Voortgang Leven Lang Ontwikkelen
Brontekst
Versie 9ceea1479285dc96 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 012Leven Lang LerenNr. 161 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE-GENHEID, VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VAN ONDERWIJS,CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN DE STAATSSECRETARISVAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 18 december 2026Leven Lang Ontwikkelen (LLO) draagt bij aan maatschappelijke vraag-stukken. Het versterkt bestaanszekerheid, vergemakkelijkt het aanpakkenvan arbeidstekorten en bevordert duurzame economische groei.1Daarmee is LLO een noodzaak voor ons verdienvermogen. Iedereen inonze samenleving moet de mogelijkheid krijgen om zich te blijvenontwikkelen. Zodat ieder naar vermogen kan bijdragen en voldoen aan deveranderende eisen van de arbeidsmarkt en de samenleving.Deze brief bevat een overzicht van het kabinetsbeleid voor een leven langontwikkelen en gaat kort in op vervolgstappen.2 In de brief en bijlage meteen toelichting op de beleidsinstrumenten is een aantal toezeggingen enmoties afgedaan.3 Met deze brief wordt ook de externe verkenning4 naaruitbreiding van de wettelijke taak van de publieke onderwijsinstellingenmet LLO gepubliceerd, inclusief een deelverkenning (met internationalevergelijking) naar een publieke taak basisvaardigheden voor het mbo. Hetkabinet geeft in het voorjaar van 2026 een reactie op beide verkenningen.1Zie voor een onderschrijving van het belang van LLO: SER-briefadvies voor structureleverankering van leven lang ontwikkelen d.d. 21 december 2023; Internationaal Monetair Fonds(2025) The Netherlands: Staff Concluding Statement of the 2025 Article IV Mission.; OECD(2025) OECD Economic Surveys: Netherlands 2025.2In 2023 is eveneens een overzicht gegeven van het kabinetsbeleid voor een leven langontwikkelen. Kamerstuk 30 012, nr. 156.3Met de Kamerbrief doen we de volgende toezeggingen en moties af: Motie van de leden Sarisen Patijn van 2 oktober 2025 (Kamerstuk 29 544, nr. 1302). Toezegging aan Patijn (GroenLinks-PvdA) van 24 mei 2025. Toezegging aan Thiadens (PVV) van 24 mei 2025. Toezegging aan Saris(NSC) van 24 mei 2025. Motie van het lid Gijs van Dijk van 28 januari 2021 (Kamerstuk 35 669,nr. 5). Motie van de leden Nijkerken-de Haan en Tielen van 19 november 2020 (Kamerstuk35 570 XV, nr. 31). Motie van het lid Pijpelink van 26 november 2024 (Kamerstuk 28 760,nr. 120).4Zie bijlage voor de verkenningen. Uitgevoerd door een consortium onder leiding van ECBO,Ockham IPS, Hobéon en ROA. kst-30012-161ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1611 1. LLO is belangrijk voor individu, bedrijf en samenleving Nederland is een van de meest welvarende landen van de wereld dooronze uitstekende kenniseconomie. Tegelijkertijd staat onze kenniseco-nomie en ons verdienvermogen onder druk door een te laag concurrentie-vermogen, te veel regelgeving en een niet goed werkende interne markt.Daarnaast ook door wereldwijde ontwikkelingen, bijvoorbeeld op hetgebied van klimaat en verschuivende internationale verhoudingen. Ookveranderen taken in vrijwel alle banen door snelle technologischeveranderingen zoals artificiële intelligentie en digitalisering.5Daarbij hebben we te maken met een krimpende beroepsbevolking dooreen dubbele vergrijzing en een laag geboortecijfer.6 Dat leidt tot eenkrappe arbeidsmarkt, waardoor bedrijven niet optimaal kunnen produ-ceren. LLO biedt oplossingen om mensen, bedrijven en de samenleving teversterken.LLO vergroot wendbaarheid en weerbaarheidMensen die zich blijven ontwikkelen blijken wendbaarder en weerbaarderbij veranderingen die zij ervaren. Ze zijn beter in staat zich aan te passenaan de veranderende vraag op de arbeidsmarkt. Door nieuwe kennis enandere vaardigheden te leren, kunnen ze vaker hun baan behouden,daarin doorgroeien of ander werk vinden. Dat heeft een positieve invloedop hun eigenwaarde, op hun waarde voor de arbeidsmarkt en op desamenleving als geheel.LLO versterkt innovatievermogen en productiviteit van het bedrijfslevenBedrijven profiteren van een bedrijfscultuur waarin leren van en metelkaar normaal is. Mensen die nieuwe vaardigheden ontwikkelen werkenbeter en efficiënter. Daarmee helpen ze bedrijven innoveren, slimmerproduceren en nieuwe producten of diensten ontwikkelen. LLO stimuleerthet aanpassingsvermogen van bedrijven aan nieuwe technologieën enmarktveranderingen. Dit leidt tot een hogere productiviteit.2. LLO in Nederland op dit moment Het gemiddelde opleidingsniveau van de beroepsbevolking is hoog. Hetaantal mensen dat deelneemt aan scholing is een van de hoogste vanEuropa. Het aantal mensen dat leert op en van het werk nam de afgelopenjaren toe.7 Daarbij investeren werkgevers en werkenden voor eenbelangrijk deel zelf in leren en ontwikkelen, is het huidige arbeidsaanbodvan hoge kwaliteit en is de werkloosheid relatief laag.8 Maar we zien ookdat niet iedereen aan scholing deelneemt en dat de leermogelijkhedenweinig toenemen. Daarbij hebben ongeveer 3 miljoen volwassenentussen de 16 en 75 jaar moeite met basisvaardigheden, zoals taal- enrekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen. Daarbij geeft eenrelatief grote groep werkenden in Nederland aan dat ze niet over de(digitale) vaardigheden beschikken die nodig zijn voor hun baan.95SER-advies AI en werk – Samen naar een werkende toekomst met AI d.d. 22 mei 2025.6Zie ook Gematigde Groei, Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.7OECD (2025) Trends in Adult Learning; Eurostat (2024) Adult Education Survey, Eurostat (2025),Labour Force Survey.8TNO (2024) Trend in kwaliteit van de arbeid 2014–2022; OECD (2025) OECD EmploymentOutlook 2025; SEO (2024) Marktmonitor private aanbieders van beroepsopleidingen.9PIAAC (2024) Kernvaardigheden van volwassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1612 De deelname aan LLO is scheef verdeeldDe deelname aan LLO verschilt sterk tussen groepen mensen. Dedeelname is het hoogst onder jonge mensen met een hbo- of wo-diplomadie bij een grote organisatie werken. Het opleidingsniveau is daarbij desterkste voorspeller. Mensen die op jonge leeftijd geen diploma hebbenbehaald, of een lage (formele) opleiding hebben afgerond nemen samenmet 55-plussers het minst deel aan LLO.10Er is ook een groot verschil tussen werkenden en niet-werkenden. Ruimde helft van de werkenden volgde cursussen in de periode 2004–2024.Onder niet-werkenden is dit ongeveer twee op de tien. Mensen die hetmeeste baat hebben bij scholing, participeren het minst. Tegelijkertijd ishet bevorderen van deelname door alle mensen noodzakelijk voor deuitdagingen op de arbeidsmarkt en de grote transities waar Nederlandvoor staat.Deelname aan leermogelijkheden neemt weinig toeDe scholingsdeelname in Nederland is vooral kortdurend en gericht op deuitoefening van de huidige functie Scholing gericht op een overstap naarander soort werk of een andere sector komt veel minder voor. Dedeelname van volwassenen aan formeel onderwijs (gericht op behalendiploma of door de overheid erkend certificaat) blijft achter. Ook zien wede afgelopen jaren geen stijging in informeel leren. Terwijl informeel lereneen groot deel uit maakt van het leren van volwassenen.11De komende jaren zal een hogere deelname aan LLO noodzakelijk zijn omde economie en samenleving sterk en veerkrachtig te houden. Het isdaarom van belang dat we de leercultuur versterken en de vraag naar LLOstimuleren onder alle werkenden, werkzoekenden en werkgevers.3. Oorzaken achterblijven LLO Werkgever investeert vooral binnen de arbeidsrelatieWerkgevers hebben een wettelijke scholingsplicht om ervoor te zorgendat werknemers de noodzakelijke scholing volgen voor het uitoefenen vanhun functie. Dat verklaart de hoge deelname aan kortdurende functiege-richte scholing en het feit dat vier op de vijf cursussen volledig doorwerkgevers is gefinancierd.12Door te investeren in de ontwikkeling van werknemers kunnenwerkgevers werknemers langer aan zich binden en de productiviteit vanhun werknemers verhogen. Werkgevers zijn daarbij vooral gericht op(behoud van) de bestaande arbeidsrelatie. Dat betekent dat scholingminder bereikbaar is voor mensen zonder vast contract en dat omscholingnaar een andere sector niet gemakkelijk van de grond komt.Veel collectieve afspraken, geen collectief bereikVerreweg de meeste van de ongeveer 6 miljoen werkenden kunnen viahun cao investeren in hun eigen ontwikkeling via LLO-diensten. Op veelterreinen worden collectieve afspraken gemaakt over scholing enontwikkeling. Sectorfondsen faciliteren dit. Gemiddeld besteden sector-10SER en TNO (2023) Monitor leercultuur; SCP (2019) Grenzen aan een leven lang leren; ROA(2018) Leren onder werkenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt.11SER en TNO (2023) Monitor Leercultuur 2023; ROA (2024) Leren en Ontwikkelen in Nederland.12ROA(2025) Scholing en baanmobiliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1613 fondsen jaarlijks € 200 tot € 300 miljoen aan LLO-activiteiten.13 Daarbijzijn er grote verschillen tussen sectorfondsen. Afspraken over scholing enontwikkeling komen niet in alle sectoren en niet voor alle beroepsgroepeneven goed van de grond. De sectorfondsen die scholing financieren doendit voornamelijk voor korte trainingen en cursussen.Omscholing wordt beperkt gefaciliteerdDe meeste activiteiten van sectorfondsen zijn gericht op het aantrekkenvan nieuwe medewerkers en/of het verder ontwikkelen van medewerkersdie al actief zijn in de sector. Scholing gericht op omscholing naar anderesectoren is slechts beperkt beschikbaar. Dit leidt tot ongelijke toegang totontwikkelmogelijkheden en belemmert de wendbaarheid en weerbaarheidvan de beroepsbevolking.Minder LLO in het mkbLeren en ontwikkelen is in het mkb minder vanzelfsprekend dan bijgrotere bedrijven, terwijl juist het mkb als de ruggengraat van deeconomie hier baat bij heeft. Vaak hebben werkgevers in het mkb gebrekaan tijd, capaciteit, kennis of geld, om zich te richten op de toekomstbe-stendigheid van de onderneming en het op peil houden van de kennis envaardigheden van hun werknemers. Dit wordt versterkt door de huidigekrapte op de arbeidsmarkt.Individuele belemmeringen voor LLOWe zien dat mensen op individueel niveau drempels of belemmeringenervaren bij LLO:14•Financiële drempels. De kosten van cursussen, trainingen en opleidin-gen zijn voor het individu vaak hoog. Bovendien kunnen mensen doorscholing soms tijdelijk minder werken, verdienen ze daardoor minderen haken dan af.•Tijdgebrek. Een drukke baan of zorgtaken naast het werk maken dat eronvoldoende tijd over is om te leren buiten het werk.•Gebrek aan overzicht. Mensen weten niet altijd waar ze moetenbeginnen of welke keuzes er zijn. Daardoor starten ze veelal niet metleren.•Gebrek aan motivatie door combinatie van factoren, zoals gebrek aanondersteuning vanuit de directe omgeving, negatieve ervaringen metleren, of weinig zelfvertrouwen.Passend opleidingsaanbod ontbreektHet opleidingsaanbod voor volwassenen sluit op dit moment onvol-doende aan op de vraag van de veranderende (regionale) arbeidsmarkt.Dit geldt zeker voor omscholing. Met name langere scholingstrajecten zijnvaak onvoldoende flexibel, sluiten onvoldoende aan op iemands werk- enleerervaring en op de behoefte van het bedrijfsleven. Dit is vooralproblematisch voor mensen die extra ondersteuning nodig hebbenvanwege een taalachterstand of die geen formele diploma’s en certificatenhebben. Scholing is vaak niet toegankelijk buiten reguliere werktijden enheeft te weinig startmomenten, waardoor kansen op ontwikkeling enduurzame inzetbaarheid onbenut blijven.13ECBO (2022) Vijfde Monitor O&O.14Panteia (2019) Belemmeringen Leven Lang Ontwikkelen; SCP (2019) Grenzen aan een levenlang lerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1614 Regelingen zijn tijdelijk, versnipperd en onvoldoende samenhangendDe afgelopen jaren is op verschillende manieren beleid gevoerd om LLOte stimuleren. Dit was vanuit de rijksoverheid vooral met tijdelijkesubsidies vanuit verschillende departementen. Deze kortlopendesubsidies hebben niet tot blijvende veranderingen geleid.Ook andere overheden op Europees, landelijk, provinciaal, sectoraal ofregionaal niveau werkten veelal met tijdelijke regelingen, vaak voorspecifieke doelgroepen. Bezien vanuit het perspectief van mensen enorganisaties die gebruik willen maken van de regelingen kan het lastig zijnde weg te vinden in dit versnipperde en steeds veranderende aanbod.Werkgevers, werkenden, niet-werkenden en opleiders hebben behoefteaan voorspelbaarheid en duidelijkheid in beleid, zodat wet- en regelgevingrisico’s voor alle partijen afnemen en investeringen toenemen.4. Doelen en instrumenten LLO-beleid De inzet van het kabinet op LLO is aanvullend op de inzet en verantwoor-delijkheid van sociale partners, sectoren, publieke partijen, opleiders enmensen zelf. Het beleid is gericht op het ondersteunen en toegankelijkermaken van LLO voor alle belanghebbenden. Daarnaast investeren demeeste vakdepartementen in de scholing van hun «eigen» beroeps-groepen. Om de productiviteit in Nederland te versterken nemen we totslot maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan het verhogen van dearbeidsproductiviteit, waaronder acties gericht op LLO.15Het beleid voor LLO is een gedeelde verantwoordelijkheid van deMinisteries van SZW, OCW en EZ. We werken samen aan een toekomstbe-stendige arbeidsmarkt waarin leren en ontwikkelen vanzelfsprekend isvoor onze beroepsbevolking. Onze LLO-aanpak heeft drie doelen:1)Meer mensen volgen scholing.2)Meer bedrijven en organisaties investeren in informeel leren en eensterke leercultuur.3)Leren en ontwikkelen sluit beter aan op de behoeften van hetbedrijfsleven en de regio.Hierna volgt per doel een beknopt overzicht van de instrumenten die wedaarvoor inzetten. In bijlage 1 is een nadere toelichting opgenomen bij deinzet via deze instrumenten.Meer mensen volgen scholingWe willen de deelname aan scholing onder volwassenen omhoogbrengen. Vooral de deelname aan praktijkgerichte scholing die nodig isvoor maatschappelijke opgaven als de energietransitie en die krapte inmaatschappelijk cruciale sectoren tegengaat. Ook willen we mensenscholen die daar het meeste baat bij hebben en in wie nu minder wordtgeïnvesteerd. Zo helpen we mensen om hun talenten in te zetten en zichvoor te bereiden op toekomstige banen.Wat we doen staat samengevat in onderstaand overzicht:15Kamerstuk 29 544, nr. 1287, de Productiviteitsagenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1615 Doel: meer mensen volgen scholing1SubdoelenInstrumentenGeld en tijdpada) Financieel mogelijk maken van scholing meteen (gedeeltelijke) subsidie of met een lening.– SLIM scholingssubsidie binnen de SLIMmkb-regeling (SZW), gekoppeld aan deOntwikkelpaden van maatschappelijk crucialesectoren»€ 73,8 mln. over periode 2025/2027– Ondersteuning (OCW en SZW) bij inrichtenen implementeren van sectorale Ontwikkelpa-den.Nationale Aanpak Professionalisering LerarenIncidentele subsidies o.b.v. kaderregeling.± € 100.000 per Ontwikkelpad in 2024–2026Incidentele subsidies o.b.v. subsidieregelingco-creatielabs en subsidieregeling voor eentegemoetkoming in de kosten voor dedeelname van leraren aan professionalise-ringstrajectenb) Inrichten van sectorale Ontwikkelpaden ominstroom, doorstroom en overstappen tevergemakkelijken en mensen te helpen een(nieuwe) baan te vinden– Ondersteuning (OCW en SZW) bij inrichtenen implementeren van sectorale Ontwikkelpa-den.– Nationale Aanpak ProfessionaliseringLerarenIncidentele subsidies o.b.v. kaderregeling.± € 100.000 per Ontwikkelpad in 2024–2026Incidentele subsidies o.b.v. subsidieregelingco-creatielabs en subsidieregeling voor eentegemoetkoming in de kosten voor dedeelname van leraren aan professionalise-ringstrajectenc) Aanbod aan scholing en financierings-mogelijkheden transparant maken voor mensen– Onderwijsagenda LLO: Leeroverzicht, metspecifieke aandacht voor praktijkgerichtescholing uit Ontwikkelpaden.– Regionale scholingsfondsen verbinden aande arbeidsmarktinfrastructuur zodatfinanciële instrumenten beter wordengevonden en besteed.€ 44,7 mln. over 2022/2025d) Meer mogelijkheden bieden voor het volgenvan opleidingen in mbo, hbo en wo of delendaarvan– Onderwijsagenda LLO: Verkenningwettelijke opdracht LLO voor mbo, hbo en wo€ 0,5 mln. voor verkenning in 2025– Onderwijsagenda LLO: Wet NLQF en Wetleeruitkomsten.– NGF-project LLO-katalysator: bouwsteen 3:stimuleren LLO aanbod bij kennisinstellingen€ 64 mln2. 2023/2026e) Arbeidsmarktinfrastructuur hervormen metonderwijspartijen als nieuwe partner + betereverankering verkennen in wet- en regelgevingvan de inzet op scholing door gemeenten enUWV– Wet- en regelgeving aanpassen– Werkcentra openen in alle arbeidsmarktre-gio’s voor laagdrempelig advies over werk enscholing– Verkenning harmonisering wet- enregelgeving scholing door gemeenten enUWV2026: Werkcentra in alle arbeidsmarktregio’s2027: wetgeving in werkingf) Verkennen publiek-private infrastructuur voorpersoonlijke leer- en ontwikkelbudgetten.Gericht op duurzaam en toegankelijk financieelsysteem voor leven lang ontwikkelen.– Verkennen mogelijkheden in invullingenvoor een leerrekening.– Bijzondere aandacht voor flankerend beleidgericht op ondersteuning voor mensen diezich niet snel laten scholen.€ 0,1 mln. voor onderzoek in 2026. Opleveringuiterlijk december ’26.1 De instrumenten en bijbehorende bedragen in dit overzicht zijn terug te vinden in de respectievelijke begrotingen van de drie departementen2 Deze middelen zijn onderdeel van het totaal aan € 392 mln. voor het gehele programma waarvan tot dusver € 167 mln. is toegekend voortranche 1 en € 225 mln. is voorwaardelijk toegekend voor de periode 2026–2030. Meer bedrijven investeren in informeel leren en leercultuurWe willen stimuleren dat leren en ontwikkelen voor iedereen binnenbereik komt en er een sterke leercultuur ontstaat in bedrijven en organi-saties. Wat we doen:Doel: informeel leren en leercultuur stimulerenSubdoelen:InstrumentenGeld en tijdpada) MKB en werkenden in het mkb laten zien datleren en ontwikkelen loont– Programma Leercultuur (SZW)2024/2027– Onderwijsagenda LLO:– Nationaal Groeifonds LLO-Katalysator(bouwsteen 4 leercultuur)€ 64 mln.1 over periode 2023/2030.b) MKB stimuleren om meer te doen voor lerenen ontwikkelen in hun organisaties– SLIM mkb-regeling (SZW)€ 40 mln. per jaar over 2025/2029Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1616 Doel: informeel leren en leercultuur stimulerenSubdoelen:InstrumentenGeld en tijdpadc) Verbeteren aansluiting informeel leren op(maatwerk in) scholingOnderwijsagenda LLO (OCW) onderdelen:– Vereenvoudiging deelname onderdelenformeel onderwijs mbo, hbo en wo– Bevorderen maatwerk in scholingstrajectenvoor mensen met relevante werkervaringContinud) Kennis vergroten over de werkzaamheid vanacties om mensen te stimuleren tot leren enontwikkelen– Meerjarig InvesteringsprogrammaDuurzame Inzetbaarheid en LLO (MIP) (SZW)– Waaronder Expeditie-regeling (SZW)€ 9 mln. per jaar€ 11 mln.1 Deze middelen zijn onderdeel van het totaal aan € 392 mln. voor het gehele programma waarvan tot dusver € 167 mln. is toegekend voor tranche1 en € 225 mln. is voorwaardelijk toegekend. Beter aansluiten op behoeften aan opleidingsaanbod bij bedrijfsleven enregioWe zetten erop in dat het opleidingsaanbod van publieke en privateopleiders beter gaat inspelen op de behoeften aan opleidingsaanbod bijmensen en bedrijfsleven. Hoe we dit doen staat in het volgende overzicht.Doel: met opleidingsaanbod aansluiten op behoeften bedrijfsleven en regioSubdoelen:InstrumentenGeld en tijdpada) Publieke onderwijs regionaal beter latenaansluiten op de behoeften aan bij- enomscholing van het bedrijfsleven, de werken-den en werkzoekendenOnderwijsagenda LLO:– Hybride docenten,€ 4 mln. voor pilot hybride docenten– Goede aansluiting onderwijs op hervormingarbeidsmarktinfrastructuurN.v.t.– Onderwijsagenda LLO:– NGF-project LLO-katalysator: versterkingregionale hubs en bedrijfsvakscholen.1€ 10 mln. 2025/2026NGF-project LLO-katalysator: bouwsteen 2publiek-private samenwerking op LLOaanbod voor de energie en grondstoffentran-sitie€ 39 mln. 2023/2026b) Skillstaal maken en skillsgerichte arbeids-markt stimuleren– NGF-project: Vaardig met vaardigheden/CompetentNL€ 25 mln. over 2022/2025c) Publiek-private samenwerking in de regio intechniek en ICT versterken en daarmee vraag enaanbod beter op elkaar aan laten sluiten– NGF-project: Opschaling publiek-privatesamenwerking in het beroepsonderwijs€ 210 mln.2 over periode 2023/2030.1 Deze middelen zijn onderdeel van het totaal aan € 392 mln. voor het gehele programma waarvan tot dusver € 167 mln. is toegekend voortranche 1 en € 225 mln. is voorwaardelijk toegekend voor de periode 2026–2030.2 Hiervan is € 152,6 mln. toegekend en € 57,4 mln. voorwaardelijk toegekend. 5. Afsluiting en vervolgstappen Het kabinet zet met het LLO-beleid in op het stimuleren van de deelnameaan LLO. Met daarbij in het bijzonder aandacht voor mensen die nu nog teweinig deelnemen. Tegelijkertijd is LLO complex en veelomvattend. LLOvraagt om een gedragsverandering. Mede daardoor is het lastig om snelvooruitgang te boeken.Zo bereiken we nog niet iedereen. Voor mensen in een kwetsbare positieop de arbeidsmarkt is het extra belangrijk dat leren laagdrempelig,begrijpelijk en goed bereikbaar is. Denk aan werkenden zonder startkwali-ficatie en mensen met weinig basisvaardigheden. Private partijenontplooien veel initiatieven, maar bereiken niet iedereen.Ook gemeenten en UWV hebben hier een verantwoordelijkheid. Zokunnen hardnekkige achterstanden ontstaan bij de mensen die slechttoegang hebben tot leren en ontwikkelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1617 Dit kabinet wil de deelname aan en de toegang tot leren en ontwikkelenverbeteren. Vanuit haar overkoepelende positie probeert de overheid allebetrokkenen te bewegen tot een meer structurele aanpak. Zodat leren enontwikkelen voor iedereen vanzelfsprekend wordt én dat iedereentoegang krijgt tot leer- en ontwikkelingsmogelijkheden. Kortom eengezamenlijke, duurzame, inzet op LLO, die consistent en voorspelbaar is,en die gebruik maakt van een robuuste infrastructuur voor LLO.16Met middelen uit het Nationaal Groeifonds werken we aan de inrichtingen het verbeteren van een publieke infrastructuur voor LLO, waaronder:Leeroverzicht en CompetentNL. Met Leeroverzicht wordt informatie overwelke skills kunnen worden opgedaan en welk potentieel daarvoor is in dearbeidsmarkt via modules inzichtelijk gemaakt. CompetentNL is deNederlandse standaard voor het beschrijven van skills, beschikbaar alsopen data voor ontwikkelaars van toepassingen zoals een skillspaspoort.We werken ook aan een betere publiek-private samenwerking tussenonderwijs en arbeidsmarktpartijen via projecten als het OpschalenPubliek-Private-Samenwerking en de LLO Katalysator.Ook dit doen we met tijdelijke NGF-middelen, met als doel om dezeverbeteringen aan de publieke infrastructuur voor LLO te bestendigen enin te bedden in het breder economisch- en arbeidsmarktbeleid.Het kabinet is gestart met een ambtelijke verkenning naar de mogelijk-heden van een persoonlijke leerrekening. De leerrekening sluit aan bij degedeelde verantwoordelijkheid van mensen zelf, werkgever en deoverheid. De leerrekening maakt financiële mogelijkheden inzichtelijk, endraagt bij aan het creëren van overzicht. Juist deze brede inzetbaarheid eneigenaarschap maken een persoonlijke leerrekening tot een belangrijkebouwsteen in het LLO-beleid. Hiervoor zijn geen (aanvullende) middelenbeschikbaar. Daarbij komen bij het vormgeven van een leerrekening veel(technische) keuzes kijken, wat het complex maakt om op korte termijn terealiseren. Het is hierom belangrijk om snel en grondig aan de slag tegaan met de resultaten van de verkenning.Ook heeft het kabinet onderzoek laten doen naar uitbreiding van dewettelijke taak op LLO voor publieke onderwijsinstellingen. Het onderzoektoont hoe de publieke infrastructuur beter kan worden ingericht voor bij-en omscholing. Zodat het onderwijs beter aansluit op de veranderendearbeidsmarkt, en de vraag van bedrijven, werkenden en werkzoekenden.Parallel hieraan is een deelverkenning uitgevoerd naar de rol van publiekembo-instellingen in de bijscholing van groepen met minder basisvaardig-heden. Het kabinet geeft in het voorjaar van 2026 een reactie op beideverkenningen. De verkenningen zijn bijgevoegd bij deze brief.Het kabinet sluit met deze activiteiten aan op de hervorming van deregionale arbeidsmarktinfrastructuur. Daarnaast stimuleren we een betereaansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt met behulp van depubliek-private regionale samenwerking, de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, de bundeling van publieke en private financieringsstromen,de inzet op sectorale Ontwikkelpaden en skillsgerichte werving. Via de16SER-briefadvies voor structurele verankering van leven lang ontwikkelen d.d. 21 december2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1618 Regionale Werkcentra komt op regionaal niveau scholingsadviesbeschikbaar voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Zo blijvenwe gezamenlijk werken aan een leven lang ontwikkelen.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. PaulDe Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,G. MoesDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. BeckingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 012, nr. 1619
Gerelateerde bronnen
- In de LLO-brief gaat de minister ook in op persoonlijke ontwikkelbudgetten.
In de LLO-brief gaat de minister ook in op persoonlijke ontwikkelbudgetten.
- De minister zegt toe zich te verdiepen in de knelpunten waar scholingsfondsen tegenaan lopen en komt hierop terug in de aankomende brief over LLO.
De minister zegt toe zich te verdiepen in de knelpunten waar scholingsfondsen tegenaan lopen en komt hierop terug in de aankomende brief over LLO.
- In de LLO-brief gaat de minister ook in op de toegankelijkheid van de LLO-faciliteiten.
In de LLO-brief gaat de minister ook in op de toegankelijkheid van de LLO-faciliteiten.
- De Kamer ontvangt de brief over LLO-beleid eind 2025.
De Kamer ontvangt de brief over LLO-beleid eind 2025.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.