KamerkringInloggen
Kamerbrief

Onderzoeken sigarettenfilters, vapes en andere wegwerpplastics

11 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie da869d414e7c501a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 011Tabaksbeleid30 872Landelijk afvalbeheerplanNr. 138 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI ENVAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN DESTAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026Plastic producten voor eenmalig gebruik, ook wel wegwerpplasticsgenoemd, zijn moeizaam te verenigen met een circulaire economie engezonde leefomgeving. Het betreft producten die geheel of gedeeltelijkgemaakt zijn van plastic, in grote aantallen worden geproduceerd, eenkorte levensduur hebben en veelvuldig in het milieu terechtkomen, metallerlei effecten op bodem, lucht, water, planten en dieren.Met deze brief wordt de Kamer geïnformeerd over diverse onderzoekennaar bepaalde wegwerpplastics, te weten: vapes (e-sigaretten), sigaretten-filters, knijpzakjes, vuurwerk dat plastic bevat en kledinghangers voortransport. Hiermee worden de volgende moties en toezeggingenafgedaan: een motie van de leden Hagen en Van der Laan om demogelijkheden voor een verbod op vapes te onderzoeken1, een motie vande leden Daniëlle Jansen en Krul om vapes te verbieden2, een toezeggingaan het lid Bamenga over de wenselijkheid van het implementeren vanstatiegeld op vapes3, twee toezeggingen om de mogelijkheden teonderzoeken voor een nationaal verbod op sigarettenfilters4, 5, de motievan het lid Van Esch om als blijkt dat een nationaal verbod op sigaretten-filters mogelijk is, dit in te stellen6, en de toezegging de Kamer teinformeren over een rookverbod op stranden7.Voor de genoemde wegwerpplastics geldt dat ze beschouwd kunnenworden in het licht van zowel de circulaire economie, het milieu, als de1Kamerstuk 32 852, nr. 2812Kamerstuk 32 793, nr. 7623Toezegging: TZ202506–0424Toezegging: TZ202310–0115Toezegging: TZ202305–0716Kamerstuk 32 852, nr. 2717Toezegging: TZ202305–071 kst-32011-138ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1381 volksgezondheid (specifiek voor sigarettenfilters en vapes), waarbij hetzwaartepunt of het handelingsperspectief ligt bij het dossier circulaireeconomie. Om deze reden ontvangt uw Kamer deze brief vanuit deMinister van Klimaat en Groene Groei met medeondertekening door deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat. De verschillende in deze brief genoemdeonderzoeken zijn destijds, op verzoek van de Tweede Kamer, geïnitieerddoor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat tot het aantredenvan het huidige kabinet verantwoordelijk was voor het beleid inzakecirculaire economie.Onderstaand leest u per type wegwerpplastic een korte inleiding, debevindingen van de onderzoeken en de conclusies die het kabinet daaruittrekt.VapesHet gebruik van vapes (e-sigaretten), en dan voornamelijk de wegwerpva-riant, is de afgelopen jaren flink toegenomen en leidt om diverse redenentot maatschappelijk en politiek debat. Zo gaan waardevolle grondstoffenzoals koper en lithium verloren wanneer ze met het restafval wordenverbrand, zorgen ze voor gezondheidsrisico’s8, en veroorzaken zeregelmatig branden in vuilniswagens en bij afvalverwerkers9. Ook komenze in ruime mate terecht in het milieu.Onderzoeksbureau CE Delft10 heeft, in opdracht van het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat, een viertal beleidsmaatregelen onderzochtom de klimaat en milieueffecten van vapes tegen te gaan: 1) een verbodop wegwerpvapes, 2) statiegeld op wegwerpvapes, 3) meer afvalpuntenvoor vapes en 4) herbruikbare vapes als standaardoptie aanbieden. Hetonderzoekrapport treft u aan als bijlage.Verbod op wegwerpvapesEr gelden al veel regels voor vapes, zoals het verbod op de verkoop insupermarkten en horeca-inrichtingen, het verbod op de verkoop opafstand, de minimum leeftijdsgrens en een verbod op vapes met anderesmaken dan tabak11. Hoewel de effecten van deze maatregelen pas naverloop van tijd zichtbaar worden, lijken de eerste signalen, overbijvoorbeeld het smaakjesverbod, voorzichtig positief. Zo geeft het RIVMaan dat bij een onderzoek onder vapende jongeren tussen de 13 en 24 eenvijfde is gestopt en twee vijfde is geminderd vanwege het smaakjes-verbod. Maar er is niet alleen goed nieuws. Zo werd onlangs duidelijk dat87 procent van de mensen die vapes gebruiken, gebruikmaakt van eenverboden vape of een vape die via een niet-toegestaan verkoopkanaal isaangeschaft12.Een nationaal totaalverbod op vapes voor eenmalig gebruik, ook welwegwerpvapes genoemd, is in beginsel in strijd met de EuropeseTabaksproductenrichtlijn (Tobacco Products Directive, TPD). Deze steltregels voor vapes en biedt slechts in een specifiek geval, namelijk in eenspecifieke situatie binnen een lidstaat, de mogelijkheid om een verbodvoor wegwerpvapes in te stellen (artikel 24, derde lid). Hoewel hier in8https://www.rivm.nl/tabak/producten/wat-is-een-e-sigaret9https://www.rijksoverheid.nl/vraag-en-antwoord/afval/vape-inleveren10CE Delft heeft naast de productgroep vapes ook de productgroepen knijpverpakkingen,vuurwerk dat plastic bevat en kledinghangers voor transport onderzocht.11Kamerstuk 32 011, nr. 12212Kamerstuk 31 011, nr. 134Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1382 België en Frankrijk gebruik van is gemaakt, is het juridisch niet houdbaarom te beargumenteren dat de situatie in Nederland dermate afwijkt vande situatie in andere lidstaten dat een dergelijk verbod in afwijking van deTPD op grond van dit artikel gerechtvaardigd is. Frankrijk en België warende eerste landen die een beroep deden op dit artikel. In deze gevallen wasdaarom sprake van een specifieke situatie die een dergelijk beroep konrechtvaardigen. Voor Nederland geldt dat deze situatie zich, na demaatregelen van Frankrijk en België en andere EU landen die inmiddelsmet dezelfde problematiek worden geconfronteerd, niet langer voordoet.Daarom kan Nederland zich niet op dezelfde specifieke situatie beroepen.Daarnaast, hoe meer lidstaten van deze uitzondering gebruikmaken, hoeminder specifiek de situatie wordt waardoor de maatregel juridischkwetsbaarder wordt. Verder is het de vraag of een nationaal verbod opwegwerpvapes zinvol is naast een verbod op smaakjes voor vapes. Zoalshierboven vermeld, gebruiken jongeren voornamelijk vapes uit het illegalecircuit. Een nationaal verbod op wegwerpvapes heeft daarmee enkelgevolgen voor het beperkte legale aanbod aan wegwerpvapes.Gelet op het bovenstaande heeft het kabinet daarom bij de lopendeevaluatie van de Single-Use Plastics (SUP) richtlijn gepleit voor eenEuropees verbod op wegwerpvapes. Een Europees verbod lijkt het meestkansrijk te zijn en bemoeilijkt eveneens de aanschaf van wegwerpvapesvan buiten de landsgrenzen. De inbreng vanuit Nederland bij dezeevaluatie treft u aan bij de geannoteerde agenda voor de Milieuraad van25 juni 2026 die gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer wordtverzonden.Statiegeld op wegwerpvapesEen substantieel deel van de wegwerpvapes wordt momenteel, zoalsbovenstaand benoemd, via het illegale circuit verhandeld. Het is nietmogelijk om statiegeld te heffen op illegale producten. Aangezien er eenverbod geldt op vapes met andere smaken dan tabak, zou het statiegeld-systeem dan ook alleen van toepassing zijn op wegwerpvapes mettabakssmaak. Dit zou er mogelijk voor kunnen zorgen dat de legale vapesverder de illegaliteit in verdwijnen, omdat er voor illegale vapes geenstatiegeld betaald hoeft te worden en de vape na gebruik niet hoeft teworden ingeleverd.Om deze reden geeft het kabinet geen opvolging aan deze mogelijkebeleidsmaatregel, maar heeft het in plaats daarvan in Europa gepleit vooreen verbod op wegwerpvapes.Meer afvalpunten voor vapesOp dit moment kunnen vapes alleen ingeleverd worden bij afvalpuntendie daar specifiek voor zijn bestemd, zoals bij verkooppunten, super-markten, bouwmarkten of bij de milieustraat. Door extra inleverbakken teplaatsen bij bijvoorbeeld winkels of op festivals wordt het makkelijker omde vape in te leveren. Het makkelijk in kunnen leveren van alle vapes,zowel die met smaakjes als die met tabakssmaak, kan bijdragen aan hetverminderen van het grondstoffenverlies, branden in vuilniswagens en bijafvalverwerkers, en vapes in het zwerfafval. Het zal dan voornamelijk gaanom verboden vapes met een smaakje.Om de effectiviteit van inname door verkooppunten te verhogen is hetnodig dat er beter zicht komt op de verkooppunten van vapes. Zo wordteen registratiesysteem van verkooppunten van tabaksproducten enaanverwante producten, waaronder vapes, ingevoerd, dat 1 juli a.s. inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1383 werking zal treden13. De verwachting is dat per 1 juli 2027 of per 1 januari2028 de verkoop van vapes enkel zal zijn toegestaan in speciaalzaken14.Het kabinet is voornemens om verkooppunten van vapes te verplichtenom gebruikte vapes in te nemen en deze op de juiste wijze te latenverwerken. Daarbij is wel een aandachtspunt hoe het inzamelen van vapeszich verhoudt tot het voorgenomen verbod om smaakjesvapes,behoudens voor eigen gebruik, in voorraad te hebben15. Het is immersniet de bedoeling dat een verkooppunt dat vapes inzamelt het verbod ophet in voorraad hebben van vapes zou kunnen overtreden indien er vapesmet een smaakje worden ingezameld. Om deze reden moet dezemaatregel verder worden uitgewerkt.Herbruikbare vapes als standaardoptie aanbiedenBij deze maatregel heeft CE Delft de gevolgen in kaart gebracht van het alsstandaard aanbieden van herbruikbare vapes waarbij de wegwerpvariantniet zichtbaar wordt tentoongesteld. Bij de verkoop van de herbruikbaree-vape wordt in dit scenario tevens uitleg gegeven over het gebruik, deeconomisch baten en afvalpunten voor vapes.Hoewel dit een sympathieke en uitvoerbare maatregel lijkt, ziet het kabinetbezwaren. Er bestaat namelijk serieuze twijfel of de consument die kiestvoor het gemak en de prijsvoordeel van een wegwerpvape, verleid kanworden om te kiezen voor een herbruikbare vape die duurder is enwaarvoor navulverpakkingen aangeschaft moeten worden. Daarom wordtaan deze beleidsoptie geen opvolging gegeven, maar heeft het kabinet inplaats daarvan in Europa gepleit voor een verbod op wegwerpvapes.SigarettenfiltersJaarlijks worden in Nederland ruim 9 miljard filtersigaretten verkocht16.De filters hebben een omvangrijke milieu-impact en dienen tegelijkertijdgeen wezenlijk doel: een filter biedt namelijk geen bewezen gezondheids-voordeel17.Eerder zijn maatregelen in kaart gebracht om het aantal filters in hetmilieu te verminderen18. In aanvulling daarop is een aantal onderzoekengedaan waar deze brief hieronder op ingaat. Ook gaat deze brief in op hetverzoek van de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaatom een reactie op de brief van de Fair Resource Foundation (FRF) over hetuitspreken van steun voor de No (Plastic) Filter campagne19.Onderzoek nationaal verbod op sigarettenfiltersDe Universiteit Leiden heeft, in opdracht van het Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat, onderzoek gedaan naar de juridischehaalbaarheid van een nationaal verbod op sigarettenfilters. Daarbij iszowel gekeken naar filtersigaretten die in combinatie met tabak wordenverkocht als naar losse filters die afzonderlijk worden verkocht. Hetonderzoeksrapport treft u aan als bijlage.13Stb. 2026, nr. 8814Stcrt. 2026, nr. 1538815Kamerstuk 32 011, nr. 13416Bron: Reduceren van sigarettenfilters in het zwerfafval | Rapport | Rijksoverheid.nl17Harris B. The intractable cigarette «filter problem». Tobacco Control. 2011;20(Suppl 1): i10-i6.18Bron: Reduceren van sigarettenfilters in het zwerfafval | Rapport | Rijksoverheid.nl192026D05391Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1384 De onderzoekers geven aan dat voor zowel filtersigaretten als voor lossefilters de juridische mogelijkheden voor een nationaal verbod zeer beperkten onzeker zijn. Voor filtersigaretten is de inschatting dat de TPD eennationaal verkoopverbod in de weg zal staan. In de TPD zijn namelijkregels voor tabaksproducten met filters opgenomen. Lidstaten mogenproducten die onder de TPD vallen niet beperken of verbieden. Er bestaanwel beperkte uitzonderingsmogelijkheden, voor nieuwe wetenschappe-lijke inzichten of voor een specifiek nationaal probleem ter beschermingvan de volksgezondheid, maar de inschatting is dat (juridische) onder-bouwing hiervoor ontoereikend is.Losse filters vallen niet onder de reikwijdte van de TPD. Wel zou eennationaal verbod op losse filters moeten worden getoetst aan deEuropese regels voor het vrije verkeer van goederen. Hoewel een dergelijkverbod een handelsbeperking vormt, kan dit mogelijk worden gerecht-vaardigd op grond van milieubescherming. Er zijn echter twijfels over dedoeltreffendheid en proportionaliteit van deze maatregel, omdat consu-menten filters gemakkelijk in het buitenland, online of via de illegale marktkunnen kopen.Het onderzoek concludeert daarom dat de nationale beleidsruimte vooreen verbod op filtersigaretten en losse filters juridisch zeer beperkt is endat de doeltreffendheid en proportionaliteit waarschijnlijk te wensenoverlaat. Tegelijkertijd onderstreept het onderzoek dat een verbodmilieuwinst kan opleveren. Tegen deze achtergrond beveelt het onderzoekaan om primair in te zetten op een Europese aanpak. In het kader van hetuitgevoerde onderzoek geldt dat de Europese route kansrijker is dan denationale route. Aanvullend geldt dat bij een nationale aanpak de kansgroot is dat de consument filtersigaretten over de grens aanschaft en dezealsnog in Nederland in het milieu belanden. De afgelopen jaren is al eensignificante stijging van niet in Nederland aangeschafte filtersigaretten tezien, van 25,1% in 202320 naar 45,0% in 202421.Het kabinet ondersteunt de suggestie van de onderzoekers en heeftdaarom bij de lopende evaluatie van de SUP-richtlijn gepleit voor eenEuropees verbod op sigarettenfilters. De inbreng vanuit Nederland bijdeze evaluatie treft u aan bij de geannoteerde agenda voor de Milieuraadvan 25 juni 2026 die gelijktijdig met deze brief aan uw Kamer wordtverzonden.Onderzoek draagvlak rookverbod op strandenIn opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onder-zocht adviesbureau Rebel het draagvlak voor een rookverbod op strandenen de voorwaarden voor dit draagvlak. Het onderzoeksrapport heeft deKamer eerder ontvangen22.Hoewel het belang van het tegengaan van sigarettenfilters op strandendoor gemeenten wordt onderschreven en preventie wordt gezien als eengeëigende route, blijkt het draagvlak voor een lokaal wettelijk verankerdrookverbod beperkt. Het belangrijkste bezwaar is te weinig capaciteit bijde lokale handhaving. Ook twijfelen veel gemeenten over het draagvlakonder inwoners en strandbezoekers.Indien een rookverbod zou worden ingevoerd, geven gemeenten devoorkeur aan een landelijke en gefaseerde invoering boven versnipperde20Bron: Empty Pack Survey meting 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl21Bron: Empty Pack Survey 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl22Kamerstuk 32 852, nr. 324Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1385 lokale initiatieven. Ook benadrukt het onderzoek dat de effectiviteit vanzo’n verbod afhankelijk zal zijn van een goede motivering, duidelijkecommunicatie en zichtbare handhaving.Het kabinet kiest er op dit moment niet voor om een volledig rookverbodop stranden in te voeren. In plaats daarvan wordt, zoals hierbovenbeschreven, ingezet op een Europees verbod op sigarettenfilters.Onderzoek verschil uitloging sigarettenpeuk met en zonder filterHet Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is door hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat gevraagd in kaart te brengenwelke informatie beschikbaar is over de stoffen die uitlogen uit sigaretten-peuken met en zonder filters en hoe deze zich tot elkaar verhouden.Aanvullend is gevraagd om aanbevelingen te doen voor aanvullendlaboratoriumonderzoek wanneer de beschikbare informatie in deliteratuur de gestelde vragen onvoldoende zou kunnen beantwoorden. Hetonderzoeksrapport is als bijlage bij deze brief gevoegd.Omdat filters in overwegende mate gemaakt zijn van de plasticsoortcelluloseacetaat, stelt het RIVM dat het aannemelijk is dat een filterverbodde hoeveelheid microplastics en weekmakers in het milieu zal vermin-deren. Voor andere schadelijke stoffen die uitlogen, zoals nicotine,metalen, PAKs en pesticiden concludeert het RIVM dat het aannemelijk isdat er meer stoffen lekken uit sigarettenpeuken zonder filter (omdat dezelanger zijn door ontbreken filter), maar dat een dergelijke toename aanstoffen die uit tabak komen te gering is om te leiden tot een merkbaretoename van de milieubelasting. Het RIVM concludeert dan ook dat eenfilterverbod positief lijkt te zijn voor het milieu, vooral vanwege devermindering van de hoeveelheid microplastics en filtergerelateerdestoffen (weekmakers) die vrijkomen.Reactie op brief Fair Resource FoundationOp 4 februari 2026 heeft de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur enWaterstaat verzocht te reageren op een brief van milieuorganisatie FairResource Foundation (FRF) met het verzoek om steun uit te spreken voorde No (Plastic) Filter campagne. FRF uit in de brief haar zorgen over demilieuschade door sigarettenfilters en de hoge opruimkosten voorgebiedsbeheerders en vraagt het kabinet om steun voor de campagne uitte spreken en toe te staan de rijksoverheid als supporter op de campagne-website van FRF te vermelden.Het kabinet reageert positief op dit verzoek, spreekt steun uit voor de No(Plastic) Filter campagne, en staat er positief tegenover om deze steunzichtbaar te maken door vermelding op de website.KnijpverpakkingenKnijpverpakkingen zijn flexibele verpakkingen die vooral worden gebruiktals voedsel- en drankverpakking, maar bijvoorbeeld ook voor zeep enwasmiddel. Knijpverpakkingen voor zuivel- en dranken worden vaak to-gogebruikt, buitenshuis. Daardoor komen ze relatief vaak terecht in hetmilieu. Wanneer ze wel op de juiste manier worden weggegooid eindigenze doorgaans in de afvalverbrandingsinstallatie, omdat de verpakkingenslecht recyclebaar zijn.In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft CEDelft een aantal mogelijke beleidsmaatregelen in kaart gebracht: 1)statiegeld op knijpverpakkingen, 2) verbeterd productontwerp, 3) eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1386 verhoogde financiële bijdrage van producenten binnen de UPV Verpak-kingen, en 4) een verbod op knijpverpakkingen.Op basis van het onderzoek stelt CE Delft voor om dit type verpakkingenop termijn onder het statiegeldsysteem te laten vallen, waar op ditmoment plastic flessen en blikjes al onder vallen. Ten aanzien van hethuidige systeem zijn er nog een aantal tekortkomingen bij de uitvoeringdie leiden tot frustraties bij consumenten23. Die moeten eerst wordenopgelost. Daarnaast zijn er voor het uitbreiden van statiegeld naarknijpzakken ook praktische bezwaren, aangezien de huidige inzamelinfra-structuur hier niet geschikt voor is. De evaluatie van het statiegeld-systeem24 laat zien dat statiegeld op plastic flessen en blikjes effectief is inhet terugdringen van deze verpakkingen in het zwerfafval. Hoewel dit ookhet geval zou kunnen zijn voor knijpverpakkingen, acht het kabinet geziende praktische bezwaren en de tekortkomingen die er op dit moment nogzijn in het huidige systeem, het invoeren van statiegeld op knijpverpak-kingen op dit moment niet opportuun.De mogelijke beleidsmaatregel verbeterd productontwerp wordtondervangen door maatregelen in de Europese Verpakkingenverordening,waar bijvoorbeeld reeds verplicht wordt dat verpakkingen in 2030recyclebaar moeten zijn. De mogelijke beleidsmaatregel financiëlebijdrage van producenten binnen de UPV verhogen wordt door hetkabinet als suggestie meegegeven aan producentenorganisatie Verpact,die uitvoering geeft aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheidvoor verpakkingen en in die hoedanigheid de bijdragen van producentenvaststelt.De laatste voorgestelde beleidsmaatregel, een verbod op knijpverpak-kingen, is in de ogen van het kabinet alleen aan de orde als uiterstemaatregel wanneer andere interventies onvoldoende effect blijken tesorteren en zou bij voorkeur Europees moeten worden geregeld. Eendergelijke vergaande maatregel is nu niet aan de orde.Vuurwerk dat plastic bevatHet bovengenoemde onderzoek van CE Delft laat zien dat er in Nederlandal aanzienlijke stappen zijn gezet in Nederland om het gebruik van plasticin vuurwerk te verminderen. Vrijwel alle belangrijke retailers en vuurwer-kimporteurs hebben reeds toegezegd om vanaf 1 januari 2021 geenvuurwerk meer te verkopen dat plastic bevat. Zo goed als al het inNederland verkochte consumentenvuurwerk is nagenoeg plasticvrij. Hetvuurwerk in andere lidstaten van de Europese Unie bevat over hetalgemeen meer plastic dan in Nederland.Op basis van het onderzoek stelt CE Delft de volgende beleidsmaatregelenvoor: een verbod op vuurwerk dat plastic bevat, het uitfaseren van plasticplakband waarmee de lont vastzit en vervangen voor een veilig alternatief,strengere Europese normen voor gebruik van plastic in vuurwerk en eenbewustwordingscampagne over de milieu-impact van plasticvuurwerkresten in het zwerfafval.Op 16 januari 2026 is de Wet veilige jaarwisseling gepubliceerd25. Dezewet regelt een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten. Dit betekentdat na inwerkingtreding van de wet het gebruik van consumenten-23Kamerstuk 28 694, nr. 15924Kamerstuk 25 694, nr. 15825Stb. 2026, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1387 vuurwerk zal verminderen, maar niet geheel zal verdwijnen26 en datprofessionele vuurwerkontbrandingen mogelijk blijven. Vanwege debeperkte hoeveelheid plastic in consumentenvuurwerk en het aannemenvan de Wet veilige jaarwisseling wordt niet nader ingegaan op devoorgestelde maatregelen door CE Delft.Wel worden er twee andere wegen bewandeld om zo het overgeblevenplastic in vuurwerk te reduceren. Ten eerste wordt er ingezet op debeperking van het plastic afval afkomstig van vuurwerk binnen deNormcommissie Pyrotechnische voorwerpen van het NederlandsNormalisatie Instituut (NEN). Daarnaast wordt het thema door Nederlandgeagendeerd in het kader van een herziening van de EuropesePyrorichtlijn27 die reeds is aangekondigd. Hiervoor geldt dat de inzet tenaanzien van het uitfaseren van plastic zal plaatsvinden in aanvulling op detwee hoofdthema’s waar Nederland internationaal op inzet: het verbeterenvan de productconformiteit van vuurwerk en de aanpak van de illegalehandel met professioneel vuurwerk28. Bij beide wegen die wordenbewandeld geldt dat overstappen naar een plasticvrij alternatief niet tenkoste mag gaan van de veiligheid van het vuurwerk.Kledinghangers voor transportHoewel kledinghangers niet veelvuldig in het zwerfafval voorkomen, waser toch voldoende aanleiding om deze productgroep op te nemen in hetonderzoek. Onderzoek in het Verenigd Koninkrijk liet zien dat plastickledinghangers massaal worden weggegooid na slechts enkel voortransport gebruikt te zijn. Het zou jaarlijks in het Verenigd Koninkrijk gaanom bijna een miljard kledinghangers29.Het onderzoek van CE Delft laat zien dat de situatie in Nederland anders is.Kleding wordt zelden hangend vervoerd, maar meestal in kartonnendozen. Het wordt dus veelal zonder kledinghanger verscheept. Hetvervoeren van kleding in dozen is volgens brancheverenigingen een trendvanwege de lagere transportkosten. Bij ondernemingen waar kleding welop een hanger wordt geleverd, wordt deze doorgaans ook aan dezelfdehanger in de winkel gehangen. Er is in Nederland dus geen sprake vaneen kledinghanger op noemenswaardige schaal die alleen voor transportgebruikt wordt.Op basis hiervan adviseert CE Delft om op basis van dit onderzoek geenbeleidsmaatregelen door te voeren. Dit advies neemt het kabinet over.Daarnaast worden kledinghangers die bij de verkoop van een kledingstukaan de klant worden verstrekt, onder de Europese Verpakkingenveror-dening gezien als verpakking. Dit betekent dat deze hangers onder de UPVverpakkingen vallen, meetellen voor de reductiedoelstelling van verpak-kingsafval, dat ze vanaf 2030 recyclebaar moeten zijn en dat plastickledinghangers vanaf 2030 voor een percentage gemaakt moeten zijn vanrecyclaat.26F1-vuurwerk blijft het gehele jaar toegestaan. Het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk blijfttijdens de jaarwisseling mogelijk wanneer een burgemeester daarvoor een ontheffingverleent.27Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013L002928Kamerstuk 28 684, nr. 74529Bron: https://newsroom.northumbria.ac.uk/documents/report-hanger-usage-uk-arch-hook-dot-pdf-101260Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1388 AfsluitendOver de voortgang op bovengenoemde wordt de Kamer geïnformeerd viade verzamelbrieven Circulaire Economie die meermaals per jaar wordenverzonden. Met de beschreven acties werkt het kabinet actief verder aanhet verminderen van de effecten van sigarettenfilters, wegwerpvapes enandere wegwerpplastics op ons klimaat en milieu. Zo gaan we zuinig ommet de grondstoffen die we hebben en zorgen we ervoor dat er minderplastic in ons milieu terechtkomt.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der MeerDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. HermansDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 011, nr. 1389

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 88bc881c2db280e2

14 okt 2026 · 20025f4a203ece61

13 okt 2026 · 059527f64452d64a

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.