Verslag Landbouw- en Visserijraad van 22-23 juni 2026
Brontekst
Versie ac5f1f7cd339c52d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1825 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANLANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Op 22 en 23 juni jl. vond de Landbouw- en Visserijraad (hierna: Raad)plaats in Luxemburg. Met deze brief informeren wij de Kamer over deuitkomsten van de Raad.I. Verslag Landbouw- en Visserijraad d.d. 22–23 juni 2026 Diversenpunt Voorzitterschap: Voortgangsrapportage Meerjarig FinancieelKader – Verordening betreffende de voorwaarden voor steun van de Unievoor visserij, aquacultuur en maritiem beleid voor de periode 2028–2034Op voorspraak van het Cypriotisch voorzitterschap werd tijdens de Raadhet agendapunt over een deelakkoord voor de sectorale verordening voorvisserij, aquacultuur, maritiem beleid en oceaanpact onder het volgendeMFK aangepast naar een diversenpunt waarbij het voorzitterschap deRaad informeerde over de voortgang van de onderhandelingen.Zowel de lidstaten als de Europese Commissie (hierna: Commissie)vonden dat aanzienlijke vooruitgang is geboekt. Tegelijk bestonden er nogte veel onzekerheden voor veel lidstaten om nu al in te kunnen stemmen.De zorgpunten van veel lidstaten hadden betrekking op onduidelijkhedenten aanzien van financiering van de wettelijke taken (datacollectie,controle en handhaving) en op de uitwerking van het Do No SignificantHarm (DNSH)-principe; het principe heeft als doel dat er geen ernstigeafbreuk mag worden gedaan aan bestaande EU-milieudoelstellingen.Deze aspecten zijn geen onderdeel van de sectorale verordening, maarvan respectievelijk de verordening betreffende Nationale en RegionalePartnerschapsplannen (NRPP) en de verordening betreffende hetprestatiekader. Daarnaast bestonden bij enkele lidstaten en de Commissienog zorgen over de onvolledige omzetting van het WTO-akkoord overvisserijsubsidies en het al dan niet expliciet opnemen van subsidiemoge-lijkheden voor de nieuwbouw van vaartuigen. Nederland herkende enkelevan de zorgen die verschillende lidstaten opbrachten, met name over definanciering van de wettelijke taken en het DNSH-principe, en maakte kst-21501-32-1825ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18251 daarom nog een studievoorbehoud. Het Cypriotisch voorzitterschap gafaan tot de laatste dag van zijn mandaat te proberen om tot een akkoord tekomen.Duurzame visserij in de EU: stand van zaken en oriëntatie voor 2027 en deevaluatie van het Gemeenschappelijk VisserijbeleidDe Commissie presenteerde de evaluatie van het GemeenschappelijkVisserijbeleid (GVB) en de jaarlijkse Commissiemededeling over de standvan zaken van duurzame visserij in de EU en de oriëntatie op de vangst-mogelijkheden voor 2027 en gaf aan dat steeds meer visbestandenduurzaam worden beheerd. Tegelijkertijd is er echter ook een toenamevan visbestanden die niet herstellen, vooral in de Oostzee en de KeltischeZee. De Commissie benadrukte het belang van een goede balans tussenvlootcapaciteit en vangstmogelijkheden en sprak haar zorgen uit over deimpact van de hoge brandstofprijzen op het verdienvermogen van devisserijsector. Om de huidige brandstofprijzencrisis het hoofd te biedenheeft de Commissie het crisismechanisme onder het Europees Fonds voorMaritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur (EMFAF) geactiveerd alsoplossing voor de korte termijn. Voor de lange termijn is de energietran-sitie essentieel. De Commissie onderstreepte eveneens dat lage lonen enonzekerheid over toekomstperspectief generatievernieuwing belemmeren.In dat kader werd het belang van het veiliger maken en professionaliserenvan het visserijberoep genoemd. Ten aanzien van de implementatie vande aanlandplicht deelde de Commissie mede dat de doelstellingen tenaanzien van selectiever vissen en het verminderen van bijvangsten nietzijn gehaald en zij wees op het belang van het verbeteren van devangstregistratie en de implementatie van Remote Electronic Monitoring.In het kader van de vangstonderhandelingen met derde landen gaf deCommissie aan te blijven inzetten op duurzame partnerschappen enrobuuste verdeelsleutels. Tevens benadrukte zij dat een gelijk speelveldvoor Europese vissers belangrijk is, maar niet ten koste van duurzaamheidmag gaan. De Commissie noemde hier ook de overbevissing doorRusland en riep zowel Rusland als de Faeröer op tot duurzame visserij.In de Raad was brede steun voor de inzet op duurzame visserij gebaseerdop wetenschappelijke vangstadviezen. Omdat klimaatverandering enandere antropogene factoren een steeds grotere impact hebben op hetherstel van visbestanden, vinden verschillende lidstaten, waaronderNederland, het belangrijk dat een meer holistische aanpak wordt gekozen,waarbij ook het belang van stabiliteit en de sociaal-economische impacteen nadrukkelijke plaats hebben in de besluitvorming. Nederland wees indit kader onder andere op het belang van stabiliteit voor de investeringendie nodig zijn voor de modernisering en de energietransitie. Verschillendelidstaten benoemden dat meer aandacht nodig is voor de impact vantoenemende populaties predatoren (aalscholvers en zeehonden) op hetherstel van visbestanden.Het belang van een goede relatie met derde landen voor duurzamevisserijakkoorden, met verdeelsleutels gebaseerd op historischevangstrechten, werd ook door verschillende lidstaten benadrukt. Veellidstaten wezen op de moeilijke uitvoerbaarheid van de aanlandplicht alseen van de oorzaken voor het uitblijven van resultaten op het vermin-deren van teruggooi. Twee lidstaten benadrukten dat enkel inzet opcontrole en handhaving de situatie niet zal verbeteren. Nederlandverwelkomde dat de Commissie in haar mededeling aankondigt deaanlandplicht effectiever te willen maken, en gaf aan in dit kader tewerken aan een AI-systeem voor automatische vangstregistratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18252 Vereenvoudiging was ook een belangrijk thema voor veel lidstaten. In ditkader werd de urgentie van een herziening van de meerjarenplannenbenoemd. Nederland wees daarbij specifiek op de juridische onzekerheidvan de 5%-regel. Ook werd door verschillende lidstaten benoemd datoverbodige regelgeving modernisering van de vloot in de weg staat. Hetgaat daarbij om beperkingen aan investeringssteun in motoren ennieuwbouw en bijvoorbeeld het capaciteitsplafond, maar ook om decontroleregels. Tenslotte gaven verschillende lidstaten aan dat hetaquacultuurbeleid in een toekomstig GVB een prominentere plek moetkrijgen en voldoende financiering behoeft, mocht de EU haar ambitie metbetrekking tot groei van deze sector willen waarmaken.Diversenpunt Europese Commissie: MedFish4EverDe Commissie koppelde terug over de conferentie «MedFish4Ever» diemei jl. is gehouden in Cyprus. De Commissie was blij met de groteopkomst van landen uit het hele Middellandse Zeegebied. De discussieszagen op de cruciale rol van visserij en aquacultuur voor de kustgemeen-schappen. Het visserijbeheer in de Middellandse Zee laat een positievetrend zien. De helft van de visbestanden herstelt en de MSY (Maximaalduurzame opbrengst)-doelstelling lijkt voor het eerst haalbaar.Deelnemers hebben ook duidelijk gemaakt dat er nog grote uitdagingenzijn, zoals overbevissing, en dat voor teveel bestanden nog geen adviesbeschikbaar is. Op de conferentie zijn de prioriteiten vastgesteld voor hetkomende decennium. Lidstaten aan de Middellandse Zee onderschrevende goede uitkomsten van de conferentie en waren blij met de goedesamenwerking. Nederland had onder dit diversenpunt geen interventie.De volgende conferentie is in 2027 in Griekenland.Diversenpunt Duitsland: Uitvoerbaarheid van EU-controlemaatregelen omde concurrentiekracht van de Europese visserijmarkt te behoudenDuitsland benadrukte onder dit diversenpunt het belang van eenvoudigeen goed uitvoerbare controleregels en wees op problemen bij deuitvoerbaarheid van de tolerantiemarges in de schattingen van hetvangstgewicht aan boord. Tevens wees Duitsland op het belang van goedwerkende IT-systemen en interoperabiliteit en op aanhoudende proble-matiek bij invoering van het IT-CATCH systeem voor im- en exportcertifi-caten. Elf lidstaten, waaronder Nederland, steunden het diversenpunt vanDuitsland. De Commissie zegde toe om met een transparante eninclusieve werkmethode, in intensief overleg met de lidstaten, te blijvenwerken aan uitvoerbare regelgeving. De Commissie noemde de uitvoe-ringsverordening voor de weegverplichtingen cruciaal en benoemdeeveneens de successen die al bereikt zijn na invoering van het IT-CATCH-systeem met betrekking tot het weren van illegale visproducten van deEuropese markt.Diversenpunt Letland: Europese visserij in West-Afrika: vooruitzichten envolgende stappenLetland vroeg aandacht voor het specifieke belang van een visserijakkoordtussen de EU en Mauritanië voor de Letse visserijsector. Letland noemdede Europese inzet in de onderhandelingen op het gebied van vangstmo-gelijkheden te laag en wees op het risico van het mislukken van deonderhandelingen. Niet alleen zou dit desastreus zijn voor de Letsevisserijsector, ook zou de EU volgens Letland invloed verliezen in de regio.Daarnaast wees Letland erop dat wanneer de EU niet slaagt in hetafsluiten van een duurzaam visserijakkoord, andere landen zoals Ruslanden China de visserij zullen overnemen. Veel lidstaten, waaronderNederland, herkenden de zorgen van Letland en spraken de hoop uit datop politiek niveau snel een akkoord kan worden bevonden. De Commissiegaf aan zich te blijven inzetten om zo snel mogelijk een visserijprotocolmet Mauritanië af te sluiten, maar niet tegen elke prijs. Het akkoord moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18253 economisch gezond, wetenschappelijk onderbouwd en financieelaantrekkelijk zijn. De Commissie gaf ook aan oog te hebben voor despecifieke afhankelijkheid van Letland van dit akkoord en wees delidstaten op de mogelijkheid onbenutte quota te herverdelen.Diversenpunt Voorzitterschap: Stand van zaken huidige wetgevendevoorstellen (PRM-verordening; Diertransportverordening)Het Cypriotisch voorzitterschap informeerde de Raad over het voorlopigeakkoord met het Europees Parlement over de verordening inzakeplantenvermeerderingsmateriaal (PRM) en gaf een stand van zaken van debesprekingen over de Diertransportverordening.Verordening inzake plantenvermeerderingsmateriaalDe meerderheid van de lidstaten gaf aan ingenomen te zijn met decompromistekst over de PRM-verordening. Een aantal lidstatenbenadrukte nogmaals het belang van een balans tussen vereenvoudigingvan regels, kwaliteit van zaaigoed en technologisch innovatie. Nederlandbeaamde dat er een evenwichtig resultaat is bereikt.DiertransportverordeningBij de Diertransportverordening benoemde de Commissie dat het op ditcontroversiële dossier zoekt naar oplossingen. Het merendeel van delidstaten toonde zich kritisch, met name over het evenwicht tussendierenwelzijnsnormen, economische haalbaarheid, administratieve lastenen de impact op veehouderijen. Daarnaast benadrukten lidstaten hetbelang van het opleggen van dezelfde vereisten aan invoer uit derdelanden en het behoudt van Europees concurrentievermogen. Slechtsenkele landen, waaronder Nederland, gaven aan het dierenwelzijn tijdenstransport te willen verbeteren, bijvoorbeeld door meer ruimte, kortereistijden en lagere temperaturen. Nederland gaf aan dat het de verbete-ringen in de huidige teksten waardeert, maar dat het teleurstellend is datsignificante verbeteringen ten aanzien van belangrijke maatregelen overreistijden en temperaturen ontbreken en dat de oorspronkelijke ambitievoor beter dierenwelzijn daarmee op dit moment achterblijft.Diversenpunt België: BSE-monitoring in Europa: afstemming op decriteria van de WOAHBelgië, gesteund door een groot aantal lidstaten, waaronder Nederland,stelde dat de epidemiologische situatie rond Boviene SpongiformeEncefalopathie (BSE) sinds de invoering van de EU-maatregelen voorBSE-monitoring en -bestrijding in 2001 aanzienlijk is verbeterd. Belgiëverzocht de Commissie om de huidige EU-monitoringsprogramma’s, inlijn met de aanbevelingen van de Europese Autoriteit voor Voedselvei-ligheid (EFSA), aan te passen aan de criteria van de Wereldorganisatievoor Diergezondheid (WOAH) uit 2023.België benadrukte dat het huidige monitoringssysteem kostbaar is en datde vrijkomende middelen kunnen worden ingezet voor de monitoring enbestrijding van zoönose en andere opkomende dierziekten. Daarbij werdonder meer opgemerkt dat eventuele wijzigingen gebaseerd moeten zijnop de meest recente wetenschappelijke inzichten, in verhouding moetenstaan tot de gezondheids- en economische risico’s, voldoende flexibiliteitmoeten bieden bij de uitvoering van de monitoring en tegelijkertijd eengeloofwaardig minimumniveau van controle moeten waarborgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18254 De Commissie nam nota van de brede steun onder de lidstaten en gaf aanvoornemens te zijn de regelgeving via het Food and Feed vereenvoudi-gingspakket te actualiseren. De Commissie gaf aan uit te kijken naar eenspoedige afronding van dit traject, in samenwerking met de lidstaten.Diversenpunt Roemenië: Het in goed gemotiveerde gevallen versoepelenvan de strikte beschermingsstatus van de berenpopulatieRoemenië en Slowakije, met steun van een aantal lidstaten, agendeerdende moeilijkheden die beide lidstaten ervaren met de hoeveelheid beren ende impact daarvan op de samenleving. Gevolgen zijn onder anderetoenemende aanvallen op mensen, schade aan landbouw en hogemaatschappelijke (compensatie)kosten. Middels het diversenpunt vroegende betrokken lidstaten aan de Commissie om meer flexibiliteit te bieden inde strikte beschermingsstatus van beren. Verschillende lidstaten sprakensteun uit voor een discussie op EU-niveau over meer flexibiliteit bij hetbeheer van berenpopulaties binnen het kader van de Habitatrichtlijn, metname waar het gaat om het beperken van risico’s voor de veiligheid vanmensen. Daarbij werd benadrukt dat een wetenschappelijke onder-bouwing van eventuele maatregelen essentieel is.De Commissie erkende de uitdagingen en zei klaar te staan om lidstaten teondersteunen bij het vinden van praktische oplossingen. De Commissiegaf aan uit te kijken naar de suggesties van lidstaten in het kader van destresstest van de Habitatrichtlijn. Nederland intervenieerde niet.Marktsituatie, in het bijzonder na de invasie van OekraïneDit agendapunt begon met een virtuele bijdrage van vicepremier TarasKachka van Oekraïne, die een overzicht gaf van de huidige situatie in deOekraïense landbouwsector en de uitdagingen waarmee deze te makenheeft. Nederland, net zoals veel andere lidstaten, onderstreepte wederomzijn steun aan Oekraïne en benoemde het belang van het investeren innauwe economische- en handelsbetrekkingen met Oekraïne. DeCommissie gaf daarna een overzicht van de marktsituatie van deverschillende landbouwsectoren. De Commissie ging in op de situatie inhet Midden-Oosten, die geleid heeft tot een grote stijging van prijzen voorenergie, brandstoffen en meststoffen. De Commissie gaf aan dat sneldoeltreffende wetgeving nodig is om agrariërs in de EU te ondersteunen.In dat kader is op 12 juni jl. een wetgevend steunpakket voor agrariërsgeïntroduceerd. Over de Nederlandse positie is de Kamer geïnformeerd(Kamerstuk 2026D31252).De Raad herkende het beeld dat veel boeren te maken hebben met hogeinputprijzen, voornamelijk voor meststoffen, door onder andere desituatie in het Midden-Oosten en Oekraïne en bedankte daarom deCommissie voor het mobiliseren van de landbouwreserve en het biedenvan flexibiliteit in de nationale strategische plannen (GLB-NSP) om boerente ondersteunen. Enkele lidstaten uitten daarbij hun zorg over dehaalbaarheid van de voorgestelde maatregelen en wezen op de mogelijkaanvullende lasten voor handhavingsautoriteiten. In het algemeen warende lidstaten tevreden met de publicatie van het Actieplan Meststoffen(hierna: het Actieplan) van 19 mei jl. (Kamerstuk 22 112, nr. 4394) omagrariërs stabiele toegang te bieden tot voldoende en betaalbaremeststoffen. Nederland bedankte de Commissie voor het Actieplan enonderstreepte dat een efficiënter en verstandiger gebruik van meststoffendoor hergebruik, zoals RENURE, mogelijkheden biedt om de afhanke-lijkheid van derde landen te verminderen. Veel andere lidstatenbenoemden ook de noodzaak om op de lange termijn de invoer vankritieke grondstoffen vanuit derde landen te verminderen. Nederlandwees op de noodzaak de energieafhankelijkheid en het energieverbruik inde landbouw te verminderen, innovatie en duurzaamheid in de landbouw-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18255 sector te versterken en productiemethoden te ontwikkelen die efficiënterzijn en om veerkrachtige gewassen te ontwikkelen. Als laatste riepNederland samen met veel andere lidstaten op om de marktsituatie teblijven monitoren.Diversenpunt Voorzitterschap: Conferentie van de directeuren van deEU-betaalorganenHet Cypriotisch voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de directeu-renbijeenkomst van de EU-betaalorganen van 28 mei jl. Tijdens debijeenkomst is gesproken over de essentiële rol die betaalorganenvervullen (in Nederland de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) inhet uitvoeren van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). DeCommissie benadrukte daarbij de link tussen prestatie en compliance enwees op het belang van vereenvoudiging van audits.Voorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027;Diversenpunt Voorzitterschap: Stand van zaken huidige wetgevendevoorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027;Diversenpunt Voorzitterschap: Stand van zaken biologische landbouwGemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2027 – Flexibiliteit, subsidiariteiten gemeenschappelijke EU-doelstellingenHet Cypriotisch voorzitterschap organiseerde een beleidsdiscussie over devraag in hoeverre de door het voorzitterschap voorgestelde amende-menten op het Commissievoorstel voor de nieuwe GLB-verordeningevenwicht biedt tussen een duidelijk en coherent juridisch kader, meerflexibiliteit voor de lidstaten en het behoud van de gemeenschappelijkedoelstellingen. Bij de introductie van het agendapunt gaf het Cypriotischvoorzitterschap tevens een stand van zaken over de huidige wetgevendevoorstellen voor het GLB na 2027.Veel lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan dat de voorgesteldeamendementen in de juiste richting bewegen. Daarbij werden subsidia-riteit en flexibiliteit benadrukt als belangrijke uitgangspunten. Meerderelidstaten benadrukten dat GLB-interventies moeten aansluiten bij denationale, regionale en lokale omstandigheden. Zo pleitten enkelelidstaten ervoor om steunmaatregelen voor kleine landbouwers vrijwilligte houden. Nederland benadrukte, samen met diverse andere lidstaten,dat de gemeenschappelijke GLB-doelstellingen moeten worden gereali-seerd, maar dat het aan de lidstaten zelf is om te bepalen met welkeinstrumenten deze doelstellingen worden bereikt. De Commissie weeshierbij op de spanning tussen de wens van veel lidstaten voor meerflexibiliteit enerzijds en het behalen van gemeenschappelijke doelstel-lingen anderzijds.Als voorbeeld van een aanpak waarbij gemeenschappelijke doelstellingenworden gecombineerd met voldoende flexibiliteit, pleitte Nederland voorhet voorstel om 6% van het GLB-budget te reserveren voor jongelandbouwers, mits lidstaten voldoende vrijheid behouden om zelfinvulling te geven aan de instrumenten waarmee deze doelstelling wordtgerealiseerd. In dezelfde lijn pleitte Nederland voor de herintroductie vaneen afzonderlijk geoormerkt budget binnen de GLB-envelop voor natuur-,milieu en klimaatdoelen. Ook andere lidstaten benadrukten het belang vaneen voldoende ambitieuze gezamenlijke inzet op de groene doelen, ondermeer met het oog op het behoud van een gelijk speelveld binnen deEuropese Unie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18256 Verder onderstreepte Nederland het belang van betere randvoorwaardenvoor lidstaten om te kunnen kiezen voor groene GLB-maatregelen. In datkader stelde Nederland voor om de volledige DABIS-bandbreedtegeleidelijk te verlagen en de ondergrens van deze bandbreedte eventueelte schrappen, zodat lidstaten meer ruimte krijgen om een voor hunsituatie passende mix van GLB-instrumenten samen te stellen. Hetverlagen van de ondergrens van de bandbreedte werd ook bepleit doordrie andere lidstaten.Nederland benadrukte, zoals veel andere lidstaten, het belang van eentijdige implementatie van het nieuwe GLB, om stabiliteit en voorspel-baarheid voor begunstigden te waarborgen. Daarnaast benadruktendiverse lidstaten het belang van vereenvoudiging van het GLB en hetterugdringen van administratieve lasten. Ook pleitten veel lidstaten ervoorde invulling van de definitie van de actieve boer aan de lidstaten over telaten, zodat inkomenssteun gericht kan worden ingezet. Tot slot blevenverschillende lidstaten, zoals ook eerder naar voren kwam tijdens eerdereRaadsdiscussies, kritisch over de omvang van het huidige GLB-budget.Gemeenschappelijke Marktordening en biologische landbouwHet Cypriotisch voorzitterschap gaf tevens een stand van zaken van devoortgang op het wijzigingsvoorstel biologische landbouw en op dehuidige wetgevende voorstellen voor de Gemeenschappelijke Marktor-dening (GMO), onder andere over het bereikte akkoord tussen de Raad enhet Parlement over de positie van de boer in keten op 5 maart 2026.Nederland bedankte het Cypriotisch voorzitterschap voor de voortgang ophet wijzigingsvoorstel biologische landbouw, omdat het de ambitie op hetgebied van productie en gebruik in de biologisch landbouw helpt.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenDe Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-32, nr. 18257
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.