Geannoteerde agenda van de Milieuraad van 25 juni 2026
Brontekst
Versie 92472890138db051 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-08MilieuraadNr. 1033 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT, DE MINISTER VAN KLIMAAT ENGROENE GROEI EN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026Hierbij sturen wij u de geannoteerde agenda van de Milieuraad van25 juni 2026 in Luxemburg. Het kabinet is voornemens deel te nemen aandeze Milieuraad. De inhoud van deze geannoteerde agenda op hoofdlijnengeeft de meest recente stand van zaken weer.Bijgevoegd vindt u tevens het Franse non-paper betreffendeCO2-emissienormen dat Nederland, Denemarken, Luxemburg, Portugal,Spanje en Zweden medeondertekend hebben en het non-paper met deNederlandse inbreng op de publieke consultatie van de EuropeseCommissie met betrekking tot het EU-klimaatbeleid post-2030.Daarnaast ontvangt u, in acht genomen de afspraak gemaakt in het AO op12 februari 2013 jl. inzake informatievoorziening over Europese besluit-vorming1, bijgaand de inbreng van het kabinet bij de consultatie van deEuropese evaluatie van Richtlijn (EU) 2019/904 van het EuropeesParlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van deeffecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (Single-UsePlastics (SUP)-richtlijn).1Kamerstukken II, 2012–2013, 22 112, nr. 1581 kst-21501-08-1033ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10331 Tot slot wordt u geïnformeerd over de toezegging die aan de EersteKamer is gedaan over een oplossing voor het grensoverschrijdendeafvaltransport in de gemeenten Baarle-Nassau (NL) en Baarle-Hertog (BE).De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. BertramDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,V.P.G. KarremansDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der MeerDe Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van EssenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10332 I. Geannoteerde Agenda Het Cypriotische Voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie(hierna: Voorzitterschap) heeft op 29 mei jl. een conceptagenda voor deMilieuraad gedeeld. De achtergrondstukken zijn op het moment vanschrijven nog niet gedeeld door het Voorzitterschap.Op de agenda van de Milieuraad van 25 juni 2026 in Brussel staanvooralsnog op de agenda een voortgangsrapportage over de herzieningvan de regelgeving inzake CO2normen voor nieuwe personenauto’s enbestelwagens, een gedachtewisseling over het tegengaan van de risico’svan het verlies van biodiversiteit en een gedachtewisseling over dewaterweerbaarheidsstrategie. Daarnaast heeft Frankrijk een gedachtewis-seling aangevraagd over de toekomst van REACH.Voorlopig staan er vier diversenpunt op de agenda van deze Raad: Hetaankomend Ierse Voorzitterschap zal een presentatie geven over hetwerkprogramma voor de tweede helft van 2026. Het huidige Voorzitter-schap zal een terugkoppeling geven over de resultaten van de COP15 overde bescherming van migrerende soorten (Brazilië, maart 2026). Ook zullenzij een update geven over de klimaatonderhandelingen. Tot slot heeftSpanje een diversenpunt aangevraagd over het LIFE programma.Daarnaast is Nederland voornemens een diversenpunt aan te vragen overde uitkomsten van de conferentie in Santa Marta over de afbouw vanfossiele brandstoffen.Voortgangsrapportage CO2-emissienormenTijdens de Milieuraad van 17 maart 2026 vond een eerste beleidsdebatplaats over de herziening van de CO2-emissienormen voor personen- enbestelauto’s en de herziening van het voertuiglabel.2, 3 Tijdens deMilieuraad van 25 juni 2026 presenteert het Cypriotisch Voorzitterschapeen voortgangsrapportage. Het Voorzitterschap heeft ervoor gekozen omde behandeling van het voorstel in twee clusters op te delen: deCO2emissienormen en het voertuiglabel. De afgelopen maanden is doorhet Voorzitterschap met name toegewerkt naar een compromistekst overhet voertuiglabel. De voortgangsrapportage gaat naar verwachting metname in op het voertuiglabel en geeft een overzicht van de overigeopenstaande discussiepunten rond de CO2-emissienormen.Inzet NederlandDe inzet op dit wetgevingsvoorstel is onveranderd ten opzichte van deMilieuraad van 17 maart 20264 en het BNC-fiche.5 Wat betreft deCO2-emissienormen wil het kabinet zorgen voor uitvoerbare normen,daadwerkelijke innovatie op het gebied van personen- en bestelauto’s enhet verder verminderen van (toekomstige) afhankelijkheden vanNederland en de EU van fossiele brandstoffen. Hierbij zijn belangrijkeuitgangspunten het behoud van de transitie naar elektrificatie van de EUauto-industrie en het ervoor zorgen dat duurzame mobiliteit betaalbaar isen blijft voor burgers. Daarom heeft het kabinet het bijgevoegdenon-paper van Frankrijk medeondertekend samen met Denemarken,2Kamerstukken II, 2025–26, 21 501-08, nr. 1030.3Het Commissievoorstel is om de bestaande richtlijn voor energielabel te harmoniseren en tevervangen met een CO2-label als onderdeel van de CO2-emissienormen verordening. Hetvoorstel is dat het label geldt voor zowel nieuwverkoop als tweedehands verkoop vanpersonen- en bestelauto’s. Deze voertuigen worden gecategoriseerd in klassen A t/m G opbasis van de CO2-uitstoot aan de uitlaat.4Kamerstukken II, 2025–26, 21 501-08, nr. 1026.5Kamerstukken II, 2025–26, 22 112, nr. 4273.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10333 Luxemburg, Portugal, Spanje en Zweden. In het non-paper wordt hetbehoud van de prikkel tot elektrificatie benadrukt binnen de beleidsdis-cussie over de CO2emissienormen. Het gaat in op het belang hiervoorvoor de EU-klimaatdoelen, het vergroten van betaalbaarheid voor burgersen ondernemers, de investeringszekerheid voor de sector, het lange-termijn concurrentievermogen van de EU-auto-industrie en de rol vanhernieuwbare brandstoffen in het wegvervoer. Het non-paper is daarmeepositief voor de Nederlandse belangen in deze fase van de onderhande-lingen over de CO2emissienormen.Wat betreft het voertuiglabel is het kabinet kritisch over het Commissie-voorstel op twee concrete punten. Ten eerste over de administratievelasten voor sectorpartijen als gevolg van de voorgestelde uitbreiding vanhet voertuiglabel naar tweedehands voertuigen. Ten tweede over debeperkte effectiviteit en toekomstbestendigheid van een voertuiglabel datCO2-emissies gebruikt als uitgangspunt, zonder te kijken naar energiever-bruik. Tijdens de onderhandelingen heeft het kabinet zich ervoor ingezetom de uitvoerbaarheid te vergroten en de administratieve lasten voor desector te beperken. Daarnaast heeft het kabinet zich ervoor ingezet omenergieverbruik een groter onderdeel uit te laten maken van de classifi-catie op het voertuiglabel.KrachtenveldEr zijn naar verwachting geen wijzigingen in de posities van lidstaten tenopzichte van de vorige Milieuraad op 17 maart jl. Uitzondering hieropvormt de discussie over het voertuiglabel. Een groep lidstaten, waaronderNederland, pleit namelijk voor het beperken van de administratieve lastenals gevolg van de uitbreiding naar tweedehands voertuigen. Een kleineregroep lidstaten, waaronder Nederland, pleit bovendien voor zodanigeaanpassing van het label dat het voor elektrische auto’s op het stroomver-bruik wordt gebaseerd. Op beide punten lijkt het voorzitterschap eencompromis te hebben gevonden, waarbij de hoeveelheid tweedehandsvoertuigen waarop het nieuwe label van toepassing moet zijn, beperktwordt en er een combinatie van CO2-emissies en energieverbruik wordtverkend.De grootste uitstaande punten bevinden zich vooralsnog op het gebiedvan de CO2emissienormen. Een groep lidstaten zal inzetten op hetaanpassen van de definitie van de bestaande definitie zero-emissievoertuigen (0 g CO2/km aan de uitlaat). Zij stellen voor dat voertuigen dieenkel rijden op hernieuwbare brandstoffen meegeteld moeten worden alszero-emissie. Enkele lidstaten zullen bovendien pleiten voor het nietaanscherpen van de zogenaamde utility factor: de correctiefactor die debij typegoedkeuring aangenomen uitstoot van plug-in hybride elektrischevoertuigen (PHEVs) corrigeert op basis van data over het praktijkverbruikvan deze voertuigen. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, zijn juistkritisch op deze voorstellen en benadrukken het belang van betrouwbare,verifieerbare en methodologisch gedegen data in de discussie overhernieuwbare brandstoffen en de utility factor, mede met het oog optransparantie richting consumenten. Deze lidstaten benadrukkenbovendien dat de prikkel tot elektrificatie behouden moet blijven tenbehoeve van onder andere de klimaatdoelen, betaalbaarheid, industriëleweerbaarheid, concurrentievermogen en energieveiligheid.Gedachtewisseling over de WaterweerbaarheidsstrategieTijdens de Milieuraad van 25 juni 2026 vindt een gedachtewisseling plaatsover de Waterweerbaarheidsstrategie. Deze gedachtewisseling vindtplaats een jaar na de publicatie door de Commissie van de EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10334 Waterweerbaarheidsstrategie en de bijbehorende aanbeveling overwaterefficiëntie. Beide zijn geapprecieerd via een BNCfiche.6 De gedachte-wisseling zal gaan over de huidige stand van zaken met betrekking tot deuitvoering van de Waterweerbaarheidsstrategie.Tijdens de Milieuraad van oktober 2025 zijn Raadsconclusies over deWaterweerbaarheidsstrategie aangenomen. Nederland verwelkomde deRaadsconclusies. In haar interventie benadrukte Nederland onder anderehet belang van grensoverschrijdende samenwerking voor waterbeheer.Ook benadrukte Nederland het belang van efficiëntie en het verminderenvan regeldruk in de uitwerking van de strategie.Inzet NederlandEen jaar na publicatie heeft Nederland de volgende stappen ondernomendie Nederland, kan delen in de Milieuraad:In algemene zin is waterweerbaarheid inmiddels een bekend begripbinnen de verschillende Nederlandse beleidssectoren. De Waterweerbaar-heidsstrategie wordt vertaald naar nationaal beleid, waaronder hetgelieerde Deltaprogramma en klimaatadaptatiebeleid, en draagt bij aanhet vergroten van de waterweerbaarheid van Nederland.De samenwerking met buurlanden en internationale riviercommissies isvoor het kabinet belangrijk. Binnen de riviercommissies vindengesprekken plaats over bevaarbaarheid en waterbeschikbaarheid in relatietot het internationale stroomgebied. Ook zijn stappen gezet om informatieover klimaatadaptatie en weersextremen ten aanzien van overstromings-risico’s beter beschikbaar te maken. Verder is een nationale campagnevoor drinkwaterbesparing gestart. Nederland zet daarnaast in op hetverminderen van chemicaliën in drinkwater, zoals PFAS. Bij de verdereimplementatie van de Kader Richtlijn Water (KRW), de Richtlijn Prioritairestoffen en de Grondwaterrichtlijn wordt PFAS ook geadresseerd. Metbetrekking tot waterkwantiteit zijn waterschaarste en waterbeschik-baarheid belangrijke thema’s waarbij ook verzilting op de agenda staat. Inhet kader van waterefficiëntie is verminderd gebruik een belangrijkonderdeel en daarom is er op dit moment een nationale campagne overdrinkwaterbesparing door consumenten gestart. Klimaatadaptatie enweerextremen staan op de radar, evenals de bevolking bewust maken vanwat risicogebieden in dit kader zijn.KrachtenveldVrijwel alle lidstaten verwelkomden de publicatie van de strategie,erkennen de toenemende urgentie van droogte- en overstromingspro-blemen en zijn eensgezindheid over de doelen van de strategie om meeraandacht te vragen voor waterbeschikbaarheid. Rondom de onderhande-lingen over de Raadsconclusies waren er in oktober 2025 discussies overthema’s zoals financiering, vervuiling, onconventionele waterbronnen, enmondiale samenwerking. Binnen het Europees Parlement was bredesteun voor de strategie, onder andere gelet op de op 7 mei 2025 aange-nomen resolutie7 waarin gepleit wordt voor sectorale waterbesparings-doelen en waaruit meer ambitie spreekt dan uit de uiteindelijk door deEuropese Commissie gepresenteerde strategie.6Kamerstukken II 2024–2025, 22 112, nr. 4105.7Aangenomen teksten – De Europese strategie voor waterweerbaarheid – Woensdag 7 mei 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10335 Gedachtewisseling over Natuur, bedrijfsleven en concurrentiever-mogen: het beheersen van de risico’s van biodiversiteitsverliesDe Europese en Nederlandse economie zijn sterk afhankelijk van denatuur en haar ecosysteemdiensten, zoals gezonde bodems, schoon wateren bestuiving voor voedselzekerheid. Zo stelt het GemeenschappelijkCentrum voor Onderzoek van de Europese Commissie dat naar schattingtwee derde (65%) van de bruto toegevoegde waarde van de EU in hoge ofgemiddelde mate afhankelijk is van de natuur. De Europese Centrale Bank(ECB) stelde vast dat 3 miljoen bedrijven, goed voor 75% van de bankle-ningen in de eurozone, sterk afhankelijk zijn van ten minste één ecosys-teemdienst om hun goederen te produceren of hun diensten te verlenen.Als de biodiversiteit afneemt, vermindert het vermogen van ecosystemenom dergelijke producten en diensten te leveren. Dit leidt tot serieuzefinanciële risico’s voor bedrijven, financiële instellingen en de macro-economische en financiële stabiliteit en brede welvaart. Een sterknatuurbeleid dat inzet op gezonde en veerkrachtige ecosystemen isdaarom essentieel om de leveringszekerheid van producten en dienstenuit de natuur te waarborgen en verstoringen in toeleveringsketens op tevangen.Naast dat onder andere de Natuurherstelverordening bijdraagt aan eengezonde basis, versterken meerdere initiatieven ook specifiek de linktussen natuur en economie. Ook de roadmap over natuurkredieten van deCommissie van juli 2025 en het werk van de expert groep op dit themabiedt kansen om natuurherstelacties verder te belonen en investeringen innatuur te vergroten.NL inzetNederland onderstreept het belang van dit onderwerp en faciliteert deontwikkeling van kennis en methoden om de economische waarde vannatuur in kaart te brengen en stimuleert de toepassing hiervan bijbedrijven, financiële instellingen en overheden. Op het gebied vannatuurkredieten staat Nederland positief tegenover het verder onder-zoeken van de potentie ervan. Ook inventariseert Nederland actief hoe ditinstrument bij kan dragen aan de natuurdoelstellingen.KrachtenveldOp het gebied van natuurkredieten hebben nog geen onderhandelingenplaatsgevonden. Enkele lidstaten hebben al ervaring met dergelijkesystemen opgedaan, in verschillende vormen, en delen ervaringen viaexpertbijeenkomsten.Gedachtewisseling over de toekomst van REACHFrankrijk heeft een gedachtewisseling aangevraagd over de toekomst vanREACH. Op 27 april jl. heeft Eurocommissaris voor Milieu, Waterveer-kracht en een Competitieve Circulaire Economie bevestigd dat er geenherziening van de wettekst van REACH gaat plaatsvinden. De Commissieheeft aangegeven dat er gekeken wordt naar wijzigingen van REACH viacomitologie om te vereenvoudigen en te moderniseren.NL inzetEen verbetering en vereenvoudiging van REACH is noodzakelijk voor eeneffectievere uitvoering van REACH, om mens en milieu beter tebeschermen als ook de concurrentiepositie van Nederlandse en Europesebedrijven te versterken. Wijzigingen via comitologie zien uitsluitend op deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10336 bijlagen van REACH. Het kabinet zet zich in voor wijzigingen die zorgendat REACH beter, sneller en eenvoudiger wordt, zoals ook opgenomen inhet Nederlandse non-paper over de REACH herziening.8 Hierbij gaat hetonder meer om het verkrijgen van de juiste informatie over stoffen enmengsels en ervoor zorgen dat deze informatie beschikbaar is voor iedereschakel in de toeleveringsketen. Daarnaast verkent het kabinet mogelijk-heden om handhaving en toezicht van REACH te verbeteren, eventueel viaandere wetgevingsinitiatieven. Zoals ook aangegeven in de brief van deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat is en blijft zij in gesprekmet de Europese Commissie en andere lidstaten om verbeteringen tebewerkstelligen.KrachtenveldEen aantal lidstaten, inclusief Nederland, heeft bij de Europese Commissieeerder het belang benadrukt van zowel vereenvoudiging als moderni-sering van REACH, met het oog op bescherming van mens en milieu.Tegelijkertijd zijn er ook bezwaren voor een herziening van de wetstekst ofbijlage vanuit andere lidstaten. Een enkele lidstaat heeft eerder bezwarengeuit voor een herziening van de wetstekst of bijlagen vanwege denoodzaak van rechtszekerheid voor de industrie als ook behoud van hethuidige beschermingsniveau van REACH.Diversen: uitkomsten conferentie Santa Marta, ColombiaNederland organiseerde samen met Colombia een eerste internationaleconferentie over de afbouw van fossiele brandstoffen, in opvolging van deaankondiging tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties,COP30 in Belém, Brazilië. De conferentie vond van 24 tot en met 29 april jl.plaats in Santa Marta, Colombia, en stond in het teken van de uitvoeringvan de mondiale afspraak om dit decennium versneld toe te werken naareen transitie weg van fossiele brandstoffen.Tijdens de Milieuraad op 25 juni zal Nederland een terugkoppeling gevenvan de belangrijkste uitkomsten van de conferentie. In de Kamerbriefuitkomsten conferentie Colombia afbouw van fossiele brandstoffen9, dieop 1 juni jl. naar uw Kamer is gestuurd, wordt nader ingegaan op de opzeten inhoud van de conferentie, de belangrijkste uitkomsten van deministeriële bijeenkomst op 28 en 29 april en de Nederlandse inzet envervolgstappen richting COP31, in november in Antalya, Turkije.II. Evaluatie Single-Use Plastics (SUP)-richtlijn In acht genomen de afspraak gemaakt in het AO op 12 februari 2013inzake informatievoorziening over Europese besluitvorming10 treft ubijgaand de inbreng van het kabinet bij de consultatie van de EuropeseCommissie over de evaluatie van Richtlijn (EU) 2019/904 van het EuropeesParlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van deeffecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (Single-UsePlastics (SUP)-richtlijn).De doelen van de SUP-richtlijn zijn het bevorderen van de transitie naareen circulaire economie met innovatieve en duurzame bedrijfsmodellen,producten en materialen, en het voorkomen en verminderen van deeffecten van bepaalde kunststofproducten op het (mariene) milieu en de8Kamerstukken II, 2025–2026,21 501-08 nr. 101, Kamerstukken II, 2025–2026, 2211, nr. 43119Kamerstukken II, 2026, 31 793, nr. 30210Kamerstukken II, 2012–2013, 22 112, nr. 1581Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10337 menselijke gezondheid. De inbreng van het kabinet is opgesteld met dezedoelstelling in gedachten en is tot stand gekomen door onder andere teputten uit: 1. gesprekken met het betrokken bedrijfsleven, ngo, zwerfafval-rapers, de landelijke zwerfafvalmonitor; 2. het Evaluatierapport Reductie-maatregelen in de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik11;en 3. de ervaring met het werken met de Richtlijn in de afgelopen jaren.Conform artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2019/904 evalueert de Commissiede Richtlijn uiterlijk op 3 juli 2027. Of en op welke wijze de Commissie zalvoorstellen om de Richtlijn te herzien zal daarna blijken. In het geval vaneen herziening van de wetgeving zal uw Kamer geïnformeerd wordenover het voorstel en de positie van het kabinet aan de hand van eenBNC-fiche.III. Toezegging grensoverschrijdend afvaltransport in Baarle-Nassau Tijdens de Algemene Europese Beschouwingen op 4 november jl. heeft deMinister van Buitenlandse Zaken toegezegd om de Eerste Kamer teinformeren over een oplossing voor het grensoverschrijdende afval-transport in de gemeenten Baarle-Nassau (NL) en Baarle-Hertog.12De situatie in de enclave Baarle-Nassau/ Baarle-Hertog is een uniekesituatie. Tijdens het ophalen van het huisvuil in de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog wordt de grens tussen België en Nederlandmeermaals gepasseerd. Daardoor is er sprake van grensoverschrijdendafvaltransport en moet een kennisgeving worden afgegeven bij deinspectie, conform de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen(EVOA).De inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in samenwerking metde Vlaamse counterpart, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij(OVAM), over deze casus advies gegeven aan de organisatie die hethuisvuil ophaalt voor de gemeenten BaarleNassau en Baarle-Hertog (IOKafvalbeheer).Insteek van het advies en de samenwerking was om onnodige enonevenredige administratieve lasten te voorkomen en tegelijkertijd tevoldoen aan de kennisgevingsplicht uit de EVOA en toe te zien op eengelijke behandeling ten opzichte van andere gemeenten die hun huisvuilbuiten Nederland laten verwerken en daardoor ook moeten voldoen aande kennisgevingsplicht.IOK afvalbeheer heeft inmiddels aan de kennisgevingsplicht voldaan endaarmee kan het huisvuil in de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog gezamenlijk door IOK afvalbeheer worden opgehaald en voorverdere milieu-hygiënische verwerking in België en Nederland aange-boden worden. Hiermee is de toezegging afgedaan.11https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/12/13/bijlage-2-evaluatierapport-de-regelingkunststofproducten-voor-eenmalig-gebruik12T04112Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-08, nr. 10338
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.