Uitwerking plannen arbeidsmarktkrapte en brede arbeidsmarktagenda
Brontekst
Versie ea6a2ceb61f4d0ea · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 544ArbeidsmarktbeleidNr. 1260 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-GENHEID, VAN ECONOMISCHE ZAKEN, VAN ONDERWIJS,CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT EN DE STAATSSECRETARIS VANONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 december 2024In deze brief zet het kabinet uiteen hoe het de arbeidsmarktkrapte wilverminderen. Daarbij gaat het kabinet in op de aanpak van krapte inverschillende sectoren, ook naar aanleiding van de motie Podt1. Dieaanpak verschilt per sector. Het kabinet wil juist de samenhang tussendeze aanpakken versterken.Als bijlage bij deze brief vindt u een analyse die ingaat op de vraag hoewe in beleid beter rekening kunnen houden met conjuncturelebewegingen. Denk daarbij aan periodes van hoogconjunctuur en deverhoogde kans op personeelstekorten die daarbij hoort. Met dezeanalyse geeft het kabinet invulling aan de motie Maatoug/Kathmann2. Inde bijlages gaat het kabinet ook in op de motie Paternotte/Hermans3, demotie van Haga en de Jong4 en de motie van het lid Beukering-Huijbregts5.1. Aanpak arbeidsmarktkrapte 1.1 Visie kabinet op krapte Nederland staat voor grote opgaven, zoals het zorgen voor voldoendewoningen, een goed ondernemersklimaat en een toegankelijke zorg in eenwereld van grote technologische en geopolitieke veranderingen.1Kamerstukken II, 2023–2024, 29 544, nr. 1238.2Kamerstukken II, 2022–2023, 29 544, nr. 1129.3Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200, nr. 24.4Kamerstukken II, 2022–2023, 29 544, nr. 1131.5Kamerstukken II, 2021–2022, 35 925 XV, nr. 105. kst-29544-1260ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12601 Net als de hoeveelheid ruimte en grondstoffen is ook de beschikbaarheidvan personeel begrensd. Om al deze veranderingen in goede banen teleiden is beleid nodig dat iedere werkende en ondernemer in staat steltom optimaal bij te dragen aan het Nederland van de toekomst. Hetkabinet wil zodoende toewerken naar een sociale, hoogwaardige eninnovatieve economie.De afgelopen tien jaar kent Nederland een algemene trend vanafnemende werkloosheid en stijgende vacaturecijfers. Na een kortewerkloosheidspiek in 2020 is de arbeidsmarkt in rap tempo krappergeworden. In het laatste kwartaal van 2021 registreerde het CBS106 vacatures per 100 werklozen. Dat was toen een unieke gebeurtenis:voor het eerst waren er meer vacatures dan werklozen.Vanaf dat moment is de spanning op de arbeidsmarkt hoog gebleven. Altwaalf kwartalen op rij zijn er in Nederland meer vacatures dan werklozen.Een krappe arbeidsmarkt zorgt voor kansen. Mensen die aan het werkwillen, vinden makkelijker een baan. Mensen die ander werk willen,kunnen makkelijker van baan veranderen. Tevens is de krapte een prikkelvoor bedrijven om te innoveren. En ook om te zorgen voor beterearbeidsvoorwaarden en hogere salarissen. Dat zorgt voor meerhoogwaardige banen.Dat zijn de mooie kanten, maar voor werkgevers is de krapte op dearbeidsmarkt ook een probleem6. Van alle belemmeringen waar onder-nemers tegenaan kunnen lopen, benoemen ze de krapte op de arbeids-markt het meest. Vanaf het derde kwartaal van 2021 doen ze dat zelfsonafgebroken7. Dat betekent dat bedrijven minder produceren danmogelijk is, en ook dat we kampen met wachtlijsten en hogere prijzen. Hetleidt er ook toe dat bedrijven en organisaties bijvoorbeeld hun openings-tijden aanpassen, waardoor mensen er minder vaak terechtkunnen. Datzorgt voor talloze maatschappelijke en economische uitdagingen. Kraptezet dus druk op de publieke dienstverlening, het bemoeilijkt de uitvoeringvan maatschappelijke opgaven en het leidt tot een verlies aan concurren-tievoordeel.Hoe krap de arbeidsmarkt in de toekomst precies zal zijn, is lastig tevoorspellen. Maar de verwachting is wel dat door demografischeveranderingen, zoals de vergrijzing en de ontgroening, de schaarste vanarbeid ook in de toekomst een grote uitdaging zal blijven8.In principe past onze economie zich daarop aan, via marktaanpassingen9.Maar dat proces kost tijd en heeft niet automatisch de uitkomst die wijwenselijk vinden. De Staatscommissie Demografie heeft een inschattinggemaakt wat er gebeurt als we niets doen. Volgens de commissie zal debrede welvaart dan stagneren of zelfs afnemen. Ook zullen essentiëlepublieke voorzieningen verder onder druk komen te staan. Daarom vindthet kabinet niets doen geen optie.Wel moeten we realistisch zijn. Krapte is een hardnekkig probleem, waarde overheid maar beperkt invloed op heeft. Werkgevers en werkendenhebben de belangrijkste rol in het omgaan met krapte. Die rol wordtduidelijk in wat zij collectief organiseren, over bijvoorbeeld omscholing en6Ook voor werkenden kan krapte een probleem vormen, bijvoorbeeld als het resulteert in eenhogere werkdruk.7Zie de Conjunctuurenquête Nederland – Derde Kwartaal 2024.8Zie ook het rapport van de Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050.9Via loonsverhogingen en herverdeling van arbeid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12602 van-werk-naar-werk, en in afspraken die zij onderling maken op dewerkvloer. Ook het aantrekkelijk maken van werk in specifieke sectoren enbij individuele werkgevers ligt voornamelijk bij werkgevers en werkendenzelf. Dit gebeurt dagelijks zonder dat de overheid zich hierin mengt: deonzichtbare hand van de markt doet zijn werk. De overheid kan bijdragendoor te zorgen voor een goed werkende arbeidsmarkt, waarin werkendenmakkelijk bewegen naar de positie die voor henzelf en voor demaatschappij het beste is. Daarbij moet worden opgemerkt dat deoverheid zelf natuurlijk ook werkgever is.In het regeerprogramma heeft het kabinet aangekondigd te zullen komenmet een brede arbeidsmarktagenda. Zo’n brede agenda is nodig, omdatwe gelijktijdig meerdere sporen moeten volgen om te werken aan eensociale, hoogwaardige en innovatieve economie. Met als randvoorwaardeeen kwalitatief goede publieke dienstverlening.Gezien de stagnatie van de groei van het arbeidsaanbod moeten webeseffen dat we niet overal tegelijkertijd aan de vraag naar arbeid kunnenvoldoen. Decennialang heeft de Nederlandse economie kunnen teren opeen almaar groeiend arbeidsaanbod. Dit is positief geweest voor deeconomische groei en voor de emancipatie van diverse groepen,waaronder vrouwen. Een flinke stijging van het arbeidsaanbod ligt echterniet meer voor de hand. De druk op de arbeidsmarkt zal volgens deStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 verder toenemen.Allereerst heeft Nederland te maken met een dubbele vergrijzing en in denabije toekomst een stagnerende groei van het arbeidsaanbod. Tentweede lijkt een significante stijging van de arbeidsparticipatie nietaannemelijk. De netto arbeidsparticipatie is de afgelopen decennium hardgestegen en behoort tot de Europese top. De overgebleven groep mensendie behoren tot het onbenut arbeidspotentieel is bovendien relatief kleinen vindt lastig een baan10. Ten derde nam de gemiddelde arbeidsduur deafgelopen tien jaar maar mondjesmaat toe, ondanks de vele fiscalemaatregelen die al zijn genomen11, 12. Ten vierde biedt arbeidsmigratieweliswaar mogelijkheden om gericht personeelstekorten in bepaaldesectoren te verlichten, maar vormt het geen structurele oplossing voor dealgehele krapte op de arbeidsmarkt13. Extra werknemers zorgen immersop den duur ook voor extra vraag naar goederen en diensten en eentoename van de grijze druk. Vandaar dat het kabinet gericht arbeids-migratiebeleid wil voeren14.Het kabinet vindt het belangrijk om onverminderd in te zetten op hetstimuleren van en het wegnemen van barrières tot (meer) werken.Arbeidsparticipatie is namelijk van groot belang, zowel voor het individuals voor de maatschappij. Dit alleen is niet voldoende. Onderzoek laat ziendat we met een hogere participatie en meer gewerkte uren alleen deproblemen niet oplossen. Daarom richten we ons ook op het verhogenvan de productiviteit. Dat vergt naast investeren in mensen ook omkapitaalverdieping. We moeten aan de slag met onze innovatiekracht. Inhet regeerprogramma is daarom aangekondigd dat het kabinet insamenwerking met sectoren een productiviteitsagenda gaat uitwerken alsonderdeel van de aanpak van arbeidsmarktkrapte. Desondanks zullen weook keuzes moeten maken. De hardnekkige krapte laat zien dat er grenzenzijn aan wat we in Nederland kunnen doen en maken. Het onvermijdelijke10Zie Kremer, J. et al. (2023) ESB, 108(4826), 484–486.11Zie Jongen, E. en R. Schulenberg (2023) ESB, 108(4821), 208–211.12Zie Gielen, M. en H. Beens (2023) ESB, 108(4821), 204–207.13Zie het rapport van de Staatscommissie demografische ontwikkelingen 2050.14Kamerstukken II, 2024–2025, 29 861, nr. 150.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12603 gevolg is dat we niet alleen naar het verhogen van het arbeidsaanbodmoeten kijken, maar ook naar het verminderen van de arbeidsvraag.Om krapte op de arbeidsmarkt te verminderen, zal de overheid bij moetendragen aan een lagere vraag naar arbeid. Zowel direct als werkgever alsindirect door de effecten van overheidsbeleid op de werkgelegenheid. Viabeleid zorgt de overheid voor meer of minder vraag naar arbeid; doorbijvoorbeeld bepaalde vereisten in wet- en regelgeving, door stimulansenvia (fiscale) subsidies of door afremming via belastingen. De overheid kaner op die manier voor zorgen dat bedrijven meer of minder mensen indienst (gaan) nemen, oftewel dat de vraag naar arbeid toe- of afneemt.Het kabinet erkent dat dit lastige keuzes vergt, en kijkt daarom scherp naarde eigen ambities. Met het terugbrengen van het aantal ambtenaren enexterne inhuur bij de Rijksoverheid zet het kabinet een belangrijke eerstestap. Een volgende stap is het toetsen van nieuw beleid aan de grenzenvan de arbeidsmarkt: het uitgangspunt van dit kabinet is dat de optelsomvan beleidsmaatregelen door dit kabinet de totale vraag van de overheidnaar personeel niet vergroot. Het kabinet brengt daarnaast in kaart welkerichtinggevende keuzes de vraag naar arbeid verder kunnen verlagen.Daarbij kijken we ook naar de ongewenste effecten van bestaand beleidop de arbeidsvraag (zie ook spoor 2). Wij zullen uw Kamer actief infor-meren over de voortgang op deze trajecten.1.2 Brede arbeidsmarktagenda Om krapte op de arbeidsmarkt te verminderen, presenteert het kabineteen brede arbeidsmarktagenda, waarin wordt ingezet op beleid langs vijfsporen die ingrijpen op zowel de arbeidsvraag- als arbeidsaanbodzijde:1.Verhogen van de kwaliteit van werk;2.Versterken van de economie;3.Verhogen van de productiviteit;4.Verhogen van duurzame arbeidsparticipatie;5.Verbeteren matching op de arbeidsmarkt.De sporen hangen nauw met elkaar samen. Sommige acties die onder desporen vallen, worden niet alleen vanuit het perspectief van krapteuitgewerkt, maar worden met een bredere blik aangevlogen. Dit geldtbijvoorbeeld voor de productiviteitsagenda of het IBO Arbeidsmigratie.Vanwege het belang van een integrale visie op de arbeidsmarkt – waarbijzowel de arbeidsvraag als het arbeidsaanbod wordt meegenomen – zalhet kabinet deze trajecten in nauwe samenhang aanpakken.Onderstaand wordt per spoor toegelicht waarom het kabinet hierop inzeten welke acties het kabinet voornemens is hierop uit te voeren. Dekomende periode werkt het kabinet deze inzet uit samen met diversepartners uit het veld, waarbij aanvullende acties en maatregelen ookverkend zullen worden. Wij betrekken hierin ook expliciet de socialepartners: het hanteerbaar maken van krapte is immers een uitdaging voorzowel werkgevers als werknemers. Daartoe is het kabinet voornemens inhet eerste kwartaal van 2025 een top te organiseren.Het kabinet wil sectoren de komende periode uitdagen hun krapte-aanpakken ook langs de lijnen van deze vijf sporen te bezien en daarbij tekijken of er ruimte is voor aanvullende acties15.15De benodigde budgettaire middelen om nieuwe initiatieven te realiseren worden opgevangenbinnen bestaande middelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12604 Het is namelijk van belang dat er ook op sectoraal niveau oog is voor degrenzen van de arbeidsmarkt (zie ook paragraaf 2.1).Spoor 1: Verhogen van de kwaliteit van werkZoals geconcludeerd door de Staatscommissie Demografie vraagt dedemografische transitie ons om zorgvuldiger met de bestaande potentiëleberoepsbevolking om te gaan. De afgelopen decennia lag de focus metname op de kwantiteit van werk: zorgen dat er genoeg werkgelegenheidis.Het kabinet ziet dat dat anders moet. Personeelstekorten houden dekomende tijd naar verwachting aan, waardoor er niet alleen aandachtnodig is voor de kwantiteit maar juist meer voor de kwaliteit van werk.Mensen die in Nederland werken, verdienen een eerlijk loon en goedearbeidsomstandigheden, met zekerheid over hun toekomst. Inzet op eenhogere kwaliteit van werk heeft een direct positief effect op de samen-leving. Tegelijkertijd draagt het indirect, vanwege de hogere arbeidskostendie hiermee gepaard gaan, ook bij aan een verlaging van de arbeidsvraag(zie ook spoor 2 en spoor 3).Werken moet lonenHet kabinet vindt het belangrijk dat werkenden goed kunnen rondkomenen dat het ook financieel echt iets oplevert om een stapje extra te zetten,zowel voor niet-werkenden als voor werkenden. De arbeidsparticipatie ishistorisch hoog. Tegelijkertijd wordt er nog steeds veel in deeltijdgewerkt16. Voor sommige werkenden is dit een bewuste keuze, bijvoor-beeld om arbeid met zorg of gezin te kunnen combineren (zie ookspoor 4). Tegelijkertijd zijn er nog altijd veel deeltijdwerkers die belemme-ringen ervaren om meer uren te werken, terwijl zij dit wel zouden willen17.Het kabinet stimuleert deze mensen om meer uren te werken. Voormensen die dat willen en kunnen, moet de overheid niet in de weg staanom meer uren te werken. Dan moet werk ook meer lonen.Het kabinet ondersteunt dit doel met de koopkrachtmaatregelen die voor2025 en de jaren daarna zijn aangekondigd. Denk hierbij aan de verlagingvan de nieuwe eerste belastingschijf en de vereenvoudiging van dehuurtoeslag. Voor een meer fundamentele aanpak van de marginale drukzijn er verdergaande maatregelen nodig. Daarom heeft het kabinet deHervormingsagenda vereenvoudiging inkomensondersteuning aange-kondigd. Ook de herziening van de kinderopvangtoeslag is in dit kadervan belang. Hierdoor ontstaat meer zekerheid en wordt de kinderopvangbijna gratis voor werkende ouders. In de hervorming wordt ook gekekennaar de relatie met het minimumloon. Uw Kamer is recent geïnformeerdover de hervormingsagenda18.Daarnaast ondersteunt het kabinet diverse initiatieven om meer uren werkin de praktijk te stimuleren. In 2023 waren er maar liefst 528 duizendpersonen die in deeltijd werkten en meer uren wilden werken. Dezeonderbenutte deeltijdwerkers wilden gemiddeld een dag per week extrawerken. Het kabinet wil deze personen beter in staat stellen meer uren tewerken. Zo experimenteren besturen in het onderwijs met innovaties alsde meerurenbonus en flexibiliteit van roosters, en voert het kabinet16In het derde kwartaal van 2024 hadden 9,8 miljoen (seizoengecorrigeerd) mensen betaaldwerk. Dat is 73,1 procent van de bevolking van 15 tot 75 jaar. 4,7 miljoen mensen werkten indeeltijd: minder dan 35 uur per week. (CBS Dashboard «Deeltijd» en «Werkenden»)17Onderbenutte deeltijders: van meer willen werken naar meer gaan werken | CBS18Kamerstukken II, 2024–2025, 26 448, nr. 792.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12605 samen met Universiteit Utrecht en tal van consortiumpartijen hetGroeifondsprogramma Meer uren werkt! uit.Dit programma wil dat mensen die in deeltijd werken en meer kunnen enwillen werken, maximaal in staat gesteld worden om dat vervolgens ookte gaan doen. Het programma pakt knelpunten aan met bewezeninterventies in de kinderopvang, zorg en welzijn en het onderwijs, enschaalt deze op naar de gehele arbeidsmarkt. Voorbeelden hiervan zijn hetanders inroosteren van de werkdag, het mogelijk maken van combinatie-banen of het bespreekbaar maken van en begrip creëren voor mantelzorg.In het voorjaar van 2025 wordt een start gemaakt met de eerste inter-venties.Daarnaast zet de alliantie Financieel Sterk door Werk zich in om belemme-ringen weg te nemen die praktisch opgeleide vrouwen werkend in desectoren schoonmaak, zorg en kinderopvang ervaren om duurzaamfinancieel onafhankelijk te worden. Hierbij is ook aandacht voor meer urenwerken.Belangrijk is dat niet alleen het kabinet stappen zet om (meer) werkenaantrekkelijk te maken. Het is, in het kader van goed werkgeverschap, ookaan werkgevers zelf om het werk aantrekkelijk te maken. Dit helpt omtalent aan te trekken en te behouden.WerkzekerheidKwaliteit van werk uit zich ook in werkzekerheid en in de omstandighedenwaarop je je werk op een gezonde manier kan blijven uitvoeren (ziespoor 4). Het kabinet werkt daarom aan een pakket arbeidsmarktmaatre-gelen die in samenhang de zekerheid van werkenden enerzijds, en dewendbaarheid van werkgevers anderzijds, vergroten. Zo werkt het kabinetaan het wetsvoorstel «Meer zekerheid flexwerkers», waarmee oproep-krachten, uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract beterbeschermd worden en meer inkomens- en roosterzekerheid krijgen. Ookwerken we aan een wetsvoorstel dat duidelijker maakt wanneer je werktals werknemer of als zelfstandige. Zo weten zelfstandigen waar ze aan toezijn. Om zelfstandigen beter te beschermen tegen verlies van inkomen ingeval van langdurige arbeidsongeschiktheid en om een gelijker speelveldtussen werkenden te bevorderen, komt er daarnaast een verplichtearbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Ten slotte vormtbeloning een belangrijk en onmisbaar onderdeel van de verbetering vankwaliteit van werk19.Deze wetsvoorstellen zijn al in internetconsultatie gegaan. Op dit momentis het advies van de Raad van State reeds ontvangen of moeten ze nogworden ingediend bij de Raad van State voor een advies. Uiteraardkunnen de maatregelen die werkgevers helpen om extra wendbaar teworden indirect ook een bijdrage leveren aan de kwaliteit van werk,bijvoorbeeld in tijden van tegenslagen en/of crises: denk daarbij aan hetWetsvoorstel tot wijziging van de re-integratieverplichtingen in het tweedeziektejaar bij werknemers van kleine en middelgrote werkgevers en hetWetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis. Ook deze twee wetsvoorstellenzijn al in internetconsultatie geweest.Vervolgstappen spoor 1•Alle wetsvoorstellen uit het arbeidsmarktpakket zijn reeds in internet-consultatie geweest.19Zie hiervoor ook de hervormingsagenda vereenvoudiging inkomensondersteuning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12606 •Uw Kamer is recent geïnformeerd over de Hervormingsagendavereenvoudiging inkomensondersteuning.Spoor 2: Versterken van de economieOm een hoogwaardige en innovatieve economie te realiseren, is het vanbelang keuzes te maken over het soort werk dat we stimuleren en kritischte kijken aan welke regels bedrijven en organisaties moeten voldoen.De overheid heeft hier niet alleen via de regeldruk die achter beleidvandaan komt invloed op, maar ook door de directe vraag naar arbeid diede overheid uitoefent. Daarnaast heeft de overheid ook via subsidies enfiscale faciliteiten invloed op het aanjagen en afremmen van de arbeids-vraag. Tegelijkertijd zijn goed overheidsbeleid, een goed opgeleideberoepsbevolking en een hoge kwaliteit van publieke dienstverleningrandvoorwaarden voor een sterke economie.Om arbeidsmarktkrapte aan te pakken zet het kabinet in op het verlagenvan de regeldruk. Het verlagen van de regeldruk draagt namelijk bij aanhet verminderen van de arbeidsvraag. Op die manier kan werkendNederland zich richten op waar het goed in is en hiermee een bijdrageleveren aan de economie. Recent is een kabinetsbreed regeldrukpro-gramma voor bedrijven gedeeld met uw Kamer door de Minister vanEconomische Zaken, om regeldruk als gevolg van knelpunten in debestaande wet- en regelgeving gericht aan te pakken. Onderdeel van ditActieprogramma Minder Druk Met Regels is dat het Adviescollegetoetsing regeldruk (ATR) een permanente en wettelijke status krijgt en eenstevigere rol in het vooraf toetsen van nieuwe wet- en regelgeving opregeldruk.Ook neemt het kabinet een belangrijke eerste stap in het beperken van dearbeidsvraag door het aantal ambtenaren en externe inhuur bij deRijksoverheid terug te brengen. Voor 2025 is de taakstelling in debegroting ingeboekt. Momenteel wordt bekeken hoe de taakstelling vanaf2025 ingevuld gaat worden.20 Daarnaast heeft het kabinet afgesproken datde optelsom van beleidsmaatregelen door dit kabinet de totale vraag vande overheid naar personeel niet vergroot. Het kabinet kijkt daarom naarmanieren om de impact van nieuw beleid op de arbeidsvraag kwantitatiefin beeld te brengen, zodat we dit kunnen meewegen in de regulierebesluitvormingsmomenten, zoals de voorjaarsbesluitvorming. Hiermeeneemt het kabinet haar eigen ambities kritisch onder de loep. Het goedwegen van de impact van potentieel beleid op de arbeidsvraag is echterniet eenvoudig. Dit vereist een leerproces; een proces dat het kabinet ingang zet.Ten slotte laat het kabinet diverse analyses uitvoeren, zodat keuzeskunnen worden gemaakt die bijdragen aan het aanpakken van krapte. Hetrealiseren van maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat,zoals de energietransitie, het woningtekort, de tekorten in het onderwijsen de zorg en het op peil houden van het verdienvermogen van ons land,zijn daarbij belangrijke doelen. Het kabinet laat een doorlichting uitvoeren,waarbij gekeken wordt op welke wijze de arbeidsvraag vanoverheidswege wordt beïnvloed. De eerste resultaten nemen wij meerichting de voorjaarsbesluitvorming van 2025. Uw Kamer wordt hierovergeïnformeerd. Daarnaast ontvangt het kabinet in juni 2025 het IBOArbeidsmigratie, waarin onder andere wordt ingegaan op de doorwerking20Hiervoor wordt onder andere gekeken naar wat de mogelijkheden zijn om de personeleuitgaven te verminderen (incl. externe inhuur), door efficiënter te werken en/of te (her)priori-teren in taken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12607 van huidige economische beleidskeuzes (industrie- en arbeidsmarkt-beleid) op arbeidsmigratie in Nederland en waarin concrete beleidsoptiesworden uitgewerkt voor meer grip op arbeidsmigratie. Hierbij gaat het ommeer dan alleen de omvang van arbeidsmigratie; ook de samenstelling enomstandigheden worden hierin meegenomen, waarbij maatschappelijkeen economische effecten in kaart worden gebracht.Ook heeft het kabinet de SER gevraagd om een advies over gerichtearbeidsmigratie, vanwege de ambitie arbeidsmigratie tegen lage lonen enonder slechte omstandigheden te verminderen. Het kabinet heeft de SERgevraagd advies in de zomer van 2025 op te leveren.Vervolgstappen spoor 2•We gaan in het licht van krapte het huidige overheidsbeleid doorlich-ten. Daarbij bezien we subsidies, fiscale faciliteiten en regelgeving inhet licht van krapte en andere schaarstes. Dit doen we in samenwer-king met andere departementen. Uw Kamer ontvangt daarvan deeerste resultaten voor de voorjaarbesluitvorming van 2025.•De Minister van Economische Zaken gaat aan de slag met eenverlaging van de regeldruk. Het kabinetsbreed regeldrukprogrammavoor bedrijven is recent met uw Kamer gedeeld.•Uw Kamer is recent geïnformeerd over de concrete invulling van hetgerichtere en selectievere arbeidsmigratiebeleid van dit kabinet.21Binnen deze aanpak werkt het kabinet onder andere aan richtingge-vende keuzes over de economie en de arbeidsmarkt, aan een afwe-gingskader voor nieuwe bedrijvigheid en aan het tegengaan vanmisstanden. Aanvullende besluitvorming is mogelijk in de zomer van2025. Dan wordt een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO)afgerond en levert de Sociaal-Economische Raad een advies op overarbeidsmigratie.Spoor 3: Verhogen van de productiviteitTen derde ziet het kabinet het belang van het verhogen van de producti-viteit. Bij een stijgende productiviteit kunnen met dezelfde hoeveelheidarbeid meer goederen en diensten worden geleverd. In het regeerpro-gramma is aangekondigd dat het kabinet in samenwerking met sectoreneen productiviteitsagenda zal uitwerken als onderdeel van de aanpak vanarbeidsmarktkrapte. De Minister van Economische Zaken is beleidsverant-woordelijk voor de productiviteitsagenda. Gelijktijdig met deze Kamerbriefzal de Minister van Economische Zaken de Kamerbrief «Uitwerkingproductiviteitsagenda» verzenden. In deze brief wordt de verdereuitwerking van de agenda geschetst.De uitwerking van de productiviteitsagenda zal worden vormgegevenlangs drie lijnen (1) sectoraal beleid, (2) sectoroverstijgend beleid, en(3) kennisverdieping en institutionele borging. Het kabinet wil deproductiviteit verhogen door te onderzoeken hoe op sectoraal niveau deproductiviteit verhoogd kan worden, bijvoorbeeld door toepassing vanarbeidsbesparende technologieën. Daarnaast is sectoroverstijgend beleidvan belang om de (arbeids)productiviteit over de gehele linie van deeconomie te bevorderen. Ook wil het kabinet het onderzoek naar deproductiviteitsontwikkeling in Nederland verstevigen.Ook een betere matching op de arbeidsmarkt en het beter benutten vanbestaande publieke en private investeringen in LLO, kan bijdragen aan deproductiviteit (zie spoor 5). Daarnaast vraagt dit ook om inzet van het21Kamerstukken II 2024/25, 29 861, nr. 150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12608 kabinet om ervoor te zorgen dat er voldoende digitale professionals zijnom deze digitale technologieën daadwerkelijk te benutten en datinspanningen voor onderzoek en innovatie optimaal bijdragen aan deproductiviteitsontwikkeling van onze economie.Vervolgstappen spoor 3•We werken aan een productiviteitsagenda. Dit gebeurt gezamenlijk metsectoren. U ontvangt hierover voor het kerstreces een Kamerbrief.Spoor 4: Verhogen van duurzame arbeidsparticipatieHet kabinet blijft zich inzetten om de arbeidsparticipatie en het arbeids-aanbod duurzaam te verhogen. De inzet van het kabinet binnen dit spoorwordt uitgewerkt langs de lijnen «maatregelen om duurzame arbeidsparti-cipatie te verhogen» en «combineren arbeid en zorg».Maatregelen om duurzame arbeidsparticipatie te verhogenHet kabinet wil meer mensen die nu langs de kant van de arbeidsmarktstaan aan het werk helpen. Dit is voor zowel het individu als demaatschappij waardevol. Het kabinet herkent echter dat dit geeneenvoudige opgave is. Hoewel werkzoekenden als gevolg van de kraptebeter een baan kunnen vinden, komen specifieke groepen namelijk nogsteeds moeilijk aan het werk. U kunt hierbij denken aan mensen met een(psychische) beperking die afhankelijk zijn van de banenafspraak ofbeschut werk, ouderen, kwetsbare jongeren, mensen met een migratie-achtergrond en (langdurig) bijstandsgerechtigden. Hen laten participerenop de arbeidsmarkt kan een proces van de lange adem zijn. Vaak is ernamelijk sprake van meervoudige belemmeringen die het toetreden voorhen bemoeilijken.Het kabinet wil het instrumentarium bij gemeenten, UWV en in dearbeidsmarktregio’s eenvoudiger en toegankelijker maken. We kunnenhierdoor zowel verschillende kwetsbare werkzoekenden als werkgeversbeter helpen in de zoektocht naar werk of personeel. Op meerderemanieren werken we hieraan:•Niet iedereen die kan werken, kan dit niet, of nog niet, doen bijreguliere werkgevers. Voor deze mensen blijven beschutte werkplek-ken en sociaal ontwikkelbedrijven – ook in de toekomst – belangrijk.Onlangs is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang op dezedossiers22.•Mensen met een uitkering moeten makkelijker de stap naar werkkunnen zetten. En als het even niet lukt moeten zij een stapje terugkunnen doen. Het is essentieel dat het voor mensen veilig voelt enveilig is om (ontwikkelings)stappen te zetten. Via het programmaSimpel Switchen werken we hieraan. Begin volgend jaar wordt ugeïnformeerd over de voortgang van dit programma.•We willen jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juistebegeleiding en ondersteuning bieden. Het behalen van een diploma ofhet vinden en vasthouden van een baan na school is namelijk niet vooriedere jongere vanzelfsprekend. Met het wetsvoorstel van school naarduurzaam werk bevorderen we dit23.•Mensen met een arbeidsbeperking komen nog altijd lastig aan hetwerk. Met het wetsvoorstel vereenvoudiging van de banenafspraakwillen we het simpeler en aantrekkelijker maken voor werkgevers om22Kamerstukken II, 2024–2025, 34 252, nr. 32623Wet van school naar duurzaam werk | Overheid.nl | WetgevingskalenderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 12609 mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Begin volgendjaar wordt dit voorstel in uw Kamer behandeld.Ook blijft het kabinet inzetten op het duurzaam aan het werk helpen vanstatushouders. Het plan van aanpak «Statushouder aan het werk» omvatbeleidsintensiveringen om de kansen op betaald werk voor deze groep teverbeteren24. Ook binnen sectorale aanpakken is er aandacht voor dezegroep.Het kabinet vindt het eveneens belangrijk dat gediplomeerden in de zorgmet een diploma behaald in het buitenland (waaronder statushouders enOekraïense ontheemden) naar werk worden begeleid. Het Ministerie vanVWS, SZW, branchepartijen en werkgevers, zetten zich daarom in om dezedoelgroep te begeleiden naar de zorg. Hierbij blijft de patiëntveiligheid ende kwaliteit van zorg uiteraard gewaarborgd.De mentale en fysieke gezondheid van werkenden is cruciaal omduurzaam te participeren. Via de Arbovisie 2040 werkt het kabinet, samenmet de sociale partners en stakeholders, daarom aan een robuusttoekomstig arbostelsel25. Om werkstress en burn-outklachten tevoorkomen, zet het kabinet samen stakeholders hierop in via hetprogramma Brede Maatschappelijke Samenwerking burn-outklachten(BMS). Begin volgend jaar wordt uw Kamer in de voortgangsbrief BMSgeïnformeerd over de stand van zaken van het programma.Het kabinet spant zich ook in om uitval door zwaar werk te voorkomen endaarmee het beroep op arbeidsongeschiktheid en de Regeling voorVervroegde Uittreding (RVU) te beperken. Bij het onderhandelaarsakkoord«gezond naar het pensioen» hebben het kabinet en de sociale partnersafgesproken om voor het meireces van 2025 samen hun gerichte endoeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda uit te werken. Deze agendadraagt bij aan gezond doorwerken. Daardoor wordt de RVU zorgvuldigeren verantwoorder ingezet. Een onderdeel van deze agenda is hetstimuleren van (vrijwillig) langer doorwerken, ook na de AOW-leeftijd. Datis belangrijk vanwege de grote tekorten op de arbeidsmarkt.Combineren arbeid en zorgVeel mensen zetten zich ook buiten het werk in voor anderen. Het kabinetvindt het van belang dat werkenden hiervoor ruimte ervaren. Denkbijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen en naasten zoals familieleden,vrienden of buren, of vrijwilligerswerk bij de vereniging om de hoek. Hetkabinet heeft als doel om duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen.Daarvoor is het goed kunnen combineren van betaald werk met anderetijdsbestedingen een belangrijke voorwaarde. Vanuit dat perspectief is hetbelangrijk dat alles op alles wordt gezet om het verder oplopen van depersoneelstekorten in de (ouderen)zorg te voorkomen. De druk die eranders ontstaat op werkenden om (nog) meer mantelzorg te verlenen, kannegatieve gevolgen hebben op de arbeidsparticipatie en bijdragen aankrapte.Om het combineren van arbeid en zorg voor mensen te vergemakkelijkenzet het kabinet onder meer het nieuwe financieringsstelsel kinderopvangdoor. Het nieuwe stelsel wordt zekerder en eenvoudiger voor ouders. Ook24Kamerbrief 2023–2024, 32 824, nr. 412.25Zie voortgangsbrief uitwerking Arbovisie 2040 (Kamerstuk 25 883, nr. 496) en brief Arbovisie2040 en Kabinetsreactie op SER-advies van 30 oktober 2023 (Kamerstuk 2023/2024, 25 883,nr. 477).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126010 is er voor de meeste ouders in het nieuwe stelsel sprake van een (veel)hogere vergoeding voor kinderopvang.Op de korte termijn kan het nieuwe financieringsstelsel zorgen voor meervraag naar kinderopvang en kan daardoor de personeelskrapte in dekinderopvangsector toenemen. In bijlage 5 staat beschreven welke actieshet kabinet neemt om de krapte in deze sector aan te pakken.Daarnaast werkt het kabinet aan een vereenvoudiging van het verlof-stelsel, waarbij ook aandacht is voor de toegankelijkheid van de verlofre-gelingen. Deze maatregelen stellen werkenden in staat om hun zorgver-antwoordelijkheden te combineren met hun verantwoordelijkheden op dewerkvloer. Het verlofstelsel, dat een wettelijke basis heeft in de Wet arbeiden zorg (Wazo), is in de loop der tijd door uitbreidingen en verbijzonde-ringen complexer geworden voor rechthebbenden en werkgevers. In hetvereenvoudigingsproces wordt onder andere het SER-advies Balans inmaatschappelijk verlof meegenomen26. De vereenvoudiging vereist eenwetswijziging en implementatieproces van onder andere UWV. Deplanning is om rond de zomer van 2025 een conceptwetsvoorstel vooradvies voor te leggen aan de Raad van State. Onderdeel van de vereen-voudiging is onder andere het samenvoegen van het kort- en langdurendzorgverlof tot het mantelzorgverlof, zoals is opgenomen in het regeerpro-gramma. Hiermee wordt het betaalde deel van het verlof voor een brederaantal situaties inzetbaar.Het vorige kabinet heeft daarnaast de SER gevraagd om advies uit tebrengen over de combinatie van werk en mantelzorg. Het is immers eenfeit dat steeds meer mensen deze combinatie maken. Het lukt niet altijdom daar een goede balans in vinden. Het kabinet verwacht in de tweedehelft van 2025 dit SER-advies te ontvangen27.Tot slot vindt het kabinet het recht op flexibel werken belangrijk. Daaromis in het regeerprogramma opgenomen dat we werken aan de bekendheidvan dat recht. Flexibel werken kan werkenden in staat stellen hun werkmet de zorg voor kinderen of naasten te combineren. Uw Kamer ontvangtin het eerste kwartaal van 2025 een brief over het thema arbeid en zorg,met aandacht voor de vereenvoudiging van het verlofstelsel. Daarin zalook reactie worden gegeven op de resultaten van het onderzoek naar desituatie van gezinnen in Nederland.Vervolgstappen spoor 4•Het kabinet werkt samen met sociale partners hun gerichte endoeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda uit. Dat gebeurt voorhet meireces van 2025.•We gaan het verlofstelsel vereenvoudigen. De planning is om hieroverrond de zomer van 2025 een conceptwetsvoorstel voor advies voor teleggen aan de Raad van State.Spoor 5: Verbeteren matching op de arbeidsmarktHet kabinet streeft ernaar om mensen te ondersteunen richting beroepenwaar hun kennis en vaardigheden optimaal worden benut, en diebijdragen aan de opgaven waar Nederland voor staat. Een goede matchop de arbeidsmarkt vergroot de productiviteit van onze economie,versterkt de positie, de bestaanszekerheid en de eigenwaarde vanwerkende Nederlanders en draagt bij aan de brede welvaart van ons land.26SER (2023), Balans in maatschappelijk verlof27Kamerstukken II, 2023/24, 30 169, nr. 76.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126011 Daarom werkt het kabinet aan betere dienstverlening op het gebied vanwerk en scholing, en zorgen we dat leerlingen en studenten vaardighedenen kennis opdoen voor goede perspectieven op de toekomstige arbeids-markt. We leiden op voor het Nederland van morgen door opleidingen diebijdragen aan maatschappelijke opgaven en strategische tekortsectoren teprioriteren.Leren en ontwikkelenHet kabinet vindt het van belang dat mensen zich gedurende hunlevensloop kunnen blijven ontwikkelen. Wanneer mensen leren, kunnen zeeen goede start maken op de arbeidsmarkt. Daarnaast draagt het blijvenleren en ontwikkelen tijdens de loopbaan bij aan het actueel houden vankennis en vaardigheden. Dat wordt steeds belangrijker vanwege deveranderingen die AI en digitalisering teweegbrengen en het belang vanproductiviteitsgroei (spoor 3). Verder is blijven leren en ontwikkelenbelangrijk om verder te groeien in het vak, het verhogen van hetwerkplezier en om tijdig te kunnen anticiperen op veranderingen in hetwerk of in je omgeving. Bijvoorbeeld om makkelijker te kunnenoverstappen naar werk op een andere plek of als het werk te zwaar wordt(spoor 4). Voor werkgevers is het stimuleren van leren en ontwikkelen enhet creëren van een sterke leercultuur onderdeel van goed werkgever-schap. Het stimuleert innovatie en het draagt eraan bij dat zij zich alsaantrekkelijk werkgever kunnen profileren op een krappe arbeidsmarkt(spoor 1).Om te zorgen dat de deelname aan formeel leren28 en informeel leren29stijgt, is een betere benutting nodig van de LLO-infrastructuur enbestaande publieke en private LLO-investeringen. Bovendien is hetbelangrijk dat er een sterke leercultuur ontstaat en de aansluiting tussenhet opleidingsaanbod en de vraag van de (regionale) arbeidsmarktverbetert. Om deze structurele verbeteringen te realiseren komt hetkabinet met een gezamenlijke LLO-agenda. We betrekken onder anderesociale partners, regio’s en opleiders bij de uitwerking ervan. Recent is uwKamer geïnformeerd over de gezamenlijke LLO-agenda30. Rond de zomervan 2025 volgt een verder uitgewerkt plan van aanpak voor deze agenda.Om gericht te ontwikkelen is het belangrijk om een goed inzicht te hebbenin iemands vaardigheden en hierbij aan te sluiten. Zeker bij een overstapnaar een andere sector of bij het inzetten van vaardigheden opgedaan bijvrijwilligerswerk of mantelzorg is hiervoor een eenduidige beschrijvingwenselijk. Daarom werkt het kabinet aan de ontwikkeling van eengemeenschappelijke skillstaal CompetentNL.Werk en werkenden elkaar laten vindenDaarnaast wil het kabinet inzetten op verbeterde matching via drie lijnen.De eerste lijn stimuleert dat in mkb-ondernemingen aandacht is voor deontwikkeling van het bedrijf en de medewerkers.28Het volgen van een opleiding of cursus.29Leren door te doen, bijvoorbeeld op het werk, als mantelzorger of als vrijwilliger.30Kamerstukken II 2024/2025, 30 012, nr. 158.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126012 De tweede lijn zet in op verbeterde matching door scholing te stimulerendie nodig is om duurzaam aan het werk te komen en te blijven inmaatschappelijk cruciale kraptesectoren31. Hieronder gaat het kabinetnader in op de sectorale ontwikkelpaden.Recent bent u ook geïnformeerd over de inzet van sectoren in samen-werking met het kabinet op sectorale Ontwikkelpaden en de daaraangekoppelde scholingssubsidie waarmee het kabinet dit probeert testimuleren32.De derde lijn zet in op het makkelijker maken van in- en doorstroombinnen sectoren en overstappen tussen sectoren, zowel voor werkendenals werkzoekenden.Dat doen we door de arbeidsmarktinfrastructuur te hervormen richtingéén werkcentrum per arbeidsmarktregio, waarin publieke en privateorganisaties samenwerken. Middels de hervorming krijgen werkzoe-kenden, werkenden en werkgevers betere ondersteuning op hunarbeidsmarkt- en scholingsgerelateerde vraagstukken. Als onderdeel vandeze hervorming geeft het kabinet een tijdelijke stimulans om te komentot een dekkend van-werk-naar-werk-stelsel. Ook worden op regionaalniveau afspraken vastgelegd tussen bedrijfsleven, onderwijs enoverheden in een meerjarenagenda. Daarin maken de organisaties eenanalyse van de mismatch en staan de maatregelen om deze te verkleinen.Hiervoor maken regio’s onder andere gebruik van de arbeidsmarktana-lyses van UWV in «Regio in Beeld»33. Maatregelen hebben ook betrekkingop het verkleinen van de kwalitatieve mismatch. Hiervan is sprake alsvaardigheden niet aansluiten op de vraag in de arbeidsmarkt. Uit Regio inBeeld 2024–2025 blijkt dat personeelstekorten de bedrijfsvoering vanwerkgevers belemmeren en ervoor zorgen dat maatschappelijke uitda-gingen blijven liggen, vooral in de zorg en het onderwijs. Ook in crucialesectoren als ICT en techniek is personeel schaars.Het Rijk zet samen met sectoren in op het maken en implementeren vansectorale Ontwikkelpaden en werken hierbij samen met onder andere de35 arbeidsmarktregio’s. In een sectoraal Ontwikkelpad is te zien welkefuncties er in een sector zijn en welke opleidingen je kunt doen om op defuncties inzetbaar te worden. Ook instapfuncties, waaraan geen kwalifica-tievereisten zijn verbonden en daarmee geschikt zijn voor mensen meteen grotere ondersteuningsbehoefte, en daarbij passende scholing makenhier onderdeel van uit. Ontwikkelpaden zijn bedoeld als handvat:werkenden en werkzoekenden kunnen zich hiermee oriënteren op eenvervolgstap in hun loopbaan. Hierdoor is een leven lang ontwikkelen ookmogelijk voor werkzoekenden: zij kunnen zo een duurzame plek op dearbeidsmarkt verwerven, in plaats van aangewezen te zijn op de kortsteweg naar werk. Werkgevers kunnen het Ontwikkelpad gebruiken voor dewerving van nieuw personeel en de ontwikkeling van werknemers.Arbeidsmarktprofessionals krijgen een beter beeld hoe zij mensen kunnenmatchen op werk. Zo willen we het makkelijker maken voor mensen om inte stromen in een sector, om binnen een sector stapsgewijs door testromen of om over te stappen naar een andere sector. Op deze manierdragen de ontwikkelpaden bij aan meerdere maatschappelijke doelen: hetverminderen van personeelstekorten, de re-integratie van de brede groepwerkzoekenden door het verminderen van de mismatch tussen vraag en31Zoals de zorg, onderwijs, kinderopvang, groen en veiligheid en gericht op de grotemaatschappelijke opgaven zoals de energietransitie en woningbouwopgave.32Kamerstukken II 2024/2025, 30 012, nr. 158.33Regio in Beeld 2024–2025 (werk.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126013 aanbod, het naar werk helpen van kwetsbare werknemers, het verhogenvan de arbeidsproductiviteit en een leven lang ontwikkelen.Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomstTen slotte ziet het kabinet dat er ook een belangrijke rol is weggelegd voorhet onderwijs in het verbeteren van de matching. Op dit moment is er nietvoldoende goed opgeleid personeel voor cruciale publieke dienstver-lening en de maatschappelijke transities. Mede vanwege de krappearbeidsmarkt vinden veel studenten na hun opleiding snel een baan, maardat is niet noodzakelijkerwijs in beroepen die hen voldoende zekerheidgeven op een duurzame toekomst, en die groot maatschappelijk belangkennen. Nog te veel studenten kiezen voor een opleiding die niet opleidtvoor beroepen met een duurzaam arbeidsmarktperspectief.Er wordt daarom al hard gewerkt aan het verbeteren van de aansluitingtussen onderwijs en arbeidsmarkt, waarbij we oog houden voor deconstante verandering die de arbeidsmarkt kenmerkt. Bijvoorbeeld doorhet versterken van loopbaanoriëntatie- en begeleiding, met deWerkagenda mbo en de maatregel doorstroom beroepskolom in het hbo.Maar gezien de problematiek is meer nodig. Daartoe neemt het kabinetverschillende maatregelen.In het funderend onderwijs worden leerlingen gevormd en leggen zij eenbasis voor hun vervolgopleiding en hun werkende leven. Het curriculumschrijft voor wat leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs oplandelijk niveau moeten kennen en kunnen. De huidige onderwijsdoelenstammen grotendeels uit 2006, terwijl de samenleving, de arbeidsmarkten het vervolgonderwijs constant veranderen. Aanpassing is dus hardnodig. Daarom werkt het kabinet aan een geactualiseerd curriculum omleerlingen goed voor te bereiden op hun vervolgopleiding en de toekomst.Leerlingen hebben een sterke basis nodig in lezen, schrijven en rekenenom vaardigheden en kennis goed tot zich te kunnen nemen. We bouwendaarom samen aan een duidelijk curriculum waarbinnen lezen, schrijvenen rekenen topprioriteit is.In het vervolgonderwijs sluit het kabinet in de zomer van 2025 eenmbo-pact met onder andere mbo-scholen en werkgevers voor hetopleiden voor de arbeidsmarkt van studenten (jong en oud) voor detoekomst. Met het pact wil het kabinet scherpe keuzes maken in hetonderwijs over de rol en verantwoordelijkheid van werkgevers, opleidersen overheid. Het doel is studenten gericht op te leiden voor strategischetekortsectoren en de maatschappelijke opgaven waar Nederland voorstaat, zoals de energietransitie, het woningtekort of tekorten in onderwijsen zorg. Het pact zal bijvoorbeeld afspraken over het opleidingsaanbod enhet gericht versterken van om- en bijscholing bevatten.Ook werken we aan een stabiele bekostiging voor mbo, hbo en wo.Daarmee wil het kabinet bij de dalende studentaantallen een goedonderwijsaanbod op peil houden, in het bijzonder opleidingen die vangroot belang zijn voor de (regionale) arbeidsmarkt. Door de inzet vankrimpmiddelen voor het mbo en hbo zorgt het kabinet er ook op de kortetermijn voor dat cruciale opleidingen met grote arbeidsmarktrelevantie inregio’s niet verloren gaan.Om de instroom van internationale studenten te beheersen werkt hetkabinet aan het Wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB). De WIBheeft tot doelstelling om het Nederlands als opleidingstaal te behoudenen te versterken. Alle associate degree- en bacheloropleidingen moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126014 de toets anderstalig onderwijs doorlopen, waarbij aan de hand van criteriagetoetst of de keuze voor de andere taal doelmatig is.Het kabinet is zich bewust van de risico’s die een beperking van studiemi-gratie meebrengt voor het arbeidsaanbod in sectoren met arbeidsmarkt-knelpunten. Daarom is er in de WIB aandacht voor de behoefte van deNederlandse arbeidsmarkt, specifiek voor sectoren waar een grote vraagnaar (internationaal) talent bestaat. Opleidingen die opleiden voorberoepen waar sprake is van een uitzonderlijk groot arbeidsmarkttekort,kunnen daarop een beroep doen om in een andere taal onderwijs te(blijven) geven. Zo wordt de capaciteit om in Nederland mensen op teleiden, gebruikt voor studenten die bijdragen aan de Nederlandsesamenleving en economie.Tegelijkertijd is het belangrijk om te erkennen dat niet per definitie alleopleidingen binnen bijvoorbeeld kraptesectoren als techniek en ICTanderstalig moeten worden aangeboden. Er zijn immers veel goedevoorbeelden van opleidingen van hoge kwaliteit die opleiden voor eentekortsector en in het Nederlands worden gegeven.Vervolgstappen spoor 5•Uw kamer is recent geïnformeerd over de inzet van het Kabinet vooreen gezamenlijke LLO-agenda.34 U ontvangt hierover in de loop van2025 een verdere uitwerking. We willen met de agenda zorgen datbestaande publieke en private investeringen in leven lang ontwikkelen(LLO) beter benut worden. Zodat deelname aan scholing en leren ophet werk groeit, een sterke leercultuur ontstaat en de aansluiting vanhet opleidingsaanbod op de vraag van de (regionale) arbeidsmarktverbetert.•Recent is uw Kamer geïnformeerd over de inzet van sectoren insamenwerking met het kabinet op sectorale Ontwikkelpaden35.•In het vervolgonderwijs sluit het kabinet in de zomer van 2025 eenmbo-pact met onder andere mbo-scholen en werkgevers voor hetopleiden voor de arbeidsmarkt van studenten (jong en oud) voor detoekomst.•De wetgeving voor de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuuris momenteel in voorbereiding. Het voornemen is dat per 1 juli 2026 dewet in werking zal treden. Vooruitlopend op de wetgeving is er al veelmogelijk voor regio’s. Zo kunnen regio’s kunnen aan de slag met deinrichting van het regionale beraad en het vaststellen van de regionalemeerjarenagenda.2. Sectorale inzet op krapte 2.1 Sectorale aanpakken Via de brede arbeidsmarktagenda werkt het kabinet toe naar een sociale,hoogwaardige en innovatieve economie. In het kader hiervan zal ooksamen met sectoren gewerkt worden aan een productiviteitsagenda.Om recht te doen aan de sectorspecifieke uitdagingen en omstandig-heden, zijn er aanvullend meerdere sectorale aanpakken of aanpakkengerelateerd aan een beroepsgroep, zoals het Actieplan groene en digitalebanen en het nationaal versterkingsplan voor microchip-talent. Sectorenkennen elk specifieke omstandigheden, waardoor arbeidstekortengedeeltelijk andere oorzaken kennen en daardoor ook andere oplossingen34Kamerstukken II, 2024–2025, 30 012, nr. 15835Kamerstukken II 2024/2025, 30 012, nr. 158.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126015 behoeven. In de zorg, de kinderopvang en het onderwijs is het aandeeldeeltijdwerkers bijvoorbeeld hoog.Voor de technische sectoren geldt echter dat deeltijdwerken nog geengemeengoed is, waardoor met name vrouwen deze sector gedurende deloopbaan verlaten. Terwijl de landbouwsector veel seizoensarbeid kent ente kampen heeft met een vergrijzingsgolf.In de bijlage 5 vindt u een overzicht van de stand van zaken van deverschillende sectorale aanpakken. Zo zal uw kamer bijvoorbeeld begin2025 een inhoudelijke reactie ontvangen van de Ministers van LVVN enIenW op het SER-advies Werken aan veranderkracht.2.2 Stimuleren afstemming en samenwerking De verschillende sectorale aanpakken richten zich onder meer op hetvergroten van de relatieve aantrekkelijkheid van banen binnen de sectoren het vergemakkelijken van (zij-)instroom, zodat huidige werknemers indienst blijven en nieuwe werknemers aangetrokken worden.Als gevolg hiervan is er sprake van concurrentie tussen sectoren. Dezeconcurrentie om schaars personeel is tot op een zekere hoogte ookgewenst, omdat het een belangrijke drijfveer is achter de verbeteringendie krapte kan realiseren. Het is een stimulans om te innoveren en hetdraagt eraan bij dat werkgevers zich inzetten voor de kwaliteit van werk.Deze concurrentie tussen sectoren is ook grotendeels onvermijdelijk. Dearbeidsmarkt van de overheid, de semipublieke sectoren en de privatemarkt staan namelijk niet los van elkaar. Werkgevers in de publieke sectoren de semipublieke sectoren concurreren niet alleen met elkaar, maar ookmet werkgevers uit private sectoren. Deze arbeidsmarkten kennen inzekere mate elk hun eigen karakteristieken, maar kunnen niet volledig vanelkaar gescheiden worden. Mensen zullen terechtkomen bij de baan dievoor hen het meest aantrekkelijk is. Door mobiliteit van werknemers endoor concurrentie van werkgevers om werklozen en schoolverlaters vindter interactie tussen de verschillende sectoren plaats. Deze mobiliteitmaakt onderdeel uit van een gezonde arbeidsmarkt.Tegelijkertijd zien we dat tussen sommige sectoren meer mobiliteitbestaat dan tussen andere sectoren (zie bijlage 1 voor een analyse van dein- en uitstroom van de (semi-)publieke sectoren). Omdat de intersectoralemobiliteit tussen specifieke sectoren groter is, is het logisch om te kijkenhoe er tussen samenhangende sectoren meer samengewerkt kan worden.Hier zetten we ook op in. U kunt hierbij onder meer denken aan hetActieplan groene en digitale banen, waarbij er zowel samenwerkingtussen meerdere departementen als meerdere sectoren als vakbondenplaatsvindt. Het kabinet wil tevens ruimte bij werkgevers stimuleren ommensen beschikbaar te stellen als reservist bij defensie. Deze mensenhebben dan meerdere werkgevers. Ook de samenwerking op het gebiedvan personeel tussen de vier publieke organisaties in het veiligheids-domein laat zien dat bredere samenwerking mogelijk is om knelpunten teverlichten (zie bijlage 5).Tot slot, het is van belang dat er ook op sectoraal niveau oog is voor degrenzen van de arbeidsmarkt. In de zorg is zwaartepunt van de beleids-inzet al verschoven van bevorderen van instroom, naar behoud vanmedewerkers en innovatief werken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126016 VooruitblikKomende periode gaat het kabinet gebruiken om eerdergenoemde actiessamen met diverse partners verder uit te werken. Om hiertoe te komen ishet kabinet voornemens in het eerste kwartaal van 2025 een top teorganiseren.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van HijumDe Minister van Economische Zaken,D.S. BeljaartsDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. BruinsDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. AgemaDe Staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126017 ARBEIDSMARKT IN BEELD1.1 Huidig beeld De arbeidsmarkt in Nederland is nog altijd bijzonder krap. In het derdekwartaal van 2024 waren er 106 vacatures op 100 werklozen36. Tenopzichte van de afgelopen decennia is het een unieke situatie. Zo waren erin het derde kwartaal van 2014 – het einde van de eurocrisis – slechts15 vacatures voor elke 100 werklozen. Sindsdien is de Nederlandseeconomie flink gegroeid, maar kon het arbeidsaanbod de toenemendevraag naar goederen en diensten niet bijbenen.Het aantal openstaande vacatures is licht afgenomen van 445 duizend inhet derde kwartaal van 2022 naar 397 duizend in het derde kwartaal van2024, oftewel een vacaturegraad van 44 vacatures per duizend banen vanwerknemers. Dit blijft een bijzonder hoog getal in historisch opzicht. Van1997 tot 2020 was de gemiddelde vacaturegraad 2137.Een hoge vraag naar diensten en goederen komt niet uitsluitend voort uitde economische groei van de afgelopen tien jaar. Het expansievebegrotingsbeleid van de afgelopen jaren werkt door in de vraag naarprivate diensten en goederen vanuit huishoudens en de overheid zelf.Daarnaast is de vraag naar arbeid in publiek gefinancierde sectoren alsopenbaar bestuur, zorg en onderwijs in de afgelopen tien jaar hardtoegenomen. De groeiende vraag vanuit deze sectoren draagt bij aan dearbeidsmarktkrapte. In 2023 werkte er 2,9 miljoen mensen in dezesectoren – goed voor 28,4% van het totaal aantal werkzame personen. Ditis een toename ten opzichte van 1995. Toen waren dit er nog 1,9 miljoen(25,4%).Bij een krappe arbeidsmarkt stijgen – met enige vertraging – de lonen enverbeteren de arbeidsvoorwaarden. Hierdoor kan het aantrekkelijker zijnom (meer) te gaan werken.36Deze krapte-indicator geeft een overzichtelijk beeld de krapte, maar kent ook haar beper-kingen. Zo telt elke vacature evenveel, ongeacht de arbeidstijd.37Zie CBS. (2024). Vacatures; vacaturegraad naar SBI 2008. CBS Statline (link).Figuur 1: spanning op de arbeidsmarkt11 Zie CBS Dashboard Arbeidsmarkt: Spanning op de arbeidsmarktBIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126018 Door de tekorten richten werkgevers zich daarnaast in toenemende mateop het onbenut arbeidspotentieel of op buitenlandse arbeidskrachten. Ditzorgt er normaliter voor dat het arbeidsaanbod op den duur meestijgt.Momenteel ligt een flinke stijging van het arbeidsaanbod echter niet voorde hand. Allereerst kent Nederland een vergrijzende beroepsbevolking,waardoor het aantal werkenden de komende jaren naar verwachting zalstagneren. Zo verwachten het CBS en PBL dat de potentiële beroepsbe-volking tussen 2025 en 2040 stabiel blijft op circa 11 miljoen38. Ook lijkteen significante stijging van de arbeidsparticipatie niet aannemelijk. Denetto arbeidsparticipatie van 15- tot 75-jarigen is de afgelopen tien jaarhard gestegen van 66,0% naar 73,1%. De overgebleven groep onbenutarbeidspotentieel is relatief klein en vindt lastig een baan39. Daarnaastneemt de gemiddelde arbeidsduur de afgelopen tien jaar maarmondjesmaat toe, van 30,9 naar 32,1 uur. Vanuit de fiscale hoek zijn alveel maatregelen genomen om op de belangrijkste plekken de marginaledruk te verlagen40, 41. Wel blijft het wegnemen van andere barrières tot(meer) werken noodzakelijk. Arbeidsparticipatie is namelijk van grootbelang voor het individu en voor de maatschappij. Uit onderzoek blijkt datde redenen om meer of minder te werken uiteenlopen42. Daarom zet hetkabinet in op het verhogen van de arbeidsduur door deze verschillendeknelpunten om (meer) te werken te verhelpen. Ten slotte kunnen viaarbeidsmigratie op de korte termijn bepaalde tekorten worden verlicht. Erkleven echter ook nadelen aan deze aanpak. Een hoger migratiesaldobetekent uiteindelijk een hogere vraag naar consumptiegoederen,(publieke) diensten en huisvesting.De krapte op de arbeidsmarkt wordt wel met vertraging verlicht via devraagkant. De hoge vraag naar arbeid geeft werknemers(organisaties) eenbetere positie om op hogere lonen in te zetten, wat bijdraagt aan de grotecao-loonstijging. In het derde kwartaal van 2024 stegen de cao-lonen met6,8 procent (voorlopige cijfers) ten opzichte van het derde kwartaal van2023. Dit drijft vervolgens de kosten voor werkgevers omhoog, zowel omnieuw personeel aan te nemen als om huidig personeel te behouden. Ditstimuleert werkgevers om arbeid te besparen, bijvoorbeeld doorinnovatie. Ook zien sommige bedrijven zich genoodzaakt om de hogereloonkosten door te berekenen in de prijs van goederen en diensten.Hierdoor daalt de vraag naar deze goederen en diensten, en komen zovraag en aanbod op de arbeidsmarkt weer beter in balans.1.2 Sectoraal beeld Private sectorHet niet kunnen vinden van personeel is een grote bron van onzekerheidonder ondernemers. Het afgelopen jaar gaf iets meer dan 36% van deondernemers aan dat het tekort aan arbeidskrachten de grootstebelemmering vormt voor hun bedrijf43. Er zijn verschillende maatstavendie een beeld geven van de intensiteit van de krapte per beroep en sector.In de UWV-spanningsindicator is de spanning op de arbeidsmarkt hethoogst onder ICT-beroepen en dienstverlenende beroepen. Ook bijpedagogische beroepen en beroepen in zorg en welzijn zijn er veelvacatures ten opzichte van werkzoekenden.38Zie PBL/CBS. (2022). Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022–2050. (link)39Zie Kremer, J. et al. (2023) ESB, 108(4826), 484–486. (link)40Zie Jongen, E. en R. Schulenberg (2023) ESB, 108(4821), 208–211.41Zie Gielen, M. en H. Beens (2023) ESB, 108(4821), 204–207.42Zie DNB. (2024). Wat mensen prikkelt om meer of minder te werken. (link).43Zie CBS. (2024). Conjunctuurenquête Nederland, extra vragen januari 2024. (link).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126019 Veel werkgevers geven in enquêtes ook aan dat zij kampen metpersoneelstekorten. Met name de sectoren industrie, openbaar bestuur,horeca en zorg hebben een hoog aandeel werkgevers met een aange-geven tekort aan personeel44.Door de tekorten aan personeel vindt in toenemende mate concurrentieplaats op loon. Tussen 2020 en het derde kwartaal van 2024 zijn decao-uurlonen bij particuliere bedrijven met 20,1% gestegen45. Deze hogenominale groei is ook het antwoord op de hoge prijsstijgingen in 2022.Door deze inflatie bleef de reële loonontwikkeling lange tijd negatief.Inmiddels is deze groei sinds het laatste kwartaal van 2023 positief. HetCPB verwacht dat de reële loongroei bij bedrijven dit jaar positief blijft46.(Semi-)publieke sectorOok in de (semi-)publieke sectoren zijn de personeelstekorten hoog.Hierdoor kan de kwaliteit van publieke dienstverlening onder druk komente staan, kunnen ambities niet of te laat gerealiseerd worden en kan ergeld op te plank blijven liggen47. Om concurrerend te blijven in dearbeidsmarkt, volgen de lonen in de (semi-)publieke sector dikwijls deloonontwikkeling in de private sector48. De afgelopen jaren was deloongroei in de (semi-)publieke sector vergelijkbaar met de groei in deprivate sector. Tussen 2020 en het derde kwartaal van 2024 zijn decao-lonen in de cao-sector overheid met 21,3% gestegen.Voor gesubsidieerde instellingen ligt deze groei op 19,9%. De in- uituitstroom bij de (semi-)publieke sectoren varieert per sector (zie figuur 2).Over het algemeen stromen veel medewerkers in de (semi-)publiekesectoren in of uit naar de handel en de verhuur en overige zakelijkediensten. Dit is verklaarbaar door de grootte van deze twee sectoren. Bijde sector verhuur en overige zakelijke diensten zit bovendien arbeidsbe-middeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer inbegrepen. De derdegrote commerciële sector, de industrie, heeft een beperkt aandeel in de in-en uitstroom van (semi-)publieke sectoren. Bij openbaar bestuur enoverheidsdiensten is er een noemenswaardige instroom vanuit de zorg(ca. 5.400 baanwisselaars) die in absolute getallen het dubbele is van deuitstroom naar de zorg (ca. 2.700 baanwisselaars). De in- en uitstroom vanen naar het onderwijs is bij deze sector beperkt. Bij het onderwijs is ooksprake van een noemenswaardige instroom van (ca. 7.000 baanwisse-laars) en uitstroom naar (ca. 4.400 baanwisselaars) de zorg. Bij de zorg zelfvalt op dat instroom uit de (semi-) publieke sectoren verhoudingsgewijsklein is. Veruit de grootste instroom komt uit andere – commerciële –sectoren.44Zie Hulsegge, G., Thielecke, J., Couzy, P. (2024) Werkgevers Enquête Arbeid 2024. TNO45Zie CBS. (2024). Cao-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur. CBS Statline (link).46Zie CPB. (2024). Macro Economische Verkenning 2024. (link).47Zie 17e Studiegroep Begrotingsruimte. (2024). Bijsturen met het oog op de toekomst.Paragraaf 1.3.3. (link).48Zie Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2017). Evaluatie referentie-model | Ervaringen na 20 jaar gebruik en toepassing van het model. (link)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126020 De (verwachte) tekorten per sector geven een gevarieerd beeld.•Zorg: in de sector gezondheids- en welzijnszorg worden in absolutegetallen de hoogste tekorten verwacht. Bij ongewijzigd beleid (hetzogenaamde referentiescenario) bedraagt naar verwachting in 2033het tekort in deze sector 195.000 personen49. In 2023 bedroeg het totaletekort in de sector gezondheids- en welzijnszorg ongeveer 43.000 per-sonen.•Kinderopvang: de kinderopvang had in 2023 een tekort van ongeveer6.000 personen. In 2033 kan dit tekort oplopen tot bijna 42.000 perso-nen na een herziening van het financieringsstelsel50.•Onderwijs: het actuele tekort voor leraren in het primair onderwijs envoortgezet onderwijs is 9.800 fte. De geschatte tekorten voor hetprimair onderwijs en voortgezet onderwijs beginnen op een lagerpunt: in 2023 werd het tekort op ongeveer 8.000 fte geschat51. Ditgeschatte tekort loopt uitgaande van een neutrale economischeconjunctuur volgens de huidige ramingen terug naar zo’n 6.500 fte in2028, waarna het oploopt naar een krappe 11.000 fte in 2033. Voor hetmbo loopt de benodigde instroom van docenten de komende jaren opnaar ruim 2.200 fte. Tot 2033 daalt dit naar een krappe 1.700 fte; voorde komende jaren wordt namelijk een daling in het aantal mbo-49Zie ABF Research (i.o.v. Ministerie van VWS). (2024). Prognosemodel Zorg en Welzijn. (link)50Zie vorige voetnoot. Eind 2024 volgt een update van de arbeidsmarktprognose.51Zie Ministerie van OCW. Arbeidsmarktprognoses po, vo en mbo. (link).Figuur 2. In- en uitstroom (semi)publieke sectoren11 Figuur 2 toont de relatieve grootte van de stromen werkenden van en naar de sectorenOverheid, Gezondheidszorg en het Onderwijs. De stromen zijn uitgesplitst naar sector. De balkenaan de linkerkant tonen de instroom uitgedrukt in aantallen personen die switchen naar desector. Hier is bijvoorbeeld te zien dat de grootste instroom naar de Gezondheidszorg komtvanuit de sector Handel. De balken aan de rechterkant tonen de sectoren waarnaar mensenuitstromen. Bijvoorbeeld dat de uitstroom vanuit de Overheid naar de Specialistische zakelijkediensten groter is dan die naar de Handel. Resultaten gebaseerd op eigen berekeningen van SZWop basis van niet-openbare microdata van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de jaren 2022en 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126021 studenten verwacht. In het hbo, wo en de wetenschap zijn geenarbeidsmarktprognoses beschikbaar.•Defensie: er sprake van een tekort aan in het bijzonder militairpersoneel. Hoewel er inmiddels sprake is van meer instroom danuitstroom van militairen, houdt deze groei de uitbreiding van deorganisatie niet bij. Er is sprake van ongeveer 11.000 vacatures.•Politie: in 2024 bedraagt de prognose voor het tekort aan opgeleideoperationele sterkte 1.978 fte. Bij een gelijkblijvend doel van benodigdpersoneel neemt dit tekort af naar 194 fte in 2028.•Rijksoverheid: In 2023 publiceerde het Rijk ruim 32.000 vacatures op deinterne vacaturesite Mobiliteitsbank en de externe vacaturesite Werkenvoor Nederland52.•Gemeenten: In het eerste kwartaal van 2024 bereikte het aantalontstane vacatures bij gemeenten een historisch hoog niveau. Voor heteerst plaatsten gemeenten meer dan 13.000 vacatures53. Dit is eenstijging van 17 procentpunt ten opzichte van het eerste kwartaal van2023.52Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2023 (overheid.nl)53Vacaturemonitor eerste en tweede kwartaal 2024, A&O fonds gemeentenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126022 MOTIE MAATOUG EN KATHMANNDe krapte op de arbeidsmarkt is niet alleen nu, maar ook de komendedecennia een grote uitdaging; een uitdaging die zowel onze collectieve alsde private ambities flink onder druk zet. De Staatscommissie Demogra-fische Ontwikkelingen 2050 zet in haar rapport uiteen hoe de druk op dearbeidsmarkt de komende decennia verder toeneemt. Ondanks dezedemografische ontwikkelingen zullen er ook in de toekomst periodes vanhoog- en laagconjunctuur zijn. Deze economische schommelingen zullen,zij het wellicht in mindere mate, ook een impact hebben op de vraag naararbeid.Wanneer en op welke wijze economische tegenwind of voorspoed zichzullen aandienen is niet precies te voorspellen, maar het is wel mogelijkom in het beleid rekening te houden met deze conjuncturele bewegingenen, waar mogelijk, hierop in te spelen. Daarom heeft het kabinet aandachtvoor de vraag hoe de overheid hier in de toekomst beter mee om kangaan.Deze bijlage beschrijft welke conjuncturele fasen er zijn en wat hetstructurele beleid is om de gevolgen van deze schommelingen te dempen.Vervolgens beschrijft de brief hoe tijdelijke plannen het structurele beleidondersteunen bij het dempen of verhelpen van (toekomstige) conjunc-turele schommelingen. Daarmee komt het kabinet tegemoet aan de motieMaatoug/Kathmann54.Economische conjunctuurEr is sprake van economische groei wanneer een land meer waardetoevoegt aan goederen en diensten dan in de voorgaande periode. Dezeproductie van goederen en diensten ontwikkelt zich niet met eenconstante maar kent oplevingen en neergangen: een conjunctuurcyclus.Wanneer een periode van economische groei (hoogconjunctuur) omslaatin een periode van economische neergang (laagconjunctuur) kan ditleiden tot een recessie. Een recessie wordt gemeten door twee opeenvol-gende kwartalen met krimp van het bruto binnenlands product. Eenomslagmoment van hoog- naar laagconjunctuur komt vaak door een(onverwachte) schok. Deze schokken kunnen zowel uit het niets komen alshet resultaat zijn van sluimerende onevenwichtigheden. De Nederlandseeconomie is stevig verweven met de wereldeconomie en handel metandere landen. Dit open karakter betekent dat Nederland meer blootstaataan de impact van externe gebeurtenissen, wat onvermijdelijk leidt totmeer schommelingen in de conjunctuur.Zowel periodes van laag- als hoogconjunctuur kennen voor- en nadelen.Op persoonlijk vlak kan een periode van laagconjunctuur het faillissementvan een bedrijf of werkloosheid betekenen, met alle negatieve persoon-lijke gevolgen van dien. Voor de economie als geheel kan laagconjunctuuren de oplopende kans op langdurig hoge(re) werkloosheid resulteren inscarring: een verlies aan vaardigheden in de toekomst doordat mensenlangdurig werkloos zijn. Dit gaat ten koste van toekomstige productiviteit.Ook is het geen garantie dat voorheen levensvatbare bedrijven in dezesituatie blijven bestaan, en verslechteren over het algemeen de overheids-financiën.Periodes van hoogconjunctuur en de daaraan gerelateerde verhoogdekans op personeelstekorten kunnen op hun beurt ook risico’s met zichmeebrengen. Aanhoudende personeelstekorten zetten een rem op de54Kamerstukken II, 29 544, nr. 1129BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126023 economische groei, leiden tot verlies van kwaliteit en beschikbaarheid van(publieke) diensten. Tevens bemoeilijkt het de uitvoering van maatschap-pelijke opgaven doordat de juiste mensen niet te vinden zijn.Beide periodes kunnen voor bepaalde groepen echter ook voordelenopleveren. Zo kunnen werkgevers tijdens periodes van laagconjunctuuruit een ruimer aanbod potentiële werknemers kiezen, terwijl werkendentijdens periodes van hoogconjunctuur profiteren van een sterkereonderhandelingspositie. Ook de baanvindkans van mensen met eenafstand tot de arbeidsmarkt neemt ten tijde van hoogconjunctuur toe.Rolverdeling overheid en marktIn beginsel is het bij conjuncturele schommelingen aan werkgevers omhun bedrijfsvoering aan te passen aan de veranderende omstandigheden.Zij zijn immers degene die het beste kunnen bepalen hoe er met deveranderende marktomstandigheden om dient te worden gegaan. Datbetekent dat bij een personeelstekort werkgevers kijken naar de verschil-lende manieren om personeel aan te trekken en te behouden. Als er juistsprake is van economisch slecht weer, zullen bedrijven waarschijnlijkminder mensen aannemen en tijdelijke contracten niet verlengen55.Werkenden zijn primair zelf verantwoordelijk om inzetbaar te blijven op dearbeidsmarkt56. Zij weten vaak zelf het beste waar zij kunnen en willenwerken. Waar werkenden en werkzoekenden kunnen profiteren van eenhoogconjunctuur en dus arbeidsmarktkrapte, zijn ze in het geval van eenlaagconjunctuur eerder de dupe van de economische situatie57. Hierbij ishet van belang om te beseffen dat niet alle groepen op de arbeidsmarkt indezelfde mate worden geraakt door de oplopende werkloosheid bij eeneconomische crisis: laagopgeleiden worden tijdens een crisis vakerwerkloos dan middelbaar en hoogopgeleiden. De gevolgen van een crisiszijn dus niet gelijk verdeeld.Hoewel werkgevers en werkenden elk hun eigen rol hebben bij conjunc-turele schommelingen, zorgt dit niet automatisch voor maatschappelijk eneconomisch wenselijke uitkomsten rondom herverdeling, verzekering enbescherming. Er is daarom een rol voor de overheid om in te grijpen endeze onwenselijke uitkomsten te mitigeren.Een vorig kabinet heeft in 2019 uw Kamer geïnformeerd over de mogelijk-heden voor beleid om de effecten van een neergaande conjunctuur op tevangen58. In deze brief zijn ook verschillende beleidsopties op hoofdlijnenuitgewerkt, waaronder een tijdelijke deeltijd WW.55Het ziet ernaar uit dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende tijd zal aanhouden. Dit kanertoe leiden dat werkgevers sneller geneigd zullen zijn om mensen aan zich te binden, ook alshet tijdelijk economisch minder gaat.56Werkgevers hebben wel een wettelijke taak om ervoor te zorgen dat werknemers goed zijnopgeleid voor de functie die ze uitoefenen.57Werkenden kunnen ook hinder ondervinden van krapte. Zij kunnen namelijk met toenemendewerkdruk te maken krijgen als gevolg vande krapte. Dit kan resulteren in uitval of vertrek vancollega’s, wat vervolgens totnog meer overvraging en werkdruk leidt bij de resterendecollega’s.58Kamerstukken II, 2018–2019, 2019Z14702Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126024 In het algemeen geldt dat het echter ingewikkeld is om het juiste beleid ophet juiste moment in te voeren59. Dit komt door de tijd die nodig is ombeleid te implementeren en voor verschillende actoren om er vervolgensop te reageren. Het handelen van de overheid is als gevolg hiervan vaakpas met enige vertraging merkbaar. Daarnaast is het in de praktijk ook nieteenvoudig om de precieze stand van de conjunctuur te bepalen.De overheid zal de negatieve effecten van conjuncturele schommelingendus vooral moeten mitigeren aan de hand van structureel beleid. Doormiddel van begrotingsbeleid en algemeen arbeidsmarktbeleid proberenwe bij te dragen aan de schokbestendigheid van de economie en dearbeidsmarkt. Door middel van gericht beleid bouwen wij aan deschokbestendigheid van groepen die in het bijzonder kwetsbaar zijn vooreconomische schommelingen. In de hieropvolgende paragrafen wordendeze drie beleidsvormen verder toegelicht.Begrotingsbeleid & automatische stabilisatorenIn Nederland voeren we sinds de jaren 90 trendmatig begrotingsbeleid.Dat betekent dat de begroting wordt ingezet om de economie te stabili-seren. De systematiek van trendmatig begrotingsbeleid draagt bij aanstabiel begrotingsbeleid voor burgers en bedrijven, en draagt zo bij aande brede welvaart.60 In de praktijk betekent dit dat in economische goedetijden buffers worden opgebouwd om in slechte tijden ervoor te kunnenzorgen dat mensen minder last hebben van een economische neergang.Dit door de uitgaven aan de sociale zekerheid op peil te houden of extramaatregelen te nemen, zoals tijdens de coronacrisis via het steun- enherstelpakket.De overheid zorgt voor deze (automatische) stabilisatie via zowel deoverheidsontvangsten als -uitgaven. De ontvangstenkant (belasting- enpremie-inkomsten) van de begroting beweegt mee met de conjunctuur.Hierdoor verbetert het overheidssaldo in goede economische tijden, alsde belasting- en premie-inkomsten stijgen door een groeiende economie,en verslechtert het in mindere tijden, als de belasting- en premie-inkomsten dalen.Het kabinet beheerst de uitgaven van de overheid door vaste uitgavenpla-fonds te hanteren. Het kabinet zorgt ervoor dat de totale uitgaven ditplafond niet overschrijden. Ongeacht de economische situatie blijven deuitgaven zo op een afgesproken niveau: de uitgaven nemen niet toe alshet economisch goed gaat, en er dient niet direct bezuinigd te worden alshet economisch minder gaat.Ook het uitgavenplafond kent een conjunctureel component. Het wordtnamelijk aangepast voor ontwikkelingen van de uitgaven aan WW enbijstand als gevolg van teruglopende werkgelegenheid. Hiermee leiden deextra uitgaven niet tot bezuinigingen. Deze uitgaven bovendien eenstabiliserend effect op de economie door het inkomensverlies als gevolgvan werkloosheid te dempen.59Zie ook de CPB-publicatie «Cyclisch begrotingsbeleid» (2023). Het CPB geeft aan dat de outputgap voldoende goed te ramen is. Beleidsmakers hebben daardoor over het algemeenvoldoende informatie om op korte termijn anticyclisch beleid te voeren, al is de amplitude vande conjunctuur lastiger te bepalen. In het eerste deel van de beleidsdoorlichting Begrotings-beleid (2023) wordt echter ook geconcludeerd dat de methode van de bepaling van de outputgap erg gevoelig is voor bijstellingen bij nieuwe ramingsmomenten en afhankelijk is vanmeetmethodes die kunnen verschillen.60Zie in dit kader ook het advies van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte «Bijsturen met hetoog op de toekomst» (2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126025 De overheid accepteert dat het begrotingssaldo (tijdelijk) verslechtertvanwege deze extra uitgaven.Arbeidsmarktbeleid als structurele oplossingOm ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt zich snel kan aanpassen aan eennieuwe economische situatie is het van belang dat vraag en aanbod goedop elkaar zijn aangesloten. In tijden van laagconjunctuur kan een goedeaansluiting de negatieve impact op de werk- en inkomensonzekerheid vanwerkenden beperken. Dit omdat de (over)stap naar ander werk daardoorsneller gemaakt kan worden. In tijden van hoogconjunctuur kan eenbetere match het tekort aan arbeidskrachten doen verminderen omdezelfde reden: bedrijven zullen sneller geschikt personeel vinden.Het goed laten aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is eenstructurele uitdaging. Het gevoerde arbeidsmarktbeleid is, naast hetgaranderen van een inkomen en het op peil houden van bestedingen viaeen uitgebreid stelsel van sociale zekerheid, daarom ook hoofdzakelijkgericht op het structureel verbeteren van deze aansluiting61. Voorbeeldenhiervan zijn:•UWV en gemeenten bieden persoonlijke dienstverlening richtingkansrijke beroepen en sectoren aan werkzoekenden aan. Hierbij wordtzoveel mogelijk gebruikgemaakt van arbeidsmarktinformatie, zodat dedienstverlening waar mogelijk aangepast kan worden op basis van deactuele situatie.•Om de arbeidsmarkt meer transparant te maken, zijn UWV engemeenten daarnaast verantwoordelijk voor de registratie vanwerkzoekenden en vacatures. Via de Werkgeversservicepunten, en inde toekomst via de Regionale Werkcentra, krijgen werkgevers adviesen ondersteuning bij de werving en selectie van personeel.•Om werkenden en werkzoekenden de relevante kennis en vaardighe-den bij te brengen en op peil te houden is scholing en opleiding vanbelang. Effectieve dienstverlening op dit vlak kan eveneens de afstandtot de arbeidsmarkt van kwetsbare groepen doen laten afnemen.Daarnaast zetten UWV en gemeenten ook cursussen, opleidingen envaardigheidstrainingen in om werkzoekenden naar werk te begeleiden.We hebben uw Kamer recent geïnformeerd over de actuele ontwikke-lingen op dit gebied.•Ook wordt er beleid ingezet om door middel van (fiscale) prikkelsmensen aan te sporen (meer uren) te gaan werken. Dit draagt in tijdenvan hoogconjunctuur bij aan het aanpakken van krapte op dearbeidsmarkt. In dit kader heeft het kabinet de Hervormingsagendavereenvoudiging inkomensondersteuning aangekondigd.Een goed werkende arbeidsmarkt biedt zowel voldoende sociale zekerheidin tijden van conjuncturele neergang als voldoende manoeuvreerruimteaan bedrijven om zich aan een nieuwe economische situatie aan tepassen. De Commissie Regulering van Werk concludeerde in 2020 dat deNederlandse arbeidsmarkt te veel leunt op externe flexibiliteit. Dat wilzeggen dat bij een economische neergang met name een flexibele schilvan werkenden met minder zekerheid op straat komt te staan.Naast gevolgen voor het duurzaam verdienvermogen van Nederland,heeft deze grote flexibele schil ook conjuncturele gevolgen. Te weinigzekerheid kan leiden tot grote inkomensdaling wanneer een recessie inzet.61Dat vraag en aanbod elkaar niet altijd goed weten te vinden op de arbeidsmarkt kentverschillende oorzaken. Er kan sprake zijn van mismatch tussen de omvang van vraag en deomvang aanbod, een geografische mismatch, een mismatch in voorkeuren, een mismatch invaardigheden en een informatiemismatch.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126026 Via lagere consumptieve uitgaven heeft dit vervolgens negatievegevolgen voor de economie.Met het arbeidsmarktpakket wil het kabinet zorgen voor een betere balanstussen zekerheid en wendbaarheid op de arbeidsmarkt.•Met de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten tracht hetkabinet meer zekerheid te bieden aan mensen met een flexibelarbeidscontract. Ook beoogt het voorstel het gebruik van vastecontracten te stimuleren door de concurrentieverschillen tussencontractvormen te verminderen en draaideurconstructies te voorko-men.•Met de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsver-moeden is het kabinet voornemens om de regels voor het werken metwerknemers en zelfstandigen te verduidelijken. Hiermee wordtschijnzelfstandigheid tegengegaan. In een recessie kunnen schijnzelf-standigen niet terugvallen op ontslagbescherming of een werkloos-heidsuitkering, terwijl op basis van de verrichte werkzaamheden er welsprake is van een arbeidsovereenkomst. Door de verduidelijking wordthet eenvoudiger om de juiste contractvorm aan te gaan. Het rechtsver-moeden uit het voorstel ziet in het bijzonder toe op de kwetsbarepositie van schijnzelfstandigen aan de basis van de arbeidsmarkt.•Met het LLO-beleid betracht het kabinet de wendbaarheid in dearbeidsmarkt te verbeteren. LLO vergroot namelijk het aanpassingsver-mogen van individuen en bedrijven in tijden van grote veranderingen.Met de LLO-agenda werkt het kabinet samen met sociale partners,regio’s en opleiders aan structurele verbeteringen op gebied van LLO.Een verdere uitwerking van de gezamenlijke LLO-agenda leggen we inde loop van 2025 aan uw Kamer voor.In samenhang zorgen de maatregelen uit het pakket voor eenweerbaardere arbeidsmarkt in hoog- en laagconjunctuur. Meer zekerheidvoor werkenden verzacht het effect van een laagconjunctuur op inkomensen consumptie. Via de LLO-aanpak wordt de matching tussen vraag enaanbod – en daarmee het aanpassingsvermogen van de arbeidsmarkt –vergroot.Aanvullende gerichte inzetNaast het algemeen arbeidsmarktbeleid voert het kabinet een gerichteaanpak om de weerbaarheid van specifieke groepen te verbeteren. In hetverleden zien we dat sommige groepen mensen om verschillenderedenen alsnog tussen wal en schip vallen bij een neergang, of onvol-doende kunnen profiteren bij een opgaande conjunctuur. Aangezien hetalgemene instrumentarium bij deze groepen niet voldoet, voert hetkabinet gericht beleid om de arbeidsmarktpositie van deze groepen teverbeteren. Zo tracht het kabinet via de Seniorenkansenvisie de arbeids-positie van 55-plussers te verbeteren. Ook maakt het kabinet werk van eenbetere arbeidsparticipatie van statushouders via het plan van aanpakStatushouders aan het werk.Hoewel de bovenstaande plannen niet direct toezien op een demping vande conjunctuur, volgen de aanpakken mede uit de huidige conjuncturelestand. Als de arbeidsmarkt krap is, is er een kans om de arbeidspartici-patie – en daarmee de economische weerbaarheid – van bepaaldegroepen gericht te verbeteren. Deze economische weerbaarheid draagtvervolgens weer bij een schokbestendige maatschappij in tijden vaneconomische onzekerheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126027 Het actieplan Dichterbij dan je denkt is een voorbeeld hoe het vorigekabinet ingezet heeft op het benutten van de kansen die krapte voorspecifieke groepen kan bieden.Dergelijke plannen hebben een tijdelijk karakter, maar kunnen eenstructurele impact hebben. De waardevolle kennis en ervaringen die alsgevolg van de plannen worden opgedaan, vormen belangrijke input voorde (toekomstige) ontwikkeling van beleid. Zo hebben meerdere tijdelijkeprogramma’s aan de basis gestaan van de huidige inzet op de hervormingvan arbeidsmarktinfrastructuur:•Het programma Matchen op werk heeft een eerste aanzet gegevenvoor partijen in de arbeidsmarktregio’s om ook in projecten samen tewerken aan nieuwe vormen van matching en het versterken van deeenduidige werkgeversdienstverlening.•Het programma Perspectief op Werk heeft hier een extra impuls aangegeven door met gezamenlijke doe-agenda’s actiegericht enprojectmatig in de uitvoering samen te werken. Hierdoor zijn er ookervaringen opgedaan met talloze benaderingen en interventies.•De aanvullende crisisdienstverlening van de regionale mobiliteits-teams (RMT’s) is doorgegaan op de ingeslagen weg door de samen-werking tussen publieke en private partijen te verbeteren en teintensiveren, zoals gemeenten, UWV, sociale partners en onderwijs-instellingen.Deze tijdelijke impulsen zijn lastig vooruit in de tijd te plannen en kennenook geen specifieke blauwdruk. De effectiviteit van dergelijke tijdelijkeimpulsen is namelijk sterk afhankelijk van de maatschappelijke omstan-digheden en bestuurlijke context. Zodoende zet het kabinet in om eenverankering en bestendiging van deze impulsen binnen de hervormingvan de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze infrastructuur schept derandvoorwaarden om beter ad-hoc in te spelen op ontwikkelingen alsgevolg van de conjuncturele stand.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126028 MOTIE VAN HAGA EN DE JONGGezien het thema van deze brief wil het kabinet graag van de gelegenheidgebruik maken om de motie van de leden van Haga en de Jong tebeantwoorden, waarin is verzocht te onderzoeken of de arbeidskosten ende gepercipieerde risico’s van het in dienst hebben van 55-plussersverlaagd kunnen worden62. De afgelopen jaren heeft de regeringverschillende instrumenten ingezet om de arbeidskosten van 55-plusserste verlagen. Uit de evaluatie loonkosten voordelen uit de WTL uitgevoerddoor SEO in 2021 blijkt dat de doeltreffendheid van het loonkostenvoordeel voor ouderen beperkt is63. De analyses over het LKV ouderenlaten zien dat het LKV ouderen niet lijkt te leiden tot extra werkgele-genheid voor ouderen uit een uitkering die binnen de LKV leeftijdsgrenzenvallen ten opzichte van iets jongere werkloze ouderen. Op basis van debeschrijvende statistieken lijkt de werkgelegenheid zich wel gunstiger teontwikkelen voor de ouderen die tot de doelgroep van het LKV behoren(56 jaar tot AOW-leeftijd) dan voor de ouderen die (net) onder deleeftijdsgrens van het LKV ouderen vallen (50- tot 56-jarigen), maar deverdiepende analyses kunnen dit niet bevestigen. De regering heeft hieropbesloten het LKV ouderen af te schaffen.De no-risk polis ouderen is geëvalueerd naar aanleiding van het actieplanperspectief voor 50-plus door Regioplan64. Hieruit bleek dat dezefinanciële regeling voor werkgevers geen prikkel gaf om 50-plussers indienst te nemen, maar dat de geschiktheid van de kandidaat het belang-rijkst is om iemand in dienst te nemen.In een brede praktijkverkenning, die is uitgevoerd in het kader van deSeniorenkansenvisie, is gesproken met werkgevers, uitvoeringsorgani-saties, belangenorganisaties en 55-plussers. Hieruit blijkt dat de doelgroepniet wil worden gestigmatiseerd of anders worden behandeld. Ook inloonbetaling willen zij geen doelgroep met uitzonderingen zijn en minderbetaald worden. Het uitgangspunt van het nieuwe kabinet is daaromgelijkwaardigheid voor iedereen op de (krappe) arbeidsmarkt.62Kamerstukken II 2022/23, 29 544, nr. 113163DE EFFECTEN VAN LOONKOSTENVOORDELEN OP WERKNEMERS EN WERKGEVERS(overheid.nl)64Regioplan, Evaluatie Actieplan «Perspectief voor vijftigplussers», 2020.Eindrapport – Evaluatieactieplan Perspectief voor vijftigplussers (regioplan.nl)BIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126029 MOTIE HERMANS/PATERNOTTEEen motie van de leden Paternotte en Hermans verzocht de regering ingesprek te gaan met werkgevers over roostering in bijvoorbeeld de zorgen schoonmaaksector.65 Uit een vignettenstudie naar de meerurenbonusbleek dat een groot deel van de respondenten aangaf dat een roosterwaarmee werk en privé te combineren zijn, belangrijker is dan eenbonus66. Ook kwam naar voren dat werkgevers met 60% van de zorgme-dewerkers niet het goede gesprek over contractuitbreiding haddengevoerd67. Naar aanleiding van deze studie organiseert de Minister vanVWS regiobijeenkomsten over meer uren werken voor zorg- en welzijnsor-ganisaties, waar onder andere roostering, het goede gesprek en demeerurenbonus onderwerp van gesprek zijn.In het onderwijs is ook een onderzoek uitgevoerd naar beweegredenenom meer uren te werken. Hieruit bleek onder meer animo dat een deelvan de leraren bereid is om in een groter contract te werken voor (netto)meer geld. Ook voor maatregelen als flexibele roostering of andere takenzijn leraren bereid om meer uren te werken68. In het primair onderwijspioniert een kopgroep van schoolbesturen om meer uren werkenaantrekkelijker te maken met maatwerk. De Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (SOCW) heeft in september 2024 eenbrief gestuurd over de opbrengsten van de pilot en de vervolgaanpak.SOCW stimuleert meer uren werken met de aanpak meerurenmaatwerk69.Meerurenmaatwerk betreft het voeren van het goede gesprek over deaanstelling en het bieden van maatwerk om meer uren te kunnen werken.Denk aan het bieden van een geldbedrag, flexibiliteit in snipperdagen,inroostering of het focussen op andere soorten taken. Scholen kunnenook gebruik maken van een beschikbaarheidstoelage – waarbij lerarenzich kunnen opgeven voor een dag waarop zij beschikbaar zijn voor invalen hier een toelage voor ontvangen.Ook de schoonmaakbranche kampt met personeelstekorten, waardoororganisaties onder meer kijken naar urenuitbreidingen en anderemanieren van roosteren. Als gevolg hiervan is «dagschoonmaak», waarbijer wordt schoongemaakt tijdens reguliere kantooruren, in toenemendemate de standaard.65Kamerstukken II, 2022–2023, 36 200, nr. 24. Aan andere onderdelen van deze motie is reedsinvulling gegeven in een bijlage bij Kamerstukken II, 2022–2023, 29 544, nr. 1159 en inKamerstukken II, 2022–2023, 27 923, nr. 671.66Berenschot, Onderzoek meerurenbonus Zorg en Welzijn (link).67Het Ministerie van VWS ondersteunt daarnaast stichting Het Potentieel Pakken om bijzorgorganisaties het thema «contractuitbreidingen» via verandertrajecten op de kaart tezetten.68Kamerstukken II, 2022–2023, 31 293, nr. 671.69Zie Kamerstukken II 2023/2024, 31 293, nr. 747 voor meer informatie over het meeruren-maatwerk in het onderwijs.BIJLAGE 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126030 STAND VAN ZAKEN SECTORALE AANPAKKENZorgZorg en ondersteuning is mensenwerk. Voldoende en goed toegerustezorgmedewerkers zijn de basis om de kwaliteit en toegankelijkheid van dezorg te waarborgen. De voorbije jaren zijn stappen gezet om permedewerker steeds meer patiënten te helpen. Desondanks ligt er eenprognose van een arbeidsmarkttekort van bijna 200.000 medewerkers inzorg en welzijn in 2033. Het is onmogelijk om deze arbeidsmarkttekortenaf te wenden door steeds meer mensen van buiten de zorg aan te trekken,daar zijn immers ook grote tekorten. We zullen het moeten doen met demensen die nu al in de zorg werken en de natuurlijke aanwas.In het regeerprogramma heeft het kabinet aangegeven het personeels-tekort aan te willen pakken langs drie lijnen:1.Halveren van de administratietijd in 2030. Met behulp van innovatieszoals artificial intelligence (AI) kan bijvoorbeeld de administratietijd bijgespreksverslagen en overdracht van dossiers drastisch wordenteruggebracht. Medewerkers krijgen hierdoor meer tijd voor depatiënt.2.De juiste inzet van medewerkers. Nog steeds worden medewerkersingezet daar waar dat niet of veel minder zou hoeven. Het kabinetvoert daarom arbitrage tussen zorgwetten in, waarbij de minste inzetvan medewerkers uitgangspunt wordt. Daarnaast hecht het kabineteraan dat medewerkers goed kunnen samenwerken met mantelzorgersen vrijwilligers, zodat zij samen meer kunnen betekenen voor depatiënt. De belastbaarheid van de mantelzorger wordt hierbij niet uithet oog verloren. Tot slot worden innovaties die de inzet van medewer-kers verminderen en tegelijk de belasting voor de patiënt doenafnemen, gestimuleerd.3.Het vergroten van vakmanschap en werkplezier. Het kabinet werktuiterlijk Q1 2025 een leidraad vakmanschap en werkplezier uit. Het gaatdaarbij om onderwerpen als meer autonomie en vertrouwen, hetvoorkomen van verzuim en het tegengaan van agressie. Ook komt deverhouding tussen vast en flexibel personeel aan bod en de mogelijk-heden voor medewerkers in loondienst om bij meerdere organisatiesen op meerdere plekken in de regio te kunnen werken. Deze leidraadmoet organisaties binnen zorg en welzijn handvatten bieden om aande slag te gaan met het vergroten van de werktevredenheid. In deleidraad gaat het kabinet ook in op de bekostiging van de verschillendeopleidingsvormen, waaronder medische vervolgopleidingen en bij- ennascholing, bijvoorbeeld voor palliatieve zorg. Het kabinet ondersteuntvakmanschap door te kijken naar de structurele borging van debekostiging van opleiden zorg en welzijn breed.Tot slot, heeft VWS in 2024 regiobijeenkomsten georganiseerd gericht ophet stimuleren van meer uren werken. In deze bijeenkomsten zijn zorg- enwelzijnsorganisaties geïnformeerd over de mogelijkheid van eenmeerurenbonus. Het Potentieel Pakken is de afgelopen jaren financieelondersteund in hun missie om via verandertrajecten belemmeringen ommeer uren werken weg te nemen. Kennis en inzichten die hierbij zijnopgedaan zijn terug te vinden via de websitegroterecontractenindezorg.nl. Hierdoor kunnen werkgevers er zelf meeaan de slag gaan.BIJLAGE 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126031 OnderwijsGoede leraren, docenten en schoolleiders vormen de basis voor dekwaliteit en continuïteit van het onderwijs voor alle kinderen en jongeren.Er is in Nederland een groot tekort aan onderwijspersoneel, met name in(delen van) de grote steden70. Zonder extra ingrijpen zal dit tekort naarverwachting de komende tien jaar aanhouden71. Doel van de aanpak isom nu en in de toekomst te zorgen voor voldoende leraren, docenten,schoolleiders en ondersteunend personeel, die met plezier werken in hetonderwijs, goed opgeleid zijn en zich doorlopend professionaliseren.In het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma heeft dit kabinetaangekondigd een herstelplan op te stellen om de kwaliteit van hetonderwijs te verbeteren. De hoofdlijnen van het Herstelplan kwaliteitfunderend onderwijs zijn recentelijk met uw Kamer gedeeld72. Zorgenvoor goed en voldoende onderwijs voor ieder kind is een van de pijlers inhet herstelplan73. De afgelopen periode is een eerste stap gezet omsamenwerking tussen schoolbesturen, de beroepsgroep en de leraren-opleidingen centraal te stellen. Daar wordt op voortgebouwd omdatsamenwerken en solidariteit nodig zijn in plaats van concurrentie.Bovendien verschilt de opgave en context tussen en binnen regio’s, zoalsde omvang van de tekorten, groei/krimp en de mate van verstedelijking.Andere punten die worden uitgewerkt zijn onder meer de doorgaandeprofessionalisering van onderwijspersoneel, de vorming van beroeps-groepen voor schoolleiders en leraren, goed werkgeverschap, het beterbenutten van het systeem van medezeggenschap en het verbeteren vande kwaliteit van lerarenopleidingen via het Opleidingsberaad Leraren. Deuitwerking gebeurt in overleg met uiteenlopende partijen in het onder-wijsveld.KinderopvangDe kinderopvang speelt een belangrijke rol op de Nederlandse arbeids-markt. Een plek op de kinderopvang stelt namelijk ouders met jongekinderen in staat om te werken. Kinderopvang is ook een belangrijkerandvoorwaarde voor de arbeidsparticipatie van vrouwen, het meer urenkunnen werken en hun economische zelfstandigheid. Personeelstekortenin de kinderopvang leiden tot wachtlijsten voor ouders van jongekinderen. Het is daarom goed nieuws dat de personeelstekorten in dekinderopvang zich momenteel stabiliseren. Toch blijkt uit de arbeidsmarkt-prognose dat de sector nog steeds tekorten kent en deze op lange termijnverder zullen oplopen. Samen met de sector neemt het kabinet daaromlangs drie sporen aanvullende acties. Uw Kamer is hierover geïnformeerdin de Kamerbrief van 4 april74.•Het «Ontwikkelpad kinderopvang» is ontworpen om de instroom endoorgroei in de kinderopvang te bevorderen, ook van mensen die nietdirect de stap naar pedagogisch professional kunnen zetten. Onder-steunend hieraan heeft het Ministerie van SZW een tijdelijke subsidie-regeling opgezet om kinderopvangorganisaties te stimuleren groeps-hulpen aan te nemen en scholing te bieden.70Gebaseerd op data van oktober 2023. Tekort bij primair onderwijs: reguliere banen enlangdurige vervangingen: 9.800 fte, schoolleiders: 1.270 fte. Tekort bij voortgezet onderwijs:reguliere banen en langdurige vervangingen: 3.800 fte, schoolleiders: 125 fte. TrendrapportageArbeidsmarkt leraren po, vo en mbo 2023 | Voion71Ibid.72Kamerstukken 2024/2025, 49 096, nr. 26673Kamerstuk 31 293, nr. 76274Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 322, Nr. 529Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126032 •Om huidige werknemers te behouden, blijft het Ministerie van SZWsamen met de kinderopvangsector inzetten op het verhogen van hetwerkplezier en goed werkgeverschap.•Tot slot zijn er kansen om pedagogisch professionals meer uren telaten werken in de kinderopvang. Bijvoorbeeld via een combinatie-baan. Het Groeifondsproject «Meer uren werkt!» zal in de kinderop-vang evidence based interventies implementeren om te komen totcontractuitbreidingen.DefensieDoordat de veiligheidssituatie verslechtert en militaire inzet in het kadervan het verdedigen van het eigen grondgebied en dat van de bondge-noten steeds realistischer wordt, groeit Defensie flink. Defensie neemtdaarom een brede set aan maatregelen die beogen het tekort aanmenskracht bij Defensie te verkleinen: van betere arbeidsvoorwaarden,het verbeteren van het proces van werving en selectie tot specialemaatregelen voor schaarstecategorieën. Ook is inmiddels de vasteaanstelling voor manschappen en korporaals ingevoerd. Desondankszorgt de krappe arbeidsmarkt ervoor dat Defensie steeds vaker afhankelijkis van externe partijen om te kunnen beschikken over de benodigdemenskracht.In de Defensienota 2024 heeft het kabinet uiteengezet dat Defensie inhoog tempo toewerkt naar een schaalbare krijgsmacht. Defensie hoeftimmers niet continu over al haar personeel te beschikken en werktdaarom aan een organisatie die wendbaar en schaalbaar is. Vanaf 2029 iseen instroom noodzakelijk van tenminste 9.000 militairen per jaar,bestaande uit beroepsmilitairen, reservisten en dienjaarmilitairen.Defensie zet verschillende stappen die de instroom stimuleren en deuitstroom verminderen, zoals het invoeren van een nieuw dienmodel, deinvoering van een vrijwillige enquête onder jongeren, wervingsinspan-ningen die zich richten op specifieke doelgroepen en het intensiveren vande samenwerking met andere departementen, maatschappelijke organi-saties, het bedrijfsleven, werkgeversorganisaties en de industrie. Dat moetin het bijzonder bijdragen aan een forse uitbreiding van het aantalreservisten. Daarnaast is Defensie bezig met de invoering van een nieuwHR-model voor de in-, door- en uitstroom en beloning van personeel datvan Defensie een aantrekkelijker werkgever maakt en een schaalbarekrijgsmacht ondersteunt.Ook is het dienjaar gestart. Dit is een laagdrempelige mogelijkheid omvoor de duur van 1 jaar kennis te maken met het werken bij Defensie.17-jarigen die de dienstplichtbrief ontvangen, worden daar sinds dit jaarop gewezen. Het is de inzet van Defensie dat, net als in Scandinavischelanden het geval is, jongeren die gediend hebben en voor de arbeidsmarktbeschikbaar komen hierop een streepje voor hebben. Defensie breidt hetaantal dienjaarmilitairen uit en gaat daarbij voor het maximale resultaatbinnen de mogelijkheden van de huidige krijgsmacht om deze jongeren tewerven en op te leiden.Groene en Digitale BanenOm de ambities voor de klimaat en digitale transitie te realiseren, zijn erstructureel meer technici en digitale professionals nodig. We hebbenvoldoende technici nodig om het elektriciteitsnet uit te breiden, omwarmtepompen te installeren en te zorgen voor de digitale veiligheid vanNederland. Er zijn inmiddels meer dan 100.000 vacatures in technische endigitale banen. De invloed van tekorten aan digitale professionals isvoelbaar in alle sectoren, van zorg, onderwijs, overheid tot de financiëleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126033 sector, het heeft effect op de adoptie van digitale technologieën in hetbedrijfsleven en is essentieel bij de inzet van digitale technologieën om dearbeidsproductiviteit te verhogen.Het kabinet, de regio en het bedrijfsleven investeren gezamenlijk via hetActieplan Groene en Digitale Banen om meer mensen te laten kiezen voorbèta-technisch onderwijs en de technische en digitale (ICT) arbeidsmarkt.Het kabinet versterkt deze samenwerking onder andere via de HumanCapital Agenda ICT, die specifiek gericht is op de tekorten van digitaleprofessionals op de arbeidsmarkt. Uw Kamer is op 22 december 2023geïnformeerd over de voortgang van het Actieplan.75Er komt daarnaast voor sectoren die nodig zijn voor de klimaat- enenergietransitie een tijdelijke gerichte toevoeging op de bestaandeSubsidieregeling praktijkleren. Hierdoor wordt het voor bedrijven in dezesectoren aantrekkelijker om extra praktijkleerplaatsen aan te bieden.Verder investeert het kabinet ook in het opschalen van bestaandeomscholingstrajecten waarin statushouders worden opgeleid voor eenbaan bij de netbeheerders. Met deze investeringen vanuit het Klimaat-fonds kunnen zo meer vakmensen worden opgeleid.Om technologieonderwijs voor elk kind toegankelijk te maken is er vanuithet Nationaal Groeifonds € 351,6 miljoen gereserveerd voor het voorstelTechkwadraat. 145,8 miljoen hiervan is definitief toegekend, 205,8 miljoenis voorwaardelijk toegekend. Dit moet resulteren in een achtjarigestimulans voor technologie in het funderend onderwijs. Inzet is állekinderen en jongeren de potentie en waarde van technologie inzien en dejuiste kennis en vaardigheden ontwikkelen, op korte én lange termijn.Politie en VeiligheidDe politie heeft een arbeidsmarktstrategie ontwikkeld, waarover uwKamer op 8 juni 2023 is geïnformeerd.76Vier publieke organisaties in het veiligheidsdomein – Defensie, de DienstJustitiële Inrichtingen, Douane en Politie – werken samen op het gebiedvan personeel. Zij presenteren zich bijvoorbeeld gezamenlijk aanmiddelbare scholieren en proberen belemmeringen weg te nemen omdoorstroom tussen de organisaties te vergemakkelijken. Zo willen zijeraan bijdragen dat Nederland blijvend beschikt over voldoende en goedgeëquipeerd personeel om (samen) te werken aan vrede, veiligheid eneen rechtvaardige samenleving.In 2022 heeft het OM besloten binnen drie jaar het aantal te wervenofficieren te verdubbelen, resulterend in 250 nieuwe officieren tussen2022 en 2024. Deze groei werd bereikt door intensieve wervingsinspan-ningen, het versterken van het werkgeversmerk, en modernisering van deopleiding voor officieren van Justitie. Tegelijkertijd werd een centralewerving- en selectieafdeling opgezet, wat leidde tot 15 procent meeringevulde vacatures. Deze nieuwe structuur faciliteert samenwerkingsver-banden binnen het juridisch domein, met een focus op samenwerkingbinnen de Strafrechtketen, wat de interne arbeidsmobiliteit vergroot enbijdraagt aan een duurzame inzet van professionals binnen het veilig-heidsdomein van de rechtsstaat.75https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/12/22/kamerbrief-inrichting-governance-en-uitvoering-van-het-actieplan-groene-en-digitale-banen76Kamerstuk 29 628-1173Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126034 Het «groenblauwe» domeinDe Ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(LVVN) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW) hebben de SER gevraagdadvies uit te brengen over de effecten van samenlopende transities op detoekomstige arbeidsmarkt in het «groenblauwe» domein van agri (land-en tuinbouw, voedsel), water (genoeg, schoon, veilig) en natuur enleefomgeving (klimaat, biodiversiteit). Dit heeft geleid tot het recentgepubliceerde advies «Werken aan veranderkracht: Naar een toekomstbe-stendige arbeidsmarkt voor Agri & Food, Water en Bodem en Natuur &Leefomgeving». Begin 2025 zal uw kamer een appreciatie op dit rapportontvangen.Om de aansluiting tussen het onderwijs en het groene domein teverbeteren, hebben het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheiddaarnaast al enige jaren geleden de krachten gebundeld in het Groenpact.Momenteel wordt binnen dit pact onder meer ingezet op het verbeterenvan de leercultuur, generatievernieuwing, het stimuleren van sectoralemobiliteit, en het verzamelen van arbeidsmarktinformatie. De Minister vanLVVN werkt ook aan een robotiseringsprogramma gericht op arbeidsbe-sparing. Samenwerking met SZW op het gebied van sectorale ontwikkel-paden en de scholingsregeling gericht op maatschappelijke crucialesectoren vindt daarnaast ook plaats.De IenW-organisaties, waaronder Rijkswaterstaat, gebruiken daarnaastalternatieve wervingsstrategieën, waarbij er oog is voor (latente)kandidaten en extra inzet op nieuwe doelgroepen centraal staat. Binnenhet Ministerie van IenW, de ZBO’s en de uitvoeringsorganisaties wordtondertussen al nauw samengewerkt aan gezamenlijke wervingsactiesvoor het komend jaar, waarbij de gemeenschappelijke schaarse profielenleidend zijn in de aanpak. Daarnaast is in toenemende mate sprake vaneen focus op behoud van personeel middels het bevorderen van internedoorstroom en is er blijvende inzet op het waarborgen van voldoende engoed opgeleid personeel in de watersector via de Human Capital Agendavan de Topsector Water en Maritiem.WoningbouwWonen is voor steeds meer mensen juist een bron van zorgen enonzekerheid. Het woningtekort is dermate groot dat ruim400.000 huishoudens op zoek zijn naar een geschikte woning. Eén van devoorwaarden om de woningbouw te versnellen en op te schalen isvoldoende uitvoeringskracht bij gemeenten. Het tekort is eerder dooronderzoeksbureau Brink ingeschat op ongeveer 1.700 fte.De realisatiestimulans, die deels de verschillende specifieke uitkeringenvervangt, kunnen door gemeenten deels worden ingezet voor hetvergroten van de uitvoeringskracht bij gemeenten. De uitvoeringskrachtvan gemeenten wordt verder versterkt door efficiënter om te gaan metbestaande capaciteit, samenwerking tussen gemeenten te bevorderen,kennis te vergroten en standaardisering en digitalisering te bevorderen.Ook de marktpartijen spelen hierbij een rol.Verder zet het Ministerie van VRO samen met marktpartijen in opindustriële bouw dat de arbeidsproductiviteit van de ontwerp- bouw- entechnieksector fors kan laten toenemen. Ook bij de verduurzaming van degebouwde omgeving wordt met brancheorganisaties en marktpartijengericht aan arbeidsproductiviteitsverbetering gewerkt. Dit gebeurtbijvoorbeeld in programma’s als Mensen Maken de Transitie en hetgroeifondsprogramma Toekomstbestendige Leefomgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126035 Openbaar vervoerOok de OV-sector voelt de impact van krapte op de arbeidsmarkt. Primairligt de aanpak om personeelstekorten te verkleinen bij de vervoerders zelf.Zij hebben wervingscampagnes opgezet en zetten in op lokale initiatievenom nieuwe medewerkers aan te trekken. Deze maatregelen werpen hunvruchten af en de personeelsproblemen zijn in veel concessiesafgenomen. Naast het intensiveren van de werving, treffen vervoerdersandere maatregelen om de tekorten aan te pakken, zoals het verkortenvan (de doorlooptijd van) opleidingen, of het anders roosteren vanpersoneel. De instroom van nieuw personeel blijft, mede door deaanhoudende spanning op de arbeidsmarkt, wel continue aandachtvragen.Vervoerders werken op landelijk niveau samen binnen OV-NL omuitdagingen te bespreken en succesvolle aanpakken te delen. Daarnaastzetten de partijen uit het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB)gezamenlijk in op een imagoprogramma, met als doel de beeldvormingvan het openbaar vervoer te verbeteren voor reizigers en (potentiële)werknemers.Tot slot heeft het CBR, in samenwerking met de sector, een nieuwewerkwijze ingevoerd om de instroom van nieuwe buschauffeurs teverhogen. Dit zorgt ervoor dat nieuw geworven personeel snellerinzetbaar is, wat een belangrijke structurele bijdrage levert aan hetterugdringen van de tekorten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126036 MOTIE VAN HET LID VAN BEUKERING-HUIJBREGTSIn het licht van het groeiende tekort aan arbeidskrachten heeft het lid VanBeukering-Huijbregts op 22 februari 2022 bij motie verzocht om duide-lijkheid over de mogelijkheid tot het opnemen van voltijdsbonussen incao’s om meer uren werken te bevorderen77. In een eerdere brief aan deTK over de aanpak van de arbeidsmarktkrapte (d.d. 24 juni 2022) is opdeze motie ingegaan78. Destijds is met name ingegaan op vraagstukkenomtrent de praktische uitvoerbaarheid van dergelijke afspraken79. Het isaan cao-partijen om rekening te houden met de praktische uitvoer-baarheid van hun afspraken. Hier wordt nader ingegaan op de voltijds-bonus vanuit het perspectief van het cao-instrument80.Vooropgesteld zij dat de inhoud van cao-afspraken de verantwoorde-lijkheid is van de betrokken cao-partijen. De overheid spreekt daar geenoordeel over uit. Afspraken die strijdig zijn met wet- en regelgeving, zijnevenwel niet geldig (nietig). Dit uitgangspunt leidt er ook toe dat bij hetbeoordelen van verzoeken om algemeenverbindendverklaring (avv) vaneen cao-bepaling het Ministerie van SZW toetst of er sprake is vanevidente strijdigheid met het recht. Voor zover dat het geval is, komt debetreffende bepaling niet in aanmerking voor avv.Vanuit de wetgeving over gelijke behandeling kan er alleen directonderscheid naar arbeidsduur of indirect onderscheid naar geslachtworden gemaakt, als sprake is van een objectieve rechtvaardiging. Bij eencao-afspraak over een voltijdsbonus wordt direct onderscheid gemaaktnaar de arbeidsduur (deeltijd/voltijd). In het Burgerlijk Wetboek is explicietaangegeven dat een direct onderscheid naar arbeidsduur niet is toege-staan tenzij daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat.Daarnaast kan – afhankelijk van de precieze vormgeving van de bepalingin de cao – sprake zijn van indirect onderscheid naar geslacht (bijvoor-beeld als met name vrouwen in deeltijdbanen werkzaam zijn maar niet demogelijkheid hebben om voltijds te gaan werken en daardoor niet inaanmerking kunnen komen voor de bedoelde bonus). Ook een dergelijkindirect onderscheid vereist dat sprake is van een objectieve rechtvaar-diging.Om te voldoen aan de toets van de objectieve rechtvaardigingsgrondmoet voor een concrete maatregel sprake zijn van een legitiem doel envan een maatregel die geschikt, noodzakelijk en evenredig is om het doelte bereiken. Of sprake is van een voldoende objectieve rechtvaardiging is,zal moeten worden bezien in de concrete situatie waarin het onderscheidwordt gemaakt, dus in de situatie waarin de cao-afspraak feitelijk in depraktijk wordt gebracht.Het opnemen van afspraken in een cao kan bijdragen aan de objectieverechtvaardiging van een voltijdsbonus of andere instrumenten dieonderscheid naar arbeidsduur maken om meer uren werken te stimuleren.Bijvoorbeeld door de specificeren voor welke functies krapte op dearbeidsmarkt is.77Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XV, nr. 10578Kamerstukken II 2021/22, 29 544, nr. 111579Tevens roept de voltijdsbonus vragen op ten aanzien van de praktische uitvoerbaarheid enrisico’s op misbruik, zoals mensen die tijdelijk hun uren aanpassen om de bonus te incasseren.Ook riskeert een voltijdsbonus onnodig hoge kosten door mensen te belonen die al voltijdwerken of toch al van plan waren voltijd te gaan werken.80Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie Van Beukering-Huijbregts over hetverschaffen van duidelijkheid over de mogelijkheid om voltijdsbonussen in cao’s op te nemen(Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XV, nr. 105)BIJLAGE 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126037 Het uiteindelijke oordeel zal echter van geval tot geval moeten wordengegeven. Het is doorgaans dan ook niet mogelijk om ten aanzien van eencao-afspraak over een voltijdsbonus in zijn algemeenheid te beoordelen ofsprake is van een voldoende objectieve rechtvaardiging voor het makenvan direct of indirect onderscheid zoals hierboven bedoeld. Mits debepaling niet anderszins strijdigheid oplevert met bestaande wet- enregelgeving, kan een afspraak over een voltijdsbonus daarom in beginselalgemeen verbindend worden verklaard. In het betreffende avv-besluitworden werkgevers en werknemers die de cao-afspraak in de praktijkwillen toepassen expliciet gewezen op hun verantwoordelijkheid om in detoepassingspraktijk geen verboden onderscheid te maken81.81Dit wordt vastgelegd in een zogenaamd «vangnetdictum» bij het betreffende avv-besluit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 544, nr. 126038
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.