KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het advies "De Olifant onder de Kamer" van ABDTOPConsult over funderingsproblematiek

4 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d9f21c7c141833e1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 325BouwregelgevingNr. 298 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING EN VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARISVAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Steeds meer mensen krijgen te maken met schade aan de fundering vanhun woning of gebouw. Dit heeft vaak grote financiële gevolgen, maartast ook het gevoel van veiligheid en geborgenheid aan. Het raakt mensenin de kern: hun thuis. Wanneer meerdere woningen in een buurt wordengetroffen, komt ook de leefbaarheid onder druk te staan. Als er niet tijdigwordt ingegrepen, leidt funderingsschade tot verdere verslechtering,verlies van woningen en hoge vervangingskosten. Daarbij is oog voor demenselijke maat essentieel: de sociale impact voor bewoners neemt toenaarmate de aanpak langer op zich laat wachten.Vanwege de uiteenlopende oorzaken van funderingsproblemen en degrote regionale verschillen – in bodemgesteldheid, bebouwing eneigendomssituaties – bestaat er geen uniforme oplossing. Actie is somsacuut nodig, soms minder urgent, afhankelijk van de ernst en omvang vande schade. Daarom is een gebiedsgerichte en gedifferentieerde aanpaknoodzakelijk. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten ruimtekrijgen voor een eigen invulling, afgestemd op de lokale situatie. Dezeaanpak moet oog hebben voor alle aspecten van het vraagstuk: technisch,sociaal, juridisch, financieel én communicatief. Alleen zo kunnen wekomen tot haalbare en betaalbare oplossingen, passend bij iedere uniekesituatie.Een effectieve aanpak vraagt om samenwerking met alle betrokkenpartijen die ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid willen bijdragenaan een gedeeld doel. Hierbij gaat het om een actieve inzet van het Rijk,provincies, gemeenten en waterschappen, maar ook van marktpartijenzoals banken, verzekeraars en de bouwsector. De eigenaar van de woningheeft bij deze opgave een cruciale rol: een eigenaar is immers zelfverantwoordelijk voor het onderhoud van de eigen woning, daarondervalt ook funderingsherstel. Hoe langer gewacht wordt met de aanpak vande funderingsschade, hoe meer de kosten oplopen. Het is dan ook kst-28325-298ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2981 belangrijk dat de eigenaar in staat is aan de slag te gaan met het oplossenvan de funderingsschade. De nationale aanpak funderingsproblematiekondersteunt hierbij. De aanpak van funderingsproblematiek vraagtlangjarig commitment van alle betrokkenen, zowel publiek als privaat.Met deze brief bieden wij u het rapport «De Olifant onder de kamer» vanABDTOPConsult aan. Dit rapport is opgesteld in opdracht van deMinisteries van VRO, IenW en LVVN en met betrokkenheid van OCW. Wijgeven, mede namens de bewindspersonen van LVVN, aan welke keuzeswe op hoofdlijnen maken en hoe we samen met de belangrijkste partnersde verschillende bouwstenen van de nationale aanpak gaan uitwerken.Tevens treft u als bijlagen aan een inventarisatie van TwynstraGudde overhoe lokale overheden momenteel omgaan met funderingsproblematiek eneen verdiepende analyse van Deltares en TNO over aard en omvang vande opgave. Op basis hiervan schetsen we hoe we de meerjarige nationaleaanpak willen inrichten en welke vervolgstappen we samen met debelangrijkste partners gaan zetten. Centraal in deze nationale aanpakstaan de funderingen van gebouwen met een woonfunctie (hiernawoningen), in relatie tot hun omgeving. Funderingen van infrastructuur ofandere kunstwerken in openbare ruimte zijn geen onderdeel van dezeaanpak.1. ABDTOPConsult-advies «De Olifant onder de kamer» In 2024 bracht de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (Rli) opverzoek van het Rijk een advies uit over de funderingsproblematiek.Daaruit blijkt dat in de komende tien jaar 425.000 gebouwen te makenkrijgen met funderingsschade en dat dat aantal in de komende vijfen-twintig jaar groeit naar 780.000. ABDTOPConsult onderschrijft dezeaantallen en voegt toe dat voor circa 25.000 gebouwen herstel urgent iswegens ouderdom en constructieve schade, waardoor volledige renovatieof sloop/nieuwbouw noodzakelijk is. Naar schatting zijn zo’n21.000–24.500 van deze gebouwen ondiep1 gefundeerd en zijn 2.250gebouwen op houten palen gefundeerd. Voor ongeveer 80.000 gebouwenis de situatie op dit moment ook al ernstig en is ingrijpend herstelnoodzakelijk. Het aantal urgente gevallen zal tot 2050 snel toenemen,vooral onder gebouwen met ondiepe funderingen. Verschillen in oorzaaken herstelmogelijkheden vragen om een gerichte aanpak per funde-ringstype: houten palen versus ondiepe fundering.Het ABDTOPConsult-advies bouwt voort op het Rli-advies «Goedgefundeerd» en benadrukt dat de funderingsproblematiek onzichtbaar isen groot in omvang, zowel voor het individu als voor de maatschappij.Verantwoordelijkheden zijn juridisch belegd, maar worden niet altijdgevoeld en genomen door betrokkenen, mede als gevolg van een gebrekaan bewustzijn en goede informatie. Het advies schetst dat een intensi-vering van de aanpak nodig is, met nadrukkelijke regie van de overheidom stappen te kunnen zetten. Niet alles kan tegelijk; niet alles kan overalen ook niet iedereen is in staat funderingsproblemen aan te pakken. Datlaat onverlet dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, waarbijhet Rijk ondersteuning biedt, zodat eenieder diens rol goed kan vervullen.Het advies schetst acht inhoudelijke bouwstenen en drie mogelijkebenaderingen van waaruit de overheid de nationale aanpak vorm kangeven, wat leidt tot meerdere beleidsopties voor de bouwstenen van denationale aanpak, zoals hieronder aangegeven.1Gebouwen met een ondiepe fundering hebben een onderconstructie die direct op de bodemrust.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2982 Het advies biedt een waardevol overzicht van mogelijke beleidsopties metbijbehorende instrumenten. De geschetste niveaus van overheidsbetrok-kenheid dwingen ons bewust keuzes te maken. Het kiezen voor éénzelfdebenadering voor alle inhoudelijke bouwstenen vanuit de overheid is nietnoodzakelijk en bovendien lastig, omdat de verschillende bouwstenen inde tijd vragen om verschillende mate van overheidsbetrokkenheid. Onzekeuzes voor de diverse bouwstenen lichten we hieronder toe.De urgentie van dit vraagstuk vraagt om een snelle start op basis van dehuidige beschikbare capaciteit en middelen en vraagt om een langjarigeen actieve inzet van vele partijen, zowel publiek als privaat. Het isbelangrijk te bouwen aan een goed fundament van kennis, inzicht,mogelijkheden en uitvoeringskracht bij de betrokken partijen om deaanpak stapsgewijs de komende tien jaar verder uit te bouwen. Dit geeftde gelegenheid bij te sturen wanneer de problematiek daar aanleiding toegeeft.2. Nationale aanpak Het advies van ABDTOPConsult onderstreept dat afwachten geen optie is:zonder interventie wordt het probleem groter, met grote maatschappelijkeen sociale gevolgen. Daarom nemen we gezamenlijk onze verantwoorde-lijkheid voor een veilige en toekomstbestendige woningvoorraad. Wedoen dit in een brede coalitie met publieke en private partijen en werkenmet elkaar aan een aanpak waarin ieder vanuit eigen verantwoordelijkheidactief bijdraagt. Het uitgangspunt van de nationale aanpak is dat dewoningeigenaar primair verantwoordelijk is voor de fundering vanzijn/haar woning. Het Rijkt neemt de regie op zich, bewaakt desamenhang, stuurt op de voortgang van de acties waar de verschillendepartners in de nationale aanpak voor aan de lat staan en regelt derandvoorwaarden die in deze brief nader worden uitgewerkt. Alsinterventies onvoldoende effectief blijken of het te langzaam gaat, stuurthet Rijk bij.We zetten op de korte termijn (2025 t/m 2028) in op het vergroten van dekennis over funderingsschade. We zorgen dat er meer betrouwbareinformatie over funderingen beschikbaar komt. Dit zorgt voor meerbewustwording over mogelijke problemen met funderingen, maar is ookeen randvoorwaarde om als eigenaar te kunnen handelen. Het doelhiervan is dat de funderingsproblematiek een transparant onderdeelBron: De Olifant onder de kamer, ABDTOPConsult, april 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2983 wordt van de prijsvorming op de vastgoedmarkt en dat de (potentiële)eigenaren hier op kunnen anticiperen.We werken de komende periode aan het creëren van de noodzakelijkecondities om te zorgen dat de aanpak en uitvoering stapsgewijs kanworden opgeschaald. Dit gebeurt binnen de beschikbare financiëlemiddelen. Daarnaast zetten we in op het ondersteunen van de individuelefunderingsaanpak door woningeigenaren en de gebiedsgerichte aanpakdoor gemeenten. De focus van het kabinet ligt daarbij op gebouweige-naren die schade- en funderingsherstel moeilijk zelf kunnen organiserenof bekostigen en buurten waar vanwege een meervoudige of samenhan-gende problematiek een door de gemeente of regio gecoördineerdeaanpak nodig is. We starten daarbij in enkele gebieden met een urgentfunderingsrisico en uiteenlopende oorzaken waar gemeenten al aan deslag zijn. Met als doel om handelingsperspectief te bieden aan de mensenin deze gebieden maar ook om van te leren voor het vervolg. Met deopgedane kennis kunnen ook gemeenten die nog aan het begin van eeneigen aanpak staan op weg geholpen worden.De nationale aanpak bestaat daarmee uit drie onderdelen, waarin debouwstenen zoals benoemd in het advies van ABDTOPConsult een plekkrijgen:1.Creëren noodzakelijke condities;2.Ondersteunen van de individuele aanpak;3.Ondersteunen van de gebiedsgerichte aanpak.Voor deze aanpak is in de periode 2025–2028 cumulatief € 56 miljoenbeschikbaar. Daarnaast is er incidenteel in 2026 € 20 miljoen gereserveerdvoor het Fonds Duurzaam Funderingsherstel. Zie paragraaf 3 voor eennadere toelichting.2.1 Creëren noodzakelijke condities voor de nationale aanpak Het Rijk gaat aan de slag met een aantal condities die nodig zijn om denationale aanpak te laten slagen. Het zijn zaken die we generiek, opnationaal niveau, moeten organiseren om gebouweigenaren, medeover-heden, de financiële sector en de bouwsector in staat te stellen adequaatde funderingsschade te kunnen oplossen.Betrouwbare data en risicomodellenHet is belangrijk dat mensen kunnen beschikken over eenduidigebetrouwbare informatie over hun funderingen. Een belangrijk onderdeelvan de nationale aanpak is daarom het verbeteren en bijeenbrengen vanfeitelijke data over de fundering en het verbeteren van modellen om hetfunderingsrisico in te schatten. Het toekomstbeeld is dat er op termijn éénpublieke informatievoorziening komt waarin alle bestaande en nieuwefunderingsinformatie samenkomt en waartoe medeoverheden, marktpar-tijen én woningeigenaren binnen een eigen omgeving toegang krijgen. Ditbetekent dat we kiezen voor een nationale data-infrastructuur metfunderingsinformatie. Dit is iets wat niet van de ene op de andere daggeregeld is en vanwege de versnipperde data en informatie demedewerking van velen vraagt. Het Rijk neemt hierin de regie en draagtzorg voor kwaliteit, betrouwbaarheid en standaardisatie van gegevens enstimuleert verder funderingsonderzoek voor betere validatie. Daarnaastvraagt een dergelijke nationale data-infrastructuur ook de nodigeinspanning en inzet van de decentrale overheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2984 Zoals ABDTOPConsult adviseert, zetten we in 2025 en 2026 eerste stappenrichting dit toekomstbeeld door het vaststellen van standaarden en eisenvoor eenduidige registratie van feitelijke data, het valideren van risicomo-dellen in de markt en de doorontwikkeling van een publiek gevalideerdrisicomodel. Hiervoor werkt het Ministerie van VRO samen met ondermeer Kadaster, Deltares en TNO. Ook lopen er verkennende gesprekkenmet Fundermaps of dit met publieke data ontwikkelde marktinstrumentbinnen het publieke domein kan worden gebracht, zoals aanbevolen doorABDTOPConsult. Daarnaast wordt de reeds beschikbare informatietoegankelijk gemaakt voor de verschillende gebruikersgroepen. Bij deuitwerking zullen we de adviezen rond betrouwbare data, informatie enrisicomodellering uit het rapport van ABDTOPConsult (hoofdstuk 4)meenemen.Kennisontwikkeling en innovatieHet Rijk investeert de komende jaren ook in kennis en innovatie. Meerkennis over omvang, spreiding, oorzaken en patronen van funderings-schade is nodig om beter onderbouwde uitspraken te kunnen doen overde levensduur van funderingen en het risico op funderingsschade beter tekunnen inschatten. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over hoe de funderings-schade ontstaat door krimp-zwel gedrag van kleigrond. Maar ook welkemaatregelen genomen kunnen worden om ernstige schade te voorkomenof vertragen, aan of rondom het pand zelf of in de omgeving. Met Deltaresen TNO is een agenda voor deze fundamentele kennisontwikkelingopgesteld die zij de komende jaren zullen uitvoeren, zie de bijlage bij dezebrief.Ook is inzet nodig op innovatie en opschaling van de markt voorfunderingsonderzoek en -herstel. De marktanalyse van TKI Bouw enTechniek2, heeft laten zien dat de bouwsector in de huidige situatie dezeopgave qua omvang en capaciteit onvoldoende kan oplossen. OokABDTOPConsult stelt dat innovatief onderzoek nodig is ten behoeve vanhet ontwikkelen van goedkopere en minder ingrijpende onderzoeks- enhersteloplossingen. Daarnaast kan het bundelen van de vraag zorgen vooreen meer continue bouwstroom wat de capaciteit ten goede komt. Wewerken samen met TKI Bouw en Techniek een innovatie- en opschalings-programma uit voor de periode 2025–2028 en benutten daarbij bestaandeprogramma’s en netwerken (bv. Nationaal Groeifonds Toekomstbe-stendige leefomgeving en het Bouwberaad). De ontwikkelde kennis zalworden gedeeld via de samenwerking van Kenniscentrum Bodemdalingen Funderingen (KBF), Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek(KCAF) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zijbegeleiden daarnaast een kennis- en innovatienetwerk rond funderingson-derzoek en -funderingsherstel3. Met dit netwerk bestaande uit kennisin-stellingen en marktpartijen worden nieuwe kennisvragen geadresseerd enopgepakt.Kwaliteitsborging op ordeVerbetering van informatie over funderingsschade en de zichtbaarheidvan financiële gevolgen van funderingsherstel leidt tot een toename vande vraag naar en uitvoering van funderingsherstel. Een belangrijkevoorwaarde voor de verantwoorde groei en schaalvergroting is hetborgen van de kwaliteit van het werk, de werkomstandigheden enspecialisatie van het bouwpersoneel. We zorgen voor de nodige standaar-2Funderingsproblematiek – Verdiepingsstudie naar innovatie- en opschalingsopgave | Rapport |Rijksoverheid.nl3Kennis- en innovatienetwerk versnelling funderingsaanpak maakt keuzes – KBFTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2985 disatie van funderingsbeoordeling, funderingsonderzoek en funderings-herstel om de kwaliteit van het werk waarborgen. Met de sector (BouwendNL, NVAF4, KCAF en standaardisatieorganisaties) werken we aan openstandaarden door de bestaande richtlijnen en handboeken voor funde-ringsonderzoek en funderingsherstel te actualiseren. We uniformeren debestaande erkenningsregelingen voor funderingsherstelbedrijven, die weop termijn verder ontwikkelen naar certificering, zowel voor bedrijven alsfunderingsprofessionals, waar mogelijk en waar dit meerwaarde biedt.Omdat ook veel monumenten kampen met funderingsproblemen is hetvan belang dat ook kennis over de omgang met de monumentalewaarden beter wordt verspreid. Dat geldt ook voor hoe om te gaan methet archeologisch bodemarchief. Met deze werkwijze werken we toe naarde professionalisering van de funderingsaanpak: van onderzoek tot aanfunderingsherstel.Water- en bodemaanpakBij funderingsschade is er vaak sprake van meerdere oorzaken, waarbij debouwkwaliteit een belangrijke oorzaak is. Maar ook bodem en waterspelen zowel in stedelijk als landelijk gebied een belangrijke rol, denk aaneffect van bodemdaling, effect van krimp-zwel van kleigrond en droog-stand van houten palen bij lage grondwaterstanden. Onder sommigeomstandigheden kunnen waterbeheersmaatregelen of bodemmaatre-gelen mogelijkheden bieden om funderingsschade uit te stellen en/of tebeperken.We ondersteunen de decentrale overheden binnen de aanpak vanfunderingsproblematiek bij het beheer van het (grond)water en de bodemin landelijke en stedelijke gebieden. Dit doen we door het bieden van eenhandreiking die decentrale overheden kunnen gebruiken om eenmaatregelenprogramma op te stellen. Funderingsproblematiek in zowellandelijk als stedelijk gebied maakt onderdeel uit van de ruimtelijke enwaterstaatkundige afweging in het gebiedsgerichte beleidsproces.Decentrale overheden werken intensief samen in besluitvorming rond deruimtelijke keuzes, en (grond)water- en bodembeheer die effect hebben opde funderingen. De Omgevingswet biedt juridische ruimte aan medeover-heden om hier vanuit hun bestaande bevoegdheden invulling aan tegeven. Op regionaal of lokaal niveau en voor landelijk of stedelijk gebiedis er ruimte voor maatwerk mogelijk, naar de kenmerken van het gebied.In lijn met het advies van ABDTOPConsult zullen we in de ruimtelijke enwater- en bodemafwegingen de impact op de fundering van gebouwennadrukkelijk laten meewegen. We verkennen daarvoor of gemeenten,waterschappen en provincies samen funderingsaandachtsgebiedenkunnen bepalen (gebieden waar (risico’s op) funderingsproblemen spelen)en deze kunnen opnemen in hun (omgevings-)beleid. Voor deze funde-ringsaandachtsgebieden worden programma’s opgesteld, waarinbetrokken overheden maatregelen opnemen met betrekking tot bodem-en (grond)waterbeheer. Teneinde funderingsschade zoveel mogelijk tegente gaan wordt bij ingrepen in het water- en bodemsysteem in deomgeving (zoals peilbesluiten, grondwateronttrekkingen) het uitstellen enbeperken van funderingsschade ook meegewogen.Bij nieuwbouw, herinrichting en andere ruimtelijke ontwikkelingen binnenbestaand stedelijk gebied wordt door provincie en gemeente hetwaterschap aan de voorkant betrokken. Zo wordt het water- en bodem-systeem goed meegenomen in de besluitvorming. Met het RuimtelijkAfwegingskader geeft het Rijk decentrale overheden een handreiking om4Nederlandse Vereniging Aannemers FunderingswerkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2986 klimaatbestendige locatiekeuzes te maken voor nieuwe verstedelijking.Met de Landelijke Maatlat helpt het Rijk medeoverheden en ontwikkelaarsom klimaatadaptieve keuzes te maken bij de inrichting en het ontwerp vannieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.UitvoeringskrachtUitvoering geven aan de aanpak van funderingsschade is voorgemeenten, provincies, waterschappen en woningcorporaties eenuitdaging door gebrek aan (uitvoerings)capaciteit. ABDTOPConsult geeftaan dat lokale overheden (gemeenten en ook waterschappen) eeninhaalslag moeten maken in eigen capaciteit en een beroep moetenkunnen doen op externe capaciteit, kennis en expertise. Om efficiënt omte gaan met de beschikbare capaciteit, richten we samen met VNG, IPO,UvW en Aedes een expertteam in dat vraaggericht de overheden enwoningcorporaties kan ondersteunen met kennis en expertise. Daarbijworden ook de bestaande kenniscentra betrokken. Ook voldoendecapaciteit vanuit de betrokken departementen om op alle onderdelen vande nationale aanpak daadwerkelijk regie te kunnen nemen en voortgangte kunnen maken is een randvoorwaarde.2.2 Ondersteunen individuele aanpak Het Rijk faciliteert woningeigenaren en de markt via meerdere lijnen ombeter en eenvoudiger invulling te geven aan de eigen verantwoorde-lijkheid voor schade- en funderingsherstel.Communicatie en informatieloketHet vergroten van het bewustzijn en de kennis over funderingsproble-matiek bij woningeigenaren krijgt prioriteit door meer en betere funde-ringsinformatie. We zorgen voor begrijpelijke publieke informatie envoorlichting over de te zetten stappen wanneer mensen geconfronteerdworden met funderingsschade. Tegelijkertijd werken we samen metgemeenten en het KBF, KCAF en Vereniging Eigen Huis (VEH) omeigenaren van specifieke, lokale informatie en begeleiding te voorziendoor het stimuleren van regionale of lokale funderingsloketten. Vanuit deregionale of lokale loketten kan ondersteuning geboden worden doorbijvoorbeeld een funderingscoach. Voor rijksmonumenteneigenaren biedtde Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) aanvullende kennis eninformatie over de funderingsproblematiek bij cultureel erfgoed. Voor dewoningeigenaren die niet bij hun eigen gemeenten terecht kunnen, zaleen landelijk informatiepunt (digitaal en telefonisch) geboden worden viade samenwerking KBF en KCAF.Informatie in het woningtransactieprocesHet is belangrijk dat informatie over de staat van de fundering vroegtijdigkan worden meegenomen in het woningtransactieproces. Dat betekentdat een koper vóórdat deze een bod uitbrengt toegang moet krijgen tot derelevante funderingsinformatie. De informatie moet daarom direct bijverkoop van de woning, bijvoorbeeld in de verkoopadvertentie, albeschikbaar zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de verkoper,maar het is ook aan makelaars om verkopers in het verzamelen van derelevante informatie te ondersteunen. Er zijn al instrumenten waarmee opbasis van vastgestelde onderzoeksdata en modeldata een eersteinschatting gemaakt kan worden van het funderingsrisico van de woning.Dit geeft voor dit moment een eerste indicatie. Tegelijkertijd werken wezoals hiervoor beschreven aan het verbeteren van de betrouwbaarheidvan data en risicomodellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2987 We zullen met marktpartijen zoals kredietverstrekkers vanuit dezebestaande instrumenten één standaard bepalen voor 1) een betrouwbarebasis risico inschatting; 2) het aanvullend onderzoek dat gevraagd magworden en 3) de gevolgen voor kredietverstrekking als er daadwerkelijkfunderingsproblemen geconstateerd worden. Uiteindelijk zullen hierdoorde kosten van funderingsherstel tot uiting komen in de prijs van eenwoning. In eerste instantie heeft dit met name impact op de gebiedenwaar er sprake is van urgente problemen en waar een collectieve aanpaknodig is. Dit kan de betrokkenen activeren om te gaan handelen: woning-eigenaren worden aangezet tot het maken van plannen en keuzes omfunderingsschade aan te pakken. Het zorgt er ook voor dat deze risico’sniet worden doorgeschoven naar nieuwe bewoners.Standaardisatie financiering eigen woningIn veel gevallen zijn huidige woningeigenaren in staat om funderingspro-blemen met eigen middelen of een (hypothecaire) lening te financieren.Voor mensen die recent een woning hebben gekocht, kan dit lastiger zijn.Het is belangrijk dat hypotheekverstrekkers en financieel adviseurs bij hettoetsen van hypotheekaanvragen rekening houden met de kosten enfinancieringsmogelijkheden voor funderingsherstel. Momenteel zijnfunderingsherstelkosten niet of onvoldoende verdisconteerd in dewoningwaarde. Voor mensen die al maximaal lenen, betekent dit dat eronvoldoende ruimte is om onverwachte herstelkosten op te vangen.Betere informatievoorziening stelt kopers in staat om herstelkosten mee tenemen in hun bod, waardoor deze ook in de hypotheekaanvraag verwerktkunnen worden. Dit vergroot de financieringsmogelijkheden. ABDTOP-Consult laat zien dat standaardisering van financieringsopties voorfunderingsherstel dit proces vergemakkelijkt en eigenaren helpt bij hetmaken van de juiste keuze. Samen met onder andere de NederlandseVereniging van Banken (NVB), het Verbond van Verzekeraars (VvV) en deNationale Hypotheek Garantie (NHG) werken we aan gestandaardiseerdefinanciële processen om funderingsherstel toegankelijker en aantrekke-lijker te maken voor woningeigenaren.Fonds Duurzaam Funderingsherstel en Nationaal RestauratiefondsHet kabinet kiest niet voor het subsidiëren van funderingsherstel. Hiervoorzijn ook geen middelen beschikbaar. De meeste woningeigenaren zijn zelfin staat om de aanpak van funderingsproblemen te financieren. Voorwoningeigenaren die noodzakelijk funderingsherstel willen uitvoeren,maar daarvoor onvoldoende financiële mogelijkheden hebben, is er eenlandelijk vangnet: het Fonds Duurzaam Funderingsherstel (FDF). Deleningen die het FDF verstrekt betreffen hypothecaire leningen metaangepaste voorwaarden (betalen naar draagkracht). Tot en met junikonden woningeigenaren uit zeven gemeenten bij het FDF terecht vooreen lening voor funderingsherstel. Met ingang van 1 juli 2025 heeft hetFDF landelijke werking gekregen. Hierdoor kunnen woningeigenaren inheel Nederland bij het FDF terecht, wanneer zij niet via de regulierehypotheekmarkt de financiering rond kunnen krijgen vanwege eenontoereikend inkomen.Naast verbreding van de reikwijdte van het fonds zijn er ook een aantalandere aanpassingen gedaan. Vanaf 1 juli 2025 hoeft er geen sprake meerte zijn van urgent funderingsherstel (hersteltermijn 0–5 jaar), maar vannoodzakelijk herstel om in aanmerking te komen voor een lening. Dit omte voorkomen dat de situatie verergert en de kosten voor herstel daardoorverder oplopen dan nodig. Daarbij vervalt vanaf 1 juli 2025 ook de eis dateen woning in een bouwblok gelegen moet zijn. Per die datum komen ookvrijstaande huizen in aanmerking voor een lening bij het FDF.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2988 Het resterende vermogen van het FDF per eind 2024 bedraagt circa€ 13 miljoen. In 2026 wordt hier door het Rijk € 20 miljoen aan toege-voegd5, om te kunnen voldoen aan de verwachte stijging van het aantalaanvragen door de landelijke werking. Met deze inzet stellen we ookwoningeigenaren met onvoldoende inkomen of eigen middelen in staatom tot noodzakelijk herstel over te gaan. Eigenaren die in een monumentwonen, kunnen voor financiering van funderingsherstel terecht bij hetNationaal Restauratiefonds (NRF). Zij kunnen bij het NRF een laagren-tende lening afsluiten voor onder meer funderingsherstel. De opbrengstenuit rente en aflossing worden ingezet voor het verstrekken van nieuweleningen; met de beschikbare middelen zitten hier uiteraard wel grenzenaan.2.3 Ondersteunen gebiedsgerichte aanpak Lang niet altijd is de woningeigenaar in staat om het probleem alleen aante pakken, omdat hij bijvoorbeeld onderdeel is van een VvE, van eenbouwblok waar meerdere huizen verzakken of van een hele buurt waarnaast funderingsproblemen ook nog andere maatschappelijke vraag-stukken spelen (verduurzaming, klimaatadaptatie en sociaal maatschappe-lijke opgaven). Dit speelt zowel in stedelijk als landelijk gebied. Instedelijke wijken en buurten is een door de gemeente gecoördineerdeaanpak nodig; in het landelijk gebied een door de provincie of door deregio gecoördineerde aanpak, zoals bijvoorbeeld de veenweideaanpak.Bij woningcorporaties speelt funderingsschade vaak ook in combinatiemet andere opgaven. Woningcorporaties dragen namelijk zorg voor dehuisvesting van mensen met minder financiële draagkracht, maar staannaast funderingsherstel ook voor de opgaven van onder meer grootonderhoud, verduurzaming en nieuwbouw. Binnen de financiële ruimtedie de corporatie heeft, betekent investeren in funderingsherstel dan ookvaak dat andere investeringen moeten wachten. Ook maken zogenaamd«gespikkeld bezit» (waarin corporatiebezit en particulier bezit door elkaarstaat), regels met betrekking tot beschermde stadsgezichten en demonumentenstatus de aanpak van funderingsschade voor hen lastig.Lokale, gebiedsgerichte aanpak staat nog aan het beginIn opdracht van het Ministerie van VRO heeft TwynstraGudde onderzochthoe gemeenten momenteel omgaan met funderingsproblematiek (ziebijlage). Uit het onderzoek blijkt dat de aandacht, kennis en beleidsinzetsterk verschillen per gemeente. Slechts een beperkt aantal koplopers kenten erkent de omvang van het probleem en heeft een lokale aanpakingericht. Ook daar is echter niet overal een handelingsperspectiefbeschikbaar voor gebouweigenaren.Veel gemeenten hebben nog weinig inzicht in de problematiek ofbesteden er nauwelijks aandacht aan. In sommige gemeenten speelt hetprobleem (nog) niet. De lokale aanpak is daarmee versnipperd en staatveelal nog aan het begin. De VNG bevestigt dit beeld en benadrukt datgemeenten zich in verschillende fasen bevinden wat betreft kennis,aandacht en beleid. Passende ondersteuning per fase is volgens de VNGessentieel.5Het ingevulde kader «Beleidskeuzes uitgelegd» voor het onderwerp landelijke werking FDFwordt voor de behandeling van de VRO-begroting 2026 aan de Tweede Kamer verzonden. Ditingevulde kader wordt opgenomen in een verzamelbrief met meerdere dossiers diegezamenlijk conform de werkwijze «Beleidskeuzes uitgelegd» worden onderbouwd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 2989 Een gezamenlijke, integrale aanpak is noodzakelijk om de bestaandewoningvoorraad te behouden en te verbeteren, als onderdeel van hetbredere woonzekerheidsbeleid. Investeringen in funderingsherstel – of instedelijke vernieuwing waar herstel niet mogelijk of wenselijk is – vragenom een brede afweging. Daarbij moeten de toekomstbestendigheid vanhet gebouw en de buurt, evenals eventuele monumentale of beschermdestatus, worden meegewogen. Voor rijksmonumenten geldt bovendien eeninstandhoudingsplicht onder de Omgevingswet. Dit vereist een langjarigeinzet en samenwerking van alle betrokken partijen.Gebiedsgerichte leeraanpakHet Rijk zet daarom samen met de VNG, IPO en UvW in op leren door tedoen in de gebieden waar funderingsproblematiek urgent is en onderdeelis van meervoudige problemen. We starten daarbij in gemeenten en inregio’s (zowel stedelijk als landelijk gebied) waar de problemen erkendworden en energie is om gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen.Hierbij kan er sprake zijn van een wijkaanpak als er in een wijk of buurtveel woningen zijn met funderingsproblematiek, maar ook van meerindividuele schadegevallen verspreid over de regio die vanwege de aardvan de problematiek wel om een gecoördineerde aanpak vragen. Het doelis in alle gevallen om met elkaar op zoek te gaan naar passend hande-lingsperspectief voor woningeigenaren. Hiervan kunnen gemeenten enregio’s die nog aan het begin van een lokale aanpak staan tevens leren.We onderscheiden in dit verband vier typen gebieden:1.Stedelijke buurten en wijken waar schade is aan houten palen dooreen lage grondwaterstand, bodemdaling of bacteriële aantasting;2.Stedelijke buurten en wijken waar ondiepe funderingen in combinatiemet bodemdaling tot problemen leiden;3.Regio’s in het landelijk gebied waar door een te lage grondwaterstandschade is ontstaan aan houten palen of met gemengde schadetypen;4.Regio’s in rivier- en kleigebieden waar door droogte problemen bijwoningen met een ondiepe fundering zijn ontstaan.Het Rijk start daar waar zij al in gesprek is met koplopergemeenten en-regio’s: Friesland, Emmen, Rivierenland (Arnhem, Lingewaard, Zevenaaren omgeving), Zaanstad, Rotterdam en Dordrecht en sluit daarmee zoveelmogelijk aan bij lopende initiatieven. Dit om met relatief beperkt budget indeze kabinetsperiode betekenisvolle stappen te kunnen zetten en meerkennis en inzichten op te doen over adequate en haalbare interventies enondersteuning voor de hiervoor geschetste typen gebieden en meerinzicht te krijgen in wat langjarig nodig is.In de gebieden starten we met een leeraanpak die gericht is op het doenvan onderzoek en het voorzien in informatie, advies en procesbegeleidingom woningeigenaren een handelingsperspectief te bieden, waarbijaandacht is voor de menselijke maat. Daar waar vanwege de complexiteitvan de opgave dit handelingsperspectief nog niet voorhanden is, zullenmet betrokken partijen diverse scenario’s uitgewerkt worden in dezoektocht naar haalbare en betaalbare oplossingen. Hierbij wordt ookgekeken naar situaties waarbij funderingsherstel geen optie meer is.Bijvoorbeeld, omdat de kwaliteit van de rest van de woning zodanig slechtis dat een investering in het herstel van de fundering niet meer rendabelis. Met de betrokken partijen in het gebied, o.a. gemeente, waterschap,corporatie, banken en verzekeraars, onderzoeken we de haalbaarheid vannieuwe financiële arrangementen in de gebiedsgerichte leeraanpak. Dezeleeraanpak is in de initiële fase nodig om de beperkte kennis over deproblematiek en de oplossing daarvoor te vergroten en beschikbaar temaken voor de betrokkenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29810 Betrokkenheid woningcorporaties bij de leeraanpakIn sommige gebieden, waar al langere tijd bekend is dat er sprake is vanfunderingsschade, zijn woningcorporaties bezig met herstel. De afgelopenperiode zijn er ook nieuwe gebieden bijgekomen waar sprake is vanfunderingsschade en waar nog niet iedereen zich bewust is van derisico’s. Met Aedes werken we aan het vergroten van het handelingsper-spectief voor woningcorporaties door o.a. kennis, inzichten en ervaringente delen. Denk aan een geslaagde aanpak bij gespikkeld bezit (metparticulieren) of hoe communicatie met huurders het beste kan wordenopgepakt. In de Nationale Prestatieafspraken (NPA) tussen woningcorpo-raties, Rijksoverheid en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)hebben we afgesproken om de komende periode scherper te krijgen wiewelke verantwoordelijkheid neemt en welke (financiële) bijdrage nodig isvoor de funderingsopgave die corporaties hebben. In een volgende rondevan de NPA worden hierover nadere afspraken gemaakt.Delen geleerde lessenDe kennis en inzichten uit de leeraanpak worden gedeeld via KBF, KCAFen RVO, zodat gemeenten en woningcorporaties die nog minder ver zijnmet hun aanpak hiervan kunnen leren. Het Rijk gebruikt deze praktijkerva-ringen – in overleg met de medeoverheden – om bestaande instrumentenop nationaal niveau aan te passen of nieuw te ontwikkelen. Bij dezeleeraanpak worden ook de adviezen over aanvullend instrumentarium uithet rapport van ABDTOPConsult (hoofdstuk 8) betrokken. Een volgendkabinet kan, afhankelijk van de urgentie van de opgave en de beschik-baarheid van middelen, besluiten om de aanpak verder op te schalen.Bijvoorbeeld door er voor te kiezen om de gebiedsgerichte aanpak verderop te schalen en te ondersteunen, door meer pilots en/of het inrichten vaneen stads- en dorpsvernieuwingsfonds.3. Financiering en fasering nationale aanpak In de brief over de voortgang van de nationale aanpak funderingsproble-matiek van 3 december 20246 hebben we gemeld dat het kabinet voor deperiode 2025–2028 € 56 miljoen vrij heeft gemaakt om stappen te zetten inde nationale aanpak. We verdelen hierbij de beschikbare middelen voordeze kabinetsperiode als volgt over de hiervoor beschreven stappen:Verdeling financiële middelen 2025–2028Creëren noodzakelijke conditiesBetrouwbare data en risicomodellen€ 18 miljoenKennisontwikkeling, innovatie & opschaling€ 6 miljoenKwaliteitsborging€ 4 miljoenUitvoeringskracht€ 4 miljoenOndersteunen individuele aanpakFonds Duurzaam Funderingsherstel€ 20 miljoen1Informatie, communicatie, kennisdeling€ 4 miljoenOndersteunen gebiedsgerichte aanpakGebiedsgerichte leeraanpak: onderzoek, informatie, advies, procesbegeleiding€ 20 miljoen1 Geen onderdeel van de € 56 mln. Er is separaat € 20 mln. gereserveerd voor een extra stortingin het FDF. De opgave vraagt uiteraard ook om investeringen van woningeigenaren,woningcorporaties, gemeenten, provincies en waterschappen en definanciële sector. Hiervoor zullen we in de uitwerking van de aanpak met6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 277Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29811 de betrokken partijen gezamenlijk financiële analyses maken, over ondermeer het rondkrijgen van de business case op gebiedsniveau en overanalyses van kosten en baten van de diverse onderdelen van de aanpakop nationaal niveau. Op basis daarvan en de beschikbaarheid vanmiddelen maken we onderlinge afspraken over de verdeling van dekosten van de nationale aanpak. Zo wordt de financiering voor de zeerurgente gevallen van funderingsschade, voor gebiedsgerichte transfor-matie en voor de investering in het toekomstbestendig maken van desociale woningvoorraad inzichtelijk gemaakt en kan er worden gepriori-teerd. De komende decennia blijft financiële inzet van alle partijen nodig.Het is aan een nieuw kabinet om de ambitie en het tempo van devolgende fase van de aanpak na 2028 te bepalen.4. Organisatie en samenwerking Organisatie- en overlegstructuurFunderingsproblematiek heeft impact op de veiligheid, gezondheid en hetwelzijn van de eigenaren en bewoners en vraagt om gezamenlijke inzetvan alle betrokken partijen. Daarom wordt de nationale aanpak vormgegeven met de betrokken publieke en private partijen. Het Rijk levert eenambtelijk kwartiermaker. Via thematische en gebiedsgerichte werkgroepenwerken we gezamenlijk aan de uitvoering van de aanpak op basis van debouwstenen uit het ABDTOPConsult-advies. De bestuurlijke afstemmingmet de medeoverheden zal afhankelijk van de inhoud verlopen via het BOVRO of BO Water. Zie ook de invulling van de governance op hoofdlijnenin de bijlage.MonitoringIndien tijdens de uitvoering blijkt dat de inzet op de verschillendebouwstenen uit het rapport van ABDTOPConsult anders zou moeten zijndan nu voorzien, dan wordt daarop bijgestuurd. Zowel de inhoudelijkelijnen als de organisatie van de aanpak zijn daarmee dus niet nu al inbeton gegoten: als daar aanleiding toe is kan er in overleg met elkaarflexibel worden ingespeeld op de nieuwe of veranderende omstandig-heden. Daartoe zullen we de voortgang en tussenresultaten goedmonitoren, zodat tijdige bijsturing mogelijk is als daar aanleiding toe is.Zowel de resultaten van beleidskeuzes alsook de effectiviteit van de inzetzal worden gemonitord.5. Openstaande moties Over dit onderwerp heeft uw Kamer diverse moties ingediend. Zo heeft uhet kabinet verzocht om te komen met voorstellen voor een redelijkekostenverdeling tussen alle betrokken partijen7, zodat de funderingen snelkunnen worden aangepakt en hersteld. In de voorgestelde nationaleaanpak funderingsproblematiek, zoals beschreven in deze brief, geven weaan wat de financiële inzet van het Rijk is (zie paragraaf 3) en gaan we metde publieke en private partijen in gesprek over de kostenverdeling van deverdere aanpak.Daarnaast heeft u het kabinet verzocht om een regeringscommissarisfunderingsherstel8 aan te stellen om zo spoedig mogelijk tot oplossingente komen. In deze brief is beschreven hoe we de nationale aanpak willeninrichten. Op dit moment kiezen we nog niet voor een bestuurlijkboegbeeld: eerst stellen we een ambtelijk kwartiermaker aan om de7Kamerstuk 28 325, nr. 2608Kamerstuk 28 325, nr. 261Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29812 organisatie uit te werken en in te richten, waarbij de betrokken partijenhun verantwoordelijkheid nemen, trekkers aanwijzen en menskrachtleveren. Hierbij is de organisatiewijze volgend op de aanpak die gekozenwordt.In het ABDTOPConsult-advies en de verdiepende analyse door Deltares enTNO (als bijlage bij deze brief gevoegd) zijn de variaties in de funderings-problematiek, waaronder ondiepe funderingen meegenomen. Hiermeegeef ik invulling aan uw verzoek om funderingsproblemen ten gevolgevan bodemdaling en funderingen op staal mee te nemen in de analyses9.Ten slotte geven we met deze brief invulling aan de motie uit het plenairdebat over het Rli-advies op 11 juni 2024 waarin u de regering verzochtom zo snel mogelijk met de aanbevelingen van de Rli10 aan de slag tegaan.Tot slotIn deze brief hebben we de contouren van de nationale aanpak funde-ringsproblematiek geschetst voor de komende jaren. We zijn verheugd datin de bestuurlijke bijeenkomst van 23 mei jl. brede steun is uitgesprokendoor de medeoverheden en andere samenwerkingspartners om hiersamen de schouders onder te zetten. Met de opgedane kennis eninzichten in de komende jaren wordt dan ook steeds scherper wat er ineen volgende fase van de nationale aanpak zowel op nationaal als lokaalniveau nodig is, om woningeigenaren en gebieden te ondersteunen.Voor de zomer van 2026 zullen wij u informeren over de voortgang van denationale aanpak en over de opvolging en uitwerking van de adviezen uithet rapport van ABDTOPConsult.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen9Kamerstuk 28 325, nr. 26210Kamerstuk 28 325, nr. 272Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 325, nr. 29813

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 94dde8e01d9aac94

14 okt 2026 · 4b8f52509b882857

13 okt 2026 · 2d1e1ae109a7854e

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.