KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2024

12 jul 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 028d514e72b1e278 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 317JBZ-RaadNr. 884 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID EN VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juli 2024Hierbij bieden wij, mede de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties enDigitalisering, uw Kamer de geannoteerde agenda aan van de informeleRaad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 22 en 23 juli inBoedapest. De Minister van Justitie en Veiligheid zal hier aan deelnemen.Daarnaast informeren wij uw Kamer over een Commissiemededeling overhet Uniemechanisme voor civiele bescherming en ontvangt u het tweedekwartaaloverzicht van EU-wetgevingsvoorstellen op veiligheid, justitie enmigratie terrein.Appreciatie Mededeling over de evaluatie van het Uniemecha-nisme voor civiele beschermingOp 29 mei jl. publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie)de «Mededeling over de evaluatie van het Uniemechanisme voor civielebescherming – versterking van de paraatheid van de EU bij noodsitu-aties.»1 Door het veranderend risicolandschap is het belang van hetUniemechanisme voor civiele bescherming (UCPM) de afgelopen jarensterk toegenomen. Deze mededeling is gebaseerd op een evaluatie opbasis waarvan de Commissie een vijftal aanbevelingen doet om dedoeltreffendheid van het geheel van preventie, paraatheid en respons vanUCPM bij rampenbeheersing te verbeteren. Vier van de vijf aanbevelingenworden reeds geapprecieerd in het lopende Nederlandse beleid, zoalsverwoord in het non-paper «The future of strategic crisis management inthe EU» (14 december 2023)2 en de Landelijke agenda crisisbeersing1Mededeling (EU) 2024/212 van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over deevaluatie van het Uniemechanisme voor civiele bescherming – Versterking van de paraatheidvan de EU bij noodsituaties.2Non-paper by the Netherlands, 2023. The future of strategic crisis management in the EU.Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872. kst-32317-884ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8841 (10 juni 2024).3 De vijfde aanbeveling ziet op een verhoging van deUCPM-begroting.Het kabinet steunt de Commissie, conform het Nederlandse non-paper, inhaar eerste en tweede aanbeveling om UCPM te versterken en de rol vanhet Emergency Response Coordination Centre (ERCC) te verbreden. Ook ishet kabinet het eens met de zienswijze van de Commissie dat het ERCC alsde aangewezen cross-sectorale operationele crisishub moet fungeren. Tenaanzien van de derde aanbeveling over deling van kennis over vroeg-tijdige waarschuwing en risico-identificatie, maakt Nederland momenteelal gebruik van een alomvattende aanpak op het gebied van vroegtijdigealertering en risico-identificatie. Met behulp van het Landelijk CrisisManagement Systeem (LCMS) kan vroegtijdige signalering plaatsvindenop operationeel niveau. Indien er een incident plaatsvindt met grens-overstijgende gevolgen staat het Nationaal Crisiscentrum (NCC) in nauwcontact met het ERCC. Ook de vierde aanbeveling kan het kabinet –conform de Landelijke agenda crisisbeheersing – onderschrijven. Eengoede voorbereiding en beheersing van crises vereist dat iedere burger,elk bedrijf en elke organisatie in Nederland zijn eigen verantwoorde-lijkheid neemt. En dat kwetsbare groepen die dat niet alleen kunnen,daarbij worden geholpen. Dat betekent dat de overheid meer moetsamenwerken met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.De afgelopen jaren hebben laten zien dat de samenleving hiertoe bereidis. Mensen komen vaak zelf in actie en willen elkaar en de overheidhelpen. De gezamenlijke uitdaging van overheid en samenleving is deze«wil om te helpen» nog meer mogelijk te maken en te ondersteunen.Hierbij moet rekening gehouden worden met wat mensen wel én nietkunnen. Dat is ook onderdeel van het vergroten van de maatschappelijkeweerbaarheid, genoemd als een van de prioriteiten van de Minister vanJustitie en Veiligheid voor de komende jaren, waarover uw Kamer ditnajaar nader geïnformeerd wordt. Ook met betrekking tot risico- encrisiscommunicatie zet het kabinet nadrukkelijk in op het betrekken vankwetsbare groepen. Hierbij is extra aandacht voor groepen in de samen-leving die onvoldoende worden bereikt.Tot slot roept de Commissie op om de begroting ten aanzien van UCPM teverhogen. Om het bestaande financieel kader van UCPM aan te vullen,zou het mechanisme volgens de Commissie flexibeler moeten worden omaan de bijzondere behoeften van aanhoudende crises te kunnen voldoen.Het kabinet is van mening dat de primaire verantwoordelijkheid metbetrekking tot civiele bescherming bij de individuele lidstaten ligt. Detoename van grensoverschrijdende en cross-sectorale crises heeft eenversterkt UCPM echter onmisbaar gemaakt. Conform de RijksbredeRisicoanalyse4, de Trendanalyse Nationale Veiligheid5 en de Veiligheids-trategie voor het Koninkrijk der Nederlanden6 ligt het in de lijn derverwachting dat ook Nederland de aankomende jaren vaker te maken gaatkrijgen met verschillende veiligheids- en klimaatdreigingen.Hierdoor neemt de kans aanzienlijk toe dat Nederland in de toekomst ookzelf een beroep moet doen op UCPM. Daarmee is de versterking vanUCPM ook een versterking van de eigen weerbaarheid. Het kabinet isderhalve van mening dat de benodigde EU-middelen gevonden dienen te3Landelijke Agenda Crisisbeheersing (2024) (Bijlage bij Kamerstuk 29 517, nr. 255).4Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid (2022) (bijlage bij Kamerstuk 30 821, nr. 165).5Hoofdrapport Trendanalyse Nationale Veiligheid (2024) (bijlage bij Kamerstuk 30 821, nr. 231).6Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (2023) (bijlage bij Kamerstuk 30 821,nr. 178).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8842 worden binnen de in de Raad afgesproken financiële kaders van deEU-begroting 2021–2027 en dat deze moeten passen bij een prudenteontwikkeling van de jaarbegroting.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,T.H.D. StruyckenDe Minister van Asiel en Migratie,M.H.M. Faber-Van de KlashorstTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8843 Geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 juli 2024 I. Binnenlandse Zaken 1. Werksessie I: De toekomst van samenwerking op terrein van binnen-landse zaken in de EU Het Hongaarse voorzitterschap is voornemens om gedurende zijnVoorzitterschap strategische richtsnoeren op te stellen over de meerjarigeJustitie- en Binnenlandse Zakensamenwerking in de EU. Hiermee streefthet Voorzitterschap ernaar om opvolging te geven aan deJBZ-programma’s van Tampere (1999), Den Haag (2004) en Stockholm(2009). Deze meerjarige programma’s geven richting aan de wetgevendeen operationele programmering met betrekking tot de ruimte van vrijheid,veiligheid en recht van de EU.Op dit moment is het Voorzitterschap bezig met een inventarisatie bij delidstaten van bevindingen over de huidige cyclus. De verwachting is dat inde werksessie tijdens de JBZ-Raad de eerste stappen worden gezet voorhet opstellen van deze strategische richtsnoeren, en dat het Voorzitter-schap de afronding ervan op een later moment in het jaar voorziet. Op hetmoment van schrijven is er nog geen inhoudelijk discussiestuk verspreid.Naar verwachting zullen de lidstaten tijdens de JBZ-Raad elk hun eigenprioriteiten naar voren brengen.In aanvulling op de Nederlandse prioriteiten die voor de periode2024–2029 in een aantal non-papers zijn vastgelegd,7 zet het kabinet in opde volgende elementen.Op het vlak van migratie hecht het kabinet ten eerste aan spoedige enjuiste implementatie van het Asiel- en Migratiepact. Op de langere termijnmoet worden gekeken naar resterende knelpunten van het asielstelsel:bijvoorbeeld op het vlak van oneigenlijk gebruik van asielprocedures ofopvangfaciliteiten. Ook is een doeltreffend terugkeerbeleid essentieel voorde werking van het Pact en dient het wetgevingskader voor terugkeer teworden geactualiseerd. Verder is op het vlak van grensbeheer aanvul-lende actie nodig door de buitengrenzen van het Schengengebied teversterken en secundaire migratie binnen het Schengengebied tegen tegaan. Nederland dringt daarnaast aan op meer inspanningen om tekomen tot ambitieuze brede migratiepartnerschappen om irregulieremigratie tegen te gaan, terugkeer te bevorderen en bescherming testimuleren. Out-of-the-box oplossingen moeten door de EuropeseCommissie (hierna: Commissie) worden onderzocht, in lijn met Europeseen internationale kaders.Voor de aankomende cyclus pleit het kabinet verder voor een meerintegrale benadering van veiligheidssamenwerking in de EU. Zo roept hetkabinet de Commissie op om te komen tot een herziene Veiligheids-uniestrategie met aandacht voor nieuwe dreigingen. Verder is hetbelangrijk dat de veiligheid van de EU wordt meegenomen in deimpactanalyses van de Commissie bij voorstellen voor Europese wet- enregelgeving in alle beleidsterreinen. Ook pleit het kabinet ervoor om hetstrategische crisismanagement van de Unie te versterken. Tevensbenadrukt het kabinet dat versterkte Europese samenwerking op diverseandere JenV-terreinen nodig is, zoals in de strijd tegen de zware georgani-7Zie de non-papers gedeeld met de geannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 4 en 5 maart,Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8844 seerde (drugs-)criminaliteit, de daaraan gerelateerde bestuurlijke aanpaken het tegengaan van voortgezet crimineel handelen in detentie.2. Werksessie II: Interoperabiliteit Het Hongaarse voorzitterschap heeft aangegeven ervoor te willen zorgendat de tijdslijnen voor de implementatie van de nieuwe interoperabili-teitsarchitectuur worden nageleefd, met name wat betreft de invoeringvan het nieuwe Entry Exit System (EES) als nieuw instrument om hetgrensmanagement en de interne veiligheid van het Schengengebied teverbeteren en de voorbereidingen voor de start van het European Traveland Information Authorisation System (ETIAS). Tijdens de werksessiezullen de Commissie en het EU-agentschap voor grootschaligeIT-systemen (eu-LISA) naar verwachting de lidstaten informeren over devoortgang. De lidstaten zullen hierna van gedachten wisselen over destand van zaken.In de JBZ-Raad van 13 en 14 juni jl. lichtte directeur eu-LISA de voortgangvan de implementatie van de voornoemde systemen al toe (Kamerstuk32 317, nr. 882). De beoogde datum van ingebruikname van het EES is hetnajaar 2024. Lidstaten moeten tijdig aangeven of zij operationeel gereedzijn. Dat betekent dat ook de nodige infrastructurele en organisatorischemaatregelen zijn geïmplementeerd en er voldoende medewerkers zijngetraind. De precieze datum van inwerkingtreding kan pas formeelworden vastgesteld nadat alle lidstaten zich gereed hebben gemeld.Het kabinet benadrukt het belang van de implementatie met het oog op deverbetering van de veiligheid binnen het Schengengebied en efficiëntgrensbeheer aan de buitengrenzen. Door gebruik te maken van eenverbeterde informatiestroom, inzet van technologische oplossingen eninteroperabiliteit tussen systemen kunnen grenscontroles in de toekomstgerichter worden uitgevoerd en risico’s ten aanzien van irreguliereimmigratie, secundaire migratie, terrorisme en (grensoverschrijdende)criminaliteit eerder en effectiever worden onderkend. Ook bieden dezesystemen mogelijkheden om het grensproces beter te faciliteren metbehoud van mobiliteit en economische aantrekkingskracht. Het kabinetblijft verder benadrukken dat er na oplevering van de centraleEU-systemen voldoende tijd nodig is voor nationale implementatie-activiteiten.3. Werklunch: De externe dimensie van migratie Het Hongaarse voorzitterschap heeft aangegeven belang te hechten aaneen ambitieuze inzet op de externe dimensie van migratie, volgend op denieuwe Strategische Agenda 2024–2029 van de Europese Raad8, waarinhet belang van alomvattende partnerschappen werd onderstreept. Naarverwachting zal het Voorzitterschap de JBZ-Raad vragen te reflecteren opde prioriteiten van de lidstaten op de externe dimensie van migratie. Ophet moment van schrijven is er nog geen discussiestuk verspreid.Het kabinet roept, in lijn met het Nederlandse non-paper over de externedimensie van migratie9 en het hoofdlijnenakkoord, de Commissie op deambitieuze inzet ten aanzien van opvang in de regio en gelijkwaardige enduurzame partnerschappen met migratie-relevante derde landen voort tezetten, om irreguliere migratie tegen te gaan, terugkeer te bevorderen enbescherming van migranten te versterken. Eveneens steunt het kabineteen verkenning van innovatieve oplossingen, waartoe Nederland met een8Zie Strategische agenda 2024-2029 - Consilium (europa.eu)9Zie non-paper bij Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8845 groep lidstaten de Commissie per brief heeft opgeroepen in mei 2024 –binnen de geldende Europees en Internationaalrechtelijke kaders.104. Werksessie III: Bestrijding georganiseerde criminaliteit Naar verwachting wil het Voorzitterschap een discussie voeren over deaanpak van georganiseerde criminaliteit en het gesprek inleiden door dereeds gezette stappen toe te lichten. Op het moment van schrijven is ernog geen discussiestuk verspreid.Zoals vaker aangegeven, verwelkomt het kabinet de stappen die wordengezet op basis van het EU-stappenplan tegen drugssmokkel en georgani-seerde criminaliteit.11 Nederland vraagt in de EU blijvend aandacht voorde aanpak van zware georganiseerde (drugs-)criminaliteit en wijst daarbijop het belang van de bestuurlijke aanpak. Om effectief de internationaalvertakte georganiseerde criminaliteit aan te pakken is het nodig om, naastde strafrechtelijke aanpak, fors in te zetten op een bestuurlijke aanpak. Hetrecente Europol rapport Decoding the EU’s most threatening criminalnetworks 12 laat zien dat 86% van criminele netwerken gebruik maken vanlegale bedrijfsstructuren. Nederland roept dan ook de andere lidstaten opom een aanpak te ontwikkelen die dit tegengaat en vraagt de Commissieom te verkennen of de juridische basis om bestuurlijke informatie tussenlidstaten te kunnen uitwisselen kan worden versterkt. Nederland trekthierbij samen op met Italië en heeft hier een gezamenlijk non-paper overopgesteld.13II. Justitie 1. Werksessie I: Juridische aspecten voor het versterken van het concur-rentievermogen van de EU Een prioriteit van het Hongaarse voorzitterschap is dat de justitiesectormoet bijdragen aan het concurrentievermogen van de EU. Het Voorzitter-schap streeft daarbij naar een wetgevingskader voor civielrechtelijkesamenwerking dat rekening houdt met het concurrentievermogen. Opmoment van schrijven is er nog geen nadere duiding over de inhoud vandeze werksessie.Wel is bekend dat het Voorzitterschap de onderhandelingen over deontwerprichtlijn betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten vaninsolventieprocedures schaart onder haar inzet voor de versterking vanhet concurrentievermogen. Het Voorzitterschap wil verder grensover-schrijdende geschilbeslechting bevorderen zodat dit beter aansluit bij desnelle ontwikkeling van grensoverschrijdende processen.Het kabinet onderschrijft het belang van aandacht voor de juridischeaspecten bij het versterken van het concurrentievermogen van de EU. Ditsluit aan bij de inzet voor een sterke, weerbare en veerkrachtige kapitaal-marktunie die bijdraagt aan duurzame economische groei en de financiëlestabiliteit van de EU én Nederland. Faillissements- en ondernemingsrechtzijn wezenlijke elementen die in grensoverschrijdende situaties eenaanzienlijke invloed kunnen hebben op de kapitaalmarktunie en hetconcurrentievermogen van de EU. Uitgangspunt voor het kabinet is deeffectiviteit van de grensoverschrijdende processen – denk aan afwik-10Zie ook verwijzing naar brief in Kamerstuk II 2023–24, 32 317, nr. 878.11Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 384212Europol (2024), Decoding the EU’s most threatening criminal networks | Europol (europa.eu),Publications Office of the European Union, Luxembourg.13Zie ook het non-paper bestuurlijke aanpak, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8846 keling van faillissementen van buitenlandse ondernemingen metNederlandse schuldeisers – die hieronder vallen. Goede samenwerking isvan belang tussen alle betrokkenen, zowel op nationaal als Europeesniveau om de beste vooruitgang te realiseren. Belangrijk voor het kabinetis dat wordt gewerkt aan bestendige en uitvoerbare veranderingen diedaadwerkelijk bijdragen aan de verbetering van het concurrentiever-mogen van Nederland én Europa.2. Werksessie II: De rol van kunstmatige intelligentie in justitie In navolging op de aanname van de AI-verordening heeft het Hongaarsevoorzitterschap zich als doel gesteld om de mogelijkheden voor hetgebruik van kunstmatige intelligentie in de justitiesector te onderzoeken,met name door de toegang tot het recht te verbeteren. Kunstmatigeintelligentie kan bijdragen aan het toegankelijker en efficiënter maken vande justitiesector. Naar verwachting is dit het onderwerp van dewerksessie.Een van de sleutelelementen is het identificeren en bevorderen van hetpotentieel van innovatieve technologieën. Hierbij kijkt het Voorzitterschapmet name naar praktische oplossingen, zoals het vergemakkelijken van dedigitalisering van justitie. Ook ziet het Voorzitterschap het benutten vandigitale technologieën als belangrijk element bij zijn inzet voor hetversterken van het concurrentievermogen van de EU.Het kabinet deelt het standpunt dat digitalisering en digitale technolo-gieën kunnen bijdragen aan het verbeteren van de efficiëntie van hetrechtssysteem en het vergroten van het concurrentievermogen van de EU.De implementatie van de nieuwe regels op het gebied van grensover-schrijdende justitiële samenwerking en digitalisering van de toegang tothet recht heeft Nederland ook voortvarend opgepakt. Tegelijkertijd ismensgerichte digitalisering noodzakelijk. Om het recht toegankelijk tehouden is van belang om steeds te onderzoeken of digitalisering of AI hetrecht voor alle groepen burgers toegankelijker maakt. Het kabinet zal ditaandachtspunt benadrukken.3. Werklunch: De impact van kunstmatige intelligentie en anderegeavanceerde technologieën op de handhaving van fundamentele rechtenin de justitiesector Naar verwachting gaat de werklunch over de gevolgen die de inzet vankunstmatige intelligentie en andere geavanceerde technologieën hebbenop de bescherming van fundamentele rechten. Het Hongaarse voorzitter-schap wil de dialoog over de bevordering van processen ter beschermingvan de fundamentele rechten bevorderen, om te komen tot effectieve entoekomstgerichte oplossingen. Op het moment van schrijven is er noggeen nadere duiding vanuit het Hongaarse voorzitterschap over de inhoudde werklunch.Zowel nationaal als in Europees verband zet het kabinet zich in voor hetborgen van mensenrechten bij de inzet van AI in algemene zin, en meerspecifiek in de justitiesector. Om fundamentele rechten te beschermenwordt bijvoorbeeld (mede op verzoek van uw Kamer) het uitvoeren vaneen mensenrechtentoets bij de inzet van AI gestimuleerd. Zo is eenmensenrechtentoets op dit moment in het algoritmekader van deNederlandse overheid opgenomen als maatregel die bijdraagt aan hettijdig vaststellen of wet- en regelgeving is nageleefd en of systemen in lijnzijn met publieke waarden. Een voorbeeld van een mensenrechtentoets ishet Impact Assessment Mensenrechten Algoritme (IAMA).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8847 In Europees verband is tijdens de onderhandelingen over deAI-verordening ingezet op het opnemen van vereisten en waarborgen omfundamentele rechten te beschermen. Het uitvoeren van een risicoanalyseop mensenrechten en het treffen van mitigerende maatregelen bij deontwikkeling van AI is in de AI-verordening verplicht voor aanbieders,zowel privaat als overheid. Overheidsorganisaties zullen in een rol alsgebruiker een mensenrechtentoets moeten doen wanneer sprake is vaneen hoog risico AI-systeem. Het kabinet ziet ook de inspanningen vanzowel de Commissie als het huidige Voorzitterschap om over de verdereuitwerking en implementatie van de AI-verordening door te (blijven)spreken als een kans en verwelkomt dan ook de bespreking in deJBZ-Raad. Op die manier kunnen effectieve en toekomstbestendigeoplossingen en maatregelen gedeeld en vastgesteld worden.4. Werksessie III: De toekomst van strafrechtelijke en civielrechtelijkesamenwerking in de EU Op de justitie-dag van de JBZ-Raad heeft het Hongaarse voorzitterschapeen werksessie georganiseerd over de toekomst van de justitiëlesamenwerking met als doel inbreng op te halen voor de hierbovengenoemde strategische richtsnoeren, op vergelijkbare wijze als dewerksessie op de «home dag». Naar verwachting zullen de lidstaten deeigen prioriteiten op justitieterrein naar voren brengen.Op het gebied van de strafrechtelijke samenwerking beschouwt hetHongaarse voorzitterschap de voortzetting van het debat over detoekomst van het strafrecht en de ontwikkeling van nieuwe modelbepa-lingen voor het EU-strafrecht als prioriteiten. De recent aangenomenRaadsconclusies over de toekomst van het EU-strafrecht zijn hierbij hetuitgangspunt. Op het gebied van civielrechtelijke samenwerking streefthet Hongaarse voorzitterschap er naar een regelgevingskader te ontwik-kelen, waarbij criteria voor de volgende EU cyclus worden gedefinieerd.Er is nog geen discussiestuk voor de bespreking in de JBZ-Raad verspreid.Het kabinet steunt de inzet op het verbeteren van strafrechtelijke encivielrechtelijke samenwerking in de EU. Het kabinet zal in dit kaderbenadrukken dat de rechtsstaat een essentieel fundament is voor hetfunctioneren van de EU en de grensoverschrijdende samenwerking op talvan gebieden en in verschillende vormen. Zoals uw Kamer bekend, zet hetkabinet stevig in op de bescherming en versterking van de rechtsstaat inde EU-lidstaten.14 Onderdeel hiervan is de inzet van het kabinet om – alsaanvulling op de besprekingen hierover in de Raad Algemene Zaken – inde JBZ-Raad op structurele basis diepgaande en specifieke thematischediscussies te organiseren over kwesties die verband houden met derechtsstaat en die onder zijn bevoegdheid vallen.Ten aanzien van de toekomst van civielrechtelijke samenwerking acht hetkabinet het wenselijk om in te zetten op verbetering van bestaande wet-en regelgeving om de civielrechtelijke samenwerking verder te versterken.Wat het materiële EU-strafrecht betreft, is het standpunt van het kabinetdat terughoudendheid nodig is ten aanzien van nieuwe wetgevingsinitia-tieven. Het EU-strafprocesrecht bestrijkt alle relevante terreinen in diemate dat er in de nabije toekomst geen nieuwe instrumenten nodig zijn. Inplaats daarvan pleit het kabinet voor een investering in de kwaliteit vanhet EU-strafprocesrecht door waar mogelijk de bestaande wetgeving temoderniseren, waar nodig in overeenstemming te brengen met dejurisprudentie van het Hof van Justitie en een grotere consistentie na te14Zie ook het non-paper Rule of Law, Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8848 streven in het gebruik van begrippen, bijvoorbeeld door het ontwikkelenvan een catalogus van uniforme inhoudelijke strafrechtsbegrippen die inde EU-wetgeving gebruikt kunnen worden.Er is steun bij vrijwel alle lidstaten om de in 2009 door de JBZ-Raadaangenomen modelbepalingen over EU-strafrecht te moderniseren. Welblijven er onderlinge accentverschillen tussen de lidstaten bestaan. Diekomen vooral voort uit de wens het algemene deel van het eigenstrafrecht zoveel mogelijk intact te laten. Zo kennen bijvoorbeeld niet allelidstaten de strafbaarheid van rechtspersonen. Verder verschilt de grensvan wat als ernstig strafbaar feit wordt aangemerkt van lidstaat totlidstaat. In Nederland is dat vier jaar gevangenisstraf of meer. Een anderaandachtspunt bij deze modelbepalingen is dat dit een initiatief van deRaad is. Belangrijk is dat de andere actoren in het wetgevingsproces, deCommissie en het Europees Parlement, dit initiatief ook steunen. Tot slotstaan de meeste lidstaten, net als Nederland, terughoudend ten opzichtevan uitbreiding van het materiële EU-strafrecht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8849

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d5f27f0c26cc4bcf

14 okt 2026 · b607f2e48684f1ac

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.