Voortgang van de prioriteiten uit het plan van aanpak ‘Stop femicide!’
Brontekst
Versie e706176fab9a04f0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 345Aanpak huiselijk geweldNr. 285 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGE-ZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, VAN JUSTITIE EN VEILIGHEIDEN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2025Femicide, fataal geweld tegen vrouwen, is een ernstig maatschappelijkprobleem dat in Nederland nog altijd te vaak voor komt. Uit cijfers van hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in de periode 2014–2023in Nederland 412 vrouwen zijn omgebracht waarvan bijna 75% door hunpartner, ex-partner of familielid. Ter vergelijking: van alle mannen die indezelfde periode zijn omgebracht (877) was bijna 16% van de verdachtenof daders hun (ex-)partner of familielid. Het jaarlijks aantal vrouwelijkeslachtoffers van femicide is gedurende deze periode niet afgenomen.Het leed dat achter deze cijfers schuilgaat is enorm. De vraag dienabestaanden, omstanders en ook de eventueel betrokken instanties zichvaak stellen is: hadden we dit kunnen voorkomen? En zo ja, hoe? Enhoewel dit helaas niet in alle gevallen mogelijk is, weten we op basis vande verhalen van en gesprekken met nabestaanden dat er zo vaak wélsignalen bekend waren en dat er terugkijkend wél mogelijkheden warenom in te grijpen.Om femicide vaker te voorkomen is het cruciaal om tijdig in te grijpen bij(dreigend) huiselijk geweld en kindermishandeling. In het plan van aanpak«Stop femicide!» dat op 7 juni 2024 naar uw Kamer is gestuurd zijnverschillende acties aangekondigd waarmee wij femicide willenvoorkomen.1 Deze acties zijn gericht op het voorkomen van geweld, hetherkennen van geweld – en specifiek de «rode vlaggen» van femicide – enhet ingrijpen bij geweld om verdere escalatie te voorkomen. In deze brieflichten wij, de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, deStaatssecretaris Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap, de voortgang van de tien prioriteiten uit het planvan aanpak toe.1Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 278. kst-28345-285ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2851 In deze brief wordt ook de voortgang en afdoening van relevante motiesen toezeggingen toegelicht. Waar deze direct raken aan acties zoalsbeschreven in het plan van aanpak, staan deze beschreven in de brief. Devoortgang van overige relevante moties en toezeggingen staan vermeld inbijlage 1 «Overige moties en toezeggingen». Ook zijn in deze bijlage devolgende onderwerpen opgenomen:–De beleidsreactie op de bevindingen uit het onderzoeksrapport «Waargeweld uit beeld raakt – Een verkennend onderzoek naar de zichtbaar-heid van huiselijk geweld in het familierecht» van het Verwey-JonkerInstituut;–De aanbieding van het onderzoeksrapport «Over grenzen – Eenrechtsvergelijkend onderzoek naar preventieve beschermingsbevelenbij huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking»;–De beleidsreactie op het onderzoek naar de mogelijke inzet vansystematische reviews na dodelijke gevallen van huiselijk geweld enkindermishandeling;–De opbrengsten van een analyse door het Informatie- en Analyse Team(IAT) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de politie en hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van o.a. politiedata overhuiselijk geweld en femicide in Nederland over de periode 2020–2024.In bijlage 2 staan de contouren beschreven van het wetsvoorstel voor deafzonderlijke strafbaarstelling van psychisch geweld, dat momenteel invoorbereiding is. De toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidheeft dit wetsvoorstel toegezegd tijdens het commissiedebat Zeden en(on)veiligheid van vrouwen op 16 oktober 2024 (Kamerstuk 34 843, nr.115). Tijdens dit debat zegde zij eveneens toe dat zij de eerste contourenvan dit wetsvoorstel voor de zomer van 2025 met de Kamer zou delen.Het plan: 4 pijlers en 10 prioriteitenDe acties in het plan van aanpak zijn gegroepeerd in vier pijlers:1-Primaire preventie2-Zicht op (dreigend) geweld3-Interventies en hulpverlening4-Inzicht in probleem en aanpakBinnen deze pijlers zijn tien prioriteiten benoemd die in 2024 en 2025 zijnof worden uitgevoerd.Pijler 1: primaire preventie1. Het bevorderen van gelijkheid van mannen en vrouwen. Het bevorderen van gelijkheid van mannen en vrouwen is essentieel omgeweld tegen vrouwen te voorkomen. Dit vraagt een brede maatschappe-lijke aanpak die wordt vormgegeven middels het brede emancipatiebeleiden specifieke acties gericht op het voorkomen van geweld. Om geweld tevoorkomen zet het kabinet in op bewustwording van schadelijke normendie kunnen leiden tot geweld en het veranderen van deze normen naargezonde en gelijkwaardige gendernormen. Enkele doelgroepen krijgenextra aandacht om genderongelijkheid tegen te gaan.In het plan van aanpak «Stop femicide!» is aangekondigd dat eenmannenalliantie opgericht zal worden. Deze mannenalliantie richt zich teneerste op bewustwording en normverandering bij mannen om femicide tevoorkomen. Ten tweede richt de mannenalliantie zich op mannen alsomstanders bij dreigende femicide met als doel dat mannen signalenherkennen en weten hoe zij hierop kunnen reageren. Ten derde is het debedoeling dat de mannenalliantie samenwerkt met relevante organisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2852 bij het verbeteren van hulpverlening en interventies voor plegers vangeweld tegen vrouwen. Hierbij is ook aandacht voor de deskundigheids-bevordering van professionals die betrokken zijn bij deze hulpverlening eninterventies. Het uitgangspunt daarbij is dat deze hulpverlening eninterventies specifiek worden ingericht of ontwikkeld in lijn met deEuropese standaarden voor pleger-interventies van het Europees netwerkvoor het werken met plegers van huiselijk geweld. Tot slot wordt ergewerkt aan meer kennis over de rol van mannen in het voorkomen vanfemicide. Voor het oprichten van de mannenalliantie is op 24 juni jl. eenstakeholderuitvraag uitgezet en in het najaar stellen we een subsidiere-geling open. Het streven is dat de mannenalliantie in het eerste kwartaalvan 2026 van start gaat.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op11 juni 2025 de Emancipatienota «Veilig Meedoen!» met de Kamergedeeld met daarin meer maatregelen gericht op het bevorderen vangelijkheid van mannen en vrouwen.Pijler 2: zicht op (dreigend) geweldHet is van belang om de voorstadia, de «rode vlaggen», van femicidegoed en tijdig te herkennen, zowel door professionals, (mogelijke)slachtoffers, (mogelijke) plegers als omstanders. Het creëren vanbewustwording en het bieden van duidelijke handelingsperspectieven zijnhierbij essentieel.2. Versterken van de bewustwording in de samenleving De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg heeft samenmet de G4 en Veilig Thuis de campagne «Is dit liefde?» bewerkstelligd.Deze campagne kan door alle gemeenten in Nederland lokaal wordeningezet, en stimuleert bewustwording van hele vroege signalen vanongezonde relaties en verwijst naar plekken waar mensen terecht kunnenvoor meer informatie. De basis van deze campagne is eenduidig, maargemeenten hebben de ruimte hun lokale partijen toe te voegen.Ook ondersteunt de Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg het Landelijk Netwerk Veilig Thuis in het vormgeven van hun 24/7expertiseplatform. Dit platform dient ter ondersteuning van de 25 VeiligThuis-organisaties, maar ook als een centraal punt waar alle burgers,professionals en omstanders met vragen terecht kunnen. Vanuit ditdigitale platform wordt ook actief aandacht gevraagd voor femicide en derode vlaggen van femicide, onder ander door campagnes en ervaringsver-halen. Ook zet Veilig Thuis vanuit dit platform in op het geven van meerbekendheid aan en inzicht in de adviesfunctie van Veilig Thuis, gericht ophet meer toegankelijk maken van de adviesfunctie door te laten zien watVeilig Thuis kan betekenen in het stoppen van onveiligheid vanuit huiselijkgeweld.De Staatssecretaris Rechtsbescherming bereidt momenteel in afstemmingmet de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg en metbetrokken partijen, experts en nabestaanden een publiekscampagne voordie in de tweede helft van 2025 van start moet gaan. In deze campagnewordt het publiek geïnformeerd over de specifieke signalen vandwingende controle, en over de handelingsopties die men heeft als mendergelijke signalen opvangt. Deze campagne gaat van start dankzij deextra middelen die met het amendement van het lid Mutluer op debegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in 2025 beschikbaarzijn gekomen voor de bestrijding van femicide.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2853 De toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft daarnaastde stichting Open Mind financieel ondersteund voor de organisatie vaneen indrukwekkende fotocampagne die diverse steden en gemeenten inNederland aandoet om mensen bewust te maken over femicide en derode vlaggen. Met de expositie FEMICIDE zetten Open Mind, gemeenteDen Haag en Federatie Nabestaanden Geweldsslachtoffers zich in omslachtoffers van dodelijk (ex-)partnergeweld tegen vrouwen een stem engezicht te geven en hun verhalen te delen met een breed publiek, inclusiefnieuwkomers en mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn.23. De deskundigheid van professionals vergroten Vanuit alle organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van huiselijkgeweld en kindermishandeling wordt op dit moment ingezet op hetvergroten van kennis en kunde rondom femicide, intieme terreur enandere vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zo hebbengedragswetenschappers van Veilig Thuis bijvoorbeeld een theoretischkader Intieme Terreur ontwikkeld voor de medewerkers van Veilig Thuisen is er op basis van dat theoretisch kader extra scholing voor deprofessionals. Binnen de politie is de module Huiselijk geweld enkindermishandeling op de Politieacademie doorontwikkeld en wordt ergewerkt om in de basisteams de deskundigheid over onder meer stalkingen dwingende controle te vergroten. Ook het Openbaar Ministerie richtzich binnen de eigen organisatie, landelijk en in de arrondissementen, ophet vergroten van de kennis. Ieder parket heeft een coördinerend officiervan justitie voor huiselijk geweldszaken en een coördinerend officier vanjustitie voor kindermishandelingszaken. Zij kunnen als specialist huncollega’s ondersteunen.Het is goed dat organisaties zelf inzetten op deskundigheidsbevorderingbinnen de eigen organisatie. Maar er is juist ook een grote behoefte aangezamenlijke deskundigheidsbevordering, waarbij zorg- en veiligheids-partners en centraal en decentraal georganiseerde partners elkaar goedweten te vinden, samen optrekken, dezelfde taal spreken en wetenwanneer ze elkaar nodig hebben. In het decentrale stelsel van Nederlandligt de verantwoordelijkheid van de lokale (en regionale) aanpak vanhuiselijk geweld en kindermishandeling bij de gemeenten. Hierdoor zijn erregionale verschillen met betrekking tot partijen die betrokken zijn, maarook wie wat doet en hoe wordt samengewerkt.Zoals beschreven in het plan van aanpak «Stop femicide!» stimuleren wede totstandkoming van een integrale strategie voor deskundigheidsbevor-dering, door de benodigde veldpartijen en gemeenten te ondersteunenom samen tot een plan te komen. Dit valt samen met de motie van lid Vander Werf om tot een uitgewerkt plan te komen met professionals om derode vlaggen bij femicide te herkennen en effectief te handelen.3 Dit doenwe door een partij in te zetten die dit samen met alle partners op kanpakken. Centraal staan hierbij vragen als: wie heeft welke kennis nodig,wanneer trek je gezamenlijk op, hoe zorg je voor goede dossiervorming?De aanbestedingsprocedure loopt momenteel en de gezamenlijkestrategie is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gereed. Opbasis daarvan kunnen gerichte vervolgacties worden ondernomen om deexpertise ten aanzien van femicide te verbeteren.2https://www.stichtingopenmind.nl/femicide-portretten/3Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 889.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2854 4. De aard van het geweld benoemen De totstandkoming van het plan van aanpak heeft al bijgedragen aan hetbenoemen van de aard van het geweld. Maatschappelijk werd en wordt eral door veel partijen, waaronder de Federatie Nabestaanden Geweld-slachtoffers, vrouwenopvang, Openbaar Ministerie, politie en Veilig Thuis,aandacht gevraagd voor femicide en de onderliggende oorzaken ensignalen. Ook vanuit de politiek en in de media wordt dit onderwerp nuals zodanig geagendeerd en benoemd. Steeds meer wordt de termfemicide gebruikt en wordt er gesproken over (ex-)partnerdoding engerelateerde kindermishandeling. We blijven ons verder inzetten voor hetagenderen en aanpakken van dit vreselijke fenomeen, het beter begrijpenvan de oorzaken ervan en het uitleggen wat het is en hoe het kan wordentegengegaan.5. Goede veiligheids- en risicobeoordeling Bij het voorkomen van femicide spelen instrumenten voor veiligheidsbe-oordeling en risicotaxaties een belangrijke rol. Professionals in zowel dezorg- als de strafrechtketen zetten deze instrumenten in om eeninschatting te maken van de acute dreiging, om een beeld te vormen vanwat er in een casus speelt en toekomstige risico’s zo goed mogelijk in teschatten. We leren steeds meer over hoe risico’s op femicide goed entijdig kunnen worden gesignaleerd en beoordeeld. Dit moet ook wordendoorvertaald naar de instrumenten die in de praktijk worden gebruikt. DeMinisteries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie enVeiligheid zijn samen met een kerngroep van betrokken partijen (VeiligThuis, politie, vrouwenopvang, reclassering, Raad voor de Kinderbe-scherming en de ambulante forensische ggz), gestart met het toetsen ofhun instrumenten volgens de actuele (wetenschappelijke) standaardenvoldoende oog hebben voor de rode vlaggen van femicide. Hierbij wordtook expliciet gekeken of de instrumenten op de juiste manier en op hetjuiste moment worden ingezet. Daarnaast kijken partijen naar waar desamenwerking in de keten (nog) beter kan.Een specifiek aandachtsgebied voor betere signalering is niet-fataleverwurging, zoals ook benoemd in de initiatiefnota van het lid Mutluer4 enin de beleidsreactie daarop.5 Het is zeer belangrijk dat gevallen vanniet-fatale verwurging tijdig worden gesignaleerd, omdat het risico grootis dat een volgende wurgpoging fataal is. De Forensisch ArtsenRotterdam-Rijnmond (FARR) en de GGD Amsterdam voeren een pilot enonderzoek uit dat gericht is op het verbeteren van forensisch-medischonderzoek bij niet-fatale verwurging en het versterken van vroegtijdigeherkenning en samenwerking bij/tussen de betrokken partnerorganisaties,zoals Veilig Thuis, de politie en het Openbaar Ministerie. Dit onderzoekmoet onder meer leiden tot een handreiking voor deze organisaties. Opbasis daarvan kunnen zij hun medewerkers trainen op het beterherkennen van signalen van niet-fatale verwurging en het snellerinschakelen van forensisch-medische expertise. De bevindingen kunnenook ten goede komen aan de verbetering van de veiligheids- en risicobe-oordeling bij huiselijk geweld en kindermishandeling.Pijler 3: interventies en hulpverleningWanneer er vermoedens of signalen zijn van huiselijk geweld enkindermishandeling, waaronder dwingende controle of stalking, is eenjuiste reactie en de inzet van passende interventies cruciaal voor de4Kamerstukken II, 2024–2025, 36 658.5Kamerstukken II, 2024–2025, 36 658, nr. 3.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2855 bescherming van slachtoffers en de aanpak van plegers, zowel strafrech-telijk als vanuit hulpverlening.6. Bescherming van slachtoffers verbeteren Bescherming van slachtoffers gebeurt door opvang en hulpverlening,door bestuurlijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen en doorinzet van technologische middelen. Ook het voorzien in goed contact metduidelijke en juiste informatie, bijvoorbeeld door te werken met vastecontactpersonen, draagt bij aan de bescherming van slachtoffers.• Verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod en verkenning naaraanvullende bestuursrechtelijke beschermingsmaatregelenWij verkennen momenteel samen met gemeenten en andere betrokkenorganisaties hoe het tijdelijk huisverbod voor plegers van huiselijk gewelden kindermishandeling vroegtijdiger en beter kan worden ingezet, terbescherming van slachtoffers. Op basis van het rapport «Het tijdelijkhuisverbod vanuit een nieuw perspectief»6 worden pilots voorbereid invier regio’s waarin wordt onderzocht hoe de verschillende stadia van eenhuisverbodprocedure (het starten van een dergelijke procedure, hetinvullen van het risicotaxatie-instrument, het opleggen van hethuisverbod, het uitvoeren van het huisverbod, de inzet van de benodigdezorg en hulpverlening en het handhaven van het huisverbod) verbeterdkunnen worden. De pilots zullen naar verwachting in de tweede helft van2025 starten. Omdat bij de inzet van het tijdelijk huisverbod veel partijenzijn betrokken vergt dit een nauwkeurige voorbereiding met de betrokkengemeenten en uitvoeringsorganisaties, waaronder de politie, Veilig Thuis,crisisinterventieteams, de Raad voor de Kinderbescherming, hetOpenbaar Ministerie, de reclassering en de lokale zorg en hulpverlening.Er wordt tot en met eind 2026 gewerkt aan een handreiking voorprofessionals voor een betere inzet van het tijdelijk huisverbod. Hierinworden achtergrondinformatie en tips vermeld, mede op basis van debevindingen van de hierboven genoemde pilots, om binnen hetbestaande wettelijke kader al beter aan de slag te kunnen. Tegelijkertijdkunnen de pilots inzicht en nadere onderbouwing opleveren voorwijziging van de Wet tijdelijk huisverbod en flankerende wetgeving. Ookonderzoekt de Staatssecretaris Rechtsbescherming in deze periode ofburgemeesters aanvullende bestuursrechtelijke bevoegdheden moetenkrijgen, en zo ja welke, om slachtoffers van huiselijk geweld en kindermis-handeling beter te kunnen beschermen en hoe burgemeesters hunbestaande bevoegdheden hiervoor beter kunnen benutten.• Het slachtofferdeviceWij zetten ons in voor de verdere toepassing van het zogenaamdeslachtofferdevice. Het gaat om een gps-kastje dat slachtoffers kunnendragen en dat gekoppeld is aan de enkelband van de pleger. Uit de eerstepilot in Rotterdam bleek al dat het gevoel van veiligheid van de betrokkenslachtoffers hierdoor wordt vergroot. Inmiddels wordt de inzet van hetslachtofferdevice naast Rotterdam ook in drie andere regio’s verderbeproefd. Het decentrale zorgstelsel waar de betrokken organisaties zoalsde Vrouwenopvang en Veilig Thuis onderdeel van zijn, maken dat hetslachtofferdevice niet op een bepaald moment overal tegelijk landelijk kanworden uitgerold. Daarnaast is ook duidelijk dat het gebruik van het6Kleinjan – Van Zwet, M., Het tijdelijk huisverbod vanuit een nieuw perspectief, Analyse van deknelpunten en concrete voorstellen voor een verbeterde werkwijze van de Wet tijdelijkhuisverbod, maart 2024. Zie Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2856 device ingebed moet zijn in een goede regionale werkwijze en samen-werking.Zoals bij de beantwoording van vragen van uw Kamer over de begrotingvan Justitie en Veiligheid in november 2024 werd aangekondigd, is begin2025 het evaluatieonderzoek naar de pilots gestart. Uit de evaluatie moetblijken wat er voor nodig is om gebruik van het slachtofferdevice bredertoepasbaar te maken. Daarnaast moet het inzicht geven in de benodigdefinanciering bij structurele inzet van het slachtofferdevice. Na de zomervan 2025 informeert de Staatssecretaris Rechtsbescherming uw Kamerhierover.• Interne casusregie bij de politieHet verbeteren van de interne casusregie binnen de politie bij(ex-)partnerstalking is een belangrijke verbeteractie naar aanleiding vanaanbevelingen van de Inspectie Justitie en Veiligheid.7 Deze taak behoortbij de casusregisseur stalking in het basisteam. Elk basisteam moetminimaal twee casusregisseurs stalking hebben die bij gemiddelde enhoog risico stalkingscasuïstiek regie voeren.Daarnaast is de politie ook bezig om de regievoering door te ontwikkelennaar de rol van regisseur Zorg en Veiligheid die zich naast stalking enhuiselijk geweld ook bezighoudt met andere thema’s rond Zorg enVeiligheid waarbij toenemende of ernstige zorgen zijn, zoals personen metverward/onbegrepen gedrag, kindermishandeling en jeugd. Een internepolitiemedewerker heeft deze rol. Elke politie-eenheid maakt een plan vanaanpak waarin staat op welke wijze de rol van regisseur Zorg en Veiligheidwordt ingevuld. Zij doen dit volgens de kaders die hiervoor op landelijkpolitieniveau zijn vastgesteld. De realisatie hiervan is inmiddels inverschillende eenheden gestart. De korpsleiding stuurt hierop.• Contact met slachtoffers van (ex-)partnerstalkingEen andere belangrijke actie, die samenhangt met de maatregel om deinterne casusregie bij de politie te versterken, is het verbeteren van hetcontact door betrokken organisaties met slachtoffers van(ex-)partnerstalking. Dit is een verantwoordelijkheid van alle betrokkenorganisaties, zoals de politie, het Openbaar Ministerie, Veilig Thuis enSlachtofferhulp Nederland. Daarom wordt deze verbeteractie binnen hetnetwerk van deze organisaties opgepakt, onder regie van het Ministerievan Justitie en Veiligheid. Inmiddels is opdracht gegeven aan PriceWater-houseCoopers om met deze organisaties en andere deskundigen eenpassende werkwijze te ontwikkelen. Dit past in het bredere traject dat isingezet door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vanJustitie en Veiligheid voor het beter organiseren van de zorg- en hulpver-lening voor slachtoffers van huiselijk geweld of geweld in afhankelijk-heidsrelaties.8 Het advies wordt eind 2025 verwacht.Hiermee is opvolging gegeven aan de toezegging van de toenmaligeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid tijdens het commissiedebatZeden en (on)veiligheid van vrouwen d.d. 16 oktober 2024 om uw Kamerte informeren over de uitkomsten van de verkenning van het verbeterenvan de communicatie met slachtoffers van stalking.7Kamerstukken II, 2023–2024, 29 279, nr. 848.8Kamerstukken II, 2024–2025, 33 552, nr. 137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2857 7. Verbetering van de strafrechtelijke aanpak van psychischgeweld Voor een betere strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld is goededossiervorming cruciaal. Zonder deze informatie kan het OpenbaarMinisterie immers niet beslissen om al dan niet tot strafvervolging over tegaan. Daarom heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid opdracht gegeven tot de start van een pilot. Deze pilot is gestartin februari 2025 in de regio’s Amsterdam, Haaglanden, West- en Midden-Brabant en Zeeland. Samen met onder meer Veilig Thuis, de politie, hetOpenbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, de reclas-sering en diverse experts wordt gewerkt aan de totstandkoming vangedegen dossiers in zaken waarin vermoedens bestaan van psychischgeweld (eventueel in combinatie met fysiek en/of seksueel geweld). Naastspecialisten van de betrokken organisaties die expertise hebben overpsychisch geweld (en huiselijk geweld en kindermishandeling) wordthierbij eveneens de expertise benut van specialisten op gebied vaninformatievoorziening, onder meer van het Ministerie van Justitie enVeiligheid zelf. De pilots bouwen voort op de al bestaande samenwerkingtussen de politie, justitieorganisaties en Veilig Thuis (Netwerk Zorg-Straf)in Veiligheid voorop. De pilot loopt tot en met juli 2025 en moet concreteen praktische aanbevelingen opleveren voor de verbetering van deafstemming en dossiervorming inzake psychisch geweld in VeiligheidVoorop op regionaal niveau (en zo nodig op landelijk niveau), op zodanigewijze dat alle regionale Netwerken Zorg-Straf deze kunnen borgen in hunsamenwerking.Ook werken Avans Hogeschool en de Open Universiteit momenteel inopdracht van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aande doorontwikkeling van het online naslagwerk («digizine») voorprofessionals over psychisch geweld. De bevindingen en resultaten vanbovengenoemde pilot zullen ook hierin worden opgenomen. Daarnaastwordt met de bovengenoemde organisaties besproken hoe zij het digizinegoed kunnen benutten in hun interne opleidings- en scholingsaanbod.Verder wordt op verzoek van het Openbaar Ministerie samen metwetenschappers een wetenschappelijk standaardwerk ontwikkeld waarinde aannemelijkheid van de schadelijke gevolgen van psychisch geweld opzowel kinderen als volwassenen wordt onderbouwd. Dit ondersteunt debewijsvoering in strafzaken waarin de tenlastelegging ziet op gedragingenvan psychisch geweld en waarin een causaal effect tussen de gedragingen de gezondheidstoestand van het slachtoffer aangetoond moet worden.Op verzoek van de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming heeft hetWetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) opdracht gegeventot een onderzoek naar de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld inNederland. Momenteel wordt dit onderzoek uitgevoerd door de Rijksuni-versiteit Groningen. Het onderzoek is naar verwachting deze zomergereed. De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal dit onderzoek delenmet uw Kamer. Ook zal hij een beleidsreactie op dit onderzoeksrapportnaar uw Kamer sturen voor eind 2025.Tijdens het commissiedebat Zeden en (on)veiligheid van vrouwen op16 oktober 2024 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid uw Kamer toegezegd een wetsvoorstel voor afzonderlijkestrafbaarstelling van psychisch geweld in te dienen en uw Kamer voor dezomer van 2025 te informeren over de contouren van dit wetsvoorstel.Met bijgevoegde notitie (Bijlage 2 – Contouren van de afzonderlijkestrafbaarstelling van psychisch geweld) geeft de StaatssecretarisRechtsbescherming opvolging aan bovengenoemde toezegging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2858 Uit de uitgevoerde verkenning blijkt dat er vooral een brede behoeftebestaat aan het strafbaar stellen van het patroon van gedragingen datwordt beschouwd als «dwingende controle». Dit is een patroon vangedragingen, al dan niet escalerend in mate en ernst, waarbij iemand eenander inperkt in diens zelfbeschikkingsrecht, door die ander op stelsel-matige basis dominerend, bedreigend en of controlerend te bejegenen.Het wetsvoorstel zal nog dit jaar verder worden voorbereid. Hierbij zullenook de bevindingen uit twee wetenschappelijke onderzoeken en bovenge-noemde pilot worden benut. De wetenschappelijke onderzoeken betreffeneen internationale rechtsvergelijking van de Open Universiteit en hethierboven genoemde onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naarde huidige strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld in Nederland. Deuitkomsten hiervan worden in de tweede helft van 2025 verwacht. Hetwetsvoorstel zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 in(internet)consultatie gaan.8. Onderzoek naar beter hulpaanbod voor plegers. Voor plegers die hulp krijgen in het gedwongen kader zijn meerdereonderzoeken gedaan over wat werkt en in hoeverre de interventiesbijdragen aan het verminderen van recidive en afname van geweld. Eenvolgende stap is nog om beter in kaart te brengen welke vormen vanhulpverlening passen bij (potentiële) plegers van intieme terreur, stalkingen andere rode vlaggen voor femicide. Voor plegers die vrijwillig hulpzoeken ontbreekt nog veel kennis. De Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg heeft samen met gemeenten, vrouwenopvang enVeilig Thuis verkend welk aanbod er is voor plegers in vrijwillig kader enwat er voor nodig is om een goed passend hulpaanbod in de regiobeschikbaar te hebben. Daarbij hebben we oog voor welke interventiesnog ontbreken en welke interventies (wetenschappelijk) bewezen effectiefzijn.Om het zicht op en de kennis over passend interventieaanbod in hetvrijwillig kader te vergroten is het nodig om meer zicht te krijgen op welkaanbod past bij de verschillende type plegers die vrijwillig hulp zoeken.Hierbij is het wel van belang om te beseffen dat dit over het algemeen nieteen pleger van dwingende controle zal zijn.Een van de bestaande interventies voor plegers in gedwongen kader, deBORG-gedragstraining, wordt op basis van eerder onderzoek van hetWODC naar de effectiviteit voor veroordeelde daders en verdachten vanpartnergeweld9, 10 momenteel door de reclassering doorontwikkeld. Deeerste fase van deze doorontwikkeling, die zag op een hernieuwdetheoretische onderbouwing, als basis voor aanpassing van de training, isafgerond. Een nieuwe beschrijving en opzet van de BORG-training wordtdeze zomer verwacht. Later dit jaar start het WODC met de verkenningnaar de inzet van de BORG-training buiten strafrechtelijk kader, bijvoor-beeld bij de inzet van het tijdelijk huisverbod. Deze verkenning isonderdeel van het bredere onderzoeksprogramma van het WODC naar deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (2024–2030) waaroveru eerder bent geïnformeerd.119Kamerstukken II, 2021–2022, 28 345, nr. 258.10Kamerstukken II, 2022–2023, 28 345, nr. 264.11Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 2859 Pijler 4: inzicht in probleem en aanpakHet is nodig blijvend te leren en kennis te vergaren over femicide engendergerelateerd geweld, en deze kennis actief te integreren in deaanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.9. Goede onderbouwing van de aanpak en lerend verbeteren Het WODC heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke inzet van systema-tische reviews na dodelijke gevallen van huiselijk geweld en kindermis-handeling (hierna: HG-reviews). De uitkomsten hiervan zijn op 6 februarijl. aan uw Kamer aangeboden.12 In de bijlage «Overige moties entoezeggingen» staat de uitgebreide beleidsreactie. Aangezien de expertsunaniem de meerwaarde van HG-reviews zien, als ze op een goedemanier worden ingezet, start dit najaar een vervolgtraject. Hierin zal demogelijke opzet van HG-reviews verder uitgewerkt worden, zullenanalysemethoden getest en geëvalueerd worden, en zullen deze vertaaldworden naar concrete handvatten voor besluitvorming en uitvoering. Deverwachting is dat deze verkennende fase van het «uitproberen» vanHG-reviews ruim een jaar zal duren. Daarna wordt uw Kamer geïnfor-meerd over de opbrengsten van dit traject en zullen wij een besluit nemenover mogelijke structurele invoering van HG-reviews in Nederland.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiert de Universiteit Leidenvoor het opzetten van de Nederlandse Femicide Monitor voor de periodevan 2025 tot en met 2029. Deze monitor gaat inzicht bieden in de omvangen aard van vrouwenmoord in Nederland en in de kenmerken ensubtypen van deze zaken. Dit wordt gedaan aan de hand van eenwetenschappelijke analyse van politiedata, OM-data, rechtbankdata enmediaberichten vanaf 2014. De bevindingen vormen een verdieping vande jaarlijkse CBS-statistieken over moord en doodslag in Nederland. DeUniversiteit Leiden publiceert vanaf 2025 jaarlijks over de statistieken vanhet afgelopen jaar. Daarnaast worden er periodieke overzichtsrapportagesover een langere periode gepubliceerd. Ook produceert de UniversiteitLeiden rapportages over specifieke kenmerken van vrouwenmoord inNederland, evenals een webapplicatie «Femicide in Nederland» enkennisuitwisseling door o.a. workshops en symposia. Ook stelt deUniversiteit Leiden de betreffende onderzoeksdata beschikbaar aan ondermeer het WODC en het CBS, zodat ook eventueel verdiepend onderzoekuitgevoerd kan worden. Tenslotte kan de Femicide Monitor ook als basisdienen voor de selectie van casussen voor de bovengenoemdeHG-reviews.10. Een verkenning naar het versterken van de landelijke coördi-natie. Het voorkomen van femicide is complex en vergt inzet van veel verschil-lende partijen: landelijk, regionaal en lokaal. Het is belangrijk datministeries, gemeenten en organisaties daarbij goed samenwerken.Daarvoor is het ook belangrijk dat beleid goed vorm krijgt in de praktijk endat wordt getoetst of het beleid en de aanpak effectief zijn. Momenteel isde coördinatie voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishan-deling, inclusief femicide, belegd bij de Staatssecretaris van Langdurigeen Maatschappelijke Zorg. Daarnaast hebben de betreffende bewindsper-sonen eigen verantwoordelijkheden ten aanzien van onderdelen binnende aanpak.12Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 283.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 28510 Verschillende partijen zoals uitvoeringsorganisaties en NGO’s hebbenaangegeven dat ze behoefte hebben aan meer regie en sturing hierop oplandelijk niveau. Daarbij hebben ze ook behoefte aan mandaat om teforceren dat dingen geregeld worden als partijen in gebreke blijven.Tegelijkertijd hebben gemeenten in het decentrale hulpverleningsstelselook een regierol. Ook het Verdrag van Istanbul en de EU-Richtlijn inzakehet bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld stellen dater een officieel orgaan moet zijn dat verantwoordelijk is voor de coördi-natie, implementatie, het toezicht op en de toetsing van beleid enmaatregelen.Vanuit de prioriteiten van het plan van aanpak «Stop femicide» voert deNederlandse School voor Openbaar Bestuur op dit moment eenonderzoek uit naar verschillende vormen van coördinatie en wat per vormde voor- en nadelen zijn. Daarbij wordt ook gekeken naar ervaringen uitandere landen en ervaringen op andere beleidsterreinen in Nederland. Deuitkomsten van dit onderzoek worden op korte termijn verwacht en zullensamen met een beleidsreactie na deze zomer naar de Tweede Kamerworden verzonden.Stand van zaken EU-Richtlijn inzake de bestrijding van geweld tegenvrouwen en huiselijk geweldOp 24 mei 2024 is EU-Richtlijn 2024/1385 inzake de bestrijding van geweldtegen vrouwen en huiselijk geweld gepubliceerd in het Publicatieblad vande Europese Unie. Deze richtlijn stelt minimumnormen vast voor destrafbaarstelling van specifieke vormen van gendergerelateerd geweld, debescherming van slachtoffers en de coördinatie van preventieve maatre-gelen. De ter implementatie van deze richtlijn noodzakelijke wetswijzi-gingen worden momenteel uitgewerkt in het implementatiewetsvoorstel.Gezien de omvang van de richtlijn is gekozen voor een uitvoerigvoorbereidings- en consultatietraject. De consultatieronde, waarinrelevante ketenpartners worden geraadpleegd over de uitvoerbaarheidvan de voorgestelde maatregelen, start naar verwachting op korte termijn.Tot slotDe hierboven genoemde inzet laat zien dat we veel stappen zetten omfemicide in de toekomst beter te voorkomen. Wij doen dit gezamenlijk,omdat samenwerking cruciaal is in de preventie en aanpak van femicide.Veel acties zijn in gang gezet, maar wij beseffen ook dat we er nog langniet zijn. Een aantal lopende acties zullen nieuwe inzichten opleveren ofzullen nog een vervolg moeten krijgen.Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat we de uitvoeringsorganisatiesoverbelasten met een overvloed aan pilots en initiatieven, waarbij hetrisico bestaat dat de verbetering van de aanpak stagneert. Daarom zullenwe samen met alle partijen die waren betrokken bij de totstandkomingvan het plan van aanpak «Stop femicide!» in kaart brengen waar we na2025 staan en wat de prioriteiten voor de komende jaren zullen zijn om(dodelijk) geweld tegen vrouwen te bestrijden.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.F.J. Pouw-VerweijDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 345, nr. 28511
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.