijn 14 coachtrajec-ten gestart of in voorbereiding. De verwachting is dat de komende7https://vng.nl/nieuws/richtinggevend-kader-voor-toegang-sociaal-domein-vastgesteldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10316 periode een fors aantal extra gemeenten zich aanmeldt voor dezeondersteuning.−De Associatie Wijkteams organiseert leernetwerken voor professionalsin lokale teams op thema’s zoals veiligheid en de sociale basis.−O.a. via het samenwerkingsplatform Sociaal Domein zetten we in ophet delen van kennis en inzichten van gemeenten.Vanuit het Toekomstscenario kind – en gezinsbescherming wordt deHandreiking veiligheid ontwikkeld. Vanuit dit programma wordt gewerktaan de beweging van sterke lokale teams en een regionaal veilig-heidsteam.Integrale aanpakJeugdhulp is effectiever of soms niet nodig wanneer er samenhang is methulp en ondersteuning aan ouders op andere levensgebieden. Een aantalvraagstukken vraagt om een specifieke benadering:−VWS gaat in samenwerking met SZW, JenV, OCW en BZK werken aan(het samenbrengen van) beleid dat de situatie van gezinnen in eenkwetsbare positie verbetert om kinderarmoede tegen te gaan.−Om jeugdigen en hun ouders integraal te kunnen ondersteunen is eendomein overstijgende samenwerking essentieel. De VNG biedtgemeenten eind 2024 een ondersteuningsaanbod aan voor het werkenmet de doorbraakmethode.−Het is belangrijk om jongeren te ondersteunen in de overgang naarvolwassenheid vanuit de jeugdhulp. Het OZJ biedt gemeenten enregio’s vanuit de landelijke aanpak 16–27 ondersteuning gericht op alleterreinen van de big five.8 Dit doen ze o.a. via intensieve ondersteu-ningstrajecten (Rotterdam, Smallingerland, Eindhoven), laagdrempe-lige consultatie- en adviesfunctie, kennissessies en webinars viao.a. het landelijk gemeentelijk netwerk 16–27.9 Deze aanpak isvoornamelijk gericht op de residentiële jeugdhulp.−Om zorg en ondersteuning voor jeugdigen (en hun ouders) met eenlevenslange en levensbrede ondersteunings- en zorgvraag te verbete-ren loopt er het volgende:CHet NJi en Kenniscentrum LVB brengen momenteel in kaart welkekennis beschikbaar is. Dit overzicht leveren zij eind van dit jaar op;CNJi en Kenniscentrum LVB gaan actieonderzoek uitvoeren om inkaart te brengen hoe gemeenten kunnen worden ondersteund inhet bieden en organiseren van deze ondersteuning en zorg. Weverwachten de resultaten in de zomer van 2025;CDaarnaast ontwikkelen Nji en het Kenniscentrum LVB een toe-komstgericht perspectiefplan. We verwachten de resultaten in dezomer van 2025.COok blijven we werken aan verdere implementatie van hetVN-verdrag handicap, ook naar aanleiding van de «concludingobservations» van het VN-comité. Hierbij betrekken we jeugdigen,ouders, ervaringsdeskundigen en hun vertegenwoordigendeorganisaties in het ontwikkelen, uitvoeren en monitoren van beleid.Beschikbare en kwalitatief goede specialistische jeugdhulpHet streven is dat door de druk op de jeugdhulp te verminderen metbovenstaande maatregelen, er meer ruimte is voor hulp aan jeugdigen engezinnen met meer complexe hulpvragen. Voor deze jeugdigen enouders/verzorgers moet tijdige en passende hulp beschikbaar zijn die zogoed mogelijk aansluit bij hun eigen leefwereld. In dat kader nemen weeen groot aantal maatregelen.8https://www.nji.nl/van-jeugd-naar-volwassenheid/jongeren-ondersteunen-bij-hun-Big-59https://platform-sociaaldomein.nl/onderwerpen/jeugd/integrale-aanpak-voor-jongerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10317 a. Zorg is passend en effectief Beroepsverenigingen, opleidingen en jeugdhulporganisaties werken in depraktijk voortdurend aan het verbeteren van kwaliteit van de jeugdhulp.Het is daarnaast belangrijk professionals te faciliteren bestaande kennistoe te passen in de praktijk, in een lerende omgeving. Onze ambitie is datin 2028:−De jeugdhulp kan bouwen op een stevige gezamenlijke structuur encultuur waarin voortdurend leren en veranderen vanzelfsprekend is;−Van een substantieel deel van de jeugdhulp is vastgesteld wat helpt endat dit in de praktijk wordt toegepast en dat hetgeen aantoonbaar nietwerkt, niet meer wordt toegepast10;−Voor belangrijke delen van de jeugdhulp kwaliteitskaders bestaan.In de Hervormingsagenda Jeugd zijn daarom afspraken gemaakt omkwaliteit van de jeugdzorg te verbeteren en kennis over kwaliteit eneffectiviteit in de praktijk beter toe te passen, rekening houdend met decontext, de leefwereld van een gezin en wijk, gemeente of regio. Daartoeis de werkorganisatie Kennis en Blijvend Leren (KBL) van en voorprofessionals opgezet. In die werkorganisatie werken inhoudsdeskun-digen vanuit het perspectief van jongeren en ouders, professionals,organisaties, gemeenten, kennis, onderzoek en innovatie met elkaarsamen.De werkorganisatie heeft de afgelopen periode een analyse op bestaandekwaliteitsstandaarden uitgevoerd (richtlijnen, zorgstandaarden, generiekemodules en kwaliteitskaders) en zet met partners vervolgstappen omdaarin tot samenhang en gezamenlijkheid te komen. Daarnaast verkentKBL met het werkveld en bestaande bewegingen, programma’s ennetwerken wat nodig is de komende jaren, wat al gaande is op het vlakvan leren en kwaliteit en hoe dit versterkt kan worden. Op basis van dieverkenning komt KBL eind 2024 met een Leeragenda waarin isopgenomen waar het veld de komende tijd aan gaat werken voor deverbetering van kwaliteit en blijvend leren.b. Organisatie en inkoop van de specialistische jeugdzorg wordtverbeterd Om te zorgen dat (hoog)specialistische jeugdzorg voor de meestkwetsbare jeugdigen en gezinnen tijdig beschikbaar en passend is, is in deHervormingsagenda Jeugd afgesproken dat we deze op regionaal enlandelijk niveau gaan inkopen. Daarom werken wij onverminderd dooraan de benodigde wet- en regelgeving.−Het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, dat op25 april jl. bij uw Kamer is ingediend, is een belangrijke stap terinvulling van deze afspraken. Hiermee beoogt de regering knelpuntenweg te nemen die het gevolg zijn van het gebrek aan (robuuste)regionale samenwerking en contractering. Het wetsvoorstel voorzietin:CEen verplichting voor gemeenten om specialistische jeugdzorgregionaal in te kopen;CHarmonisering van de administratieve processen bij de inkoop vandeze specialistische jeugdzorg zodat de administratieve lasten voorjeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verminderen;CVerplichtingen over de bestuursstructuur en financiële bedrijfsvoe-ring voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;CHet regelen van onderzoekstaken voor de Nederlandse Zorgautori-teit (NZa) op het terrein van de Jeugdwet. Deze onderzoekstakenbeogen de beschikbaarheid van jeugdzorg beter in beeld te krijgen10Dit geldt in elk geval als het in het gedwongen kader wordt ingezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10318 en risico’s voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorgsneller te signaleren. Daarnaast zal de NZa toezicht houden op deverplichtingen ten aanzien van de financiële bedrijfsvoering vanjeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.De eerstvolgende stap is de nota naar aanleiding van het verslag bij ditwetsvoorstel waarin de door uw Kamer gestelde vragen beantwoordworden. We streven ernaar deze uiterlijk voor het kerstreces naar uwKamer te zenden.−In het ontwerpbesluit Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (hierna:het ontwerpbesluit) is de regio-indeling vastgelegd en zijn de vormenvan jeugdhulp aangewezen die – net als kinderbeschermingsmaatrege-len en jeugdreclassering – minimaal regionaal moeten wordeningekocht. Het ontwerpbesluit is tijdens de zomer van 2024 terinternetconsultatie voorgelegd. Daarnaast zijn de IGJ, JenV, VNG enNZa gevraagd de uitvoerbaarheid van dit ontwerpbesluit te toetsen.Deze uitvoeringstoetsen en de resultaten van de internetconsultatieworden momenteel verwerkt waarna wij het ontwerpbesluit bij uwKamer en de Eerste Kamer voorhangen. We streven ernaar ditontwerpbesluit parallel aan de beantwoording van de schriftelijkevragen bij het wetsvoorstel voor het Kerstreces aan uw Kamer testuren. Nadien zal het ontwerpbesluit ter advisering worden voor-gelegd aan de Raad van State.De portefeuillehouders Jeugd van alle regio’s zijn voorafgaand aan deinternetconsultatie van het ontwerpbesluit geïnformeerd over devoorgenomen nieuwe regio-indeling en de gevolgen van het wetsvoorstelvoor de regionale samenwerking. We zien dat diverse regio’s inmiddelswerken aan het versterken en formaliseren van hun regionale samen-werking. Met een aantal regio’s voeren wij in het najaar vervolgge-sprekken over de verdere versterking van hun bestuurlijke en organisato-rische slagkracht die nodig is om daadwerkelijk een cruciale rol te kunnenspelen in het bevorderen van de beschikbaarheid van specialistischejeugdzorg.Duurzame samenwerkingDe zeven Gelderse jeugdregio’s werken als G7 bovenregionaalsamen met aanbieders en andere betrokkenen aan duurzametransformatie van de Gelderse jeugdhulp. Op basis van eengezamenlijke visie organiseren deze regio’s met elkaar het opdracht-geverschap voor een aantal «essentiële functies» om de beschik-baarheid en bereikbaarheid van hoog specialistische jeugdhulp teverbeteren en zo kwetsbare jeugdigen en gezinnen in Gelderland optijd passende hulp te bieden. Vanaf 1 januari 2025 wordt de hoogspecialistische jeugdhulp in heel Gelderland geboden door eensamenwerkingsverband. De bedoeling hiervan is dat er geen kindmeer tussen wal en schip valt. Als één van de aanbieders de zorgniet alleen kan leveren, werken de aanbieders samen om het kind enhet gezin toch te helpen. Kinderen krijgen integrale zorg en die zorgis zo thuis mogelijk. Ook willen zij sneller passende zorg biedenwaardoor er minder beroep nodig is op de hoog specialistische zorg.Dit zal naar verwachting ook leiden tot het terugbrengen van hetaantal gesloten plaatsingen.Het proces voor invulling van de landelijke inkoop is onder regie van deVNG ingezet. Dit geldt ook voor de invulling van de afspraken over regieop bovenregionale transformatievraagstukken en het traject rondom hetvoorkomen van residentiële jeugdhulp. Er is een onderzoek gestart naarde doorontwikkeling van de landelijke inkoop waarin ook de invulling vande zorglandschapstafel voor 2024 wordt meegenomen. Dit onderzoek isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 10319 naar verwachting eind 2024 gereed. Besluitvorming over de landelijk in tekopen zorgvormen is voorzien in de Algemene Leden Vergadering van deVNG in het voorjaar van 2025.Wetsvoorstellen versterken elkaarHet streven is dat de stevige lokale teams op termijn een groot deel vande jeugdhulpvragen beantwoorden door zelf hulp te bieden, breed deverbinding te zoeken met de sociale basis, schuldhulpverlening, onderwijsen andere domeinen, zodat een integraal hulpaanbod ontstaat. Dit maaktonderdeel uit van het wetsvoorstel tot aanpassing van de reikwijdte vande jeugdhulpplicht in de Jeugdwet. In die gevallen waarin hulp vanuit hetlokale team ontoereikend is én een maatwerkvoorziening nodig is, moetvoldoende aanbod van specialistische jeugdhulp beschikbaar zijn. Hetwetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg beoogt knelpuntenweg te nemen bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. Een bepaaldaantal vormen van zorg zal minimaal ingekocht moeten worden opregionaal niveau om de beschikbaarheid van deze specialistischejeugdzorg te garanderen. Ook zal specialistische hulp zoveel mogelijkmoeten aansluiten bij de context en leefwereld van het kind en gezin.Hiermee versterken beide wetsvoorstellen elkaar. We laten deze wetsvoor-stellen goed op elkaar aansluiten, maar ze lopen hun eigen traject enkunnen los van elkaar behandeld worden om vertraging in de uitvoeringte voorkomen.c. Forse vermindering van de administratieve lasten – meer tijd voorjeugdzorg Het streven van dit kabinet is om de administratieve lasten fors teverminderen. Dit doen wij door in te zetten op twee onderdelen, die ookzijn beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd:−Opstellen van landelijke standaarden voor contracteren, registreren,declareren en verantwoorden van specialistische jeugdzorg;−Harmonisatie en standaardisatie van de administratieve processen bijde verplichte regionale samenwerking.In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat er landelijkestandaarden komen voor het contracteren, registreren, declareren enverantwoorden van de jeugdzorgvormen die ten minste op regionaalniveau worden gecontracteerd of gesubsidieerd. Om dit mogelijk temaken werken wij momenteel aan:−Een uniforme set aan begrippen en een gelimiteerde set aan produc-ten;−Die worden vertaald in onder meer één productcodelijst, een gelimi-teerde set aan registratie- en declaratieregels en een controleprotocol;−Deze standaarden worden vervolgens vertaald naar de ICT-systemendie nu worden gebruikt;−Een belangrijke wijziging ten opzichte van nu is dat de standaardenformeel worden vastgesteld en centraal worden onderhouden.Dit zorgt ervoor dat jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingendeze zorg maar op één manier hoeven te registreren, declareren enverantwoorden. Dit leidt tot een verlaging van de regeldruk én zorgtgelijktijdig voor een beter (landelijk) inzicht in de beschikbare data, zoalsbijvoorbeeld wachttijden. Ook zullen professionals hierdoor minder tijdkwijt zijn aan administratieve lasten, doordat het aantal eisen vanuitgemeenten, jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen zalafnemen.Het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg bevat deverplichting voor gemeenten om de Jeugdregio verantwoordelijk teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103110 maken voor de contractering of subsidiering van verschillende specialis-tische jeugdhulpvormen en gecertificeerde instellingen. Ook wordt deJeugdregio verantwoordelijk voor – bij ministeriële regeling te bepalen –administratieve processen. Dit levert een vermindering van lasten enregeldruk op, doordat:−Individuele gemeenten deze werkzaamheden niet meer zelf hoeven uitte voeren;−Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen met minderpartijen gesprekken voeren over af te sluiten contracten en deuitvoering van de in het contract gemaakte afspraken;−De contracten die de Jeugdregio ten behoeve van de gemeenten in deregio sluiten géén andersluidende voorwaarden per gemeentebevatten. Een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling heeftdus nog maar met één set voorwaarden te maken voor alle gemeentenin een regio;−Er stabiele en duurzame samenwerkingsrelaties tussen gemeenten inde regio ontstaan én de mogelijkheid ontstaat om duurzame samen-werkingsrelaties aan te gaan met jeugdhulpaanbieders en gecertifi-ceerde instellingen.Onderzoeken open house en taakgerichte inkoopGemeenten hebben onder meer als taak om voldoende kwalitatief goedejeugdzorg in te kopen en daarbij aanbieders te selecteren die in staat zijndit te bieden. Gemeenten kunnen dit op verschillende manieren doen,bijvoorbeeld via aanbesteden, een open house constructie en subsidies.Recent is een onderzoek opgeleverd waarin uitvoerig onderzocht is welkeinvloed de open house methode heeft op onder meer de kwaliteit,betaalbaarheid en toegankelijkheid van de jeugdzorg. Dit onderzoek treft uals bijlage bij deze brief aan. Conclusie is dat het belangrijk is datgemeenten weten hoe ze aan de voorkant duidelijke voorwaarden kunnenstellen aan jeugdzorgaanbieders. Verder blijkt uit het onderzoek dat deinkoopmethode open house zelf niet de oorzaak is van problemen alsexcessieve winsten of een groot aantal aanbieders zoals we soms in depraktijk zien. Gezien deze conclusie zullen wij inzetten op het onder-steunen van gemeenten bij het maken van een keuze voor een inkoopme-thode en het goed toepassen hiervan.Daarnaast is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de merites vande taakgerichte uitvoeringsvariant, waarbij gemeenten afspraken metjeugdzorg-aanbieders maken voor het uitvoeren van jeugdzorg voor eengehele populatie of een gebied. Een soortgelijk onderzoek is gedaan voorde Wmo 2015. De uitkomsten van beide onderzoeken zijn gelijkluidend.Ook deze onderzoeken treft u als bijlagen bij deze brief aan. Anders danbij de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant wordt bij de taakgerichteuitvoeringsvariant op een hoger abstractieniveau gecontracteerd,gedeclareerd en verantwoord. Dit vraagt om vertrouwen tussen degemeente en de jeugdzorgaanbieder. Uit het verkennend onderzoek blijktdat gemeenten het lastig vinden om een uitvoeringsvariant te kiezen dieaansluit bij de visie van de gemeente. Daarom zetten wij in op hetondersteunen van gemeenten bij de keuze voor een uitvoeringsvariant enhet goed toepassen hiervan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103111 d. Transformatie gesloten jeugdhulp11 Jeugdigen met complexe problemen die veiligheid en bescherming nodighebben verdienen passende hulp. Dat vraagt om een transformatie van degesloten jeugdhulp: de af- en ombouw van de huidige gesloten jeugdhulpen de opbouw van alternatieven. Dat is meer dan een vastgoedtransitie.Het gaat om betere en liefdevolle zorg voor jeugdigen die een intensievezorgbehoefte hebben. Tegelijk moeten we de ogen niet sluiten voor hetfeit dat het soms nodig is dat medewerkers vrijheden van jeugdigenbeperken bijvoorbeeld indien jeugdigen tegen zichzelf beschermd moetenworden. Dat zijn bijvoorbeeld situaties waarin vrijheidsbeperkendemaatregelen noodzakelijk kunnen zijn, zoals dreiging van automutilatie ofsuïcide, gevaar of onveiligheid uitgaande van zogeheten «loverboys» ofgevaar vanwege verslavingsproblematiek. Vrijheidsbeperking mogen zedoen bij jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdhulp. Hierbij is hetuitgangspunt «nee, tenzij.» Hieronder beschrijven we de stand van zakenvan de transformatie van de gesloten jeugdhulp en gaan daarbij specifiekin op het erkenningstraject ZIKOS.Het aantal unieke plaatsingen in de gesloten jeugdhulp is in het eerste halfjaar van 2024 verder gedaald.12 Uit de meest recente monitor Jeugd-zorgPlus van de Jeugdautoriteit blijkt dat de capaciteit en de bezettings-graad van de instellingen voor gesloten jeugdhulp stabiel blijven.13 Datlaatste is te verklaren door het feit dat jongeren die in de eerste helft van2024 uitgestroomd zijn, langer in de gesloten jeugdhulp verblevenvergeleken met dezelfde periode in 2023.De Jeugdautoriteit ziet ook een stijging van het aantal hybride voorzie-ningen. Dit zijn voor gesloten jeugdhulp geregistreerde accommodatieswaar jeugdigen met en zonder machtiging gesloten jeugdhulp verblijven.Ook ziet de Jeugdautoriteit bij de voor gesloten jeugdhulp geregistreerdeaanbieders een forse stijging van plaatsingen met 24-uurs begeleiding(1:1) als alternatief voor een plaatsing in een accommodatie voor geslotenjeugdhulp.Met deze brief heeft u het Eindrapport Af- en ombouw JeugdzorgPlus vande Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ontvangen. Daarmee heeftde IGJ haar in 2023 begonnen toezicht op de af- en ombouw van degesloten jeugdhulp afgerond. De belangrijkste bevindingen zijn:1.Het lukt nog onvoldoende tijdig een «verklarende analyse» op testellen op basis waarvan een jeugdige in de context van zijn/haar gezineerder passende hulp krijgen en een (gesloten) plaatsing voorkomenwordt.2.De kwaliteit van hulp binnen de gesloten jeugdhulp is niet op orde enonvoldoende passend. Er zijn wel verbeteringen op aspecten waaropaanbieders zelf invloed hebben. Dat ziet de IGJ niet op aspecten waarde aanbieders afhankelijk zijn van ketenpartners of gemeenten.3.Buiten de gesloten jeugdhulp is onvoldoende passende hulp beschik-baar voor jeugdigen met een complexe problematiek.4.De samenwerking tussen aanbieders van jeugd- en opvoedhulp,jeugd-ggz, jeugd-LVB, forensische zorg en verslavingszorg moet beter.5.Het decentrale stelsel is niet helpend in de besluitvorming over af- enombouw en de opbouw van alternatieven.Deze bevindingen van de IGJ zijn herkenbaar. Ze tonen dat de verdere af-en ombouw van gesloten jeugdhulp en de opbouw van passende11In deze brief gebruiken wij de wettelijke term gesloten jeugdhulp tenzij in titels vandocumenten de term JeugdzorgPlus staat.12Factsheet plaatsingsgegevens 2024-I, Jeugdzorg Nederland.13Monitor JeugdzorgPlus peildatum 30 juni 2024 van de Jeugdautoriteit (bijlage bij deze brief).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103112 alternatieven, zoals de IGJ schrijft, slagkracht vragen. Tegelijkertijd iszorgvuldigheid vereist omdat het gaat om kwetsbare jeugdigen metcomplexe problemen die veiligheid en bescherming nodig hebben. Dealternatieve vormen van zorg en huisvesting zijn nog in ontwikkeling enhet kost tijd die vormen te vinden die passend zijn voor deze jeugdigen.Ook moet goed gekeken worden naar de financiële en maatschappelijkegevolgen van de transformatie van de gesloten jeugdhulp.Een groot deel van de knelpunten die ook de IGJ nu naar voren brengt inhet eindrapport, was de aanleiding te komen tot hernieuwde bestuurlijkeafspraken tussen Rijk, gemeenten en aanbieders (afgesloten in juni 2024).Voor de uitvoering van die afspraken komt een landelijk programma ompartijen die betrokken zijn bij deze transformatie te ondersteunen in de af-en ombouw van de gesloten jeugdhulp en de opbouw van passendealternatieven. Hieronder gaan wij nader in op bovenstaande bevindingenvan de IGJ.1. Verklarende analyse Eén van de bestuurlijke afspraken is dat altijd een gedeelde verklarendeanalyse is opgesteld indien sprake is van een gesloten plaatsing: samenmet de jongere en de omgeving verklaren welk oorzaken aan hunproblemen ten grondslag liggen en blijven om daarna te bepalen watnodig is. Een gedeelde verklarende analyse draagt er ook aan bij dat hetaantal spoedplaatsingen omlaag gaat. In veel landsdelen is hier reedsdoor de Bovenregionale Expertisenetwerken ingezet op trainingen vanprofessionals en ondersteuning van partijen om tot een goede verkla-rende analyse te komen. Het bovengenoemde ondersteuningsprogrammagaat dit jaar met de verwijzers, de Bovenregionale Expertisenetwerken(BEN’s), Regionale expertteam (RET’s) en de opleidingsinstituten ingesprek over wat nodig is om steeds meer professionals op te leiden inhet opstellen van de verklarende analyse. Ook worden afspraken gemaaktover wie de verklarende analyse gaan opstellen en hoe de samenwerkingmet de aanbieders eruit gaat zien.2. Kwaliteit van hulp binnen gesloten jeugdhulp De IGJ ziet dat op onderdelen de kwaliteit verbeterd is:−de aanpak van wachtlijsten;−het niet meer standaard insluiten van jeugdigen op hun kamer;−het verwijderen van generieke afspraken in de huisregels die vrijheids-beperkend zijn.Dit zijn vooral onderdelen die de aanbieders zelf kunnen verbeteren. Waarandere partijen nodig zijn slagen zij er nog niet in de noodzakelijkeverbeteringen op te pakken, aldus de IGJ. Dat is inderdaad het geval bijketenpartners als het gaat om de aansluiting van de hulp met hetonderwijs of het organiseren van vervolghulp. En bij de opdrachtgeversals het gaat om het organiseren van de juiste randvoorwaarden, zoalsfinanciële zekerheid en zekerheid over het voortbestaan van de locatie.Ook op deze punten zijn in juni jl. bestuurlijke afspraken gemaakt. Debestuurlijk aanjager monitort deze afspraken en spoort waar nodigpartijen aan de afspraken na te komen. De bestuurlijk aanjager hebben wijgevraagd daarop actief toe te zien.In 2024 zijn de wijzigingen van de Jeugdwet in werking getreden die totdoel hebben de rechtspositie van jeugdigen in de gesloten jeugdhulp teverbeteren en de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen te vermin-deren. Dat zijn hele belangrijke doelstellingen. Tegelijk zien we datmedewerkers tegen knelpunten aanlopen bij de implementatie van dewetswijzigingen. De IGJ constateert dan ook dat het de aanbieders nogniet lukt deze wijzigingen op alle punten na te komen. Wij delen deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103113 mening van de IGJ dat normafwijking niet langer mag voortduren, ook alomdat de instellingen mede op basis van hun eigen veldnormenvoldoende tijd hebben gehad zich op deze wijzigingen van de Jeugdwetvoor te bereiden. Echter, over één knelpunt willen wij met de aanbiedersen de IGJ in gesprek gaan. Het betreft insluitingen op de eigen kamer dieniet meer zijn toegestaan. Hoewel de aanbieders ook in de eigenveldnormen hebben opgenomen dat insluiting in de eigen kamer niet istoegestaan, laat de praktijk zien dat sommige instellingen incidenteeljeugdigen insluiten op hun kamer omdat anders juist zeer onveiligesituaties zouden ontstaan. Dit is het geval bij noodsituaties of seksueelgrensoverschrijdend gedrag tussen de jeugdigen in de instelling. Wij gaanin gesprek met de aanbieders en de IGJ hoe hiermee om te gaan en tezorgen voor een veilige omgeving in de instellingen voor zowel dejeugdigen als de medewerkers.3. Hulp buiten gesloten jeugdhulp voor complexe problematiek De IGJ constateert dat buiten de gesloten jeugdhulp onvoldoende goedeen passende hulp beschikbaar is voor jeugdigen met complexe proble-matiek. Dit heeft te maken met het feit dat aanbieders in de openjeugdhulp vrijheidsbeperkende maatregelen inzetten zonder dat ditwettelijk is toegestaan. Recent heeft u de beleidsreactie op het RSJ-adviesVrijheidsbeperkende maatregelen in de open residentiële jeugdhulpgekregen. De komende vier maanden vindt het maatschappelijk gesprekplaats over de dilemma’s die verbonden zijn aan het mogelijk maken vanvrijheidsbeperkende maatregelen in de open jeugdhulp. Daarna infor-meren wij u over de uitkomsten en ons definitieve standpunt op hetadvies.4 Samenwerking tussen aanbieders De oproep van de IGJ dat de samenwerking tussen aanbieders van jeugd-en opvoedhulp, jeugd-ggz, jeugd-LVB, forensische zorg en verslavingszorgbeter moet, onderschrijven wij volkomen. Want alleen als die samen-werking verbetert lukt de transformatie van de gesloten jeugdhulp.−Wij hebben de bestuurlijk aanjager gevraagd hier bij de uitvoering vande bestuurlijke afspraken prioriteit aan te geven. Want met deaanbieders gesloten jeugdhulp hebben we afgesproken dat zij actiefmet de hierboven genoemde collega-aanbieders gaan samenwerken.Wij verwachten van de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd(BGZJ), mede-voorbereider van de Hervormingsagenda Jeugd,leiderschap.−Er zijn al diverse voorbeelden van gemeenten en aanbieders die hierinstevige stappen zetten. Bijvoorbeeld een intensieve samenwerkingtussen een GGZ en gesloten jeugdhulpaanbieder door middel van eenuitwisseling van een psychiater. Of een aanbestedingstraject waarbijeen coalitie van aanbieders met verschillende expertise de taak krijgenom gezamenlijk hulp te bieden voor jongeren met complexe problema-tiek. De bestuurlijk aanjager gaat met de BGZJ in gesprek hoe dit ooklandelijk steviger kan worden vormgegeven.−Versterking van pleegzorg en andere gezinsgerichte en kleinschaligevormen van verblijf is gewenst om jeugdigen een passende ver-blijfsplek te bieden buiten de gesloten of grote, open residentiëlejeugdhulp. Het komende halfjaar willen we gebruiken om de transfor-matie van de gesloten jeugdhulp te verbreden naar de overigeresidentiële jeugdhulp.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103114 5. Af- en ombouw in decentraal stelsel Tot slot willen wij als stelselverantwoordelijken onze ogen niet sluitenvoor de uitdagingen die het decentrale stelsel geeft voor de transformatievan de gesloten jeugdhulp. Samen met VNG en Jeugdzorg Nederlandheeft het Rijk de landelijke regie verstevigd. Gedrieën zijn wij opdracht-gever van het uitvoeringsprogramma van de bestuurlijke afspraken.Onderdeel daarvan is dat in vervolg op de eerder uitgebrachte quick scanover de forensische doelgroep in de gesloten jeugdhulp een onderzoekstart om op onderdelen van de quick scan een verdiepingsslag te makenom te kunnen bepalen welk alternatief aanbod nodig is en hoe gezorgdkan worden voor de beschikbaarheid daarvan. Het onderzoek gaat o.a.over de kenmerken en cijfers van de doelgroep, en kenmerken enknelpunten in bestaande zorgvormen, waaronder de gesloten jeugdhulp.Voor deze doelgroep met vaak een complexe/specialistische zorgvraag isspecifieke aandacht nodig om te voorkomen dat deze jongeren incriminaliteit terechtkomen of daarin verder afglijden. Onder landelijkeregie komt er onder andere een landelijk af- en ombouwplan, een landelijkorgaan dat besluiten neemt en worden gemeenten en aanbiedersondersteund bij de transformatie.De transformatie heeft ingrijpende financiële gevolgen.−Wij zijn – conform de bestuurlijke afspraken van juni 2024 – bezig methet vormgeven van een regeling om de coördinerende gemeententegemoet te komen in de frictiekosten bij de af- en ombouw. Daarmeegeven wij tevens invulling aan de coalitie-afspraak om de geslotenjeugdhulp versneld af te bouwen. Deze SPUK is nog dit jaar voorgemeenten beschikbaar.−Daarnaast vindt onderzoek plaats naar de structurele toekomstigekosten van het alternatieve zorgaanbod voor de huidige doelgroep vande gesloten jeugdhulp. Dat is ingegeven door signalen dat dealternatieven voor gesloten jeugdhulp (mogelijk) duurder zijn dan dehuidige gesloten jeugdhulp. De eerste resultaten zijn naar verwachtingbegin 2025 beschikbaar. Na afronding van het onderzoek worden deresultaten in samenhang met de doelstellingen van de Hervormingsa-genda Jeugd bezien en besproken.−Als ontvangers van de uitkering voor de frictiekosten spelen decoördinerende gemeenten een cruciale rol in de transformatie. Zijhebben een coördinerende rol binnen hun landsdeel. VNG en Rijkonderzoeken de mogelijkheden voor het versterken van de bovenregi-onale samenwerking en afstemming waaronder positie (zoals hetorganiseren van mandaat) van coördinerende gemeente in delandsdelen. Dit gebeurt in samenhang met de opdracht die een grootaantal van deze coördinerende gemeenten hebben voor de organisatievan een bovenregionaal expertisenetwerk. Deze expertisenetwerkenhebben als missie om te voorkomen dat jeugdigen met complexehulpvragen tussen wal en schip vallen. Vanuit een onafhankelijkepositie ondersteunen ze de jeugdhulpregio’s en de regionale expert-teams om samen met jeugdigen, ouders, hulpverleners en gemeentenoplossingen te vinden.Erkenningstraject ZIKOSHet rapport «Eenzaam gesloten» van Jason Bhugwandass bevat indrin-gende getuigenissen van jongeren over hun verblijf op ZIKOS, bedoeldvoor jongeren van 12–18 jaar met complexe en meervoudige gedragspro-blemen in combinatie met acute psychiatrische crisis. Deze jongerengeven aan geen veiligheid en support te hebben gehad, waar zij het welnodig hadden. Dat raakt ons en dit nemen wij zeer serieus. Zoalstoegezegd informeren wij u in deze brief over de verdere uitwerking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103115 het traject van erkenning van het leed van jongeren die verbleven op tweeZIKOS-afdelingen.14 Wij willen daarbij allereerst benadrukken dat ditproces van erkenning tijd vraagt om tot een zorgvuldige afweging tekomen van de volgende stappen.De twee ZIKOS-afdelingen zijn inmiddels gesloten. Alle jongeren die erverbleven tijdens publicatie van het rapport zijn uitgestroomd naar eenpassende plek elders, met medewerking van het OndersteuningsteamZorg voor de Jeugd (OZJ). Onze voorgangers hebben een begin gemaaktmet een erkenningstraject voor jongeren die op deze afdelingen verblevenhebben. Wij gaan daar voortvarend mee verder.Zo heeft de Staatssecretaris JPS onder andere een bezoek gebracht aande locatie Pactum Zetten waar zich één van de ZIKOS-afdelingen bevond.Hier heeft hij gesproken met jongeren en professionals over het verblijf enwerken in de ZIKOS. Dit waren eerste indrukwekkende gesprekken en deintentie is om meerdere gesprekken te voeren met jongeren die binnenZIKOS en de gesloten jeugdhulp hebben verbleven.Eén van de aanbevelingen in het rapport «Eenzaam gesloten» was eenonderzoek naar hoe het komt dat niet eerder ingegrepen is. Dit bereidenwij nu voor en willen hier zo snel mogelijk mee starten. Tegelijkertijdvinden wij het belangrijk zorgvuldig onderzoek te laten doen. Een dergelijkonderzoek is omvangijker dan aanvankelijk voorzien en moet wordenaanbesteed. Daarom verwachten wij de resultaten van dit onderzoek pasin het najaar van volgend jaar, in tegenstelling tot de eerdere inschattingdie met u is gecommuniceerd.Ondertussen verkennen wij met jongeren die zich niet veilig hebbengevoeld op ZIKOS mogelijkheden support en ondersteuning te bieden,bijvoorbeeld in de vorm van praktische begeleiding bij vragen waarjongeren in het dagelijks leven tegen aan lopen en lotgenotencontact enactiviteiten. Dit moet resulteren in activiteiten die helpend zijn voorjongeren. Dit werken wij verder uit in samenwerking met jongeren, hetOZJ, stichting Het Vergeten Kind en de VNG.15Wij willen nogmaals benadrukken dat dit proces van erkenning tijd vraagtom tot een zorgvuldige afweging te komen van de volgende stappen.Hierbij betrekken we het leed van de jongeren, wat dat van ons vraagt enwelke conclusie de overheid daaraan verbindt. De moties-Dobbe (SP) enWesterveld (GL-PvdA) nemen wij daarin tevens mee.16, 17 Over de verdereuitwerking van dit traject informeren wij uw Kamer in de volgendevoortgangsbrief Jeugd.Reflectie IGJHet rapport «Eenzaam gesloten» was voor de IGJ aanleiding te reflecterenop het eigen toezicht op ZIKOS-afdelingen. Het heeft de IGJ ook nietonberoerd gelaten dat zij de bevindingen uit het rapport «Eenzaamgesloten» in het eigen toezicht niet heeft gezien. De resultaten van dezereflectie zijn met deze brief meegestuurd (zie bijlage). In deze reflectie isonder andere gekeken naar hoe de IGJ omgaat met signalen enmeldingen, zoals verzocht in de motie Synhaeve.18 De IGJ stelt in haarreflectie terecht dat de overheid als taak en verantwoordelijkheid heeft14Toezegging 11755.15Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1006.16Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1004.17Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1001.18Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1008.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103116 kwetsbare jeugdigen te beschermen. Het is verschrikkelijk dat juist dezekinderen zich tijdens hun verblijf op een ZIKOS-afdeling niet veilig hebbengevoeld en mogelijk trauma’s hebben opgelopen die impact hebben op derest van hun leven. De IGJ betreurt het zeer dat zij dit niet heeft gezien enmet haar toezicht niet tijdig heeft kunnen ingrijpen.De reflectie is aanleiding voor de IGJ het proces van melden doorjeugdigen bij het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) te verbeteren. Het LMZbehandelt elk signaal aan de hand van een aantal vaste criteria. Zo bekijkthet LMZ bijvoorbeeld:−of het gaat om een situatie die duidt op een mogelijke misstand;−een ernstige bedreiging is of kan betekenen voor de veiligheid van dejeugdige;−of het signaal gaat over een situatie die een jeugdhulpaanbieder zelfbij de IGJ had moeten melden.Sinds 2023 legt de IGJ vast wanneer een jeugdige zelf contact opneemtom dit beter te kunnen monitoren. Op het moment dat een jeugdige nucontact opneemt met het LMZ, wordt binnen 48 uur contact gezocht metde jeugdige. Wanneer een klacht de gesloten jeugdhulp betreft, stemt hetLMZ deze vanaf nu altijd af met de betrokken inspecteurs. Dit draagt bijaan een zorgvuldigere beoordeling van de (samenhang tussen) signalenen meldingen over een jeugdhulpaanbieder. Iedere melding kan eenonderdeel zijn van een patroon. De IGJ beoordeelt alle signalen enmeldingen, en maakt daarin afwegingen welke vervolgstappen te nemen.Een negeerverbod, zoals geopperd in bovengenoemde motie Synhaeve, isdaarom niet aan de orde.19In gesprekken met jeugdigen vraagt het LMZ hen voortaan actief of ersignalen zijn over structurele onveiligheid bij jeugdhulpaanbieders. De IGJonderzoekt hoe ze anonieme meldingen beter kan gebruiken in hettoezicht. Ook geeft de IGJ vervolg aan de Jongerencampagne waarmee zevia sociale media ervaringen van jeugdigen over de jeugdhulp ophaalt. DeIGJ wil in het toezicht ook de ervaringsdeskundigheid benutten vanjeugdigen die recent op een gesloten accommodatie verbleven, door methen te spreken over hun ervaringen. Tegelijkertijd gaat de IGJ ervarings-deskundigen nog meer laten meedenken bij de inrichting van het toezicht,zoals de manier waarop de gesprekken met jeugdigen in de geslotenjeugdhulp het beste gevoerd kunnen worden. De IGJ voert ook andereverbeteringen door, zoals het inzoomen op organisatiecultuur in hettoezicht, het verbeteren van de bereikbaarheid voor jongeren en vaker enop andere momenten op inspectiebezoek gaan en verbeteringen strikteropvolgen. Voor een volledig beeld van de verbeteringen die de IGJdoorvoert, verwijzen wij naar het reflectierapport in de bijlage.De Staatssecretaris JPS gaat naar aanleiding van de reflectie in gesprekmet de IGJ over de opgedane inzichten en de verbetermogelijkheden voorhet toezicht op de (gesloten) jeugdhulp.Voortgang in beeldEén van de afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd is dat deuitvoering goed wordt gemonitord. We zetten hiervoor een aantalinstrumenten in, zoals de Leefwereldtoets, de HervormingsagendaAfspraken Monitor (hierna: HA-monitor) en (op termijn) de structurelecentrale monitor van het jeugdstelsel.−De uitvoering van de HA-monitor is in handen van een onafhankelijkepartij: ICTU. Zij heeft recent haar eerste rapportage opgeleverd. Dezetreft u als bijlage bij deze brief aan. De HA-monitor is primair gericht19Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1008.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103117 op het in beeld brengen van de voortgang op de inspanningsafspra-ken. Voor het maken van deze rapportage zijn verschillende partijenbevraagd: Rijk, VNG, jeugdzorgregio’s, gemeenten, aanbieders,professionals en de werkorganisatie KBL.−Het rapport vormt input voor de in april jl. gestarte Deskundigencom-missie Jeugd die het kabinet heeft ingesteld om begin 2025 eenzwaarwegend midterm advies uit te brengen. Opdracht van deDeskundigencommissie is dat zij advies geeft over de uitvoering vande maatregelen en de gepleegde inspanningen in het kader van deHervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikke-ling. Om de jeugdzorguitgaven in beeld te brengen is onderzoekuitgevoerd voor 2023 en is een prognose gemaakt voor 2024.20 Hetonderzoek laat zien dat de uitgaven aan jeugdzorg verder zijngestegen: van € 6,5 mld. in 2022 naar € 7,2 mld. in 2023 (een toenamevan 11%). De prognose voor 2024 komt uit op € 8,1 mld. (een toenamevan 12%). In het onderzoek geven gemeenten aan van mening te zijndat de stijging onder andere komt door indexatie van de lonen(CAO-stijging in 2024 was 9,25%) en door de toegenomen zwaarte vande zorg (zorgintensiteit).Deze ontwikkeling van de uitgaven onderstreept het belang omvoortvarend door te gaan met de Hervormingsagenda Jeugd.Conform de afspraken tussen Rijk en VNG in de HervormingsagendaJeugd is het aan de Deskundigencommissie om deze uitkomsten meete nemen in haar eerste advies in januari 2025. Onderdeel van ditadvies zal zijn hoe om te gaan met een uitgavenontwikkeling dieafwijkt van het meerjarig financieel kader. Het advies van de Deskundi-gencommissie is zwaarwegend. Na het uitbrengen zullen Rijk en VNGmet elkaar in gesprek gaan hoe er vervolg aan te geven.−Zoals bekend, zetten we de Leefwereldtoets in om bij beleidsvoorne-mens input op te halen van jeugdigen en opvoeders en toetsen wehiermee op termijn of de ingevoerde veranderingen daadwerkelijkleiden tot zichtbare verbeteringen in de leefwereld. Het OZJ voert detoetsen uit volgens de door de stuurgroep Hervormingsagendagoedgekeurde aanpak. In oktober en november 2024 organiseert hetOZJ de eerste consultaties, met als focus het ophalen van ervaringenmet vrijheidsbeperkende maatregelen en het organiseren vanstructurele inspraak in de gesloten jeugdzorg. De rapportage over deopbrengsten van de consultaties verwachten wij begin 2025. Conformde motie van de leden Westerveld en Verkuijlen koppelen wij t.z.t. aanjeugdigen en uw Kamer terug wat hiermee is gedaan.212. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Het huidige jeugdbeschermingsstelsel voor kwetsbare gezinnen enhuishoudens waar sprake is van onveiligheid en/of een ontwikkelingsbe-dreiging schiet tekort. Dit is bevestigd door de Algemene Rekenkamer en(meerdere) Inspectierapporten. Mede daarom zet dit kabinet in op hetsneller bieden van gezinsgerichte passende hulp, zoals opgenomen in hetRegeerprogramma. Op deze manier vergroten we de veiligheid voorkinderen en verminderen we het aantal uithuisplaatsingen. Daarvoor iseen sterk lokaal team nodig dat om kinderen en gezinnen heen staat enhulp verleent. Waarbij voor deze kinderen en gezinnen een vast gezicht isbinnen het lokale team. Op dit onderdeel is er een duidelijke verbindingmet de Hervormingsagenda Jeugd. Ook werken de lokale teams, VeiligThuis, jeugdbescherming en andere organisaties op deze terreinennauwer met elkaar samen waardoor onnodig tijdverlies en volgtijdelijk20Dit is een vervolg op de eerdere onderzoeken voor de jaren 2015–2022 (Stelsel in Groei enUitgavenonderzoek 2020–2022).21Kamerstukken II 2022/23, 31 839, nr. 965.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103118 werken (estafettes) voorkomen kunnen worden. Dat is waar het Toekomst-scenario kind- en gezinsbescherming zich op richt: het realiseren van eenkwalitatief verbeterd en vereenvoudigd systeem van kind- en gezinsbe-scherming.De VNG, het Ministerie van JenV en het Ministerie van VWS hebben in2022 een programma opgezet dat in de periode tot 2026 de basis legt voornieuwe werkwijzen en een herziening van het huidige stelsel.Het Toekomstscenario kent vier pijlers:1.Gezinsgericht werken2.Rechtsbeschermend en transparant3.Eenvoudig in opzet4.Gericht op continue verbeteringVoor een overzicht van de voortgang in de verschillende activiteiten vanhet programma verwijzen we graag naar de als bijlage bijgevoegdevoortgangsrapportage.22In deze brief lichten we twee punten uit: de ervaringen in de proeftuinenen de voorbereiding van besluitvorming over een Regionaal Veilig-heidsteam.a. Ervaringen in de proeftuinen Op 13 plekken in het land beproeven we met ondersteuning van hetprogramma de integrale systeem- en mensgerichte werkwijze van hetToekomstscenario in de praktijk. Dit gebeurt door de benodigde samen-werking tussen lokale (wijk)teams, zorg- en veiligheidspartners en eenregionaal veiligheidsteam zoveel mogelijk vorm te geven en uit te werken.Dit betekent bijvoorbeeld dat huishoudens/gezinnen zoveel mogelijk meteen vertrouwd gezicht te maken krijgen, dat ze niet meer van de ene naarde andere organisatie worden overgedragen en dat zoveel mogelijkgekeken wordt naar wat het hele gezin/systeem nodig heeft in plaats vande zorg alleen te richten op het kind.Vertrouwd gezichtEen professional vertelt over een gezin waarbij, wegens zorgen overveiligheid, heel veel instellingen bij zijn betrokken: eentje individueelvoor vader, eentje individueel voor moeder, twee personen vanuitéén instelling voor het gezin en dan de school nog. Het wijkteamvraagt deze professional uit de proeftuin om aan te sluiten.De professional wordt voor het gezin een vertrouwd gezicht dooraan te haken bij degene die daar normaliter al wekelijks ophuisbezoek gaat. Maar ook bij de gesprekken van andere hulpver-leners die reeds betrokken zijn.Verder bespreekt ze met de andere betrokken hulpverleners wathandig is, welke afspraken samen gevoegd kunnen worden zodat hetvoor het gezin overzichtelijk blijft.Daarnaast geeft ze samen met de hulpverleners van andereinstanties aan het gezin uitleg over wie van de hulpverleners precieswat doet, wat is ieders taak, waarom ze erbij zitten.De proeftuinen laten zien dat de nieuwe gezinsgerichte en integraleaanpak positieve resultaten oplevert voor jeugdigen en gezinnen. Vanuitbetrokkenheid in 1.268 gezinnen en/of huishoudens, blijkt dat volwas-22Het betreft de vijfde voortgangsrapportage van het Programma Toekomstscenario kind- engezinsbescherming van november 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103119 senen en kinderen zich beter gehoord en geholpen voelen. Dit hangtsamen met het feit dat vaker hulp wordt ingezet vanuit andere (zorg)do-meinen dan alleen het jeugddomein. Door dit integraal systeemgerichtwerken lukt het in een groot deel van de huishoudens om weg te blijvenvan inzet van gedwongen maatregelen. Bij een klein deel van de gezinnenen huishoudens lukt dit niet. Binnen de 1.268 gezinnen en/of huishoudensis op peildatum 30 juni 2024 vanuit de proeftuinen in totaal 109 keer(8,6%) een gedwongen maatregel ingezet.23 Nadere duiding hiervan vindtmomenteel plaats.Hoewel de proeftuinen zoveel mogelijk volgens de nieuwe uitgangs-punten werken, stuiten zij ook nog steeds op dezelfde uitdagingen enbeperkingen als elders. Zo lopen de proeftuinen tegen grenzen aan in desamenwerking binnen de huidige wetgeving en professionals ervaren datzij met het opzoeken van die grenzen risico’s lopen. De huidige wettelijkekaders zijn beperkend voor het beproeven, maar zijn er om de positie vanouders en kinderen te beschermen. We bekijken hoe we de proeftuinenhierbij kunnen ondersteunen en hoe we tot werkbare oplossingen kunnenkomen voor deze knelpunten terwijl we tegelijkertijd de rechtsbe-scherming van ouders en kinderen bewaken.b. Regionaal veiligheidsteam (RVT) Naast een andere grondhouding waarin gelijkwaardigheid, transparantieen rechtsbescherming belangrijke waarden zijn en naast steviger lokaleteams is een belangrijk onderdeel van het Toekomstscenario de inrichtingvan de Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Deze teams zullen specialis-tische kennis op het gebied van onveilige thuissituaties toegankelijkmaken en expertise toevoegen aan het werk van de lokale teams.Medewerkers van de RVT’s beschikken daarnaast over bevoegdheden omonderzoek te doen en waar nodig maatregelen te initiëren en uit tevoeren. Deze nieuwe organisatie treedt in de plaats van bestaandeorganisaties.In juni 2024 is in opdracht van het programma Toekomstscenario kind- engezinsbescherming een onderzoeksrapport opgeleverd met vijf variantenvoor de inrichting van RVT’s. Deze variëren in verantwoordelijkheid,organisatievorm en regio-indeling. Alle varianten integreren functies vanVeilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerdeinstellingen en richten zich op een vereenvoudigde, gezinsgerichtewerkwijze in samenwerking met lokale teams.24 Samen met keten-partners, proeftuinen en gemeenten zijn deze varianten beoordeeld omalle perspectieven goed in beeld te krijgen.Op grond hiervan hebben de opdrachtgevers van het programma – VWS,JenV en de VNG – gezamenlijk een belangrijke eerste stap gezet om derichting voor het vervolg te bepalen. De komende maanden wordt dehierna beschreven ontwikkelrichting nader uitgewerkt, inclusief debenodigde transitiemiddelen en de structurele (financiële) randvoor-waarden. De volgende stap en het transitiepad zullen afhankelijk zijn vande uitkomsten van die uitwerking.De ontwikkelrichting ziet er als volgt uit. Een nieuwe zelfstandigeorganisatie heeft de voorkeur boven netwerk-samenwerking, omdathiermee doelen zoals eenvoud en gezinsgerichtheid het beste worden23Onder gedwongen maatregelen vallen: ondertoezichtstelling, gezagsbeëindigende maatregel,huis- en contactverbod en reclasseringsmaatregel.24https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/rapporten/2024/06/20/eindrapportage-onderzoek-inrichting-rvt_20062024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103120 bereikt. In beginsel gaan de meeste functionaliteiten van de VeiligThuis-organisaties en de gecertificeerde instellingen hierin op, evenalseen aantal nader te bepalen taken van de Raad voor de Kinderbe-scherming die gericht zijn op jeugdbescherming.25 Hiermee richt het RVTzich dus op onveiligheid van zowel kinderen als volwassenen (ook welaangeduid als 0 tot 100). Gezien de aard van dit takenpakket valt de keuzeop een publiekrechtelijke organisatie. Zeer nauwe samenwerking met delokale teams is een belangrijke voorwaarde. Tegelijk zal samenwerkingvan het RVT met organisaties in het zorg- en veiligheidsdomein stevigworden vormgegeven. Uitgangspunt is verder een aantal van 25 RVT’sgeorganiseerd op de geografische schaal van de veiligheidsregio’s. Bij deuitwerking hiervan is het van belang dat de RVT’s voldoende robuust zijnen vormen een doelmatige bedrijfsvoering en kwaliteit belangrijketoetsstenen.De aansturing verloopt door gemeenten, waarmee de RVT’s passen in hetdecentraal georganiseerde sociale domein. Op deze wijze wordt optimaalaangesloten bij integrale gezinsgerichte hulp vanuit de lokale teams, bijlokaal en regionaal georganiseerde of bekostigde opvang en hulp, bijmaatschappelijke partners, bij samenwerking tussen zorg en veiligheid, enbij informele steunstructuren. Jeugdreclassering wordt, gegeven deverantwoordelijkheid van het Rijk voor de tenuitvoerlegging van straffenen maatregelen, onder centrale aansturing gebracht. Waarborging vanJR-expertise in het RVT zal verder worden uitgewerkt, waarbij verschil-lende opties zullen worden beschouwd, inclusief de positionering van dejeugdreclasseringsmedewerkers binnen het RVT.Het is van belang om te waarborgen dat de RVT’s kwaliteit, continuïteit enrechtsgelijkheid bieden. Ook moeten ze doelmatig georganiseerd zijnmede gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt die ook voelbaaris in de jeugdzorg en aanpalende terreinen. Dat vraagt om vast te leggenop welke wijze deze waarborgen te monitoren, toezicht te organiseren enhierop te sturen, vanuit gemeenten en vanuit het Rijk. Hierbij zal reken-schap worden gegeven van de adviezen van de Algemene Rekenkamer ende Inspecties over een betere invulling van onze stelselverantwoorde-lijkheid.Deze waarborgen zijn van belang voor een goed werkend stelsel, ompolitiek verantwoording af te kunnen leggen, maar ook om te komen toteen lerend stelsel dat ten dienste staat van de betrokken kinderen,gezinnen en huishoudens. De opdrachtgevers hanteren de volgendeuitgangspunten bij de uitwerking van de waarborgen:•goede dataverzameling en toezicht, zowel decentraal als landelijk;•periodiek bestuurlijk overleg over het stelsel waarin afspraken gemaaktkunnen worden;•een procedure voor het Rijk om in uitzonderlijke situaties in te grijpen;•vormgeving van RVT’s als openbare lichamen;•een overkoepelende ondersteuningsstructuur voor de RVT’s.Van belang is te onderkennen dat de huidige stap een ontwikkelrichtingbetreft. Pas bij een verder uitgewerkt beeld hiervan inclusief de juridischeconsequenties en duidelijkheid of aan de (financiële) randvoorwaardenkan worden voldaan, kan er een definitief besluit voor de toekomstigeinrichting en het daarbij passende transitiepad genomen worden.Zorgvuldigheid is geboden bij besluitvorming over een omvangrijkeverandering van het stelsel, niet alleen voor de kinderen en volwassenen25In ieder geval niet de onafhankelijke toets en advies met het hiertoe benodigde aanvullendonderzoek zoals eerder vastgelegd in de Beleidsreactie Adviescommissie Rechtsbescherming(Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1018).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103121 die we beter willen helpen en beschermen, maar ook voor alle professi-onals bij de betrokken organisaties. De professionals die we juistduurzaam in positie willen brengen om hun werk goed en met voldoeninguit te voeren. De uitwerking zal, zoals steeds, in gezamenlijkheid met debetrokken organisaties plaats hebben. De genoemde besluitvorming isdaarmee niet eerder dan in het voorjaar van 2025 te verwachten, waarnauw Kamer nader geïnformeerd wordt. Ondertussen zullen de proeftuinenworden benut om vanuit de praktijk verder te blijven leren en ontwikkelen.Tot slotHet succes van de vereenvoudiging van het jeugdbeschermingsstelselhangt sterk samen met de inspanningen in het kader van de Hervormings-agenda Jeugd. Het gaat hierbij in het bijzonder om de versterking van delokale teams en het verbeteren van de beschikbaarheid van jeugdhulp,zowel in het vrijwillig als in het gedwongen kader. Beide trajecten zijnnauw aan elkaar verbonden en versterken elkaar. We pakken de kern vande problemen aan en werken aan structurele verbeteringen. Dit is nodigom jeugdigen en gezinnen sneller en beter te kunnen helpen.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V.P.G. KarremansDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103122 DE VOORTGANG T.A.V. DE VERBETERING VAN ZORG VOORJEUGDIGENIn deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op:1.Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal2.Wachttijden3.Wachtlijstgegevens JB en JR4.Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulp-aanbieders5.Rechtsbescherming in vrijwillig kader6.SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf ingemeente7.Dataveiligheid8.Klachtrecht1. Aanpak Mentale gezondheid: van ons allemaal Binnen de kabinetsbrede en integrale «Aanpak Mentale gezondheid: vanons allemaal» wordt samengewerkt met verschillende ministeries,gemeenten en tal van maatschappelijke organisaties om de mentaleveerkracht inwoners van Nederland en jongeren in het bijzonder teversterken. De aanpak zet in op verschillende leefgebieden zoalsonderwijs, buurt en online.Vanuit de aanpak, die loopt tot en met 2025, zijn de volgende activiteitenondernomen:−In juni jl. is een nieuwe flight van de «Hey het is oké» campagnegelanceerd. Doel van deze campagne is het praten over lichte mentaleklachten, zoals prestatiedruk of eenzaamheid, te normaliseren. Er wasveel interesse vanuit gemeenten, GGD’en en andere lokale partnersvoor de campagne en het campagnemateriaal is veelvuldig aange-vraagd en ingezet, zowel online als offline.−Er is een onderzoek gestart naar handelingsperspectief bij ouders inrelatie tot gezond en bewust smartphone en social media gebruik bijkinderen. Dit onderzoek kijkt naar de tips en adviezen die er al zijn voorouders/opvoeders rondom sociale mediaopvoeding en welkeondersteuningsbehoeften deze ouders/opvoeders nog hebben om hunkinderen te kunnen begeleiden. Op basis van o.a. dit onderzoek nemenwe een besluit over wat we in Nederland nog meer kunnen en moetendoen om ouders adequaat te ondersteunen. Zo nodig passen webestaande richtlijnen aan. De resultaten van dit onderzoek zijn naarverwachting begin 2025 gereed.Online platformMet financiële ondersteuning van (o.a.) VWS is gestart met de bouwen ontwikkeling van een online platform mentale gezondheid voorjongeren met lichte mentale klachten. Op dit online platform kunnenjongeren op een laagdrempelige manier veilig, anoniem, kosteloosen o.g.v. betrouwbare informatie zelf ontdekken welke (preventieve)ondersteuning er is en welke ondersteuning, indien nodig, bij henpast om de eigen mentale veerkracht te versterken. Op het platformzijn meerdere functionaliteiten bijeengebracht, te weten:betrouwbare informatie, peer-to-peer-support, chatten en bellen. Hetonline platform mentale gezondheid draagt hiermee bij aan hetversterken van de mentale veerkracht en het voorkomen vanverergering van mentale problemen. Het platform is naarverwachting in het voorjaar van 2025 gereed.BIJLAGE 1 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103123 In 2025 wordt de tweede brede voortgangsrapportage van de «AanpakMentale gezondheid: van ons allemaal» aan uw Kamer aangeboden. Metdeze rapportage wordt u uitvoeriger geïnformeerd over de resultatenvanuit de aanpak. Daarin staat ook meer informatie over het welzijn vanmeisjes en mogelijke vervolgacties en/of onderzoek.De komende periode gaan we aan de slag met de uitwerking van eenwerkagenda mentale gezondheid en ggz. Met deze agenda wordt eensamenhangende aanpak van preventie tot zorg gemaakt. De agendadraagt bij aan een betere mentale gezondheid, weerbaarheid en passendezorg en ondersteuning voor wie dat nodig heeft. In 2025 wordt u nadergeïnformeerd over de concrete invulling.2. Wachttijden De Aanpak WachttijdenHelaas is het zo dat jeugdigen soms lang moeten wachten op hulp. Inzichtin wachttijden is van belang voor cliënten maar ook voor de andereverantwoordelijke spelers zoals gemeente/regio’s, aanbieders enprofessionals. Wachttijden zijn uitingen van onderliggende problemen inhet jeugdzorgstelsel. Om wachttijden in de jeugdzorg duurzaam te kunnenterugdringen is het nodig om die onderliggende oorzaken in samenhangaan te pakken in de in-, door- en uitstroom van de gehele jeugdzorg en dedomeinen daaromheen. En dat kost tijd.Belangrijke onderliggende oorzaken voor wachttijden zijn:−Onvoldoende samenwerking tussen gemeenten, aanbieders, verwij-zers en onderwijsinstellingen; vaak in combinatie met−Ontoereikende probleemanalyses als basis voor ondersteuning dieaansluit bij de zorgvraag.Als gevolg hiervan wachten kinderen en jongeren met complexe vragenmogelijk op een verkeerde plek, krijgen zij geen hulp, worden problemengroter en eindigen zij uiteindelijk op een wachtlijst voor de zwaarderezorg.De Aanpak Wachttijden is opgezet om jeugdzorgregio’s intensief teondersteunen bij het aanpakken van de dieper gelegen oorzaken. Daarbijwordt aandacht besteed aan datagedreven werken om regionaal inzicht tekrijgen in de wachttijden en onderliggende oorzaken. Momenteel wordennegen jeugdzorgregio’s ondersteund en zijn zestien regio’s actief binnende Aanpak Wachttijden.In de voortgangsrapportage 2024 (zie bijlage) beschrijft OZJ o.a. watde Aanpak Wachttijden de deelnemende regio’s heeft gebracht. Ooklicht het OZJ enkele voorbeelden uit die laten zien wat de impact isvan de Aanpak Wachttijden en welke verbeteringen zijn ingezet voorkinderen en gezinnen. Eindhoven ontwikkelde bijvoorbeeld «EindjeVerder», een poli waarin jongeren en hun netwerk tijdens hetwachten samen met aanbieders alvast aan hun brede functionerenkunnen werken. Ook leren regio’s van elkaar. Zo is de aanpak vancomplexe scheidingen ontwikkeld door regio Twente, maar blijktdeze ook toepasbaar voor de regio Haarlemmermeer.Landelijk beeld van wachttijdenGemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp.Gemeenten en regio’s registreren op hun eigen manier de aanmelding enstart van een traject. Ook is er geen landelijk eenduidige definitie van watde wachttijd precies is. De data die er is, is daardoor weinig inzichtelijk enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103124 niet goed onderling vergelijkbaar. Cijfers over wachttijden op landelijkniveau zijn als gevolg hiervan nu nog niet beschikbaar.In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken de gehele uitvoerings-keten van de minimaal op regionaal niveau in te kopen specialistischejeugdzorg te standaardiseren, van contracteren, registreren, declareren totverantwoorden. Dit leidt tot meer eenduidige data, onder meer overwachttijden. Jeugdzorgaanbieders, gemeenten en Rijk werken daarinsamen. De trajecten in dat kader zijn ook relevant voor het komen tot eenlandelijk beeld van wachttijden.Normeren van wachttijdenIn het verlengde van inzicht in wachttijden speelt de vraag of normerenvan wachttijden wenselijk is. Naar aanleiding van een in uw Kameraangenomen motie is recent in opdracht van TAW door bureau PwConderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde en toepasbaarheid vanwachttijdnormering in de jeugdzorg.PwC concludeert op basis van een vergelijking met andere zorgsectorendat het normeren van wachttijden zoals in andere delen van de zorggebeurt, nuttig kan zijn als manier om het goede gesprek aan te gaan inde zorgketen over hoe we de toegankelijkheid van de jeugdzorg kunnenverbeteren en zorgvraag en aanbod (in de regio) beter op elkaar af testemmen. In de jeugdzorg moet dan eerst een aantal randvoorwaarden oporde moet zijn om dit zin te laten hebben. PwC bevestigt hiermee eerdereadviezen om tot een eenduidige en versimpelde productstructuur tekomen en een valide en betrouwbare registratie te ontwikkelen. Naast hetverbeteren van de registratie adviseert PwC om in de jeugdzorg te komentot uniforme kwaliteitskaders, verbetering van de regionale samen-werking, contractering en sturing op het zorglandschap. Het inzicht enoverzicht van wachttijden moet dus eerst verbeterd worden voor dat ermet eventuele normen op gestuurd en toezicht op gehouden kan worden.In het kader van de Hervormingsagenda lopen reeds diverse trajecten ominvulling te geven aan deze door PwC geadviseerde randvoorwaarden.De vraag of normeren in de gehele jeugdzorg (uiteindelijk) wenselijk is zalnaar aanleiding van dit rapport worden besproken met het veld. Het isnamelijk ook aan het veld om die normen voor wachttijden, als onderdeelvan het grotere gesprek over verbetering van de kwaliteit van dejeugdzorg, uiteindelijk op te stellen, zoals dit voor de Treeknormen ook isgebeurd. PwC suggereert om dit gesprek te voeren met die delen van dejeugdsector waar (langdurig) wachten op zorg- en hulpvormen schadelijkzou zijn. Voor jeugdbescherming, waar de staat ingrijpt met en maatregel,moet een jeugdbeschermer snel beschikbaar zijn. Hier gelden dan ook alwettelijke normen. Er zijn tevens afspraken gemaakt over een uniformprestatie- en kwaliteitskader waarmee voor een deel tegemoet gekomen isaan de door PwC geadviseerde randvoorwaarden. We houden uw Kamerop de hoogte van relevante ontwikkelingen.3. Wachtlijstgegevens JB en JR De actuele wachtlijstgegevens (en ook de ontwikkeling van de workload)van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (peildatum 1 oktober2024) zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Deze gegevens nemen wijop in de brief die wij naar uw Kamer sturen ten behoeve van het commis-siedebat jeugdbescherming op 5 december 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103125 4. Wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulp-aanbieders Niet integer gedrag van jeugdhulpaanbieders dat risico’s meebrengt voorde kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van jeugdhulp willen weaanpakken. Met het wetsvoorstel «Integere bedrijfsvoering zorg- enjeugdhulpaanbieders» worden onder meer voorwaarden gesteld aan hetdoen van winstuitkeringen door jeugdhulpaanbieders. Het streven is ditwetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2025 aan te bieden aan uw Kamer.5. Rechtsbescherming in vrijwillig kader Ouders en jongeren moeten weten wat hun rechten en plichten zijn als zijte maken hebben met jeugdzorg op het snijvlak van het vrijwillig engedwongen kader. Een goede informatiepositie versterkt de rechtspositie.In overleg met ouders, jongeren en professionals wordt daarom gewerktaan een eenduidige vorm van voorlichtingsmateriaal waarin wordtuitgelegd wat de rechten en plichten zijn en hoe zij deze kunnenbespreken met hun hulpverlener. Dit is van groot belang wanneer er grotezorgen zijn over het gezin en de jeugdige, en de zorg en ondersteuningdaarom mogelijk gedwongen wordt. Het adviesrapport – dat dient alsbasis van dit voorlichtingsmateriaal – is in de voortgangsbrief Jeugd van26 juni 2024 aan uw Kamer aangeboden.26 Naar verwachting zal ditvoorlichtingsmateriaal in het eerste half jaar van 2025 gereed zijn. Metbetrekking tot rechtsbescherming van ouders en kinderen in hetgedwongen kader is een concept wetsvoorstel in voorbereiding. Uiterlijkeind november sturen we daarover een brief aan uw Kamer.6. SPUK niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf ingemeente Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voorde jeugdzorg. In principe is een gemeente verantwoordelijk voor allejeugdigen in haar woonplaats. Bij jeugdhulp met verblijf is de gemeenteverantwoordelijk waar de jeugdige woonde voor het verblijf. Hierdoorblijft de gemeente verantwoordelijk voor haar jeugdigen, ook als hetverblijf in een andere gemeente is. Er zijn echter gemeenten metinstellingen die jeugdigen binnenkrijgen zonder dat deze jeugdigendaarvoor in die gemeente woonden. Bijvoorbeeld jeugdigen uit hetbuitenland. Op grond van het woonplaatsbeginsel worden dezegemeenten financieel verantwoordelijk voor deze jeugdigen loutervanwege het feit dat de accommodatie voor verblijf in deze gemeente isgevestigd.De SPUK «niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf in gemeente»heeft voor de jaren 2022 en 2023 gemeenten die hiermee te makenhebben gecompenseerd. Hiervoor is € 60 miljoen uit het Gemeentefondsgehaald. Na beoordeling van de aanvragen is € 30 miljoen herverdeeld.Het restant wordt terug overgeheveld naar de algemene uitkering enverdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd.7. Dataveiligheid Wij hebben bureau Deloitte gevraagd IT-beveiligingstesten uit te voerenbij een aantal jeugdzorginstellingen teneinde inzicht te krijgen in dehuidige stand van de digitale beveiliging van de systemen binnen dejeugdzorginstellingen. Deloitte heeft dit onderzoek onlangs afgerond eneen rapport opgeleverd, waarvoor geldt dat de resultaten inzicht geven,26Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103126 maar niet gezien mogen worden als een representatief beeld voor degehele sector.Uit het rapport kwamen de volgende punten naar voren:−De onderzochte instellingen zijn nog steeds kwetsbaar voor cyberaan-vallen, maar het aantal bevindingen geïdentificeerde kwetsbaarhedenligt wel lager ten opzichte van eerdere de resultaten van vergelijkbaretesten in voorgaande jaren. De meeste instellingen hebben hunkritische systemen en belangrijke data wel in kaart, en het is dan ookaan de instellingen zelf om bij kwetsbaarheden risico mitigerendemaatregelen te nemen voor de geïdentificeerde kwetsbaarheden.−Het versterken van informatiebeveiliging is van belang bij eentoenemend gebruik van digitale technologie en een veranderenddreigingslandschap. Continue aandacht voor verbetering vaninformatieveiligheid bij jeugdzorginstellingen is belangrijk.−Uit interviews met zes jeugdzorginstellingen kwam naar voren dat hetessentieel is om voldoende financiële steun te bieden, een gestandaar-diseerd zelfbeoordelingsraamwerk te ontwikkelen, praktischeondersteuning te bieden bij complexiteit in wetgeving en daarnaastsector-brede bewustwordingscampagnes en gespecialiseerdetrainingen te faciliteren. Dit kwam naar voren uit interviews met 6jeugdzorginstellingen.Wij gaan met Jeugdzorg Nederland in gesprek over de uitkomsten van hetrapport. Aangezien in het rapport kwetsbare punten van jeugdzorginstel-lingen naar voren komen en we willen voorkomen dat hackers toegangkrijgen tot de (specifieke) bevindingen, delen wij het recente rapportalleen met de instellingen en niet met uw Kamer. Echter, indien uw Kamerdaartoe de wens uitspreekt, kunnen wij het rapport vertrouwelijk met udelen.8. Klachtrecht Om het klachtrecht in het jeugddomein te verbeteren zullen de Ministeriesvan VWS en JenV op korte termijn een onderzoek laten uitvoeren. Hetonderzoek zal een overkoepelend en actueel overzicht geven van deuitvoeringspraktijken van interne klachtprocedures bij organisaties in hetjeugddomein en is aanvullend op het onderzoek dat Jeugdstem (toen nogAKJ) in 2021 naar klachtafhandeling in de jeugdbescherming heeftuitgevoerd.27 In het najaar hebben wij hierover met diverse partijen in hetveld gesproken. Op basis van deze gesprekken en het onderzoek wordtgekeken wat er, in aanvulling op eerder genomen maatregelen, nog meernodig is om de huidige uitvoering dan wel wetgeving rondom hetklachtrecht in het jeugd(zorg)domein te verbeteren. Over de uitkomstenzullen wij uw Kamer informeren via de reguliere voortgangsbrievenJeugdzorg.27https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/publicaties/2021/12/23/akj---help-een-klachtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103127 INFORMATIE DIE BESCHIKBAAR IS GEKOMEN N.A.V.ONDERZOEKIn deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op:1.Onderzoek Trajectduur2.Eindrapportage overgang jeugdhulp volwassenheid3.Voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg4.Stand van de jeugdzorg 20245.Inspectierapport over de wachtlijsten bij VT1. Onderzoek Trajectduur In de Hervormingsagenda Jeugd is opgenomen dat gemeenten enaanbieders afspraken maken bij de contractering hoe zij tijdens de looptijdvan een contract de gemiddelde trajectduur monitoren en afsprakenmaken over sturing. Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke oorzakenvan een stijgende trajectduur, heeft Qconsult de opdracht gekregen inzichtte geven in de ontwikkeling van trajectduur, de mogelijke verklaringen diehieraan ten grondslag liggen en de eventuele samenhang met ontwikke-lingen in het aantal cliënten/trajecten, de in- en uitstroom en het herhaaldberoep.Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van microdata van CBS, deze datazijn geanalyseerd en in vier regio’s is op basis van deze analyse eenduidingssessie geweest. Met gemeenten, aanbieders, (ervaringsdes-kundige) cliënten en ouders is verkend welke factoren van invloed zijn op(de ontwikkeling van) trajectduur. Ook is besproken welke beleidsmaatre-gelen en interventies gemeenten en aanbieders inzetten om de trajectduurte beïnvloeden.De conclusie is dat trajectduur niet losstaand moet worden bekeken, maaraltijd in samenhang met andere factoren en met het oog op het realiserenvan passende zorg. Het is belangrijk te kijken naar de gehele zorgketen ennaar de beweging die gemeenten en aanbieders steeds meer maken: hulpzo dicht mogelijk bij inwoners organiseren, breed kijken naar de zorgbe-hoeften, en samenwerken met alle betrokken partners in de keten. Ditvereist het voeren van regie, flexibel kunnen op- en afschalen enlangdurig betrokken blijven waar nodig. Het gevolg van deze aanpak is dateenvoudigere vraagstukken veelal lokaal zullen worden aangepakt, zodat(gespecialiseerde) ambulante jeugdhulp beschikbaar is voor:−jongeren voor wie dit een passend antwoord is op hun hulpvraag;−jongeren waarbij veelal complexere vraagstukken spelen en waartrajecten zo lang moeten duren als nodig.Gemeenten, aanbieders en cliënten geven aan dat het belangrijk ismaatregelen in te zetten die het stelsel als geheel verbeteren zoalsversterking van het lokale voorveld, verbetering van de triage, realiserenvan collectiviteit op wijkniveau, vanaf de start al werken aan uitstroom enkritische beoordeling door de aanbieder of passende hulp geboden kanworden. Dit zijn beleidsmaatregelen en interventies die gemeenten enregio’s kunnen toepassen.Om te kunnen bepalen waarop er in een gemeente/regio ingezet moetworden, is het nodig dat gemeenten met aanbieders en cliënten ingesprek gaan op basis van een analyse van de data in de betreffendegemeente/regio. Om zo zaken die opvallen te kunnen signaleren enduiden, en vervolgacties per partij te kunnen bepalen.BIJLAGE 2 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103128 Daarnaast vragen gemeenten, aanbieders en cliënten vaart te maken meteen integraal kader voor jeugdhulp, met daarin elementen over hetluisteren naar cliënten bij het maken van plannen over uitstroom en hetbetrekken van beschermende factoren die van invloed zijn op uitstroom.Deze opdracht is vanuit de Hervormingsagenda Jeugd belegd bij KBL.Daarnaast is de aanbeveling om samenwerking in de regio te bevorderen,ook dit is een opdracht uit de Hervormingsagenda Jeugd.De aanbevelingen uit het rapport komen overeen met de reeds gemaaktafspraken in de Hervormingsagenda Jeugd en bieden hiermee aankno-pingspunten en onderbouwing voor de afspraken die zijn gemaakt overhet verbeteren van kwaliteit, stevige lokale teams en reikwijdte. Deaanbevelingen zullen hier dan ook in worden meegenomen.2. Eindrapportage overgang jeugdhulp naar volwassenheid Naar aanleiding van de motie van voormalig lid Raemakers (D66) is AEFgevraagd onderzoek uit te voeren naar de overgang van jeugdhulp naarvolwassenheid. In de bijlage treft uw Kamer de resultaten van ditonderzoek aan. Het onderzoek bevestigt het belang van een integralebenadering gericht op de big five (wonen, werk/school/dagbesteding,inkomen, zorg en support) in de ondersteuning van jongeren in deovergang naar volwassenheid en hoe belangrijk het is hier ook op tijdmee te beginnen en de juiste partners te betrekken. Het onderzoekconcludeert ook dat standaard verlengde jeugdzorg en het introducerenvan omgekeerde bewijslast geen oplossing lijken te zijn. Er zijn anderekansrijke (sturings)mogelijkheden die de overgang voor deze jongerenverbeteren en verschillende aanbevelingen worden gedaan die aansluitenbij trajecten uit de Hervormingsagenda Jeugd.BeleidsreactieBij veel gemeenten en de VNG staat de thematiek rondom de overgang ende big five goed op het netvlies, en speelt een rol bij het maken vanafspraken met aanbieders en verwijzers. In de Hervormingsagenda Jeugdis afgesproken dat jeugdhulpaanbieders en gemeenten zich committerenvoor en met jongeren tijdig een toekomstperspectief (op deze big five) teformuleren.28 Wij nemen de aanbevelingen van dit onderzoek mee in hette ontwikkelen convenant stevige lokale teams, zoals de vaste betrok-kenheid vanuit het lokale team bij de overgang. Daarnaast organiseert hetlandelijk gemeentelijk netwerk 16–27 bijeenkomsten waar gemeentenkennis kunnen opdoen op de thema’s die aansluiten bij de aanbevelingenuit dit onderzoek, zoals het betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid.Bij het op orde krijgen van de big five is integraal werken noodzakelijk.−De VNG komt eind 2024 met ondersteuningsaanbod voor het werkenmet de doorbraakmethode. De doorbraakmethode ondersteunt hetintegraal werken.−Ook draagt de (ontwikkeling van) richtlijn Toekomstgericht Werkenvoor jeugdprofessionals door NJi i.s.m. beroepsverenigingen (NIP,NVO en BPSW) bij aan de verbetering van integrale ondersteuning aanjongeren in de jeugdzorg bij de overgang naar volwassenheid. Derichtlijn wordt begin 2025 verwacht.Uit het onderzoek blijkt dat gemeenten behoefte hebben aan (kennis over)mogelijkheden om jongeren extra te ondersteunen op financieel gebiedtijdens de overgang.28https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/hervormingsagenda-jeugdTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103129 −De Participatiewet biedt gemeenten op dit moment mogelijkheden omjongeren vanaf 18 jaar financieel te ondersteunen. Divosa heeft eerderde «Handreiking Maatwerk Participatiewet bij verblijf in- en uitstroomuit instellingen» voor gemeenten opgesteld. In samenwerking metVNG zullen we hier meer bekendheid aan geven.−Daarnaast heeft het Ministerie van SZW op 27 juni 2024 het wetsvoor-stel Participatiewet in balans aan uw Kamer aangeboden. Onderdeelhiervan is de maatregel om de aanvullende jongerennorm (18–21 jaar)te harmoniseren. Deze maatregel draagt positief bij aan de financiëleondersteuning van jongeren door gemeenten.Met de aanbieding van dit rapport is voldaan aan de toezeggingen om deKamer te informeren over het onderzoek.3. Voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg Bijgevoegd bij deze brief ontvangt u de voorlopige CBS-cijfers jeugdzorg-gebruik over het eerste halfjaar van 2024.−Volgens de voorlopige cijfers van het CBS ontving 8,8% van dejongeren t/m 22 jaar (389 duizend) jeugdhulp29 (exclusief jeugdbe-scherming en jeugdreclassering) in het eerste halfjaar van 2024. Dit isminder dan in het eerste half jaar van 2023 toen 403.000 jongerenjeugdhulp ontvingen. Toch verwacht het CBS dat het definitieve aantaljongeren met jeugdhulp in de eerste zes maanden van 2024 met 18.000zal toenemen, wat een stijging zou zijn van 1,3% ten opzichte van heteerste halfjaar van 2023. Dit zou tevens betekenen dat, in het eerstehalfjaar van 2024, 1 op elke 7,9 jongeren tot en met 17 jaar en 1 op de10,3 jongere tot 23 jaar jeugdhulp in natura en/of een jeugd-PGB kreeg.−Net als in voorgaande jaren was jeugdhulp zonder verblijf de meestgebruikte vorm van jeugdzorg; hier maakte 90,9% van de jongerengebruik van. Bij jeugdhulp met verblijf was dit 4,7%, en bij zoweljeugdhulp met verblijf als zonder verblijf was dit 4,4%.−De daling van het aantal jongeren met voogdij en ondertoezichtstellingzet door. Op 30 juni 2024 was dit respectievelijk 8.190 en 17.775. Ookde daling van machtigingen uithuisplaatsing zet door, een daling vanbijna 5 procent ten opzichte van het tweede halfjaar van 2023. Er isechter nog steeds sprake van een toename van jongeren metjeugdreclassering na een jarenlange daling. Het aantal jongeren meteen jeugdreclasseringsmaatregel steeg met 455 (9%) van 5.015 oppeildatum 30 juni 2023 naar 5.470 op peildatum 30 juni 2024. Ookneemt de samenloop jeugdbescherming met jeugdreclassering toe.Het aandeel jongeren tot en met 17 jaar dat in de eerste 6 maandenvan 2024 jeugdbescherming ontving en in datzelfde jaar ook eenjeugdreclasseringsmaatregel had was 2,6 procent t.o.v. 2,1 procent inhet eerste halfjaar van 2021.−Jeugdzorg (zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclasse-ring) hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden; onderjongeren met jeugdhulp (t.o.v. alle kinderen in Nederland) woont eenlager percentage van de ouders op hetzelfde adres, is het aandeelWMO en/of van GGZ huishoudens hoger, en is het aandeel huishou-dens met iemand die als verdachte van een misdrijf is aangemerkthoger. Onder alle jongeren in de leeftijd van 0 t/m 22 jaar zijn de29Jeugdhulp in natura. Bij 97% van de jongeren die jeugdhulp hebben ontvangen ging het omjeugdhulp in natura. Bijna 2 procent had zowel een PGB als zorg in natura. En 1 procent alleeneen PGB. Het aantal jongeren dat gebruik maakt van een PGB neemt al jaren af. De gegevensdie de SVB levert aan CBS over jeugdhulpontvangers met een PGB bevat alleen informatieover aantal jongeren met jeugdzorg en niet welke vorm van jeugdzorg het betreft (bijvoor-beeld met of zonder verblijf). Gegevens over jeugdzorg gaan dus over jeugdzorg in natura,tenzij anders vermeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103130 hoogste percentages jongeren met jeugdhulp gemeten binnen de 20%laagste huishoudinkomens.Meer cijfers over andere ontwikkelingen binnen de jeugdzorg vindt u in debijgevoegde rapporten.4. Stand van de jeugdzorg 2024 Op 8 oktober heeft de Jeugdautoriteit (JA) de «Stand van de jeugdzorg2024» uitgebracht.30 De JA heeft als taak om de continuïteit vanjeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering tebevorderen. De rapportage is kritisch op het huidige functioneren van hetjeugdzorgstelsel en kaart knelpunten binnen het veld aan ten aanzien vanonder meer aanbieders, tarieven, personeel en de beschikbaarheid vangegevens.Het is bekend dat het jeugdzorgstelsel voor grote uitdagingen staat.Daarom is vorig jaar de Hervormingsagenda Jeugd door een groot aantalpartijen ondertekend en zijn partijen voortvarend met de uitvoeringhiervan aan de slag gegaan. Op dit moment maken veel jeugdigengebruik van jeugdzorg (1 op de bijna 8 jeugdigen tot 18 jaar). Dit moetanders. Daarom zetten we in op het zoveel mogelijk voorkomen datjeugdhulp nodig is en tijdige en passende hulp geven aan kwetsbarejeugdigen die dit echt nodig hebben.Het zorgen voor structurele verbeteringen kost tijd. Dit betekent dat eengroot deel van de verbeteringen niet van vandaag op morgen is terug tezien, maar tegelijkertijd is iedereen doordrongen van de urgentie. In dezevoortgangsbrief laten we zien welke stappen we in dit kader zetten.Hiermee geven wij invulling aan het verzoek van het lid Paulusma (D66)om te reageren op het artikel «Toezichthouder: toegankelijkheid jeugdzorgonder druk» (nos.nl, 8 oktober 2024).315. Inspectierapport over de wachtlijsten bij VT Na signalen over toenemende wachtlijsten bij de Veilig Thuis-organisatiesin de zomer van 2023 heeft de IGJ verdiepend toezicht uitgevoerd bij drieVeilig Thuis organisaties en in de zomer van 2024 opnieuw cijfers over dewachtlijsten bij alle Veilig Thuis organisaties opgevraagd. De uitkomstenzijn verwerkt in een overkoepelde publicatie die op 3 oktober 2024openbaar is gemaakt.32De publicatie brengt in beeld wat het betekent voor kinderen en gezinnenom bij Veilig Thuis op de wachtlijst te staan: gezinnen blijven in onveiligesituaties verkeren, hulpverlening stagneert en de twijfel over het nut vanhet doen van een melding bij veilig Thuis neemt toe. In de publicatieconcludeert de IGJ dat het de Veilig Thuis organisaties veelal niet lukt detaken waar wettelijke termijnen voor zijn vastgesteld tijdig uit te voeren.Andere conclusie is dat als het Veilig Thuis niet lukt om meldingen tijdigte behandelen, het zicht op de veiligheid van de wachtenden vaakonvoldoende is.De oorzaken van de wachtlijsten en het ontoereikend zicht op deveiligheid liggen volgens de publicatie voor een deel bij de verschillendeVeilig Thuis organisaties, maar zijn deels ook ketenbreed. De IGJ heeft de30https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/rapporten/2024/10/08/stand-van-de-jeugdzorg-202431Kernmerk: 2024Z1532032https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2023/12/04/rapport-zorgen-over-aanhoudende-lange-wachttijden-veilig-thuisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103131 Veilig Thuis organisaties verzocht met verbeterplannen te komen om dewachtlijsten terug te dringen en te voorkomen.BeleidsreactieDe conclusies die de IGJ trekt in de publicatie zijn zeer zorgelijk. Kinderenen gezinnen in een onveilige situatie moeten zo snel mogelijk de juistehulp krijgen. Ook de professionals die daarbij moeten helpen, moeten hunwerk goed kunnen doen. Bovendien moet, als er noodgedwongenwachtlijsten ontstaan, het zicht op de veiligheid geregeld zijn.Zoals de IGJ concludeert ligt een deel van de oplossingen bij de VeiligThuis organisaties zelf. Veilig Thuis is regionaal georganiseerd, onder dedirecte verantwoordelijkheid van de gemeenten. Dit maakt dat er groteverschillen zijn tussen de 25 Veilig Thuis organisaties. Om de wachtlijstenaan te pakken, moet elke Veilig Thuis organisatie zelf stappen zetten.Samen met de Veilig Thuis organisaties en de Vereniging van Neder-landse Gemeenten (de VNG) bespreekt VWS waar we de gemeenten ende Veilig Thuis organisaties verder kunnen ondersteunen. Dat gesprekstaat los van de verbeterplannen die de IGJ van de Veilig Thuis organi-saties gevraagd heeft, maar moet ook bijdragen aan snelle stappen in degoede richting.Daarnaast is het belangrijk ook te kijken wat er landelijk opgepakt kanworden en waar van elkaar kan worden geleerd. Het Landelijk NetwerkVeilig Thuis heeft hierin een belangrijke taak. We zijn met de VNG en hetLandelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) in gesprek om tot concrete stappente komen voor het aanpakken van de wachtlijsten. Voorbeelden hiervanzijn:−Betere ondersteuning in de werkprocessen, zodat medewerkers meertijd hebben voor de kerntaken−Inzetten op werving van nieuwe medewerkers−Good practices delen−Organiseren van gesprekken tussen de regiogemeenten en de VT’sTegelijkertijd moeten ook stappen gezet worden om te werken aanoplossingen in de bredere zorgketen, zoals het grote aantal meldingen, depersoneelstekorten of de beperkingen in de doorstroom naar anderezorgvormen waar de Veilig Thuis organisaties in hun werk mee gecon-fronteerd worden. Er wordt momenteel hard gewerkt aan het versterkenvan de lokale teams, en het Toekomstscenario kind- en gezinsbe-scherming is ook gericht op het beter en efficiënter organiseren van deketen en de daarbij behorende focus op snellere ondersteuning en beteredoorstroom.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103132 OVERIGE MOTIES EN TOEZEGGINGENIn deze bijlage gaan wij achtereenvolgens in op:Moties1.Motie van de leden Dobbe en Westerveld over een centraalregister voor private-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- enjeugdhulpaanbieders2.Motie van het lid Tielen over advies vragen over in hoeverregehechtheid meer onderwerp kan zijn van de ontwikkelingsfacto-ren die de jeugdgezondheidszorg volgt en signaleert3.Motie van het lid Den Haan c.s. over overleg over oplossingsrich-tingen voor de vergoeding van kinderopvang voor pleegouders4.Motie van het lid Synhave over het onderzoeken van draagvlakvoor het opzetten van een pilot rechte pad pleegzorg5.Motie van het lid Synhaeve over een plan voor het inzetten vanpositieve ervaringen met het Mockingbirdmodel voor meerpleegouders6.Motie van de leden Raemakers en Ceder over een evaluatie vande bestuurlijke akkoorden over pleegzorg en gezinshuizen7.Motie van het lid Synhaeve c.s over de Kamer voor het volgendeWGO Jeugd informeren op welke wijze de IGJ haar werkwijzegaat verbeteren8.Motie-Tielen over een concreet actieplan dat het verschil tussenbeschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamheden vanzorgprofessionals significant verkleint.Toezeggingen1.Verantwoordingseisen en toezicht door gemeenten op jeugdhulp-aanbieders2.Verkenning vergunningsplicht3.Schaduwgezinnen4.Handvatten tarievenMoties1. Centraal register voor private-equitypartijen die actief zijnbinnen zorg- en jeugdhulpaanbieders De motie van de leden Dobbe en Westerveld verzoekt de regering in hetwetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders tekomen tot een centraal register voor private-equitypartijen die actief zijnbinnen zorg- en jeugdhulpaanbieders.33 De wenselijkheid van privateequity binnen de jeugdhulp is met enige regelmaat onderwerp van depolitieke discussie vanuit de overtuiging dat private equity negatievegevolgen heeft voor de kwaliteit, beschikbaarheid en toegankelijkheid vanjeugdhulp. Eind 2023 is de aanwezigheid van private equity binnen dejeugdhulp in samenhang met (excessieve) winstuitkeringen naderonderzocht. Op basis van dit onderzoek blijkt dat private equity maarweinig voorkomt binnen de jeugdhulp en daarmee lijkt het risico vanexcessieve winstuitkeringen aan private equity investeerders in dejeugdhulp dan ook beperkt. Er is op dit moment geen grond om jeugdhul-paanbieders te verbieden hun kapitaalbehoefte te dekken met investe-ringsmiddelen van private equity partijen. De noodzaak en proportiona-liteit van een dergelijke maatregel vraagt om een stevige onderbouwingom juridisch houdbaar te zijn en deze onderbouwing ontbreekt. De motievan de leden Dobbe en Westerveld over een centraal register voorprivate-equitypartijen die actief zijn binnen zorg- en jeugdhulpaanbieders33Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 101.BIJLAGE 3 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103133 kan niet los gezien worden van de bredere discussie rondom privateequity in de zorg34). Wij zullen, in afstemming met de Minister van VWS,onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een centraal register voorprivate-equity partijen.2. Gehechtheid als onderwerp van de ontwikkelingsfactoren diede jeugdgezondheidszorg volgt en signaleert De motie van het lid Tielen (VVD)verzoekt de regering een advies tevragen over in hoeverre gehechtheid meer onderwerp kan zijn van deontwikkelingsfactoren die de jeugdgezondheidszorg (JGZ) volgt ensignaleert.35 De professionals van de jeugdgezondheidszorg verkeren bijuitstek in de positie om de ouder-kindrelatie vroegtijdig ter sprakebrengen, mogelijke verstoringen te signaleren en ouders te ondersteunenin hun ouderrol.Naar aanleiding van de motie hebben wij advies gevraagd in hoeverregehechtheid meer onderwerp kan zijn van de werkzaamheden van dejeugdgezondheidszorg bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid(NCJ) en bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Uit deze adviseringconcluderen wij dat de JGZ-professional binnen de kaders van hunwerkzaamheden van het basistakenpakket JGZ uit de Wet publiekegezondheid zich al maximaal inzetten op het thema gehechtheid. Omhechting goed te kunnen adresseren hebben JGZ-professionals derichtlijn Ouder-kind relatie en de richtlijn Kindermishandeling tot hunbeschikking. Deze richtlijnen worden regelmatig geactualiseerd aan dehand van onder andere recente wetenschappelijke inzichten. Deouder-kind richtlijn is onlangs vernieuwd en komt eind 2024 in demodulaire vorm beschikbaar. De richtlijn Kindermishandeling is inherziening en is naar verwachting eind 2024/begin 2025 afgerond. DeJGZ-professional kan meer doen aan ondersteuning van ouders, indiengemeenten interventies op het terrein van opvoedondersteuning inkopenbij hun JGZ-uitvoerder met het budget dat ze hiervoor verkrijgen vanuitde algemene uitkering van het Gemeentefonds voor het uitvoeren van deJeugdwet. In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd stimuleren wegemeenten wel tot het meer inzetten van de JGZ-uitvoerders op hetgebied van preventie en opvoedondersteuning.3. Oplossingsrichtingen voor de vergoeding van kinderopvang enpleegouders De motie van het lid Den Haan (fractie Den Haan) c.s. verzoekt de regeringin overleg te gaan over mogelijke structurele oplossingsrichtingen voor devergoeding van kinderopvang voor pleegouders.36Het Ministerie van SZW werkt op dit moment aan het stapsgewijsinvoeren van een hoge en inkomensonafhankelijke vergoeding voorkinderopvang voor werkende ouders. Door deze stapsgewijze verhogingis de verwachting dat de kinderopvang ook voor veel werkende pleeg-ouders goedkoper zal worden. De Staatssecretaris voor Jeugd, Preventieen Sport zal de ontwikkelingen van het kinderopvangstelsel nauwlettendblijven volgen.34In september is een nieuwe motie aangenomen in de Tweede Kamer over het verbieden vanprivate equity in de zorg – Kamerstukken II 2024/25, 36 444, nr. 15.35Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 108.36Kamerstukken II 2022/23, 31 839, nr. 956.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103134 4. Onderzoeken draagvlak voor opzetten pilot rechte padpleegzorg De motie van lid Synhaeve (D66) verzoekt de regering te onderzoeken ofdraagvlak aanwezig is om een pilot uit te zetten van «rechte padpleegzorg», met goede ondersteuning voor pleegouders, en bij voldoendedraagvlak deze pilot op te zetten.Voor de uitvoering van deze motie hebben wij informatie opgehaald overeen eerdere pilot op dit vlak en is overleg geweest met de Raad voor deKinderbescherming en Jeugdzorg Nederland. Uit de evaluatie van dezepilot in 2016 kwamen voorzichtige positieve resultaten over de doeltref-fendheid. De korte verblijfsduur (drie maanden) van de jeugdige, de extratijd van jeugdzorgwerkers vanwege de intensieve begeleiding van ouders,een zeer beperkt aantal gezinnen dat beschikbaar was voor deze vorm vanpleegzorg en de kosten waren redenen om de pilot geen vervolg te geven.Het draagvlak opnieuw een pilot op te zetten is nu ook niet aanwezig. Deinmiddels opgezette Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd biedensoms een alternatief voor deze doelgroep, zo mogelijk worden jongerendaar geplaatst.5. Mockingbird De motie van het lid Synhaeve (D66) verzoekt de regering met een plan tekomen hoe de positieve ervaringen van het Mockingbirdmodel ingezetkunnen worden voor meer pleegouders.37 In 2024 zijn er vier pleegzorg-aanbieders die vijf Mockingbird constellaties ondersteunen. Omaanbieders, gemeenten en regio’s te faciliteren in de keuze te gaan werkenmet Mockingbird, financiert de Staatssecretaris JPS een maatschappelijkekosten-baten analyse (MKBA) van de Mockingbird werkwijze. Deze MKBAis naar verwachting in het voorjaar van 2025 gereed.6. Evaluatie bestuurlijke afspraken verlengde pleegzorg engezinshuizen De motie van het lid Raemakers (D66) en het lid Ceder (CU) verzoekt deregering de bestuurlijke akkoorden ten aanzien van pleegzorg engezinshuizen goed te evalueren en de uitkomsten mee te nemen in hetbesluit over wettelijke verankering van de duur van gezinshuizen.38−Verlengde pleegzorg is inmiddels wettelijk vastgelegd. Dit moet inpraktijk ook zo worden uitgevoerd als pleegkind en pleegouders ditwillen. Uit de evaluatie blijkt dat pleegkinderen of pleegouders dit nietin alle gevallen als vanzelfsprekend ervaren. Daarom zet de Staatsse-cretaris voor Jeugd, Preventie en Sport samen met de NVP, JZNL enVNG in op extra informatievoorziening voor pleegkinderen enpleegouders – maar ook aanbieders en gemeenten – over het wettelijkrecht op verlengde pleegzorg. Hiervoor wordt onder andere platformpleegzorg.nl benut.−Verblijf in een gezinshuis na 18 jaar is mogelijk gemaakt door debestuurlijke afspraken met de sector. Uit de evaluatie blijkt datverschillen bestaan tussen gemeenten in o.a. de aanvraag totverlenging, het doen van een noodzakelijkheidstoets en de geldig-heidsduur van de afgegeven beschikking. De onderzoekers doenaanbevelingen om beter te anticiperen op de naderende leeftijdsgrensvan 18 jaar en de daarmee gepaard gaande verandering in rechten,plichten en voorzieningen. Dit wordt meegenomen in de gesprekkenmet de gezinshuissector en de VNG.37Kamerstukken II 2023/24 36 410 XVI, nr. 97.38Kamerstukken II 2021/22 35 833, nr. 22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103135 7. Verbetering werkwijze IGJ De motie Synhaeve c.s. verzoekt de regering om de Kamer voor hetvolgende WGO Jeugd te informeren op welke wijze de IGJ haar werkwijzegaat verbeteren en hierin expliciet aandacht te hebben voor:−een betere omgang met signalen en meldingen;−betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij het toezicht;−de mogelijkheid om een negeerverbod op te nemen bij meldingen vanbepaalde ernstige incidenten.39In het reflectierapport van de IGJ bijgevoegd aan deze Kamerbriefreflecteert de IGJ op haar eigen rol en handelen ten aanzien van hettoezicht op de ZIKOS in de afgelopen jaren.Hierin is onder andere gekeken naar de omgang met signalen enmeldingen.Een toelichting op dit rapport is opgenomen in de paragraaf «Transfor-matie gesloten jeugdhulp» eerder in deze brief. Voor een volledig beeldvan de verbeteringen die de IGJ doorvoert in het toezicht verwijzen wijnaar het rapport.8. Beschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamheden vanzorgprofessionals De motie van het lid Tielen verzoekt om een concreet actieplan dat hetverschil tussen beschikbare en vereiste bevoegdheden en bekwaamhedenvan zorgprofessionals significant verkleint.40Het actieplan waartoe de motie oproept, stipt een uitermate belangrijkthema aan en is belegd binnen het vijfjarig actieplan van het consortiumkleinschaligheid. In het actieplan van het consortium ontwikkeleninstellingen, die bezig zijn met de af- en ombouw van de geslotenjeugdzorg of deze al hebben omgebouwd naar andere manieren vanresidentiële jeugdzorg, samen met onderzoekers en ervaringsdeskun-digen, kleinschalige jeugdhulp met verblijf. Diepgaand onderzoek naarpersonele randvoorwaarden en implementatie van kennis hierover is hieronderdeel van. Daarbij wordt zowel gewerkt aan verbeteren van compe-tenties en kennis, maar ook aan ondersteuning van professionals en eenlerende cultuur.Een van de concrete opbrengsten van het Consortium Kleinschaligheid iseen kwaliteitsontwikkelkompas. Belangrijke thema’s in dit kompas zijn1) de kwaliteit & effectiviteit van de zorg in kleinschaligheid en 2) depersonele randvoorwaarden die nodig zijn om op een relatiegerichte,kleinschalige manier te werken. Dit betreffen de rollen en functies en defunctiemix die vereist zijn om relatiegericht te kunnen werken, terwijlzaken als aandacht voor teamontwikkeling, supervisie, passende sturingen organisatiecultuur net zo belangrijk zijn voor medewerkers omkinderen en jongeren in de kleinschalige voorzieningen goed en verant-woord te kunnen begeleiden. Het consortium verwacht in de loop vanvolgend jaar een eerste versie van het ontwikkelkompas te presenteren.39Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1008.40Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1011.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103136 Toezeggingen1. Verantwoordingseisen en toezicht door gemeenten op jeugd-hulpaanbieders Het lid Dobbe (SP) en het voormalig lid Synhaeve (D66) verzoeken deregering in hun motie om samen met jeugdhulpmedewerkers, jeugdhulp-aanbieders en gemeenten uniforme toetsingskaders op te stellen die vantoepassing zijn op alle jeugdhulpaanbieders inclusief onderaannemers.41Zoals eerder gemeld aan uw Kamer zijn wij in het voorjaar een eersteverkenning gestart rondom mogelijkheden en kwaliteit van informatie inDigiMv om knelpunten beter in beeld te krijgen.42 Daaruit is naar vorengekomen, ook in relatie tot het verzoek gedaan in de motie, dat hetrelevant is om beter zicht te krijgen op de informatiebehoefte van deverschillende gemeenten in het uitvoeren van hun wettelijke taken en inhoeverre zij dit nu via separate informatiestromen uitvragen. Hiervoorgaan wij een onderzoek uitzetten. Zodra de uitkomsten van het onderzoekbeschikbaar zijn, zullen wij hierop terugkomen.2. Verkenning vergunningsplicht In de Kamerbrief van 14 februari 2024 is uw Kamer toegezegd om in 2024de verkenning af te ronden naar de vraag of het in de rede ligt om waarmogelijk aan te sluiten bij het systeem dat geldt voor de aanbieders vanZvw- en Wlz-zorg ten aanzien van de vergunningsplicht op grond van deWet toetreding zorgaanbieders (hierna: Wtza). Dit is een afspraak die isgemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd.Begin dit jaar is deze verkenning gestart. In dat kader is onder meeronderzocht welke doelen een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbiederszou dienen en hoe de vergunningplicht in het kader van de Wtza functio-neert. Ook is bezien wat de impact van dit instrument zou zijn voor hetjeugdveld en welke bestaande en toekomende maatregelen er zijn om deachterliggende doelen van vergunningplicht te bereiken.De verkenning is in de afrondende fase. De komende periode benutten wijom met de VNG en de Branches gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ)tot een gedeelde visie op dit vraagstuk te komen. Besluitvorming op ditpunt is beoogd vóór het einde van dit jaar. Daarna informeren wij uwKamer over de uitkomst.3. Schaduwgezinnen Zoals ook aangekondigd in de brief van 21 juni jl. heeft er in septembervanuit het Ministerie van VWS een vervolgoverleg plaatsgevonden metmw. Doornbos van Schaduwgezin, met het Ministerie van OCW en dePO-raad.43 In het gesprek is meegedacht over het vergroten van debekendheid over dit initiatief in het land. Er is afgesproken dat de partijenhun informatiekanalen en netwerken benutten om het initiatief vanschaduwgezinnen onder de aandacht te brengen van scholen engemeenten. Mw Doornbos zal ons op de hoogte houden over de pilots dieinmiddels zijn gestart in de gemeente Zwartwaterland en wat deopbrengsten zijn zodat betrokken partijen ook hierover kunnen communi-ceren. Er is afgesproken eind van het jaar bij te praten over actueleontwikkelingen.41Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 100.42Kamerbrief voortgangsbrief Jeugd juni 2024.43Een schaduwgezin is er om de ouders even te ontlasten en het kind lekker te laten spelen bijeen klasgenootje en diens ouders in de buurt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103137 4. Handvatten tarieven Via de motie van het voormalig lid Raemakers (D66) heeft uw Kamerverzocht om het in te richten kennis- en informatiepunt van de Jeugdauto-riteit te vragen vóór de zomer 2024 in beeld te brengen welke handvattenbenodigd zijn voor de ontwikkeling van tarieven en hierover de Kamer teinformeren.44 De Jeugdautoriteit heeft invulling aan deze motie gegevendoor in het rapport «Rode draden in tarievenonderzoek» enkelehandvatten te geven gericht op regio’s en gemeenten voor het ontwik-kelen van tarieven.45 Voorbeelden hiervan zijn:−het gebruik maken van de handreiking «Inzicht in tarieven»;−het gebruik maken van zoveel mogelijk algemeen geldende begrippenen definities, zoals uit de amvb «Reële prijzen Jeugdwet»;−het goed doorlopen van de voorbereidende stappen voorafgaand aanhet traject van de tariefvorming.44Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 980.45https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/rapporten/2024/07/18/rode-draden-in-tarievenonderzoeken-jeugdhulpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 839, nr. 103138

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9294cd77857bf1e8

14 okt 2026 · b3c68d128890b798

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

Historische bestandscontext niet beschikbaar. De gekozen brontekst blijft ongewijzigd.

Bijlagen

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Bij dit hoofddocument

Historische bijlagecontext niet beschikbaar bij deze brontekstversie.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie